Onderwijs in een gekleurde samenleving

Onderwijs in een gekleurde samenleving

Orhan Agirdag

Diversiteit en kwaliteitsvol onderwijs kunnen perfect samengaan. Daar bestaat voldoende wetenschappelijk bewijs voor. Het blijkt ook uit de vele voorbeelden van scholen in binnen- en buitenland. Helaas vind je die nauwelijks terug in de studieboeken en cursussen die de toekomstige generaties professionals klaar moeten stomen, van leraren tot schoolleiders en van sociaal werkers tot beleidsmakers. Sterker: veel van wat je daarin leest moet op de schop. Of dacht u dat racisme een kwestie is van ‘slechteriken’ en dat jonge kinderen elkaar niet discrimineren? Dat we best niet te veel stilstaan bij raciale verschillen en dat ras niet bestaat? Dat leerlingen van zichzelf wel Nederlands zouden leren? Dat etnische ongelijkheid alleen maar te maken heeft met armoede en uitsluiting? Think again. Dit boek helpt u daarmee op basis van een sterk wetenschappelijk onderbouwd verhaal over hedendaagse uitdagingen in het onderwijs. Maar de lezer wordt ook geïnspireerd door gefundeerde praktijkvoorbeelden om het roer zelf om te gooien.

ISBN: 9789462672505

EPO

Straf de armen

Straf de armen

Het nieuwe beleid van de sociale zekerheid

Loïc Wacquant

Meer bestraffen. Dat is de laatste jaren het credo van het strafrechtelijke beleid geworden. En dat heeft niets te maken met het tweeluik ‘misdaad en straf’ maar wel met een nieuw beleid van sociale onzekerheid, gebaseerd op economische deregulering en vermindering van sociale hulp. In het kader van deze neoliberale machtsgreep krijgt de gevangenis haar oorspronkelijke rol terug: een weerspannige bevolking doen plooien naar de heersende economische en morele orde.
Gebouwd op de ruïnes van de welvaartsstaat ontstaan zo de strafstaat. De strijd tegen de criminaliteit wordt het scherm waarachter de nieuwe sociale kwestie wordt verhuld: de veralgemening van onzekere loonarbeid en de impact daarvan op de leefruimte en op de overlevingsstrategieën van het stadsproletariaat.

Tweede druk, met een nieuw hoofdstuk over het theoretisch kader waarbinnen de neoliberale staat de sociale onzekerheid vormgeeft.

‘Wacquant legt het Amerikaanse strafrechtelijke beleid, met onder meer de zerotoleran-cebenadering, die ook hier navolgers vindt, onder het fileermes.’ – Rik Van Cauwelaert, Knack

ISBN: 9789064456480

EPO

De onzichtbare wooncrisis

De onzichtbare wooncrisis

Joy Verstichele

Wist u dat 30 procent van de private huurders na het betalen van hun huur te weinig overhoudt om menswaardig te leven? Dat 84 procent van alle woonsubsidies naar eigendomsondersteuning vloeit, 14 procent naar sociaal huren en 2 procent naar privaat huren? Dat … We kunnen zo nog een tijdje doorgaan. Van experts tot middenveld, van de Vlaamse Woonraad tot economen en sociologen: al jaren zwaaien ze met die cijfers om uit te leggen dat het Vlaams woonbeleid achterhaald is. In De onzichtbare wooncrisis zal u die gegevens ook vinden. Maar Joy Verstichele van het Vlaams Huurdersplatform vertrekt in zijn boek vooral van de realiteit áchter de cijfers. Een verhaal over Isabelle en Gino die met een inkomen van 1.300 euro elke maand 730 euro ophoesten voor een slecht geïsoleerd huurhuis, over Bernard die na zes jaar wachten eindelijk naar een sociale woning kan en over Husain en Yusra die met hun drie kinderen in een driekamerappartement leven. Dit boek is ook een betoog over hoe we uit de wooncrisis kunnen raken en een menselijker en socialer woonbeleid kunnen voeren.

ISBN: 9789462671515

EPO

Wat kan de lokale politiek aan armoede doen? 

Wat kan de lokale politiek aan armoede doen? 

‘Regels strenger maken is niet altijd de oplossing’

De lokale verkiezingen van 13 oktober zijn belangrijk, zeker ook voor mensen die leven in armoede. Sociaal.Net ging op pad en hoorde vier ervaringsdeskundigen. Houdt de politiek hen bezig? Gaan ze stemmen? En wat kan hun nieuwe lokale bestuur doen aan armoede? “Als we niet gaan stemmen, wie luistert er dan naar ons?”

Politici luisteren niet altijd

“Wat me stoort is dat er allerlei beslissingen worden genomen over mensen in armoede door mensen die zelf nooit in armoede hebben geleefd. Hoe kun je dan weten wat de juiste oplossingen zijn?” Aan het woord is Lisa Van de Velde (26), brugfiguur bij het Antwerpse netwerk van armoedeverenigingen STA-AN.

In aanloop naar de lokale verkiezingen sprak Sociaal.Net met vier mensen met ervaring in armoede. Hoe kijken zij naar de politiek? En wat moet er volgens hen veranderen in hun gemeente? Motor voor de gesprekken was de campagne ‘Als ik burgemeester ben…’ Met die campagne wil het Netwerk tegen Armoede mensen in armoede aanmoedigen om te gaan stemmen en zich uit te spreken over wat er moet veranderen.

Wat Lisa vertelt, komt in de verschillende gesprekken regelmatig terug. “Politici weten niet welke impact hun beslissingen hebben op mensen in armoede”, vertelt Christophe Teirlinck (50). Hij is ervaringsdeskundige en beleidsmedewerker bij het Netwerk tegen Armoede in Brussel. “Het is mijn job om de leefwereld van mensen in armoede binnen te brengen bij beleidsmakers.”

AbdulDe naam Abdul is een pseudoniem. is vrijwilliger bij een vluchtelingenorganisatie in Oost-Vlaanderen. Hij vertelt gedreven: “Een goede politicus luistert naar mensen. Die zit daar om mensen vooruit te helpen. Er zijn ook politici die het voor zichzelf doen en in de job interessante kansen zien. Maar als je daar niet voor de mensen zit, dan zit je niet op de juiste plek.”

Waar het om gaat

Als politici wel zouden luisteren, waar moet hun aandacht dan liggen? Een thema dat vaak ter sprake komt is wonen. “Wonen is een basisbehoefte”, zegt Christophe. “Als je geen adres hebt, kun je geen bankrekening openen. Als je geen bankrekening hebt, kan je geen job zoeken, want je loon moet ergens gestort worden.”

Ook Lisa zet wonen op nummer een. “Alles is zo duur. Duizend euro per maand voor een appartement, wie kan dat betalen? Als ik het appartement dat ik nu huur kwijtraak, dan kom ik terug op straat terecht. Een andere woning kan ik niet betalen.”

Die opmerking maakt Lisa niet zomaar, ze weet maar al te goed hoe snel je dakloos kan worden. “Zelf werd ik dakloos als tiener. Op school had ik het signaal gegeven dat het thuis niet goed ging. Ze hebben met mijn moeder gebeld en die zei dat het wel meeviel. Voor de school was het opgelost. Hadden ze maar geluisterd: een paar maanden later was het zover en stond ik op straat.”

Lisa vertelt verder: “Ik ben niet opgegroeid in armoede, ik ben erin beland. En daardoor wist ik niks van de hulpverlening of waar ik moest aankloppen. Dus in het begin sliep ik veel bij mensen in de zetel. Uiteindelijk kwam ik bij het OCMW terecht, ik weet ook niet meer hoe, en hebben ze me in een crisisopvang gestoken.”

Ondertussen werkt Lisa als brugfiguur en helpt ze jongeren op weg naar hulporganisaties. En die organisaties informeert en adviseert ze zodat ze jongeren beter kunnen ondersteunen. “Nu ken ik de hulpverlening goed en heb ik een groot netwerk. Dat maakt het veel makkelijker om de jongeren de juiste richting uit te sturen.”

Werk als hefboom?

Christophe noemt werk een ander belangrijk thema. “Werk kan een hefboom zijn om uit armoede te geraken. Maar het is niet genoeg om iemand aan werk te helpen, we moeten er ook voor zorgen dat mensen kunnen blijven werken. Bijvoorbeeld door te zorgen voor goed openbaar vervoer en kinderopvang die voor iedereen toegankelijk is.”

Ook de begeleiding van werklozen moet beter, weet hij uit eigen ervaring: “Op het moment dat ik mijn opleiding tot ervaringsdeskundige wilde starten, kreeg ik nog een invaliditeitsuitkering. Om aan mijn opleiding te beginnen, moest ik vanuit die invaliditeit de werkloosheid in en ging ik er 300 euro in de maand op achteruit.”

Niet vanzelfsprekend, want Christophe had schulden. “Gelukkig werd ik goed begeleid in mijn gemeente. Alle hulpverleners, van mijn sociaal werker tot mijn huisarts, werkten samen een plan uit zodat ik aan die opleiding kon beginnen. Het zou mooi zijn als meer gemeenten zo’n samenwerking stimuleren.”

Sport en cultuur

Rafael Janssen (42) is coach bij armoedevereniging Compagnie & Co in Lommel. Hij herkent de gebrekkige opvang van dakloze mensen. “We krijgen hier zoveel mensen aan de deur die onderdak zoeken. Helaas kunnen we hen zelf niet helpen aan onderdak. We verwijzen wel altijd door naar bevoegde organisaties. Soms geven we mensen zelfs een ticket voor de bus naar Hasselt. Daar kunnen ze zich bij de noodopvang aanmelden.”

Maar armoede gaat over veel meer dan wonen en werk, geeft Rafael aan. “We moeten ervoor zorgen dat mensen goed in hun vel zitten. Daarin zijn sport en cultuur belangrijk. Zulke activiteiten geven je afleiding, maar zijn ook een goede manier om vrienden te maken en een netwerk uit te bouwen. Helaas kan niet iedereen ze betalen.”

Naast de betaalbaarheid van lidmaatschappen, gaat het volgens Rafael ook om toegankelijkheid: “Ik groeide op in armoede en weet hoe het voelt als je bij een sportclub uitgesloten wordt. Als armoedecoach vertel ik verenigingen hoe ze hun activiteiten toegankelijker kunnen maken. Dat gaat om aanpassingen in communicatie, zorgen dat het minder opvalt dat mensen aan een ander tarief deelnemen…”

“Maar alles begint bij het bijstellen van het beeld dat heerst over armoede. Mensen belanden niet in armoede door hun gedrag, maar stellen bepaald gedrag door de omstandigheden waarin ze leven. Laten we in plaats van met de vinger te wijzen, die omstandigheden eens aanpakken”, aldus nog Rafael.

Vluchtverhaal

Bij Abdul ligt de focus anders. Hij woont al elf jaar in België, maar kreeg nog geen verblijfspapieren. Dat hij daardoor in een precaire situatie leeft, vindt hij moeilijk: “Ik respecteer alle wetten van België, maar voor mij zijn mensen meer dan wetten. Je moet kunnen overleven.”

Zijn vluchtverhaal legt de directe link met zijn politieke interesse. Abduls vader was namelijk politicus in zijn thuisland. “Hij kwam op voor de rechten van de zwakkere mensen”, vertelt Abdul. Zijn vader werd vervolgd en een aantal keer opgesloten. En dus besloot Abdul te vluchten vooraleer hem hetzelfde zou overkomen.

Het zijn heftige herinneringen, maar zijn vader inspireert ook: “Ik wil opkomen voor andere mensen, voor zwakke mensen. Misschien ben ik ook wel zwak, in mijn portemonnee. Maar ik ben niet zwak in mijn hoofd. Ik ben heel rijk door alles wat ik weet.”

Abdul kwam een paar jaar na zijn aankomst in België terecht bij de vluchtelingenorganisatie waar hij nu vrijwilliger is. “Ik was ziek maar zonder adres kon ik niet bij een dokter terecht.” Via via kreeg hij de tip om bij de organisatie aan te kloppen voor hulp. Die schoten direct in actie. Abdul bleef achteraf plakken en helpt nu zelf andere mensen. “Ik ken ondertussen alle regels over vluchtelingen. In mijn thuisland studeerde ik IT, dus ik help de mensen hier ook met hun computer.”

Lokale overheid

Genoeg thema’s met impact op mensen in armoede. Maar hoe kan een lokale overheid hiermee aan de slag?

Rafael vertelt dat ze met Compagnie & Co in overleg zijn over de invoering van de UiTPAS. De UiTPAS kan iedereen gebruiken voor cultuur- en sportactiviteiten. Als gemeente kan je aan de pas een kansentarief laten toevoegen. “Zo gebruikt iedereen dezelfde pas en valt het niet op wie aan een lager tarief deelneemt.”

“We staan al best ver in die onderhandelingen, dus hopelijk is het binnenkort zover”, gaat Rafael enthousiast verder. “Alleen hebben ze ons voorlopig nog niet betrokken in de uitwerking ervan en dat is jammer. Daarom vind ik die uitspraak van Mahatma Ghandi zo sterk: ‘Alles wat je voor mij doet, maar zonder mij, doe je tegen mij’. Je kan wel gesprekken voeren met mensen in armoede, maar het is veel krachtiger als ervaringsdeskundigen effectief mee kunnen schrijven aan het beleid.”

Regels, tools en nieuwe initiatieven

Ook voor de andere thema’s bestaan oplossingen. “Iets specifiek waar gemeentes op kunnen inzetten is de REMI-tool”, vertelt Christophe. “Dat is een tool voor OCMW’s om de behoeftigheid van cliënten op een uniforme manier te beoordelen. De tool houdt overal rekening mee: wonen, voeding, vrije tijd, vervoer… Al 424 van de 580 OCMW’s gebruiken dat.”

“Vanuit het Netwerk tegen Armoede geven we regelmatig input voor die tool. Zo hebben we er tijdens corona voor gezorgd dat er in het budget ruimte kwam voor de aankoop van een laptop zodat kinderen thuis les konden volgen.”

Volgens Lisa moeten er vooral sociale woningen bijkomen. Maar er is ook nood aan meer opvang voor dak- en thuislozen. “In Antwerpen hebben we nu Parkours, een noodopvang voor jongeren van CAW Antwerpen. Jongeren kunnen er tot rust komen, maar worden ook begeleid in hun zoektocht naar een woning en werk. Dat is een positieve ontwikkeling.”

Voor Abdul gaan de verkiezingen over mensenrechten. “Ik denk dat politici vooral moeten zorgen dat iedereen kan ademen, dat alle mensen aan hun rechten toekomen. Regels strenger maken is niet altijd de oplossing.” Hij verwijst naar het negatieve beeld dat heerst over nieuwkomers: “Niet alle mensen zijn slecht. Stel dat tien op de honderd mensen slechte bedoelingen hebben, dan zijn negentig van die honderd nog altijd goede mensen. En die hebben ook rechten.”

Politieke interesse

Pijnpunten benoemen en oplossingen aanwijzen, het gaat mijn gesprekspartners goed af. Waren ze altijd al zo geïnteresseerd in politiek? “Vroeger was het wel een ver-van-mijn-bed-show”, zegt Christophe. “Als je het moeilijk hebt om rond te komen, ben je daar niet mee bezig.”

“Nu ik als beleidsmedewerker werk, ga ik er veel bewuster mee om. Ik lees de partijprogramma’s beter, maar ik weet nu ook dat het belangrijk is om je stem te laten horen. Op die manier kun je verandering creëren.”

“Voor mijn job bij STA-AN was ik niet zoveel met politiek bezig”, vertelt Lisa. “Het wordt ook niet zo goed uitgelegd. Het gaat vaak over politieke partijen en hoeveel zetels iedereen heeft, maar de echte thema’s komen niet aan bod.”

Dat is iets wat Rafael herkent: “Ik heb vroeger veel weerstand gevoeld tegen verkiezingen. Ik zag er het nut niet van in. Politici leggen de mening van het volk naast zich neer. Zo kan het gebeuren dat de grootste partij niet kan besturen omdat andere partijen samen een coalitie vormen en zo de stem van het volk niet gevolgd wordt. Dat noem ik niet democratisch.”

“Ik weet wel ongeveer waar de meeste politieke partijen voor staan, maar het is niet dat ik de politiek zoveel opvolg”, gaat hij verder. “Op mijn werk ben ik er meer mee bezig. De drempels waar mensen op botsen, breng ik bijvoorbeeld tot bij de burgemeester.”

Gaan stemmen

Rafael, Lisa en Christophe gaan zeker stemmen op 13 oktober. Waarom? “Omdat de stem van jonge mensen in armoede gehoord moet worden”, zegt Lisa. “Als we niet gaan stemmen, wie luistert er dan naar ons? Ik voel dat de buitenwereld niet begrijpt hoe groot de armoedeproblematiek is. Het is belangrijk dat het hoger op de politieke agenda komt. Ik hoop zoveel mogelijk mensen te kunnen overhalen om zeker te gaan stemmen.”

“Ik ga stemmen om het goede voorbeeld te geven”, vertelt Rafael. “Maakt de politiek altijd alle beloften waar? Nee. Maar door niet te stemmen, zal er zeker niks veranderen. De enige manier om verandering te bekomen is door je uit te spreken.”

“Ik heb altijd al gestemd”, zegt Christophe. “Je stem is belangrijk. Als je echt twijfelt op wie je moet stemmen, denk dan na over wat je belangrijk vindt en bekijk de programma’s van de partijen in jouw gemeente.”

Eindigen doen we bij Abdul. Als hij zou mogen, zou hij zeker gaan stemmen. “Verkiezingen zijn heel belangrijk. Ik wacht tot de dag dat ik mag gaan stemmen. Ik hoop dat die ooit komt. Hoop is heel belangrijk, daar moet je aan vasthouden.”

Bron: sociaal.net

Aanslepende wooncrisis maakt slachtoffers: ‘Lokale overheid kan ingrijpen’

Wonen is duur. Gevolg: meer mensen wonen in huizen, appartementen en studio’s van ondermaatse kwaliteit. De aanslepende wooncrisis maakt dan ook letterlijk slachtoffers. In aanloop naar 13 oktober doet Joy Verstichele (Vlaams Huurdersplatform) een heldere oproep aan politici: “Als lokaal bestuur kan je ingrijpen.”

Minimale woonkwaliteit

Voor wie goed woont is het niet evident om zich voor te stellen hoe het er in slechte woningen aan toe gaat. Op zich niet eigenaardig, want het meeste woonleed zit verscholen achter gevels en voordeuren.

Het gebrek aan inlevingsvermogen zorgt er wel voor dat de garantie op een degelijke woning geen prioriteit lijkt te zijn. Sinds de fundamenten van het woonkwaliteitsbeleid 27 jaar geleden werden vormgegeven, zijn we vergeten om het verder af te werken. Met grote gevolgen, want een slechte woning heeft directe effecten op de gezondheid van de bewoners, heeft een nefaste impact op tal van levensdomeinen en zorgt voor een gebrek aan woonzekerheid.

In Vlaanderen hebben we een ondergrens afgesproken die bepaalt aan welke kwaliteitsnormen een woning moet voldoen. Die grens ligt vast in regelgeving en is behoorlijk gedetailleerd. Zo zijn  er regels over onder meer stabiliteit, veilige elektriciteit, vochtproblemen, CO-gevaar en minimale oppervlaktenormen. Een woning die er niet aan voldoet, mag niet verhuurd worden.

Normen moeten mee met hun tijd

Hoewel de normen stabiel moeten zijn zodat eigenaars weten wat van hen verwacht wordt, moeten ze ook mee evolueren met hun tijd. Zo was van energienormen drie decennia geleden nog geen sprake. En enkele generaties geleden keek niemand op van een toilet zonder spoelbak.

Het is dus een voortdurende zoektocht om de lat hoog genoeg te leggen zodat er menswaardig geleefd kan worden, maar deze tegelijk niet zodanig hoog te leggen waardoor amper nog woningen voldoen.

Sommige organisaties die werken met mensen in kwetsbare woonposities vinden de minimale normen te hoog. Een woning met gebreken is een stuk beter is dan geen woning, zo luidt de redenering dan.

Alleen komen we zo in een race to the bottom terecht waar de ondergrens in deze tijden van structurele schaarste steeds lager komt te liggen. Vinden we het echt aanvaardbaar dat mensen zich tevreden moeten stellen met ongeschikte, onbewoonbare of ongezonde woningen?

Onverwachte coalitie

Die organisaties vormen zo een onverwachte coalitie met belangengroepen van verhuurders en makelaars. Ook zij willen liefst geen al te hoge kwaliteitsnormen. Zij schermen met het idee dat de laatste jaren de kwaliteitsnormen al stevig verstrengd werden. Nog meer regels zou leiden tot hoge kosten bij verhuurders waardoor sommigen zullen beslissen om de woning te verkopen en niet meer te verhuren.

Dat blijkt grotendeels perceptie, want die strengere eisen blijken in de praktijk toch erg beperkt te zijn. Naast een aantal eerder technische wijzigingen, werd de laatste vijftien jaar enkel een verplichting van 3 centimeter dakisolatie en dubbelglas toegevoegd als bijkomende norm. Wie een voldoende goed energieprestatiecertificaat (EPC) kan voorleggen, moet aan dat laatste zelfs niet voldoen.

Wat tot de minimale woningkwaliteitsnormen behoort en wat niet is dus voer voor voortdurende discussie en dat moet vooral zo blijven. Globaal durf ik stellen dat de normen in balans zijn.

Slachtoffers in Hoboken

Maar het is natuurlijk niet omdat er normen en regels zijn, dat die ook gehandhaafd worden. Zo wordt van bewoners verwacht dat ze zelf een kwaliteitsonderzoek aanvragen als ze denken in een woning of appartement van onaanvaardbare kwaliteit te wonen.

Maar huurders aarzelen vaak. Door een controle aan te vragen organiseren ze hun eigen woononzekerheid. Ze vrezen te moeten verhuizen als blijkt dat de woning niet in orde is. Bij gebrek aan uitzicht op een haalbaar alternatief blijven mensen in slechte woningen wonen en wordt de problematische kwaliteit niet aan de kaak gesteld.

Het is helemaal niet uitzonderlijk dat dit leidt tot medische klachten, af en toe zelfs tot een dodelijke afloop. Denk aan de ontploffing in Hoboken waar enkele maanden geleden vier mensen het leven lieten, waaronder een meisje van tien jaar oud.

Hoewel we nog geen uitspraak kunnen doen over de precieze oorzaak, bleek uit getuigenissen van familieleden van de slachtoffers dat er naast de aanwezigheid van een grote vochtproblematiek ook een totaal gebrek aan eigenaarsonderhoud van het gebouw was. Bewoners wilden er wel weg, maar konden niet.

Conformiteitsonderzoek

Gelukkig kiezen steeds meer lokale besturen voor een meer proactieve aanpak. Ze verplichten een conformiteitsonderzoek bij verhuur, een vorm van kwaliteitscontrole. Daardoor hangt het verzekeren van de kwaliteit niet meer af van een klacht van de huurder.

Wanneer lokale besturen deze verplichting opleggen voor het pand verhuurd is, heeft dit het voordeel dat er nog geen bewoners zijn. De huurder dreigt zijn woning niet te verliezen. En omdat het pand nog leeg staat, is het voor de eigenaar makkelijker om de nodige herstellingen uit te voeren. Met het conformiteitsattest hebben de verhuurders een, weliswaar weerlegbaar, attest in handen over het vermoeden dat de woning in orde is.

Vlaanderen moedigt de lokale besturen aan om zo’n aanpak te hanteren, maar verplicht het niet. Zo blijft het in bijvoorbeeld Antwerpen mogelijk om onder de radar slechte woningen en appartementen te verhuren.

Wooninspectie

Wanneer het gaat over de meest ernstige krotverhuur, dan kan de wooninspectie tussenkomen. Deze inspecteurs hebben politionele bevoegdheden en kunnen processen-verbaal opstellen en het parket contacteren.

De wooninspectie werkt met een prioriteitenlijst en treedt vooral op wanneer er sprake is van ongeschikte of onbewoonbare panden die toch verhuurd blijven, constructies die bewoond worden maar daar niet voor bestemd zijn, woongelegenheden zonder vergunning of verhuurders die herhaaldelijk en structureel misbruik maken van de kwetsbare positie van bewoners.

In die laatste categorie valt de beruchte familie Appeltans. De familie kon decennialang ongestoord een imperium opbouwen van slechte appartementen, studio’s en opgedeelde woningen, vooral in Leuven en omgeving. In eerste instantie verhuurden ze die panden vooral aan studenten, maar de laatste jaren hadden ze hun oog laten vallen op nieuwkomers.

Mensen die vluchtten van oorlog en geweld, maar in Vlaanderen moeilijk een woonst konden vinden, huurden uit wanhoop een krot van de familie Appeltans. Ze moesten overleven in erbarmelijke, onaanvaardbare woonomstandigheden.

Vader, moeder en zoon Appeltans, en hun vennootschap, werden recent veroordeeld als krotverhuurder en huisjesmelker. De rechter sprak stevige geldboetes en gevangenisstraffen uit. Dankzij een sterke samenwerking tussen de stad Leuven en de huurdersbond kregen de slachtoffers schadevergoedingen toegekend.

Zelfs de grofste huisjesmelkers kunnen te lang hun ding doen zonder tegen de lamp te lopen. Daarom is deze veroordeling een opsteker. Het is een serieuze waarschuwing voor andere malafide verhuurders en toont dat we dit soort praktijken wel degelijk kunnen stoppen als we dat willen.

Lokaal woonbeleid

Hoewel de grootste hefbomen op Vlaams niveau liggen, kunnen ook lokale besturen de handen uit de mouwen steken om kwaliteitsvol en betaalbaar wonen te bevorderen.

Ze kunnen kiezen om een conformiteitsonderzoek te verplichten bij verhuur. Ideaal gaat dit gepaard met een beleid waarbij verhuurders begeleid worden bij de renovatie van het pand om zoveel mogelijk uitval van huurwoningen te voorkomen. Informeren en begeleiden van verhuurders en syndici is daarbij cruciaal.

Lokale besturen die een stap verder willen en kunnen gaan, kunnen een renovatiepremie voor verhuurders aanbieden in ruil voor een langdurige verhuring en een maximale huurprijs. Ook een samenwerking met organisaties zoals het Pandschap, dat renovaties uitvoert van private panden die nadien via woonmaatschappijen verhuurd worden, krijgt voet aan grond in steeds meer regio’s. Het zijn twee manieren van kwaliteitsverbetering die de huurprijzen niet opdrijven.

Politieke wil

Ook een actief en sociaal grond- en pandenbeleid kan een wereld van verschil maken. Het afbakenen van gebieden voor sociaal wonen, het opnemen van voorkooprechten en de keuze om niet langer publieke en semipublieke gronden te verkopen zijn voorbeelden van soms weinig populaire, maar noodzakelijke maatregelen om onze woonmarkt rechtvaardiger te maken. Ook een doortastend leegstandsbeleid biedt kansen voor lokale besturen.

Wat op veel plaatsen ontbreekt, is de politieke wil om een ambitieus  woonbeleid vorm te geven. Er is nochtans nood aan veel meer en betere sociale huurwoningen in elke Vlaamse gemeente. Een ruimer en kwalitatief sociaal woonaanbod kan de druk op de onderkant van de private huurmarkt verlichten.

Los daarvan. De achilleshiel van ons woonbeleid blijft het herhuisvesten van mensen die het slachtoffer zijn van huisjesmelkers, een uithuiszetting of onbewoonbaarverklaring. Te weinig noodopvang in combinatie met een gebrek aan een duurzaam woonalternatief leidt er toe dat mensen dakloos worden of slecht blijven wonen.

Nochtans kunnen lokale besturen de kost van de herhuisvesting verhalen op verhuurders die de oorzaak zijn van onbewoonbaarheid. Koppel je dit aan een samenwerking met de huurdersbond, dan geef je ook mogelijkheden aan de getroffen huurders om hun rechten af te dwingen.

Bron: sociaal.net