by admin | dec 1, 2025 | Varia
Daan Staes (39) heeft een job, een gezin en is blind. Voor de hulp en ondersteuning heeft hij recht op een persoonsvolgend budget. Maar in de praktijk krijgt hij die niet. “De minister sust met de belofte dat ik voortaan makkelijker kan aankloppen bij voorzieningen. Maar dat helpt me geen meter verder.”
Stap achteruit
Op 23 mei 2025 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota ‘Naar een vernieuwd, geïntegreerd zorg- en ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap’ goed. Een ambitieus plan dat “wachtlijsten moet aanpakken, ondersteuning moet vereenvoudigen en meer rechtstreekse hulp moet bieden.” De belofte dat eindelijk zal afgerekend worden met slepende pijnpunten, klinkt hoopgevend voor mensen met een handicap.
Toch komt deze hervorming niet tegemoet aan de noden en vragen van mensen die via een persoonsvolgend budget zelf hun ondersteuning willen regelen.
Wel recht, geen middelen
Ik ben zo iemand: 39 jaar, blind, vijftien jaar werkzaam op de reguliere arbeidsmarkt en samenwonend met een partner die ook blind is. De overheid erkent dat ik hulp en ondersteuning nodig heb om autonoom te kunnen functioneren. Dat budget kan ik dan inzetten voor bijvoorbeeld poetshulp of mobiliteitsoplossingen van en naar mijn werk..
In 2019 kreeg ik goed nieuws: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) liet me weten dat ik recht heb op een persoonsvolgend budget (PVB). Niet hypothetisch, maar gewettigd en onderbouwd: 36.676 euro per jaar.
Maar helaas: dat budget is er niet. Want omdat niet elke ondersteuningsvraag even dringend is, werd de grote groep rechthebbenden onderverdeeld in drie prioriteitengroepen. Ik sta in de derde en laagste prioriteitengroep. Gevolg: ik krijg mijn budget niet. Ik heb wel recht, maar geen middelen. Ik moet geduldig wachten.
Tussen morgen en nooit
We zijn enkele jaren verder en ik ben nog altijd aan het wachten. Mijn dossierdatum is 5 april 2018, terwijl het eerstvolgende dossier van mijn prioriteitengroep dat momenteel aan bod komt uit 2002 stamt. Aan dit tempo moet ik dus nog zestien jaar wachten. Ik hoor bij een categorie van duizenden mensen van wie de overheid bevestigt dat ze ondersteuning nodig hebben, maar bij wie de uitvoering wordt uitgesteld tot ergens tussen morgen en nooit.
Wie dat vanop afstand bekijkt, ziet misschien een logisch en noodzakelijk beheer van schaarse gemeenschapsmiddelen. Maar wie erin leeft, ervaart vooral dat moedig ploeteren bestraft wordt. Omdat we beiden werken, ons leven met de nodige builen en blutsen organiseren en geen crisissignalen uitsturen, worden mijn partner en ik beschouwd als mensen die geduldig en zonder al te veel onheil kunnen wachten.
Te laat en tot nooit meer
Omdat er niet meteen zicht is op uitkering van dit budget, zocht ik naar alternatieven. Zo ontdekte ik het basisondersteuningsbudget (BOB): een vrij besteedbaar bedrag van 300 euro per maand, bedoeld voor mensen die geen intensieve zorg nodig hebben maar wel structurele ondersteuning.
In theorie is dat exact wat ik nodig heb: geen dagcentrum of residentiële zorg, maar concrete middelen voor poetshulp, taxi’s, begeleidingsuren. Alleen: ik bleek er niet meer voor in aanmerking te komen. Voor mensen uit mijn prioriteitengroep wordt het basisondersteuningsbudget enkel nog toegekend aan wie tussen 2014 en 2016 al op de wachtlijst voor een persoonsvolgend budget stond.
Voor mij te laat en tot nooit meer, want dit systeem is intussen uitdovend verklaard. Wie niet op tijd binnen was, blijft voorgoed buiten staan. Alsof het recht op basisondersteuning niet gekoppeld is aan nood, maar aan tijdstip van inschrijving. Dat is discriminatie op basis van dossierleeftijd.
Opnieuw aanbodsturing
Er lijkt beterschap op komst: de Vlaamse regering wil de organisatie van zorg voor mensen met een handicap vereenvoudigen. Ook wie op de wachtlijst van een persoonsvolgend budget staat, wordt niet vergeten: die kan voortaan meteen en vlot terecht in de rechtstreeks toegankelijke hulp die verder uitgebouwd zal worden.
Die oplossing leest misschien goed, maar is een beleidskeuze die voor mensen zoals ik verkeerd uitpakt. Ik ben geen vragende partij voor dagopvang of verblijf in een instelling. Met een vlottere toegang tot die diensten, geraak ik niet op mijn werk.
Ik moet geen hulp krijgen wanneer het aanbod dat voorziet, ik moet ondersteuning kunnen organiseren wanneer mijn leven dat vraagt. En ja, daarvoor heb ik een budget nodig waar ik al jaren recht op heb. En nee, geen toegang tot rechtstreeks toegankelijke hulp. Dat sleutelen aan de aanbodszijde duwt de cruciale vraag hoe je mensen met een beperking zeggenschap geeft over hun leven, opnieuw naar de achtergrond. Dat is een grote stap achteruit.
Mobiliteit
Mobiliteit is een goed voorbeeld. Als een ziende persoon beslist om naar het werk te gaan, dan kiest hij op welk uur hij vertrekt, met welke vervoersvorm en of hij zijn route onderweg nog verandert. Hij rijdt met de auto, springt op de fiets, neemt de trein, stapt op de bus. Mobiliteit is voor hem geen hulpvraag, maar een keuze.
Voor mij is mobiliteit geen keuze maar een afhankelijkheidsconstructie. Ik kan niet in de auto stappen, want ik kan geen auto besturen. Ik kan niet gewoon de fiets nemen, want ik zie geen verkeer. Ik kan niet zomaar de trein nemen, want de combinatie van perrons, overstappen en begeleiding moet op voorhand geregeld worden. Mijn mobiliteit bestaat altijd uit planning, coördinatie en steun.
Iedere handicap vraagt andere ondersteuning
Mobiliteit voor een blinde is niet hetzelfde als mobiliteit voor iemand met een fysieke beperking. Mobiliteit voor iemand die slecht hoort, is niet hetzelfde als mobiliteit voor iemand met autisme. Dat is waarom persoonsvolgende budgetten bestaan: omdat iedere handicap andere ondersteuning vraagt.
Daar schuurt het Vlaamse beleid voor mensen met een handicap. Ik heb recht op zo’n persoonsvolgend budget, maar zeven jaar later heb ik nog geen euro ontvangen. De minister sust met de belofte dat ik voortaan makkelijker kan aankloppen bij instellingen en voorzieningen. Dat helpt me geen meter verder. Ik moet niet in een dagcentrum geraken, wel op mijn werk.
Ingebouwde ontmoediging
Het is bijzonder moeilijk om een loopbaan, een relatie, een huishouden en een handicap te combineren als de overheid zegt: “U hebt gelijk, maar nog even geduld.” Je moet bewijzen dat je je leven in handen neemt, maar je krijgt vervolgens geen middelen om dat leven te dragen. Als er iets ontmoedigend werkt, dan is het dat.
Wachten vervangt geen ondersteuning, het verplaatst de kost ervan. Het komt terecht bij partners, familie, werkgevers, mentale gezondheid, levenskwaliteit. In mijn geval: bij twee blinde mensen die al jarenlang hun leven organiseren, maar dat op langere termijn niet volhouden zonder ondersteuning.
Geef me alvast een vierde
Als de Vlaamse regering de ondersteuning van mensen met een handicap wil hervormen, dan moet dat niet alleen zichtbaar zijn in structuren, maar voelbaar zijn in het leven van mensen. Autonomie is geen luxeproduct. Het is het bestaansrecht van een mens die wil deelnemen. Het is niet logisch, rechtvaardig of economisch verstandig om mensen die vooruit willen, te laten vastlopen tot ze achteruitvallen.
Ik ben geen activistisch roeper, geen mens die de samenleving op stelten wil zetten of ministers als schuldige monsters wil brandmerken. Ik ben iemand die werkt, liefheeft, samenleeft, keuzes wil kunnen maken, verantwoordelijkheid neemt. Alleen kan ik dat niet zonder ondersteuning.
Ik ben een praktisch en nuchter doener: als ik nog zo lang moet wachten op mijn persoonsvolgend budget geef me dan alvast een vierde, 9.169 euro per jaar. Daarmee kan ik taxi’s betalen, een poetshulp inzetten en begeleidingsuren organiseren. Niet voldoende, maar wel genoeg om het nog even vol te houden. Dat is het verschil tussen de lippen boven water houden of kopje onder gaan.
Petitie: Ongehoord? Niet akkoord!
Verschillende organisaties (kannet, Absoluut vzw, en Gezin en Handicap vzw) startten een petitie. Zij willen dat mensen met een handicap betrokken worden bij de aangekondigde hervormingen. Daan, auteur van dit artikel, vroeg de redactie de petitie te hier te vermelden.
De initiatiefnemers schrijven: “Bij het opstellen van de conceptnota “een vernieuwd, geïntegreerd zorg- en ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap” van minister Caroline Gennez was geen enkele belangen-vereniging betrokken. In haar haast om de problemen rond wachtlijsten en het eeuwige tekort aan middelen op te lossen, vrezen we dat ze mensen met een handicap en hun gezinnen terug in de tijd katapulteert.”
Benieuwd? Bekijk de petitie hier
Bron: sociaal.net
by admin | dec 1, 2025 | Economie
In haar begrotingsakkoord wil de regering-De Wever–Rousseau vanaf 2026 de automatische indexering van de lonen plafonneren op 4.000 euro bruto per maand. Voor onze volksvertegenwoordiger Peter Mertens is deze maatregel niet alleen een indexdiefstal, ze creëert ook een directe discriminatie tussen werknemers… en schendt de Grondwet.
Tijdens de begrotingsdebatten in de Kamer legde Peter Mertens bloot hoe het indexplafond dat de regering wil invoeren, leidt tot discriminatie tussen werknemers. Door dit plafond zullen mensen die hetzelfde werk doen niet langer hetzelfde uurloon ontvangen. Volgens Peter Mertens is die discriminatie in strijd met artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Tot nu toe kon niemand in de meerderheid daar een sluitend antwoord op geven.
Peter Mertens illustreerde dat vanmiddag in de Kamer met een concreet voorbeeld:
- Daniel werkt voltijds en verdient 4.500 euro bruto. De 500 euro boven 4.000 euro bruto worden niet geïndexeerd.
- Philippe doet hetzelfde werk als Daniel, maar werkt deeltijds en verdient 3.700 euro bruto.
Optie 1: als Philippe volledig geïndexeerd wordt en Daniel niet, dan krijgt Philippe uiteindelijk een hoger uurtarief voor exact hetzelfde werk. Dat is discriminatie. De regering creëert zo een juridisch probleem dat moeilijk stand kan houden.
Optie 2: om die discriminatie te vermijden, zou het plafond voor deeltijds werkenden pro rata toegepast moeten worden, op basis van hun hypothetisch voltijds loon. Daarmee vermijd je misschien één ongelijkheid, maar je introduceert een nieuwe. Dan krijg je situaties waarin twee werknemers die allebei minder dan 4.000 euro verdienen toch verschillend behandeld worden: de ene wordt in zijn indexering geplafonneerd, de andere niet.
Geen antwoord van de regering
Tijdens de debatten moesten de meerderheidspartijen het antwoord hierop voorlopig schuldig blijven. Axel Ronse, fractievoorzitter van N-VA, zei vaag dat hij ertegen was om ook de indexering te blokkeren voor mensen onder de 4.000 euro (Philippe in ons voorbeeld) – maar vooral werd duidelijk dat hij niet echt kon antwoorden of de vraag niet goed begrepen had. Het debat is dus verre van gesloten.
Peter Mertens stelde de hele ingreep op de loon-index scherp aan de kaak: “Ze beloofden om niet aan de index te raken. Ze doen het toch en vinden hiervoor een heel nieuwe maatregel uit: een indexdiefstal voor mensen die 4.000 euro bruto verdienen. Dat durven ze dan ‘de sterkste schouders’ noemen. Het gaat om de ruggengraat van onze industrie: zij die in ploegen werken, wat anciënniteit of wat premies hebben. En ze doen het dus met een maatregel die erg problematisch is op juridisch vlak. Wij zullen dit aankaarten en druk blijven zetten zodat de index volledig gevrijwaard blijft.”
Bron: pvda.be
by admin | dec 1, 2025 | Economie
Met de blokkering van de index en een resem nieuwe taksen laat deze regering werkende mensen opnieuw betalen, terwijl miljonairs buiten schot blijven. “Met dit begrotingsakkoord valt de regering de koopkracht van zij die het land doen draaien frontaal aan. Ze beloofden werken te doen lonen en de koopkracht te beschermen, maar doen exact het omgekeerde”, zegt onze voorzitter Raoul Hedebouw.
“Bovenop de pensioendiefstal en de aanval op langdurige ziekten komt nu een indexdiefstal en asociale taksen. Stuk voor stuk maatregelen waar niemand voor gestemd heeft. De sociale beweging heeft gelijk dat ze massaal in actie komt om deze regering alsnog te doen terugkrabbelen”, stelt Raoul.
Wat nu op tafel ligt, betekent dat lonen boven 4.000 euro bruto niet langer volledig geïndexeerd worden, en voor uitkeringen trekken ze de grens op 2.000 euro. “Over wie gaat dit? 4.000 euro bruto ligt onder het gemiddelde loon, 2.000 euro is het gemiddelde pensioen. Maar dat is blijkbaar wel wat De Wever en Rousseau ‘de breedste schouders’ noemen. Aan het einde van de rit verliezen heel veel werkende mensen met deze indexdiefstal duizenden euro’s”, zegt Raoul. “Ze hadden beloofd niet aan de index te raken, maar dat was blijkbaar een leugen. Ongelooflijk hoe Vooruit-voorzitter Conner Rousseau de mensen bedriegt.”
Daarbovenop verhoogt de regering de btw, accijnzen en andere taksen op essentiële producten zoals aardgas, stookolie en brandstof. Ze beloofden de koopkracht te beschermen, maar maken het leven duurder op alle fronten. Dit zijn taksen die keihard binnenkomen bij wie elke maand moet krabben om rond te komen. Opnieuw dezelfde mensen die de rekening moeten betalen. Onrechtvaardig en onaanvaardbaar.
De regering wil dit akkoord in allerijl doorduwen, maar zal botsen op stevige sociale weerstand. “Geen van de partijen had dit in hun programma staan, ze hebben er geen enkel mandaat voor. En dat weten ze. De drie stakingsdagen deze week zijn een duidelijk signaal om hen alsnog te doen terugkrabbelen. Wat vandaag voorligt is geen noodlot: samen kunnen we ze doen terugkrabbelen en rechtvaardige alternatieven afdwingen”, zegt Raoul.
Wij wijzen drie manieren aan om het geld te halen waar het zit: “Pak de cadeaus aan bedrijven aan, doorbreek het taboe op een vermogensbelasting en sluit fiscale achterpoortjes voor multinationals, en schroef een reeks militaire uitgaven terug om te investeren in pensioenen”, besluit Raoul.
Bron: pvda.be
by admin | dec 1, 2025 | Economie
Een algemene verplichting tot tijdsregistratie kan het onderlinge vertrouwen in bedrijven aan het wankelen brengen. Dat zegt arbeidsrechtspecialist Elisabeth Matthys, nu de regering in de marge van de begrotingsgesprekken heeft beslist dat bedrijven vanaf 1 januari 2027 een systeem moeten opzetten waarmee werknemers hun gewerkte uren kunnen registreren. “Al hoeft dat niet de klassieke prikklok te zijn.”
De beslissing komt er tegen de achtergrond van een Europese richtlijn over arbeidstijden, die al jaren tot getouwtrek leidt.
In 2019 velde het Europees Hof van Justitie een arrest in een Spaanse zaak, waarbij gesteld werd dat de Europese regels over arbeidstijd alleen maar afdwingbaar zijn als de arbeidstijd wordt gemeten. Een nieuw arrest verhoogde dit jaar de druk: een rechter bepaalde (opnieuw in Spanje) dat het registratiesysteem niet alleen voor grote en middelgrote bedrijven moet gelden, maar zelfs voor huispersoneel.
Zo soepel mogelijk invullen
Door dat arrest voerden de meeste Europese landen een wettelijke verplichting op arbeidstijdregistratie in, België deed dat nog niet. In de vorige legislatuur vroeg minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) daarover advies aan de Nationale Arbeidsraad, maar de werkgevers en de vakbonden slaagden er niet in tot een akkoord te komen.
In het huidige federaal regeerakkoord staat de kwestie niet vermeld, maar in de begrotingsdebatten van de voorbije maanden is ze samen met de losse eindjes van het zomerakkoord wel besproken. Het lijkt nu de ambitie van de regering de Europese regels zo soepel mogelijk in te vullen.
“Extra administratieve last”
Vanuit de ondernemerswereld komt kritiek. Unizo noemt de maatregel “alweer een extra bron van administratieve last in een land dat een bijzonder strikt arbeidsduurregime heeft”. De prikklok is “onredelijk, onwerkbaar en onnodig”, oordeelt de zelfstandigenorganisatie.
Voka spreekt over “pure kafka” en een onbegrijpelijke bijkomende administratieve last voor de bedrijven. Volgens de werkgeversorganisatie legt Europa geen verplichting op om tijdsregistratie in te voeren.
Uit een analyse van hr-dienstengroep Liantis blijkt dat een tijdsregistratie nu vooral door grote bedrijven wordt toegepast. Bij werkgevers met meer dan 100 medewerkers maakt driekwart (76,99 procent) gebruik van tijdsregistratie. Bij werkgevers tussen 50 en 99 medewerkers is dat nog altijd meer dan de helft (54,26 procent). Bij kleine ondernemingen, van minder dan 10 werknemers bijvoorbeeld, doet ruim 90 procent het nog niet.
Vertrouwen in 2 richtingen
Elisabeth Matthys, advocaat gespecialiseerd in arbeidrecht, benadrukt in Laat dat tijdsregistratie niet noodzakelijk een klassieke prikklok betekent. “Voor het Hof moet het registratiesysteem objectief, betrouwbaar en toegankelijk zijn. Tijdsregistratie kan dus bijvoorbeeld een app zijn, of een timesheet. Je zou ook kunnen inloggen in pakweg Microsoft Teams op de computer.”
Volgens haar is de felle reactie van werkgeversorganisaties vooral ingegeven door de vrees voor wantrouwen in bedrijven. “Het zijn vooral de kmo’s – en we blijven een kmo-land – waar tijdsregistratie nog niet bestaat en waar veel in vertrouwen gebeurt. Dat vertrouwen werkt in 2 richtingen: een werknemer die een halfuur de kinderen gaat halen, een werkgever die flexibiliteit verwacht. Zo’n algemene verplichting trekt dat in twijfel.”
Volgens werknemersorganisaties kan tijdsregistratie dan weer discussies over overuren vermijden. Matthys erkent dat, maar waarschuwt voor overregulering. “Het is niet omdat er ergens een probleem is dat je meteen een algemene regel moet maken. In bedrijven waar iedereen van 9 tot 5 werkt met vaste uurroosters is zo’n systeem misschien niet nodig. Maar bij meer flexibele uurstelsels ligt dat anders: daar spreekt het voor zich dat je moet kunnen controleren.”
De verplichting zal volgens haar in principe voor alle werknemers gelden vanaf 2027, al zouden uitzonderingen mogelijk blijven. De Europese regels laten ruimte voor vrijstellingen voor bijvoorbeeld handelsvertegenwoordigers of leidinggevenden. “De vraag is alleen of men daar politiek een compromis over vindt.”
Bron: vrt.nws
by admin | dec 1, 2025 | Economie
Bpost maakt postzegels en pakjes volgend jaar duurder. De prijsverhogingen vallen een stuk hoger uit dan de inflatie, zo blijkt uit de tarieven die op de website van het postbedrijf zijn gepubliceerd. Gewone postzegels worden tot 10 cent duurder, de prijs voor pakketjes stijgt met maximaal 16 procent.
Gewone postzegels kosten voor particulieren volgend jaar 1,63 euro per stuk of 1,58 per stuk bij aankoop van een vel van tien en 1,68 euro per stuk voor thematische zegels. Daarmee zijn ze 9 of 10 cent duurder dan in 2025, wat neerkomt op prijsstijgingen van 5,7 tot 6,5 procent.
Priorzegels zullen 2,52 euro per stuk kosten, of 2,47 euro per stuk op een vel van 5, terwijl thematische priorzegels volgend jaar voor 2,57 euro per stuk over de toonbank gaan. Daarbij gaat het om prijsstijgingen met 14 of 15 cent, of 5,8 tot 6,3 procent.
Aangetekende zendingen beginnen vanaf 9,85 euro per brief, 58 cent of 6,3 procent meer. Internationale zegels, zowel voor binnen als buiten Europa, worden allemaal 17 cent duurder. Daarbij gaat het om toenames met 5,4 tot 6,1 procent.
Ook pakketjes worden duurder
Ook pakjes verzenden via bpost zal in 2026 meer kosten. Voor particuliere verzendingen naar een adres waarbij het verzendabel online wordt aangemaakt, gaat het om prijzen vanaf 7,1 tot 18,55 euro, afhankelijk van het gewicht en het al dan niet nemen van een garantie. De tarieven liggen daarbij 3,3 tot 16,3 procent boven die van 2025.
Voor wie een verzendlabel aankoopt in een postkantoor, beginnen de prijzen bij 8,6 euro, 3 procent duurder. Voor internationale verzendingen van pakjes blijven de tarieven ongewijzigd.
22 nieuwe postzegelcollecties
Tot slot maakte bpost vrijdag ook 22 thematische postzegelcollecties voor 2026 bekend. Komend jaar zet het postbedrijf onder andere popart, farmacoloog Paul Janssen, spechten, voetbal, kunst op skateboards, 100 jaar NMBS, reuma, zeewier en de 25e verjaardag van prinses Elisabeth in de kijker.
Bron: vrt.nws