‘Gewone belegger betaalt, niet sterkste schouders’, waarschuwt Van Quickenborne

De befaamde meerwaardebelasting van de Arizona-coalitie – de grote trofee van Vooruit – sleept zich maar moeizaam door de Kamer. De tweede lezing van het voorstel wordt met een maand uitgesteld, zo meldt Vincent Van Quickenborne (Anders) op sociale media.

De gewezen minister van Justitie vond zich de voorbije maanden opnieuw uit als nagel aan de doodskist van minister van Financiën Jan Jambon (N-VA). Hij brengt zo dossiers onder de aandacht die de regering-De Wever in verveeldheid brengen

Eerst was er ‘Money Control’, het Arizona-voorstel om de fiscus via algoritmes en artificiële intelligentie financiële data van burgers proactief te laten analyseren met het oog op aangescherpte fiscale controles. Vandaag is er de meerwaardebelasting. ‘Ik noem het een meerwaardemonster’, vertrouwt het liberale Kamerlid ons toe. Op LinkedIn geeft Van Quickenborne een lijst van een dertigtal ‘Kafka’s’ die volgens hem opheldering of aanpassing vereisen. ‘Het zijn niet de “sterkste schouders” die deze belasting zullen betalen, wel de gewone belegger.’

Enige trofee

De meerwaardebelasting wordt momenteel door de Kamer geloodst. Een hele klus, zo blijkt. De tweede lezing van het wetsontwerp in Kamercommissie Financiën werd door de meerderheid met een maand uitgesteld, van 13 februari naar 11 maart. De belasting op meerwaarden verwezenlijkt bij de verkoop van ‘financiële producten’ is een pilaar van de tandem N-VA-Vooruit, maar dus nog geen feit. Al is de kans klein dat ze werkelijk gevaar loopt, duidt politicoloog Dave Sinardet (VUB/ULB).

‘Voor Vooruit is de meerwaardebelasting cruciaal, naast de verhoging van de effectentaks. Als de meerwaardebelasting er niet zou komen, stort het politieke evenwicht helemaal in elkaar. Het equivalent voor de N-VA als de werkloosheidsbeperking in de tijd er toch niet zou zijn gekomen; dat zou voor De Wever onaanvaardbaar zijn geweest. Maar voor Vooruit is de meerwaardebelasting eigenlijk de enige échte trofee; N-VA heeft er meer. Ook daarom is ze voor Conner Rousseau zo belangrijk.’

Hoe dieper, hoe lelijker

De tekst die momenteel voorligt in het parlement, blinkt volgens Van Quickenborne niet uit in elegantie, precisie of verstaanbaarheid. ‘Het is een ontwerp van 272 bladzijden’, steekt het Anders-zwaargewicht van wal. ‘De minister las vorige week drie uur aan één stuk antwoorden voor op de honderd vragen die ik hem had gesteld. Dat klinkt veel, maar is logisch: hoe dieper je graaft, hoe lelijker het voorstel wordt.’

Zo bestaat volgens Van Quickenborne onduidelijkheid over de tarieven die van toepassing zijn. ‘De meerderheid vertelt dat het een belasting is van 10 procent. Maar dat klopt niet, toch niet altijd. Er zijn maar liefst négen mogelijke tarieven, afhankelijk van de situatie waarin men zich bevindt. De meerwaardetaks is zo complex, een kat vindt er haar jongen niet in terug.’

De moeilijkheid van de meerwaardebelasting is niet enkel een last voor liberale parlementsleden, maar ook voor het overleven van de belasting zelf, waarschuwt Sinardet. ‘Voor Vooruit is deze “rijkentaks” een antwoord op critici die vinden dat de socialisten veel toegevingen hebben gedaan in de sociale zekerheid. N-VA en MR wilden die belasting natuurlijk liever niet. Wat je dan krijgt, is een compromis met speciale regelingen dat politiek wel werkt, maar juridisch-technisch misschien niet.’

‘Aan flarden schieten’

‘Het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel doemt dan op’, waarschuwt de politicoloog. ‘Want ook al bestaat er over uitzonderingen en afwijkingen een politiek akkoord, dat betekent nog niet dat ze ook grondwettelijk zijn. Beleggers in private-equityfondsen ontsnappen bijvoorbeeld aan de taks. Aandeelhouders die minstens 20 procent van de aandelen van een vennootschap bezitten, krijgen ook een vrijstelling voor de eerste één miljoen euro. Vooruit en N-VA hebben dat afgesproken, maar we zullen zien wat de Raad van State en het Grondwettelijk Hof vinden van zo’n bijzondere regimes. En mocht, bijvoorbeeld, het Grondwettelijk Hof die meerwaardebelasting vernietigen, dan zal de regering iets anders moeten verzinnen om Vooruit te paaien.’

Al tempert Sinardet wel meteen de risico’s of verwachtingen. ‘Het Grondwettelijk Hof zoekt ook naar evenwichten. Als iets flagrant ongrondwettig is, heeft het natuurlijk weinig keus. Maar in andere gevallen is het niet blind voor de context. Niet dat het aan partijpolitiek doet, maar grondwetstoetsing is evenmin een exacte wetenschap. Ik denk niet dat het Hof erop aast een belangrijk en gevoelig politiek akkoord aan flarden te schieten.’

Gebroken belofte

Van Quickenborne maakt zich sterk dat de meerwaardebelasting aan de N-VA blijft kleven. ‘De Wever had beloofd dat beleggers die hun belegging minstens tien jaar aanhielden, niet geviseerd zouden worden. Hij zal die belofte nu breken. Door die breuk zullen langetermijnbeleggers duizenden, tienduizenden euro’s aan belasting betalen. Dat zijn helemaal niet de “sterkste schouders”, hé, dat zijn normale mensen. De sterkste schouders organiseren zich via vennootschappen en zullen door deze belasting geen euro extra betalen.’

Het Kamerlid maakt het concreet: ‘Iemand die elke maand 200 euro belegt voor zijn dochter en dat doet tot haar 25ste zodat zij dan een huis kan kopen, zal snel vierduizend euro meerwaardebelasting betalen. Terwijl die belegging gebeurde uit een loon dat in België al tot vijftig procent belast wordt. Of mensen – werknemers en zelfstandigen – die beleggen om ervoor te zorgen dat ze op hun 67ste een even hoog pensioen hebben als een ambtenaar. Daarvoor moet je een kapitaal opbouwen van tussen de vier- en vijfhonderdduizend euro. Met deze nieuwe belasting wordt dat bedrag stevig afgeroomd. En moet je dus nóg meer bij elkaar zien te krijgen.’

De fiscus moet ook weten welke meerwaarden net gerealiseerd werden. Ook dat brengt risico’s met zich mee, legt Van Quickenborne uit. ‘Door de aangifteplicht krijgt de fiscus inzage in uw transacties. Dat zal leiden tot een heksenjacht, waarbij de fiscus zal proberen om de realisatie van private meerwaarden te herkwalificeren als ‘abnormaal beheer’ of speculatie. Daarop is een tarief van toepassing van 33 procent, plus aanvullende gemeentebelasting. Ik begrijp dan ook goed waarom Jambon 371 nieuwe belastingcontroleurs nodig heeft: ze zullen veel werk hebben.’

Bron: doorbraak.be