De rol van vakbonden in de strijd tegen extreemrechts

Vakbonden hebben als arbeidersorganisaties een belangrijke rol te spelen in de strijd tegen extreemrechts. Om te beginnen zijn ze één van de weinige massa-organisaties met een breed netwerk van delegees en antennes in de samenleving. De vakbonden zijn het best geplaatst om de leugenachtige sociale retoriek van het Vals Belang te doorprikken door op te komen voor een consequent links programma dat ingaat op de vele sociale noden van de werkende klasse. Actieve mobilisatie is hier cruciaal, net als bij antifascistische acties.

door Bart Van der Biest, vakbondsafgevaardigde in de zorgsector

‘Syndicalisten TEGEN Fascisme’ werd destijds opgezet door Blokbuster-veteranen van het eerste uur als een informeel netwerk om met syndicalisten uit de basis jongerenacties tegen extreemrechts mee te ondersteunen aangezien die actieve steun geruime tijd ontbrak vanuit de officiële structuren, buiten symbolische deelname aan ‘brede antiracistische initiatieven’.

In Franstalig België is er een grotere betrokkenheid van de vakbonden bij antifascistische mobilisaties dan in Vlaanderen. Het initiatief komt zelfs doorgaans vanuit die georganiseerde arbeidersbeweging. Van waar dat groot verschil?

In Wallonië en Brussel blijft extreemrechts in de politieke marginaliteit. De voedingsbodem is er nochtans even rijp als in Vlaanderen. Er is echter grote verdeeldheid binnen extreemrechts en elke poging om naar buiten te treden, wordt beantwoord met protest. Hierdoor houdt het cordon sanitaire, tot voor kort ook in de media, stand.

In Vlaanderen daarentegen is de normalisering van het VB ver doorgeslagen. Extreemrechts heeft er een lange traditie. Er was na de Tweede Wereldoorlog geen ernstige defascisering omdat extreemrechts op organische wijze met de Vlaamse beweging was versmolten. Reeds vijf jaar na de oorlog marcheerde de VMO door de straten en bracht Karel Dillen (voorzitter voor het leven van het Vlaams Blok) in publiek de Hitlergroet op de Brusselse Grote Markt tijdens een Vlaamse manifestatie. Daarnaast wordt het VB deels groot gemaakt door de traditionele media, waarbij zelfs heel wat journalisten en commentatoren in de leugens van het VB trappen. De zogenaamde ‘sociale retoriek’ van het Vals Belang is daar een mooi voorbeeld van.

Op het laatste federaal congres van het ABVV in juni 2022 leek er een kentering te komen in de afwachtende opstelling van de vakbondsapparaten. De strijd tegen extreemrechts werd als een van de tien prioriteiten voor de komende vier jaar naar voren geschoven. Er bestaat echter een hemelsbreed verschil tussen resoluties stemmen en applaudisseren op congressen en vakbondsbesturen, sociale mediacampagnes … en daadwerkelijk actief deelnemen aan antifascistische mobilisaties of zelfs de kar trekken. Er blijft veel druk vanuit de basis nodig om te bewegen.

Binnen de vakbondsleiding is er bovendien al te gemakkelijk de neiging om antifascistische acties te laten verzanden in ‘brede culturele manifestaties’ waarbij het strijdbare, mobiliserende element helemaal naar de achtergrond verwezen wordt. De sociale eisen waar vakbondsleden het hele jaar door voor strijden – zoals rond lonen, arbeidsvoorwaarden, sociale bescherming, publieke investeringen in zorg en onderwijs – zijn essentieel in de strijd tegen de sociale wantoestanden waarop extreemrechts als een schimmel woekert. We zullen deze eisen niet bekomen in een alliantie met burgerlijke, pro-kapitalistische organisaties en partijen. Tegenover dat model, historisch een ‘volksfront’ genoemd, plaatsen wij de methode van het eenheidsfront: eenheid in actie van antikapitalistische arbeidersorganisaties.

Na de bewuste provocatie van Tom Van Grieken op de vakbondsbetoging van de zorg op 13 juni werden er terechte argumenten gebruikt op het Federaal Comité BBTK-SETCa kort nadien. Julien Dohet (politiek secretaris SETCa Luik) stelde dat dergelijke provocaties zich nog zullen voordoen in de toekomst en dat de vakbond zich hierop moet voorbereiden én niet mag vertrouwen op de politiediensten om dit probleem aan te pakken. Op zijn tussenkomst en nog andere volgde er applaus, maar wat betreft de praktische conclusies blijven we een beetje op onze honger zitten …

De houding van de opperste échelons van de vakbond verschilt niet veel met die tijdens het interbellum. Concrete antifascistische mobilisaties kwamen toen ook vooral uit de basis die instinctief naar eenheid in actie zocht terwijl dit soms botste met de agenda van de apparaten die hun vertrouwen in de gevestigde partijen stelden en hoopten dat het allemaal zo geen vaart zou lopen. Er waren interessante initiatieven van onderuit, zoals de ‘Arditi del Popolo’ (AdP) in Italië begin jaren 1920. Die vroege antifascistische groep bracht zowel revolutionaire syndicalisten, anarchisten, communisten als socialisten samen en groeide binnen het jaar tot 20.000 leden.

Met het Vlaams Belang dat zich een ‘sociaal imago’ probeert aan te meten, is een strijdbaar antikapitalistisch antifascisme van syndicalisten erg belangrijk. Daartoe willen we de komende weken een platformtekst van Syndicalisten TEGEN Fascisme uitwerken waarmee militanten aan de slag kunnen om steun op te bouwen en te mobiliseren.

Bron: Socialisme.be

Ongeziene ongelijkheid, grote steun voor rijkentaks

Strijd opbouwen voor controle van de werkende klasse over de rijkdom

“Tax the rich!” Activisten scanderen het terwijl ze golfterreinen van de rijken bezetten. De PVDA  populariseert #taxtherich in de aanloop naar de verkiezingen. Zelfs in de pagina’s van rechtse media, zoals de Financial Times, duiken stemmen op die duiden dat de onrechtvaardige belastingsystemen niet volgehouden kunnen worden. Zeggen dat het idee dat de rijken ook eens belastingen mogen betalen populair is, is een understatement. Een belangrijk instrument in de verschuiving van belastingdruk naar de rijken is telkens een ‘miljonairstaks’ (zoals de PVDA ze noemt) of vermogensbelasting (een belasting, niet op wat iemand verdient of koopt, maar op wat iemand bezit). In België is 75% tot 85% van de bevolking gewonnen voor zo’n ‘rijkenbelasting’.

door Jeroen (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist

Het idee van een vermogensbelasting is niet nieuw. In Europa hebben drie landen – Spanje, Noorwegen en Zwitserland – een vorm van vermogensbelasting. In Frankrijk bestond er één tot 2018. Dat het niet alle problemen van de werkende klasse zal oplossen, is dus duidelijk. Ook in de landen waar er één bestaat, bleven problemen zoals de torenhoge levensduurte, de structurele onderfinanciering van openbare diensten of de hoge belastingdruk voor werkenden bestaan.

Als het establishment al verplicht is om na te denken over een vermogensbelasting, dan kan dat voor hen alleen maar als de last ervan bijna niet gevoeld wordt. Ze stellen microscopisch lage belastingen voor of eisen de afschaffing van andere belastingen ter compensatie. Zo werd in Zwitserland wel een belasting op vermogen ingevoerd, maar werd de erfbelasting afgevoerd. Zwitserland haalt ongeveer 4% van haar budget uit een vermogensbelasting, wereldwijd is dat het hoogste percentage.

Dat de verwachtingen hoog gespannen zijn, komt vooral door decennia van neoliberaal beleid dat de belastingdruk stap voor stap van de sterkste schouders heeft gehaald, maar die bij de werkenden mooi liet liggen. Een poetsdame in een fabriek betaalt vandaag soms meer belastingen dan haar multinationale werkgever. En dat is volledig legaal. Een bonte verzameling van consultancybedrijven en boekhoudkantoren loodsen bedrijven en vermogenden vlotjes naar alle achterpoortjes zodat de meesten amper belastingen betalen. Voor wat legaal niet lukt, zijn er andere oplossingen te vinden. Zo blijkt uit Luxleaks, Panama papers, Paradise papers … De daling aan belastinginkomsten compenseerden de politici met steeds verregaander besparingen op openbare diensten.

Samen heeft dit wereldwijd de meest ongelijke verdeling van rijkdom in de geschiedenis van de mensheid in de hand gewerkt. Het blijft een schatting, want in België bestaat er geen vermogenskadaster (een lijst met alles wat iedereen bezit). Volgens de World Inequality Database is tussen 2000 en 2020 de waarde van alle opgespaarde rijkdom gestegen van ongeveer 3,7 keer het nationaal inkomen (alles dat als inkomen verdiend wordt door alle Belgen) naar meer dan 5,5 keer! Veel meer rijkdom dus, maar in steeds minder handen. De rijkste 10% in België bezit ongeveer 60% van al het vermogen, de armste 50% minder dan 8%.

Zelfs als onze ambitie alleen nog maar is om de toegenomen ongelijkheid van de laatste paar decennia terug te draaien, zal niet alleen een échte vermogensbelasting nodig zijn, maar moeten ook alle achterpoortjes, uitzonderingen en alle georganiseerde belastingontduiking van de rijken en bedrijven op de schop. Elke maatregel die echt raakt aan hun opgespaarde fortuinen zal door de rijken steeds met alle middelen bestreden worden. Alleen al het idee van een vermogenskadaster om bezit efficiënt te kunnen belasten, wordt al tientallen jaren bot geblokkeerd door de neoliberale politiekers.

Zoals we recent ook zagen in de strijd tegen de verhoging van de pensioensleeftijd in Frankrijk, waar 80% van de bevolking zich uitsprak ertegen, volstaat het niet dat een meerderheid van de bevolking overtuigd is van iets. Enkel via massale druk kunnen we hervormingen afdwingen. Die druk moet in eerste instantie opgebouwd worden op straat en dan vooral vanuit die sectoren – onderwijs, kinderopvang, pensioenen, openbare diensten… – waarop jaren is bespaard om de korting op de belasting van de rijken te betalen. Zo zullen we ook alleen via de actieve participatie van een brede beweging op straat in staat zijn om te reageren op alle chantage en tegenreacties van de 1% en daar escalerende maatregelen, inclusief onteigeningen en nationalisaties, tegenover plaatsen om hen te dwingen een deel van hun opgepotte rijkdom uit handen te geven. 

Bron: Socialisme.be

Kruimels (die we dan nog zelf betalen) volstaan niet om groeiende gaten te vullen

Minister-president Jambon leek oprecht blij. Niet zozeer voor de bevolking, maar voor zichzelf en zijn regering. Deze keer was hij immers zonder veel horten en stoten tot een akkoord gekomen en dat is al een prestatie op zich. Dit was mogelijk omdat het explosieve stikstofdossier voorlopig enkel stof blijft verzamelen en omdat er door creatieve rekenkunde hier en daar extraatjes uit te delen waren. Helaas voor Jambon haalt de realiteit het creatieve cijferwerk snel in. De kruimels voor kinderopvang blijken gefinancierd te worden door de besparing op het groeipakket, net zoals de extra middelen voor de lerarenopleiding bijlange niet compenseren voor de jarenlange besparing op hoger onderwijs door de niet correcte toepassing van het financieringsdecreet. De gaten als gevolg van jarenlange besparingen worden niet gevuld door enkele kruimels.

Het meest in het oog springende is de verhoging van het budget voor kinderopvang met 270 miljoen euro. Zowel Jambon als bevoegd minister Crevits zijn er erg trots op, zelfs indien het minder is dan de door CD&V gevraagde 330 miljoen euro. Deze extra middelen zijn effectief een stap vooruit voor een sector die al jarenlang door tekorten wordt geplaagd. ACV Puls merkte op: “De investeringen van deze regering in de kinderopvang (en andere zorgsectoren) zijn aanzienlijk maar een noodzakelijke inhaalbeweging na de besparingen en de stilstand in het verleden. Er zullen in de toekomst nog investeringen nodig zijn in zorg, welzijn en cultuur willen we nieuwe crisissen vermijden.”

Dat de extra investering niet met de volle goesting gebeurde, maakte Mathias Diependaele (N-VA) duidelijk in de aanloop naar de besprekingen. Voor extra middelen, moet er elders bespaard worden, klonk het. De efficiëntie van extra middelen voor kinderopvang werd in vraag gesteld. Het feit dat ouders met hun kinderen tot in het parlement zelf actie gingen voeren en de enorme steun die ze hiervoor kregen in de publieke opinie gaven ongetwijfeld de doorslag. Na de rampen van de afgelopen jaren, zowel in de ouderenzorg als de kinderopvang, moest de Vlaamse regering wel iets doen. Het vertrek van Wouter Beke als gevolg van die rampen is in de regeringskringen ongetwijfeld nog niet vergeten.

De vakbonden hebben bedenkingen bij de keuzes die de regering maakt over de kinderopvang. Zo is er een probleem met de zekerheid en waardering van het personeel. Het overstappen van het statuut van onthaalouder naar dat van werknemer biedt meer financiële en sociale zekerheid. De regering voorziet slechts in budget voor de overstap van 350 onthaalouders (in termen van voltijdse jobs). Daarnaast wil de regering het personeelstekort aanpakken door flexijobs in te voeren. Nog lagere lonen invoeren getuigt niet bepaald van respect voor het personeel in de sector! De eerste stap richting een verlaging van het aantal kinderen per begeleider is uiteraard positief, het staat ook al lang centraal in de eisen van het personeel in de sector. In het belang van zowel het personeel als de kinderen gebeurt die verlaging natuurlijk het best door meer goed betaalde en opgeleide collega’s in te zetten. Zo zou werken in de sector meteen ook aantrekkelijker worden. Voor topmanagers, recent was er nog discussie over de nieuwe manager van Bpost, zijn er steeds hogere lonen omdat deze nu eenmaal ‘concurrentieel’ moeten zijn. Voor essentieel zorgpersoneel geldt blijkbaar een omgekeerde redenering: concurrentieel betekent voor hen druk op de lonen.

Een ander belangrijk punt van kritiek door de vakbonden uit de zorg- en welzijnssector is dat de Vlaamse regering wel erg stil blijft over andere delen van de sector. Amper een week geleden raakte bekend dat Joke Mariman een einde aan haar leven maakte omdat haar financiële en medische situatie uitzichtloos was. Dit is schokkend, maar blijkbaar niet voor de heren en dames van de Vlaamse regering?! Een beleid van wachtlijsten en tekorten richt een sociale ravage aan. De regering heeft niet eens een begin van antwoord hierop.

BBTK stelde: “Over de ouderenzorg, gezins-en bejaardenhulp, gehandicapten- en jeugdsector, socioculturele sectoren bleef het vanuit de Vlaamse Regering opnieuw oorverdovend stil. Die sectoren staan blijkbaar lager op het regeringslijstje dan investeren in elektrische wagens en het mee subsidiëren van de verkeersknoop. Zo blijkt eens te meer dat het voor onze zorg- en welzijnssectoren nog steeds bij de krapte herverdelen blijft. En we wachten met een bang hart drama’s in die sectoren af, vooraleer de beleidsmakers wakker schieten.”

Dat er voor de extra middelen in de kinderzorg elders bespaard is, zoals geëist door de N-VA, blijkt ondertussen ook. Het groeipakket, de vroegere kinderbijslag, volgt de index niet meer. De index zorgde ervoor dat onze lonen en uitkeringen aan de snel stijgende prijzen werden aangepast. De kinderbijslag, het eerste onderdeel van de sociale zekerheid dat geregionaliseerd werd, volgt echter niet. Het groeipakket kent een vaste indexatie van 2%. Dat ligt ver onder de inflatie, waardoor gezinnen dus inleveren. Volgens de Gezinsbond bespaart de Vlaamse regering dit jaar 335 miljoen euro op deze manier. Het stelt de 270 miljoen euro extra voor kinderopvang meteen in perspectief…

Terwijl er subsidies voor elektrische wagens komen, moeten het personeel en de reizigers van De Lijn het zonder extra middelen doen. Nochtans is er stilaan een samenloop van problemen en tekorten die het openbaar vervoer in een diepe impasse storten. Niet genoeg bussen, te weinig personeel, gebrek aan middelen voor onderhoud, hertekening van het aanbod waarbij mensen het zonder dienstverlening moeten doen, aanhoudende problemen met schoolvervoer … Daar wordt dus niets aan gedaan. Liever subsidies geven aan elektrische wagens.

De tekorten in het onderwijs of nog inzake sociale huisvesting worden evenmin aangepakt. 176.000 mensen op een wachtlijst voor een sociale woning, maar de minister besteedt niet eens het volledige budget! Extra middelen voor de lerarenopleiding zijn welkom, maar blijven erg beperkt in verhouding tot de noden. Het niet toepassen van het financieringsdecreet voor het hoger onderwijs heeft geleid tot een besparing van ruim 600 miljoen euro. Kortom, ook de extra middelen voor onder meer de lerarenopleiding zijn betaald door besparingen op het hoger onderwijs. Personeel en studenten uit het hoger onderwijs plannen een betoging op 11 oktober om meer middelen te eisen.

Verder is er de verhoging van de jobbonus voor werkenden met een laag inkomen. Straks zullen 1 miljoen werkenden in Vlaanderen deze jobbonus van maximaal 700 euro krijgen. In De Standaard merkt Marc Reynebeau op: “In feite zijn het niet zozeer de werkenden die met de jobbonus worden beloond. Hij functioneert eigenlijk als een loonsubsidie voor bedrijven, die worden ontlast van de prikkel om hun personeel fatsoenlijkere lonen te betalen. Die lonen worden immers toch met belastinggeld bijgepast.”

De extra middelen voor onder meer kinderopvang zijn positief, maar blijven beperkt tot wat kruimels die van tafel vallen. Bovendien zijn het kruimels waarvoor we zelf betalen door besparingen, zoals op het groeipakket of het (hoger) onderwijs. Ondertussen blijft het oorverdovend stil omtrent de vele tekorten die nu al tot rampen leiden. Deze Vlaamse regering vertrekt niet van de noden van de werkenden en hun gezinnen. Deze regering is asociaal en verzet ertegen is noodzakelijk. De betoging van het hoger onderwijs op 11 oktober is een goede eerste aanzet. Afspraak om 13u aan Brussel-Noord.

Bron: Socialisme.be

Wetenschap & Religie

Wetenschap & Religie

Wetenschap & Religie biedt een kritische en verhelderende kijk op een van de meest fascinerende kwesties die mensen van oudsher heeft beziggehouden: hoe kunnen religie, zingeving en geloof zich verhouden ten aanzien van kennis, rede en wetenschap? De interessantste thema’s en de meest spannende momenten uit de geschiedenis van dit debat komen aan bod: de relatie tussen filosofie en christendom, de discussie over mirakels en de almacht van God, het debat over geloof en wetenschap in de islam, de veroordeling van Galilei en de enorme uitdaging van Darwins evolutietheorie.

Patrick Loobuyck zoekt de nuance in de geschiedenis en zet de verschillende hedendaagse standpunten op scherp. Hij gaat zowel in op de visies van gelovigen als op die van atheïsten. Ook de recente inzichten inzake de evolutionaire oorsprong van moraal en religie worden in rekening gebracht. Met zijn benadering zet Loobuyck de lezer aan om geïnformeerd, open en vrij over de relatie tussen religie en wetenschap na te denken.

Dringende energietransitie in ademnood

Dringende energietransitie in ademnood
“We doen niet genoeg tegen de opwarming van de aarde, er moet meer gebeuren.” Zo bevestigt een nieuw VN-klimaatrapport wat iedereen weet. Maar die oproep gaat voorbij aan de zware moeilijkheden bij het uitrollen van hernieuwbare energie: zelfs grote vergunde en gestarte windparken worden stopgezet.

Het is geen verrassing als een nieuw rapport (zie hiernaast) van de Verenigde Naties op 8 september 2023 waarschuwt dat de wereld lang niet op koers zit om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te realiseren:

“De kans om de opwarming tot anderhalve graad te beperken, verkleint snel.”

“Op alle onderzochte terreinen, van het voorkómen van nog meer opwarming tot de aanpak van verlies en schade, is veel meer actie nodig”.

Energietransitie goed
voor 74% minder uitstoot?
In zulke dramatische context is het zaak zich te concentreren op de allerbelangrijkste uitdagingen, daar waar het meest resultaat te boeken valt.

Eén vaststelling in het rapport springt eruit, pagina 20. De transitie van fossiele naar hernieuwbare energie “kan zorgen voor 74 procent van de vermindering die nodig is om de mondiale uitstoot van broeikasgassen op nul te brengen”.

Wat een geluk dus dat net de energietransitie “verst gevorderd” is, zoals Pala al vaststelde vanaf 2016… meestal met de toevoeging dat ze “nog niet snel genoeg verloopt”.

Die vaststelling maakt dus ook de VN: “Er zijn jaarlijks drie tot zesmaal meer investeringen nodig om de opwarming tot twee of anderhalve graad te beperken”.

De hete aardappel: energietransitie in zwaar onweer
Van een organisatie waarvan de algemeen secretaris zelf terecht de alarmklok luidt, mag verwacht worden dat ze de hete aardappels niet uit de weg gaat in haar rapporten. Nochtans mankeert de ongetwijfeld heetste aardappel: die snelst vorderende energietransitie is namelijk in heel zwaar weer terechtgekomen.

Vattenfall stopt in juli de bouw van een gigantisch windpark in Groot-Brittannië.

Commonwealth Wind gevolgd door SouthCoast Wind eind augustus, betalen tientallen miljoenen schadevergoeding om hun windparken in de VS niet te moeten bouwen.

Zelfs Orsted, ‘s werelds grootste uitbater van offshore windenergie, laat begin september horen dat het windprojecten in de VS wil opgeven als ze niet langer rendabel zijn.

Nog andere energiebedrijven dringen aan om de voorwaarden voor windparken te herzien en waarschuwen voor verloren jobs en investeringen.

Kostenexplosie
Natuurlijk zoeken privéconcerns winst en is het wijs om hun zakelijke plaatje altijd diepgaand onder de loep te leggen. Maar dat hun kosten stijgen, verzinnen ze niet. De redenen zijn niet ver te zoeken.

Pandemie, oorlog, inflatie, rente
Vooreerst raken vanaf 2020 de aanvoerketens verstoord door de pandemie, meest van al door de Chinese lockdowns.

Dat jaagt de kosten omhoog. Sterk oplopende inflatie en vervolgens de oorlog in Oekraïne vuren ze verder aan.

Exploderende rentetarieven maken alles erger, zeker in een sector die zoveel kapitaal nodig heeft.

Tot overmaat van ramp kampen de grote windmolenfabrikanten Vestas en Siemens Gamesa (Siemens Energy) met kwaliteitsproblemen, nog meer onzekerheid dus.

Rampzalig geldbeleid: flater na flater
Wat ontbreekt in de VN-analyse maar niet onder de mat mag geveegd blijven, is het rampzalige geldbeleid van de nationale banken. Eerst veroorzaken ze de inflatie door goedkoop geld te blijven uitgooien terwijl een pandemie-economie dat niet langer kan verteren; dan weigeren ze die inflatie uiterst lang te zien; vervolgens bestrijden ze veel te laat hun eigen flater met een onverteerbaar snelle rente-ommezwaai richting peperduur geld, een nieuwe flater die de economie zwaar treft, niet in het minst de duurzame economie die we allemaal zo hard nodig hebben.

Vertaal dit naar de problemen van de hernieuwbare energiebedrijven. Hun kostenstijgingen zijn in het geval van inflatie grotendeels veroorzaakt door nationale banken; en de hogere rentes die ze moeten betalen, zijn volledig de schuld van die nationale banken.

Manke publiek-private samenwerking
In de energiesector daalt het belang van publieke bedrijven al lang. Anders dan bv. voor spoorvervoer betrouwen vele samenlevingen voor de energietransitie vooral op privébedrijven. Net omdat die omslag maatschappelijk onvoorstelbaar belangrijk is, dringt zich een goede publiek-private samenwerking op.

Tekortschietende overheden
Maar die verloopt heel slecht. Overheden hebben de stommiteiten van hun nationale banken niet voorkomen. Nochtans hadden die nooit een mandaat om torenhoge inflatie te veroorzaken, laat staan om vervolgens de reële economie te torpederen met ontwrichtend duur geld dat de uitbouw van een groene economie verhindert.

Rest dus een overheidsaanpak van subsidies. Ze moeten hernieuwbare energie stimuleren en zo de opwarming bestrijden. Maar wat ooit misschien te royale subsidiëring was, riskeert nu onvoldoende te zijn. Een overheid die te weinig wendbaar is in snel wijzigende omstandigheden, dreigt dan vooral een onbetrouwbare partner te worden in de ogen van privébedrijven. Omgekeerd kunnen overheden de indruk krijgen dat bedrijven hen als melkkoe zien of chanteren met jobs en investeringen.

Resultaat is dat de manke publiek-private samenwerking nog verslechtert en de levensbelangrijke energietransitie vertraagt. Dan blijft het een onbeantwoorde vraag of het niet verstandiger en efficiënter is om ook dynamische en efficiënte publieke energiebedrijven te hebben. Zij zouden door overheden opgehaald spaargeld heel zinvol kunnen investeren.

Burgerinitiatief meer dan welkom…
Maar opletten voor naïef enthousiasme
Intussen opent zich bv. in België de mogelijkheid van publiekciviele samenwerking, waarbij ook burgers via hun coöperaties kunnen investeren in windenergie op zee. Dat is om vele redenen toe te juichen, maar een stevige waarschuwing voor al te naïef enthousiasme dringt zich op.

Coöperatief initiatief ontwikkelen tussen de ‘groten’ van economie, politiek en geld is uiterst risicovol. Zeker in crisistijd blijkt dit een omgeving van vaak al te onbetrouwbare, weinig wendbare overheden en al te veel privéconcerns die gehaaid zijn in het schuiven van risico’s en verliezen richting zwakste partners.

Een geloofwaardig, succesvol coöperatief initiatief om te participeren in windparken op zee moet zich meester tonen in het verwerven van zowel sterke maatschappelijke en economische posities als harde politieke en financiële zekerheden.

Dirk Barrez

Hoofdredacteur Pala.be en auteur van TRANSITIE. Onze welvaart van morgen en 11 politieke dwaasheden. 50 jaar schuldig verzuim van onze politici

Vind dit artikel met links naar bronnen en andere artikels op Pala.be

Lees hiernaast in rechterkolom bovenaan ook: ‘Kans om klimaatdoelen te bereiken snel kleiner, waarschuwt VN-rapport’

Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres info@Tpala.be