Hervormingen gebeuren in België altijd incrementeel met kleine stapjes, ziet Ive Marx. Maar onder de oppervlakte van inertie verandert vaak meer dan we zien, door allerlei technische ingrepen. “Ik geloof niets van de doemberichten die zeggen dat België in de afgrond zal vallen.”
Goede academici werken ten dienste van de samenleving. Ze geven les, doen aan onderzoek, gaan naar congressen en nemen deel aan het publieke debat. Ive Marx is zo’n academicus. Hij is hoogleraar sociaaleconomisch beleid en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen, waar hij in het radarwerk van onze welvaartsstaat duikt. Daarnaast mengt hij zich ook in het publieke debat, onder meer door zijn tweewekelijkse column in De Standaard. “Ik houd niet van de hypercampagne zo net voor de verkiezingen,” bekent hij. “Maar het schrijven van een column, blijf ik fijn vinden. Een academicus kan nooit neutraal zijn zoals een ambtenaar. Maar ik wil wel een onafhankelijke stem zijn, niet gebonden aan belangen. Ik doe mijn best om niet in één hoekje te worden geduwd en vind het fijn als mensen niet weten voor welke partij ik stem. (fijntjes) Ik weet het zelf ook nog niet.”
Op 6 juni verschijnt het boek Zero Poverty Society (Oxford University Press) van Ive Marx, dat hij samen met collega Sarah Marchal schreef. Een omvangrijk academisch werk over hoe we een samenleving met nul armoede kunnen bereiken. In een rijke samenleving moet het mogelijk zijn dat iedereen een minimale levensstandaard heeft en op een behoorlijke manier kan participeren aan de samenleving, betogen ze. “We beweren niet dat dit meteen te realiseren valt, of dat dit gemakkelijk of goedkoop is. Maar waar een politieke wil is, is een weg. Andere landen doen het alvast een pak beter dan ons. In het boek gebruiken we het beeld van de lasagne: armoedebestrijding vergt een gelaagde aanpak over verschillende beleidsdomeinen. Een wondermiddel of silver bullet dat alles oplost, bestaat simpelweg niet.”
Reageerde u in een recente column daarom zo fel op het voorstel van de welvaartsgarantie van Groen, dat zowel werkenden als niet-werkenden een voldoende hoog inkomen garandeert?
“Het is geen ernstig voorstel. Onze welvaartsstaat is gebouwd op de idee van verzekering, met een sterke band tussen bijdrage en uitkering. Iemand die na 20 jaar arbeid werkloos wordt, krijgt een hogere uitkering dan iemand die nooit gewerkt heeft. Als je die band doorknipt, rijd je dwars door de architectuur van onze welvaartsstaat heen. Dit voorstel zorgt ook voor ongewenste effecten op werkbereidheid en sociale mobiliteit. Groen beweert met slechts 1,5% van het bpp alle armoede weg te toveren. Het is luchtkastelen beloven. Was het maar zo simpel.”
Vooruit maakt een breekpunt van gratis schoolmaaltijden voor iedereen. Is dat een goed idee?
“In minder rijke landen met veel gedepriveerde kinderen valt daar misschien iets voor te zeggen. Maar in een rijke regio als Vlaanderen zitten relatief weinig kinderen met honger in de klas. Gratis schoolmaaltijden voor iedereen kost een smak geld; in het lager onderwijs alleen al 260 miljoen euro. Dan is de vraag of we dat geld niet beter meer gericht gebruiken. Bijvoorbeeld voor de sociale toeslagen in het Groeipakket.”
N-VA en Vlaams Belang willen dat Groeipakket aan steeds meer voorwaarden onderwerpen. N-VA wil de mogelijkheid invoeren dat het OCMW beslag legt op het Groeipakket ‘als dat niet goed besteed wordt’. Vlaams Belang gaat nog een stap verder: ze verlaagt voor sommige burgers het basisbedrag met een derde door dit deel te koppelen aan voorwaarden zoals taalvereiste, goed gedrag en zeden, tewerkstellingsvoorwaarden, met ook een kliklijn waarbij burgers andere burgers kunnen aangeven indien zij die voorwaarden schenden.
“(zucht) Met dat soort voorstellen duw je mensen die vaak al in een moeilijke situatie zitten alleen maar dieper in de miserie. N-VA en Vlaams Belang reduceren armoede tot onwil, terwijl mensen vaak slachtoffer zijn van omstandigheden en tegenslagen. Hen dan nog eens straffen, klinkt politiek misschien goed maar is gewoon slecht beleid.”
In het verkiezingsprogramma van N-VA lezen we dat ze de uitkeringen tien jaar wil ‘bevriezen’.
“Ook dat standpunt lijkt me ingegeven om electorale redenen. Veel uitkeringen liggen nog steeds onder de armoedegrens. Die kloof is wat gedicht door Vivaldi, maar nog niet helemaal. N-VA schermt met het argument dat mensen niet meer zouden willen werken als ze in de ‘hangmat van uitkeringen’ zitten. Maar kijk naar onze noorderburen of de Scandinavische landen. Daar hebben ze vaak genereuzere uitkeringen én een hogere werkzaamheidsgraad. De bekommernis moet zijn om werkenden beter te ondersteunen, niet om te korten op uitkeringen.”
Hoe kunnen we werkenden beter ondersteunen?
“We hebben al de Werkbonus op federaal niveau en de Jobbonus op Vlaams niveau. Maar veel meer dan financiële prikkels, zet de wirwar aan sociale voordelen, waarvoor diverse criteria en procedures gelden, een grote rem op de werkzaamheidsgraad. Sommige van die sociale voordelen en tarieven zijn gebonden aan een bepaald statuut, zoals leefloontrekker. Dat is niet altijd zo. Sommige sociale tarieven zijn ook toegankelijk voor mensen met een laag loon. Maar de vraag is of ze dat weten en of ze er in slagen die rechten ook daadwerkelijk te krijgen.”
Ondertussen is wel het beeld gecreëerd dat werken niet zou lonen in België.
“Dat klopt helemaal niet. Een alleenstaande met een leefloon die naar een job aan minimumloon overstapt, gaat er zeker 700 euro op vooruit. Er zijn bepaalde categorieën waarvoor dit inderdaad niet geldt, zoals alleenstaanden met kinderen, maar misschien moeten we voor hen meer de nadruk leggen op betere minimumbescherming en minder op sterke werkprikkels. Want een alleenstaande ouder met twee jonge kinderen mordicus in een job dwingen die niet past of ver weg is, is op lange termijn ook geen goed idee. Hen kan je beter ondersteunen met goede kinderopvang. (plots fel) Maar ook hier gaat het beleid de andere richting uit. De huidige voorrangsregels in de kinderopvang staan haaks op de doelstelling om meer mensen aan het werk te krijgen.”
Ik merk een zekere frustratie op bij u?
“Er bestaat een stapel wetenschappelijk onderzoek over eender welke denkbare maatregel. Toch regent het in campagnetijd voorstellen die tegen onderzoek ingaan. Financieel ingrijpen in het Groeipakket als het kind hardnekkig spijbelt, zoals bijvoorbeeld N-VA voorstelt, heeft een negatief effect. Wij, academici, worden in parlementaire commissies nochtans vaak opgevoerd. Politici kennen het wetenschappelijk bewijs dus wel. Maar blijkbaar is stemmen ronselen nog een andere stiel.”
Opmerkelijk is hoe partijen in hun programma’s vandaag de blik richten op de vermogens. Is dat zo’n silver bullet of gewoon goed bestuur?
“Voor de legitimiteit van de welvaartsstaat worden de lasten verdeeld naar draagkracht en leveren de sterkste schouders de grootste bijdrage. Lange tijd moesten we speculeren, maar vandaag zijn er harde gegevens die aantonen dat het geld bij de toplaag zit. De vraag naar een vorm van vermogensbelasting is dus perfect legitiem. Maar ook die belasting is geen wonderbaarlijke cashmachine. Het kan wel miljarden opbrengen, maar geen tientallen miljarden. Onze sociale zekerheid, die ondertussen 145 miljard kost, gaan we er dus niet mee financieren.”
Tegenstanders van een vermogensbelasting vinden dat we in België al zwaar genoeg belast worden.
“We zijn nochtans één van de weinige landen zonder meerwaardebelasting. De OESO, toch geen PVDA-denktank, heeft al vaak gezegd dat België een meerwaardebelasting moet invoeren. Dat is dus geen bizar of extreem idee. Onze huidige vermogensbelastingen zijn vooral transactiebelastingen, zoals een taks op vastgoed en successie- en erfenisrechten. Er is natuurlijk ook de effectentaks, die een beperkt deel van het vermogen belast. Die brengt wel wat op, maar toont meteen aan wat de limieten zijn. Een ander probleem vandaag is dat topinkomens in allerlei vennootschappen verstopt zitten en niet fair bijdragen. Het zou goed zijn om dat eens in kaart te brengen.”
Wat vond u van het ontwerp van fiscale hervorming van minister Van Peteghem (CD&V)?
“Naar Belgische normen was dat een goed plan, met een aantal goede principes zoals het afbouwen van de fiscale koterijen en het verbreden van de belastbare basis. Het was triestig om te zien hoe het ontwerp door Georges-Louis Bouchez (MR) werd getackeld, omwille van heel particuliere belangen.”
Wat precies de taken van de overheid moeten zijn, is nog zo’n moeilijk debat.
“Over een aantal kerntaken, zoals veiligheid of het functioneren van de rechtstaat, bestaat consensus. Maar al snel bots je op politieke tegenstellingen. De linkerzijde heeft weinig zin in het kerntakendebat omdat het dan moet praten over een kleinere overheid. En de rechterzijde heeft eigenlijk ook geen zin in dat debat, want dan komen een hele reeks voordelen voor de betere middenklasse op tafel die dreigen te worden afgeschaft.”
Zoals?
“Dienstencheques, om maar mijn favoriete stokpaardje te nemen (lacht). Die worden gefinancierd door de overheid en vloeien vooral naar de hoogste inkomensdecielen. Dat systeem vind je nergens ter wereld. Gestreken hemden en glimmende aanrechten zijn geen kerntaak van de overheid.”
Wat met de salariswagens?
“Mensen betaal je in geld en het is al zeker niet aan de overheid om vervuilend, inefficiënt vervoer fiscaal te ondersteunen. In België kennen we een uitzonderlijke graad van staatsbemoeienis in de loonzetting. De loonnormwet is nog zo’n rare anomalie. In geen enkel land zegt de politiek hoeveel de lonen mogen stijgen. Logisch dat werkgevers dan zoeken naar manieren, zoals de salariswagen, om dat te omzeilen en hun beste profielen te belonen. In die zin kan ik er nog enig begrip voor opbrengen.”
Moet de loonnormwet op de schop, zoals de vakbonden eisen?
“Absoluut! Het is een ongezonde vorm van overheidsbemoeienis. We weten dat loongroei productiviteitsgroei aanzwengelt, maar die wordt nu dus begrensd. Voor mij zijn de lonen, in een sociaal gecorrigeerde markteconomie zoals die van ons, het domein van de sociale partners. Geef hen die autonomie terug.”
Wat is uw oordeel over de regering-Vivaldi?
“Dubbel. Hebben we gekregen wat we verdienden? Neen. We hebben een enorm begrotingstekort, er was geen pensioen- en fiscale hervormingen, en de arbeidsdeal stelde nauwelijks iets voor. Anderzijds begrijp ik de verdedigers van Vivaldi. Er is nu eenmaal de politieke realiteit van zeven partijen in een bijna onmogelijk huwelijk. En ondanks de Covid- en energiecrisis was er behoorlijke economische groei.”
Vorig jaar schreef u een opmerkelijke column over de triomf van Vivaldi ‘waar niemand over praat’: de daling van de armoedecijfers.
“Ondertussen is dat al meer onder de aandacht gekomen, maar ik vond het toen opmerkelijk dat dit onder radar bleef: de sterkste daling van de armoedecijfers ooit geregistreerd in ons land. Vivaldi had de uitkeringen verhoogd en tijdens de Covid-crisis nog eens veel geld uitgegeven. Het beeld is nu wel weer gewijzigd: de economie trekt aan, waarbij vooral de werkenden erop vooruitgaan, in zoverre dat de loonnormwet het toelaat. De armoede zou misschien weer wat kunnen stijgen de komende jaren.”
Er is dus iets te doen aan armoede. Dit geeft moed?
“Waar een politieke wil is, is een weg. In andere landen was de daling van de armoedecijfers nog straffer. In de VS werd de kinderarmoede bijna gehalveerd met de Child Tax Credit uit 2021 van president Biden, waarbij families tot 250 dollar extra hulp kregen per maand. Een spectaculair resultaat. (fijntjes) En wat bleek? De ouders bleven gewoon allemaal aan het werk, hoor.”
Terug naar Vivaldi. Oud-ABVV-topman Jef Maes noemt die in zijn recente boek de ‘beste regering voor onze sociale zekerheid van de afgelopen vijftig jaar’. Akkoord?
“Dat is overdreven. Het optrekken van de uitkeringen en minimumpensioenen was een goede zaak. Maar, zoals gezegd, werd dit niet gekoppeld aan andere hervormingen. We kampen nog steeds met enorme systeemfouten, zoals promotievallen, complexe werkloosheidsverzekeringen en pensioenstelsels, enzovoort. Dit werd door Vivaldi niet aangepakt.”
Zal een volgende federale regering dit wel doen? Er is wellicht nog een extra partij nodig.
“Ik vrees ervoor. Dat is de tragiek. De extreme partijen worden straks wellicht nog groter en de middenpartijen moeten nog meer monstercoalities vormen om de zaak draaiende te houden. Dat betekent: meer veto’s en inertie.”
Is er een positieve noot waarmee we kunnen eindigen?
“Ook vroeger, toen regeringen uit minder partijen bestonden, waren er zelden grote hervormingen. Er wordt nu met nostalgie gekeken naar het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene (CVP), maar eigenlijk werkt België zo niet. Hervormingen gebeuren altijd incrementeel met kleine stapjes. Maar onder de oppervlakte van inertie verandert er vaak meer dan we zien, door allerlei technische ingrepen. We bewegen meer dan we denken. Ik geloof niets van de doemberichten die zeggen dat België in de afgrond zal vallen. Er komt geen Grieks scenario voor België.”
Wat kunnen België en Nederland van elkaar leren, was de vraag die BNR- radio uit Nederland me onlangs stelde. Lang hoefde ik daar niet over na te denken: ‘de wijze waarop de kinderopvang met name in het onderwijs is georganiseerd.’ Maar dat de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs hoger is dan het Nederlandse is een mythe, zo blijkt uit een onlangs verschenen OESO-rapport.
Heb je als werkende ouders jonge kinderen, dan ben je wat betreft de kinderopvang en de voor- en naschoolse opvang in Vlaanderen stukken beter af dan in Nederland. Hoe dit komt, heeft ook een historische en culturele verklaring. Belgen houden van huizen bouwen en zijn van nature behoorlijk honkvast. Men zegt niet voor niets dat iedere Vlaming met een baksteen in zijn maag is geboren. Ook houden Vlamingen niet zo van het hebben van schulden, want ook dat is een vorm van onzekerheid. Het is daarom alle hens aan dek om het huis zo snel als mogelijk hypotheekvrij te hebben. Het krijgen van kinderen mag daar geen belemmering in zijn. Dit is dan ook meteen de belangrijkste verklaring waarom de arbeidsparticipatie van de vrouw bij onze zuiderburen veel groter is dan in Nederland. Daar komt nog bij dat in tegenstelling tot Nederland woninghypotheken meestal een looptijd van 20 in plaats van 30 jaar hebben.
Nederlandse onderwijs: vaker een zesjes-cultuur
Zit bij de Vlaamse vrouw het zwangerschapsverlof erop dan gaat ze meestal meteen weer fulltime aan de slag. Ze kan kiezen uit onthaalmoeders of kindercrèches waar ze, geholpen door allerlei speciale overheidsregelingen en financiële tegemoetkomingen, voor een heel democratisch bedrag en uiterst flexibel haar baby’tje kan parkeren. Je moet dan denken aan bedragen van 5 tot 15 euro per dag. In Nederland liggen die bedragen stukken hoger. 40 tot 50 euro is daar zeker geen uitzondering. Mede hierdoor loont het voor veel Nederlandse vrouwen niet of onvoldoende om fulltime aan de slag te blijven. Al heeft dat laatste ook te maken met levensinstelling. Voor Nederlanders is de betekenis van werken in de regel wat ruimer dan enkel de materiële beloning, zo ervaar ik dikwijls tijdens workshops in bedrijven en organisaties met gemengde Vlaams/Nederlandse teams. Nederlanders hechten vaak meer waarde aan een goede werksfeer boven het genoten salaris. Ze vinden het op het werk vooral belangrijk om dingen samen te doen, om gezamenlijk dingen te realiseren. Bij Vlamingen komt het salaris veel vaker op de eerste plaats. Het zal niet stroken met het beeld dat Vlamingen vaak over de hardwerkende calvinistische Nederlanders hebben, maar een Nederlander werkt eerder om te leven en een Vlaming leeft eerder om te werken… Dit zie je ook al op de scholen. Een zesjes-cultuur is in Nederland heel acceptabel. Een Vlaams kind, en dan bedoel ik eigenlijk vooral ook zijn ouders, is vaak pas tevreden met een acht of hoger!
Vlamingen eten ’s-middags warm en Nederlanders ’s-avonds
Een ander groot verschil met Nederland is dat Vlaamse kinderen al met 2,5 jaar naar de kleuterschool kunnen gaan, terwijl dat in Nederland pas vanaf het 4e levensjaar geldt. Kleuterschool, basisschool als ook het aansluitende secundaire onderwijs is in Vlaanderen gratis. Ouders kunnen hun kinderen dankzij de voorschoolse en naschoolse opvang al om 7.00 uur ’s-morgens afleveren en ’s-avonds tot 19.00 uur ophalen. Ook kunnen de scholen, in tegenstelling tot Nederland, een middagmaaltijd regelen. Op veel scholen is het zelf mogelijk om ’s-middags warm te eten. In Vlaanderen wordt, in tegenstelling tot Nederland sowieso vaak s‘-middags warm gegeten. Tot grote verrassing van Nederlandse ouders, kunnen Vlaamse ouders ook vaak op hun werk warm eten. Bij veel Vlaamse bedrijven en overheidsinstellingen is er dikwijls een overvloedige keuze uit meerdere uitgebreide warme maaltijden, diverse voorgerechten en nagerechten en een uitgebreide reeks dranken. Zo hoeft de Vlaamse pa of ma, nadat ze hun kinderen van de crèche hebben gehaald, s’-avonds niet nog eens een uur in de keuken te gaan prutten om zijn kroost van een warme hap te voorzien.
Nederlandse onderwijs scoort hoog op OESO-onderwijsranking
In de Nederlands/Belgische grensstreek zijn al deze voordelen genoegzaam bekend. Mede om die reden sturen veel Nederlandse ouders hun kinderen naar Vlaanderen. En eenmaal in het Vlaamse onderwijssysteem blijven ze er vaak hangen. Vooral door dit betaalbare en uiterst flexibel opvangsysteem vormen de Vlaamse scholen een geduchte concurrent voor de Nederlandse scholen in de rurale Nederlandse grensgebieden. Hierdoor kampen de Nederlandse scholen aldaar vaak met leerlingentekorten, zoals in Zeeuws-Vlaanderen het geval is.
Ook na het secundaire onderwijs blijven veel Nederlanders aan Vlaamse hogescholen en universiteiten studeren. Gratis is dat niet, maar qua collegegeld in vergelijking met Nederland meer dan de helft goedkoper.
Ook het vinden van een kot (het op kamers gaan, zoals ze in Nederland zeggen) is minder problematisch en in vergelijking met Nederland heel wat minder duur. Maar het argument als zou het onderwijs in Vlaanderen beter zijn dan in Nederland klopt niet, zo blijkt uit een onderzoek van de OESO uit 2015. Bovenaan staan landen als Singapore, Zuid-Korea, Japan. Nederland eindigt op deze OESO- wereldranglijst op plaats 9 en België op plaats 16. Zeker ook geen slechte score als je kijkt naar landen als het VK (20) en de VS (26).
Kennis reproduceren of kennis toepassen?
Veel Vlamingen zullen grote twijfels hebben aan de uitkomsten van deze OESO-ranking waarbij vooral gekeken is naar vaardigheden als taal en rekenen. Wie naar kennis-quizzen kijkt zoals De Slimste mens, het vroegere Tien voor Taal of Het Groot Dictee, ziet dat de Vlamingen op kennis van spelling en de grammatica mijlenver beter scoren dan de Nederlanders. Dit heeft alles te maken met het feit dat het Belgische onderwijs vooral gestoeld is op het kunnen reproduceren van kennis. Tijdens examens word je geacht de stof uit de syllabus of het leerboek die je uit je kop geknald hebt zo goed als mogelijk te reciteren.
In het Nederlandse onderwijs ligt veel meer de nadruk op het toepassen van kennis. Met andere woorden: wat kan ik met deze kennis doen, hoe en waar leer ik antwoorden te vinden op vragen die ik in mijn onderzoeksproject tegenkom? Maar ook is er in het Nederlandse onderwijs veel oog voor samenwerking. Samen aan projecten werken, samen taken verdelen, samen discussiëren en debatteren (noem het polderen…) om samen tot de beste oplossingen te komen. Kortom: in België ligt meer de nadruk op het zogenaamde ‘blokken’ het instampen van kennis. In Nederland is het belangrijker om te weten waar je de antwoorden op je (onderzoeks)vragen kunt vinden en hoe je die moet toepassen. Dit laatste gaat dan altijd gepaard met het nodige overleg, discussie, of zoal u wilt, debat…
Waarom Nederlanders vaak taalvaardiger zijn dan Vlamingen?
Juist door deze grote culturele verschillen in onderwijsaanpak zijn naar mijn stellige overtuiging Nederlanders veel taalvaardiger in het debat. Wat dat betreft is taal net als muziek maken: je kunt wel leren noten lezen, maar belangrijker is dat je leert om ermee te spelen, te experimenteren. Maar je moet daarin niet overdrijven. En hierin schuilt dan meteen ook het tekort van het Nederlandse onderwijs. Daarin mag best wel wat meer aandacht zijn voor het hebben van een steviger theoretische basis. Of om de muziek-metafoor door te trekken: het kunnen leren lezen van de noten. Want als je geleerd hebt om noten te lezen, dan is de kans groter dat je muzikaal nog hogere toppen scheert. Te vaak hoor je dat Nederlandse universiteitsverlaters de dt-regels niet kennen. Dat is nu ook niet meteen een verrijking, als je tenminste geen Kristine Hemmerechts heet. Wat de Nederlandse en Vlaamse onderwijsaanpak betreft, zal ook hier wel de waarheid in het midden liggen.
Hiërarchische verhoudingen in het Vlaamse onderwijs zijn formeler
Een ander opvallend verschil tussen het Vlaamse en Nederlandse onderwijs is de rol van de leraar. Tussen de leerling/student en de leraar/professor is veel meer hiërarchie en machtsafstand. Toen ik in de jaren zestig van de vorige eeuw op de Nederlandse basisschool zat, hadden we op maandagochtend al een kringgesprek waarin we vertelden wat voor bijzonders we het voorbije weekend gedaan hadden. De leraar was een soort debatleider die faciliteerde. Hij stond niet zozeer boven je, maar eerder naast je. Toen ik ca. 9 jaar oud was, moesten we tijdens zo’n kringgesprek de inhoud van een boek navertellen en stukjes eruit voorlezen. Mijn oudste twee kinderen die zowel het Nederlandse als Vlaamse basisonderwijs hebben doorlopen hebben dit nooit hoeven doen. Daar was het vooral zitten en zwijgen en alleen je mond open doen als je iets gevraagd werd. De leraar stond boven je, precies zoals het ook vaak het geval is als met de hiërarchische verhoudingen als je later gaat werken. In Vlaanderen is de baas veel meer de baas. Hij zegt wat je moet doen.
Dit laatste is me ook in gezinsverband vaak opgevallen. Vlaamse kinderen worden van jongs af aan veel meer geacht te doen wat hun ouders hen opleggen. In Nederland heerst er ook binnen het gezin minder hiërarchie en meer een vorm van onderhandelingscultuur. Bijvoorbeeld: ‘als jij voor mij de vaatwasser leegruimt dan mag je straks nog even langer opblijven.’
In een wat meer hiërarchische cultuur is het ook niet zo gewoon om je gevoelens te uiten. Daar zijn Nederlanders dan weer vaak overdreven goed in. Soms krijg ik plaatsvervangende schaamte als ik naar de Nederlandse tv kijk waar mensen zonder enige gene hun hele ziel en zaligheid blootleggen. Zoiets zul je op de Vlaamse televisie niet gauw tegenkomen. Maar ook hier zal de waarheid wel in het midden liggen. Want als je teveel een binnenvetter wordt en angstvallig je gevoelens wegdrukt, dan kan je dat op latere leeftijd wel eens behoorlijk opbreken. Zo zie je dat tijdens de groei naar adolescentie en ook daarna in Vlaanderen relatief veel jongeren met zichzelf in de knoop raken. Er is volgens onderzoek een erg hoog gebruik van antidepressiva. Ook het aantal zelfdodingen is in vergelijking met andere Europese landen in België vrij hoog. Desalniettemin scoren de Vlamingen best wel redelijk op de zogenaamde Geluksindex. Als ze erin zouden slagen om van hun hart wat minder een moordkuil te maken, dan hoeven ze in de toekomst ook op dit terrein voor de Nederlanders qua geluk niet onder te doen.
Ook op school word je cultureel gevormd
Cultuur, het geheel aan waarden en normen, krijg je mee door je opvoeding thuis, door de media die je consumeert, het politieke en sociaal economische klimaat dat er in je land heerst, enz0voort. Maar ook op school word je voor een groot deel cultureel gevormd. Er zijn geen twee buurlanden in Europa die op cultureel vlak zo van elkaar verschillen als België en Nederland, zo blijkt uit sociologisch onderzoek. Dat dit ook voor de manier van aanpak van de Nederlandse en Vlaamse schoolsystemen geldt, lijdt geen twijfel. Op zich is dat niet erg. Wat wel belangrijk is, is dat Nederlanders en Belgen/Vlamingen dat begrijpen en daar rekening mee houden. Veel Nederlandse ouders die hun kinderen naar het Vlaamse onderwijs sturen omdat het zo handig is, er zoveel discipline heerst en denken dat het kwalitatief beter is, zouden zich dat ook beter moeten realiseren. De Belgische, of zoals u wilt, de Vlaamse cultuur, zeker als je er van kindsbeen af van 7 uur ’s -morgens tot 7 uur ‘s-avonds in ondergedompeld bent geweest, laat dan zeker zijn sporen na. Voor veel school/universiteitsverlaters met Nederlandse ‘roots’ die vervolgens in Nederland aan de slag gaan, is de directe Nederlandse aanpak dan soms wel even wennen. De wat afwachtende Vlaamse houding is niet iets wat in Nederland toegejuicht wordt. Men verwacht in Nederland dat je tijdens een werkbespreking niet rond de hete brij heen draait ( rond de pot draait). De kortste weg tussen twee punten is voor een Nederlander immers een rechte lijn. Maar in veel gevallen kunnen Nederlanders best wel wat leren van die zogenaamde Belgische attitudes. Zeker als er enige diplomatie vereist is. De Nederlandse directheid kan zeker in een internationale omgeving behoorlijk contra-productie worden ervaren. De Belgische attitudes blijken dan geschiktere ingrediënten te zijn om een brug te slaan. Het is het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, ofwel waarom destijds niet Balkenende maar Van Rompaey tot president van Europa werd verkozen. Daarom is het ongetwijfeld geen gek idee als het Vlaamse en Nederlandse onderwijssysteem eens heel goed bij elkaar op de koffie gaan om van elkaars sterke punten hun voordeel te doen!
Over de auteur
Evert van Wijk is Nederbelg en woonde de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is auteur van verschillende boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. Zijn laatste boek, Valse Vrienden, verscheen eind 2016. Het is uitgegeven bij Scriptum.nl en verkrijgbaar bij uw boekhandel, bol.com of managementboek.nl .Voor meer informatie: cultuurverschillenbelgienederland.nl Hij houdt ook een blog bij over dit onderwerp dat aan deze website verbonden is.
Elk jaar zijn er op 1 september een aantal wijzigingen in de onderwijsregelgeving. Klasse selecteerde 10 highlights. Welke invloed hebben ze op jou als leraar, je school of je leerlingen?
Wat verandert er voor jou als leraar?
Omstandigheidsverlof bij zwangerschapsverlies
Overkomt jou of je partner een zwangerschapsverlies? Vanaf 1 september 2024 hebben jij en je echtgenoot of samenwonende partner recht op 2 dagen omstandigheidsverlof als je een verklaring op eer aflegt.
Lesgeven met een buitenlands diploma
Behaalde je je diploma in het buitenland en wil je graag voor de klas staan? Je school kan je dan tijdelijk aanstellen en afwijken van de aanstellingsvoorwaarden wanneer je een geldige aanvraag voor de gelijkwaardigheid van je diploma indiende bij NARIC. Je ontvangt eerst een loon op basis van de laagste salarisschaal. Als NARIC je diploma erkent, worden je aanstelling en salaris aangepast. Erkent NARIC je diploma niet, eindigt je opdracht. Uitbetaalde salarissen moeten jij noch je school terugbetalen.
Wat verandert er voor je school?
Afzondering en fixatie in onderwijs krijgt wettelijk kader
De nieuwe regels rond afzondering en fixatie, 2 verregaande vrijheidsbeperkendemaatregelen, leggen duidelijk en strikt vast hoe je ze binnen onderwijs toepast. De regels vertrekken vanuit de bescherming van de rechten van het kind. In uitzonderlijke situaties, als de leerling of zijn omgeving in gevaar is, en onder beperkte voorwaarden, kan afzondering of fixatie noodzakelijk zijn.
Integreer klasinformatie in je LeerID Schoolloket
Werkt je school met het administratieve pakket Informat of Broekx? Dan is het mogelijk om klasinformatie te integreren in heteigen LeerID Schoolloket: per klas kan je leerlingen filteren, applicaties toekennen en nieuwe of aangepaste LeerID-accounts groeperen. Zo kan je apps vlotter verdelen per klas en naar leerlingen.
Projecten, leidraden en onderzoek Kenniscentrum Leerpunt van start
Leerpunt financiert en ondersteunt begeleidingsprojecten om de brede basiszorg en verhoogde zorg te versterken in 180 scholen én implementatieprojecten om meer evidence-informed te werken in 30 scholen. De leidraden over differentiatie en hoge verwachtingen komen er in het najaar. In 2025 volgen leidraden over feedback en wetenschap in het secundair onderwijs en de resultaten van onderzoek over kennishiaten brede basiszorg en verhoogde zorg en effectiviteit van begeleidingsprojecten.
Secundair onderwijs en centra werken samen voor onthaal nieuwkomers
Scholen voor voltijds secundair onderwijs kunnen voor de organisatie van het onthaaljaar anderstalige nieuwkomers die minstens 16 jaar zijn, samenwerken met centra voor volwassenenonderwijs en/of basiseducatie. De afspraken liggen vast in een overeenkomst. De inschrijving, het uitwerken van het individueel traject, de programmatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg liggen in handen van de secundaire school. Na onderhandeling met het lokale comité, kan de coördinerende school uren-leraar overdragen aan de centra.
Wat verandert er voor je leerlingen?
Nederlands-Vlaamse gebarentaal in de basisschool
Vanaf schooljaar 2025-2026 kunnen leerlingen les krijgen in en over Vlaamse gebarentaal en dovencultuur in de basisschool als je school daarvoor in 2024-2025 een taalafdeling opricht.
Onderwijs voor jongeren in voorzieningen
Jongeren die wonen in een voorziening veilig verblijf of Vlaams detentiecentrum, hebben automatisch recht op tijdelijk onderwijs aan huis. De voorziening sluit een overeenkomst met een school voor minstens 1 schooljaar. Jongeren krijgen 4 uur per week les en voldoen zo aan de leerplicht.
Bijzonder traject tegen ongekwalificeerde uitstroom bij jongeren
In uitzonderlijke gevallen kan een secundaire school een individueel traject organiseren op basis van de onderwijsbehoeften van de leerling vastgelegd door de klassenraad. Zo krijgen jongeren extra kansen om gekwalificeerd uit te stromen. Na het akkoord van het CLB en de instemming van de ouders van de leerling werkt de school een traject uit met een andere secundaire school of centrum voor volwassenonderwijs, een of meer verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen of een andere organisatie of bedrijf.
Aanpassing van toelatings- en overgangsvoorwaarden secundair onderwijs
Instromen in het eerste jaar van de tweede graad arbeidsmarktfinaliteit kan enkel na een gunstige beslissing van de klassenraad op basis van de leeftijd (15 jaar zijn op 31 december) van de leerling.
In de loop van het schooljaar van studierichting veranderen in het eerste jaar van de derde graad kan onder bepaalde voorwaarden:
van 1 september tot en met 15 oktober: veranderen kan zonder bijkomende voorwaarden;
van 16 oktober tot en met 15 januari: veranderen zonder bijkomende voorwaarden kan binnen hetzelfde studiedomein of binnen domeinoverschrijdende structuuronderdelen.
In alle andere gevallen is verandering alleen toegestaan op basis van een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden én op basis van een gunstige beslissing van de klassenraad gebaseerd op het advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
De enige grondstoffen waar Vlaanderen over beschikt, zijn onze hersenen. Vlaanderen verdient dus kwaliteitsvol, leidinggevend, adequaat en sociaal onderwijs.
Helaas daalt de kwaliteit van het onderwijs vandaag met rasse schreden.
Bij de start van een nieuw schooljaar zullen duizenden leerlingen hun eerste lessen al meteen in de studie moeten doorbrengen. Met ongeveer 3.400 niet-ingevulde augustusvacatures bereikt het lerarentekort opnieuw een record. “Er is meer dan ooit nood aan een grondige hervorming om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken en om jonge leraren in de sector te houden”, zegt Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers. “Maar de nota’s van de komende Vlaamse regering stellen geen omvattend lerarenpact in het vooruitzicht, enkel opnieuw gemorrel in de marge.”
Met meer dan 3400 openstaande vacatures in het onderwijs eind augustus, net voor de start van het schooljaar, bereikte het lerarentekort in Vlaanderen opnieuw een ongekend hoogtepunt. Het lerarentekort blijft dus alsmaar verder groeien; dat ziet men ook duidelijk in de jaarstatistieken van de VDAB. Afgelopen schooljaar 2023-2024 waren er in het basisonderwijs 8.828 gepubliceerde vacatures, dat zijn er 4,3 procent meer dan een schooljaar eerder wat toen ook al een recordjaar was. In het secundair onderwijs waren dat er 15.658, een stijging met 1,8 procent. Daartegenover staat dat het aantal werkzoekende leraren op een historisch dieptepunt stagneert.
“Dit vormt meer en meer een ernstige bedreiging voor de continuïteit en kwaliteit van ons onderwijs”, reageert Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers. “Dit tekort dwingt scholen om noodoplossingen te zoeken, wat de druk op zowel bestaande leerkrachten als de leerlingen doet toenemen. Er is dus meer dan ooit nood aan een grondige hervorming om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken en om beginnende leraren in de sector te houden.”
Beckers koestert echter weinig verwachtingen op dit thema. Uit de lekken van de onderhandelingsnota’s blijkt enkel meer gemorrel in de marge, geen nodige grondige hervorming. Behalve dat een mutatie van vastbenoemde leraren van een school naar een andere een recht zou worden (en dus geen gunst meer) en wat extralegale voordelen als maaltijdcheques voor leraren, hebben de onderhandelende partijen voorlopig niks substantieels. Enkel borrelnootjes dus”, aldus Beckers. “Niemand wordt leraar omdat hij ook maaltijdcheques kan krijgen. Adolescenten willen leraar worden om in een stabiele opdracht hun professionaliteit te gebruiken om leerlingen waardevolle inzichten en vaardigheden bij te brengen, met voldoende autonomie, en dus zonder te veel planlast en zonder te veel voor therapeut of politieman te moeten spelen.” “De Vlaamse regering moet werk maken van een aanpassing van het lerarenstatuut met enerzijds een evolutie van een lesuuropdracht naar een schoolopdracht en anderzijds een hervorming van het huidige te rigide benoemingsstelsel. Voorzie ook voldoende ondersteuning aan scholen opdat ze een hedendaagser HR-beleid kunnen voeren. Maar we moeten ook zorgen voor een planlastreductie en scholen en leraren meer handvaten bieden voor een betere ordehandhaving. Enkel zo maken we van het onderwijs een aantrekkelijke sector in tijden van algemene krapte op de arbeidsmarkt.” Bron: VB
Steeds meer leerlingen overtreden de regels op school. En er worden ook steeds meer jongeren tijdelijk of definitief aan de deur gezet. Duidelijke signalen dat het nooit zo uitdagend was als vandaag om de rust te bewaren in de klas.
“Zien we vandaag meer problemen met moeilijk gedrag in de klas? Ja, daar moeten we niet onnozel over doen.” Het blijft gevoelig liggen in het onderwijs om te benoemen dat het tumult in de klas toeneemt, maar Stefan Grielens, directeur van de vrije centra voor leerlingenbegeleiding (CLB), neemt geen blad voor de mond.
De cijfers bewijzen het: moeilijk gedrag in de klas piekt.
Eigenlijk kan hij niet anders, want alle signalen wijzen in die richting. Cijfers die de CLB’s zelf verzamelen, tonen dat er in schooljaar 2022-2023 liefst 10.009 leerlingen de schoolregels in die mate overtraden dat het CLB een speciaal dossier opende. De cijfers voor afgelopen schooljaar zijn nog niet definitief, maar die lijken minstens hetzelfde niveau te bereiken. Ook het aantal leerlingen dat extra zorg krijgt voor een ‘gedragsprobleem’ piekt als nooit tevoren.
Nog zo’n parameter is het aantal schorsingen en definitieve uitsluitingen. Opnieuw in schooljaar 2022-2023 zijn 23.458 kinderen tijdelijk of definitief geschorst van school. Een pak meer dan de bijna 18.000 van het jaar voordien, wat vooral te wijten is aan de forse stijging van het aantal tijdelijke schorsingen.
“Het probleem is dat we kinderen thuis vaak geen duidelijke grenzen opleggen. Zo krijg je natuurlijk kinderen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen”
Het internationale TALIS-onderzoek uit 2018, dat de werkomstandigheden van leraren in kaart brengt, was in die zin de kanarie in de koolmijn. Daaruit bleek dat leerkrachten almaar meer tijd verliezen om de orde te handhaven in de klas. In 2018 was 40 procent van de leraren het eens met de stelling dat er veel tijd verloren ging aan leerlingen die de klas onderbreken, 14 procent meer dan tien jaar eerder. Leraren moeten ook vaker wachten tot het stil is in de klas en vinden dat er meer storend lawaai is. Binnenkort komen er nieuwe TALIS-resultaten, maar weinigen geloven in een kentering. Vlaanderen was een van de regio’s waar het zogenaamde “disciplinaire klimaat” het sterkst achteruitging. (Lees verder onder de foto) “Leerkrachten ervaren jaar na jaar dat het moeilijker wordt om jongeren te laten doen wat zij willen”, zegt Grielens. “Moeilijk gedrag is vandaag frustratie nummer één onder leerkrachten.” Het thema leeft in veel Europese landen. In Frankrijk bijvoorbeeld pleitte premier Gabriel Attal eerder dit jaar voor meer respect en discipline in de klas, onder meer door leerlingen te laten rechtstaan wanneer een leerkracht de klas binnenkomt.
Ondertussen krabt het onderwijsveld zich in de haren over mogelijke oorzaken. Op vraag van het katholiek onderwijs zal een speciale, interdisciplinaire werkgroep van het KU Leuven Instituut voor Kind en Jeugd zich daarom de komende tijd buigen over de toename van het aantal uitsluitingen en de gedragsproblemen die daaraan ten gronde liggen. Iedereen is het er wel over eens dat de coronapandemie niet geholpen heeft. “Daardoor zijn kinderen de schoolse routines en regelmaat voor een stuk kwijtgeraakt”, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere (Universiteit Utrecht).
Volgens Grielens kunnen we de evolutie niet los zien van de algemene, mentale gezondheidscrisis bij jongeren. Onderzoek na onderzoek toont dat jongeren meer dan ooit worstelen met zichzelf. “Kinderen die zich niet goed voelen, kunnen dat internaliseren en vertonen bijvoorbeeld depressieve klachten of doen aan automutilatie”, zegt Grielens. “Of ze veruitwendigen die gevoelens door lastig gedrag te vertonen in de klas. Héél vaak zijn het kinderen die zich niet goed voelen die probleemgedrag vertonen.”
Andere experts wijzen naar de invloed van sociale media die de aandachtsspanne van jongeren beknot, naar de prestatiedruk die we hen opleggen en de afwezigheid van een positief toekomstbeeld. Ze willen zelfs onderzoeken of vervuiling een rol speelt in het verhaal. “Zo gek is dat niet, want jeugdcriminaliteit is in het verleden ook in verband gebracht met lood in het bloed, al geloof ik nu zelf niet dat het in dit geval een goede verklaring is”, zegt criminoloog Stefaan Pleysier, die in de KU Leuven-werkgroep zit.
Maar experts kijken toch vooral naar de manier waarop onze samenleving veranderd is en hoe we met jongeren omgaan. “We mogen ons niet laten wijsmaken dat er iets mis is met de kinderen van vandaag”, zegt Grielens. “Het probleem is dat we kinderen thuis vaak geen duidelijke grenzen opleggen. Zo krijg je natuurlijk kinderen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen.”
Philippe Noens, pedagoog aan de Odisee hogeschool, spreekt in dat opzicht van de teloorgang van ‘gedeeld’ pedagogisch gezag. “Vroeger misdroegen kinderen en jongeren zich ook”, zegt hij. “Maar leerkrachten vonden wél nog de energie om zich met die kinderen bezig te houden omdat ze zich gesteund voelden door ouders. Als je vroeger een leerling op school strafte, dan zwaaide er thuis ook wat. Nu contacteren ouders de school om zo’n sanctionering te betwisten. We moeten niet terug naar vroeger en opnieuw autoritair omgaan met jongeren, maar wel moeten we op zoek naar nieuwe vormen van gezag in de opvoeding.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.