‘Waarom levert de helft van de klas die taak te laat in?’ ‘Kan dan echt niemand zijn vinger opsteken?’ ‘Elke keer zijn ze halfweg de opdracht mijn instructies al vergeten.’ Is de toestand hopeloos, of kan je er wat aan doen? Executieve functies to the rescue: professor Dieter Baeyens (KU Leuven).
Dieter Baeyens, professor gezins- en orthopedagogiek: “Leerlingen die na een pauze niet opnieuw in werkmodus geraken, een kind dat al bij stap 2 de draad kwijt is en vraagt om de instructies te herhalen, een leerling die er steeds antwoorden uitflapt nog voor de vraag gesteld is, een tiener die tegen de regels in voortdurend zijn smartphone checkt. Die situaties zijn herkenbaar voor elke leraar, en vaak ook frustrerend.”
“Want als je op zulk gedrag botst, lijkt de enige mogelijke conclusie: ze kunnen wel, maar willen niet. Het goede nieuws is dat je er wat aan kan doen, als je begrijpt waar dat gedrag vandaan komt. Een mogelijke verklaring? De executieve functies van je leerlingen.”
Dieter Baeyens: “Wie steeds op zijn smartphone kijkt, heeft misschien een zwakke impulscontrole. Als een leerling keer op keer je instructies vergeet, kan de oorzaak liggen bij hoe hij zijn werkgeheugen benut. En als je na de pauze telkens moet trekken en sleuren om dat ene kind weer in werkmodus te krijgen, is zijn beperkte cognitieve flexibiliteit een mogelijke oorzaak.”
“In de kleutertijd ontwikkelen executieve functies zich erg snel. En die groei gaat — aan een lager tempo — nog door tot laat in de adolescentie. Maar er zijn individuele verschillen. Niet elk kind groeit op in een stimulerende omgeving. En niet elk kind ontwikkelt zich even snel, is even gemotiveerd of even intelligent.”
“Als leraar heb je natuurlijk niet alles in de hand. Het goede nieuws is dat je de executieve functies van je leerlingen deels kan versterken. En nog beter: je doet dat ongetwijfeld al. De principes achter EF zijn voor leraren immers lang niet allemaal nieuw.”
“De EF’s van je leerlingen ontwikkelen zich wanneer jij ze doelbewust stimuleert. Rekenopdrachten, een huiswerkplanning of simpelweg gericht luisteren: bij zulke schoolse opdrachten zetten je leerlingen een of meer EF’s in. Aanvullend kan je ook spelvormen benutten. Met het spel Taboe oefen je bijvoorbeeld impulscontrole, met Jungle Speed train je ook cognitieve flexibiliteit.”
“EF-interventies mikken in de eerste plaats op gedragsverandering. Wie zijn EF’s goed ontwikkelt, maakt minder impulsieve keuzes, gaat makkelijker sterke relaties aan en plant beter. Dat helpt je op school, in je professionele én in je persoonlijke leven. Een directe impact van EF op rapportcijfers? Die valt veel moeilijker te meten, daar is het bewijs minder sterk. Schoolse prestaties worden beïnvloed door zoveel factoren, vakspecifieke en algemene.”
Dieter Baeyens: “De kennis over EF stelt je bovendien in staat om je eigen gedrag, gedachten en emoties bewuster te observeren. Vind jij snel een oplossing als je vertrouwde lokaal niet vrij is? Hou jij je les helder als er op de speelplaats veel lawaai is? Blijf je kalm als iemand een verwijt naar je hoofd slingert?”
“Die inzichten maken je niet enkel sterker in je job. Je geeft je leerlingen ook een voorbeeld waar ze veel van opsteken. Als jij je leerlingen de kans geeft om hun EF’s te oefenen en te versterken, slagen ze er beter in om het antwoord niet door de klas te roepen, slaan ze geen stappen over en houden ze die smartphone misschien zelf aan de kant. En daar plukken ze de vruchten van. Niet enkel in jouw klas, maar ook in hun verdere leven.”
Bron: klasse.be
