Wat gaat er schuil achter het plan van Delhaize?

Het personeel van Delhaize schrijft geschiedenis. Al drie weken zijn ze massaal in actie, en dat zowel in Brussel, Vlaanderen als Wallonië. De strijd van de Delhaiziens gaat iedereen aan. Het is een strijd voor respect, waardig werk en goede jobs. Tegen een maatschappij waarin alles moet wijken voor de winsthonger van de grote aandeelhouders. De studiedienst van de PVDA maakte een dossier over de strijd.

Heel wat Delhaiziens staken voor het eerst in hun leven. Aan de piketten klinkt vastberadenheid om door te gaan, tot de directie terugkomt op haar plan om alle 128 winkels die Delhaize in eigen beheer heeft te verkopen aan zelfstandige uitbaters. Het franchisemodel dat Delhaize voor ogen heeft, is een achteruitgang voor de Delhaiziens en een gevaarlijke trend voor de hele werkende klasse. Het plan organiseert een spiraal naar beneden: meer werken, meer flexibiliteit, meer precariteit, en dat voor minder loon.

De directie probeert haar plan voor te stellen als een “efficiëntie-oefening” en een “winnend model” voor de toekomst van het bedrijf. Is die toekomst dan bedreigd? Het klopt dat de winstmarges van alle Belgische supermarkten dalen door van de hevige concurrentie, maar Delhaize boekte vorig jaar een nettowinst van 48 miljoen euro in België. Bovendien maakt het Belgische bedrijf deel uit van de grote multinational Ahold Delhaize, die vorig jaar een recordwinst boekte van 2,5 miljard euro. We kunnen dus niet spreken van een bedrijf in moeilijkheden. Nee, in werkelijkheid speelt er iets anders.

Op de website van Ahold Delhaize staat te lezen dat het bedrijf in 2023 voor 1 miljard euro aandelen wil terugkopen van de aandeelhouders. Dat is een trucje dat multinationals toepassen om de beurswaarde van hun aandeel kunstmatig omhoog te duwen. De grote aandeelhouders passeren zo twee keer aan de kassa: ten eerste krijgen ze een (hoog) dividend op al hun aandelen, en ten tweede kunnen ze een deel van hun aandelen verkopen aan Delhaize voor een prijs die veel hoger ligt dan wat ze er zelf voor hebben betaald. Waar gaat de multinational dat miljard halen? Bij het personeel dus. De Nederlandse CEO Frans Muller kondigde in februari aan dat het bedrijf … 1 miljard euro gaat besparen.

Van winkelketen naar parasitair model

Op dit moment is Delhaize een retailer, een winkelketen. Het bedrijf koopt goederen aan bij vele kleine leveranciers en verkoopt die aan de klanten. Door de jaren heen heeft het bedrijf een dominante positie opgebouwd ten aanzien van zijn leveranciers. Delhaize is hun grootste klant en kan hen daarom chanteren om hun prijzen te verlagen. Zo strijkt Delhaize een grotere winst op. Het is een voorbeeld van parasitair kapitalisme: een kapitalist die andere kapitalisten uitzuigt.

Dat parasitaire model wil Delhaize nu ook toepassen op zijn winkels. Als het al zijn winkels franchiseert, dan kan het minimale prijzen opleggen aan de leveranciers en maximale prijzen aan de winkels. Zo ontstaat een situatie van permanente woekerwinst. Het gevolg van dit dubbele parasitaire model is dat arbeiders en bedienden in héél de waardeketen maximaal zullen worden uitgebuit. De nieuwe “zelfstandige” uitbaters worden namelijk ook uitgeperst. Als zij nog winst willen maken, zullen ze fors moeten besparen op personeel. Hoe ze dat doen, kan Delhaize niets schelen: dat is niet langer zijn verantwoordelijkheid.

En natuurlijk zorgt de opsplitsing in 128 verschillende schijnzelfstandigen ervoor dat de grote nationale vakbonden bij Delhaize verdwijnen. Dat klinkt als muziek in de oren van alle grote winkelketens. De grote baas van de sector zegt: “Na Delhaize zullen er nog volgen”. Zo wordt straks heel de sector getroffen.

De Delhaiziens kunnen winnen

De directie is geschrokken van de strijdbaarheid van het personeel. Ze probeert verwarring te zaaien met beloftes over behoud van job, loon en arbeidsvoorwaarden. Maar daar trappen de meeste Delhaiziens gelukkig niet in. Delhaize kan makkelijk allerlei dingen beloven, zodra de verkoop een feit is, is ze nergens nog verantwoordelijk voor. Alle franchisewinkels werken met minder dan vijftig vaste medewerkers, om te verhinderen dat er een vakbond komt. Ontslagen zijn dus bijna zeker. In de zelfstandige winkels gelden ook lagere normen op vlak van loon en arbeidsvoorwaarden, die de nieuwe eigenaar kan opleggen in een bijlage bij het contract. Zo kan men gemakkelijk de veelbesproken “cao 32bis” omzeilen, die zogezegd garanties biedt op behoud van voorwaarden. De bottom line is: zonder vakbond, geen garanties. Als franchiseren niets zou veranderen, waarom zou Delhaize het dan willen?

Verliezen is dus geen optie. Gelukkig liggen de kaarten goed voor het personeel. Strijd voeren tegen een multinational, is als David die tegen Goliath vecht. Het lijkt onmogelijk, maar het kan. De afgelopen jaren boekten de werkers van Ryanair en Lidl tegen alle verwachtingen in ook overwinningen tegen grote multinationals. Er komt namelijk altijd een punt dat de acties te veel doorwegen op de boekhouding, en dan kan de directie niet anders dan plooien. Wat de werknemers en vakbonden van Delhaize nu al lieten zien tegen alle patronale druk in is ongelooflijk sterk: wekenlange stakingen, blokkering van de depots, protesten aan de hoofdzetel. De zenuwachtigheid neemt nu al toe bij de directie. Dat zeggen ze zelf: “De schade is enorm. En dat is nog een understatement”.

De strijd van de Delhaiziens gaat iedereen aan. Het is een strijd voor respect, waardig werk en goede jobs. Tegen een maatschappij waarin alles moet wijken voor de winsthonger van de grote aandeelhouders.

Download hier het volledige dossier van het studiedepartement van PVDA.

Bron: PVDA

‘Hoeveel wilt ú betalen om uw buren en collega’s niet meer te horen?’

‘Hoeveel wilt ú betalen om uw buren en collega’s niet meer te horen?’

Tegenwoordig is de geluidsvervuiling zo groot dat steeds meer mensen bereid zijn om geld neer te tellen voor een beetje stilte. ‘Maar ondertussen blijven we zelf wel ontzettend veel lawaai maken’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar wekelijkse column De Zoetzure Dinsdag.

295 euro. Zoveel heb ik betaald voor een oerdegelijke hoofdtelefoon met noise cancelling. Ondertussen is dat een fantastische investering gebleken. Eén druk op een knopje en weg is alle lawaai. Of dat nu het gebabbel van collega’s is of het getimmer van de werklieden die onze redactie aan het verbouwen zijn. Ook thuis neemt die aankoop een pak stress weg. Terwijl ik deze column schrijf, is er geen draaiende afwasmachine, zingende zoon of deurbel die me stoort. Heerlijk die rust.

Ik ben duidelijk niet de enige die mezelf wat stilte cadeau heeft gedaan. Om me heen zie ik steeds meer mensen met zo’n prijzige hoofdtelefoon op hun oren. Niet zo vreemd natuurlijk. Stilte is zo’n schaars goed geworden dat we met z’n allen bereid zijn om er behoorlijk wat voor te betalen. De wellnessindustrie heeft dat alvast begrepen. Op verschillende plekken kun je tegenwoordig terecht voor een zogenaamde floatingsessie waarbij je in complete stilte en duisternis ronddrijft in een cabine met warm, gezouten water. Ook alerte horecaondernemers springen gretig op de stiltekar. Sommige hotels bieden – doorgaans tegen een hogere prijs – stille kamers aan, die extra goed zijn geïsoleerd en ver van de bar, de liften en de receptie af liggen. Her en der zijn er ook restaurants waar je voor een meerprijs een stille tafel kunt boeken. Op ruime afstand van de keuken, de ingang en de toiletten. Wie daar aanschuift, wordt wel geacht niet al te luid te praten en te lachen.

Ook in andere sectoren wordt stilte steeds vaker als verkoopsargument aangevoerd. Toen ik onlangs op een doordeweekse middag boodschappen ging doen in een grote supermarkt, stopte plots de achtergrondmuziek. ‘Beste klanten, het komende uur zal u geen muziek horen en worden ook geen mededelingen uitgezonden. Zo krijgt u de kans om in alle rust en stilte uw boodschappen te doen’, klonk het door de luidsprekers. Daarna werd het inderdaad bevreemdend stil. Ook de NMBS experimenteert – eindelijk – met stiltezones in sommige treinen. Daar hoef je niet te luisteren naar de schreeuwerige conversaties en telefoongesprekken van andere reizigers. Er zijn nu zelfs een paar kapperszaken waar je op eenvoudig verzoek een stilteafspraak kunt krijgen. Het geblaas van de haardroger blijf je wel horen, maar gebabbeld wordt er niet.

De toegenomen vraag naar stilte komt niet uit de lucht vallen. Allerlei metingen tonen aan dat de geluidsoverlast in onze samenleving almaar toeneemt. Dat is niet alleen ergerlijk, maar ook bijzonder ongezond. Volgens het Europees Milieuagentschap veroorzaakt omgevingslawaai geprikkeldheid, slaapstoornissen, hart- en vaatziekten, stofwisselingsproblemen en bij kinderen zelfs cognitieve stoornissen. In heel Europa zou geluidsoverlast elk jaar verantwoordelijk zijn voor twaalfduizend vroegtijdige overlijdens.

Zelfs dolfijnen hebben last van ons lawaai. Uit een studie bleek onlangs dat zij naar elkaar moeten schreeuwen om nog boven het geluid van olieboringen, windmolenparken, scheepvaartverkeer en ander menselijk lawaai uit te komen. En dat is ook wat wij doen. Stoort de muziek van een werfradio of het gehamer van een klussende buurman ons, dan zetten we de televisie vaak nog wat harder. Wanneer we ons in de zomer ergeren aan gillende kinderen of zeurende grasmaaiers, zetten we gewoon wat muziek op in de tuin. Met ons eigen lawaai proberen we de hele tijd dat van anderen te overstemmen.

Nu is er in een dichtbevolkt land als het onze altijd wel omgevingsgeluid te horen. Mensen moeten af en toe hun grasmaaier of elektrische zaagmachine kunnen bovenhalen, kindergegil en hondengeblaf horen nu eenmaal bij het leven en het geraas van vliegtuigen, treinen en auto’s valt ook al niet te vermijden. Maar niet alle rumoer is zo noodzakelijk. Heel wat overlast ontstaat doordat wij vaak onnadenkend en nonchalant met geluid omgaan.

Is het écht nodig om loeiend harde muziek op te zetten terwijl je de haag scheert? Moet de motor blijven draaien als je een tijdje in je auto zit te wachten? Is het wel zo’n goed idee om in de wachtzaal van de dokter een lang en vooral luid telefoongesprek met je beste vriendin te voeren? Met een beetje meer hoffelijkheid zouden we al een heel eind kunnen komen. En het is ook een pak goedkoper dan zo’n stille hoofdtelefoon of een midweek in een stiltehotel.

Bron: Knack

‘Zullen we het lerarentekort oplossen met ideeën van mensen die nooit een lesuur voor de klas stonden?’

In de discussie over het lerarentekort wordt al te vaak voorbijgegaan aan de essentie schrijft leerkracht Pieter Van den Bossche.  ‘Leekrachten opnieuw laten doen waar ze goed in zijn: lesgeven. Dat zou al een enorme stap vooruit zijn.’

Wat een tijden. Wie dezer dagen durft toegeven aan de kost te komen als leerkracht Grieks bereidt zich best voor op een rondje spitsroeden lopen. Een taal die zo mogelijk nog doder is dan Latijn. Met een alfabet dat enkel relevant is omdat sommige letters ook in de wiskunde gebruikt worden. Steevast gevolgd door gefronste wenkbrauwen als je durft vertellen hoeveel leerlingen je onder je hoede hebt. Kleine klasgroepen lijken een ongehoorde luxe in het licht van algemene leerkrachtenschaarste en dure lesuren. Richtingen met te weinig leerlingen worden weggezet als economisch niet rendabel. Onverantwoord met het oog op de financiële uitdagingen van vandaag. Uittredingsvergoedingen dienen nu eenmaal betaald, nietwaar?

Met als gevolg weer wilde ideeën van mensen die zelf nooit een lesuur voor de klas gestaan hebben. Deze keer over het efficiënter inzetten van leerkrachten en het samen zetten van kleine klasgroepen. Met als beoogd effect een hernieuwde focus op lesgeven. Klinkt allemaal bekend in de oren bij wie in het onderwijs staat. De leraarskamer kreunt namelijk meer dan ooit onder een verstikkende papierberg. En de zij-instromers op wie onze minister alle hoop gevestigd had, verlaten het onderwijs blijkbaar alweer na enkele jaren. Moegestreden door een chronisch gebrek aan didactische en pedagogische ondersteuning. Murw gebeukt door de werkdruk die veel hoger ligt dan in de privésector, waar werk wel werkbaar gehouden wordt. Leerkrachten met enkele jaren op de teller weten nochtans heel goed waar het schoentje precies knelt.

Een stuitend amateuristisch uitgewerkte onderwijshervorming die haast niemand van alle betrokken partijen nog weet te bekoren, staat met stip op de eerste plaats. Een hervorming die inzet op een brede eerste graad maar volkomen doodgebloed de derde graad ingaat. Een hervorming die onderwijs en opvoeding schaamteloos ondoordacht door elkaar haalt en net daardoor fundamentele vakken als wiskunde, Nederlands, geschiedenis en praktijk zwaar verwaarloost. Een hervorming die van het secundair onderwijs een ondoorzichtig kluwen maakt waar zelfs leerkrachten hun weg niet meer in vinden. Droeve getuige daarvan is het feit dat zelfs de grootste onderwijsverstrekker in Vlaanderen in zijn officiële communicatie liefst de oude benamingen ‘ASO’, ‘TSO’, ‘KSO’ of ‘BSO’ gebruikt. In plaats van de mistige termen ‘dubbele finaliteit’ of ‘arbeidsmarktgericht’.

Belangrijke oorzaak van de aanhoudende malaise ligt eerlijk gezegd ook bij de bevoegde minister. De man komt graag voluntaristisch uit de hoek, maar voelt zijn departement volslagen verkeerd aan. De befaamde digisprong bijvoorbeeld werd gefinancierd met geld dat veel beter structureel aangewend was. Bijvoorbeeld om het verouderde telsysteem van leerlingen aan te pakken zodat scholen hun leerlingen- en personeelsbeleid niet meer hoeven af te stemmen op een situatie die stamt van het schooljaar voordien. Het lerarentekort los je namelijk niet op door kleine klasgroepen samen te gooien. Dat schaalvergroting niet het antwoord is op alle problemen, weten de Europese boeren en boerinnen intussen ook.

Enkele ideetjes uit de losse pols, die misschien een en ander op lange termijn zouden kunnen oplossen. Geef scholen met praktische en technische richtingen meer geld zodat ze het materiaal kunnen kopen dat nodig is om leerlingen markt-adequaat op te leiden. Geld dat momenteel massaal in een hervorming wordt gestopt die er eigenlijk geen is, bijvoorbeeld. Werk het onrechtvaardige verschil in verloning tussen bachelors en masters voor de klas weg en maak eindelijk werk van een lerarenopleiding die naam waardig. Een opleiding die enkel op masterniveau aangeboden wordt en inzet op degelijk opgeleide leerkrachten die inhoudelijk sterk in hun schoenen staan. De rest zal daaruit volgen, wees gerust. Gooi het systeem van de vaste benoeming op de schop, dat oude krokodillen te sterk beschermt en jonge, gemotiveerde krachten al te vaak weerhoudt van de mooiste job ter wereld. Geef de klassenraad zijn tanden terug door de beroepsmogelijkheden tegen attesteringen terug te schroeven. Leerkrachten hebben meer expertise in het opleiden van jonge mensen dan hun ouders. Omdat lesgeven opleiden zou moeten zijn en niet opvoeden. Da’s de verantwoordelijkheid van ouders, familie of verzorgers. Niet die van leerkrachten.

Het lerarentekort los je kortom op door leerkrachten opnieuw te laten doen waar ze goed in zijn: lesgeven. Zonder al te veel bemoeienissen van koepels of departementen. Geef ons vrijheid en vertrouwen. De kwaliteit zal zienderogen stijgen, beloofd.

Pieter Van den Bossche is leraar Latijn, Grieks en filosofie.

Bron: Knack

Open brief: Prijs van de dubbele tegenslag

Als Collectief van Lotgenoten wensen we de Prijs van de dubbele Tegenslag aan te kaarten waarmee personen met een handicap worden geconfronteerd.

Integratietegemoetkoming

Personen met een beperking die ernstige moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van dagdagelijkse activiteiten maken aanspraak op een integratietegemoetkoming (IT). Op basis van punten te behalen op de schaal van “zelfredzaamheid” evalueert de arts van de Directie-generaal Personen met een Handicap welke moeilijkheden de persoon met een beperking ondervindt.

Aldus gekoppeld op de medische evaluatie rond zelfredzaamheid in functie van de handicap.

De integratietegemoetkoming heeft tot doel de meerkosten te compenseren in verband met het verlies van zelfredzaamheid van de persoon met een handicap in een omgeving, die voor hem ruim ontoegankelijk is en dus meerkosten met zich meebrengt. Het bedrag van deze tegemoetkoming wordt bepaald rekening houdend met het inkomen van de persoon met een handicap.

Er zijn beperkingen voor combineren van een IT met beroepsinkomsten en/of met een vervangingsinkomsten (zoals werkloosheid, ziekte-uitkering, of een pensioen zoals een ziektepensioen, …).

Discriminerende behandeling

In 2022 werd verhoudingsgewijs het vrijstellingsplafond voor een arbeidsinkomen aanzienlijk meer verhoogd dan het vrijstellingsplafond voor een vervangingsinkomen (170% tegenover 13%).

Het KB van 1 februari 2022 stelt dat voor de berekening van de IT de volgende vrijstellingen gelden :

  • Voor de inkomsten uit arbeid (belastbaar inkomen) van de persoon met een handicap :
    De vrijstelling wordt verhoogd tot 70.948,52 euro (vanaf 1 januari 2023).
  • Voor de vervangingsinkomsten (belastbaar inkomen) van de persoon met een handicap :
    De eerste 4.256,91 euro (vanaf 1 januari 2023) worden vrijgesteld.

Deze verschillende vrijstellingsplafonds heeft als gevolg een discriminerende behandeling tussen personen met een handicap, al naargelang ze over een arbeidsinkomen dan wel over een vervangingsinkomen beschikken.

Het gelijkheidsbeginsel is hier degelijk geschonden: een persoon met een beperking wordt verschillend behandeld als hij fysiek in staat is om te werken, of als hij met tegenslag kampt.

Vraag is of voor dat verschil in behandeling een redelijke verantwoording voorhanden is in het licht van het gelijkheidsbeginsel, rekening houdend met de doelstelling van de ontworpen regeling die er onder meer in bestaat “het plafond van de vervangingsinkomens op te trekken om de wijdverspreide armoede bij personen met een handicap te bestrijden en ook om te voorkomen dat zij dubbel gestraft worden (verlies van werk en verlies van IT)”.

Wat is logisch in de volgende context: een persoon met beroepsinkomsten van 65.000 euro kan zijn Integratietegemoetkoming volledig behouden maar een andere persoon met dezelfde handicap (en inschaling zelfredzaamheid) in combinatie met een vervangingsinkomen van 15.000 verliest alles?

In zijn advies 70.637/3 van 30 december 2021 over het ontwerp van koninklijk besluit is de afdeling wetgeving van de Raad van State in hoofdzaak van oordeel, dat de ontworpen regeling geen gevolgen mag hebben voor bepaalde categorieën van personen met een handicap die als onevenredig moeten worden beschouwd in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Het verschil in bedragen van cumulatie inkomsten, enerzijds beroepsinkomen, anderzijds vervangingsinkomen, lijkt de Raad van Staat wel onevenredig héél groot.

De Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap heeft terecht kritiek op deze onevenredigheid, met name ten aanzien van de personen met een handicap die moeten stoppen met werken en die vervolgens een laag vrijgesteld vervangingsinkomen genieten.

Wij wensen ons ook de aandacht te vestigen op de artikelen 10, 11 en het recente artikel 22ter van de Grondwet, waarvan de laatste bepaalt dat iedere persoon met een handicap recht heeft op een volledige inclusie in de samenleving.

Prijs van de dubbele tegenslag

Wist u dat iemand die de medische pech heeft van een terugval (ziekte-uitkering) of langdurige uitval wat in de overheidssector kan resulteren in een ziektepensioen, of in het kader van een faillissement van zijn werkgever, een dubbele armoedeval kent?

In eerste instantie is er een verlies aan beroepsinkomsten (eerste armoedeval)

In tweede instantie is er bovenop verlies aan integratietegemoetkoming én zijn afgeleide rechten (tweede armoedeval). De afgeleide rechten zijn immers in deze energiecrisis van grote waarde: sociaal tarief energie, verhoogde tegemoetkoming medische kosten, saneringsbijdrage water, kortingen socio-cultureel…

In het geval van een ziektepensioen van ambtenaren is de val nog erger. Terwijl hier reeds doelgroep die in aanmerking komt van supplement zware handicap zou kunnen worden vrijgesteld, wat niet het geval is en ook zij hun Integratietegemoetkoming verliest.

50.000

In een antwoord op een parlementaire vraag werd vermeld dat er minstens 50.000 Belgen zijn die de integratietegemoetkoming (en zijn afgeleide rechten) hebben verloren door de strenge cumulatie met vervangingsinkomen (ziekte, werkloosheid). 50.000 zijn slachtoffer van deze discriminerende behandeling!

Wij, als Collectief van Lotgenoten, verzoeken een gelijke en rechtvaardige behandeling.

Voor ons dienen alle mensen met dezelfde inschaling van sterk verminderde zelfredzaamheid, hun recht op Integratietegemoetkoming (en zijn afgeleide rechten) te behouden: zeker zij die een grote inkomensval kennen met grote risico tot armoede.

Wij willen een menswaardig leven!

Collectief van Lotgenoten

Bron: De Wereld Morgen

Is de situatie bij Delhaize een gedeelde verantwoordelijkheid van vakbonden en directie?

Is de situatie bij Delhaize een gedeelde verantwoordelijkheid van vakbonden en directie?

Onlangs konden we in een commentaarstuk in La Libre Belgique lezen dat de situatie bij Delhaize te wijten zou zijn aan zowel de houding van de directie maar ook aan die van de vakbonden die het werk in deze extreem concurrentiële tijden veel te rigide blijven organiseren. Het is ongetwijfeld door een gebrekkige kennis van het dossier dat de redacteur dit soort commentaar neerpent.

De vakbonden vragen al jaren om een sectoraal debat te houden over de toekomst van de handel aangezien de situatie op het terrein elke dag complexer en moeilijker wordt. Ondanks onze herhaalde vragen kregen we van Comeos (de werkgeversfederatie van de handelssector) als reactie niets anders dan minachting. De werkgevers keken gewoon toe toen de coronacrisis toesloeg, toen het zondagswerk zich uitbreidde, toen de e-commerce een meer dan grote plaats innam in België, … Ze keken toe zonder ooit te willen onderhandelen.

Toen de vakbonden vroegen om de paritaire comités te harmoniseren zodat beter kan worden ingespeeld op de onmiskenbare evolutie van de handelssector, kregen ze ook daar nul op het rekest van de werkgeversfederaties.

Vandaag dergelijke onjuiste informatie in de media verspreiden (nl. dat de vakbonden en de directie van Delhaize allebei verantwoordelijk zouden zijn) berokkent heel wat schade.

Wie de handelssector kent, weet ook dat er in elke winkelketen al jaren cao’s over flexibiliteit en polyvalentie worden ondertekend. Bij Delhaize misschien zelfs nog méér dan elders. In 2019 heeft de BBTK daar als enige een cao ondertekend over de zogenaamde ASO. Die cao voerde zowel flexibiliteit als meer polyvalentie in. Om tot een evenwicht te komen, werd toen afgesproken dat in ruil voor die flexibiliteit en polyvalentie een verhoging van de contracten mogelijk was. Een werknemer die flexibel en polyvalent wou werken, zou zo een voltijds contract aangeboden kunnen krijgen, een kostbaar goed dat in de handelssector nog te vaak een utopie blijft.

Kleine anekdote: die cao bevatte ook een garantie van niet-franchisering tot eind december 2024. Het is net die cao die de directie zelf een paar weken geleden – net vóór de aankondiging van de franchisering van de 128 winkels – heeft opgezegd. Van toeval gesproken… Misschien valt het verband tussen de opzegging van die cao en de aankondiging van 7 maart nu beter te begrijpen. De cao moest eerst worden opgezegd om van de garantie van niet-franchisering tot 2024 af te geraken. Dan konden alle winkels simpel van de hand worden gedaan.

Als we dan ‘s morgens vroeg in de krant moeten lezen dat de vakbonden geen oplossingen willen vinden in de winkelketens, dan is dat hetzelfde als lezen dat we de gefranchiseerden systematisch diaboliseren. Elke nuance ontbreekt. De vele onderhandelingen in de grootdistributie zijn een werk van lange adem dat we al jaren moedig verrichten. De vakbonden hebben ook geen enkele vat op de nieuwe spelers die de Belgische handelssector overspoelen en die de arbeidsvoorwaarden voortdurend naar beneden trekken. Het is een verantwoordelijkheid van de politiek om niet almaar meer nieuwe fysieke winkels op ons grondgebied toe te laten en het is ook een verantwoordelijkheid van de werkgevers om binnen de paritaire comités een sociale dialoog op te starten zodat kan worden nagegaan hoe sociale dumping binnen België vermeden kan worden. In het dossier van Delhaize organiseert de directie binnen België deels sociale dumping met haar gefranchiseerden en ook met de komst van de Albert Heijn-winkels naar ons land.

Na 2 weken van intense strijd raken dergelijke onwaarheden over een gedeelde verantwoordelijkheid kant noch wal. Delhaize is een internationale groep – niet eens in België gevestigd – die een bepaalde rendabiliteit oplegt die ons land in de hyperconcurrentiële Belgische context niet kan halen.

Als vakbond roepen wij de directie op om terug te keren naar de onderhandelingstafel en zich als een echte commerciële ondernemer te gedragen. Als Delhaize ervoor kiest om beslissingen te nemen, dan moeten ze daarvoor hun verantwoordelijkheid nemen, net als voor hun sociaal passief, en moeten ze een duurzame toekomst waarborgen voor alle werknemers. Teruggrijpen naar asociale kunstgrepen en fraude tegen de wet, zoals Delhaize nu duidelijk aan het doen is, is zeker niet de oplossing.

Sinds de aankondiging blijft Delhaize in zijn communicatie maar olie op het vuur gieten. Deze houding zaait onrust en zou in de huidige gespannen context zelfs tot erger kunnen leiden, terwijl het debat sereen zou moeten kunnen worden gevoerd. Dat is alvast wat de vakbonden willen. Een directie die een angstklimaat creëert draagt niets positiefs bij.

Bron: De Wereld Morgen