by admin | okt 1, 2025 | Antipestteam
De Vlaamse regering kondigde forse besparingen aan. An Haekens (ouderenpsychiater) en Bert Lambeir (algemeen directeur) van Alexianen Zorggroep Tienen vinden het onbegrijpelijk dat geknipt wordt in de ouderenzorg: “Bedrijfswinsten beschermen is blijkbaar belangrijker dan investeren in waardige ouderenzorg.”
Misplaatste prioriteiten
Dat de Vlaamse regering moet besparen in tijden van budgettaire krapte is begrijpelijk, allicht zelfs noodzakelijk.
Wat echter onbegrijpelijk is, is de keuze om juist de ouderenzorg – een sector die al jaren op haar tandvlees zit – met een besparing van 30 miljoen verder uit te kleden, terwijl grote bedrijven grotendeels gespaard blijven. Deze prioriteitsstelling onthult een pijnlijke waarheid over hoe we als samenleving naar onze oudsten kijken.
Sector in ademnood
De woonzorgcentra balanceren vandaag al op de rand van de afgrond. Ze worstelen met rode cijfers, kampen met chronische personeelstekorten en vechten tegen een imagoprobleem dat jonge verpleegkundigen doet wegvluchten naar ‘meer sexy’ werkomgevingen. In deze context komen besparingen neer op het ontnemen van zuurstof aan iemand die al naar adem hapt.
Wanneer een socialistisch minister spreekt over efficiëntiewinst in de ouderenzorg, klinkt dat als een wrange grap. Hoe kan een sector die al jaren met minimale middelen maximale zorg probeert te leveren, nóg efficiënter worden? Moeten bewoners nog sneller gewassen worden? Moet er nog minder tijd zijn voor een praatje? Moet de soep nog dunner? Het getuigt – zonder omwegen – van een totaal gebrek aan realiteitszin wanneer het over de ouderenzorg gaat. De retoriek van efficiëntiewinst, gevoed door de enkele verhalen van ontspoorde praktijken in de zorgprofit, doortrekken naar een hele sector is een regering onwaardig.
Deze retoriek maskeert bovendien de werkelijke boodschap: jullie oudsten zijn het ons niet waard. Het signaal dat we als samenleving afgeven is glashelder: we vinden het belangrijker om bedrijfswinsten te beschermen dan om te investeren in waardige ouderenzorg.
De vergeten dimensie: zingeving
Opnieuw ontnemen we de ouderenzorg wat ze werkelijk zou moeten zijn: meer dan louter fysieke verzorging. Onderzoek toont immers keer op keer aan dat zingeving – het gevoel er nog toe te doen, bij te dragen, verbonden te zijn – cruciaal is voor het welzijn van ouderen.
Zo moeten hedendaagse woonzorgcentra plekken zijn waar intergenerationele ontmoeting centraal staat, waar kinderen komen voorlezen en ouderen hun levensverhalen delen. Huizen van waaruit bewoners actief blijven participeren in de samenleving, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of het delen van hun expertise. Waar hun creativiteit en leergierigheid blijvend worden gestimuleerd door kunstprojecten, muziek, en educatieve programma’s. Woonzorgcentra moeten de ruimte hebben om de gemeenschap naar binnen te halen via lokale verenigingen, culturele activiteiten en buurtinitiatieven.
Deze visie op ouderenzorg als plaats van betekenisvol leven in plaats van wachtkamer voor de dood vereist echter investeringen in personeel, in infrastructuur, in opleiding. Nieuwe besparingen maken dit definitief onmogelijk en kleden de woonzorgcentra uit tot de kale rusthuizen van weleer.
Spiegel voor onszelf
De demografische realiteit is onontkoombaar: we worden met z’n allen ouder. De babyboomers naderen massaal de pensioenleeftijd. Binnen twee decennia zal één op drie Vlamingen 65-plus zijn.
De manier waarop we vandaag met ouderenzorg omgaan, is de spiegel van hoe we zelf behandeld zullen worden. Door nu te besparen op ouderenzorg, creëren we niet alleen menselijk leed vandaag, maar hypothekeren we ook onze eigen toekomst. We normaliseren het idee dat ouder worden synoniem is met waardeverlies, dat zorg voor kwetsbaren een kostenpost is in plaats van een morele plicht. En rekenen op de volgende generatie om kosteloos voor ons te zorgen, is misschien niet de beste gok.
Geen winst zonder investeren
De werkelijke efficiëntiewinst zit er in de maatschappelijke kosten van verwaarloosde ouderenzorg ten alle prijzen te voorkomen. Die kosten dienen zich immers meteen om de hoek aan: meer ziekenhuisopnames door gebrek aan preventieve zorg, hogere zorgkosten door uitgestelde interventies, burn-out bij mantelzorgers die het systeem proberen op te vangen, verlies van waardevol menselijk kapitaal wanneer ervaren zorgverleners de sector verlaten.
De echte efficiëntiewinst ligt in investeren in ouderenzorg: in meer zorgverleners, in betere arbeidsomstandigheden, in innovatieve zorgmodellen die een betekenisvol leven centraal stellen. Dit maakt de sector aantrekkelijker voor jonge professionals, vermindert ziekteverzuim, verbetert de kwaliteit van leven én sterven.
Oproep tot moreel leiderschap
Van een regering mag verwacht worden dat ze verder kijkt dan de volgende verkiezingen. Dat ze in staat is andere dan economische kaders te hanteren en durft te investeren in wat waardevol is, niet alleen in wat winstgevend is. Dat ze de moed heeft om grote bedrijven hun faire deel te laten bijdragen aan een samenleving waarin iedereen – ook wie oud en kwetsbaar is – met waardigheid kan leven.
De keuze die vandaag op tafel ligt, is fundamenteel: accepteren we een samenleving waarin ouderdom synoniem wordt met marginalisering? Of kiezen we voor een Vlaanderen waarin ervaring gewaardeerd wordt, waarin zorg een eerbaar beroep is, waarin woonzorgcentra plekken zijn van leven en verbinding?
De besparingen op ouderenzorg zijn meer dan een budgettaire maatregel: ze zijn een morele keuze. En het is een keuze die ons allemaal aangaat. Want de manier waarop een samenleving met haar meest kwetsbaren omgaat, bepaalt uiteindelijk wie we zijn. En vooral: wie we willen zijn.
Sociaal.Net vroeg minister Caroline Gennez om reactie. Zij wenste niet te reageren.
Bron: sociaal.net
by admin | okt 1, 2025 | Antipestteam
Ellen De Bock werkt al acht jaar als beleidsondersteuner armoede (stad Antwerpen). Om dichter bij mensen te komen die in armoede leven, ging ze als vrijwilliger op huisbezoek. Die bezoeken maakten indruk: “Armoede heeft een gezicht gekregen, meerdere gezichten en namen. Want armoede gaat in de eerste plaats over mensen.”
Kloof tussen twee leefwerelden
Als beleidsondersteuner armoede voor de stad Antwerpen organiseer ik al enkele jaren vorming en overleg rond armoede, samen met verenigingen waar armen het woord nemen.
Ik had zelf het geluk om niet in armoede op te groeien. Ik ben geboren in België, wit, hoogopgeleid, heb een eigen woning, ben wettelijk samenwonend, heb één kind, een poetsvrouw en ga meerdere keren per jaar met vakantie. Ik deel de stad met mensen die in armoede leven, en toch ken ik hun leefwereld niet echt.
Na al die jaren als beleidsondersteuner armoede, blijf ik mezelf afvragen: ‘Wat heb ik nu over armoede te vertellen? Wie of wat geeft mij het recht om daarover uitspraken te doen?’ Toegegeven, ik leid misschien aan het ‘imposter syndroom’, maar ik vind mijn vraag terecht. Mijn werkomgeving zijn kantoren en middenveldorganisaties, niet de woningen waar deze mensen leven. Hoe goed mijn intenties ook zijn, er blijft een kloof.
Vrijwilliger op huisbezoek
Ik voelde me dan ook persoonlijk aangesproken door het artikel ‘Beleid wordt beter als ambtenaren achter hun laptop vandaan komen’. Auteur Tim ’S Jongers weet waarover hij spreekt: hij groeide op in armoede en wordt vandaag erkend als een belangrijke armoede-onderzoeker.
Zijn heldere appél trok me over de schreef. Tijdens de voorbije zomervakantie gaf ik me op om twee maanden als vrijwilliger te werken binnen de sociale centra van stad Antwerpen. Een halve dag per week ging ik op huisbezoek bij ‘klanten’ van die sociale centra, vaak mensen die een leefloon ontvangen.
Mijn taken: kijken wie er op het adres woont en nagaan of de woning in orde is. De nadruk ligt nogal op controle. Dat is wellicht niet helemaal wat Tim ‘S Jongers in gedachten had, maar ik kom tenminste vanachter mijn laptop vandaan. Eindelijk sta ik wat meer op het terrein.
Met een klein hart op pad
Laten we even terugspoelen naar mijn eerste dag als vrijwilliger. Omdat ik nog nooit een huisbezoek gedaan heb, vertrek ik met een klein hart. Het voelt spannend en ongemakkelijk. Ik denk aan een interview met Tim ’S Jongers dat ik las. Zijn woorden geven me opnieuw een duwtje in de rug: “Ja, er is ongemak. Als ik naar een rijke wijk ga en daar op de kroeg ga, dan proef ik ook ongemak bij mezelf. Dat is ook mijn wereld niet. Dus ik begrijp professionals die ongemak voelen volledig.”
Ik raap mijn moed bij elkaar en vraag nog enkele tips aan collega’s die in de praktijk staan. En dan trek ik op pad. Ik bel aan, stel me voor, vraag of alles oké is met de woning en hoeveel huur er betaald wordt. Soms verloopt dat eerste contact in het Nederlands, soms met een vertaalapp.
Nadat mensen me uitnodigen om binnen te komen, vraag ik schoorvoetend of ik in alle kamers mag zien. Dat is voor mij een hele drempel. Ik blijf het vreemd vinden: een onbekende die in je badkamer en slaapkamer rondkijkt. Maar de mensen lijken het te begrijpen.
Checklist
Ik kreeg een checklist mee die opsomt waarop ik kan letten, zoals: voldoende meubels, een koelkast, speelgoed voor kinderen of persoonlijke bezittingen.
Na de middag bel ik aan bij O. Ze opent de deur in pyjama. Ik twijfel: moet ik dit vermelden als signaal? Nee toch, want enkele dagen geleden zat ik rond hetzelfde uur ook nog in pyjama. Het valt me op hoe snel ik zaken die ik in een andere context normaal vindt nu toch als een signaal zie. Niet slecht bedoeld, maar toch verkeerd. Ik probeer me bewust te zijn van mijn eigen bril, mijn eigen referentiekader.
Onbevooroordeeld kijken blijft aartsmoeilijk, ook voor iemand die al acht jaar werkt als beleidsondersteuner armoede. Ik denk aan de campagne van STA-AN vzw tegen vooroordelen over armoede “Wat is hip als je rijk bent, maar marginaal als je arm bent?”
Toch blijf ik zitten
Na enkele huisbezoeken, krijg ik meer vertrouwen. Op huisbezoek bij S. hoor ik mezelf twee keer zeggen: “Dat was het zowat.” Toch blijf ik zitten, ook al valt er niet meteen iets te zeggen.
We kijken samen naar de kinderen van S. die met een bal spelen. Het is dan, in die één of twee minuten, dat er iets ‘speciaals’ gebeurt. Er ontstaat ruimte. Ruimte om iets te zeggen, om iets te delen, iets over vroeger of nu, iets over hen of over mij. In die twee minuten waar je nergens naartoe moet, geen vragen hebt en gewoon aanwezig bent.
Ik vertel aan S. iets over mijn dochter en voel dat het ijs gebroken is. Wanneer ik vertrek, roept ze me nog na dat ik altijd mag binnenspringen. Ik heb het gevoel dat ik meer terugkrijg dan ik geef.
Het lukt niet altijd
Het klinkt eenvoudig om die ruimte laten. Maar wanneer je met een waslijst dossiers en taken van hier naar daar holt, lukt dat niet. Ik doe dit werk als een tijdelijke, vrijwillige zomeropdracht. Ik heb geen lange takenlijst en beperk me tot enkele huisbezoeken. Ik ben geen hulpverlener, dus ik luister naar hun vragen of bezorgdheden zonder de druk om samen ook oplossingen te bedenken.
Ondanks die bevoorrechte positie, lukt het me niet altijd om tijd en ruimte te maken. Er zijn momenten waarop ikzelf niet voldoende ontspannen ben, te snel opsta omdat mijn gedachten al naar het volgende bezoek gaan. Dan komt die ruimte er niet.
En soms is de ruimte er niet aan de andere kant, bij de bewoner. A. is bijvoorbeeld blij dat ze niet heel haar verhaal opnieuw moet doen en ik enkel even kom kijken naar de woning. Ook dat is oké.
Tien koekjes in mijn handen
En ja, soms heb ik tijd nodig om even te bekomen. De meeste mensen die ik zie, hebben al heel wat meegemaakt. In de dossiers lees ik over depressies, angststoornissen, trauma’s of een suïcidepoging. Ik schrik van de ernst van sommige dossiers.
Toch kan je die ernst niet altijd van het gezicht van mensen aflezen. I. en M. zijn gevlucht voor de oorlog. Ze vertellen over hun kinderen en kleinkinderen die achtergebleven zijn. M. gaat er binnenkort op bezoek.
Ik wil haar zeggen “wees voorzichtig” maar ze begrijpt me niet. Ik probeer het in andere bewoordingen, in gebaren. Hoe druk je zoiets uit? De tranen prikken in mijn ogen. M. merkt het op, ik denk dat ze begrijpt wat ik bedoel. Ze stopt zeker tien koekjes in mijn handen. Behalve dankbaarheid tonen, kan ik verder weinig doen.
Tijd
In vormingen over armoede vertel ik over het belang van een luisterend oor, een veilige omgeving, gelijkwaardigheid, de mens centraal zetten, samen naar oplossingen zoeken, respect tonen en vertrouwen opbouwen. Ik begrijp de betekenis van al die woorden nu een beetje beter, maar besef vooral hoe moeilijk het is om dat ook in de praktijk toe te passen.
Wat ik vooral onthoud? Het belang van tijd. Mijn huisbezoeken evolueerden van een kwartier naar meer dan een uur. Maar ook voor het verdere traject van de mensen bij wie ik op bezoek ga, is tijd cruciaal: om terug overeind te krabbelen, trauma’s te verwerken of breuken te herstellen.
Respect
Ik heb nog meer respect gekregen voor hulpverleners. Hulpverleners die veel ‘dossiers’ maar weinig tijd hebben. Die op de hoogte moeten zijn van wat er allemaal bestaat, nabij moeten zijn, op zoek moeten naar oplossingen en in precaire omstandigheden moeilijke beslissingen moeten nemen.
Ik heb nog meer respect gekregen voor wie in armoede leeft. Vaak zijn het mensen die ondanks hun verdriet en tegenslagen toch de deur openen, me vriendelijk binnenlaten en me een stukje van hun kracht en kwetsbaarheid toevertrouwen.
En nu?
De twee zomermaanden met vrijwilligerswerk zitten er op. Ik keer terug naar de kantoren en vergaderzalen voor overleg en vorming. Maar ik heb ook de smaak van dit terreinwerk te pakken en overweeg om me voor langere tijd als vrijwilliger te engageren. Ik ben dankbaar dat ik dit heb mogen doen en de mensen waar ik op bezoek ging een beetje mocht leren kennen.
Vooral hoop ik dat ook hulpverleners zo veel als mogelijk op huisbezoek kunnen blijven gaan. Wie wil deze job nog doen als het enkel over dossiers en controle gaat en niet meer over de mensen zelf? De recente gebeurtenis in Gent, waar een OCMW-hulpverlener gedood werd, zet dit outreachend werken wellicht nog meer onder druk.
Gelukkig hoor en lees ik veel hartverwarmende reacties van hulpverleners om vooral wel op huisbezoek te blijven gaan en in te zetten op vertrouwen, verbondenheid, mededogen. Maar er moet dan ook voldoende tijd, middelen en ondersteuning zijn voor hulpverleners.
Als ik nu door de stad fiets heb ik nieuwe ankerpunten. In het voorbij rijden, herhaal ik hun namen in mijn hoofd, uit angst ze te vergeten.Ik denk dat armoede vooral een gezicht voor me kreeg, meerdere gezichten en namen. Want armoede gaat in de eerste plaats over mensen.
Bron: sociaal.net
by admin | okt 1, 2025 | Economie
Een week na de nationale actie ‘Bloquons tout’ gaan de Fransen massaal in staking tegen de plannen van de regeringen onder president Macron om de welvaart die door hen wordt geproduceerd nog meer naar boven te ‘herverdelen’. Naast de tienduizenden stakers aan de bedrijven en in de overheidsdiensten worden meer dan 900.000 betogers verwacht in de Franse steden.
De nationale stakingsdag van 18 september begint reeds vroeg bij fabriekspoorten, scholen, bus- en treindepots. Alle acties hebben een gemeenschappelijke deler: protest tegen het antisociale regeringsbeleid onder president Macron. Ook sectoren die je niet snel met sociaal protest zou identificeren staken mee: zo sluiten apothekers de deuren, al blijven ze toegankelijk voor de levering van dringende geneesmiddelen.
In plaats van in te gaan op de rechtmatige eisen van het sociaal protest van de voorbije jaren heeft president Macron opnieuw een eerste minister benoemd die voor identiek hetzelfde beleid staat. Sébastien Lecornu is een ideologische kopie van al zijn voorgangers.
Meer van hetzelfde
Net als zijn voorgangers komt hij uit dat deel van de Franse maatschappij die geen enkele band of empathie heeft met de gewone Fransen. Qua openlijke minachting moet hij slechts onderdoen voor Élisabeth Borne (eerste minister van 2022 tot 2024), die nauwelijks moeite deed om haar fysieke walging te verbergen voor alles wat onder haar klasse leeft.
Dat beleid kan je samenvatten als ‘nog meer rijkdom voor de reeds rijken en nog meer sociale inleveringen voor de werkende Fransen in de bedrijven en de overheidsdiensten’. De eisen van de stakers op 18 september zijn identiek aan die van de actie Bloquons tout een week eerder.
Een van de gevolgen van het neoliberale beleid is de enorme Franse overheidsschuld. Die is niet, zoals steeds weer wordt beweerd in de grote Franse media, de schuld van slecht financieel beheer, maar het gevolg van doelbewuste keuzes om de overheid te ontmantelen en de welvaart te herverdelen naar de rijke Fransen en de grote bedrijven.
De toename van die staatsschuld is het gevolg van het neoliberale beleid van president Macron, dat op zijn beurt een verderzetting is van het beleid onder zijn voorgangers François Hollande (2012-2017) en Nicolas Sarkozy (2007-2012). En in feite gaat deze beleidskeuze reeds terug tot presidenten Jacques Chirac (1995-2007) en François Mitterrand (1981-1995). Mitterrand is de laatste Franse president die nog heeft gepoogd een sociaal beleid te voeren in de eerste twee jaren van zijn presidentschap, tot ook hij boog voor de oekazen van de financiële lobby’s.
Hardnekkig neoliberalisme
Het grote verschil met zijn voorgangers is de hardnekkigheid waarmee Macron weigert een iota af te wijken van zijn plannen om van Frankrijk terug een land te maken met twee aparte bevolkingslagen. Wat hij nastreeft is een meerderheid van onderbetaalde Fransen die het moeten doen met slechte werkomstandigheden, slecht openbaar vervoer, minimale gezondheidszorg en ondergefinancierde scholen voor hun kinderen. Zij moeten zonder inspraak ten dienste staan van de minderheid die zijn rijkdom zien toenemen dankzij een gigantische herverdeling van de welvaart.
De Franse overheid heeft geen geld meer, terwijl Frankrijk bulkt van het geld. Het werd al meermaals vermeld op deze nieuwssite, maar het kan niet genoeg herhaald worden. Sinds midden de jaren 1980 (tijdens het presidentschap van socialist François Mitterrand) is de inkomensongelijkheid constant gestegen, met een versnelling sinds Macron president is. Tussen 2010 en 2021 is het aandeel van de 10 procent rijkste Fransen gestegen van 41 naar 47 procent, bijna de helft van alle welvaart. De 500 rijkste Fransen hebben hun vermogen tienmaal zien vergroten sinds 2005.
Die welvaartstoename van de toplaag is niet het gevolg van zijn hogere productiviteit. Forse inleveringen op de lonen, inkrimping van de sociale bijdragen door de werkgevers hebben de welvaart jaar na jaar meer herverdeeld naar boven. Bovendien hebben opeenvolgende fiscale hervormingen de rijken en de bedrijven nog meer bevoordeeld.
Wat dit alles zo kafkaiaans immoreel maakt is dat zelfs de meest radicale voorstellen van La France Insoumise voor hogere belastingen voor de rijken niet één miljonair zou verhinderen miljonair te blijven.
Inleveren naar beneden, binnenrijven naar boven
In plaats van het algemeen belang van de meerderheid der Fransen te dienen gaat Macron door met zijn ideologisch beleid. Pensioenen worden verlaagd, terwijl de pensioenleeftijd wordt verhoogd. De sociale bijdragen en de lonen van het overheidspersoneel van nationaal tot gemeentelijk worden ingekrompen. Met de terugbetaling van geneesmiddelen gebeurt hetzelfde. Apothekers staken mee omdat de terugbetaling van generische (merkloze) geneesmiddelen wordt verlaagd.
Het openbare onderwijs is in totale crisis. Er zijn te weinig leerkrachten die nog slechter betaald zullen worden voor meer arbeidsuren wat ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs, terwijl de Franse toplaag zijn kinderen naar exclusieve, dure privéscholen stuurt.
De grootste verstoring wordt verwacht van de stakers van het openbaar vervoer, trein, tram, bus, metro en van de luchtvaartsector. Ook deze sectoren worden getroffen door enorme inleveringen, terwijl de dienstverlening alsmaar slechter wordt. Over heel Frankrijk wordt in 230 grote en kleine steden betoogd.
Dialoog met de organisaties die de werkende, de werklozen en de gepensioneerde Fransen vertegenwoordigen is in Frankrijk nooit goed geweest. De weigering van de opeenvolgende eerste ministers onder Macron om met de vakbonden aan tafel te gaan zitten fanatieker dan ooit tevoren.
Bron: Dewereldmorgen.be
by admin | okt 1, 2025 | Boeken
“De regering wil drie miljard besparen op de pensioenen. Dat is meer dan 1.000 euro per jaar per gepensioneerde”, zo vertelt Kim De Witte (PVDA) in dit interview over zijn boek Werk, zwijg, sterf.
“Het recht op tijd, rust en vrijheid aan het einde van ons leven staat onder druk. En hoe meer het systeem in crisis komt, hoe verder men dat recht wil inperken”, zo vertelt Kim De Witte, parlementslid van de PVDA en auteur van het boek Werk, zwijg, sterf. “Op gepensioneerden kan je geen winst maken, want ze zijn niet actief op de arbeidsmarkt. Dat is een doorn in het oog van heel veel werkgevers en van mensen die vooral geïnteresseerd zijn in winst maken”
De Witte is op dreef. “Het IMF heeft nu een nieuwe studie uitgebracht die zegt dat we allemaal gaan moeten werken tot zeventig jaar. In het nieuwe groenboek van de Europese Commissie spreken ze ook over zeventig, eenenzeventig, tweeënzeventig jaar. Denemarken verhoogt de pensioenleeftijd naar zeventig jaar.”
We zijn op het moment van het interview twee dagen nadat De Witte op ManiFiesta in debat ging met Axel Ronse, fractieleider van N-VA. Dat merk je. Hij heeft alle feiten en cijfers paraat in zijn geheugen. De pensioenspecialist van de PVDA kent zijn dossier door en door, zoveel is duidelijk. Wat hem echter onderscheidt van veel andere specialisten, is dat hij zijn kennis ook op een bevattelijke manier kan overbrengen.
Dag Kim, je hebt een boek geschreven met als titel Werk, zwijg, sterf. Kan je die titel eens toelichten.
“In alle eerlijkheid: de titel komt niet van mij. Het is een comment onder een video waarin ik in discussie ga met Jan Jambon. Dat verhaal beschrijf ik ook in het boek. Ik denk dat Werk, zwijg, sterf het buikgevoel van veel mensen vertaalt.”
Hoezo?
“Mijn broer is tien jaar nachtwaker geweest en werkt sinds vijf jaar in de industrie in wisselende shiften. Hij is achtendertig en ik zie nu al welke impact dat heeft. Als hij nog negenentwintig jaar moet doorgaan, gaat hij gewoon kapotgewerkt zijn. Vandaar dus: werk en sterf.”
“En dan is er nog het aspect ‘zwijg’: het feit dat er hierover eigenlijk geen discussie is. “We verhogen de pensioenleeftijd niet”, zo stond het expliciet in de verkiezingsprogramma’s van alle partijen. En pats: ze doen het toch. Hetzelfde met de pensioenmalus: tijdens de verkiezingen van 2024 werd er door niemand over gesproken en plots ligt het er.”
“Bart De Wever zegt: “Vragen aan mensen wat ze vinden van langer werken, is zoals vragen aan kalkoenen wat ze vinden van Kerstmis.” Maar wij zijn toch geen kalkoenen, wij zijn mensen.”
Langer werken voor minder pensioen
Een verdienste van je boek is in ieder geval dat de discussie over de pensioenen toegankelijk wordt gemaakt voor een breed publiek. Kan je eens samenvatten: wat is de regering van plan?
“Heel eenvoudig: ons langer laten werken voor minder pensioen.”
Laten we beginnen met dat langer werken. Wat staat er in het regeerakkoord?
“Eigenlijk worden alle regelingen waardoor je vroeger met pensioen zou kunnen gaan, afgeschaft of ingeperkt.”
“Het brugpensioen: weg. De beloofde regeling voor zware beroepen: weg. Het vervroegd pensioen wordt sterk ingeperkt door de pensioenmalus en door andere maatregelen waardoor de voorwaarden om een gewerkt jaar te laten meetellen veel strenger worden.”
Je noemt de pensioenmalus. Die betekent vooral ook: minder pensioen.
“Inderdaad. En dan heb je nog de inperking van gelijkgestelde periodes en de afschaffing van de welvaartsvastheid van de minimumpensioenen. Dat laatste treft een hele grote groep: één op vier van de gepensioneerden in ons land heeft een minimumpensioen.”
“Bij de ambtenaren wil men het pensioen berekenen op de volledige loopbaan in plaats van op de laatste tien jaar. Dat betekent een forse verlaging van de pensioenen, ook met terugwerkende kracht.”
Kan je het effect van al die maatregelen concreter maken? Hoeveel pensioen verliest een gemiddelde Belg hiermee?
“De regering wil drie miljard besparen op de pensioenen, en dan reken ik de welvaartsenveloppe zelfs nog niet mee. Er zijn 2,6 miljoen gepensioneerden. Als je dat bedrag deelt, kom je uit op gemiddeld meer dan 1.000 euro minder pensioen per jaar per gepensioneerde.”
“Daarnaast is er de berekening van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Die zegt dat jongeren ongeveer 10 procent pensioen verliezen als ze langer werken. Dat laatste is belangrijk, want wie het niet langer volhoudt, verliest dus nog meer.”
Dat zijn gemiddelden, maar uiteindelijk is het voor iedereen anders.
“Ja, en dat is altijd de tactiek: mensen tegen elkaar opzetten.”
“De Wever en Rousseau zeggen: als je vijfendertig jaar halftijds gewerkt hebt, is er geen probleem. Alleen de profiteurs worden geraakt door de pensioenmalus. Maar dat klopt gewoon niet.”
“In mijn boek geef ik het voorbeeld van een poetsvrouw die tweeëndertig jaar voltijds en daarna tien jaar halftijds gewerkt heeft. Als zij in die tien jaar halftijds acht keer twee weken ziek is, krijgt ze ook een malus.”
“De voorwaarde is namelijk dat je elk jaar gedurende vijfendertig jaar minstens 156 effectief gewerkte dagen moet halen en in totaal 7.020 effectief gewerkte dagen. Dat is gewoon een heel strenge norm. Eén op twee vrouwen en één op vier mannen halen die niet. Daarom levert die malus ook zo’n grote besparing op.”
Uiteindelijk wordt dus iedereen geraakt, maar er zijn ook groepen die harder geraakt worden?
“Inderdaad. Mensen met zware beroepen die gewoon niet langer kunnen werken. Ambtenaren, zoals ik al zei. Jongeren ook, omdat veel maatregelen progressief worden ingevoerd, waardoor zij de volledige impact voelen.”
“En natuurlijk vrouwen, omdat zij veel arbeid verrichten die niet meetelt voor het pensioen. In sommige landen wordt huisarbeid wel meegeteld, maar bij ons dus niet.”
Wie gaat dat betalen?
U zegt: we kunnen de pensioenen wel betalen.
“Absoluut. Er zijn zes landen in Europa die vandaag al meer tot veel meer aan pensioenen uitgeven dan wij in percentage van het bbp: Finland, Frankrijk, Oostenrijk, Spanje, Italië en Griekenland. Vijf van die zes geven nu zelfs al meer uit dan wat wij in 2050 zullen moeten uitgeven, volgens de prognoses van de Studiecommissie voor de Vergrijzing.”
“Dus de stelling “het is onbetaalbaar”, dat is gewoon een leugen.”
Oké, maar als het van de PVDA afhangt, gaat er ook meer geld naar gezondheidszorg, onderwijs enzovoort. Op een bepaald moment is het geld toch op?
“Pas op: in de gezondheidszorg stellen we ook besparingen voor. Zoveel geld dat naar grote farmabedrijven vloeit, daar zijn we tegen. Daarom stellen we de invoering van het kiwi-model voor, wat een enorme besparing zou opleveren.”
“We willen ook de erelonen beperken en de prestatiegeneeskunde terugdringen. Meer inzetten op preventie dus. De regering-De Wever wil de dure, risicovolle en zeer ongelijke private pensioenen verplicht maken. Voor ons hoeft dat niet. Het is dus niet zo dat we altijd per definitie meer geld willen uitgeven.”
Heb ik hier een scoop? De PVDA pleit voor besparingen?
“(lacht) Let op. Het idee dat een vierde tot een derde van de welvaart herverdeeld wordt via de sociale zekerheid wil ik wel verdedigen. Dat maakt de samenleving gelijker.”
“Zonder sociale zekerheid zou veertig procent van de bevolking in armoede leven. En wat voor samenleving krijg je dan? Onderzoek toont dat gelijkere samenlevingen veiliger, aangenamer en zelfs productiever zijn.”
Langer leven, langer werken?
Allemaal goed en wel, maar we leven toch steeds langer. Is het dan niet logisch dat we ook wat langer werken?
“Wist je dat er zelfs in het oude Romeinse Rijk meer dan vier miljoen 60-plussers waren? De bevolking wordt ouder, maar de mens zelf wordt eigenlijk niet veel ouder. Dat klinkt vreemd, maar het zijn twee verschillende dingen.”
“De bevolking wordt ouder, omdat steeds minder mensen vroegtijdig sterven. Vroeger was er veel meer zuigelingensterfte, kindersterfte en sterfte van jongvolwassenen, wat de gemiddelde levensverwachting sterk naar beneden trok. Maar wie oud werd, werd toen ook al bijna even oud als nu.”
Kan je dat concreet maken?
“Een 65-jarige man leefde in de tijd van Napoleon gemiddeld nog elf jaar. Vandaag is dat achttien jaar. Er is dus maar zeven jaar bijgekomen. Bij 85-jarigen is dat zelfs maar twee jaar extra.”
“En als je kijkt naar de levensverwachting in goede gezondheid, dan is die de laatste vijftien jaar gestagneerd: 63,7 jaar.”
Wat betekenen die cijfers voor de betaalbaarheid van onze pensioenen? Er zijn vandaag toch meer gepensioneerden dan vroeger?
“Je moet opletten met hoe je dat voorstelt.”
“Vaak zet men gewoon het verwachte aantal werkenden tegenover het verwachte aantal gepensioneerden, om te bewijzen dat het onbetaalbaar wordt. Dat heet de demografische afhankelijkheidsratio, maar dat is geen juiste vergelijking.”
Waarom niet?
“We zijn nu met 11,7 miljoen mensen in België, waarvan 5 miljoen werkenden. Trek je daar de 500.000 langdurig zieken af, dan blijven er 4,5 miljoen werkenden over. Dat betekent 1,6 niet-werkenden per werkende. In 2070 blijft die verhouding volgens het Planbureau ongeveer hetzelfde.”
“Dus ja, er zullen meer gepensioneerden zijn, maar tegelijk minder kinderen, jongeren en werkzoekenden. Voor de betaalbaarheid moet je met die volledige verhouding rekening houden.”
Waar komen die cijfers over de demografische afhankelijkheidsratio die je in de pers steeds terug ziet komen dan vandaan?
“Die stonden in het eerste Groenboek van de Europese Commissie over de pensioenen. Daar kwam veel kritiek op: samen goed voor twaalfduizend bladzijden van specialisten en middenveldorganisaties. Daarom voegde men in het Witboek toe dat er eigenlijk gekeken moet worden naar de economische afhankelijkheidsratio, wat ik net uitlegde.”
“Maar in het nieuwe Groenboek hebben ze opnieuw enkel over de demografische afhankelijkheidsratio. Dat toont hoezeer dit politieke documenten zijn, geschreven door mensen die een bepaald beleid willen doorduwen.”
En dat beleid is: ons allemaal langer doen werken voor minder geld.
“Inderdaad. Als iemand van zestig nog wil en kan werken en dat werk goed is, dan is er geen probleem. Maar het mag geen verplichting zijn en geen diefstal van het beetje recht op rust en vrijheid aan het van iemands leven.”
“Vandaag wordt er vaak te lang, te flexibel en te hard gewerkt. En dat is niet oké. De kwestie van werkbaar werk is niet opgelost, integendeel. En dat is toch absurd: men zegt dat we langer moeten werken, maar tegelijk wordt werkbaar werk afgebouwd. Zo maak je mensen gewoon kapot.”
De diefstal stoppen
Je spreekt in je boek over pensioendiefstal. Diefstal is natuurlijk verboden. Is de verlaging van onze pensioenen dat ook?
“Ja.”
“Het Europees Hof zegt al tientallen jaren dat ook sociale rechten die in geld waardeerbaar zijn onder de bescherming van het eigendomsrecht vallen. Er zijn landen, waaronder Griekenland, die op die basis veroordeeld werden voor de afbraak van pensioenrechten.”
“En dat is logisch. Mensen hebben twintig, vijfentwintig jaar gewerkt in de veronderstelling dat ze pensioenrechten opbouwen. Als je die rechten plots herkwalificeert, is dat net zoals geld van iemands bankrekening halen. Het pensioen dat we opbouwen is virtueel, maar het geld op de bank is dat ook.”
“Ik heb het al vijf keer aan Jan Jambon proberen uit te leggen. Ik denk dat hij het begrijpt, maar ik ben niet zeker (lacht).”
Dus: we trekken allemaal naar de rechtbank en krijgen dat geld terug?
“Daar ben ik minder zeker van. Rechtspraak evolueert en is ook onderhevig aan druk. Plan A is ervoor zorgen dat die wetten er niet komen, of toch niet in deze vorm. Plan B is het gevecht verder zetten langs gerechtelijke weg.”
Maar ja, het staat toch in het regeerakkoord? Dan komen ze er toch sowieso?
“De wetten zijn nog niet gestemd, hé. Er was bijvoorbeeld afgesproken dat tijdelijke werkloosheid en kortstondige ziekteperiodes zouden meetellen voor de pensioenmalus, maar daar komt men nu al op terug.”
“Het puntenpensioen, waar ook een malus in zat, stond ooit in een regeerakkoord, maar onder politieke druk heeft men toen beslist het niet door te voeren. We moeten dus de druk opvoeren, zodat het er ook deze keer niet doorkomt.”
Als wat er nu op tafel ligt niet goed is, hoe zou jij het dan aanpakken? Wanneer mogen mensen van jou op pensioen?
“Onze visie is: 55, 60, 65.”
Leg uit.
“Vanaf 55 jaar recht op een landingsbaan voor iedereen. Dat betekent vier vijfde werken zonder dat je pensioen daardoor lager wordt. Want voor alle duidelijkheid: de pensioenen in België zijn laag. Voor een gemiddelde werknemer is dat 1.523 euro netto. Dat kan je niet nog eens gaan verlagen.”
“Vanaf 60 jaar zou vervroegd pensioen mogelijk moeten zijn na 40 gewerkte jaren en na 35 gewerkte jaren in een zwaar beroep. Nu ligt dat op 42 gewerkte jaren én 234 effectief gewerkte dagen per jaar. Bijna niemand haalt dat. Wij willen die voorwaarde versoepelen.”
“En op 65 jaar moet iedereen het recht hebben om te stoppen. Natuurlijk, als je maar tien jaar gewerkt hebt, krijg je een lager pensioen. Maar niemand mag verplicht worden te werken tot 66 of 67 jaar. Dat is te lang en voor bijna elk beroep te zwaar.”
Dat is duidelijk, bedankt voor het gesprek.
“Graag gedaan.”
Bron: Dewereldmorgen.be
by admin | okt 1, 2025 | Verkiezingen 2024
“Vlaanderen is een succesverhaal.” Met die woorden begon minister-president Matthias Diependaele (N-VA) zijn Septemberverklaring. Op het eerste gezicht is dat een weinig zeggende algemeenheid, zoals dat wel vaker het geval is. Maar wie goed luistert, ontdekt ook een heel beperkte visie op wat succes betekent en daarmee een visie op de samenleving.
“Vlamingen hebben een unieke mentaliteit”, aldus de minister-president verder. De Vlaming, zo verklaart hij, staat “met de voeten op de grond, maar zonder grote mond.” Ook weer zo’n vage algemeenheid waarbij het woordje ‘maar’ overigens totaal niet op zijn plaats is.
Veel wordt echter duidelijk als je inziet dat de uitspraak niet descriptief is, maar prescriptief, oftewel niet beschrijvend, maar voorschrijvend. Wat Diependaele als minister-president verwacht van zijn onderdanen, is dat ze gewoon hard werken en verder hun mond houden.
Verderop in zijn toespraak spreekt Diependaele zichzelf enigszins tegen. “Vlamingen zijn veel te bescheiden”, zo klinkt het. Dat lijkt op het eerste gezicht in strijd met het voorschrift om de voeten op de grond te houden, maar wordt begrijpelijk als je inziet dat hij het hier niet over dezelfde Vlamingen heeft.
“Het ondernemerschap zit in ons bloed”, zo sprak Diependaele voor hij bescheidenheid plots als een probleem ging zien. Hij heeft het hier dus over de ondernemers. Van hen verwacht de regering niet dat ze de voeten op de grond houden, zij moeten gewoon zo snel mogelijk zo rijk mogelijk worden.
Het succesverhaal van Diependaele is er enkel één voor de happy few. Dat merk je ook wanneer je de holle retoriek confronteert met de concrete beslissingen.
Een sterk medialandschap
Zo spreekt Diependaele over “een sterk medialandschap” met internationaal geprezen acteurs, regisseurs en artiesten die furore maken tot ver over de Vlaamse grenzen heen. Tegelijkertijd zet de Vlaamse regering de subsidies voor MO* magazine stop.
Een sterk medialandschap betekent voor Diependaele dus niet dat we met z’n allen het recht hebben om op een toegankelijke manier geïnformeerd te worden. Diepgaande duiding bij de complexe problemen die zich in andere delen van de wereld afspelen en hoe die samenhangen met wat er hier gebeurt, is niet wat deze Vlaamse regering bedoelt met een sterk medialandschap.
Voor Diependaele is het helemaal prima dat de wereld van de gewone Vlaming kleiner wordt: hard werken en voeten op de grond, weet je wel. Een sterk medialandschap interesseert de Vlaamse regering vooral wanneer het gaat om commerciële producten waar prestige en uitstraling aan verbonden zijn.
De beste zijn
“We hebben niet de luxe om de grootste te zijn. We hebben niet de luxe om de sterkste te zijn. Maar we maken de keuze om de beste te zijn”, zo spreekt Diependaele de happy few toe waarmee hij een succesverhaal wil schrijven.
Met ‘de beste’ bedoelt Diependaele vooral ‘de rijkste’. En het succesverhaal betekent eigenlijk gewoon dat de rijksten nog rijker zullen worden. De Septemberverklaring van Diependaele is doordrongen van een samenlevingsvisie waarin de rol van de overheid zich beperkt tot het ondersteunen van kapitaalkrachtige ondernemingen om de concurrentie met ondernemingen uit andere landen aan te gaan.
“De Vlaamse motor moet in deze uitdagende tijden op hoog toerental draaien, aangestuurd door hard werk, innovatie en veerkracht, bereiden we de toekomst voor”, zo klinkt dat dan. Heel concreet betekent het echter dat de Vlaamse regering plat op de buik gaat voor het grote geld. “We staan pal achter onze industrie”, zegt Diependaele later iets minder omfloerst wanneer hij aankondigt bij de Europese Unie te gaan lobbyen voor het versoepelen van klimaatdoelstellingen en regulering.
Om de industrie te kunnen steunen, moet al de rest besparen. Zo ziet Diependaele het. “Daarom voert Vlaanderen de grootste tussentijdse besparingsoefening ooit door, goed voor maar liefst 1,5 miljard euro”, kondigt hij trots aan. Er wordt bespaard op welzijn, onderwijs, werk, De Lijn en het overheidsapparaat.
Omgekeerde herverdeling
Wie de begroting van dichterbij bekijkt, merkt dat de Vlaamse regering aan omgekeerde herverdeling doet: van arm naar rijk. De zorgpremie gaat omhoog, dat is een vlakke belasting die voor de armste mensen het hardst doorweegt. Tegelijkertijd verdwijnt een vijfde van de totale erfbelasting, een belasting die net de vermogenden treft.
“We schrappen 300 miljoen euro aan subsidies, waarvan de meerwaarde voor de Vlaming niet opweegt tegen de nieuwe noden die de kop opsteken”, zo kondigt Diependaele verder aan. Maar een concrete lijst van geschrapte subsidies is er nog niet. “Elke minister moet kijken welke subsidies geschrapt kunnen worden”, vertelde vice-minister Crevits daarover. Er beloven dus nog lijken uit de kast te vallen.
Wat volgens deze regering alvast ‘geen meerwaarde voor de Vlaming’ betekent, is ontwikkelingssamenwerking. Dat wordt botweg gestopt. Dat betekent een besparing van 15 miljoen euro of zo’n drie euro per Vlaming. Voor de allerarmsten wereldwijd betekent het een grotere kans om te sterven.
Een nieuw verhaal
Vakbonden, milieubewegingen en middenveldorganisaties allerhande reageren afkeurend en scherp op de Septemberverklaring van Diependaele. Terecht, want de logica waarin grote ondernemers de koers bepalen en wij met z’n allen hard voor hen moeten werken en verder zwijgen, verdiept niet enkel de sociale en ecologische crisis. Ze is ook ondemocratisch en vergroot de kans op oorlog.
Daarom brengt Hart Boven Hard de verschillende tegenbewegingen in onze samenleving samen op 13 oktober voor De Nacht van het Verzet. Een niet te missen afspraak om ons niet alleen te verzetten tegen politiek die onze samenleving afbreekt in plaats van ze op te bouwen, maar ook mee te schrijven aan een nieuw verhaal.
Bron: Dewereldmorgen.be