‘Waarom werken zoveel scholieren? De school alleen volstaat niet meer’

Niet alleen studenten maar ook leerlingen hebben vaak een baantje (of twee). ‘Ze hechten soms meer belang aan de ervaringen die ze in “de echte wereld” kunnen opdoen dan aan hun opleiding’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar column De Zoetzure Dinsdag. ‘En dat is natuurlijk niet helemaal terecht.’

‘Op zondag werk ik als verkoopster in een bakkerij, tijdens de week ga ik babysitten en laat ik honden uit.’ Dat vertelt een meisje uit het zesde jaar moderne talen-economie van een secundaire school waar ik een gastles geef.

Ze blijkt niet de enige te zijn. Op twee na hebben al haar klasgenoten het een of andere baantje. Sommigen alleen tijdens de vakanties, maar meer dan de helft ook na schooltijd of in het weekend. Dat gaat van grasmaaien en rekken vullen tot frieten bakken en poetsen. Waarom ze daar zo tuk op zijn? Omdat hun vrienden dat ook doen en omdat ze dan geld verdienen. Sommigen vertellen me dat ze van plan zijn om een MacBook Air of een paar peperdure sneakers te kopen, anderen dromen van een rugzakreis of sparen voor (de inrichting van) hun kot.

Zo gaat het vandaag in veel Vlaamse schoolklassen. Vorig jaar hielden liefst 640.608 jongeren er naast hun studie een baantje op na. Samen was dat goed voor meer dan een miljoen studentenjobs. Veel van die jonge werkkrachten volgen een opleiding aan een hogeschool of universiteit, maar steeds vaker klussen ook leerlingen uit het secundair onderwijs bij. Dat komt om te beginnen doordat de regelgeving dat tegenwoordig toelaat en ze ook steeds meer uren mogen werken. Bovendien zijn studenten bijzonder gegeerd in sectoren die met een personeelstekort kampen.

Nu kunnen jonge mensen natuurlijk ook veel van zo’n baantje leren: met geld omgaan, zelfstandig werken, op tijd komen, op kritiek reageren, en ga zo maar door. Allemaal inzichten en vaardigheden die nog van pas zullen komen. Bovendien is die werkervaring een bonus op hun cv. Als is het maar omdat een tiener die werkt haast automatisch wordt gezien als iemand die van aanpakken weet.

Maar er zit ook een keerzijde aan. Zo is de klastitularis van de zesdejaars aan wie ik lesgaf ervan overtuigd dat al die baantjes een negatieve impact hebben op het schoolwerk van sommige leerlingen. ‘In een van mijn klassen zit een jongen wiens moeder van een uitkering moet rondkomen’, zegt ze. ‘Om haar te helpen, werkt hij drie avonden per week in een kebabzaak in de studentenbuurt. Soms zit hij dan de volgende dag te suffen in de les, maar daar heb ik nog wel begrip voor.’

Minder mededogen heeft ze voor tieners die alleen werken om extra zakgeld te verdienen. Zoals het meisje dat onlangs vroeg om een toets uit te stellen. De reden? De peuter voor wie ze de avond ervoor had gezorgd, was pas tegen middernacht in slaap gevallen. ‘Als je weet dat je de volgende dag een toets hebt, moet je maar niet gaan babysitten’, vindt haar lerares.

In een interview dat deze week in Knack verschijnt, vertellen vier directeurs zelfs dat de school almaar verder wegzakt in het prioriteitenlijstje van veel leerlingen én hun ouders. Die lijken vaak meer belang te hechten aan de ervaringen die tieners ‘in de echte wereld’ kunnen opdoen dan aan hun opleiding. Dus staan ze toe dat hun kind vele uren per week aan een studentenjob besteedt, maar ook dat het lessen mist om op dansstage te gaan, aan een sportwedstrijd mee te doen of in een theatervoorstelling op te treden.

Dat hangt natuurlijk met de tijdsgeest samen: vandaag willen (zeker jonge) mensen zoveel mogelijk verschillende ervaringen opdoen. Niet voor niets bleek onlangs uit onderzoek dat jonge werknemers vooral streven naar meer autonomie en flexibiliteit. Sommigen vinden freelancewerk zelfs aantrekkelijker dan een vast contract.

Er zijn ook meer en meer werknemers die naast hun hoofdjob een bijberoep hebben of een flexi-job doen. Is hun belangrijkste broodwinning maar één van de activiteiten waaruit ze voldoening halen, dan zien adolscenten hun school als één van de vele plekken waar ze iets kunnen leren. Terwijl dat natuurlijk niet helemaal klopt. De basiskennis die onontbeerlijk is voor de rest van hun leven en loopbaan krijgen ze nog altijd in de eerste plaats in de klas mee.

Na de les vraag ik het meisje dat in een bakkerij werkt wat ze later wil gaan doen. Daar hoeft ze niet lang over na te denken: halftijds als juriste voor een advocatenkantoor werken, groepsreizen naar Zuid-Amerika organiseren en een webshop opzetten. En wat wordt uiteindelijk haar échte job? Hoogst verbaast kijkt ze me aan. ‘Ik snap het niet. Waarom denkt u dat ik één ding zal moeten kiezen?’ vraagt ze dan.

Bron: Knack.be

Regering-Schoof is niet meer: VVD, NSC en BBB willen afgesproken akkoord niet aanpassen, dus Wilders stapt uit coalitie

De regering-Schoof is niet meer: de coalitiepartners zijn het deze ochtend niet eens geraakt over een nieuw akkoord rond het asielbeleid. PVV-leider Geert Wilders eiste dat het Nederlandse asiel- en migratiebeleid een stuk strenger wordt, zo niet wil hij zijn partij uit de regering terugtrekken. Partijleiders Dilan Yesilgöz (VVD), Nicolien van Vroonhoven (NSC) en Caroline van der Plas (BBB) zijn nog niet op de eisen van Wilders ingegaan.

De Nederlandse regering van premier Dick Schoof is gevallen. De coalitiepartners – die deze ochtend een spoedoverleg hadden om 9 uur – zijn het niet eens geraakt over de vraag van Geert Wilders om het regeerakkoord aan te passen.

Wilders wilde dat het asielbeleid strenger zou worden. “Geen handtekening, geen aanpassingen, dus PVV verlaat de coalitie”, schrijft de politicus op X. 

De leiders van VVD, NSC en BBB reageren kwaad en teleurgesteld op de beslissing van Wilders om de stekker eruit te trekken. VVD-leider Yesilgöz kwam zichtbaar woedend de overlegkamer uitgelopen: “Hij kiest voor zijn eigen ego en zijn eigen belang”, zegt ze. “Ik ben verbijsterd. Hij gooit de kans op een rechts beleid weg. Dit is superonverantwoord.”

Nicolien van Vroonhoven (NSC) spreekt over een onbegrijpelijke keuze van Wilders. “Ik snap het echt niet en ben echt een beetje boos op hem. Kijk hoe je het land nu achterlaat”, klinkt het.

Ook het hoofd van de BBB Caroline Van der Plas is niet te spreken over het verloop van de feiten. “Hij heeft alle troeven in handen en trekt willens en wetens de stekker eruit”, reageert Van der Plas. “Ik ben heel boos, het is onverantwoord.” 

Het is niet de eerste keer dat de PVV een Nederlandse regering doet vallen: in april 2012 trok Wilders zijn partij eveneens terug als gedoogpartner van het kabinet-Rutte I.

Dit artikel krijgt momenteel een update.

Wilders wilde handtekening, maar kreeg die niet

De politieke crisis in Nederland begon gisteren al: Wilders wil dat er 10 punten worden toegevoegd aan het zogenoemde hoofdlijnenakkoord, waarop het regeerakkoord van de regering-Schoofs gebaseerd is. Het gaat dan onder meer over gesloten grenzen voor asielzoekers, meer grensbewaking met het leger, minder asielcentra en de uitzetting van Syrische vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning.

Volgens VVD-leider Dilan Yesilgöz was het spoedoverleg van gisterenavond niet nodig. Volgens haar worden een aantal punten op het lijstje van Wilders nu al uitgevoerd, andere puntjes zijn volgens haar haalbaar als minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber meer vaart maakt. Ook BBB-leider Caroline Van der Plas vond het overleg overbodig. “Het is geen verrassing, we weten inmiddels hoe we moeten reageren”, aldus NSC-leider Nicolien van Vroonhoven.

Wilders wilde dat VVD, BBB en NSC hun handtekening zetten onder zijn verlanglijstje, maar ving bot. Yesilgöz, Van der Plas en Van Vroonhoven benadrukken dat het de PVV zelf is die met Marjolein Faber de minister van Asiel en Migratie levert.

“Dit ziet er niet goed uit”, moest Geert Wilders na het spoedoverleg toegeven. “Ik loop nergens op vooruit”, aldus Wilders. “We zullen het wel zien.” 

Bron: vrt.nws

Politici moeten stoppen met verbieden

Politici moeten stoppen met verbieden

Maurits Vande Reyde: ‘Verbieden is de makkelijkste vorm van macht, maar ook de meest kortzichtige.’

Maurits Vande Reyde

Maurits Vande Reyde is onafhankelijk Vlaams Parlementslid.

Waarom grijpen zo veel politici en experten tegenwoordig naar hét verbod als eerste en enige middel? Een overheid die almaar meer wil verbieden, wil uiteindelijk alleen zichzelf nog toestaan.

Een kleine bloemlezing van de voorgestelde verboden van de afgelopen maanden: sociale media, de ontwikkeling van artificiële intelligentie, winst maken in de zorg, vapen, fitnesssupplementen, meningen, roken op een terras en zelfs een pintje drinken op chirokamp. Sociaal filosoof François Levraux schoot de hoofdprijs af. Volgens hem moet de overheid zelfs grenzen stellen aan ‘het geluk van mensen’. Dat belooft een gezellige samenleving.

Zelden beste antwoord

Mocht dat allemaal doorgaan, dan wordt de lijst zo lang dat het eenvoudiger wordt om op te sommen wat wél nog mag. Een verbodsfetisj is slecht heel zelden het beste antwoord op maatschappelijke uitdagingen.

De meeste overheidsverboden zijn allereerst praktisch onhaalbaar. Zo weten politici die pleiten voor een verbod op sociale media op voorhand wel dat het niet uit te voeren valt. Maar het blijft een gemakkelijke uitweg. Ze willen een maatschappelijk fenomeen signaleren, zonder de verantwoordelijkheid om het effectief op te lossen. Voor elk verbod is er vast wel een expert die het komt verdedigen. Zo raken de vragenuurtjes in de parlementen ook gevuld.

Geen eerlijke communicatie

Een tweede probleem: de echte motieven achter de meeste verboden worden niet eerlijk gecommuniceerd. Altijd is er wel een nobele reden waar niemand tegen kán zijn. Het rookverbod op terrassen is een goed voorbeeld. Volgens minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) gaat het om een gezondheidsmaatregel.

Kankerspecialist Filip Lardon gaf recent in Terzake helder tekst en uitleg: ‘Het heeft geen effect op de gezondheid, maar het zorgt voor de verdere denormalisering van roken. Dáár gaat het om.’ Het verbod op winst in de zorgsector is een nog erger voorbeeld. Officieel luidt de verklaring: ‘Zo weer je prijsstijgingen.’ Dat is natuurlijk nonsens. De echte reden is innovatieve vormen van sociaal ondernemerschap te weren.

Mensen zijn niet dom

Drogredenen gebruiken werkt op langere termijn enorm contraproductief. Dat moeten we na de coronacrisis toch wel weten. Mensen zijn gelukkig niet dom. Ze gehoorzamen wetten niet omdat de overheid ze maakt, wel omdat ze rechtvaardig zijn. Verboden die niet uit te leggen zijn ondermijnen dat principe. Met elk verhuld motief krijgt het vertrouwen in de overheid een nieuwe deuk.

Ten slotte vergeten verbodsliefhebbers iets fundamenteels: een samenleving is de optelsom van hoe individuen zich gedragen, niet andersom. Menselijke omgangsvormen en sociale conventies zijn bijna altijd effectiever in het reguleren van gedrag dan harde wetgeving.

Vrijheid

In het overgereguleerde Vlaanderen is het bijna ondenkbaar, maar wereldwijd bestaan talloze samenlevingen die zichzelf succesvol organiseren op basis van afspraken tussen burgers, zonder alomtegenwoordige centrale controle. Ook de grootste technologische doorbraken van de afgelopen decennia zijn decentraal tot stand gekomen. Dat de overheid cryptomunten wil inperken — en dat de Europese Centrale Bank zelfs een ‘concurrent’ lanceert — is daarbij veelzeggend.

Verbieden is de makkelijkste vorm van macht, maar ook de meest kortzichtige. Willekeurige verboden op ondeugd maken niemand deugdzaam. Een overheid die zonder overtuigende reden dingen ontzegt legt enkel haar interpretatie van vrijheid op. Misschien wordt het tijd om dat eens te verbieden.

Bron: doorbraak.be

Wie gelooft er nog in de vrije wil van de burger?

Wie gelooft er nog in de vrije wil van de burger?

Jinnih Beels (Vooruit): ‘Mensen ontraden — of erger nog: ontheffen — van hun vrije wil of mening, dat hoort volgens mij niet tot de kern van een gezonde welvaartsstaat.’

Jinnih Beels

Jinnih Beels (Vooruit) is gedeputeerde van de provincie Antwerpen en oud-politiecommissaris. Ze schrijft deze opinie in eigen naam.

Nu en dan geeft Doorbraak mij de ruimte om mijn gedachten de vrije loop te laten. Als ‘linkse’ politica is dat volgens sommigen not done. Maar daar kom ik misschien in de toekomst nog wel uitgebreid op terug.

Soms leidt dat forum tot willekeurige hersenkronkels, vaker tot een terugblik op de actualiteit. In mei stonden de aanhoudende droogte en ons schrijnend gebrek aan anticiperende maatregelen bovenaan mijn lijstje met mogelijke onderwerpen. Nu het eindelijk weer is gaan regenen, heb ik besloten dat onderwerp voorlopig te laten voor wat het is. Een andere, minstens even problematische trend viel mij namelijk nog sterker op: de opmars van het verbod.

Vrijheid inperken

Want het voelde alsof er geen dag voorbijging zonder dat beleidsmakers het nodig achtten om opnieuw een stukje vrijheid in te perken, deze keer zelfs hun eigen vrijheid om een pintje te drinken inbegrepen. Een ondoordachte en verregaande beslissing, omdat je — dat weet ik als ex-politiecommissaris — met een verbod zelden een probleem bij de wortel aanpakt. Je schuift het simpelweg onder de mat in de hoop dat niemand er nog over struikelt.

Verregaand, niet omdat ik solliciteer voor de job van nieuwe ‘liberale’ partijvoorzitter, maar omdat ik mij oprecht de vraag stel: mag en kan een burger vandaag nog verantwoordelijk zijn voor zijn eigen gedrag en de gevolgen daarvan?

Makkelijk te slikken

Ik twijfel er niet aan dat zij die pleiten voor verboden het in de meeste gevallen goed voorhebben met de samenleving. Maar mensen ontraden — of erger nog, ontheffen — van hun vrije wil of mening, dat hoort volgens mij niet tot de kern van een gezonde welvaartsstaat. Integendeel. Het werkt vaak contraproductief. Het complete voorbijgaan aan de haalbaarheid van de handhaving van deze recent voorgestelde verboden illustreert dat punt misschien nog het best.

Neem nu het debat over sociale media. Steeds meer stemmen, van academici tot beleidsmakers, pleiten voor een verbod op sociale media tot 16 jaar. Op het eerste gezicht klinkt dat vanzelfsprekend en dus makkelijk te slikken. Sociale media zijn immers de bron van alle kwaad. Studeert je zoon niet goed? Sociale media. Lijdt je dochter aan een eetstoornis? Ook daar zullen sociale media wel verantwoordelijk voor zijn. Aan wetenschappelijke onderbouwing is geen nood. Het klinkt aannemelijk, dus zal het wel kloppen.

Maar net daar wringt het schoentje. Want de echte taak van de overheid is niet om zich te verschuilen achter logisch klinkende shortcuts, maar om beleid te voeren dat jongeren ondersteunt in hoe ze met die digitale realiteit leren omgaan. Een realiteit die — of we het nu willen of niet — niet meer weg te denken is uit onze hedendaagse samenleving. Aanklampend, begeleidend, educatief beleid dus, in plaats van een gemakkelijkheidsoplossing die vooral geworteld lijkt in politieke luiheid en de focus legt op het opleggen in plaats van het bijsturen.

Roken op terrassen

Bovendien zijn zulke onrealistische maatregelen niet alleen ineffectief, ze zijn ook een zegen voor de techbedrijven zelf. Door je toevlucht te nemen tot systemen als itsme® voor leeftijdsverificatie, geef je hun net toegang tot nog meer persoonsgegevens. De burger blijft vals gerustgesteld achter, de techgiganten winnen en de jongeren verliezen. Gelukkig kunnen beleidsmakers zich intussen op de borst kloppen voor alweer een krachtdadig optreden.

Een ander, misschien nog polariserender voorbeeld: het rookverbod op terrassen. Dat roken ongezond is, staat buiten kijf. Dat een verantwoordelijke overheid via campagnes en ontradende maatregelen inzet op sensibilisering spreekt voor zich. Maar dat een verbod in deze context realistisch is? Daar durf ik toch vragen bij te stellen.

Misschien klink ik hier opnieuw liberaler dan sommigen van mij verwachten, maar ik blijf erbij: mensen moeten de vrijheid hebben om eigen keuzes te maken, zolang ze ook bereid zijn de (negatieve) gevolgen ervan te dragen. Zelfs wie daar anders over denkt, moet erkennen dat dit soort verboden de horeca opzadelt met een onmogelijke opdracht. Een sector die nu al kreunt onder personeelstekort een repressieve handhavingstaak toebedelen, getuigt van weinig realiteitszin.

Niet gezond, wel individualistisch

Bovendien zullen sigaretten en andere roesmiddelen in welke vorm dan ook (helaas) altijd deel uitmaken van onze samenleving. Door gebruikers tegelijk te stigmatiseren en van horecapersoneel veredelde agenten te maken, creëer je vooral wantrouwen en een afbrokkelende solidariteit. Geen gezondere samenleving, wel een individualistische.

Eén ding moet ik onze beleidsmakers wel nageven: ze zijn voor de verandering consequent. Net zoals ze de ‘gewone burger’ niet in staat achten om verantwoorde keuzes te maken, hebben ze evenmin vertrouwen in hun eigen voorbeeldfunctie en leggen ze ook zichzelf paternalistische maatregelen op: geen alcohol meer in het Federaal Parlement. Niet omdat dat nu plots echt nodig zou zijn, maar als symbolisch gebaar om draagvlak te creëren voor nog meer futiele verboden. Alsof heiliger zijn dan de paus de onzinnigheid van verbodspolitiek zou camoufleren.

Begrijp me niet verkeerd: naar mijn bescheiden mening hoort alcohol niet thuis op de werkvloer. Laat staan dat het gratis wordt aangeboden, en dat is trouwens het echte probleem, want zelfs met de aangekondigde besparingen vermoed ik dat onze volksvertegenwoordigers nog wel in staat zijn hun eigen drankje te betalen.

Maar als je als politiek leider het signaal geeft dat je zelf geen maat kan houden in de nabijheid van een glas wijn, hoeveel geloof verdien je dan nog wanneer je anderen de maat neemt?

Je bouwt geen samenleving door mensen het denken af te leren of door ze te behoeden voor het maken van fouten. Je doet dat wel door hun verantwoordelijkheid te leren dragen voor hun vrijheid. En vooral: door zelf geen autoriteit te verliezen nog vóór je die probeert uit te oefenen.

Bron: doorbraak.be

Voyeurisme, pesterijen, intimidatie: welkom bij de Federale Politie

Elias Cool (Vlaams Belang) legt de wantoestanden bij de Federale Politie bloot. Terwijl commissaris-generaal Snoeck het kritische rapport in de doofpot stak, keek de regering-De Wever zwijgend toe.

Elias Cool

Elias Cool (1999) is beleidsadviseur Binnenlandse Zaken voor de Kamerfractie van het Vlaams Belang en lid van de Studiedienst van de partij.

Interesse in een job bij de Federale Gerechtelijke Politie (DGJ), de afdeling die zich bezighoudt met de strijd tegen georganiseerde misdaad? Haal uw ‘Pesten voor Dummies’ maar boven, en vergeet niet met de baas te flirten bij het binnenkomen. Twee jaar lang verdwenen alle schandalen in de doofpot.

Alle ogen zijn nu gericht op de man in wiens schuif het bezwarende materiaal bleef liggen: Eric Snoeck, toenmalig hoofd van de DGJ en huidig commissaris-generaal van de hele Federale Politie. Net op tijd werd hij zijn eigen baas. De regering-De Wever liet alles maar begaan.

In het kader van een meerjarenplan integriteitsmanagement besloot de Federale Politie om verhaal te halen bij de agenten van de Algemene Directie van de Gerechtelijke Politie. Maar liefst 1798 politieambtenaren namen deel aan de bevraging die zou leiden tot het rapport CORESPO RESPECT DGJ 2023. Begin dit jaar belandde dat rapport ook op mijn bureau. De inhoud tart werkelijk elke verbeelding.

Tegenwerken

Schrijnende cijfers en beschrijvingen schetsen een somber beeld van de DGJ. Er is sprake van ‘een cultuur die gekenmerkt wordt door angst en zwijgzaamheid.’ Pesterijen, seksisme, favoritisme en intimidatie blijken daarbij geen uitzondering. Minder dan 1 op de 10 agenten heeft er vertrouwen in dat moeilijke thema’s correct worden aangepakt. Bijna de helft ervaart conflicten op de werkvloer.

1 op de 3 respondenten geeft zelfs aan dat diensten elkaar intern tegenwerken. En dat binnen een directie die de speciale eenheden (DSU) en bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit (DJSOC) omvat. Het is bijna een wonder dat ze daar nog niet op elkaar — of op de bazen — zijn beginnen te schieten. Althans, niet met kogels.

Klokkenluider

Toen de media begin dit jaar lucht kregen van de wantoestanden, kopte de Gazet van Antwerpen: ‘Voor bazenpoepers en peperdure consultants is de federale politie wél een fijne werkgever.’ Voor anderen duidelijk wat minder. ‘De top van de federale politie steekt meldingen van grensoverschrijdend gedrag in de doofpot’, vertelt een klokkenluider aan HLN.

Nadat Kamerlid Ortwin Depoortere (Vlaams Belang) een hoorzitting organiseerde over de wantoestanden, stroomde ook onze inbox vol met getuigenissen. ‘Een collega had mij en anderen jarenlang heimelijk gefilmd en gefotografeerd tijdens het omkleden op de werkvloer’, vertelt S.V. ‘Toch is hij gewoon terug aan het werk binnen dezelfde dienst, zonder enige zichtbare gevolgen.’

Als de situatie zo schrijnend is, waarom schoot niemand dan eerder in gang? Vraag dat maar aan de toenmalige directeur-generaal van de DGJ, nu de topman van de hele Federale Politie. Eric Snoeck.

De doofpot en je eigen baas

Op 11 april 2023 begint de lange weg naar de openbaring. Eric Snoeck, toen directeur-generaal van de DGJ, ontvangt het bezwarende rapport. Veel tijd zou hij echter niet nemen om de wantoestanden binnen zijn eigen directie op te lossen. Want zo’n twee maanden later, op 15 juni 2023, wordt de heer Snoeck zijn eigen baas – commissaris-generaal. Ad interim, weliswaar. Dat is geen onbelangrijk detail.

Hij is nog niet officieel benoemd. Daarvoor loopt de procedure nog. Het zou dus wel heel beschadigend geweest zijn als dat RESPECT-rapport toen het daglicht had gezien. ‘Gelukkig’ valt de dienst die het rapport opmaakte – de cel Integriteit – nu onder zijn nieuwe bevoegdheid. Zo is het natuurlijk makkelijk om een doofpotoperatie te organiseren.

Uiteindelijk zou het tot 8 april 2025 duren — meer dan twee jaar later — voordat de bal opnieuw aan het rollen ging. Via een klokkenluider kreeg politievakbond VSOA het RESPECT-rapport in handen. Nadat interne verzoeken niets opleveren, schrijft de bond een open brief aan premier Bart De Wever (N-VA) en ministers Annelies Verlinden (cd&v) en Bernard Quintin (MR).

‘Wat ons zorgen baart, is dat deze inhoud, ondanks haar ernst, gedurende maanden niet gedeeld werd met … de vakorganisaties of de jury die later oordeelde over de benoeming van de huidige commissaris-generaal’, pent men bij VSOA.

Vanuit de regering-De Wever bleef het echter stil. Geen onderzoek, geen publicatie van het rapport. Later volgt een tweede brief vanuit de politievakbond. ‘Wij krijgen steeds vaker de indruk dat deze ontsporing doelbewust wordt aangestuurd vanuit een administratie.’ Opnieuw geen reactie vanuit de regering. Zelfs wanneer alle documenten op de Vlaams Belang-Kamerfractie belanden en ook in de pers verschijnen, weigert minister Quintin te reageren in HLN. Ook minister Verlinden zwijgt.

Augiasstal uitmesten

Het zou niemand mogen verbazen als blijkt dat Eric Snoeck een politieke hand boven het hoofd gehouden wordt. Met de PS komt hij opvallend goed overeen, en hij geldt al jaren als een vertrouweling van het Franstalig socialistisch netwerk binnen de staat.

Ieder hoog overheidspostje is verstrengeld met de particratie. Doofpotten behoren nu eenmaal tot de prachtige politieke ‘cultuur’ die het door en door rotte Belgische systeem in stand houdt. Partijgetrouwheid loont, klokkenluiders branden op. Zelfs als onze veiligheidsdiensten hieronder lijden. Zelfs terwijl drugsdealers onze straten overhoop schieten en mensen op klaarlichte dag neergestoken worden.

Op 17 juni beginnen we met het optillen van de deksels. Dan moet commissaris-generaal Eric Snoeck zich komen verantwoorden in de commissie Binnenlandse Zaken, op initiatief van commissievoorzitter Ortwin Depoortere en het Vlaams Belang. Tijd om de augiasstal uit te mesten. Als daarbij wat medeplichtige systeempartijen geraakt worden door de hooivork, dan is dat meer dan verdiend.

Of, zoals Ortwin Depoortere op X schrijft: ‘wat is er erger dan een doofpot? Een regering die de deksel erop houdt.’

Bron: doorbraak.be