| Bovenaan schittert de diamant: een kleine elite met een enorm vermogen. Daaronder blinkt het goud: mensen met grote financiële mogelijkheden. Vervolgens zien we marmer en edelstenen: welvaart, comfort en zekerheid. Daaronder ligt het metaal: de werkende bevolking die de economie mee draaiende houdt. En hoe breder de piramide wordt, hoe meer mensen we aantreffen die weinig bezitten, weinig bescherming genieten en weinig mogelijkheden hebben om hun situatie te veranderen. |
Helemaal onderaan ligt de harde werkelijkheid van extreme armoede: slijk, vervuiling, afval, krottenwijken en mensen die dagelijks moeten vechten om te overleven.
| De tragiek is dat deze mensen niet buiten de wereldeconomie staan. Ze maken er deel van uit, werken erin en dragen eraan bij, maar delen niet allemaal in de voordelen ervan. |
DE 2% rijken: DE DIAMANT
Helemaal bovenaan staat een kleine, steenrijke elite. Een wereld van miljardenvermogens, luxepaleizen, privéjets, exclusieve eilanden en financiële macht. Hun vermogen groeit vaak sneller dan dat van de gewone bevolking. Met hun kapitaal kunnen ze ondernemingen, grondstoffen, vastgoed en financiële markten beïnvloeden. Voor deze groep is rijkdom niet alleen een middel om te leven: rijkdom wordt macht, en die macht moet nog meer rijkdom opleveren. Terwijl velen zich zorgen maken over de volgende energiefactuur, kan deze elite meer geld bezitten dan hele gemeenschappen ooit zullen verdienen
DAARONDER DE 5%: HET BLINKENDE GOUD
Hier vinden we de zeer welgestelden: succesvolle ondernemers, grote investeerders, vermogende families en mensen die aanzienlijke bezittingen hebben opgebouwd.
Ze beschikken over comfortabele woningen, financiële reserves, goede gezondheidszorg en toegang tot uitstekende opleidingen. Ze hebben vaak meer mogelijkheden om risico’s te nemen, hun vermogen te laten groeien en hun kinderen een voorsprong te geven.
Toch is ook binnen deze groep het verschil met de absolute top enorm. En tussen deze welvaart en het dagelijkse leven van miljarden andere mensen gaapt een diepe kloof.
DAARONDER — DE 10%: MARMER EN WAARDEVOLLE GESTEENTEN
Dit is de wereld van de welgestelde middenklasse en de mensen die relatief veel economische zekerheid hebben. Ze beschikken over een degelijke woning, een inkomen, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg.
Voor velen is dit een leven waar anderen alleen maar van kunnen dromen.
Maar ook hier bestaat onzekerheid. Een economische crisis, een zware ziekte, werkloosheid of stijgende woonkosten kan de opgebouwde zekerheid aantasten.
En wat in het ene land als een bescheiden levensstandaard wordt beschouwd, kan in een ander land onbereikbare luxe zijn.
DAARONDER — DE 20%: HET WAARDEVOLLE METAAL
Hier bevinden zich mensen die werken, produceren, bouwen, vervoeren, verzorgen en de samenleving draaiende houden.
Het zijn arbeiders, landbouwers, chauffeurs, verpleegkundigen, leerkrachten, winkelbedienden en talloze anderen die dagelijks hun bijdrage leveren.
Zij creëren mee de rijkdom waarop onze economie steunt. Toch betekent hard werken niet automatisch dat je zelf rijk wordt.
Sommigen kunnen nauwelijks sparen. Anderen moeten kiezen tussen huur, verwarming, medicijnen en voeding. Miljoenen mensen hebben een baan en leven toch in financiële onzekerheid.
Hoe kan het dat mensen die de wereld draaiende houden, soms nauwelijks genoeg verdienen om zelf waardig te leven?
DE BREDE BASIS — DE GROTE MEERDERHEID
Hoe verder we afdalen, hoe groter de groep mensen wordt die weinig bezit, weinig financiële zekerheid en weinig mogelijkheden heeft om vooruit te komen.
In arme wijken en landelijke gebieden ontbreekt het soms aan goed onderwijs, betaalbare gezondheidszorg, degelijk drinkwater, elektriciteit en veilige huisvesting.
Mensen werken lange dagen, maar blijven arm. Kinderen groeien op zonder dezelfde kansen als kinderen die in welvarende gezinnen worden geboren.
De plaats waar je geboren wordt, je familie, je toegang tot onderwijs en de economische omstandigheden bepalen in sterke mate welke kansen je krijgt.
Wie met een achterstand begint, moet vaak veel harder werken om slechts een fractie te bereiken van wat anderen als vanzelfsprekend beschouwen.
DE ONDERKANT — SLUMS, SLIB EN VERVAL
Helemaal onderaan zien we de rauwe werkelijkheid van extreme armoede: krottenwijken, overvolle sloppenwijken, vuilnisbelten, vervuild water, open riolen, modder, afval en ratten.
Hier leven mensen in omstandigheden die hun gezondheid, veiligheid en waardigheid bedreigen.
Kinderen spelen tussen het afval. Gezinnen wonen in gammele hutten die nauwelijks bescherming bieden tegen regen, hitte of kou. Sommige mensen hebben geen betrouwbare toegang tot voedsel, schoon drinkwater of medische hulp.
Terwijl elders voedsel wordt verspild, kunnen mensen hier niet voldoende eten. Terwijl gebouwen leegstaan of als investering worden aangehouden, slapen anderen op straat. Terwijl enorme vermogens groeien, ontbreekt het mensen aan de middelen om hun kinderen een veilige toekomst te geven.
Armoede is niet alleen een gebrek aan geld. Het is ook een gebrek aan kansen, bescherming, invloed en de vrijheid om zelf richting aan je leven te geven.
En wie eenmaal onderaan terechtkomt, ondervindt vaak de grootste moeilijkheden om daar weer uit te raken.
VAN CONTINENT TOT CONTINENT
Afrika: Het continent beschikt over enorme voorraden natuurlijke rijkdommen, waaronder olie, gas, goud, koper, kobalt en andere mineralen. Toch leven veel mensen in armoede en ontbreekt het in sommige regio’s aan betrouwbare infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. De opbrengsten van grondstoffen komen niet altijd terecht bij de lokale bevolking. Bestuur, internationale handelsverhoudingen, conflicten, schulden en de verdeling van inkomsten spelen daarbij een belangrijke rol. Tegelijk bestaan er grote verschillen tussen Afrikaanse landen en binnen hun eigen grenzen.
Azië: Hier ontmoeten extreme rijkdom en diepe armoede elkaar. Naast grote economische machten, moderne metropolen en steenrijke ondernemers bestaan er gemeenschappen waar mensen onder moeilijke omstandigheden werken en wonen. De economische ontwikkeling heeft miljoenen mensen uit de armoede geholpen, maar de voordelen zijn niet overal gelijk verdeeld.
Europa: Veel Europeanen genieten van sociale bescherming, onderwijs en gezondheidszorg. Toch zijn ook hier armoede, dakloosheid, schulden en ongelijke kansen aanwezig. Vermogen is sterk geconcentreerd en wie vastgoed of financiële bezittingen bezit, kan vaak gemakkelijker vermogen opbouwen dan iemand die uitsluitend afhankelijk is van een loon.
Noord-Amerika: Hier bevinden zich enkele van de grootste privévermogens ter wereld. Tegelijk hebben ook rijke landen te maken met dakloosheid, hoge woonkosten, mensen zonder adequate ziektekostenverzekering en gezinnen die ondanks hun werk moeilijk rondkomen. Een groot nationaal inkomen betekent dus niet dat iedere inwoner daarvan in dezelfde mate profiteert.
Noord-Amerika: Hier bevinden zich enkele van de grootste privévermogens ter wereld. Tegelijk hebben ook rijke landen te maken met dakloosheid, hoge woonkosten, mensen zonder adequate ziektekostenverzekering en gezinnen die ondanks hun werk moeilijk rondkomen. Een groot nationaal inkomen betekent dus niet dat iedere inwoner daarvan in dezelfde mate profiteert.
Zuid-Amerika: Het continent bezit vruchtbare landbouwgrond, mineralen, energiebronnen en andere waardevolle natuurlijke hulpbronnen. Toch kennen verschillende landen grote verschillen tussen rijke elites en arme bevolkingsgroepen. De verdeling van grond, de toegang tot goed onderwijs, economische kansen en politieke invloed spelen daarbij een belangrijke rol.
De situatie verschilt sterk per land en regio. Geen enkel continent bestaat uitsluitend uit rijken of armen. Maar overal ter wereld zien we dezelfde fundamentele vraag terugkeren: wie bezit de rijkdom, wie creëert haar, en wie plukt er de vruchten van?
Het doel hoeft niet te zijn dat iedereen exact evenveel bezit. Het doel moet zijn dat niemand tot mensonwaardige omstandigheden wordt veroordeeld terwijl de wereld als geheel over enorme middelen beschikt.
Want de ware waarde van een samenleving blijkt niet alleen uit de schittering van haar diamant aan de top, maar vooral uit de manier waarop zij omgaat met de mensen aan de onderkant.
De rijkdom moet beter verdeeld worden, de rijken moeten inleveren.
De vermogensbelasting volgens professor De Grauwe
Professor Paul De Grauwe sprak over de Belgische begroting, in de podcast Tussen Wetstraat en Wall Street van Knack en Trends, gepubliceerd op 9 oktober 2026. Hier vind je de samenvatting van zijn belangrijkste standpunten.
- De belangrijkste boodschap: laat de superrijken meer bijdragen
Volgens De Grauwe is de Belgische belastingdruk niet eerlijk verdeeld. Hij vindt dat mensen met een groot vermogen meer moeten bijdragen aan de overheidsfinanciën. Hij wijst erop dat de belastingdruk volgens de beschikbare informatie ongeveer 23% bedraagt voor de rijkste 1%, tegenover 47% voor de gemiddelde Belg.
Zijn uitgangspunt: wie financieel het meest draagkrachtig is, moet ook een grotere bijdrage leveren. (Podspot) - Een vermogensbelasting voor de rijksten
De Grauwe pleit voor een progressieve belasting op grote vermogens. Zijn voorgestelde systeem houdt volgens de beschikbare informatie het volgende in:
• Het eerste miljoen euro aan vermogen blijft vrijgesteld.
• Boven dat bedrag zou een jaarlijkse belasting van 1% gelden.
• Voor vermogens boven 100 miljoen euro zou het tarief kunnen oplopen tot 3%.
Het doel is om meer belastinginkomsten te genereren zonder de gewone spaarder op dezelfde manier te treffen als de zeer vermogende Belg. (Podspot) - Kritiek op managementvennootschappen
Een ander belangrijk thema is het gebruik van managementvennootschappen. Dat zijn vennootschappen waarmee bijvoorbeeld zelfstandige bedrijfsleiders hun beroepsinkomsten ontvangen. Afhankelijk van de concrete situatie kan die constructie fiscaal voordeliger zijn dan wanneer iemand zijn inkomsten rechtstreeks als loon ontvangt.
De discussie gaat over de vraag of sommige fiscale voordelen te ver gaan en of de overheid daardoor veel inkomsten misloopt. De Grauwe wil dat de belastingregels eerlijker worden, zodat mensen met vergelijkbare inkomsten niet sterk verschillend worden belast door de manier waarop ze hun inkomsten organiseren. De beschikbare informatie vermeldt een geraamd verlies van 4,2 miljard euro aan overheidsinkomsten in verband met managementvennootschappen. (Podspot) - Hoe moet België zijn begroting op orde krijgen?
De Belgische overheid moet haar begroting onder controle krijgen. De vraag is hoe dat moet gebeuren. Er zijn verschillende mogelijkheden:
• Besparen op de overheidsuitgaven.
• Bestaande belastingen aanpassen.
• Nieuwe inkomsten zoeken bij mensen met grote vermogens.
• Fiscale uitzonderingen en achterpoortjes aanpakken.
De Grauwe legt volgens de beschikbare informatie vooral de nadruk op een eerlijkere verdeling van de belastingen en het aanpakken van fiscale voordelen voor de meest vermogenden. (Podspot)
Zijn conclusie in gewone mensentaal
De kern van professor De Grauwes betoog lijkt te zijn dat de Belgische begrotingsproblemen niet uitsluitend opgelost moeten worden door te besparen of de gewone werkende Belg meer te laten betalen.
Hij wil dat de overheid ook kijkt naar de grote vermogens en naar fiscale constructies waarmee sommige mensen minder belastingen betalen.
Hij stelt daarmee in wezen drie vragen: - Waarom betaalt de gemiddelde Belg relatief veel belastingen, terwijl de belastingdruk voor de rijksten lager kan liggen?
- Waarom worden bepaalde inkomsten fiscaal gunstiger behandeld dan andere?
- Waarom zou de overheid niet meer inkomsten halen bij mensen die over een zeer groot vermogen beschikken?
Neutr-On steunt deze visie. Neutr-On streeft naar een vermogensbelasting van 2% voor vermogens hoger dan 2 miljoen euro.
