by admin | jul 12, 2026 | Varia
En als we nu eens eerst de Vlaamse overheidsstructuur hervormen? Vlaams Parlementsvoorzitter Freya Van den Bossche (Vooruit) werpt het op tijdens haar 11 juli-toespraak in Brussel. Volgens haar zijn er vandaag veel te veel tussenlagen om nog efficiënt te zijn. En écht hervormen, dat is ook in Vlaanderen nog niet gelukt.
Waar Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) gisteren nog expliciet opriep tot Vlaamse fiscale autonomie, uit bezorgdheid over de moeilijke begrotingssituatie van België, steekt Vlaams Parlementsvoorzitter Freya Van den Bossche (Vooruit) vandaag eerder de hand in eigen boezem.
In haar 11 juli-toespraak wijst ze erop dat grote internationale ontwikkelingen, AI en de klimaatproblematiek bij uitstek wendbaarheid vragen van een overheid en een maatschappij. En dat lijken we vandaag ook in Vlaanderen wat te missen, suggereert ze.
“Kijk naar hoe wij georganiseerd zijn: 6 parlementen, 6 regeringen. En daaronder: provincies, gemeenten klein en groot, intercommunales, tussenstructuren, een lappendeken van besturen en mandaten, elk met een eigen logica, een eigen tempo, eigen belangen. Al die lagen waren ooit een antwoord op de vragen van gisteren. Vandaag zijn ze te vaak een rem op de antwoorden van morgen.”
Haar punt: “Misschien is het moment aangebroken om onze structuren te herdenken. (…) Het goede nieuws is dat we op niemand moeten wachten om daar iets aan te doen. Het vraagt ook geen institutionele big bang, geen jarenlange onderhandelingsronde. Het vraagt maar één ding: de wil om het anders te doen.”
Is dat dan nog nooit geprobeerd? Toch wel, geeft ze toe. “Maar echt doorpakken hebben we nooit gedaan. Te veel veto’s, te veel taboes, te veel oude politiek. De keuzes halfslachtig. Het werk is niet af.” Vanochtend suggereerde ze al om bijvoorbeeld het aantal Vlaamse Parlementsleden in te perken.
Grote keuzes
En zo heeft zijn of haar iedereen een eigen buitenlandse voorbeeld: Diependaele droomde gisteren van Vlaanderen als een soort Baskenland binnen België, met nog veel meer autonomie dus. Van den Bossche neemt Denemarken als model.
“De Denen weten iets dat wij lijken vergeten te zijn: dat een democratie grote, langjarige keuzes moet maken die de volgende verkiezingsuitslag overleven. Toen daar in 2019 een nieuwe klimaatwet moest komen, stemden 8 van de 10 partijen in het parlement voor.”
“Grote, fundamentele keuzes maken de Denen over de grenzen van meerderheid en oppositie, over coalitiewissels heen. Vandaag is Denemarken wereldleider in windenergie – dankzij die scherpe keuze en die politieke standvastigheid.”
Bron: VRT.NWS
by admin | jul 11, 2026 | Economie
Verblind door het eigen grote gelijk stortte de Vlaamse Regering zich de voorbije jaren in de armen van Jim Ratcliffe. Nu de baas van chemiereus Ineos naar de internationale arbitragerechtbank trekt, riskeert de extreme naïviteit van de Vlaamse Regering de belastingbetaler honderden miljoenen te kosten.
Het bleef afgelopen week bij enkele korte berichtjes in de marge: Ineos sleept België voor de internationale arbitragerechtbank. Het Britse chemiebedrijf van grote baas Jim Ratcliffe voelt zich tekortgedaan door de beslissing van de rechtbank destijds om de omgevingsvergunning te vernietigen voor de bouw van Project One, de nieuwe ethaankraker in de Antwerpse haven.
Het tijdverlies dat daar het gevolg van was, zou het bedrijf voor vele honderden miljoenen euro’s extra op kosten hebben gejaagd. Die kosten wil Ineos nu verhalen op de Belgische belastingbetaler. Welke schadevergoeding Ineos precies voor ogen heeft, is nog onduidelijk, maar eerder sprak Ratcliffe al over een kwart boven op de initiële investering van 3,4 miljard. Dat zou 850 miljoen euro zijn.
Premier Bart De Wever (N-VA), die momenteel naarstig 7 miljard euro zoekt om de federale begroting op orde te krijgen, kan gelijk op zoek naar een miljardje extra. Met dank aan Jim Ratcliffe, voor wie De Wever hoogstpersoonlijk hemel en aarde bewoog om het omstreden Project One door te duwen.
Plat op de buik
De Wevers Vlaamse ambtsgenoot, Matthias Diependaele (N-VA), en Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) lieten in koor weten dat ze de beslissing van Ineos “ten zeerste betreuren” en herinnerden eraan dat “de Vlaamse overheid zich de voorbije jaren positief en constructief opgesteld” heeft om dit “strategisch belangrijke investeringsproject” mogelijk te maken.
Dat Vlaanderen zich “positief en constructief” heeft opgesteld, is een understatement van formaat. Apache bracht de voorbije jaren in kaart hoe de Vlaamse Regering, de stad Antwerpen en de Port of Antwerp-Bruges plat op de buik gingen om Project One naar Antwerpen te halen.
Exact een jaar geleden besliste de Vlaamse Regering, op voorstel van Matthias Diependaele, om 2 miljoen euro “strategische ecologiesteun” te geven aan Ineos voor de bouw van de ethaankraker.
Wie er de investeringsvoorwaarden voor strategische ecologiesteun op naslaat, moet vaststellen dat het dossier van Ineos daar niet aan voldoet. Maar de minister-president schoof de eigen Vlaamse regelgeving aan de kant om Ratcliffe toch een subsidie te kunnen toestoppen.
Eigen regels opzij
Die 2 miljoen euro is peanuts in vergelijking met de 500 miljoen euro overheidswaarborg die de Vlaamse Regering eerder al op tafel legde voor Project One.
Toen de Raad voor Vergunningsbetwistingen, intussen drie jaar geleden, de omgevingsvergunning voor Ineos vernietigde, besliste toenmalig Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) ook al om de eigen regels opzij te schuiven: Ineos mocht, in afwachting van een nieuwe vergunning, de Vlaamse centjes alvast als waarborg gebruiken om de periode te overbruggen.
Nochtans stond in de voorwaarden expliciet dat daarvoor eerst een definitieve vergunning nodig was. Met de beslissing om het geld toch al vrij te maken, nam de Vlaamse Regering een behoorlijk groot financieel risico. Enkel en alleen om Jim Ratcliffe te plezieren. De man die nu dus honderden miljoenen euro’s ‘schadevergoeding’ eist.
De commissieleden van het Vlaams Parlement kregen destijds geen inzage in de documenten over de voorwaarden waaronder het geld kon worden opgenomen – lange passages waren zwart gemaakt.
Dat zelfs de volksvertegenwoordigers geen inzage kregen, met als drogreden dat zoiets de concurrentiepositie van Ineos zou kunnen schaden, zegt alles over de sfeer waarin de deal werd beklonken.
Apache kreeg de documenten toen wél te zien. Specialisten die het dossier onderhandelden en minutieus hadden voorbereid, stelden daarin meermaals dat “het verkrijgen van de definitieve omgevingsvergunning cruciaal is” vooraleer de Vlaamse Regering de waarborg van 500 miljoen euro overheidsgeld mocht activeren.
Behalve subsidies en andere vormen van overheidssteun op maat – er werd onder meer ook een kaaimuur ter waarde van 75 miljoen euro aangelegd in de haven van Antwerpen om de fameuze drakenschepen van Ineos te laten aanmeren – zorgde de Vlaamse Regering ook voor wetgeving op maat.
Ondanks cruciale negatieve adviezen gaf de Vlaamse Regering begin 2024 een nieuwe vergunning aan Ineos. Dankzij het felbevochten stikstofakkoord was alvast een probleem uit het omgevingsdossier van Ineos van de baan – het bedrijf haalde aanvankelijk de stikstofnormen niet.
Met hoofdrolspelers als Bart De Wever, Matthias Diependaele en Annick De Ridder (N-VA) wist Jim Ratcliffe ook de beste propagandisten voor de kar van zijn nieuwe plasticfabriek te spannen.
Als volleerde cheerleaders bleven de N-VA-coryfeeën de komst van de nieuwe ethaankraker toejuichen als de ultieme groene investering in de haven, ook toen een berekening van de reële uitstoot van Ineos een heel ander verhaal vertelde.
Aanslepende procedure
Maar Vlaanderen dat met sloten geld, wetgevend werk op maat en promopraatjes geen kans liet voorbijgaan om Ineos te pamperen, krijgt nu dus stank voor dank. Jim Ratcliffe wil graag nog enkele honderden miljoenen euro’s van de Belgische belastingbetaler toevoegen aan de reeds opgestreken Vlaamse subsidies en overheidswaarborg.
Daarvoor klopt Ineos (via drie dochterondernemingen) aan bij de juridische autoriteit van het International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID). Die bijzondere rechtbank van de Wereldbank buigt zich over geschillen tussen overheden en bedrijven.
Pittig detail: de Europese Commissie waarschuwde er eerder al voor dat de soevereiniteit van lidstaten in het gedrang komt wanneer een internationale rechtbank zich uitspreekt over nationale kwesties. Vooral wanneer het gaat om wetgeving die te maken heeft met milieu en klimaat.
Er is natuurlijk nog geen uitspraak in het voordeel van Ineos, en andere dossiers tonen aan dat de afwikkeling van dergelijke dossiers vaak vele jaren aansleept. Maar omdat België het ICSID-verdrag heeft onderschreven, moet het straks de uitspraken wel volgen.
Naïeve fundi’s
Wat de uitkomst van de internationale arbitrage ook wordt, het signaal is overduidelijk: de Vlaamse Regering krijgt van Jim Ratcliffe stank voor dank.
Diependaele en Brouns mogen de gang van zaken dan al betreuren, de hamvraag is natuurlijk of ze iets anders mochten verwachten van de rijkste Brit die zijn imperium bouwde op discutabele overnames, te boek staat als overtuigd brexiteer en recent nog liet weten – nota bene vanuit zijn residentie in Monaco – dat Groot-Brittannië “is gekoloniseerd door migranten”.
De politieke verantwoordelijkheid voor de miskleun is dan ook overweldigend. Vooreerst is er de vernietigde omgevingsvergunning zelf. Die werd indertijd afgeleverd door toenmalig minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA).
De loutere vaststelling dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen die vergunning vernietigde, betekent dat de minister broddelwerk afleverde. Broddelwerk dat de belastingbetaler straks mogelijk honderden miljoenen euro’s kan kosten.
Daarnaast is er de gretigheid waarmee de Vlaamse Regering – aangevuurd door de Antwerpse N-VA en Port of Antwerp-Bruges – zich blindelings in de armen van Ratcliffe stortte. Tegelijk werd kritiek op Project One, de miljoenensubsidies, de gigantische borgstelling en het juridisch maatwerk consequent weggezet als verzet van naïeve groene fundi’s. Maar wie zijn de naïeve fundi’s in dit verhaal?
Te vrezen valt dat een legertje communicatieadviseurs nu op zoek mag naar een zondebok. Het is veel gemakkelijker om de schuld af te schuiven op iemand anders dan mea culpa te slaan en het beleid bij te sturen.
Ngo’s die het destijds aandurfden om verzet aan te tekenen tegen de omgevingsvergunning voor Ineos, maken maar beter hun borst nat.
Bron: APACHE.be
by admin | jul 10, 2026 | Economie
Vanaf 1 mei volgend jaar zullen zowel buitenlanders als Belgen een digitaal vignet moeten hebben om over Belgische snel- en gewestwegen te rijden. Dat schrijft De Tijd vrijdag. Bij Vlaams minister van Financiën Ben Weyts (N-VA) klinkt het dat de ministerraad nog groen licht moet geven, en dat het vignet gekoppeld is aan de hervorming van de jaarlijkse verkeersbelasting zodat de Vlaamse verkeersbelastingen globaal genomen niet stijgen
Het wegenvignet wordt ingevoerd aan de hand van een samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Volgens de krant is er alleen nog discussie over de verdeling van de kosten, en zou het systeem eerstdaags worden voorgesteld.
Het tarief zou afhangen van de CO2-uitstoot van de wagen. Voor wagens zonder CO2-uitstoot zou het vignet 90 euro per jaar kosten, voor de meest vervuilende auto’s zou het om 125 euro per jaar gaan. Eigenaars van wagens met minstens Euronorm 4 zouden 100 euro moeten neertellen. Een vignet zou ook per dag, tien dagen, een maand of twee maanden kunnen worden aangekocht. In de Vlaamse begroting staat vanaf 2027 een opbrengst van 130 miljoen euro per jaar ingeschreven.
Het vignet staat vandaag op de agenda van de Vlaamse regering, net als de hervorming van de verkeersbelasting. Die twee zijn gekoppeld, klinkt het bij Weyts, zodat “de Vlaamse verkeersbelastingen globaal op hetzelfde niveau blijven”.
Volgens Vlaams Parlementslid voor oppositiepartij Vlaams Belang Bart Claes zullen sommige automobilisten nauwelijks iets voelen van het wegenvignet, terwijl andere groepen net fors meer dreigen te betalen. “Het uitgangspunt van Vlaams Belang is altijd glashelder geweest: buitenlandse weggebruikers moeten eindelijk meebetalen voor het gebruik van onze wegen, maar de Vlaamse automobilist mag daar geen euro slechter van worden”, zegt hij. “Minister Weyts heeft meermaals verklaard dat het wegenvignet geen verdoken belastingverhoging voor de Vlaming mag worden. Dat moet nu ook zwart op wit blijken.”
Bron: Nieuwsblad.be
by admin | jul 7, 2026 | Economie
Het debat gaat niet langer óf het neoliberalisme voorbij is, maar wat ervoor in de plaats komt.
Zelfs los van de ingrijpende politieke en economische omwentelingen die de wereld momenteel ondergaat en die de institutionele architectuur van na de Tweede Wereldoorlog volledig op hun kop zetten, wordt het meer dan duidelijk dat het neoliberalisme passé is. Het neoliberalisme brak algemeen door als referentiekader voor zowel de economische analyse als het beleid, met de verkiezing van Ronald Reagan in de VS en Margaret Thatcher in het VK.
Neoliberalisme, door de Turkse econoom Dani Rodrik ook aangeduid als hyperglobalisering, staat voor een voorkeur voor de markt(competitie) als economisch en sociaal reguleringsmechanisme boven overheidstussenkomst of -regulering. Het staat ook voor de voorrang aan economische waarden boven sociale, politieke of culturele waarden als motiveringsmechanisme, en voor privaat ondernemerschap boven collectief of gemeenschapsinitiatief. Het betekent een organisatie van het sociaal leven zoveel als mogelijk als een economische vrije markt volgens de adagia ‘liberalisering, privatisering en deregulering’.
Hoewel het neoliberalisme een rechts-conservatieve aanval was op het sociaaldemocratisch geïnspireerde keynesiaanse ideeëngoed, schikte ook links zich met gemengd enthousiasme (Blair, Schröder) of met gelatenheid (Mitterrand, Jospin) naar de politieke richtlijn: ‘de markt als het kan, overheid als het moet’. Met andere woorden: overheidsbeleid opgevat als marktcorrigerend en dit zo marktconform mogelijk. In deze zin was er sprake van een consensus rond het neoliberalisme, namelijk zijn relevantie als referentiekader voor het politieke, sociale en economische beleid. Vanzelfsprekend betekent dit niet dat er geen ideologische strijd was tussen links en rechts over de prioriteiten van het maatschappelijk beleid. ‘Markt als het kan, overheid als het moet’ liet héél veel tinten grijs toe.
Van consensus naar consensus
Zo’n ordenend sociaal theoretisch kader dat als referentiekader de consensus wegdraagt, is niet eigen aan het neoliberale tijdperk.
Vóór het Ancien Régime kan het mercantilisme als dusdanig worden beschouwd. Onder impuls van Adam Smith werd het mercantilisme vervangen door de klassieke liberale consensus, die stelde dat de rijkdom van een natie door haar productievermogen werd bepaald in plaats van het saldo van haar handelsbalans en waarvoor vrij ondernemerschap de belangrijkste hefboom was. Het consensuskarakter van deze doctrine blijkt nog het best uit Karl Marx zijn overtuiging van de noodzaak van het kapitalisme als fase in de menselijke geschiedenis, die moest zorgen voor de creatie van een wereld van welvaart waarin het proletariaat enkel nog haar ketenen te verliezen had en die de vrijhandelsvoorvechter David Ricardo verdedigde tegen de utopische socialisten.
Onder impuls van de depressie van de jaren 1930 en de vernietigende Tweede Wereldoorlog die daarop volgde, werd de liberale consensus op haar beurt vervangen door de keynesiaanse theorie van the visible hand in plaats van the invisible hand, actief overheidsoptreden in functie van economische stabiliteit en groei, met het Bretton-Woodsregime van vrije handel in goederen maar gereguleerd internationaal kapitaalverkeer als internationaal sluitstuk. Representatief voor het consensuskarakter van het keynesianisme in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog is de uitspraak van Milton Friedman (!) in 1965 dat “we’re all Keynesians” die in 1971 door Richard Nixon werd overgenomen.
Kritieken op het neoliberalisme
Onder impuls van de stagflatie van de jaren 1970 verdween de keynesiaanse consensus ten voordele van de neoliberale doctrine, die de herwaardering van vrij ondernemerschap en vrije markten bepleitte om opnieuw voor economische groei en lage inflatie te zorgen. Maar vandaag, vijftig jaar later, stuit het neoliberalisme op een aantal cruciale uitdagingen waarvoor de vrije markt meer deel van het probleem dan het antwoord is.
Marktliberalisering heeft geleid tot het ontstaan van gigabedrijven met marktmacht die hen reuzenhoge monopoliewinsten oplevert (Apple, Amazon, Microsoft, Alphabet en Meta om enkele van de meest bekende te noemen). Monopoliemacht van bedrijven en verzwakkende tegenmacht van vakbonden en consumenten in plaats van trickle down, leidt met vrije kapitaalmobiliteit en de (legale) fiscale optimalisatie vandien, tot een concentratie van inkomens in het hoogste deciel die de inkomensongelijkheid terug naar de 19de eeuw katapulteert. Liberalisering, privatisering en deregulering heeft de duurzaamheid van de vrije markteconomie niet onmiddellijk bevorderd en de wereldeconomie als één grote handelsmarkt bleek niet de beste manier om duurzame geopolitieke verhoudingen met China te bereiken.
Wat nu?
Deze kritieken hebben weliswaar een linkse oorsprong, maar worden ook ter rechterzijde gedeeld. Maar net zoals in het verleden, worden hieruit diametrale tegengestelde conclusies getrokken met betrekking tot de beleidsprioriteiten. Daar waar (radicaal-) rechts uit het marktfalen de conclusie trekt dat (internationaal) beleid enkel draait om de macht van de sterkste, bijgevolg politieke betrekkingen herleidt tot de brute machtspolitiek en markten worden gestuurd in functie van oligarchische rentextractie, is een meer links geïnspireerd antwoord op het falen van het neoliberalisme build and balance, om de termen van de Amerikaanse econome Jennifer M. Harris te gebruiken.
Balance, onder de vorm van het tegengaan van de monopoliemacht van de gigabedrijven door de markten open te houden, tegenmacht van werknemers en consumenten te ondersteunen of te bevorderen, internationale handel meer te sturen (bijvoorbeeld in de relatie met China, maar tevens de due diligence reguleringen van de EU), of tot een juistere belasting van het internationaal mobiel kapitaal te komen (bijvoorbeeld het instellen van een internationale minimumbelasting voor multinationale ondernemingen).
Build, omdat de overheid voor een aantal cruciale publieke goederen moet zorgen, zoals kwalitatief hoogstaand onderwijs, degelijke en betaalbare gezondheidszorg, bescherming tegen pandemieën, infrastructuur (fysiek en digitaal) en veiligheid. Daarnaast zal de vrije markt nooit de transitie naar een duurzame economie voltrekken, hoewel deze voor het voortbestaan zelf van de vrijemarkteconomie onontbeerlijk is.
Dani Rodrik bedoelt iets analoogs wanneer hij het over productivism als beleidsvisie heeft. Ongelijkheid en armoede tegengaan en duurzaamheid bevorderen, vergt het ontwikkelen van nieuwe productieve opportuniteiten (die hij vooral in de dienstensector ziet in plaats van de be- en verwerkende nijverheid) en waarvoor de overheid een cruciale verantwoordelijkheid heeft.
Het is eveneens verwant met de ideeën van de Italiaans-Amerikaanse econome Mariana Mazzucato die onder meer in haar boek Mission Economy (2021) wijst op de rol die de (Amerikaanse) overheid heeft gespeeld (meer bepaald het Apolloproject) voor een aantal innovaties die aan de basis lagen van de digitale revolutie en die ook een inspiratiebron vormden voor de Green New Deal van de EU.
Het neoliberale tijdperk is aan zijn einde. De maatschappelijke discussie gaat bijgevolg vandaag over de vraag hoe de post-neoliberale orde zal worden ingevuld. Aan de ene kant staat een autoritair model waarin economische en geopolitieke macht worden geconcentreerd. Aan de andere kant een economie waarin markten worden gecorrigeerd én publieke capaciteit opnieuw wordt opgebouwd. Aan ons de keuze.
Bron: SAMPOL.be
by admin | jul 7, 2026 | Sectoren
België vraagt zes maanden extra uitstel voor de omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie. Nochtans is dit niet zomaar een verplichting vanuit de EU, maar de sleutel om de loonkloof eindelijk zichtbaar te maken én aan te pakken.
Nog geen maand geleden liet een jonge vrouw, de CEO van Payflip, haar eigen brutoloon van 10.000 euro op een gigantisch reclamebord in Antwerpen plaatsen. Niet uit provocatie, maar om een debat open te breken dat veel te lang taboe is gebleven: loontransparantie. Haar uitspraak was raak. Vandaag praten we nog vaak over loon zoals vorige generaties over seks praatten: ongemakkelijk, fluisterend en liefst achter gesloten deuren.
Nochtans zijn de cijfers over de loonkloof tussen vrouwen en mannen al jaren overduidelijk. Die loonkloof is in België nog steeds een realiteit. Ze bedraagt vandaag volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen 7%. Voor arbeidsters lopen de verschillen nog verder op, tot wel 20%. Daar komt nog eens bij dat vrouwen in bepaalde sectoren gemiddeld minder verdienen dan mannen.
Eén van de redenen waarom die ongelijkheid zo hardnekkig blijft bestaan, is dat ze zich vaak verschuilt achter gesloten deuren. Wat niemand ziet, wordt zelden gecorrigeerd. Zonder transparantie weten werknemers niet of ze correct worden verloond. Zonder transparantie kunnen werkgevers zichzelf wijsmaken dat er geen probleem is. En zonder transparantie blijft discriminatie vaak onzichtbaar.
Die ongelijkheid is een structureel probleem. Wie minder verdient, bouwt minder sociale rechten op, spaart minder pensioen op en heeft minder financiële onafhankelijkheid. Ongelijke lonen vandaag, betekenen ongelijke kansen morgen. Dus ja, loontransparantie verdient een serieus en open debat.
Het antwoord op de loonkloof: loontransparantie
Sinds deze maand geldt de Europese richtlijn inzake loontransparantie. Toch vraagt ook ons land zes maanden extra uitstel voor de omzetting van deze wetgeving. Voor Vooruit is het duidelijk: uitstel mag geen afstel zijn. De omzetting van de richtlijn inzake loontransparantie is erg belangrijk. Ze zorgt ervoor dat loonverschillen zichtbaar worden, dat werkgevers hun beleid objectief moeten kunnen verantwoorden en dat werknemers eindelijk over de nodige informatie beschikken om hun rechten af te dwingen. Dat is geen revolutie opgelegd vanuit de EU. Dat is de ondergrens van een eerlijke arbeidsmarkt.
Loontransparantie is geen technische oefening voor juristen en evenmin een administratieve last die ondernemingen zomaar wordt opgelegd. Ze raakt de kern van wat een rechtvaardige arbeidsmarkt hoort te zijn: gelijk loon voor gelijk werk, zoals al die moedige vrouwen voor de fabriek van FN Herstal al vroegen in 1966. Gelijk loon voor gelijk werk: een principe waar iedereen het in theorie over eens is, maar dat in de praktijk nog altijd te vaak wordt geschonden. Net daarom is de Europese richtlijn zo belangrijk.
En uiteraard begrijp ik dat er vragen rijzen over de uitvoering. Die zijn logisch. Elke hervorming roept praktische en juridische uitdagingen op. Maar wat ik niet begrijp, zijn de drogredenen die N-VA nu aanhaalt om de omzetting van deze richtlijn te dwarsbomen. Alsof iedereen straks exact weet wat elke collega verdient. Alsof privacy verdwijnt. Alsof ondernemingen geen ruimte meer hebben om prestaties, ervaring of anciënniteit mee te wegen. Dat is simpelweg onjuist.
De richtlijn vraagt niet om iedereen identiek te verlonen. Loonverschillen blijven mogelijk. De richtlijn vraagt enkel dat loonverschillen objectief kunnen worden uitgelegd. Als een werkgever objectief kan aantonen dat die verschillen gerechtvaardigd zijn, is er helemaal geen probleem. Dus ja, een vrouw met bakken ervaring die goed presteert, kan en mag dan meer verdienen. Maar dit voorbeeld uitlichten, doet deze discussie onrecht aan. Nog veel meer vrouwen en ook andere collega’s zullen via de omzetting van deze richtlijn eindelijk net een eerlijk zicht krijgen op wat collega’s van hen in eenzelfde functie verdienen. Want ja, die verschillen zijn er nog steeds. Soms gerechtvaardigd, vaak ook niet. Dat tonen praktijktesten aan: ook op leeftijd en migratieachtergrond wordt er nog steeds gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Door loontransparantie worden die verschillen net zichtbaar.
60 jaar later dezelfde strijd: gelijk loon voor gelijk werk
Meten is weten. En kennis is macht. Taboes beschermen zelden de mensen met de minste macht. Ze beschermen meestal degenen die voordeel halen uit de onduidelijkheid.
En dat is de kern van de discussie rond loontransparantie: de vraag wie informatie heeft en wie niet. De vraag of werknemers het recht hebben om te weten hoe hun loon tot stand komt. De vraag of werkgevers bereid zijn hun beleid te verantwoorden wanneer verschillen niet objectief verklaarbaar zijn.
Opvallend genoeg tonen steeds meer ondernemingen zelf aan dat transparantie geen bedreiging hoeft te zijn. Kijk maar naar de jonge CEO die haar loon te kijk hing.
Dat is niet gek, want ook economisch is meer openheid gewoon verstandig beleid. Werknemers verwachten vandaag eerlijkheid, duidelijkheid en respect. Bedrijven die transparant zijn over hun loonbeleid winnen vertrouwen, trekken makkelijker talent aan en bouwen sterkere organisaties uit. In een arbeidsmarkt waar werkgevers vechten voor gekwalificeerde medewerkers is dat net een troef.
Daar komt nog bij dat artificiële intelligentie steeds vaker wordt ingezet bij aanwerving, promotie en evaluatie. Wanneer beslissingen meer en meer door algoritmes worden ondersteund, wordt controle net belangrijker.
Dus laat het duidelijk zijn: transparantie is geen rem op innovatie. Het is een noodzakelijke bescherming tegen verborgen vooroordelen, taboes en historische ongelijkheden.
De omzetting van deze richtlijn is daarom geen verplicht huiswerk uit Europa. Het is een kans om eindelijk werk te maken van een arbeidsmarkt die haar eigen principes serieus neemt.
Loontransparantie gaat niet over formulieren, rapportering of juridische definities. Loontransparantie gaat over rechtvaardigheid, over respect. En over de eenvoudige vraag waarom twee mensen die hetzelfde werk doen soms nog altijd niet hetzelfde worden beloond.
Dus 60 jaar later voeren we dezelfde strijd als de vrouwen aan FN Herstal in 1966: gelijk loon voor gelijk werk, met loontransparantie.
Want alleen wat zichtbaar wordt, kan ook eerlijk worden gemaakt.
Bron: SAMPOL.be