by admin | dec 1, 2023 | Economie
Charlotte Lardenoit
De federale regering sloot op 9 oktober een akkoord af met een inspanning van 1,2 miljard euro om het federale begrotingstekort volgend jaar terug te brengen naar 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De typische inzet in zo’n begroting is de inkomstenzijde. Dat betekent strengere fiscale controle- en antimisbruikmaatregelen, met de focus op de “sterkere schouders”, dixit de regering. What’s new? De vraag is of dat de schatkist sneller zal vullen. Eind vorig jaar zei de regering de strijd tegen de fiscale fraude op te voeren met extra slagkracht voor de fiscus. Fiscale controles zouden verder kunnen teruggaan in de tijd en de fiscus kan met dwangsommen informatie proberen af te dwingen, als die meent dat de belastingplichtige niet meewerkt.
Ook de inning van belastingen blijft bovenaan op de agenda staan. Ontvangers slaan steeds harder toe. Wie het niet eens is met een aanslag, heeft een jaar om die te betwisten. De betaaltermijn waarin de aanslag moet worden betaald, bedraagt slechts twee maanden. De praktijk leert dat de ontvanger invordert zodra de twee maanden voorbij zijn. Belastingbetalers worden geconfronteerd met ondoordachte uitvoerende beslagen op bankrekeningen, beslagen op onroerende goederen, beslagen op roerende goederen (zoals voorraad die nodig is voor de activiteit) of beslagen bij klanten van de belastingplichtige, ondanks de eenjarige termijn die ze hebben om de aanslag te betwisten.
Met alle gevolgen van dien. Als bij een bank beslag wordt gelegd op de rekening van een klant, voor een schuld die die nog aan het betwisten is, kiest een bank eieren voor haar geld. Kredieten worden vaker stopgezet. Zeker als men de hoge belastingschulden van de fiscus ziet staan, met daarin hoge boetes. Als de fiscus bijkomend het bankgeheim poogt op te heffen, zonder alle spelregels van privacy en onderzoek te volgen, zal een bank wederom eieren voor haar geld kiezen.
Daarnaast zeggen ook klanten steeds vaker samenwerkingen stop wegens ondoordachte invorderingsmaatregelen van de fiscus. Als een klant een brief van de fiscus ontvangt, waarin staat dat zijn leverancier fiscale schulden heeft, zal ook hij vaak eieren voor zijn geld kiezen. De klant kan medeschuldenaar worden, als hij zijn verklaring niet binnen de vijftien dagen correct indient. Een fiscus die herhaaldelijk dat soort brieven stuurt, duwt de klant naar andere oplossingen.
Een krediet dat wordt stopgezet. Een samenwerking die wordt stopgezet. Dat zijn dé ingrediënten die het voortbestaan van een onderneming hypothekeren. Om investeringen te kunnen doen en omzet te genereren is werkkapitaal nodig. Dat werkkapitaal is schaarser geworden door crisissen, inflatie, oorlogen en verscherpte controles die verder teruggaan in de tijd. In de eerste veertig weken van 2023 hebben de ondernemingsrechtbanken 7.630 faillissementen uitgesproken. Dat zijn 9,1 procent meer faillissementen dan in de eerste veertig weken van 2022. Het banenverlies daarentegen bedraagt 21.186 in 2023, een stijging van 27,6 procent ten opzichte van 2022. Dat blijkt uit cijfers van Statbel.
Ondernemingen die sneuvelen, doen de welvaart dalen, het banenverlies stijgen en het begrotingstekort verder oplopen. Waar is langetermijnvisie? Parameters zoals de kwaliteit van de taxatie, bekwame ambtenaren die goed opgeleid zijn in een complex wetgevend kluwen, economisch inzicht en praktijkervaring, bemiddeling en overleg, het vinden van een compromis tussen de overheid en de belastingplichtige, herkansing: dát zijn criteria die aan een rechtvaardige taxatie zouden kunnen bijdragen en de tevredenheidsbarometer veel beter kunnen meten, én bijdragen aan een langetermijnvisie in het begrotingstekort. De vooropgestelde maatregelen lijken oude wijn in nieuwe zakken te zijn, waarmee de schatkist niet sneller gevuld zal worden.
Bron: Trends
by admin | dec 1, 2023 | Sectoren
Minder gaan werken om er een flexi-job bij te kunnen nemen? Dat lijkt Geert Vermeir (SD Worx) geen goed idee. Vooral voor mensen die extra uren willen presteren, boven op hun normale werkuren, of voor gepensioneerden is het regime van de flexi-job wel interessant. Hieronder sommen we op wat u moet weten voor u een flexi-job overweegt.
De regering blaast een beetje warm en koud over de flexi-jobs. Ze heeft beslist het aantal sectoren waarin flexi-jobs mogelijk zijn uit te breiden, maar tegelijk zijn er ook maatregelen genomen om flexi-jobs minder interessant te maken voor werkgevers en werknemers. “Ongeveer 90 procent van de flexi-jobs zijn in Vlaanderen, waar de schaarste op de arbeidsmarkt het grootst is”, weet Geert Vermeir, juridisch expert van SD Worx. “Flexi-jobs kunnen sectoren met een enorme krapte wat extra zuurstof geven.”
Het is nog de vraag of flexi-jobs daadwerkelijk een oplossing zullen bieden voor de arbeidskrapte in sectoren zoals de kinderopvang of het onderwijs. Een baan als leerkracht of kinderverzorger is doorgaans niet te combineren met een nine-to-five-baan. Het systeem van de flexi-jobs blijft wel interessant voor weekend- en avondwerk in de horeca en andere sectoren. Maar we beginnen bij het begin.
1. Wat is een flexi-job?
Via het systeem van de flexi-jobs kunnen gepensioneerden en bepaalde werknemers bijklussen zonder belastingen of sociale bijdragen te betalen op het extra inkomen.
In het eerste kwartaal van 2023 waren 106.332 mensen tewerkgesteld als flexi-jobber, volgens de jongste cijfers van de RSZ. Er waren begin dit jaar dus iets minder mensen met een flexi-job aan de slag dan het recordaantal van 108.074 in het vierde kwartaal van 2022. Mogelijk zaten de eindejaarsfeesten daar voor iets tussen.
Kwartaal na kwartaal oefenen steeds meer gepensioneerden een flexi-job uit. In het eerste kwartaal van 2023 waren er 16.796 gepensioneerden met een flexi-job.
2. In welke sectoren kunt u vanaf volgend jaar flexi-werk doen?
Naast de huidige sectoren komen er vanaf januari 2024 nog twaalf sectoren bij. Flexi-jobs bestaan al sinds 2015 in de horeca. De flexi-jobbers helpen horeca-uitbaters om piekmomenten op te vangen.
Sinds 2018 kunnen werknemers onder bepaalde voorwaarden ook een centje bijverdienen met een flexi-job bij detailhandelaars zoals bakkers, slagers en supermarkten, of bij kappers en in schoonheidssalons. Vanaf 1 januari 2023 volgen nog sport, de exploitatie van bioscoopzalen, podiumkunsten en muziek (maar geen artistieke functies) en de zorgsector. Vanaf 1 januari 2024 komen daar nog de volgende sectoren bij:
- Kinderopvang
- Onderwijs
- Delen van de voedingssector
- Autosector
- Bussen en autocars
- Begrafenisondernemers
- Publieke sport- en cultuursector
- Land- en tuinbouw
- Rijscholen
- Verhuissector
- Eventsector
- Vastgoedsector
Volgens hr-dienstenleverancier SD Worx zullen deze sectoren zelf nog kunnen beslissen om toch geen flexi-jobs in te voeren (opt-out-systeem) via een sectorale CAO. Daar staat tegenover dat sectoren die niet in de lijst werden opgenomen alsnog kunnen beslissen via sectorale CAO’s (opt-in) om flexi-jobs in te voeren. “De bal ligt dus in het kamp van de sectorale sociale partners.”
3. Wanneer mag u geen flexi-job uitoefenen?
Als u werkloos of zelfstandig bent of als u onvoldoende werkuren draait voor uw hoofdbaan als werknemer. U moet minstens vier vijfde in loondienst werken om er een flexi-job te mogen bijdoen, of u moet gepensioneerd zijn. In de praktijk wordt er naar uw werksituatie van drie kwartalen geleden gekeken om na te gaan of u wel degelijk vier vijfde heeft gewerkt.
Er zouden vanaf volgend jaar een aantal anti-misbruikbepalingen worden ingevoerd, om te vermijden dat mensen hun werkuren terugschroeven om er een flexi-job bij te nemen. “Wanneer je overstapt van een voltijdse naar een vier vijfde baan, zal je pas vanaf het derde kwartaal na de overschakeling een flexi-job mogen uitvoeren”, stelt Geert Vermeir, adviseur bij het juridisch kenniscentrum van SD Worx. “Er komt ook een verstrenging van de voorwaarden, om uit te sluiten dat een werknemer voor dezelfde werkgever een flexi-job en een andere baan uitoefent.”
Vandaag laat de reglementering nog toe dat een flexi-jobber een andere arbeidsovereenkomst heeft bij dezelfde werkgever voor minder dan vier vijfde van een voltijds contract. Die voorwaarde wordt strenger. Het systeem was bedoeld voor werknemers die vier vijfde of meer werken bij de ene werkgever en willen bijklussen bij een andere werkgever. Vandaar dat er in de nieuwe regels zou worden ingeschreven dat mensen in hetzelfde kwartaal niet met een overeenkomst voor flexiwerk én een gewone arbeidsovereenkomst voor dezelfde werkgever mogen werken.
4. Welke voordelen biedt een flexi-job voor werknemers?
Voor werknemers die voltijds werken en daarnaast enkele uren willen werken voor een ander bedrijf of in een andere sector, is het regime van de flexi-job ideaal. De werknemers betalen geen belastingen of sociale bijdragen op het loon. Bruto is netto. “Voor hetzelfde brutoloon een flexi-job uitoefenen is financieel voordeliger”, zegt Geert Vermeir. “Alleen zullen in de praktijk niet veel mensen voor hetzelfde loon als hun hoofdbaan een flexi-job kunnen uitoefenen, want je hebt in je normale baan anciënniteit opgebouwd en ervaring opgedaan.”
5. Kunt u ongelimiteerd bijverdienen met een flexi-job?
Vandaag staan er nog geen limieten op het bedrag dat je onbelast kunt bijverdienen. Vanaf volgend jaar komt er een limiet van 12.000 euro per jaar. Boven die limiet zullen niet-gepensioneerde flexi-jobbers gewoon belastingen moeten betalen op hun inkomsten. De overheid zou een platform willen bouwen, waarop mensen kunnen nakijken hoeveel flexi-loon ze al verdiend hebben.
6. Zijn er nadelen verbonden aan een flexi-job voor werknemers?
Werknemers bouwen maar beperkt sociale rechten op voor die flexi-uren. Vanaf volgend jaar zouden werknemers volgens de berichten in andere media geen bijkomende pensioenrechten meer opbouwen voor de uren dat ze een flexi-job uitoefenen. Enkel de rechten op bijvoorbeeld vakantiegeld en een werkloosheidsuitkering blijven dan nog over.
7. Waarom is het een slecht idee een stukje van uw hoofdbaan te vervangen door een flexi-job?
Behalve het loon moet u ook rekening houden met eventuele andere voordelen die u hebt als werknemer. Denk aan maaltijdcheques, een gsm, een internetabonnement of een bedrijfswagen. Geert Vermeir: “Stel dat je wat minder zou gaan werken in je hoofdjob, dan verlies je voor die dag een maaltijdcheque. Je verliest een stukje variabel loon of bonus, vakantiegeld, eventueel opbouw voor je aanvullend pensioen. Je werkgever zal mogelijk een hogere persoonlijke bijdrage vragen voor voordelen zoals een bedrijfswagen.”
Er is geen werkzekerheid met een flexi-job. “Een flexi-job is niet structureel, een hoofdbaan wel. Wanneer een werkgever onvoldoende werk heeft, zijn de mensen met een flexi-job de eerste werknemers die uren verliezen. Werknemers kijken het best verder dan de onmiddellijke voordelen”, waarschuwt Geert Vermeir. Hij legt ook uit dat werknemers perfect twee gewone deeltijdse jobs bij verschillende werkgevers of een voltijdse en een deeltijdse job mogen combineren. Voor mensen die bijvoorbeeld een deeltijds job in het onderwijs of in de kinderopvang willen uittesten, zou dat ook tijdelijk een oplossing kunnen zijn.
“Werknemers mogen in totaal meer werken dan een voltijdse job”, zegt Geert Vermeir. “Ze mogen bij twee of meer verschillende werkgevers een gewone arbeidsovereenkomst hebben. Werkgevers mogen geen exclusiviteit eisen van hun werknemers. Ze mogen natuurlijk wel verlangen van werknemers dat ze uitgerust op de werkvloer verschijnen en ze mogen ook een clausule in een arbeidsovereenkomst zetten om te vermijden dat hun werknemers bij de concurrentie gaan bijklussen.”
8. Mag u een flexi-job uitoefenen tijdens ouderschapsverlof of tijdskrediet?
Dat mag, maar enkel op voorwaarde dat u de flexi-job al uitoefende voor u het thematisch verlof opnam, en dat u de activiteit als flexi-jobber niet uitbreidt. “Er zijn geen specifieke regels hierover in het kader van flexi-jobs. De wetgeving verbiedt mensen die een uitkering krijgen voor ouderschapsverlof of tijdskrediet om een nieuwe activiteit op te starten”, weet Geert Vermeir.
9. Is het nog interessant voor werkgevers om flexi-jobbers aan te werven?
Ja, maar de sociale bijdrage op flexiwerk wordt vanaf 2024 wel verhoogd van 25 naar 28 procent. “Dat komt in de buurt van wat werkgevers aan patronale bijdragen betalen voor gewone werknemers”, zegt Geert Vermeir. Bovendien moeten de werkgevers de flexi-jobbers voortaan betalen volgens de normale minimumlonen en de geldende barema’s in de sector. Enkel de horeca krijgt een uitzondering. Voor die sector blijft het minimumloon van 11,81 euro per uur behouden.
Conclusie
De discussie tussen voor- en tegenstanders van flexi-jobs wordt volgens Geert Vermeir vaak gevoerd op basis van ideologie in plaats van op basis van de cijfers. “De sociale zekerheid verliest enkel directe inkomsten wanneer werknemers van een voltijds regime overstappen naar een combinatie van een gewone deeltijdse job en een flexi-job. Volgens wat wij in de praktijk zien, gebeurt dat niet of nauwelijks. Van massaal misbruik is er zeker geen sprake.”
by admin | dec 1, 2023 | Antipestteam
De afschaffing van het huwelijksquotiënt, een fiscale gunstmaatregel voor gehuwden en wettelijk samenwonenden, staat op de agenda van de fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) tegen 2024. Volgens Michel Maus, professor fiscaal recht (VUB), is dat een goed vertrekpunt, maar onvoldoende om de diepe fiscale kloof tussen alleenstaanden en koppels te verkleinen.
“Ik heb er niet voor gekozen. Als je niemand tegenkomt die bij je past, dan kom je niemand tegen”, zegt Martine* (53), die al 28 jaar alleenstaande is. Ze werkt in de informaticasector. Ook Jan* (44) woont al meer dan twintig jaar alleen. Hij is ambtenaar bij het ministerie van Financiën. “Ik haal ruimschoots het einde van de maand, maar er moet niet veel extra gebeuren”, zegt hij. “Bovendien zijn de kosten best pittig, zeker de afgelopen jaren met de stijgende prijzen.”
Gezin als hoeksteen
De fiscus maakt niet alleen bij het indienen van de belastingaangifte een onderscheid tussen alleenstaanden en gehuwden. Het huwelijksquotiënt verlicht bovendien de fiscale druk voor koppels waarvan één van de partners geen of een zeer klein inkomen heeft. De echtgenoot met een hoger inkomen kan een deel van zijn inkomen toekennen aan de partner met geen of een laag inkomen. De ene echtgenoot heeft dan een fictief lager inkomen en komt in een lagere belastingschuif terecht.
“Men heeft dat systeem jaren geleden weer ingevoerd en fiscaal gekozen voor het gezin als hoeksteen van de maatschappij”, aldus Michel Maus, VUB-professor fiscaal recht en advocaat.
Ellen Thorisaen
11-07-2023, 07:02Bijgewerkt op: 11-07-2023, 16:41
De afschaffing van het huwelijksquotiënt, een fiscale gunstmaatregel voor gehuwden en wettelijk samenwonenden, staat op de agenda van de fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) tegen 2024. Volgens Michel Maus, professor fiscaal recht (VUB), is dat een goed vertrekpunt, maar onvoldoende om de diepe fiscale kloof tussen alleenstaanden en koppels te verkleinen.
“Ik heb er niet voor gekozen. Als je niemand tegenkomt die bij je past, dan kom je niemand tegen”, zegt Martine* (53), die al 28 jaar alleenstaande is. Ze werkt in de informaticasector. Ook Jan* (44) woont al meer dan twintig jaar alleen. Hij is ambtenaar bij het ministerie van Financiën. “Ik haal ruimschoots het einde van de maand, maar er moet niet veel extra gebeuren”, zegt hij. “Bovendien zijn de kosten best pittig, zeker de afgelopen jaren met de stijgende prijzen.”
Gezin als hoeksteen
De fiscus maakt niet alleen bij het indienen van de belastingaangifte een onderscheid tussen alleenstaanden en gehuwden. Het huwelijksquotiënt verlicht bovendien de fiscale druk voor koppels waarvan één van de partners geen of een zeer klein inkomen heeft. De echtgenoot met een hoger inkomen kan een deel van zijn inkomen toekennen aan de partner met geen of een laag inkomen. De ene echtgenoot heeft dan een fictief lager inkomen en komt in een lagere belastingschuif terecht.
“Men heeft dat systeem jaren geleden weer ingevoerd en fiscaal gekozen voor het gezin als hoeksteen van de maatschappij”, aldus Michel Maus, VUB-professor fiscaal recht en advocaat.
IK WAS EEN BEETJE GESCHROKKEN VAN HET VOORSTEL VAN VAN PETEGHEM: CD&V, DÉ GEZINSPARTIJ, ZOU RAKEN AAN EEN FISCAAL VOORDEEL DAT GEKOPPELD IS AAN EEN FAMILIAAL GEBEUREN. ALS CD&V ER KLAAR VOOR IS, DAN IS HET MOMENT ER OM TE SCHAKELEN.
Michel Maus
Professor fiscaal recht VUB
Ook het statuut van de meewerkende echtgenoot is volgens Maus een illustratie van het voorrecht van gehuwden. Maus: “De bakkersvrouw die in de winkel staat en haar man, de bakker, helpt, krijgt 30 procent van de winst van de bakkerij. De winst wordt fictief overgeheveld naar de vrouw, wat de algemene belastingdruk verlaagt. Het is een gelijkaardig systeem als het huwelijksquotiënt, dat ook ter discussie gesteld kan worden.”
Nog nooit zoveel alleenwonenden
Er liggen plannen op tafel om het huwelijksquotiënt af te schaffen. Dat heeft minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) voor ogen in zijn fiscale hervorming, die vanaf 2024 zou moeten ingaan.
“Ik was een beetje geschrokken van het voorstel van Van Peteghem”, geeft professor Maus toe. “Cd&v, dé gezinspartij, zou raken aan een fiscaal voordeel dat gekoppeld is aan een familiaal gebeuren. Als cd&v al klaar is om er minstens over na te denken, dan is het moment om te schakelen aangebroken.”
Uit de statistieken blijkt ook dat de tijd rijp is om het fiscaal beleid meer af te stemmen op alleenwonenden. Er zijn nog nooit zoveel éénpersoonshuishoudens geweest als de laatste jaren. De groep alleenwonenden groeit aanzienlijk in vergelijking met het aantal koppels.
Ellen Thorisaen
11-07-2023, 07:02Bijgewerkt op: 11-07-2023, 16:41
De afschaffing van het huwelijksquotiënt, een fiscale gunstmaatregel voor gehuwden en wettelijk samenwonenden, staat op de agenda van de fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) tegen 2024. Volgens Michel Maus, professor fiscaal recht (VUB), is dat een goed vertrekpunt, maar onvoldoende om de diepe fiscale kloof tussen alleenstaanden en koppels te verkleinen.
“Ik heb er niet voor gekozen. Als je niemand tegenkomt die bij je past, dan kom je niemand tegen”, zegt Martine* (53), die al 28 jaar alleenstaande is. Ze werkt in de informaticasector. Ook Jan* (44) woont al meer dan twintig jaar alleen. Hij is ambtenaar bij het ministerie van Financiën. “Ik haal ruimschoots het einde van de maand, maar er moet niet veel extra gebeuren”, zegt hij. “Bovendien zijn de kosten best pittig, zeker de afgelopen jaren met de stijgende prijzen.”
Gezin als hoeksteen
De fiscus maakt niet alleen bij het indienen van de belastingaangifte een onderscheid tussen alleenstaanden en gehuwden. Het huwelijksquotiënt verlicht bovendien de fiscale druk voor koppels waarvan één van de partners geen of een zeer klein inkomen heeft. De echtgenoot met een hoger inkomen kan een deel van zijn inkomen toekennen aan de partner met geen of een laag inkomen. De ene echtgenoot heeft dan een fictief lager inkomen en komt in een lagere belastingschuif terecht.
“Men heeft dat systeem jaren geleden weer ingevoerd en fiscaal gekozen voor het gezin als hoeksteen van de maatschappij”, aldus Michel Maus, VUB-professor fiscaal recht en advocaat.
IK WAS EEN BEETJE GESCHROKKEN VAN HET VOORSTEL VAN VAN PETEGHEM: CD&V, DÉ GEZINSPARTIJ, ZOU RAKEN AAN EEN FISCAAL VOORDEEL DAT GEKOPPELD IS AAN EEN FAMILIAAL GEBEUREN. ALS CD&V ER KLAAR VOOR IS, DAN IS HET MOMENT ER OM TE SCHAKELEN.
Michel Maus
Professor fiscaal recht VUB
Ook het statuut van de meewerkende echtgenoot is volgens Maus een illustratie van het voorrecht van gehuwden. Maus: “De bakkersvrouw die in de winkel staat en haar man, de bakker, helpt, krijgt 30 procent van de winst van de bakkerij. De winst wordt fictief overgeheveld naar de vrouw, wat de algemene belastingdruk verlaagt. Het is een gelijkaardig systeem als het huwelijksquotiënt, dat ook ter discussie gesteld kan worden.”
Nog nooit zoveel alleenwonenden
Er liggen plannen op tafel om het huwelijksquotiënt af te schaffen. Dat heeft minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) voor ogen in zijn fiscale hervorming, die vanaf 2024 zou moeten ingaan.
“Ik was een beetje geschrokken van het voorstel van Van Peteghem”, geeft professor Maus toe. “Cd&v, dé gezinspartij, zou raken aan een fiscaal voordeel dat gekoppeld is aan een familiaal gebeuren. Als cd&v al klaar is om er minstens over na te denken, dan is het moment om te schakelen aangebroken.”
Uit de statistieken blijkt ook dat de tijd rijp is om het fiscaal beleid meer af te stemmen op alleenwonenden. Er zijn nog nooit zoveel éénpersoonshuishoudens geweest als de laatste jaren. De groep alleenwonenden groeit aanzienlijk in vergelijking met het aantal koppels.
https://flo.uri.sh/visualisation/14302309/embed?auto=1
A Flourish chart
Ondanks de spectaculaire stijging van het aantal singles blijft die groep het zwaarst belast in België. Dat blijkt uit het rapport van OESO van vorige maand.
“Al sinds 2000 maakt de OESO jaarlijks een rapport over de belastingdruk op arbeid”, aldus Maus. “Al sinds 2000 staat de Belgische alleenstaande zonder kinderen op de eerste plaats.”
In 2022 bedroeg de belastingdruk voor singles zonder kinderen 53 procent, te vergelijken met singles met twee kinderen (37,8%) en een koppel met kinderen (45,5%).
Hoe meer kinderen, hoe lager de belastingdruk
Afgezien van de systemen van het huwelijksquotiënt en de meewerkende echtgenoot, is er weinig fiscaal onderscheid tussen twee alleenstaanden of een koppel zonder kinderen. Dat merkte Mark Delanote onlangs op in een gesprek met Trends. Hij is lid van de Hoge Raad van Financiën en werkte mee aan het hervormingsplan van Van Peteghem.
Belastingplichtigen met kinderen ten laste genieten wel van aanzienlijke fiscale voordelen. Naarmate de persoon of het gezin meer kinderen heeft, wordt het belastingvrije inkomen sterk opgedreven. Kortom, hoe meer kinderen, hoe lager de belastingdruk.
“We moeten ons de vraag stellen of de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste niet ingeperkt moet worden door in een uniform tarief per kind te voorzien”, zegt Maus. “De bedragen worden nu hoger per kind, ik vind dat niet logisch.”
Martine ervaart dat onderscheid tussen alleenwonenden en gezinnen als oneerlijk. “Ik zie rond mij gezinnen die het veel beter hebben dan ik. Waarom word ik dan meer bealst?” vraagt ze zich af. “Er wordt zoveel gesproken over de rechten van de mens, maar dit onrecht voor alleenstaanden blijft bestaan.”
Symbolisch relevant
Alleenstaanden worden op nog manieren fiscaal anders behandeld. Al zijn die verschillen met koppels of gehuwden klein, toch roepen ze een gevoel van oneerlijkheid op. Zo betaalt de single registratierechten bij het kopen van een huis alleen, terwijl een koppel die kan delen. Ook de provinciebelasting kunnen koppels delen. Bepaalde provincies vragen al lagere tarieven aan alleenwonenden, maar dat is nog niet overal het geval. Voor de huisvuilbelasting maken sommige gemeentes ook al een verschil tussen het tarief van alleenwonenden en dat voor gezinnen.
“Dat zijn natuurlijk heel kleine belastingen, maar het is symbolisch relevant dat er rekening gehouden wordt met het feit dat gezinnen dat makkelijker kunnen betalen dan alleenwonenden”, aldus Maus.
“Ik betaal evenveel voor mijn huishouden als het gezin van vier naast mij”, zegt ook Jan. “Ik krijg geen korting of tegemoetkoming. Mochten die er komen, dan zou ik dat op prijs stellen.”
Voor het toekennen van tegemoetkomingen aan alleenwonenden ziet professor Maus dan weer minder budgettaire marge. Wel denkt hij dat de samenleving, en zeker de politiek, er baat bij heeft te luisteren naar de fiscale verzuchtingen van alleenwonenden.
“Er is niet echt een politieke partij die de kaart van de alleenwonenden trekt of openlijk voor hen pleit. Er mag meer politieke aandacht zijn.”
*Martine en Jan zijn schuilnamen
by admin | dec 1, 2023 | Verkiezingen 2024
Politieke partijen mogen dromen, schrijft redacteur Tex Van berlaer. ‘Maar wie ingrijpende bouwprojecten bepleit, zegt er voor de volledigheid het liefst ook bij wáár die moeten komen.’
‘Een lijk dat dood is, kun je niet reanimeren.’ Het is een van de twee oneliners die ex-Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert blijven achtervolgen – de andere gaat over het Ecolo-partijprogramma en een rituele verbranding.
Het lijk, dat waren de kerncentrales. En dat het niet meer te reanimeren viel, kwam onder meer door het Vivaldi-regeerakkoord, waarin de kernuitstap werd herbevestigd.
We weten wat er ondertussen is gebeurd. In 2022 viel Vladimir Poetin Oekraïne binnen, de gasprijzen explodeerden. Energieonafhankelijkheid stond plots bovenaan op het verlanglijstje van de Europese Unie. De timing van de kernuitstap kon niet op een slechter moment vallen.
Met de rug tegen de muur onderhandelde de Vivaldi-regering afgelopen zomer een levensduurverlenging van 10 jaar voor de jongste twee kernreactoren. Zelfs de groenen, die altijd een broertje dood hebben gehad aan kernenergie, konden ermee leven. Dat de kerncentrales van Doel en Tihange geen CO2 uitstoten, is meegenomen in de strijd tegen de klimaatverandering.
Sindsdien heeft de Open VLD de smaak duidelijk te pakken. De liberalen waren op hun donkerblauwe flank kwetsbaar voor de aanvallen van N-VA-voorzitter Bart De Wever, die van het behoud van kernenergie al jaren een speerpunt maakt. De nieuwe wind in energieland zette ook de blauwe windhaan in beweging.
Afgelopen week stelde premier Alexander De Croo (Open VLD) voor om de levensduur van de kerncentrales niet met 10, maar met 20 jaar te verlengen. De vraag was blijkbaar blijven liggen tijdens de onderhandelingen met Engie, want volgens de premier is het een opdracht voor de volgende regering.
En nu stelt de liberale partijvoorzitter Tom Ongena voor dat de volgende regering (ja, opnieuw niet de huidige) de bouw van nieuwe kerncentrales voorbereidt. Het gaat dan niet om de klassieke reactoren, verduidelijkt hij in De Tijd, maar om small modular reactors (SMR), die kleiner en wendbaarder zijn dan hun voorgangers.
Sinds vorig jaar doet het centrum SCK CEN in Mol onderzoek naar zulke SMR’s. De Vivaldi-regering trok er 100 miljoen euro voor uit. Sceptici kijken argwanend naar SMR’s, die wereldwijd nog in hun kinderschoenen staan. Veel landen zijn ermee in de weer, maar een definitief zicht op de kosten-baten blijft troebel. Hoe dan ook gaat het om toekomstmuziek, en dan is gedegen onderzoek welkom.
Maar ook die kleine reactoren zullen ergens gebouwd moeten worden. En daar mogen partijen als Open VLD best meer klare wijn over schenken. Uiteraard moeten politieke partijen dromen, maar een béétje realiteitszin mag wel. En dan is de vraag: waar zal die kerncentrale komen?
Broeklin
Een gemiddelde SMR zou een grondoppervlak van zo’n zeven hectare nodig hebben. Dat is fors minder dan de huidige centrales, maar nog steeds goed voor tien voetbalvelden. En zulke grote projecten zullen er niet makkelijker op worden. Het stikstofprobleem zorgde bijna voor een vergunningenstop (die nog niet volledig van de baan is), terwijl de langverwachte bouwshift nog moet beginnen. En vraag maar aan vastgoedontwikkelaar Uplace, in handen van Club Brugge-voorzitter Bart Verhaeghe, hoelang het duurt om megaprojecten à la Broeklin van de grond te krijgen in Vlaanderen. Om nog maar te zwijgen van een nieuwe voetbaltempel.
Bovendien zal een SMR hoogradioactief afval produceren, wat risico’s inhoudt voor milieu, mens en dier. Een ‘gewone’ hoogspanningslijn als Ventilus stootte, mede door nepnieuws, op heel wat verzet in West-Vlaanderen. Wat zou een kleine kerncentrale teweegbrengen?
Daarom deze oproep: wie ingrijpende bouwprojecten bepleit, zegt er voor de volledigheid het liefst meteen bij wáár die moeten komen. Dat mag bij benadering, een provincie noemen volstaat.
Alvast een voorzet voor Tom Ongena: in 2016 bood Jean-Marie Dedecker, vandaag burgemeester van Middelkerke, zijn achtertuin aan voor de bouw van een nieuwe kerncentrale. Misschien kan de Open VLD aankloppen bij de onafhankelijke lijsttrekker van de N-VA?
Bron: Knack
by admin | dec 1, 2023 | Varia
Het aantal alleenstaande mannelijke asielzoekers op de wachtlijst voor opvang blijft stijgen. Het gaat ondertussen om 2.700 personen, die vaak beroep op de al overvolle Brusselse daklozenopvang. Van de 4.000 vooropgestelde extra plaatsen voor asielopvang, kon de regering er voorlopig 1.275 openen.
De 50-jarige Mustafa vluchtte uit Syrië en kwam drie maanden geleden aan in ons land. Hij heeft voorlopig geen zicht op een plaats in de opvang en overnacht buiten aan de gebouwen van Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. “Het vroor afgelopen nacht -5, ik had 10 dekens nodig”, legt hij uit. “Ik wil niets speciaal, gewoon een dak boven mijn hoofd. Ik wil gewoon als een mens behandeld worden.”
Hij is een van de 2.700 alleenstaande mannen op de wachtlijst voor asielopvang. Dat zijn er 600 meer dan drie maanden geleden, blijkt uit cijfers van Fedasil. De Moor besliste toen om mannelijke alleenstaande asielzoekers geen toegang meer te geven tot de asielopvang. In de praktijk was dat al langer het geval. Ze wil de beschikbare plaatsen voor gezinnen voorbehouden om te vermijden dat die op straat belanden.
“Dat is voorlopig ook gelukt”, zegt De Moor. De maatregel blijft van kracht. Het aantal opvangplaatsen nam afgelopen maanden wel toe, maar niet genoeg om alleenstaande mannen opnieuw structureel op te vangen. Fedasil zegt wel dat ze ze “druppelsgewijs” toegelaten.
1.275 extra plaatsen
De regering zoekt extra plaatsen om iedereen opvang te kunnen bieden, zeker nu de temperaturen zakken. Volgens de Moor kwamen er sinds september al 1.275 opvangplaatsen voor asielzoekers bij in het kader van het winterplan. Onder andere in Bredene, Theux en Ronse.
Dat is nog een stuk verwijderd van de in totaal 4.000 plaatsen die de regering in september aankondigde. Naast het jaarlijkse winterplan – goed voor 2.000 plaatsen – richtte premier De Croo ook een taskforce op die voor 2.000 tijdelijke bijkomende plaatsen moet zorgen.
Volgende week komt de taskforce voor de derde keer samen. De eerste twee vergaderingen hebben voorlopig niet tot concrete extra plaatsen geleid. Het is niet eenvoudig om nieuwe locaties te vinden, klinkt het.
Er wordt gekeken naar ziekenhuizen, gebouwen van NMBS en kazernes van Defensie. Of die locaties volstaan en wanneer ze in gebruik genomen kunnen worden, onderzoeken de ministers nog. De zoektocht naar personeel en samenwerking met lokale besturen vormen net als bij andere opvanginitiatieven extra knelpunten.
De Moor: “Meer opvangplaatsen niet de enige oplossing”
De 1.275 plaatsen zijn voorlopig te beperkt om ook alleenstaande mannen opnieuw structureel opvang te kunnen bieden. In het najaar vragen traditioneel meer mensen bescherming aan in ons land, en die hebben allemaal recht op opvang. In oktober waren dat er 3.226, het hoogste cijfer tot nu toe dit jaar. De aantallen zijn wel lager dan in dezelfde periode vorig jaar.
“We kunnen dit niet oplossen met enkel maar meer opvangplaatsen. De instroom moet echt omlaag, en daarom hamer ik zo op de hervorming van het Europees migratiebeleid. Het nieuwe Europees Migratiepact moet er voor zorgen dat er minder asielzoekers in ons land toekomen. Enkel op die manier zullen we opnieuw iedereen kunnen opvangen”, zegt De Moor.
In totaal zijn er vandaag 35.388 opvangplaatsen beschikbaar volgens Fedasil. In het begin van de legislatuur waren dat er nog maar 27.000, benadrukt de staatssecretaris.
Snellere uitstroom
Of er plaatsen beschikbaar zijn in de opvang hangt niet alleen af van hoeveel mensen erbij komen. Hoe meer mensen de opvang verlaten, hoe sneller er plaatsen vrijkomen. En ook daar knelt het schoentje. De periode die de diensten nodig hebben om te oordelen of iemand recht heeft op asiel duurt steeds langer. Tijdens die wachtperiode heeft een asielzoekers recht op een plek in het opvangnetwerk.
De oorzaak is de grote achterstand bij de bevoegde overheidsdiensten. Het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) geeft aan dat het op dit moment aankijkt tegen een achterstand van 17.408 dossiers. Dat zijn er 5.000 meer dan een jaar geleden.
CVSG heeft extra personeel aangeworven en het aantal maandelijks afgewerkte dossiers stijgt, maar de vele aanvragen doen de achterstand nog steeds groeien.
Concurrentie met andere Brusselse daklozen
Om zoveel mogelijk te vermijden dat mensen op de wachtlijst ook effectief de nacht op straat moeten doorbrengen, zoekt de Moor ook buiten het opvangnetwerk van Fedasil naar oplossingen. De regering kondigde in september aan te investeren in 500 extra noodplaatsen in de Brusselse daklozenopvang. Vandaag is die beslissing formeel goedgekeurd op de ministerraad. Die opvang komt bovenop de 1.500 plaatsen in de Brusselse daklozenopvang die het federale niveau al financiert.
Hoeveel asielzoekers er precies op straat leven is onduidelijk. “Ze blijven volledig onder de radar. In het verleden waren ze zichtbaarder omdat het oogluikend werd toegelaten dat ze ergens tenten opzetten of samentroepen, dat is nu niet het geval”, legt Thomas Willekens van Vluchtelingenwerk Vlaanderen uit.
De 500 extra plaatsen zijn broodnodig, want ook de Brusselse daklozenopvang zit vol. Volgens burgerplatform BelRefugees, verantwoordelijk voor één van de noodopvangcentra voor Brusselse daklozen, staan er ondertussen rond de 1.000 mensen op hun wachtlijst. Die moeten tot meer dan een maand wachten op een plaats. Ongeveer 70 procent van hen zouden asielzoekers zijn. Ook hulpdienst Samusocial moet mensen wandelen sturen.
Het toenemende aantal alleenstaande mannen dat geen reguliere opvang krijgt, zet druk op de klassieke daklozenopvang. In Brussel zijn volgens de laatste tellingen 7.134 daklozen in Brussel, meer dan er opvangplaatsen zijn. Samusocial waarschuwde al voor de impact op de daklozenopvang in augustus, toen De Moor de maatregel invoerde.
“Deze situatie leidt tot een grote concurrentie tussen groepen voor de beschikbare plaatsen in het netwerk en dwingt de organisaties om dagelijks alleenstaande mannen, maar ook vrouwen en gezinnen, soms met jonge kinderen, te weigeren”, zegt Willekens. In de praktijk gaan de voor asielzoekers voorziene plaatsen, door de federale overheid gefinancierd, niet altijd naar die groep.
Vriestemperaturen
Zeker nu de temperaturen zakken, wordt de situatie precair. “De recente temperatuurdalingen baren zorgen over de huidige beschikbaarheid van onderdak voor dakloze mensen in Brussel”, zegt het Brussels Gewest vandaag in een persbericht.
Ze zetten nu een noodinterventieplan op met 155 extra plaatsen, waarvan er 120 zijn voorbehouden voor alleenstaande mannen. Bovendien blijven het Zuidstation en de metrostations in Brussel ook ‘s nachts toegankelijk voor daklozen als het 0 graden of kouder is.
Bron: vrt.nws