Audi Brussels zal geen enkel nieuw model worden toegewezen door Audi en de groep Volkswagen. Dat heeft de directie bevestigd op een nieuwe ondernemingsraad, meldt het gemeenschappelijk vakbondsfront. “Dit betekent een sluiting van de fabriek”, aldus de bonden.
Bij Audi in Brussel werd begin juli al een herstructurering aangekondigd, omdat de productie van de Q8 e-tron vervroegd zou worden stopgezet. De Duitse automaker kampt namelijk met een overcapaciteit, en de fabriek in Brussel – het voormalige Volkswagen Vorst – betaalt het gelag voor de hogere productiekosten in vergelijking met andere Audi-sites. Experts wezen eerder onder meer naar de loonkosten in ons land, maar ook naar de moeilijke ligging van de fabriek, geprangd tussen een woonwijk en het spoor. De intentie tot herstructurering houdt in dat mogelijk al in oktober 1.500 banen verdwijnen, en volgend jaar mogelijk nog eens meer dan 1.100. Eind 2025 zouden dan mogelijk de laatste jobs verdwijnen.
Audi was wel nog op zoek naar andere pistes, maar dinsdag kregen de vakbonden te horen dat er de komende jaren geen autoprojecten noch productievolumes gepland zijn voor de Brusselse autofabriek. Met die beslissing is de sluiting van de fabriek volgens de vakbonden onvermijdelijk. De bonden dringen nu aan op verduidelijking over eventuele alternatieve pistes, tijdens de volgende ondernemingsraad op 17 september. De vakbonden vragen ook gedetailleerde informatie over de alternatieve pistes, en een overzicht van potentiële overnemers.
Heel lang is koninklijk bemiddelaar Maxime Prévot (Les Engagés) niet aan zet geweest. Amper anderhalve week nadat de formatiepoging van Bart De Wever (N-VA) was gekelderd en Prévot de rust moest terugbrengen, gaf hij maandagochtend al zijn opdracht terug aan de koning. Prévot deed er de voorbije dagen alles aan om De Wever zo snel mogelijk opnieuw aan het roer te krijgen als formateur en slaagde daar ook in.
“Op basis van de bevindingen van de bemiddelaar heeft de koning de heer Bart De Wever tot formateur aangesteld met het oog op een spoedige voortzetting van de onderhandelingen tussen de vijf mogelijke partners voor een toekomstige coalitie”, klinkt het in de officiële mededeling van het paleis. De Wever aanvaardde de opdracht na een telefonisch gesprek met de koning en zal verslag uitbrengen op maandag 23 september. Maar het formateurschap komt deze keer voor De Wever ook met een handleiding.
Zondagavond riep Prévot de zogenaamde Arizona-coalitie (N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V) nog een laatste keer samen voor hij naar de koning moest. Na afloop liet CD&V-voorzitter Sammy Mahdi op Instagram alvast weten dat de “sfeer aan tafel respectvol en goed was”. Behalve de N-VA waren alle partijen het er over eens dat De Wever weer aan zet moest komen, maar wel moest loskomen van zijn sociaal-economische supernota die zoveel ophef veroorzaakte.
Bij zijn afscheid als formateur benadrukte De Wever nog dat die nota absoluut de basis moest worden van “een echte herstel- en hervormingsregering”. Maar de N-VA-voorzitter leek zondagavond bij het binnenrijden van de onderhandelingen al te beseffen dat hij zijn eigen methode even zou moeten loslaten. Hij liet symbolisch en nogal opzichtelijk het ‘Lacrimosa’ van Mozart door zijn autoboxen schallen. Wat volgt, is een moeilijke evenwichtsoefening waarbij De Wever heel sterk rekening zal moeten houden met alle gevoeligheden bij de Arizona-partijen.
Een formatie is altijd balanceren op een slappe koord, maar de voorbije dagen bleek al hoe sterk de focus van de onderhandelende partijen nu op de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober ligt. Onder meer MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez stak zondag op het MR-congres zijn grootse lokale ambities niet weg. Het laatste wat de Franstalige liberalen willen, is dat het in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen alsmaar over lastige federale besparingsoperaties zou gaan.
Dat betekent dat de sociaal-economische supernota van De Wever even in de koelkast moet. “We moeten niet alleen naar belastingen kijken, maar ook naar andere hervormingen. Door op één dossier te focussen, gaan we er niet geraken”, gaf Bouchez zondag al aan. Na heel wat linkse kritiek van het ABVV, de PS en de PVDA op de gelekte sociaal-economische voorstellen gaf ook Vooruit al aan dat ze die niet langer als basis kunnen zien. En ook de centrumpartij CD&V en Les Engagés willen nu eerst op andere, minder gevoelige thema’s focussen.
De opdracht voor De Wever is dus om de gesprekken over belastingen, pensioenen en gevoelige arbeidsmarktmaatregelen even uit de weg te gaan. Intussen kan er wel verder onderhandeld worden over thema’s waarbij het misschien iets gemakkelijker is om stappen vooruit te zetten zoals veiligheid, migratie of energie.
Op twee fronten
De Wever krijgt zo eigenlijk de opdracht om de Arizona-coalitie levend houden, maar tegelijk te temporiseren tot na de lokale verkiezingen. Want onvermijdelijk komen de lastige budgettaire gesprekken dan sneller dan verwacht weer terug en komt er dan een nieuwe versie van zijn sociaal-economische supernota. Dat laatste gaf ook Prévot expliciet aan na zijn bezoek aan de koning. Hij benadrukte zelf dat de gelekte nota’s van De Wever “onafgewerkte werkdocumenten” waren en dat het nu aan de formateur is “om de methode en het tijdschema voor de hervatting van de onderhandelingen te bepalen, met als doel een nieuw algemeen evenwicht voor te stellen door middel van een nieuwe supernota, nieuwe begrotingstabellen en diverse nota’s.”
Voor De Wever zelf komt daar nog de moeilijkheid bij dat hij op twee fronten zal moeten strijden. Als formateur moet hij de discretie bewaren om de Arizona-coalitie niet verder uit elkaar te laten drijven. Maar als kandidaat-burgemeester in Antwerpen moet hij tegelijkertijd lokaal juist vol de strijd aangaan met zijn toekomstige federale en Vlaamse coalitiepartners CD&V en vooral Vooruit. Als formateur dreigt hij nu campagne te moeten voeren met de handen op de rug gebonden.
In een poging om Bart De Wever opnieuw in het zadel te krijgen als formateur riep koninklijk bemiddelaar Maxime Prévot de vijf Arizona-partijen zondagavond opnieuw samen. Een nieuwe werkmethode, zonder supernota, moet een nieuw elan brengen. De supernota in deze vorm zal dus niet doorgaan. Maandag moest koninklijk bemiddelaar Maxime Prévot verslag uitbrengen bij de koning, dus riep hij de zogenoemde Arizona-coalitie (N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V) opnieuw samen in een poging om de neuzen weer in dezelfde richting te krijgen én om diezelfde De Wever weer in de formateursstoel te helpen. Eén element speelt daarbij een belangrijke rol: kan en wil de N-VA loskomen van de sociaal-economische supernota? Bij zijn afscheid als formateur benadrukte De Wever nog dat die nota de basis moest worden van “een echte herstel- en hervormingsregering”. Maar anderhalve week later lijkt iedereen even afstand te willen nemen van de nota. Er zal dus een betere nota uit de onderhandelingen moeten komen. Misschien wordt het een meganota, al is het maar om de megawinsten van de grote bedrijven hoger te belasten. Neutr-On blijft ijveren voor een vermogensbelasting voor de superrijken.
De supernota ontleed
De ‘supernota’ van Bart De Wever ontleed
DeWereldMorgen stelt de ‘supernota’ van Bart De Wever volledig ter beschikking van het publiek en geeft een analyse van wat ons de komende periode mogelijk te wachten staat.
Theatervoorstelling verlengd wegens geen succes. Zo kan je de federale regeringsonderhandelingen van de afgelopen weken misschien nog het beste samenvatten.
Met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen wil elke partij zich vooral profileren. Terwijl ze in campagnemodus zijn, is het voor hen niet het moment om met een compromis naar buiten te komen.
Waar het theater van de afgelopen weken over ging was daarom vooral de vraag: wie krijgt de schuld? De gevonden oplossing is geniaal in zijn eenvoud: in Vlaanderen steekt men de schuld op George-Louis Bouchez en de MR, in Wallonië op Vooruit of de N-VA.
Wie naar de politiek kijkt als een botsing tussen ego’s zou prima een soap kunnen puren uit de regeringsonderhandelingen. De opdracht van de journalistiek zou er echter niet uit mogen bestaan om wat meeslepend verteld kan worden belangrijk te maken, maar net om wat belangrijk is meeslepend te vertellen.
Dat er een stuk theater bij komt kijken en dat sommige media daar graag veel en lang op focussen, wil niet zeggen dat er geen serieuze onderhandelingen zijn geweest over belangrijke kwesties. Met de gelekte ‘supernota’ van De Wever krijgen we een inkijk in waar die onderhandelingen naar toe aan het gaan waren.
Bij DeWereldMorgen geloven we in het vermogen van onze lezers om zelf te oordelen. Daarom stellen we, in tegenstelling tot andere media, de gelekte nota volledig ter beschikking van het publiek in bijlage. We vinden het belangrijk, omdat wat daar in staat een beeld geeft van wat ons de komende beleidsperiode te wachten kan staan, en dat is niet min.
Dat werkgeversorganisaties enthousiast reageren en aanmanen om de onderhandelingen door te zetten, terwijl de vakbonden spreken van een asociale nota, mag niet verbazen. Terwijl men door onder andere besparingen en verhoging van de btw maar liefst 16 miljard euro wil gaan halen bij de werkende klasse, worden de lonen geblokkeerd en krijgen bedrijven voor vijf miljard aan belastingcadeaus.
Het is daarbij ook veelzeggend dat het repressie-apparaat de enige overheidsdienst is, waarin bijkomende investeringen mogelijk zijn.
33 miljard euro gezocht
Terwijl onze nationale politici bezig zijn zichzelf als held en hun tegenstanders als slechteriken voor te stellen, zijn de belangrijkste beslissingen al lang boven hun hoofd genomen. Als gevolg van de begrotingsnormen waarover de ministers van Financiën van de verschillende lidstaten het vorig jaar eens raakten, staat reeds vast dat ons land de komende regeerperiode maar liefst 27 miljard euro moet besparen.
Zonder dat daar veel maatschappelijk debat over is geweest, heeft men een heruitgave van het besparingsbeleid van na de bankencrisis van 2008 beslist. Opnieuw wil men de kosten die gemaakt zijn om – tijdens de coronacrisis – het bedrijfsleven te redden, afwentelen op de bevolking, door middel van besparingen op publieke diensten en sociale uitgaven.
Terwijl verschillende economen waarschuwen voor de desastreuze gevolgen van zo’n besparingsbeleid, wil men in de zogenaamde supernota van De Wever nóg verder gaan. Ook tegenover de drie miljard euro die men bijkomend wil investeren in het leger, de veiligheidsdiensten en het terugsturen van migranten staan besparingen.
Bovendien wil men een belastingverlaging doorvoeren van maar liefst negen miljard euro. Een slordige drie miljard daarvan zijn voordelen voor ondernemers en investeerders. Zes miljard zijn verlagingen van de belastingen op arbeid, waarvan een kleine twee miljard een verlaging van de patronale bijdragen is.
Daar tegenover staan zes miljard euro aan nieuwe belastinginkomsten. Zo’n anderhalf miljard zou inderdaad bij de vermogens gezocht worden. Daar zou George-Louis Bouchez van de MR zich tegen hebben verzet en dat is breed uitgesmeerd in de media.
Minder aan bod gekomen is dat er ook zo’n twee miljard verhoging van btw en accijnzen was voorzien. Zo zou onder andere de btw op boeken worden verhoogd. Een cynicus zou kunnen denken dat dit wordt beslist om te voorkomen dat mensen inzicht krijgen in de manier waarop ze bestolen worden.
Trekken we de zes miljard euro nieuwe belastinginkomsten af van de negen miljard aan belastingverlagingen, dan blijven we over met een gat van drie miljard euro. Samen met de 27 miljard euro door de Europese Unie opgelegde besparingen en de drie miljard euro bijkomende uitgaven voor leger, veiligheidsdiensten en het terugsturen van migranten, komen we aan een tekort van maar liefst 33 miljard.
Dat is gigantisch. Ter vergelijking: het jaarlijkse budget voor werkloosheidsuitkeringen bedraagt slechts zes miljard euro.
Europese begrotingsnormen: -27 miljard euro
Bijkomende uitgaven: – 3 miljard euro
Leger: 1,5 miljard euro
Veiligheidsdiensten: -0,5 miljard euro
Terugkeer migranten: -0,5 miljard euro
Andere: -0,5 miljard euro
Fiscale hervorming: -3 miljard euro
Belastingverlaging: -9 miljard euro
Verlaging belastingen op arbeid: -6 miljard euro
Ondernemen aanmoedigen: -2 miljard euro
Investeren aanmoedigen: -0,6 miljard euro
Andere: -0,4 miljard euro
Nieuwe belastingen: +6 miljard euro
Vermogen: +1,5 miljard euro
Consumptie: +2 miljard euro
Andere:+2,5 miljard euro
Totaal: -33 miljard euro
Om dat gat te dichten, wil de nieuwe regering maar liefst 14 miljard euro besparen in de sociale zekerheid.
Men denkt anderhalf miljard euro te kunnen halen door de bestrijding van fraude. Hoewel de kosten van de fiscale fraude vele malen groter zijn dan die van de zogenaamde sociale fraude, rekent men op 750 miljoen euro voor elk van beide. Uit het verleden weten we bovendien dat dit vaak miljarden zijn, waarvan in de praktijk niets in huis komt.
Zo wil men voor maar liefst twee miljard euro snoeien in de pensioenen. Een kleine drie miljard euro wil men gaan halen door het beperken van de werkloosheid in de tijd en het sanctioneren van langdurig zieken.
Twee miljard euro wordt gevonden door uitkeringen niet langer te laten stijgen met de toegenomen welvaart. Nog eens twee miljard euro wil men besparen door de werkloosheid te beperken in de tijd.
Opvallend is dat men vooral die groepen met het grootste armoederisico viseert
Door het recht op een leefloon voor erkende vluchtelingen af te nemen en het aantal opvangplaatsen te halveren dacht De Wever nog eens anderhalf miljard euro te vinden. Dat het afnemen van het leefloon voor erkende vluchtelingen een schending is van het non-discriminatiebeginsel, daar lijkt geen enkele onderhandelende partij over te zijn gevallen.
Een kleine twee miljard euro moet worden bespaard op de lonen en werkingsmiddelen voor ambtenaren. De gezondheidszorg komt weg met een besparing van zo’n 300 miljoen euro. Hetzelfde bedrag wil men besparen door het ‘activeren’ van langdurig zieken.
Zo’n 500 miljoen euro wil men weghalen bij de vakbonden en de ziekenfondsen. Publieke diensten zoals de NMBS en bpost worden verder afgebroken. De budgetten voor wetenschap en ontwikkelingssamenwerking worden gehalveerd, daar rekent men op de regionale regeringen om dat op te vangen.
Kortom: men zet de hakbijl in de sociale zekerheid en bouwt de publieke diensten verder af. Opvallend is dat men vooral die groepen met het grootste armoederisico viseert: de asielzoekers, de werklozen, de langdurig zieken.
De hele nota ademt een visie op de samenleving die mensen zelf verantwoordelijk houdt voor de situatie waarin ze zich bevinden, en meent hun lot te moeten verbeteren door hen daar ‘streng maar rechtvaardig’ voor te straffen.
Om dat alles verteerbaar te maken, komt er ook een symbolische besparing van zo’n 150 miljoen euro op het politieke bestel zelf.
Besparingen: 14 miljard euro
Pensioenen: 2 miljard euro
Verlaging uitkeringen: 2 miljard euro
Werkzoekenden: 2 miljard euro
Overheid (ambtenaren): 2 miljard euro
Migratie: 1,5 miljard euro
Fiscale fraude: 0,75 miljard euro
Sociale fraude: 0,75 miljard euro
Ontwikkelingssamenwerking: 0,6 miljard euro
Vakbonden en ziekenfondsen: 0;5 miljard euro
Publieke diensten (NMBS, Bpost, enz.): 0,5 miljard euro
Gezondheidszorg: 0,3 miljard euro
Wetenschap: 0,3 miljard euro
Wetenschapsbeleid: 0,2 miljard euro
Politiek zelf: 0,2 miljard euro
Overige: 0,5 miljard euro
Terugverdieneffecten: langer en harder werken voor minder geld
De goede lezer telt 14 miljard euro aan besparingen; zodat er nog steeds een gat van 19 miljard euro overblijft. Daarvoor rekent De Wever op zogenaamde ‘terugverdieneffecten’.
Om dat te realiseren wil De Wever niet enkel de werkzoekenden en langdurig zieken opjagen. Hij wil ook de mogelijkheden om vroeger op pensioen te gaan afbouwen, de lonen blokkeren, het systeem van flexijobs uitbreiden, loonpremies voor nachtarbeid pas laten gelden vanaf 24u (nu is dat vanaf 22 uur), en ga zo maar door.
De redenering gaat ongeveer als volgt: als de regering erin slaagt om ons allemaal langer, harder en flexibeler te doen werken voor minder loon, dan zullen niet enkel meer mensen bijdragen maar zal ook de economie groeien, waardoor de overheid vanzelf meer inkomsten genereert.
Dalende publieke investeringen in combinatie met een tanende koopkracht zou echter ook wel eens voor een negatieve economische spiraal kunnen zorgen. De kans dat de terugverdieneffecten een heel stuk minder gunstig zouden uitvallen dan verwacht, is met andere woorden zeer groot.
De afspraak die hierover gemaakt werd, was dat als een bepaalde hervorming of besparing niet het beoogde resultaat zou opbrengen, in dat bevoegdheidsdomein nieuwe maatregelen worden gezocht. Lees: nieuwe besparingen. Zo zit de spiraal van sociale afbraak als het ware ingebouwd in de nota.
Solidaire tegenstroom
Stel je even voor dat je mag onderhandelen over een regeerakkoord. Wellicht heb je wel een idee over wat je zou willen veranderen in onze samenleving.
Je zou een visie kunnen ontwikkelen over hoe we armoede bestrijden, hoe we ecologischer kunnen gaan leven, racisme en seksisme kunnen bestrijden, werken aan een weg naar vrede en/of ieders mentaal welzijn kunnen verbeteren. Natuurlijk heb je niet alle antwoorden, maar je zou kunnen nadenken over manieren om zo veel mogelijk mensen bij dat project te betrekken.
Wil de solidaire tegenstroom gehoord worden, dan moet ze mobiliseren
Van dat alles is echter nauwelijks sprake in de supernota van De Wever. Wat goed is voor bedrijven is goed voor ons allemaal, dat is het beperkende kader van waaruit die nota geschreven is. Als we zorgen dat zij zo veel mogelijk winst kunnen maken, dan worden we daar uiteindelijk allemaal beter van. En veel verder moet over maatschappelijke problemen niet worden nagedacht, dat doen de bedrijven wel voor ons.
Gelukkig zijn er ook organisaties die op een andere manier naar de samenleving kijken. Vakbonden, milieubewegingen, armoedeorganisaties, de vredesbeweging, feministische en anti-racistische bewegingen, organisaties die opkomen voor mensenrechten, en ga zo maar door. Ook daar heeft men niet noodzakelijk alle antwoorden, maar in die bewegingen zitten wel de kiemen voor een totaal ander project voor onze samenleving. Net daar wil De Wever van af. Met het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan de vakbonden en het weghalen van de werkloosheidsdiensten van de vakbonden naar de overheid, voorziet de supernota ook in methoden om een mogelijke tegenmacht te verzwakken.
De lokale verkiezingen van 2024 worden de eerste verkiezingen in Vlaanderen zonder opkomstplicht.
Maar de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 brengen nog andere bijzonder- en nieuwigheden met zich mee. Politicoloog Herwig Reynaert blikt vooruit en licht de belangrijkste veranderingen toe.
Professor Herwig Reynaert is decaan van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UGent. Hij is ook voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek (CLP), dat onderzoek doet naar verschillende aspecten van lokale politiek.
1. De opkomstplicht verandert in stemrecht
Wat wil dat zeggen?
Tot nu toe was je verplicht om naar de stembus te gaan, met andere woorden: opkomstplicht. Maar je was niet verplicht om te stemmen, want je kon ook blanco stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 wordt dat het stemrecht: je bent nog steeds niet verplicht om te stemmen, maar je bent nu ook niet meer verplicht om effectief naar de stembus te gaan.
Is stemrecht een goed idee?
“Ons land is een van de enige landen waar nog een opkomstplicht gold. Ik ben op zich niet tégen het idee om opkomstplicht te veranderen in stemrecht, op voorwaarde dat een representatieve vertegenwoordiging van de bevolking wel gaat stemmen”, legt professor Reynaert uit. “Uit onderzoek blijkt dat bepaalde bevolkingsgroepen niet meer zullen stemmen. Denk aan laaggeschoolden of mensen uit minderheidsgroepen.”
Welke gevolgen heeft de verandering van opkomstplicht naar stemrecht?
“Politici zullen op een andere manier campagne moeten voeren. Nu moeten ze de kiezer twee keer overtuigen: een keer om naar de stembus te trekken en een keer om op hen te stemmen”, licht de professor toe. “Politici zullen dus overtuigender dan ooit moeten zijn. Vooral dat eerste, om mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.”
2. De populairste politicus krijgt initiatiefrecht
Wie wordt burgemeester?
Vanaf deze gemeenteraadsverkiezingen krijgt de politicus met de meeste stemmen van de grootste lijst het initiatiefrecht om een meerderheid te vormen. Die persoon heeft daar twee weken de tijd voor. Lukt het niet om een coalitie samen te stellen? Dan gaat het initiatiefrecht naar de stemmenkampioen van de tweede grootste lijst. “Die regel is in het leven geroepen om voorakkoorden tegen te gaan”, legt professor Reynaert uit.
Zijn voorakkoorden dan een probleem?
Professor Reynaert: “Ik vind van niet. Het is goed dat partijen met elkaar praten. Het zou pas erg zijn, mochten ze niét met elkaar praten. Bovendien is een voorakkoord enkel een afspraak die je maakt met een geprefereerde partner. In principe zouden politici dat zelfs mogen communiceren. Die transparantie hoeft geen probleem te zijn.”
Hoelang duurt het om een coalitie samen te stellen?
“Op lokaal niveau gaan de onderhandelingen over het algemeen wel snel, zeker als je dat vergelijkt met de hogere niveaus. Je merkt dat ideologie toch minder een rol speelt op het niveau van de gemeenteraad. Bovendien begint de legislatuur van het college van burgemeester en schepenen dit jaar al in december en niet meer in januari zoals voordien. Dat zal de onderhandelingen nog versnellen.”
Politici zullen overtuigender dan ooit moeten zijn. Mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.
3. Lokale politiek lijkt populairder dan ooit
Heel wat nationale kopstukken hebben al aangegeven voluit voor de gemeenteraadsverkiezingen te kiezen en dus niet meer op Vlaams of federaal niveau op te komen. Denk bijvoorbeeld aan Bart Somers (Open Vld) in Mechelen, Björn Rzoska (Groen) in Lokeren, Bart Tommelein (Open Vld) in Oostende. Daardoor lijkt de lokale politiek populairder dan ooit.
Is dat zo?
Professor Reynaert: “Lokale politiek is zeker populair voor politici, maar we moeten dat niet overdrijven. Het is van alle tijden dat politici in hun eigen stad of gemeente iets willen betekenen. Gewezen minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V), oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) en voormalig minister Louis Tobback (Vooruit) zijn ook burgemeester geworden in hun gemeente.”
Vanwaar komt die aantrekking?
“De aantrekkingskracht zit in het feit dat het lokale niveau dicht bij de burgers staat. Wat je als politicus realiseert in je gemeente, is heel concreet en zichtbaar. Op Vlaams of federaal niveau is dat vaak minder zichtbaar en duurt het langer. Je nakomer zal de lintjes mogen knippen. Maar er is vaak ook een strategische reden. Partijen willen lokaal verankerd zijn. Dan is het slim om je populairste politici en dus stemmenkanonnen ook lokaal in te zetten. Ook politici zelf denken na over hun positie. Scoort hun partij niet goed op Vlaams of federaal niveau? Dan is de kans misschien kleiner dat ze een zitje in een parlement bemachtigen en kunnen ze beter de lokale kaart trekken.”
4. Nieuwe herverdeling van lijststemmen
Wat verandert er?
“Je zal wel nog een lijststem kunnen uitbrengen, maar hoe die stemmen nadien verdeeld worden, verandert”, vertelt de professor. “Vroeger was het zo dat de lijststemmen werden verdeeld over de kandidaten die het hoogst op de lijst stonden tot de ‘pot’ van de lijststemmen op was.”
“Maar dat heeft gevolgen: stel dat iemand tweede op de lijst stond, maar het minste aantal voorkeursstemmen behaalde, dan maakte die persoon zo toch kans om verkozen te worden. Nu zal een lijststem een stem voor de partij zijn. Enkel voorkeursstemmen kunnen kandidaten een plek in de gemeenteraad bezorgen.”
Maakt de volgorde van de lijst dan niet meer uit?
“Jawel, de bovenste en onderste plek op een lijst zijn nog steeds de meest interessante plaatsen omdat het oog van de kiezer daar meteen op valt. Het is een illusie om te denken dat lijstvorming door het nieuwe systeem niet meer belangrijk zal zijn.”
5. Het cordon sanitaire kan sneuvelen
“Of het gebroken zal worden, valt nog af te wachten. Het cordon sanitaire is altijd al een punt van discussie geweest naar aanleiding van gemeenteraadsverkiezingen. Die lokale context is anders dan Vlaams of federaal. Lokale partijen en lijsten dragen vaak niet dezelfde naam als hun moederpartij of hebben zich er zelfs volledig van losgescheurd. Daar alleen al wankelt het cordon.”
“Los daarvan doet Vlaams Belang het natuurlijk goed in de peilingen. Het kan ook zijn dat Vlaams Belang in een gemeente een absolute meerderheid heeft. Dan doorbreekt de kiezer het cordon sanitaire en zullen ze besturen.” Bron: UGent
Vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling van een oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd boek van Ingrid Robeyns: Limitarisme, Pleidooi tegen extreme rijkdom. De welbekende Thomas Piketty liet op de achterflap weten dat er sprake is van ‘Een krachtig betoog dat laat zien waarom een limiet moet worden gesteld een de hoeveelheid rijkdom die een individu kan vergaren.’
Robeyns is zich vanaf 2012 met het vraagstuk van extreme rijkdom gaan bezighouden en benadert het vanuit een politiek, fiscaal en ethisch perspectief.
Rijkdom is net als armoede een veelkoppig monster. Alleen wie rijk is, is vrij van stress rondom bestaanszekerheid – voor zover het het financiële aspect betreft. Maar ook voor hen geldt het rijmpje van Toon Hermans: wat heb je aan je miljoenen Piet als je moet plassen en je kunt het niet.
Bij armoede ligt dat natuurlijk volkomen anders. Wie in armoede leeft, leeft gewoonweg korter als een soort van collateral damage. Rijk en arm, het heeft in haar boek alles te maken met geld. Geld, waarover Marx schreef: Omdat geld niet onthult waaruit het is voortgekomen, is geldcirculatie de grote sociale retort waarin alles wordt gestort en alles dat eruit komt is geld.’ Kapitalisme veranderde life-values in money-values.
In de inleiding tot de Engelse versie gaf Robeyns wel een mooie aftrap tot waar zij het in haar boek over wilde hebben. Want wat is rijkdom? Niet altijd zijn cijfers interessant en wordt er veel mee gemanipuleerd, maar in dit geval gaat het om iets steekhoudends: want wat is hoeveel en hoeveel is genoeg en verantwoord?
In feite geeft ze in die inleiding de sleutel tot haar verdere betoog waarin het ook zal gaan over wat zo snel jaloeziebelasting wordt genoemd. Een belasting ter afroming van vermogen.
Maar terug naar de cijfers. ‘Laten we 23 miljard pond (het vermogen van een van Engelands rijkste personen) proberen te vertalen naar wat we wel kunnen begrijpen.
Stel dat je vijftig uur per week werkt van je twintigste tot je vijfenzestigste – week in week uit; jaar in jaar uit. Wat zou je dan je uurloon moeten zijn om aan het eind van je loopbaan in total 23 miljard pond te hebben verdiend? Het antwoord is 196.581 pond voor elk gewerkt uur, vijfenveertig jaar lang. Met zo’n uurloon kun je elke dag een driekamerappartement in het centrum van Londen kopen.’
Nog een ander getal:’…in 2022 stonden er 2668 miljardairs op de Forbes-lijst met een gezamenlijk vermogen van 12.700.000.000.000 dollar…Dat betekent dat ze een gemiddeld vermogen hebben van 4,75 miljard dollar. Als we dezelfde vraag stellen – met welk levenslang uurloon komt dat overeen? – komen we op 40.598 miljard dollar per uur, een bedrag dat voor veel Amerikaanse gezinnen hun jaarinkomen is.’ Verderop zal zij als bovengrens een bedrag van 10 miljoen bepleiten en in landen waarin een goed sociaal stelsel functioneert een bedrag van 1 miljoen. Zij doet dit niet om zich op een absolute bovengrens te fixeren maar doet het vanuit wat zij noemt: een regulatief idealisme. Een limitarisme zoals zij dat streven tot het vaststellen van een bovengrens noemt. Zeker bepleit zij geen communistisch gelijkheidsideaal. Daar houdt zij zich verre van.
Immorele zelfverrijking
Ingrid Robeyns schreef een boek over immoraliteit, een onethisch gedrag dat leidt tot een kloof in vermogensopbouw. Daarnaast leidt de zichzelf verrijkende manier van het Westen tot het niet tot volledige ontplooiing van menselijke vermogens kunnen komen bij armlastigen. Dat laatste thema blijft mijns inziens onderbelicht ofschoon zij wel roept om verdelende rechtvaardigheid. Het boek leidt aan een overdaad aan wat willekeurig gekozen voorbeelden en geeft niet concreet en helder aan welke stappen bij ingrijpen nodig zijn. Het is maar aan welke kant van de kloof je staat en of je het probleem dat Robeyns opwerpt als een probleem ziet.
Robeyns verzet zich tegen het beticht worden van jaloezie of afgunst, maar zoekt naar een oplossing om de groeiende kloof tussen arm en rijk te slechten omdat te grote ongelijkheid en te grote tekorten tot een woede leiden die wereldwijd in geweld kan ontsporen.
Zij registreert dat het dichten van de kloof tussen rijkdom en armoede, de weg naar het afromen van het ‘schandalige’ teveel, te maken heeft met een drievoudige aanpak: een politiek, een financieel en een ethisch appèl. Vandaar haar kanttekeningen die zij plaatst bij democratie, bij een financieel stelsel dat de groei van vermogen faciliteert en bij rechtvaardiging.
Dat laatste brengt haar op het vlak van de filosofie: de ethiek. Het betreft vragen zoals: hoe zien wij onszelf als mens, in welke wereld willen we samenleven en wat zijn de verantwoordelijkheden naar kwetsbaren toe. Zij concludeert dat er veranderingen op structureel niveau nodig zijn om rijkdom in te perken en over te hevelen.
Ethische verantwoordelijkheid
Het duurt betrekkelijk lang tot zij aan een eerste verkenning van wat zij filosofisch noemt, over wat verantwoord geldbezit is, toekomt. Dat gebeurt zo halverwege het boek. Daarvoor doorloopt zij – zoals in haar hele boek – op een nogal uitvoerige wijze voorbeelden die liggen op het vlak van rijk in relatie tot macht, tot politieke invloed, tot het kunnen inzetten van lobbyisten en tot corruptie: de oneigenlijke verwerving van grote vermogens. Zij noemt dat besmet geld.
Ze wijdt uit over democratische besluitvorming waarmee zij, net als in andere hoofdstukken nogal wat afdwaalt in willekeurig gekozen voorbeelden die haar pleidooi voor overheveling of afromen van rijkdom ondersteunen.
Maar ze laat bijvoorbeeld zaken als crimineel verworven geld uit narcoticahandel als ook het geld dat omgaat in seksuele dienstverlening en de porno-industrie buiten beeld als ook de duistere wereld van bitcoins. Dat krijg je nu eenmaal als je afglijdt in uitweidingen over waar inkomens onevenredig groeien.
Maar goed, de ethiek breekt aan met vragen zoals: ‘Kunnen we leven binnen de grenzen van ecologische duurzaamheid zolang ondernemingen naar recordwinsten streven?’ En: ‘Hoe beïnvloeden de superrijken de klimaat- en ecologische crises? Waarna zij weer voorbeelden aanhaalt van catastrofale natuurrampen ten gevolge van menselijk handelen.
Het leidt haar tot de open deur dat wie rijk is of wat rijke landen doen, de veroorzaker is van meer uitstoot van broeikasgassen en milieuverontreiniging tot op het niveau dat er geen sprake meer is van regeneratie.
In het kader van moraliteit valt het begrip verdelende rechtvaardigheid. Dat opent in haar optiek twee wegen: de afroming via belastingen – een politiek ingrijpen – en de vrijgevende liefdadigheid – de weg van willekeur want wie krijgt wat van de overvloed en waarom? Zij bespreekt slechts zeer terzijde het maximaliseren van inkomen zoals dat in Nederland speelde met de Balkenende-norm.
In alle gevallen houdt de vereffening en herverdeling waar zij over schrijft zowel een gedragsverandering als een ander consumptiepatroon in. Maar hoe komt dat tot stand? Een van haar conclusie luidt naast verandering van gedrag: het opleggen van rantsoenering door de overheid. Maar dat is al zo wat.
Daarnaast oppert zij een vorm van liefdadige, milieuvriendelijke vrijgevigheid van vermogenden, zoals zij schrijft: ‘Superrijken hebben keuze.’ Ze kunnen hun vermogen aanwenden tot vermogensgroei of tot groene groei in het belang van iedereen. ‘Als de meest welgestelde individuen niet als eerste iets doen, schenden ze daarmee het draagkrachtprincipe, een van de ethische kernprincipes in hoe we over belastingen denken…’ Twee gedachten
Het boek van Ingrid Robeyns hinkt mijns inziens lastig genoeg op twee benen. Het zal zeker te maken hebben met haar dubbelrol als econoom en filosoof. Al lezende vraag je je af tot wie zij zich richt. Het boek bevat vele getallen die veel macrocijfers betreffen – waarbij zij terecht vraagtekens plaatst en die zij terecht inkadert in wat voor zeggingskracht die hebben – maar veel daarvan is al terug te vinden in het werk van Piketty.
Mijns inziens is deze exercitie of bewijsvoering voor de gedachteontwikkeling over het thema vanuit een filosofisch-ethische invalshoek niet nodig. Het punt is overweldigend duidelijk: er zijn mensen gewoon te rijk. Dat vind je ook allemaal terug in boeken zoals dat van Peter Philips Giants, the global power elite (Seven Stories Press, New York, 2018). Ook hij laat zien hoe het samengaan van geld en macht een geopolitieke factor vormen.
Gaat het over de armoede die zij plaatst tegenover rijkdom, dan zien we veel daarover in publicaties zoals in die van Guy Standing, mede grondlegger van het Basic Income Earth Network. Hij schrijft uitvoerig over het precariaat: de mensen die in armoede leven of in de armoedeval terecht komen wat niet zozeer met klasse heeft te maken maar met de relatie tussen arbeid en kapitaal. Zijn naam vind ik in het boek van Robeyns niet terug.
Ook vind ik niets terug van denkers uit achtergestelde culturen die kapitalistische overheersing aan de kaak stellen zoals Boaventura de Sousa Santos, of bijvoorbeeld Raúl Prebisch met de Dependency-theory of het denken van Xi Jinping. In dat opzicht is het jammer dat een literatuuropgave of een trefwoordenregister ontbreekt omdat je daarin de auteurs die zij benoemt in zouden zijn terug te vinden.
In haar boek valt zo het politieke met het financiële samen als het gaat over wat daaraan te doen. Het lijkt er op dat zij het ethische inperkt tot de oproep tot verdelende rechtvaardigheid. Zij verwijst hierbij naar het werk van John Rawls maar laat bijvoorbeeld het denken over Justice door Michael J. Sandel onbesproken.
Andere vraag die ik me al lezende stel is, of zij het probleem van een grensbepaling voor armoede en rijkdom niet beter van onderuit had kunnen benaderen. Vanuit de vraag wat is nodig voor bestaanszekerheid om vandaar uit het scandaleuze teveel aan de kaak te stellen, zoals zij dat deed met cijfers in haar inleiding.
Ze had de aanpak van rijkdom bijvoorbeeld eens langs de lat van Cuba kunnen leggen waar op grond van een sociaal stelsel dat fungeert binnen de mogelijkheid die de economie daar biedt, sprake is van een politiek aangestuurde vereffening. Zij had dan meteen kunnen meenemen waarom in algemene zin de economie daar niet groeit en wat dat betekent. Ook dat heeft met geopolitieke machtsaanspraak te maken. Cuba is geen Sovjet-Unie maar wel een socialistisch land dat hoog scoort op humanitair gebied maar slecht op economisch terrein. In ieder geval is het een land waar niet de kloof tussen rijk en arm gaapt.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.