“Een jaar langer werken? Ik ben even van slag”: MyPension toont zestigers plots echte impact van pensioenhervorming

“Een jaar langer werken? Ik ben even van slag”: MyPension toont zestigers plots echte impact van pensioenhervorming

Voor veel zestigers is het even slikken, nu mypension.be een teller toont voor hun vroegste pensioenleeftijd. Want door de pensioenhervorming schuift die leeftijd bij velen enkele maanden tot zelfs jaren op. Vanwaar die latere datum? Dit zijn de mogelijke verklaringen.

“Burgers van 60 jaar en ouder kunnen via de overheidswebsite mypension.be weer hun vroegste pensioendatum raadplegen”, schreven we gisteren. Het leek een wat onbeduidend nieuwtje te midden van de heisa over ’s werelds belangrijkste bijzaak: voetbal. 

Maar gisteren namen toch 125.000 mensen de moeite om even een kijkje te nemen op mypension, zowat 3 keer zoveel als op een normale maandag.

Sommigen schrokken zich een bult. Zo ook Inge Vandevelde uit Waregem. Zij zag gisteren plots in mypension.be dat ze nog een jaar extra zal moeten werken en pas ten vroegste op 1 april 2028 met pensioen zal kunnen. “Ik had me al helemaal ingesteld op volgend jaar. Dus ik ben nog altijd een beetje van slag. Twee maanden extra zou niet erg geweest zijn, maar een jaar…”

Mantelzorg

“Niet dat ik niet graag werk”, verduidelijkt ze, “maar ik zit vooral met thuis in mijn hoofd.” Inge is dan ook mantelzorger. Jarenlang heeft ze thuis voor haar hoogbejaarde moeder gezorgd. En ze moet er tegelijk ook zijn voor haar volwassen broer met een beperking. 

“Mijn moeder is onlangs naar een woonzorgcentrum verhuisd, want ik was niet meer op mijn gemak als ik ging werken. Het ging daardoor eindelijk weer wat beter met mij, na een moeilijk jaar. En met dat pensioen in zicht, ging ik weer wat tijd en ruimte krijgen om alles wat meer in de hand te kunnen nemen. Nu overweeg ik om toch mantelzorgverlof te nemen.”

“Dit is echt niet leuk”, concludeert ze. “En ik ben niet de enige. Op sociale media zie ik heel wat mensen die plots vele maanden extra moeten werken.”

Welke loopbaanjaren tellen mee?

Hoe kan het eigenlijk dat bij sommige mensen hun vroegste pensioendatum na de pensioenhervorming plots maanden tot zelfs meer dan een jaar later blijkt te vallen dan voorheen? Dat hangt natuurlijk van jouw specifieke loopbaangeschiedenis af. 

Voorlopig geeft mypension.be die persoonlijke verklaring nog niet mee – dat is pas iets voor eind dit jaar of begin volgend jaar. Maar volgens de Pensioendienst zijn er wel een aantal veel voorkomende redenen voor te geven.

De belangrijkste is de stijging van het aantal gewerkte en gelijkgestelde dagen die nodig zijn om een loopbaanjaar te laten meetellen voor het vervroegd pensioen. Een volledig loopbaanjaar moet nu 156 dagen bevatten (en geen 104 meer, zoals voorheen).

“Burgers met 1 of meer loopbaanjaren die minstens 104 dagen tellen, maar geen 156 dagen, zullen dus hun pensioendatum kunnen zien verschuiven”, zegt Giselda Curvers van de Pensioendienst. 

En zelfs bij wie altijd voltijds gewerkt heeft, zullen er door die regel in veel gevallen toch 2 maanden bij komen: namelijk omdat je ook in het laatste gewerkte jaar nog 156 dagen in plaats van 104 dagen moet werken om aan de loopbaanvoorwaarde te geraken voor vervroegd pensioen.

Impact op ambtenaren 

Zeker ook heel wat ambtenaren zullen hun vroegste pensioendatum zien opschuiven, omdat de verhogingscoëfficiënt voor hen wegvalt of wordt verminderd

Door die verhogingscoëfficiënt woog een gewerkt jaar vroeger meer door in de pensioenopbouw. Ambtenaren met een effectieve loopbaan van 40 jaar kwamen daardoor in de pensioenberekening uit op bijvoorbeeld 42 jaar. “Als dat wegvalt of wordt beperkt, zullen ze dus extra jaren moeten werken om met vervroegd pensioen te kunnen gaan.”

De federale regering heeft wel overgangsmaatregelen ingevoerd om de pijn van de hervorming enigszins te verzachten. Iemand die 60 jaar is, kan de vroegste pensioendatum maar maximaal 2 jaar zien opschuiven. Bij wie ouder is dan 60 kan dat maar maximaal 1 jaar zijn.

Minder lang werken?

Zijn er dan ook mensen die hun vroegste pensioendatum naar voren zien opschuiven? Ja, maar die groep is uiteraard veel kleiner. 

Zij kunnen vroeger met pensioen met dank aan de nieuwe ’toegangspoort’ tot het vervroegd pensioen. Die heeft de regering gecreëerd voor mensen die op hun 60e al een loopbaan hebben van minstens 42 jaar van elk minstens 234 effectief gewerkte dagen. 

En dan is er nog een groep zestigers die helemaal niks ziet veranderen. Dat geldt voor mensen die bijvoorbeeld al in 2026 of vroeger hun vroegste pensioendatum hadden. Zij behouden die gewoon. 

Of het zou ook kunnen dat mensen nog geen vroegste pensioendatum hadden, omdat ze ook onder de oude regels nog niet voldeden aan de voorwaarden. De regels zijn nu nog strenger geworden. Die mensen kunnen natuurlijk wel gewoon met pensioen op de wettelijke pensioenleeftijd van 66 of 67.

Een laatste groep ziet niks veranderen omdat die zelfs na toepassing van de nieuwe regels uitkomt op hetzelfde aantal loopbaanjaren.

Bron: VRT.nws

Bart Somers onder vuur na onderzoek naar Mechelse verkeersboetes

Bart Somers onder vuur na onderzoek naar Mechelse verkeersboetes

Er loopt een gerechtelijk onderzoek naar de burgemeester van Mechelen Bart Somers. Volgens HLN gaat het onderzoek over miljoenen euro’s die de stad onwettig heeft opgehaald door verkeersboetes te innen.

In Mechelen dreigt een politiek explosief dossier burgemeester Bart Somers (Anders) zwaar te beschadigen. Volgens HLN loopt er al drie jaar een gerechtelijk onderzoek naar de manier waarop de stad Mechelen en deurwaarderskantoor Modero miljoenen euro’s ophaalden via lokale verkeersboetes. Burgers zouden bovenop hun GAS-boete systematisch extra kosten hebben moeten betalen waarvoor geen wettelijke basis bestond.

Knevelarij

Het gerecht onderzoekt de zaak onder meer in het kader van “knevelarij”, een zware juridische term voor het onrechtmatig innen van bedragen door iemand met een openbaar ambt. Het gaat dus over het feit of burgers doelbewust te veel hebben moeten betalen aan een overheid die beter had moeten weten.

In Mechelen werd jarenlang een administratieve toeslag van 6 euro bovenop GAS-boetes voor snelheidsovertredingen aangerekend. Ook kosten voor herinneringen en invordering kwamen daar bovenop. Volgens cijfers die eerder opdoken, zou de stad alleen al met die toeslag miljoenen euro’s hebben binnengehaald. Het stadsbestuur besliste intussen om de toeslag niet langer aan te rekenen, maar weigert vooralsnog om eerder geïnde bedragen automatisch terug te betalen.

Donkere schaduw

Als de kosten onwettig waren, waarom krijgen burgers hun geld dan niet terug? En hoe kon een stad jarenlang zulke bedragen innen zonder dat iemand aan de top ingreep? Bart Somers profileert zich graag als bestuurlijke vernieuwer en morele burgervader, maar in dit dossier hangt er toch wel een donkere schaduw boven de Dijlestad.

Het probleem is bovendien groter dan Mechelen. Uit onderzoek blijkt dat tientallen Vlaamse steden en gemeenten samen minstens 12 miljoen euro aan onwettige extra kosten bovenop lokale verkeersboetes hebben geïnd. Vlaams minister Hilde Crevits maakte eerder duidelijk dat trajectcontroles en GAS-boetes geen verdienmodel mogen worden.

Bron: PAL.be

Versoepeling autokeuring onder vuur: “Er gaan veel gevaarlijke auto’s rondrijden”

Om de lange wachtrijen bij de keuringscentra tegen te gaan, wil de Vlaamse Regering, op voorstel van Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA), de autokeuring grondig versoepelen. Als de hervorming goedgekeurd wordt, zouden vanaf 1 september de meeste minder strenge regels al in werking treden. Een preventieadviseur uit de sector maakt zich grote zorgen over de impact op de verkeersveiligheid in Vlaanderen. “Er gaan veel gevaarlijke auto’s rondrijden in Vlaanderen”, waarschuwt hij.

De Vlaamse Regering wil de versoepelingen snel doorvoeren om de wachtrijen bij de keuringscentra korter te maken. Minister De Ridder wil enkele “quick wins” realiseren en zegt daarbij de Europese normen te willen volgen, maar tegelijk “verouderde en disproportionele verplichtingen” te willen schrappen. Volgens de minister moet dat leiden tot kortere wachttijden en meer efficiëntie. Dat zei ze bij VRT NWS.

Autokeuring

Toch klinkt er stevige kritiek op de hervorming. Een van de meest gevoelige maatregelen is het schrappen van de jaarlijkse autokeuring voor personenwagens die ouder zijn dan tien jaar of meer dan 160.000 kilometer op de teller hebben. Die voertuigen zouden voortaan nog maar om de twee jaar naar de keuring moeten.

Bart Rassaerts, preventieadviseur met meer dan 25 jaar ervaring in de autokeuringssector, ziet daarin een groot risico. “Ik snap niet waarom ze oudere wagens net minder willen keuren. Die voertuigen lopen net meer kans om gevaarlijke gebreken te hebben”, zegt hij aan PAL.

Volgens Rassaerts wordt precies de verkeerde groep minder gecontroleerd. “Er zal een groot wagenpark ontstaan dat kwalitatief slechter is dan wat we nu hebben”, waarschuwt hij. In zijn memorandum stelt hij dat de gebreken net toenemen met leeftijd en kilometerstand. Onder het huidige systeem wordt een wagen vanaf tien jaar of 160.000 kilometer jaarlijks gecontroleerd. Onder het nieuwe systeem kan een oud of zwaar gebruikt voertuig twee jaar rondrijden zonder technische controle. Als er vlak na een keuring technische mankementen aan het voertuig komen duurt het bijna twee jaar voor die opnieuw naar de keuring moet. Dat klinkt toch niet logisch?

Verdere versoepelingen

Niet alleen de regels rond personenwagens worden versoepeld. Ook bestelwagens en lichte vrachtvoertuigen gaan gefaseerd tussen 2026 en 2028 van een jaarlijkse naar een tweejaarlijkse keuring. Taxi’s en ziekenwagens zouden nog maar jaarlijks gekeurd worden in plaats van halfjaarlijks. Bussen gaan van een keuring om de drie of zes maanden naar één keer per jaar.

Dat laatste ligt bijzonder gevoelig. Eind mei werd in Londerzeel nog een schoolbus afgekeurd met een levensgevaarlijk remdefect. De remklauw bleek nog maar met één van de zes bouten vast te zitten. De bus was negen jaar oud en had bijna 200.000 kilometer op de teller. “Net dat soort voertuigen wil men nu minder vaak controleren”, zegt Rassaerts.

Ook de afschaffing van de verplichte tweedehandskeuring bij binnenlandse verkoop baart zorgen. Volgens cijfers van GOCA Vlaanderen kregen in 2025 meer dan 93.000 tweedehandsvoertuigen op de autokeuring een groot of gevaarlijk gebrek. Het ging onder meer om defecte remmen, versleten banden, structurele problemen en zware emissie-overtredingen. “Een Car-Pass zegt iets over de kilometerstand, maar niets over de technische staat van een wagen”, klinkt het. De afschaffing staat gepland voor 1 januari 2027, maar dat is nog niet definitief.

Kritiek zwelt aan

De kern van de kritiek is dat Vlaanderen deze veiligheidscontroles afbouwt zonder onafhankelijke impactanalyse. Minister De Ridder bevestigde op 18 juni in de commissie Mobiliteit dat er geen aparte onafhankelijke analyse werd besteld of uitgevoerd, en dat die er ook niet komt vóór de hervorming. Het kabinet bevestigt dat de effecten van de versoepelingen pas na de uitrol herbekeken zullen worden.

“De keuze van de Vlaamse Regering is om de hervorming niet verder te vertragen, maar te vertrekken van het Europese kader en van de bestaande inzichten. Daarbij wordt ook gewezen op het feit dat technische gebreken slechts in een zeer beperkt aandeel van de ongevallen mogelijk een rol spelen, terwijl menselijk gedrag veruit de belangrijkste factor blijft bij verkeersonveiligheid”, klinkt het bij het kabinet van De Ridder.

Dudley Curtis van de ngo European Transport Safety Council (ETSC) zegt dat er “een duidelijke correlatie is tussen de ernst van ongevallen en factoren als de staat van het voertuig, de kilometerstand en (het gebrek aan) technische keuring”.

“Als Vlaanderen, trouwens een van de beste van de klas op Europees niveau, vergaande versoepelingen zou doorvoeren is dat een enorme stap in de verkeerde richting op vlak van verkeersveiligheid”, aldus Curtis. Het ETSC raadt dus sterk aan om de jaarlijkse keuring te behouden.

“Tot de definitieve goedkeuring op 19 juli kunnen er nog aanpassingen worden gemaakt”, zegt Rassaerts. “Ik ben absoluut niet tegen vereenvoudiging. Maar toon eerst aan dat deze versoepelingen veilig zijn vóór je ze invoert.”

Voor Rassaerts is de oplossing eenvoudig: schrap overbodige administratie, maar behoud de veiligheidsprocedures. “Maak de autokeuring klantvriendelijker, digitaliseer waar dat kan en pak wachttijden aan. Maar haal niet de controles weg die oude, veelgereden en tweedehandswagens uit het verkeer halen wanneer ze gevaarlijk worden.”

Werknemers van de keuringscentra en andere bijhorende sectoren maken zich ook zorgen over de plannen van de regering. Naast de mogelijke impact op de verkeersveiligheid, kunnen er ook zo’n 500 jobs geschrapt worden. Men onderzoekt ook of de technische keuring kan plaatsvinden in gewone autogarages, om zo de druk te verlichten van de keuringscentra. We kunnen ons wel vragen stellen over de onpartijdigheid van herstellers die zelf keuringen gaan uitvoeren.

Bron: PAL.be

Het sluipende autoritarisme in België: en waar is de oppositie?

Een sluipend autoritarisme vindt vandaag de dag plaats in België en Vlaanderen, waarschuwt onderzoeker Pascal Debruyne. Dat is volgens hem niet het project van één partij aan de macht, maar loopt door de meeste partijen heen, omdat sommigen er actief in meestappen en anderen het laten gebeuren.

‘The most precious secret has been leaked: There is no Opposition!’ Leonard Cohen schreef het in zijn controversiële dichtbundel Flowers for Hitler (1964) over Canada. Een parlement ‘covered with fingerprints and scratches’ Verkozen politici ‘hunchbacked from climbing on each other’s heads’. En een land dat zich gedwee schaarde achter de Amerikaanse hegemonie, niet omdat het moest, maar omdat niemand nog wist hoe je nee zei. 

De meest kostbare zin in zijn gedicht: ‘There is no opposition’. Niet verboden of neergeslagen. Gewoon: opgeheven door ‘schuldige onmondigheid’, zoals Immanuel Kant dat noemde om naar ‘Verlichting’ te verwijzen. Vandaag doet men klaarblijkelijk het licht uit, als politiek project. 

Het doet denken aan wat er vandaag in België en Vlaanderen aan het gebeuren is: ‘sluipend autoritarisme’. Dat is niet het project van één partij aan de macht. Het loopt vandaag door de meeste partijen heen, omdat sommigen er actief in meestappen en anderen het laten gebeuren. Het geloof in ‘het primaat van de politiek’ is breed verspreid, ook bij wie zichzelf als gematigd of zelfs progressief beschouwt. 

En in tijden waar coalities van lokaal tot federaal door een handvol partijvoorzitters worden geregeld, is de democratie die men verdedigt al extreem beperkt. Participatie van onderuit is in dat model per definitie hinderlijk. Wie betoogt, wie kritisch schrijft, wie zich organiseert of wie institutioneel hindert, staat in de weg.

Veeg ze van ‘die ploat af’

Illustratief is wat er op 29 juni 2026 voor het Antwerpse stadhuis gebeurde, waar manifestanten verzamelden, uit protest tegen de Israëlische vlag die er wapperde. Hardhandige arrestaties, onder wie Groen-voorzitter Aimen Horch die een zwangere vrouw afgeschermde. 

Politie in burger die eruitziet zoals ‘een knokploeg’, gemaskerd en handelend alsof artikel 1 uit de wet op het politieambt – waar verwezen wordt naar ‘bijdragen tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden en de democratische samenleving’ – nooit bestaan heeft. Ondanks het Metallica-T-shirt is de boodschap ‘And Justice for All’ hen ontgaan. Eerder: ‘Veegt die mannen van de ploat af!’

Bij eerdere gelijkaardige acties werden manifestanten beantwoord met GAS-boetes voor ‘deelname aan een manifestatie’ en ‘meeroepen van leuzen’. Geen geweld of vernieling. De politierechtbank van Antwerpen had zulke boetes in oktober 2025 ongegrond verklaard. Maar dat houdt de lokale overheid niet tegen om gewoon nieuwe uit te schrijven. 

Dat men ruimtelijk burgers die hun stem willen laten horen, duwt naar plaatsen waar die stem geen enkel politiek effect meer heeft, is een voorbeeld van hoe men eigenlijk een betogingsverbod doordrukt op veel zachtere wijze. Maar wat er in Antwerpen gebeurde, gaat verder dan excessief politieoptreden. 

De Antwerpse politie beschikt over het wettelijke monopolie op geweld. Weken van politieke goedkeuring om te escaleren, buigt dat monopolie om tot een instrument om protest te ontmoedigen. Elke keer dat de politie harder optreedt dan de wet vereist, en elke keer dat het stadsbestuur dat stilzwijgend dekt, wordt de grens verlegd.

Antwerpen is één puzzelstukje. Wie een stapje achteruitzet, ziet het bredere patroon en kan de hele puzzel beginnen leggen: een sluipende afbraak van de checks and balances die een democratie draaiende houden. Oftewel, die zorgen dat macht om de samenleving te organiseren niet omslaat naar almacht. Naar boven toe, naar de zijkant en naar onderen toe. 

Aanvallen op de rechtstaat

Tegenkrachten die de bakens uitzetten van de rechtstaat moeten eraan geloven. Fedasil en de Belgische staat werden meer dan 10.400 keer veroordeeld door arbeidsrechtbanken voor de weigering om asielzoekers op te vangen. Niet één keer, als vergissing. Niet honderd keer, als beleidsfout. Meer dan tienduizend keer, als beleid. 

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelde België in april 2026 voor schending van artikel 3 én artikel 6 EVRM. Niet louter wegens de omstandigheden in de opvang, maar wegens het stelselmatig negeren van rechterlijke uitspraken. 

Het Grondwettelijk Hof schorste datzelfde jaar de nieuwe opvangwet wegens strijdigheid met EU-recht en grondrechten. De reactie van de betrokken bestuurders: ze noemen rechters ‘activistisch’. En ook de Europese rechtsinstanties worden aangevallen: De Wever trok als premier van de Arizona-regering de Europese coalitie mee tegen hét folterverbod (art 3). Dat het EHRM en het EhvJ niet streng zouden zijn inzake migratiebeleid wordt door onderzoek tegengesproken: nationale staten krijgen altijd ‘het voordeel van de twijfel’. 

De methode is echter steeds dezelfde: eerst vonnissen negeren, dan de instanties aanvallen die ze vellen. De norm wordt gestaag verplaatst naar ‘activistische rechters’ als de kern van het probleem. Rechtse pundits koppen dat buitenparlementair binnen met ‘juristocratie’ en koppelen het aan pleidooien voor een volksberoep. 

De 4e macht veracht 

Ook de pers ondergaat het sluipende autoritarisme. In N-VA-kringen klinkt het al jaren hetzelfde: media zijn niet te vertrouwen, ze hebben een agenda, de ‘mainstream pers’ liegt. Het klinkt toch erg als Lügenpresse-logica, zonder het woord te gebruiken. 

Het is geen toeval dat dit het hardst klinkt over de media die macht structureel controleren. De VRT die een kritische reportage over drones uitzendt, moet dagenlang gedelegitimeerd worden. Samen met de gangbare praat over de publieke omroep als de Rode Burcht. Wie de gekende koppen bij De Afspraak maar ook wel vaker Terzake telt, ziet vaak een ander beeld. 

De aanval gaat ook verder. Jan Jambon weigerde in maart 2026 onwettig een subsidie van 40.000 euro aan Apache. Daarvoor was er al een eerdere weigering via de Nationale Loterij, toen Zuhal Demir nog de touwtjes in handen had. Het VVOJ en het Fonds Pascal Decroos stelden zich ernstige vragen bij de beslissing. 

Apache werd tegelijkertijd geconfronteerd met SLAPP-procedures, juridische acties niet bedoeld om te winnen maar om financieel uit te putten. Ook MO-magazine moest de bijl van besparingen doorstaan. Beeld je in dat we diversiteit aan stemmen en media krijgen over de wereld rond ons? 

Scoren zonder middenvelders 

Tegenspraak van onderuit? Dat kan niet meer onder het sluipend autoritarisme. Het wetsvoorstel-Van Quickenborne over een betogingsverbod werd in januari 2024 van tafel gehaald, na een vernietigend advies van de Raad van State en massaal protest. Een kleine overwinning. Maar de architectuur van de aanval bleef overeind. 

De wet-Quintin van 2025 maakt het mogelijk om ‘radicale organisaties’ administratief te ontbinden, zonder rechterlijke tussenkomst. Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens stelde vast dat de wet de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en het recht op een eerlijk proces vernietigt. 

Ben Weyts kondigde vanuit Vlaanderen in oktober 2025 aan dat gesubsidieerde organisaties hun middelen niet mogen gebruiken voor rechtszaken tegen de Vlaamse overheid. En via het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk perkt de Vlaamse regering – onder minister Gennez, een socialiste van Vooruit – de middelen van het middenveld in op een wijze die waarschijnlijk onwettig is en die uiteindelijk voor de Raad van State zal eindigen. 

Maar de ontmoediging werkt intussen al in de praktijk: dat ‘chilling effect’ is natuurlijk de bedoeling. Nu nog de politieke functie van de vakbonden en ziekenfondsen loskoppelen van hun dienstverlening en men kan scoren zonder middenvelders op het terrein. 

Sluipend autoritarisme 

Noem het wat het is: sluipend autoritarisme. “Executive aggrandisement”, klinkt academisch genoeg om te sussen. “Democratische erosie” klinkt alsof het vanzelf gaat. Het gaat niet vanzelf. Er zijn mensen met macht die dit willen, die dit bewust organiseren, en anderen die dit bij gebrek aan ruggengraat (en vaak gewoon door intellectuele blindheid: we leven in tijden waar sommige politici trots uitpakken met uitspraken over “geen boeken lezen”) laten passeren.

N-VA speelt zonder twijfel de centrale rol, maar het probleem is breder. Ook wie zwijgt, draagt bij. Ook wie meestapt omdat de coalitie het vraagt. Het paradoxale van dit moment: in een tijdperk waar ‘dingen benoemen’ een populistische sport is geworden, worden de echte structurele verschuivingen stilzwijgend genormaliseerd. Het luidst wordt geroepen over problemen die men zelf creëert of vergroot. Het stilst blijft het over de afbraak van de instituties die ons zouden moeten beschermen als burgers (met en zonder papieren). 

Cohen schreef het over Canada in de jaren zestig. Hij had het over ‘hier’ kunnen schrijven, vandaag. ‘De oppositie bestaat niet meer’, niet omdat ze verboden werd, maar omdat te weinigen haar nog willen. Momenteel kan het nog dichterlijke vrijheid zijn, maar als het beleid van vandaag de voorbode voor morgen wordt, staat de toekomst in de sterren geschreven.

Bron: Dewereldmorgen.be

Franstalig onderwijs opnieuw op straat in Charleroi: leerlingen en leraren kondigen nieuwe acties aan

Leraren en leerlingen van het Franstalig onderwijs kwamen dinsdag 30 juni opnieuw op straat in Charleroi en kondigen aan na de zomer opnieuw actie te voeren. “Deze hervormingen zullen vreselijke gevolgen hebben voor scholen, leraren en leerlingen.”

Het is druk op Brussel-Centraal. Klassen kwetterende kinderen vullen de vertrekhal, waar de hitte van de afgelopen dagen nog is blijven hangen. Leraren gebaren de kinderen in de rij, vertellen al wijzend naar het plafond verhalen en manoeuvreren hen de trein in. “Je zou maar een schoolreis moeten begeleiden”, zeggen we tegen elkaar. En we stappen op de trein naar Charleroi.

Aangekomen in Charleroi zien we de menigte staan. Rood en groen kleuren de groep van leraren en leerlingen tegen de grijze stad. Sinds maanden voeren Franstalige leerkrachten acties tegen nieuwe besparingen in het onderwijs. Opvallend is dat leerlingen nu mee de straat op komen. Massaal kwamen zij de straten op in Brussel, en ook nu in Charleroi.

Waarom komen mensen de straat op?

Er wordt in de Nederlandstalige media weinig over geschreven: het protest in het Franstalig onderwijs, en de besparingen die eraan komen. Wanneer het wel in het nieuws komt, gaat het vaak over botsingen met de politie of over beschuldigingen dat leraren leerlingen zouden “gijzelen”. De leerlingen op straat vertellen een ander verhaal.

“We worden niet gegijzeld”, zegt Alizé, laatstejaars in het middelbaar. Ze vertelt hoe leerlingen juist zelf leraren opzoeken om beter te begrijpen wat die hervormingen precies inhouden.

Naast haar staat Saori, die ook volgende week haar diploma krijgt en volgend jaar wil studeren. “Ik kom hier ook vanwege de verhoging van het collegegeld”, zegt ze. Dat zou nu 1.200 euro worden.

“We staan hier om de leraren te steunen”, zeggen twee andere scholieren. Volgens de plannen zullen leerkrachten vanaf het vierde jaar secundair onderwijs verplicht twee extra lesuren per week moeten geven, zonder bijkomende vergoeding. Leraren uit het hoger secundair zouden bovendien kunnen worden ingezet in het lager secundair, terwijl anderen hun baan verliezen. “Dat betekent dat 1.300 jobs geschrapt worden”, roepen ze.

“Het idee is dat van elke tien leraren er één zijn of haar job verliest”, legt David uit, hij is leerkracht op een middelbare school in La Louvière. “In het provinciaal onderwijs van Henegouwen zullen aan het begin van het schooljaar al zo’n vijftig voltijdse functies verdwijnen.”

Dat is onderwijsminister Valérie Glatignys (MR) strategie om het lerarentekort aan te pakken.

De malaise in het Franstalig onderwijs 

Toiletten die niet werken, plafonds die naar beneden komen, chauffages die het niet doen: in de stoet klinken voorbeelden genoeg van de malaise in het Franstalig onderwijs, waar nu al weinig geld naartoe gaat. “In Brussel zie je aan de staat van de gebouwen of ze van het Franstalig of het Nederlandstalig onderwijs zijn”, klinkt het.

“Het is te koud in de winter en te warm in de zomer”, zegt Adrian, leerkracht in Brussel. Met zijn fiets loopt hij mee met de stoet, zodat hij daarna meteen weer door kan. Hij had vandaag nog veel werk aan de rapporten.

Hij vertelt wat ze te horen kregen tijdens de warme dagen: “Ze zeggen dan: de leerlingen moeten veel water drinken en de airco moet aan.” Hij lacht. “Welke airco? Het budget dat het misschien mogelijk had gemaakt om airco’s te plaatsen, is naar beneden gehaald.”

De stoet beweegt ondertussen langzaam door de stad, gevolgd door twee politiewagens. Aan de scholen die we passeren hangen op de ramen blaadjes met “Non, non, non, non.” 

“Soms lijkt het alsof ze niks om ons geven, soms lijkt het alsof ze helemaal niks van het onderwijs begrijpen”, zegt Adrian. “Ik weet dat sommige ministers van onderwijs wel les hebben gegeven, maar daar lijkt het niet op.”

Staken als enige optie

Het is niet de eerste keer dat leerlingen als Alizé en Saori, en leraren als David en Adrian, staken. “We doen mee aan demonstraties, bijeenkomsten en acties die onze leraren organiseren.”

David vertelt dat hij de tel kwijt is van hoe vaak hij al heeft gestaakt. Tegelijk vertelt hij hoe moeilijk het is om zijn leerlingen zonder onderwijs achter te laten. “We voelen ons altijd schuldig als we de leerlingen niet goed onderwijs kunnen geven.”

En dat is natuurlijk ook de reden waarom ze op straat komen. “Deze hervormingen zullen vreselijke gevolgen hebben voor scholen, leraren en leerlingen”, zegt David. “Het hele schoolsysteem ligt onder vuur.”

Vandaag waren de lerarenraden bezig en konden veel leraren niet meestaken, zegt David. Hij kon zijn inbreng later nog opsturen. Maar hij vertelt dat er daarom acties gepland zijn voor het nieuwe schooljaar. “De eerste schooldag na de vakantie is al een stakingsdag, en er zullen er nog veel volgen.”

Ook Alizé zal na de zomer mee actievoeren. “Als er acties zijn in Brussel doe ik graag mee.” Al zal ze wellicht wat minder tijd hebben: “Als toekomstige student moet ik mijn studies wel serieus nemen.”

Drie weken terug in Brussel kwamen leraren en leerlingen ook massaal de straten op.

Bron: Dewereldmorgen.be