by Frans Dams | jun 1, 2023 | Economie
De grootste Vlaamse ouderenvereniging OKRA pleit met een petitie voor het behoud van het voordelige seniorentarief voor 65-plussers. Daarmee protesteert ze tegen de plannen van de NMBS om onder meer het goedkoop tarief voor senioren te vervangen door een duurder en minder soepel tarief.
Tussen de federale regering De Croo en de nationale treinmaatschappij NMBS werd op 1 januari 2023 een nieuw beheerscontract afgesloten voor de komende 10 jaar. Daarin is werd onder meer vastgelegd hoeveel geld de NMBS de volgende 10 jaar krijgt en wat daarvoor de tegenprestatie moet zijn.
In dit akkoord staat tevens dat de NMBS tegen ten laatste 1 maart 2025 een nieuw tariefsysteem moet uitwerken. Het akkoord vermeldt specifiek drie categorieën personen die ‘zeer aantrekkelijke tarieven’ moeten krijgen: jongeren, senioren en kinderen’.
Voor een aantal categorieën worden nu reeds gratis tarieven vastgelegd: journalisten, parlementsleden, kinderen jonger dan 12 (wanneer ze vergezeld zijn van een volwassen begeleider) en de slachtoffers van de terreuraanslagen van 2016.
Voor 65-plussers preciseert het beheerscontract een korting van 40 procent op een standaard 2de klas ticket. Daarbovenop kan nog een korting komen tijdens de daluren, voor groepstickets en de mogelijkheid wordt opengelaten om goedkoper tarief aan te bieden wie heel frequent met de trein rijdt.
Het huidige seniorentarief is zeer eenvoudig en gebruiksvriendelijk. Een 65-plusser betaalt 7,80 euro om het hele land te doorreizen, heen en terug, op dezelfde dag, met als enige beperking dat hij/zij moet vertrekken na het spitsuur vanaf 9 uur ‘s morgens. Deze beperking geldt niet voor de avondspits en valt helemaal weg tijdens weekends en feestdagen.
De vervanging van dit seniorenticket door een aan de afstandsgebonden tarief met zo’n 40 procent korting maakt de prijs voor langere treinritten tot 3 keer duurder. De NMBS heeft de intentie uitgesproken voor het seniorenticket een bovengrens vast te leggen. Hoe hoog dat prijsplafond zal zijn, werd echter niet vastgelegd en de vraag van OKRA om hierover overleg te plegen bleef tot nu onbeantwoord.
OKRA wijst op een aantal onmiskenbare algemene maatschappelijke voordelen voor een goedkoop seniorentarief:
- Een betere bezetting van de treinen buiten de piekuren
- De trein is veel veiliger dan de wagen
- Meer treingebruik betekent minder verkeersdrukte op de wegen
- De trein is veel klimaatvriendelijker dan de auto en het vliegtuig
Bovendien wijst OKRA ook op positieve effecten voor de senioren zelf, want het moedigt senioren aan:
- Om de deur uit te gaan en buiten te komen
- Om te genieten van de stad, terrasjes, restaurants, winkels
- Om sociale contacten te leggen en te onderhouden
- Om aan culturele activiteiten deel te nemen
- Om de familie te bezoeken
- Om met de kleinkinderen op stap te gaan (en terwijl de ouders wat rust te gunnen)
- Omdat het goedkoop reizen toelaat voor wie het niet al te breed heeft, vooral zij die het met een klein pensioen moeten stellen
OKRA eist een seniorentarief dat duidelijk en gebruiksvriendelijk is, en stimulerend om de stap naar de trein te zetten. Het komt er op neer dat het bestaande 65-plusserstarief behouden moet blijven in zijn huidige vorm.
De ouderenvereniging ziet het bovendien breder dan alleen maar de trein en vraagt de uitbreiding van dit systeem naar bus, tram en metro in heel het land. Bovendien kan het aanbod van goedkope tarieven enkel aantrekkelijk zijn als terug in het openbare vervoer wordt geïnvesteerd met meer en betere spreiding van opstapplaatsen, met toegankelijke en comfortabele treinstations en betere faciliteiten voor personen die minder goed ter been zijn.
OKRA (Open, Kristelijk, Respectvol en Actief) is de grootste vereniging van 55+ers in Vlaanderen en Brussel met 1.100 trefpunten, 18.000 vrijwilligers en 130.000 leden. Door een sterk aanbod van culturele, sociale en sportieve activiteiten samen met een sterke belangenbehartiging, streeft OKRA naar rechtvaardigheid, verbondenheid en aandacht voor de 55+ers in de maatschappij.
Bron: De Wereld Morgen
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Varia
Op zondag 14 mei vond de eerste ronde van de Turkse presidentsverkiezingen plaats. De zittende president, de dictatoriale ultranationalist Recep Tayyip Erdogan, stond tegenover een sociaaldemocratische kandidaat, Kemal Kılıçdaroglu, die een terugkeer naar het parlementair systeem bepleitte. In de eerste ronde greep Erdogan met 49,51% nipt naast een absolute meerderheid. Kiliçdaroglu haalde 44,88%. In de parlementsverkiezingen die gelijktijdig plaatsvonden haalde de alliantie rond de AKP van Erdogan een meerderheid. Op 28 mei volgt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen.
door Maxime (Luik)
Waarom blijft Erdogan zo sterk? Uiteraard speelt de totale controle van de autocratie over de media, het staatsapparaat en het openbare leven in het algemeen. Erdogan was de hele campagne door alomtegenwoordig. De oorlog in Koerdistan en de Turkse militaire operaties in Irak en Syrië creëren een gevoel van constante spanning. Dit versterkt het agressieve nationalisme en de verdeeldheid tussen de Turkse en de Koerdische bevolking.
In de oorlog in Syrië heeft het regime zich verbonden met islamistische terreurgroepen en onderhield het soms banden met de zogenaamde Islamitische Staat (IS). Tegelijkertijd is de islamisering van het land intensiever geworden. Het gif van nationalisme en rechtse politieke islam is diep doorgesijpeld in de kleinburgerij, de ambtenarij en de ongeorganiseerde delen van de werkende klasse.
Anti-AKP zijn is niet genoeg
Een andere reden voor de relatief sterke score van Erdogan en zijn alliantie is de inhoudelijke zwakte van de oppositie. CHP-kandidaat Kılıçdaroglu stelde zich voor als de tegenstander van de despoot, maar dat was niet genoeg. De oppositielijst rond hem had een zeer beperkt programma en bevatte zelfs een ultranationalistische partij.
Op 1 mei zei Kılıçdaroglu: “Het land zorgt voor 3,6 miljoen Syriërs terwijl de jongeren werkloos blijven. We zullen alle Syriërs uiterlijk binnen twee jaar terugsturen naar hun land.” Deze retoriek verschilt amper van die van Sinon Ogan, de extreemrechtse kandidaat die derde werd bij de presidentsverkiezingen: “Het komt door de Syriërs dat we geen vrede hebben. Het komt door hen dat jongeren geen werk kunnen vinden, omdat Syriërs tegen lagere lonen werken, zonder sociale zekerheid. Het komt ook door hen dat de huren stijgen.”
De crisis van het Turkse kapitalisme
Ondertussen blijft de crisis in Turkije zich verdiepen door verschillende redenen. Er is de afhankelijkheid van de Turkse economie van de grote imperialistische mogendheden. De economische onevenwichtigheden en instortingen, die sinds de pandemie en de intensivering van de nieuwe Koude Oorlog tussen de VS en China over de hele wereld zijn geëxplodeerd, hebben ook geleid tot een verslechtering van de Turkse economie, die in wezen functioneert als onderaannemer voor machtigere economieën.
Een andere reden voor de verdieping van de crisis is de zogenaamde ‘nieuwe economische theorie’ van Erdogan, die zichzelf als amateur-econoom opwerpt. De voorzitter van de Centrale Bank verlaagde op bevel van Erdogan de rente tot 8,5%, ook al stond de inflatie op 70%. De president probeert economische goocheltrucs uit waar de werkenden een hoge prijs voor betalen.
De verwerkende industrie draait op slechts 74% van zijn capaciteit. De officiële werkloosheid is opgelopen tot 10,3%, indien rekening wordt gehouden met diegenen die niet ingeschreven zijn bij het arbeidsbureau zit 21% zonder werk. Het gaat om 8,3 miljoen mensen! Het gemiddelde jaarinkomen per hoofd van de bevolking bedraagt 10.600 dollar, maar de armste 40% is slechts goed voor 16,5% van het inkomen. De rijkste 20% gaat met bijna de helft van het inkomen lopen. De 10% rijksten hebben een jaarinkomen dat 23 keer zo hoog is als dat van de armste 50%. Qua inkomensongelijkheid moet Turkije enkel Costa Rica, Chili en Mexico laten voorgaan.
Met de crisis van het Turkse kapitalisme verliest het regime aan invloed. Maar gezien zijn enorme repressie en mediamacht, de diepgewortelde reactionair-islamitische nationalistische ideeën en de zwakte van de oppositie, is dit proces nog niet zo ver gevorderd dat het regime zomaar aan de kant kan geschoven worden bij verkiezingen, zelfs niet in erg gepolariseerde. Dit betekent niet dat het regime nog vele jaren kan standhouden. De neergang ervan wordt aanzienlijk versneld door de economische en sociale ontwikkelingen.
De laatste maanden is de klassenstrijd en de vrouwenbeweging sterk toegenomen. Deze strijd heeft zich nog niet over de hele samenleving verspreid, maar het potentieel is er. De HDP (Democratische Volkspartij, voornamelijk Koerdisch, aanwezig bij de parlementsverkiezingen aan het hoofd van een groen-linkse alliantie die 8% behaalde) en de TİP (Arbeiderspartij van Turkije) kunnen een rol spelen bij het organiseren en verbreden van deze strijd en tegelijkertijd de basis leggen voor een toekomstige massale en strijdbare socialistische partij van de arbeidersklasse.
Bron: LSP
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Economie
Miljoenen werkenden die vaak voor het eerst in hun leven op straat kwamen om te betogen, vergezeld van een laag jongeren die groter werd door de antidemocratische arrogantie van Macron en het politiegeweld dat verdeeldheid beoogt om de beweging te stoppen. Voor veel deelnemers aan het pensioenprotest in Frankrijk gaat het ondertussen over veel meer dan de pensioenhervorming. Het is een beweging die de ontevredenheid van brede lagen van de werkende klasse en de jongeren bijeenbrengt en in actie omzet. Het ongenoegen was al langere tijd onderhuids aanwezig. Nu wordt de woede gekanaliseerd in protest.
door Stéphane Delcros
Deze krachtige sociale beweging bepaalde het aanzicht van Frankrijk in de eerste helft van dit jaar. Het is in vele opzichten een historische beweging die groter is dan het protest tegen het plan-Juppé in 1995 en de beweging tegen de flexi-jobs voor jongeren (Contrat Première Embauche, CPE) in 2006, zelfs indien er toen sterktes waren die nu minder aanwezig zijn. Het is alleszins het grootste sociaal protest in Frankrijk sinds mei 1968, hoewel het natuurlijk niet op het niveau van toen is. De beweging heeft grote troeven en we moeten ervoor zorgen dat de ervaring van de sterktes zo breed mogelijk gedeeld wordt. Er zijn echter ook zwakke punten. Het voortduren van de beweging is niet gegarandeerd door het onvermogen om onmiddellijk een overwinning te behalen en door het gebrek aan escalerend actieplan.
Vakbondsfront houdt stand, maar agenda is te zwak
Dit artikel is geschreven voor de 14de actiedag van het gemeenschappelijk vakbondsfront op 6 juni. Ongetwijfeld zullen er die dag opnieuw miljoenen mensen op straat komen in alle grote en kleinere steden van het land.
Deze dag van stakingen en betogingen is helaas de zoveelste datum in een ‘versnipperde’ actiekalender van het vakbondsfront met actiedagen die elkaar opvolgen zonder enig onderling verband en zonder een offensieve opbouw naar grotere momenten. Dat is nochtans noodzakelijk om de pensioenhervorming van tafel te krijgen.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront toont sinds januari enkele sterke punten, niet in het minst het standhouden van het front ondanks de goedkeuring en afkondiging van de wet. Sinds het begin van de beweging kennen alle vakbonden een snel stijgend ledenaantal. Het standhouden van het vakbondsfront zorgt ervoor dat brede lagen van de georganiseerde arbeidersbeweging nog steeds actief betrokken zijn bij het protest.
Als het vakbondsfront standhoudt, komt dit vooral door de druk van onderuit onder de vakbondsleden en door de woede in de samenleving. Zonder deze druk zouden sommige vakbondsleiders (die al sinds januari een moment zoeken om de strijd te laten ‘landen’) al in februari of maart de beweging hebben gestopt om met Macron te onderhandelen om de asociale impact van volgende dossiers, zoals de arbeidswet, te verzachten.
De vakbondsleiders genieten een groot respect, maar er is ook heel wat wantrouwen. Dat komt vooral omdat er geen echt actieplan is waarbij het protest harder en offensiever wordt. De dagelijks hernieuwbare staking wordt evenmin veralgemeend, terwijl dit het beleid van Macron een fatale slag zou kunnen toebrengen.
In sommige fasen van de beweging waren er pogingen om acties en betogingen in kleinere steden te stimuleren en ook om soms op zaterdag actiedagen te houden, waardoor het personeel van meer precaire sectoren zonder sterke vakbonden het protest kon vervoegen. Er zijn echter onvoldoende inspanningen gedaan om de ongeveer 70% van de bevolking die de beweging steunt er actief bij te betrekken. Het gaat om delen van de werkende klasse in sectoren en op werkplaatsen die een zwakkere of zelfs geen vakbondsaanwezigheid kennen, brede lagen van scholieren en studenten die nu slechts gedeeltelijk betrokken zijn in sommige middelbare scholen en faculteiten, precaire jongeren in de volkswijken …
Hernieuwbare algemene staking opbouwen
Hoe kan deze beweging het asociale en ondemocratische beleid van Macron stoppen en offensieve eisen afdwingen?
De bastions van de georganiseerde arbeidersbeweging toonden de weg. Strijdbare militanten zorgden voor een verharding van de strijd. Dit gebeurde vooral in de energie-, olie- en chemiesector, de havens en de dokken, de afvalophaling en -verwerking. Daar waren er dagelijks hernieuwbare stakingen waarover regelmatig gestemd werd door de werkenden. Vaak gingen de acties voor de intrekking van de pensioenhervorming gepaard met looneisen. Het ging als vorm van verzet verder dan de agenda van de vakbondsleiders, die door velen als te zacht werd beschouwd.
Tegenover de klassenoorlog die door Macron ontketend werd, riepen deze bastions van de strijd terecht op om de stakingsoproep te verharden. In dergelijke bewegingen spelen deze bastions, samen met het openbaar vervoer en het onderwijs, vaak een sleutelrol. Ze kunnen de eigen werkplekken plat leggen en blokkeren. Daarnaast biedt dit mogelijkheden om de werkplek te bezetten om het beheer ervan zelf over te nemen en te richten op de belangen van de gemeenschap.
De Robin Hood-acties van stakers in de energiesector waren een krachtig voorbeeld hiervan. Ze zorgden voor gratis distributie van gas en elektriciteit aan scholen, ziekenhuizen, verenigingen van openbaar nut … De aansluiting tot energie werd hersteld voor gebruikers die afgesloten waren omdat ze hun rekeningen niet konden betalen. Kleine handelaars kregen een verlaagd tarief. De omvang van deze acties was beperkt, maar het toont wat controle en beheer van de economie door de werkende klasse kan betekenen.
De bastions van de arbeidersbeweging hebben ook nog een andere rol te spelen. Ze lopen vooraan in de strijd, maar dreigen hierdoor geïsoleerd te raken. Om dat te vermijden, is het noodzakelijk om de dagelijks hernieuwbare staking te verspreiden over andere sectoren en om lagen in de beweging te betrekken die voorheen nog geen of slechts een beperkte actieve rol speelden. Er is immers een erg groot reservoir aan steun voor de beweging, in het bijzonder onder jongeren.
Het succes van een algemene staking hangt af van de maximale betrokkenheid bij de strijd. Om een zo sterk mogelijke krachtsverhouding voor onze klasse uit te bouwen, hebben we iedereen nodig. Een echte algemene staking van onderuit opbouwen, is een van de centrale taken van de meest bewuste lagen van de werkende klasse.
Daartoe heeft onze klasse nood aan strijdinstrumenten. In de loop van de beweging stelde ISA voor om democratische stakerscomités tegen Macron op te zetten, om alle collega’s op de werkplek (los van de vraag of ze lid zijn van een vakbond) bijeen te brengen en om hetzelfde te doen in de middelbare scholen, het hoger onderwijs en ook in de wijken, dorpen … Dit zijn geen comités om de vakbonden te omzeilen, maar integendeel om de lopende stakingen te versterken door bredere lagen erbij te betrekken.
Deze stakerscomités zouden evenveel hoofdkwartieren van de strijd worden om te bouwen aan een hernieuwbare algemene staking en om de verschillende initiatieven met elkaar te verbinden. Ze zouden ook nuttig zijn om de stakerskassen te versterken. Ons aan de basis organiseren, is essentieel om in te gaan tegen de terughoudende opstelling van de leiders die bang zijn om de controle te verliezen.
Perspectieven voor de beweging
Sinds januari kende de beweging verschillende fasen van zowel eb als vloed. Sinds april zitten we in een terugtrekkende golf. De actiedagen zijn veel meer gespreid, zonder dit aan te grijpen om ze beter voor te bereiden. Er zijn kleine ‘casserole-acties’ (waarbij met potten en pannen zoveel mogelijk lawaai wordt gemaakt). De vakbondsleiders kijken meer openlijk in de richting van mogelijke institutionele oplossingen. De komst van de zomerperiode helpt daarbij niet, zelfs indien er mogelijk ook in de zomer beperkte stakingen en acties zullen zijn.
Het is normaal dat een dergelijke beweging niet maandenlang op een hoog mobilisatieniveau kan worden gehouden. Uiteraard speelt de kwestie van het inkomensverlies op stakingsdagen een rol. Niet alleen de portemonnee van de stakers speelt mee, er is het ontbreken van perspectieven om een overwinning af te dwingen.
Op 1 september zal de pensioenhervorming hoogstwaarschijnlijk door de regering worden uitgevoerd zoals gepland. Het is mogelijk dat dit een bredere mobilisatie op gang brengt, maar het protest heeft meer voorbereiding nodig, meer collectieve discussie over de strategie en het eisenprogramma om zo op een meer offensieve manier naar overwinningen toe te werken.
De beweging heeft de intrekking van de pensioenhervorming nog niet afgedwongen en het is mogelijk dat dit niet zal gebeuren. De uitgebouwde krachtsverhouding maakt het voor de vakbondsleiders echter moeilijk om zich uit de strijd terug te trekken. Het maakt het voor Macron en zijn regering moeilijk om de andere asociale projecten door te drukken. Het strijdpotentieel blijft explosief, met een numeriek en kwalitatief versterkte voorhoede, en brede lagen van werkenden die verrijkt zijn door de ervaring van deze historische beweging en opnieuw vertrouwen hebben in de kracht van collectieve strijd.
Bron: LSP
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Onderwijs
Oppositie wil dat Ben Weyts verantwoordelijkheid neemt na slechte onderwijsresultaten
In het Vlaams Parlement is deze namiddag gedebatteerd over de neergang van het leesniveau van Vlaamse leerlingen. De partijen wijzen elk andere schuldigen aan voor de problemen in het onderwijs. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) riep het parlement op één front te vormen om het tij te keren.
Over één ding was iedereen het eens in het Vlaamse halfrond: de resultaten van het laatste PIRLS-onderzoek zijn dramatisch. Daaruit blijkt dat het niveau begrijpend lezen van kinderen in het vierde leerjaar opnieuw sterk is achteruitgegaan. België bengelt helemaal onderaan in vergelijking met andere Europese landen.
“Laten we de spons vegen over al onze vorige dispuutjes. Laat ons één front vormen om het niveau van het Nederlands weer te verhogen”, riep Weyts het parlement op. De minister somde alle maatregelen op die hij deze legislatuur heeft genomen om het niveau van het Nederlands te verhogen.
Hij herhaalde dat ook richting de ouders gekeken moet worden als het over het niveau van het Nederlands gaat en dat repressieve maatregelen geen taboe mogen zijn.
Lerarentekort en koepels
De oproep tot frontvorming maakte weinig indruk op de oppositie. Vooruit-parlementslid Hannelore Goeman vindt dat de regering nog steeds niet genoeg doet aan het lerarentekort: “De minister moet meer doen dan benadrukken hoe belangrijk het Nederlands is. We steunen hem, Nederlands is belangrijk. Maar wat telt zijn de daden en niet de woorden. Leerkrachten wachten op extra ondersteuning, ze weten niet waar ze moeten beginnen.”
De liberalen wijzen met een beschuldigende vinger richting de koepels. “Het probleem zit hem in hoe het Nederlands wordt aangeleerd. Dat bepalen de koepels in hun leerplannen. Het wordt tijd dat de onderwijskoepels hun verdomde verantwoordelijkheid nemen,” vindt Gwendolyn Rutten (Open VLD). Ze vraagt om de PIRLS-resultaten per koepel bekend te maken zodat kan nagegaan worden welke koepels de beste leermethodes hanteren.
Koen Daniëls (N-VA) verdedigde het beleid van zijn minister: “Niet alles kan in de klas worden opgelost. Op die manier geven leerkrachten er de brui aan. We moeten inzetten op de didactische methodes die werken en inzetten op Nederlands thuis.”
Bron: VRT NWS
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Sectoren
Naar aanleiding van de internationale dag van de zorg op 12 mei bracht World to Win, de online broadcast van ISA, een aflevering over de strijd voor kwaliteitsvolle zorg. Een van de sprekers was Rebekka, een verpleegkundige uit Gent. Hieronder haar bijdrage.
“Het zorgpersoneel is uitgeput. Er is een groot tekort aan personeel, wat leidt tot hyperflexibiliteit. Dit is rampzalig voor het personeel en voor de patiënten, met soms lange wachtlijsten. Noch de directies noch de regering biedt ons echte oplossingen. Ze beperken zich tot individuele ‘oplossingen’ die geen antwoord bieden op het maatschappelijk probleem in de zorg. Ze gaan immers voorbij aan het jarenlange gebrek aan de investeringen die nodig zijn om kwaliteitsvolle zorg aan de patiënten aan te bieden en om goede werkomstandigheden voor het zorgpersoneel mogelijk te maken. De woede onder het personeel neemt toe. Dat zagen we al op de betoging van 31 januari en straks ook op 13 juni. In het verleden dachten we in de zorg vaak dat we niet konden staken omdat we verantwoordelijk zijn voor de patiënten. Nu zien steeds meer collega’s de noodzaak om te staken, niet alleen voor ons maar ook voor de patiënten. Er is geen gebrek aan strijdbaarheid, maar de beweging moet naar een hoger niveau gebracht worden. Er is een actieplan nodig om te winnen.”
Bekijk de volledige aflevering op https://www.youtube.com/watch?v=YUg5Ydr_f1w
Bron: LSP