Het kernkabinet van premier Bart De Wever heeft een definitief akkoord bereikt over enkele “noodzakelijke financiële maatregelen”. Vooral naar de aanpassingen in de btw-tarieven werd reikhalzend uitgekeken. “Er wordt gestreefd naar een evenwicht tussen budgettaire verantwoordelijkheid, rechtszekerheid en economische realiteit”, aldus de minister van Financiën Jan Jambon (N-VA).
Concreet zullen de btw-tarieven voor sport, cultuur en vermaak vanaf 1 maart stijgen van zes naar twaalf procent. Ook wie een overnachting boekt in een hotel of op een camping zal daar vanaf maart meer voor moeten betalen.
Ook voor afhaalmaaltijden gaat de prijs omhoog. De regering heeft takeaway gedefinieerd als elke bereide maaltijd of drank met een maximale houdbaarheidsdatum van twee dagen, om zo bakkerijen en traiteurs te ontzien. Het btw-tarief voor non-alcoholische dranken in de horeca daalt dan weer van 21 naar 12 procent.
Tegelijkertijd vindt er een “fiscale heroriëntatie” plaats in de energiesector: deaccijnzen op aardgas en stookolie zullen stelselmatigverhoogd worden, terwijl de accijnzen op elektriciteit dalen. Vanaf 2027 zullen ook de accijnzen op benzine en diesel stijgen. Die laatste maatregel zou de regering 50 miljoen euro per jaar moeten opbrengen.
Verder gaan de banken-, effecten- en verzekeringstaksen in 2026 omhoog. Net als het zogenaamde ‘VVPR-bis’-dividend, voor kleine vennootschappen. Dat stijgt van 15 naar 18 procent.
Voor liquidatiereserves die vanaf 31 december 2025 worden gevormd, stijgt het tarief van de roerende voorheffing van 6,5 procent naar 9,8 procent. Tot slot wordt de specifieke forfaitaire aftrek van kosten voor auteursrechten vanaf 1 januari afgeschaft en wordt de verjaringstermijn (momenteel dertig jaar) voor slapende rekeningen gewijzigd.
Om haar begrotingstraject te respecteren, moet de regering deze legislatuur 9,2 miljard euro besparen. “De gemaakte keuzes zijn noodzakelijk om de rekeningen van het land op orde te brengen en om de geloofwaardigheid van ons begrotingsbeleid te vergroten. Dat is absoluut noodzakelijk in de woelige economisch-financiële en ook internationale context”, besluit Jambon.
Bron: HLN.be