Privé-anciënniteit meenemen naar het onderwijs

Kan ik mijn anciënniteit meenemen naar het onderwijs?

Ik behaalde 20 jaar geleden mijn lerarendiploma, maar zette nooit de stap naar het onderwijs. Als ik nu wel de switch zou maken, telt mijn ervaring dan mee om mijn salaris te berekenen?

Bart (42) – bachelor lerarenopleiding secundair wiskunde & biologie

Dat kan

  • Hoeveel jaar je als zij-instromer kan ‘overdragen’ voor je geldelijke anciënniteit, hangt af van de aard van je eerdere werkervaringen en het ambt of vak waarin je aan de slag gaat.
  • Afhankelijk van de ‘sector(en)’ waarin je werkte (zelfstandig, privé, openbaar of onderwijs), kan je periodes meenemen om je geldelijke anciënniteit te berekenen.
  • De geldelijke anciënniteit die je opbouwde door eventuele eerdere prestaties in het onderwijs, behoud je.
  • Je dienstperiodes vanuit de openbare sector (overheid) meenemen, is in veel gevallen mogelijk.
  • Als je in de privésector werkte als werknemer of zelfstandige kan je als zij-instromer je beroepservaring tot 10 jaar laten meetellen voor je geldelijke anciënniteit, op voorwaarde dat:
    • je een nieuw personeelslid bent óf minstens 3 jaar geen aanstelling had in onderwijs;
    • je minstens halftijds tewerkgesteld was in de privésector;
    • je in het verleden niet meer dan 105 dagen presteerde (via één of meer korte aanstellingen)”;
    • je aan de slag gaat in een van deze knelpuntambten of -vakken in het basis- of secundair onderwijs.
  • Goed om te weten: die periodes van beroepservaring kan je voor sommige knelpuntambten en -vakken nog eens cumuleren met maximaal 10 jaar praktijkervaring in de privésector als werknemer of zelfstandige, als die erkend wordt als nuttige ervaring.

Wat als je als zij-instromer geen pedagogisch diploma hebt?

Ook zonder lerarendiploma heb je recht op maximaal 10 jaar geldelijke anciënniteit vanuit de privésector. Je wordt wel aangesteld met een bekwaamheidsbewijs van de categorie ‘Andere’ (AND), komt in een lagere salarisschaal terecht en kan niet vast benoemd worden. Ga je de lerarenopleiding volgen, dan heb je recht op een lerarenbonus: een wekelijkse vermindering van je opdracht met volledig behoud van je salaris.   Bron: Klasse

Welke maatregelen liggen op tafel

De regering broedt op een verhoging van de bestaande effectentaks. Die taks van 0,15 procent op effectenrekeningen van meer dan 1 miljoen euro brengt momenteel 430 miljoen euro op. Door het tarief te verhogen, zou dat bedrag nog eens 150 miljoen euro hoger moeten liggen. Al is de kogel nog niet door de kerk.
Dat is ook zo voor de overwinsttaks die de woekerwinsten van energiebedrijven moet afromen. Energieminister Tinne Van der Straeten (Groen) wil daar de komende twee jaar 4,7 miljard euro mee binnenhalen. Ze is strenger dan Europa voorschrijft en belast alle winst boven de 130 euro per kWh af. CD&V en MR staan op de rem en willen niet verder gaan dan Europa adviseert. Maar Van der Straeten zwaait met een rapport van energiewaakhond CREG, dat voor de nucleaire sector al van een overwinst spreekt vanaf 80 euro. Open VLD neemt een tussenpositie in.
Om bedrijven te helpen die kreunen onder de hoge energiefacturen en een forse indexering van de lonen, wil Vivaldi sleutelen aan de patronale bijdragen. Werkgevers zouden die bijdragen – die nog eens bovenop de indexering komen – pas later of misschien zelfs helemaal niet moeten betalen. Socialisten en groenen pleiten voor het eerste, de liberalen voor het tweede. Wellicht wordt het een mix van de twee, met grotere steun voor energie-intensieve ondernemingen.
De woonbonus voor de eerste woning is in Vlaanderen al afgeschaft, maar die voor de tweede woonst – nog een federale bevoegdheid – nog niet. MR gooide zich vorig jaar voor een schrapping, maar het dossier ligt nu weer op tafel. Vraag is of de Franstalige liberalen dit privilege in deze crisistijden een tweede keer in stand kunnen houden.
Premier Alexander De Croo stelt voor om zijn loon en dat van zijn ministers met 20.000 euro te verlagen, een vermindering met 8 procent, evenveel als de vier voorbije indexeringen. Alle regeringspartijen zijn voor, al pruttelt de MR ook hier tegen. De Waalse regering volgt overigens het federale voorbeeld. Of de Vlaamse regering volgt, is nog niet duidelijk.
Minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) moet dit en volgend jaar 50 en 100 miljoen euro besparen op de RVA. Een voorstel om de uitkeringen voor tijdskrediet, ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking te verlagen, is ondertussen al van tafel geveegd. Maar Dermagne sleutelt wel aan het voltijds tijdskrediet. Nu kan dat worden opgenomen voor kinderen tot 8 jaar. Aangezien kinderen vanaf 6 naar school moeten, kan die leeftijd wel worden verlaagd naar 5 jaar. Voor deeltijds tijdskrediet blijft het wel 8 jaar. De maatregel moet 12,5 miljoen euro opleveren. Daarnaast schrapt de minister ook nog outplacementpremies en subsidies voor het Fonds voor de Sluiting van Ondernemingen.
Een nieuwe arbeidsmarkthervorming ligt niet op tafel, al koppelt MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez fiscale maatregelen wel aan een nieuw plan. De Vlaamse liberalen vragen wel dat studenten meer uren mogen presteren en ook de regels voor flexijobs worden versoepeld.
Mogelijk komen er ook besparingen op de politie. Het sociaal akkoord dat minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) begin dit jaar – voor het uitbreken van de crisis – met de politiebonden afsloot, zorgde voor een loonsverhoging van zo’n 5 procent. Of dat na de vele indexeringen van de voorbije maanden nog houdbaar is, daar hebben verschillende partijen vragen bij. Al kan er ook op andere politieposten beknibbeld worden.
Of de politiebonden dat graag zullen horen is een andere zaak.
In de begrotingstabellen voor 2023 en 2024 staat al 400 miljoen euro aan extra inkomsten ingeschreven uit een nieuwe digitaks en een minimumbelasting voor multinationals.
Maar omdat die taksen op Europees niveau nog niet geregeld zijn, moet de federale regering zelf aan de slag. Op tafel ligt een voorstel om heel grote bedrijven extra te belasten via de vennootschapsbelasting. Bron: GVA

Begrotingstekort groter dan ooit

De crisis maakt de uitgaven opnieuw groter dan de besparingen. Hebben we die luxe nog met een deficit van 31 miljard euro of is bloedrood het nieuwe normaal? ‘De eerlijke analyse dat er op korte termijn geen paniek nodig is, maakt de politiek blind voor de lange termijn.’
Met de opmaak van de begrotingen van 2023 en 2024 staat de Vivaldi-regering voor zijn laatste grote afspraak voor de verkiezingen. Premier Alexander De Croo (Open VLD) wil na een ontsporing van het budget 1,7 miljard euro saneren, maar de focus van de linkse Vivaldi-partijen ligt eerder op koopkracht. ‘Ik vind het vandaag belangrijker dat de begroting van de mensen klopt, dan die van de regering’, zei Groen-voorzitter Jeremie Vaneeckhout deze week in ‘Villa Politica’. Een Twitter-stormpje was zijn deel. Vaneeckhout pleitte er niet voor de teugels helemaal te vieren, maar ‘de ultieme doelstelling is gezinnen en bedrijven door de crisis loodsen. We hebben nu geen nood aan een boekhoudersmentaliteit.’
Er zijn tijdens een oorlog en een prijzencrisis inderdaad andere bezorgdheden denkbaar dan besparen. Maar econoom Geert Noels (Econopolis) vindt de uitspraak symbool staan voor de ‘lichtzinnigheid waarmee vandaag naar de overheidsfinanciën wordt gekeken’. ‘De rente op de Belgische overheidsobligaties steeg in een jaar van nul naar 2,7 procent. Als dat pakweg 4 procent wordt, komt er op termijn 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan uitgaven bij. De vergrijzing is goed voor bijna 4 procent van het bbp extra uitgaven. En daar komt nog de verhoging van het defensiebudget en de nood aan investeringen bij. Hoe we dat gaan betalen? Is daar een plan voor? Ik zie het niet. Alleszins niet met langetermijnbuffers, want die zijn opgebruikt.’

In 1981 stonden alle economische indicatoren na de oliecrisis en jaren van instabiliteit diep in het rood. Onder druk van het Internationaal Monetair Fonds begon de regering Martens V met een herstelbeleid, maar intussen liepen de rentelasten op tot 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
De sanering werd pas serieus aangepakt na het Verdrag van Maastricht. Om te kunnen toetreden tot de eurozone ontvouwde Jean-Luc Dehaene zijn Globaal Plan, met onder andere de gezondheidsindex en de loonnormwet.
Onder Guy Verhofstadt daalde de staatsschuld naar 87 procent, maar de paarse regeringen misten de kans om te hervormen. ‘Paars heeft toen de kosten van de sociale zekerheid laten ontsporen’, gaf Karel De Gucht (Open VLD) in 2017 toe.
Door de banken- en schuldencrisis gingen de begroting en de schuld in het tijdperk van Yves Leterme en Herman Van Rompuy opnieuw in vrije val. Die periode viel samen met grote politieke instabiliteit.
De regering-Di Rupo werd na 543 dagen formatiecrisis gevormd onder druk van de financiële markten. De langetermijnrente was opgelopen tot 6 procent. Er werd volop gespeculeerd tegen België. Elio Di Rupo trok de leeftijd van het vervroegd pensioen op.
De paars-gele regering van Charles Michel bereikte in 2018 bijna een begrotingsevenwicht, maar dat was dankzij een truc met voorafbetalingen. De verhoging van de pensioenleeftijd was de belangrijkste hervorming in jaren.
In 2020 nam het begrotingstekort door de coronacrisis een duik richting 9 procent. Vooral de structurele problemen komen boven water, versterkt door een verhoging van de minimumpensioenen.
Geert Noels vergelijkt de uitspraak met de bekende quote van Guy Mathot (PS) dat het begrotingstekort vanzelf zal verdwijnen. ‘Toen waren er tenminste nog eerste ministers die er anders over dachten. Vandaag heerst een sfeertje alsof het er allemaal niet toe doet, waardoor er ook geen draagvlak wordt gecreëerd voor de broodnodige hervormingen, die niet gebeuren. Mensen die wel nog wijzen op de gevolgen daarvan, zijn ‘drama queens’. Populaire media berichten nog maar weinig over begroting, en de bevolking krijgt de indruk krijgt dat zelfredzaamheid en zelf buffers aanleggen geen zin meer heeft.’
Geert Noels: ‘Vandaag heerst een sfeertje alsof het er allemaal niet toe doet, waardoor er ook geen draagvlak wordt gecreëerd voor de broodnodige hervormingen, die niet gebeuren.’
Mathot, de gewezen begrotingsminister van de regeringen-Martens IV en -Eyskens deed zijn uitspraak begin jaren 80, toen België na de oliecrisissen en jaren van politieke instabiliteit de zieke man van Europa was geworden. Met als dieptepunt een tekort van bijna 16 procent van het bbp in 1981 en een schuldgraad van 138 procent in 1993, als gevolg van de explosie van de rentelasten. Pas na een devaluatie van de frank, enkele indexsprongen, het Verdrag van Maastricht en het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene, raakte de toestand weer onder controle.
Met een tekort van ruim 5 procent en een schuldgraad van 107 procent zitten we nog niet in de regionen van toen, maar her en der leeft de vrees dat de geschiedenis zich dreigt te herhalen. Gouverneur Pierre Wunsch van de Nationale Bank noemt de energieschok groter dan de oliecrisis. Een door de automatische indexering aan- gedreven loon-prijsspiraal dreigt onze concurrentiepositie te ondermijnen. Door een gebrek aan buffers heeft de overheid weinig ruimte voor beschermende maat- regelen. En intussen begint de befaamde spread, het renteverschil tussen België en Duitsland, weer op te lopen.
Voor de ratingbureaus is het genoeg dat België zijn schulden kan aflossen. Maar voor het land is dat niet genoeg. Daarom is er geen druk om te hervormen.
Tegelijk zien we dat heel Europa kampt met hoge inflatie en tekorten, en dat de financiële markten zelfs niet in paniek slaan als extreemrechts de macht grijpt in Italië, een land met een schuldgraad van 150 procent. De vraag is of we nog gealarmeerd moeten zijn, of is bloedrood het nieuwe normaal? Bron: de Tijd

Wat verandert er in oktober 2022

Wat verandert er in oktober 2022

Wat verandert er in oktober 2022?
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
• Sociale tarief voor gas en elektriciteit omhoog
Het sociaal tarief voor gas en/of elektriciteit is een verminderd tarief voor kwetsbare gezinnen met een laag inkomen. Het gaat onder meer om personen en gezinnen die een OCMW-uitkering, een tegemoetkoming als persoon met een handicap of een inkomensgarantie voor ouderen krijgen. Het tarief is bij alle energieleveranciers hetzelfde en wordt elke drie maanden bepaald.
Vanaf 1 oktober gaat het gemiddeld sociaal tarief voor elektriciteit met 7,8 procent omhoog. Dat brengt het enkelvoudig tarief op 26,51 cent per kilowattuur (inclusief btw). Het tarief voor aardgas stijgt met 9,9 procent tot 3,4 cent per kilowattuur (inclusief btw). Die verhogingen zijn dankzij een systeem van plafonnering veel beperkter dan de stijging van de marktprijzen. Zonder de plafonneringen waren de tariefstijgingen gemiddeld 41 procent voor elektriciteit en 276 procent voor gas.
• Energiebetaalpauze voor woonkredieten
Wie door de oplopende energieprijzen niet langer zijn woonkrediet kan afbetalen, kan een ‘energiebetaalpauze’ vragen. Alle banken en verzekeraars bieden de mogelijkheid om de terugbetaling tot een jaar te pauzeren. Het betalingsuitstel kan op 1 oktober ingaan en aangevraagd worden tot en met 31 maart 2023.
Met het betalingsuitstel moet u twaalf maanden lang geen kapitaal aflossen. De maandelijkse intresten blijft u wel betalen. Met een betalingsuitstel verlengt u de looptijd van uw lening. De banken rekenen geen dossier- of administratiekosten aan, maar dat betekent niet dat een verlening gratis is. Als u betalingsuitstel vraagt, zal u een jaar langer intresten betalen.
Wie door de oplopende energieprijzen niet langer zijn woonkrediet kan afbetalen, kan een ‘energiebetaalpauze’ vragen. Met het betalingsuitstel moet u twaalf maanden lang geen kapitaal aflossen.
Aan de betaalpauze zijn voorwaarden gekoppeld. Het moet gaan om een woonkrediet voor uw hoofdverblijfplaats op het moment dat u het betalingsuitstel vraagt. Een lening voor een bouwgrond, woning in aanbouw of een recent gekochte woning waar u nog niet woont, komt niet in aanmerking.
U mag minder dan 10.000 euro hebben aan tegoeden op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij alle banken. Pensioensparen wordt niet meegerekend. Er mag op 1 maart 2022 geen betalingsachterstand geregistreerd zijn in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP). Ten slotte moet u aantonen dat een afbetalingsplan loopt of dat u er een hebt aangevraagd bij uw energieleverancier.
• Nieuwe vorm van economische werkloosheid ‘energie’
Vanaf 1 oktober tot 31 december 2022 kunnen bedrijven een beroep doen op de nieuwe vorm van tijdelijke werkloosheid ‘energie’ voor zowel arbeiders als bedienden. Die formule is er voor bedrijven die moeilijkheden ondervinden om hun personeel tewerk te stellen als gevolg van de hoge energieprijzen. Er is een dubbele voorwaarde. De energiekosten van een werkgever moeten minstens 3 procent van de productiewaarde bedragen en de energiefactuur moet minstens verdubbeld zijn.
Wie economisch werkloos wordt, krijgt een tijdelijke werkloosheidsuitkering van 70 procent van het begrensde brutoloon (3.075,04 euro per maand). Daarbovenop komt een supplement van iets meer dan 6 euro per dag.
• Mijn VerbouwPremie kan aangevraagd worden
De Vlaamse renovatiepremies en de energiepremies van de netwerkbeheerder Fluvius zijn sinds 1 juli samengebracht in mijnverbouwpremie.be. Vanaf 1 oktober kan die effectief online aangevraagd worden via het digitale loket. Bij de aanvraag mogen de facturen maximaal twee jaar oud zijn. Voor aanvragen tussen 1 oktober en 31 december 2022 is de termijn uitgebreid tot 2 jaar en drie maanden.
Om in aanmerking te komen voor de premie moet het pand minstens 15 jaar oud zijn. Een uitzondering daarop zijn de investeringen in hernieuwbare energie, waarvoor het pand minstens vijf jaar vergund moet zijn.
Niet alleen huiseigenaars komen in aanmerking voor Mijn VerbouwPremie. Die kan ook worden gebruikt voor een woning of zelfs een niet-residentieel gebouw dat u niet zelf bewoont.
De premies hangen af van het inkomen. De lage en middeninkomens kunnen een premieaanvraag voor alle renovatiewerken indienen. De hoogste inkomenscategorie kan alleen aanspraak maken op premies voor energetische renovaties, zoals isolatie, inclusief hoogrendementsglas, en het installeren van een warmtepomp, warmtepompboiler of een zonneboiler. Er is geen overkoepelend maximumpremiebedrag voor alle categorieën van werken samen. Elke categorie van werken (dak, buitenmuur, vloer, elektriciteit, sanitair…) wordt afzonderlijk bekeken.
De Vlaamse premie kan ook worden gebruikt voor een huis of appartement of zelfs een niet-residentieel gebouw dat u niet zelf bewoont. In dat geval komt u alleen in aanmerking voor de premies voor energie- efficiëntie-investeringen, zoals dakisolatie, muurisolatie, vloerisolatie, hoogrendementsbeglazing, warmtepomp, zonneboiler en warmtepompboiler.
Als u het gebouw op de private huurmarkt verhuurt, gelden dezelfde regels. Verhuurt u de woning of het appartement aan een sociaal verhuurkantoor (SVK), dan hebt u altijd recht op de hoogste premie voor zowel isolatie- als renovatiewerken.
• Laatste dagen om verwarmingspremie aan te vragen
Om de gestegen energieprijzen te milderen werkte de federale regering een verwarmingspremie van 100 euro uit. Die is er voor elk gezin dat een residentieel elektriciteitscontract had op 31 maart 2022 en wordt eenmalig toegekend voor uw woonplaats (niet voor uw tweede verblijf). Die federale verwarmingspremie werd automatisch betaald met een voorschot- of afrekeningsfactuur in de periode van 18 april tot 31 juli.
Als u die premie niet automatisch hebt gekregen en wel voldoet aan de voorwaarden, dan kunt u die tot en met 14 oktober aanvragen. De premie werd niet automatisch betaald als onder andere uw klantgegevens bij de leverancier niet overeenkomen met de gegevens in het rijksregister, door verschillende schrijfwijzen van uw naam en/of uw adres, door het gebruik van roepnamen of door een EAN-code op een ander adres dan de woonplaats.
• Geen vaste energiecontracten meer
Als laatste grote leverancier stopt ook Luminus vanaf 1 oktober met het aanbieden van vaste energiecontracten. De stopzetting van vaste energiecontracten geldt ‘tot nader order’. De wijziging geldt alleen voor Vlaanderen en Wallonië. In het Brussels Gewest biedt Luminus al maanden geen nieuwe contracten meer aan. Voor de lopende vaste contracten verandert niets.
• Hogere rente op spaarboekjes
De West-Vlaamse bank CKV verhoogt op 1 oktober de rente op spaarboekjes van 0,25 naar 0,70 procent. De basisrente stijgt van 0,10 naar 0,20 procent en de getrouwheidspremie – voor geld dat minstens een jaar blijft staan – klimt van 0,15 naar 0,50 procent. Het is de eerste bank die de spaarrente fors optrekt.
• Nieuw in de wegcode: de middenrijbaan
Vanaf 1 oktober worden een aantal wijzigingen in de wegcode doorgevoerd. Een nieuwkomer is de ‘middenrijbaan’. Dat nieuwe soort openbare weg moet meer veiligheid voor fietsers en voetgangers garanderen en is bedoeld voor smalle wegen, waar geen ruimte is voor een volwaardig fietspad.
Op het nieuwe type weg moeten alle auto’s in het midden op één rijstrook rijden, tussen twee stippellijnen. Aan beide kanten komt een veilige ruimte voor fietsers en bromfietsen. Alleen om elkaar in te halen of te passeren mogen automobilisten op de zijstrook.
• Verboden om te parkeren aan een laadpaal zonder laden
Voorts wordt het onder andere verboden om te parkeren aan een laadpaal zonder laden en moeten speedpedelecs verplicht op het fietspad op plaatsen waar auto’s sneller dan 50 kilometer per uur mogen rijden. Er komt ook een nieuw verkeersbord dat afwisselend parkeren voor verschillende types voertuigen invoert. Zo kan een parkeerruimte overdag gebruikt worden door fietsers en ’s avonds door auto’s. Het verkeersbord dat cruisecontrol verbiedt, verdwijnt.
• Limiet voor online kansspelen
In de strijd tegen gokverslavingen komen er limieten voor online kansspelen. Vanaf 20 oktober zal maximaal 200 euro per week op een speelrekening kunnen gestort worden. Die limiet is verplicht bij alle online kansspelen. Spelers die dat willen, kunnen wel een aanvraag indienen om die limiet te verhogen. Dat is evenwel niet mogelijk voor spelers die op de lijst van wanbetalers van de Nationale Bank staan. Wie op de lijst van wanbetalers terechtkomt nadat de verhoging van de speellimiet werd toegestaan, zal de speellimiet van zijn account opnieuw zien dalen tot 200 euro.
In de strijd tegen gokverslavingen komen er limieten voor online kansspelen. Vanaf 20 oktober zal maximaal 200 euro per week op een speelrekening kunnen gestort worden.
Vanaf 1 oktober worden de wedkantoren ook verplicht om de identiteit van hun klanten te registreren en te controleren of ze op de lijst van uitgesloten personen staan.
• Boekhouders en fiscalisten kunnen nog maand belastingaangiftes indienen
Mandatarissen zoals boekhouders en fiscalisten hadden initieel tot 30 september om de jaarlijkse belastingaangifte van hun klanten in te dienen. Maar die termijn werd verlengd tot en met 28 oktober.
• Betere work-life balance voor werknemers
De sociale partners hebben collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) gesloten over flexibele werkregelingen en voorspelbaar werk. De cao’s zijn een omzetting van de Europese richtlijn ‘Work-Life Balance’ – die het evenwicht tussen werk en privéleven wil verbeteren – en treden in werking op 1 oktober.
Dankzij de cao flexibele werkregelingen kunnen ouders met jonge kinderen en werknemers die zorgen voor ernstig zieke familieleden onder bepaalde voorwaarden een aangepast werkschema of telewerkregeling vragen aan hun werkgever. Met de cao over meer voorspelbaar werk kan een werknemer met een contract van bepaalde duur vragen naar een contract van onbepaalde duur, om meer uren te presteren, of om te werken op meer voorspelbare tijdstippen en dagen. De werkgever is niet verplicht op die vragen in te gaan.
Dankzij de cao flexibele werkregelingen kunnen ouders met jonge kinderen en werknemers die zorgen voor ernstig zieke familieleden onder bepaalde voorwaarden een aangepast werkschema vragen.
Een ander belangrijk punt is de invoering van een redelijke en realistische bescherming tegen een nadelige behandeling en een ontslag. Ook komt er een bijzonder strikt cumulverbod dat het optellen van allerlei vergoedingen onmogelijk maakt. Ten slotte wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd, waardoor een werknemer geen aanvragen tot de werkgever kan richten om beschermd te zijn tegen ontslag.

OPINIE van Pieter Van den Bossche, Leraar Latijn, Grieks en filosofie in Gijzegem, in Knack

‘Wie zijn oor te luister legt in de Vlaamse leraarskamer, krijgt onmiddellijk te horen wat er schort’

‘Het is stuitend hoever koepels en overheid af staan van de realiteit op de werkvloer’, schrijft leerkracht Pieter Van den Bossche na afloop van een pedagogische studiedag. ‘Is dit nu werkelijk de pedagogische input waar onze roemrijke koepel voor staat?’

Eind september staat in het onderwijs bekend als pedagogische studiedagentijd. Een welgekomen dagje verlof voor onze schoolgaande jeugd en een fijne omkering van rollen. Leerkrachten worden gretige en überkritische leerlingen op de schoolbanken. Soms tot grote consternatie van sprekers en sessiegevers – de kleinste tikfout op een slide staat gelijk aan een onherroepelijke afgang in de ogen van een veeleisend publiek.

De dame vooraan komt rechtstreeks vanuit de Guimardstraat. Ze belooft ons een degelijke inkijk op een goede vakgroepwerking en de impact hiervan op onderwijskwaliteit. Hoe samenwerking met collega’s kan bijdragen tot goed lesgeven, met andere woorden. Tijd en ruimte om vragen te stellen na het plenummoment is er niet. Direct aan de slag met OK, ROK en TOK, O- en U-schalen, gevolgd door enkele diagrammen met ronkend Engels dat duffe termen hip probeert te maken. Managementiaans is nu eenmaal een moderne sterkhouder van de Indo-Europese taalgroep.

Een licht gevoel van plaatsvervangende schaamte maakt zich van me meester. Is dit nu werkelijk de pedagogische input waar onze roemrijke koepel voor staat? Zelfs zonder de blijkbaar obligate tikfouten in rekening te nemen, oogt het beestje graatmager. Dat efficiënt vergaderen enkel mogelijk is mits goede afspraken en betrokken partners die doen wat ze zeggen, weet het kleinste kind. Dat collega’s elkaar in de ogen moeten kunnen kijken en olifanten in de kamer moeten durven benoemen, vormt de basis van elke vruchtbare samenwerking. Net zoals de oud-Griekse deugden eerlijkheid en rechtvaardigheid. Kunnen ze in alle politieke geledingen nog een puntje aan zuigen.

Stuitend hoever koepels en overheid af staan van de realiteit op de werkvloer. De meest verguisde onderwijshervorming ooit zorgt voor een ongeziene daling van onze onderwijskwaliteit. Voor wie het zich niet goed meer herinnert: uitgangspunt van die hele vernieuwingsoperatie was het mentale welzijn van onze leerlingen. Weg met de schotten tussen onderwijsvormen, klonk het unisono in prestigieuze onderwijskringen. Leve het uitstel van de studiekeuze, want die droeg toch enkel bij tot een laag zelfbeeld van ons jonge publiek.

We zijn intussen ruimschoots een decennium verder en staren ons nu blind op de gevolgen van die rücksichtslose hervormingsdrang. Nooit eerder worstelde onze jeugd zo hard met psychosociale problemen, nooit eerder duikelde de onderwijskwaliteit zo diep de kelder in. Nooit eerder stapten zoveel leerkrachten met ettelijke jaren ervaring op de teller uit het onderwijs en nooit eerder werd er zo achteloos omgegaan met wat leerlingen moeten kennen en kunnen.

De vernieuwde eindtermen werden genadeloos neergesabeld na hun goedkeuring door het Vlaamse parlement. Met als gevolg dat duizenden uren consciëntieus werk verricht door tal van mensen met een hart voor onderwijs rechtstreeks de prullenmand in vliegen. De blamage voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen in heel deze heisa valt niet te overzien. Want ondanks uitgekiende persstrategieën blijft het beeld overeind van een koepel die het zelf allemaal niet goed meer weet. Met een kapitein aan het stuur die weliswaar gepokt en gemazeld is in het academische milieu, maar alle voeling mist met de mannen en vrouwen die vooraan staan in de klas.

Want uitgerekend daar knelt het schoentje. Wie zijn oor te luister legt in de Vlaamse leraarskamer, krijgt onmiddellijk te horen wat er schort. Een visie op lange termijn, bijvoorbeeld, waarin over partijgrenzen en verkiezingen heen nagedacht wordt over een kwalitatieve invulling van onderwijs en structuur. Een beetje zoals momenteel bezuiden de taalgrens gebeurt, waar taboes zoals een broodnodige verkorting van de zomervakantie wel gesneuveld zijn. Of waar een goede basiskennis Nederlands verplichte kost wordt voor alle leerlingen. Binnenkort ontwaakt elke Vlaamse nationalist in een regelrechte nachtmerrie. Franstalige scholieren zullen onze Vlaamse jeugd namelijk schaamteloos voorbijsteken wat kennis en vaardigheden betreft.

Oplossingen liggen nochtans voor de hand. Onderwijskoepels die hun huiswerk maken, om te beginnen. Zodat ze hun scholen, leerkrachten en directeurs met kennis van zaken kunnen beschermen tegen de knaldrang van voluntaristische ministers. Hervormingen die uitgetekend worden zonder politici die toch niet verder kunnen kijken dan de waan van de dag. Leerkrachten die eindelijk bevestigd en erkend worden in wat ze best van al kunnen: jonge mensen begeesteren en op sleeptouw nemen in een wondere wereld van kennis en praktijk.

Bijna 4.400 Vlamingen maakten overstap van privésector naar onderwijs

Vorig schooljaar maakten 4.398 Vlamingen de overstap van de privésector naar het onderwijs. Dat is bijna de helft meer dan het schooljaar daarvoor, toen er 2.915 zij-instromers geteld werden. Dat meldt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) op deze Dag van de Leraar 5 oktober.

In het basisonderwijs steeg het aantal zij-instromers met 45%, in het secundair onderwijs zelfs met 66%. De stijging is merkbaar in alle provincies en in alle leeftijdscategorieën.

De stijging gaat samen met de uitbreiding van de anciënniteitsregeling voor zij-instromers, die door Weyts werd ingevoerd. Zij-instromers kunnen nu 10 jaar anciënniteit meenemen en tot 3 uur per week vrijstelling krijgen met behoud van loon om hun lerarenopleiding te volgen. “Dit zijn slechts een paar van de vele maatregelen die we nemen om het lerarentekort tegen te gaan”, zegt Weyts.

Mensen kiezen voor het onderwijs omdat ze met passie willen lesgeven aan kinderen en jongeren: het gaat niet om het grote geld. Maar het kan kandidaten wel afschrikken als je als zij-instromer al je opgebouwde anciënniteit moet opgeven. Daarom heeft Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts het voor het eerst mogelijk gemaakt om anciënniteit mee te nemen als je vanuit de privé overstapt naar het onderwijs om een knelpuntvak te geven.

Zowel het aantal jaren anciënniteit als het aantal knelpuntvakken is stapsgewijs uitgebreid. Daardoor steeg het aantal zij-instromers in schooljaar 2020-2021 al met 15%. Sindsdien werd de anciënniteitsregeling nog verder verbeterd tot 10 jaar anciënniteit meenemen voor 22 vakken en twee ambten.

Hoe overstappen naar het onderwijs?

Kan ik mijn anciënniteit meenemen naar het onderwijs?

  • 4 maart 2021
  • 2 minuten lezen

Ik behaalde 20 jaar geleden mijn lerarendiploma, maar zette nooit de stap naar het onderwijs. Als ik nu wel de switch zou maken, telt mijn ervaring dan mee om mijn salaris te berekenen?

Bart (42) – bachelor lerarenopleiding secundair wiskunde & biologie

Dat kan

Hoeveel jaar je als zij-instromer kan ‘overdragen’ voor je geldelijke anciënniteit, hangt af van de aard van je eerdere werkervaringen en het ambt of vak waarin je aan de slag gaat.

Afhankelijk van de ‘sector(en)’ waarin je werkte (zelfstandig, privé, openbaar of onderwijs), kan je periodes meenemen om je geldelijke anciënniteit te berekenen.

  • De geldelijke anciënniteit die je opbouwde door eventuele eerdere prestaties in het onderwijs, behoud je.
  • Je dienstperiodes vanuit de openbare sector (overheid) meenemen, is in veel gevallen mogelijk.
  • Als je in de privésector werkte als werknemer of zelfstandige kan je als zij-instromer je beroepservaring tot 10 jaar laten meetellen voor je geldelijke anciënniteit, op voorwaarde dat:
    • je een nieuw personeelslid bent óf minstens 3 jaar geen aanstelling had in onderwijs;
    • je minstens halftijds tewerkgesteld was in de privésector;
    • je in het verleden niet meer dan 105 dagen presteerde (via één of meer korte aanstellingen)”;
    • je aan de slag gaat in een van deze knelpuntambten of -vakken in het basis- of secundair onderwijs.

Goed om te weten: die periodes van beroepservaring kan je voor sommige knelpuntambten en -vakken nog eens cumuleren met maximaal 10 jaar praktijkervaring in de privésector als werknemer of zelfstandige, als die erkend wordt als nuttige ervaring.

Wat als je als zij-instromer geen pedagogisch diploma hebt?

Ook zonder lerarendiploma heb je recht op maximaal 10 jaar geldelijke anciënniteit vanuit de privésector. Je wordt wel aangesteld met een bekwaamheidsbewijs van de categorie ‘Andere’ (AND), komt in een lagere salarisschaal terecht en kan niet vast benoemd worden.

Ga je de lerarenopleiding volgen, dan heb je recht op een lerarenbonus: een wekelijkse vermindering van je opdracht met volledig behoud van je salaris.

Lesgeven is alles geven | Vlaanderen.be