De allerrijksten geven hun geld via schenkingen fiscaal veel voordeliger door aan hun kinderen en kleinkinderen, in vergelijking met de minder vermogenden. De rijkste 1 procent staat daarbij in voor 58 procent van die schenkingen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van econoom Arthur Apostel (Universiteit Gent).
Fortuin te geef
Zelden heeft een generatie zoveel welvaart opgebouwd als de babyboomers, en dus viel er nooit eerder zo’n groot vermogen aan de volgende generatie over te dragen. Wie zijn de winnaars en de verliezers van die grote wissel van fortuin? Zal de erfenisexplosie de ongelijkheid vergroten? En wordt de plaats van je wieg weer belangrijker dan wat je presteert? In de reeks ‘Fortuin te geef’ onderzoekt De Standaard bij wie de erfenis van de boomers terechtkomt.
Het zou een scène uit een film kunnen zijn. De kinderen verzamelen zich met een notaris rond het bed van hun doodzieke vader, en vragen hem om met zijn laatste krachten nog een schenkingsverklaring te tekenen. Er komt dus geen erfenis na het overlijden, wel een schenking bij leven. De volgende dag blaast de vader zijn laatste adem uit, en hebben de kinderen de belastingen op de overdracht flink kunnen reduceren.
In België is dat geen fictie, maar dagelijkse realiteit, zo blijkt uit onderzoek van de econoom Arthur Apostel (Universiteit Gent). Van alle schenkingen gedaan tot drie jaar voor overlijden wordt een onevenredig groot deel een of enkele dagen voor het overlijden geregistreerd. Dat scheelt een slok op een borrel, want de schenkbelasting is met drie procent doorgaans veel lager dan de erfbelasting, die oploopt tot 27 procent. Een belronde van De Standaard bij enkele notarissen leert dat zij zulke lastminute-schenkingsaktes voor op sterven liggende erflaters adviseren “voor een liquide vermogen van minstens 100.000 euro”. Vastgoed zo laat wegschenken is moeilijker “omdat wij allerlei akten moeten opvragen”, klinkt het.
Dat zeer vermogenden de erfbelastingen minimaliseren, gaat in tegen de intentie van de wetgever. Het Belgische systeem voor successierechten is al sinds 1921 geschoeid op een progressieve belastinglogica: hoe meer je erft, hoe meer je moet betalen. “Maar in feite is het Belgische systeem regressief aan de absolute top, ondanks de sterk progressieve tarieven op nalatenschappen”, schrijft Apostel.
Typisch Belgisch
In elk van de drie gewesten worden schenkingen veel minder zwaar belast dan erfenissen, en vermogende huishoudens doen daar vaker hun voordeel mee dan minder welgestelde gezinnen. De rijkste 1 procent staat in voor 58 procent van alle schenkingen voor overlijden, en de rijkste 0,1 procent voor 28 procent. Mannen, hogeropgeleiden en Vlamingen maken vaker gebruik van schenkingen dan vrouwen, lager opgeleiden en Walen. Daar staat tegenover dat in 90 procent van de gevallen – vooral de middenklasse en de minder welgestelden – helemaal geen vermogensoverdracht plaatsvindt in de vorm van schenkingen. Dat slechts 10 procent de overdracht via die weg optimaliseert, noemt Apostel “opmerkelijk”.
Apostel kon als een van de eersten erfenissen in België onderzoeken op basis van geanonimiseerde overheidsdata, en niet via minder nauwkeurige peilingen. Zijn onderzoek komt op een belangrijk moment. We staan aan de vooravond van de grootste intergenerationele vermogensoverdracht ooit. De particuliere vermogens zijn in België in vier decennia met 80 procent gestegen. Ze zijn nu ongeveer 6,5 maal zo groot als de totale economische output in ons land. Er zijn ook aanwijzingen dat het aandeel van het geërfde vermogen in het totale vermogen snel toeneemt. Dat zou betekenen dat erven belangrijker wordt in vergelijking met andere vormen van vermogensopbouw. In de loop van de 20ste eeuw steeg de effectieve belastingdruk op vermogenstransfers, terwijl die nu juist daalt.
“Het is belangrijk dat we goed begrijpen hoe die transfers van de ene generatie op de andere in elkaar zitten, en welke invloed ze hebben op de verdeling van rijkdom”, schrijft Apostel. “Dat geldt ook voor de belasting op die overdrachten, omdat die onder meer gezien wordt als een manier om de vermogensongelijkheid te verkleinen.”
Kijken we naar de 0,01 procent rijkste overledenen, dan is de vermeden belasting niet min. Door gebruik te maken van giften, betalen zij 50 procent minder dan wanneer ze die strategie niet zouden toepassen. Deze groep superrijken draagt 60 procent van het vermogen over via giften. Voor de rest van de rijkste 10 procent is dat 20 procent. Bovendien bestaan de vermogens van de zeer vermogende huishoudens voor een kleiner deel uit vastgoed, dat zwaarder belast wordt. Terwijl in deze groep de nalatenschap 160 maal zo groot is als gemiddeld, zijn de schenkingen 1.300 keer zo groot. De allerrijksten doen ook vaker een gift vlak voor de datum van overlijden dan de minder rijken. Niet zelden dus slechts een dag voordat het sterfgeval zich voordoet.
Het onderzoek houdt geen rekening met schenkingen die volledig onbelast blijven. Dat is het geval met ongeregistreerde hand- en bankgiften. Voor die giften geldt een wettelijk nultarief, tenzij de schenker binnen de vijf jaar overlijdt.
Dat giften lager worden belast dan erfenissen, is een typisch Belgisch fenomeen. “Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Nederland belasten schenkingen tegen hetzelfde tarief als erfenissen”, stelt Apostel vast. Ook het onderscheid dat in België gemaakt wordt tussen schenkingen van vastgoed of roerend vermogen, is uniek. Onbelast schenken via hand- of bankgiften is in andere landen ook niet of slechts beperkt mogelijk.
| Vlaamse bevoegdheid De sterk uiteenlopende tarieven voor erfenissen en schenkingen bestaan nog niet zo lang. “Historisch gezien werden erfenissen en schenkingen tegen hetzelfde tarief belast”, schrijft Apostel. Maar nadat de deelstaten bevoegd waren geworden, verlaagde Vlaanderen als eerste het tarief op schenkingen, met het doel meer geld binnen te halen. Dat is gelukt: de inkomsten vervijfvoudigden tussen 2003 en 2005. Tegen een laag tarief bleken meer mensen bereid de schenking te registreren. Zo verlaagden ze het risico dat bij een onvoorzien overlijden alsnog erfenisbelasting moest worden betaald. Nadien volgden Brussel en Wallonië het Vlaamse voorbeeld. |
De onderzoeker heeft via een simulatie uitgezocht wat het effect zou zijn van het gelijktrekken van de belastingen voor erfenissen en giften. Abstractie makend van gedragsveranderingen, zou de meeropbrengst tot 767 miljoen euro per jaar kunnen bedragen, als alle giften tot 7 jaar voor de dood even zwaar worden belast als de erfenis. Die opbrengst zou dan gebruikt kunnen worden om de fiscale last eerlijker te verdelen, stelt Apostel.
Bron: De Standaard
