De wijzigingen, van de loonvorming, vanaf november 2026 vloeien voort uit een hervorming van de personenbelasting. Het gaat in eerste instantie om de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het maandloon. Een hoger of lager nettoloon betekent dus niet noodzakelijk dat de uiteindelijke belasting voor het volledige inkomstenjaar met exact hetzelfde bedrag verandert.


Vanaf 1 november 2026 worden verschillende fiscale hervormingen verwerkt in de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Dat is de belasting die de werkgever maandelijks op het brutoloon inhoudt en aan de fiscus doorstort.


Volgens de simulaties van SD Worx, zoals aangehaald in het artikel van 5 oktober 2026 in De Tijd, kunnen de gevolgen aanzienlijk verschillen naargelang de gezinssituatie en het inkomen.

Gezinssituatie – Verwachte wijziging van het nettoloon per maand
Alleenstaande zonder personen ten laste + € 8,47
Gehuwde of wettelijk samenwonende, partner zonder eigen inkomen, brutoloon € 3.500 + € 16,94
Gehuwde of wettelijk samenwonende, partner zonder eigen inkomen, brutoloon € 6.000 − € 18,91
Werknemers met kinderen ten laste, afhankelijk van inkomen en gezinssituatie Van + € 13,47 tot − € 29,90

Let op: dit zijn voorbeelden, simulaties in het artikel, geen algemene bedragen die voor iedere werknemer gelden.
Er zijn drie belangrijke fiscale wijzigingen.

A. Verhoging van de belastingvrije som
De belastingvrije som is het gedeelte van het belastbare inkomen waarop uiteindelijk geen personenbelasting verschuldigd is.
De federale regering verhoogt die som geleidelijk. Daardoor wordt een groter deel van het inkomen vrijgesteld van belasting.
Voor een alleenstaande zonder personen ten laste zou dit volgens de aangehaalde simulaties vanaf november een maandelijks nettovoordeel van € 8,47 opleveren.

B. Wijziging van de fiscale voordelen voor kinderen ten laste
De belastingvrije som kan worden verhoogd naargelang het aantal personen ten laste.
De hervorming voorziet in een verhoging van bepaalde toeslagen, met bijzondere aandacht voor het eerste en het tweede kind.
Voor gezinnen met drie of meer kinderen worden bepaalde toeslagen echter tijdelijk niet meer geïndexeerd. Daardoor kunnen die gezinnen een deel van het eerder verwachte voordeel verliezen. De uiteindelijke impact hangt af van het aantal kinderen, het inkomen en de gezinssituatie.
C. Geleidelijke afbouw van het huwelijksquotiënt
Het huwelijksquotiënt is een fiscale regeling waarbij een deel van het beroepsinkomen van de ene partner fiscaal wordt toegerekend aan de andere partner, wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Dat kan voordelig zijn voor koppels waarbij één partner weinig of geen beroepsinkomsten heeft.
De hervorming bouwt dit voordeel voor niet-gepensioneerden geleidelijk af. Daardoor kunnen sommige gehuwden en wettelijk samenwonenden meer belasting betalen.
Het effect van de afbouw kan groter zijn dan het voordeel van de verhoogde belastingvrije som. Dat verklaart waarom sommige werknemers ondanks de belastingverlaging toch minder nettoloon overhouden.
Er zijn twee belangrijke wettelijke teksten.


Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting
Deze wet vormt de wettelijke basis voor de inhoudelijke fiscale hervormingen.
De wet werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 29 juli 2026.


De belangrijkste onderdelen voor het artikel zijn:
• de geleidelijke verhoging van de belastingvrije basissom;
• de hervorming van de toeslagen voor kinderen ten laste;
• de tijdelijke beperking van de indexering van bepaalde fiscale toeslagen;
• de geleidelijke afbouw van het huwelijksquotiënt;
• wijzigingen aan bepaalde belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten.

De relevante fiscale bepalingen moeten worden gelezen in samenhang met het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), waarin onder meer de belastingvrije som en de berekening van de personenbelasting worden geregeld.

De officiële toelichting bij de hervorming vindt u hier:

Hervorming van het Wetboek van de personenbelasting — federale regering Geïndexeerde bedragen en toelichting bij de hervorming — BDO


Koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing
Dit is de rechtstreeks relevante uitvoeringsmaatregel voor de wijziging van het nettoloon vanaf november.
Het koninklijk besluit past de toepassingsregels voor de bedrijfsvoorheffing aan in bijlage III bij het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 (KB/WIB 92).

De wijzigingen hebben onder meer betrekking op:
• de berekening van de belastingvrije som;
• de toeslagen op die som;
• de toepassing van het huwelijksquotiënt;
• bepaalde belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten.

Artikel 10 van het koninklijk besluit bepaalt dat de wijzigingen van toepassing zijn op inkomsten die vanaf 1 november 2026 worden betaald of toegekend, behoudens de daarin vermelde uitzonderingen.

Dat is dus de concrete wettelijke grondslag voor de gewijzigde inhouding op het loon vanaf november.
U kunt de volledige tekst hier raadplegen:

Koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing — volledige tekst
De officiële informatie over de berekening van de bedrijfsvoorheffing vindt u daarnaast op de website van de FOD Financiën: FOD Financiën — berekening van de bedrijfsvoorheffing

Welke bepalingen van het WIB 92 zijn relevant?


Voor een juridische analyse zijn vooral de volgende onderdelen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 van belang.


Onderwerp – Juridische verwijzing – Betekenis
Belastingvrije som – Artikel 131 WIB 92 – Bepaalt de basis van de belastingvrije som.
Verhogingen van de belastingvrije som – Artikel 132 WIB 92 – Regelt onder meer de verhogingen in verband met personen ten laste.
Huwelijksquotiënt – Artikel 87 WIB 92 – Regelt de toerekening van een deel van het beroepsinkomen aan de andere partner.
Berekening van de belasting – Artikelen 130 e.v. WIB 92 – Regelen de tarieven en de berekening van de personenbelasting.
Bedrijfsvoorheffing – Artikel 270 e.v. WIB 92 en bijlage III bij het KB/WIB 92 – Regelen de inhouding en de uitvoeringsmodaliteiten van de bedrijfsvoorheffing.

Juridische nuance: de artikelen van het WIB 92 moeten samen worden gelezen met de wijzigingsbepalingen van de wet van 15 juli 2026. Voor de precieze toepassing op een loonfiche vanaf november is bovendien de gewijzigde bijlage III bij het KB/WIB 92 doorslaggevend.
De actuele fiscale bedragen en de toepasselijke tarieven kunnen worden nagegaan via de FOD Financiën:

FOD Financiën — belastingtarieven en belastingvrije som

Waarom kan iemand minder nettoloon ontvangen ondanks een belastingverlaging?
Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar het volgt uit de combinatie van verschillende maatregelen.
Neem een gehuwde werknemer met een partner zonder beroepsinkomsten.
Er werken dan twee effecten in tegengestelde richting:
Positief effect
• De belastingvrije som stijgt.
• Daardoor kan de belasting op het inkomen dalen.
Negatief effect
• Het fiscale voordeel van het huwelijksquotiënt wordt afgebouwd.
• Daardoor kan een deel van het inkomen fiscaal minder gunstig worden behandeld.
Het uiteindelijke resultaat hangt af van de verhouding tussen beide effecten.

Dat verklaart waarom iemand met een brutoloon van € 3.500 volgens de simulaties een nettovoordeel kan hebben, terwijl iemand met dezelfde gezinssituatie en een brutoloon van € 6.000 juist een nettoverlies kan ondervinden.
Bij gezinnen met kinderen kan daar nog een derde effect bijkomen: de tijdelijke beperking van de indexering van bepaalde toeslagen.


Betekent een lager nettoloon dat men uiteindelijk meer belasting betaalt?
Niet noodzakelijk in exact dezelfde verhouding.
De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de uiteindelijke personenbelasting. De definitieve belasting wordt bepaald bij de belastingberekening op basis van de belastbare inkomsten en de toepasselijke fiscale regels.
Daarom moeten twee zaken worden onderscheiden:

  1. Het maandelijkse nettoloon: dit verandert doordat de werkgever vanaf november een andere bedrijfsvoorheffing inhoudt.
  2. De uiteindelijke personenbelasting: die wordt berekend volgens de fiscale regels die van toepassing zijn op het betrokken inkomstenjaar.

Een wijziging van de bedrijfsvoorheffing kan dus onmiddellijk zichtbaar zijn op de loonfiche, terwijl de definitieve fiscale afrekening later volgt.
Een lagere bedrijfsvoorheffing betekent op zichzelf niet dat iemand definitief minder belasting verschuldigd is. Omgekeerd betekent een hogere bedrijfsvoorheffing niet noodzakelijk dat de uiteindelijke belasting in dezelfde mate stijgt.

Conclusie
De aangekondigde verandering vanaf november 2026 is geen afzonderlijke belasting op het loon, maar een aanpassing van de bedrijfsvoorheffing aan de hervormde regels van de personenbelasting.
De belangrijkste juridische bronnen zijn:

  1. Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2026.
  2. Koninklijk besluit van 27 september 2026 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing, in het bijzonder artikel 10 en de wijzigingen aan bijlage III bij het KB/WIB 92.
  3. Het WIB 92, met name de bepalingen over de belastingvrije som, personen ten laste, het huwelijksquotiënt en de bedrijfsvoorheffing.
    De praktische gevolgen zijn niet voor iedereen dezelfde. Vooral de combinatie van het inkomen van beide partners, het aantal kinderen ten laste en het recht op het huwelijksquotiënt bepaalt of het nettoloon stijgt of daalt.
De praktische gevolgen zijn niet voor iedereen dezelfde. Vooral de combinatie van het inkomen van beide partners, het aantal kinderen ten laste en het recht op het huwelijksquotiënt bepaalt of het nettoloon stijgt of daalt.

Belangrijkste aandachtspunt: wie de werkelijke fiscale impact wil beoordelen, moet niet alleen naar de loonfiche van november kijken, maar ook naar de definitieve berekening van de personenbelasting voor het betrokken inkomstenjaar. De maandelijkse inhouding en de uiteindelijke belasting zijn immers twee verschillende zaken.