Waarom lanceert Bart De Wever een lastercampagne tegen PVDA?

Het is weinig opgemerkt, maar de uitslagen van 9 juni laten zien dat er in Antwerpen een linkse coalitie tot de mogelijkheid behoort voor het volgend gemeentebestuur. Voor Bart De Wever is dat een ware nachtmerrie en daarom grijpt hij naar zijn gekende verdeel-en-heersstrategie.

Zelden was de kloof tussen realiteit en perceptie zo groot als bij de voorbije verkiezingen. Terwijl N-VA serieuze klappen kreeg, presenteerde het zichzelf als de grote overwinnaar. Zoals vaker werd de partij hierin gretig gevolgd door de mainstream media.

Nepoverwinning

De peilingen hadden voor N-VA een zware terugval voorspeld ten nadele van Vlaams Belang. Maar door een sterke eindsprint, waarin Bart De Wever zijn sterke retorische troeven wist uit te spelen, onder andere in het programma Het Conclaaf, konden de Vlaamse nationalisten de schade enigszins beperken en bleven ze nipt de grootste partij.

De peilingen zaten er grotendeels naast en zetten velen op het verkeerde been. Als we die peilingen laten voor wat ze zijn en kijken naar de resultaten van de vorige verkiezingen, dan kan je niet anders dan vaststellen dat de N-VA aankijkt tegen een serieus verlies.

In het Vlaams parlement verliest de partij 4 zetels en in het federaal parlement 1 zetel. De Vlaamse regering is weggestemd en verliest een vijfde van zijn zetels. De vorige coalitie behaalt bij lange na geen meerderheid meer.

Een van de dogma’s van De Wever – dat Vlaanderen rechts stemt en Wallonië links – sneuvelde ook in deze verkiezingen. In Wallonië kwam er een ruk naar rechts, terwijl in Vlaanderen links er samen op vooruitging. In 2019 haalde de N-VA in het Vlaams parlement nog vijf zetels meer dan de drie progressieve partijen – PVDA, Groen en Vooruit – samen. Nu is het precies omgekeerd.

Een linkse coalitie in Antwerpen?

Het meest pijnlijke voor De Wever is de afstraffing in zijn thuisstad Antwerpen. Daar zakte de partij met 3,5 procentpunten en ziet ze de PVDA met een score van 22,9 procent naderen tot 2,5 procent. Samen haalden de drie progressieve partijen in de Scheldestad 46 procent van de stemmen.

Een linkse coalitie in (district en/of stad) Antwerpen, dus zonder de N-VA, behoort daardoor tot de mogelijkheden, zeker nu goudhaantje Jos D’haese de PVDA-lijst zal trekken voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.

In het district Borgerhout in Antwerpen is er momenteel al zo’n linkse coalitie en ook in Zelzate is dat het geval. Bovendien doet de coalitie tussen Vooruit en PVDA het in Zelzate vrij goed.

Beide partijen schieten er goed met elkaar op en kunnen behoorlijke resultaten voorleggen. Zo is de schuld per inwoner met een derde gedaald en door de grote bedrijven meer te belasten komt er geld vrij voor de strijd tegen kinderarmoede, voor betere voetpaden, enzovoort. Daardoor is het vertrouwen in het bestuur met 20 procentpunten gestegen.

Lastercampagne

Dat zo’n linkse coalitie zich zou herhalen in Antwerpen is een ware nachtmerrie voor ‘de burgemeester van België’. Daarom doet hij er alles aan om een mogelijk ‘links front’ preventief onderuit te halen.

Reeds tijdens de kiescampagne lanceerde De Wever een lastercampagne tegen PVDA. “Is dat geen griezelige partij?” vroeg hij zich af in De Morgen. “Het is beangstigend wat die partij doet ten aanzien van jonge allochtone kiezers. … Het is van Abou Jahjah[1] geleden dat ik in Antwerpen zoveel rauwe agressie heb geproefd die politiek wordt gepetrolleerd door een partij”.

Conner Rousseau, waarvan het een publiek geheim is dat hij een voorakkoord onderhandelde met De Wever, verklaarde iets gelijkaardigs in De Standaard“Ik wist dat ze [de PVDA] vol fake news zaten, maar dit sloeg alles.”

Allerhande geruchten en roddels werden verspreid om PVDA in een slecht daglicht te plaatsen. PVDA zou actief campagne hebben gevoerd tegen de andere progressieve partijen met leugens.

Zo zou de partij claimen dat zij de enige is die echt opkomt voor Palestina, gezien het feit dat Groen en Vooruit in de regering zitten en die regering nog steeds geen sancties heeft getroffen tegen Israël. Ook zou PVDA Antwerpenaren met een moslimachtergrond doen geloven dat Vooruit transgenderlessen voor kleuters wil organiseren.

Knack onderzocht deze aantijgingen en kon er geen enkel bewijs voor vinden. Het weekblad kreeg geen enkel WhatsApp-bericht te zien, hoewel dat niet moeilijk te verifiëren zou zijn als ze echt bestonden. In een ‘bezwarende’ visual die aan Knack werd doorgestuurd stonden “geen grove fouten”. In een video die PVDA ten laste wordt gelegd staat evenmin “fake news”.

Het is uiteraard mogelijk dat bepaalde militanten dergelijke zaken vertellen bij een deur aan deur bezoek, maar volgens Sacha van Wiele van Gazet van Antwerpen is hier geen sprake van “een campagnestrategie”. In het vuur van een kiescampagne worden zaken altijd wat scherper gesteld en dat is zeker geen monopolie van één partij.

L’histoire se répète

Zo’n lastercampagne is niet nieuw. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 was er in Antwerpen een kartel tussen Vooruit en Groen. Plots waren er zogenaamde ‘onthullingen’ over mogelijke financiële malversaties waaraan toenmalig Sp.a-boegbeeld Tom Meeuws zich zou hebben schuldig gemaakt, toen hij nog directeur was bij De Lijn in Antwerpen.

Omwille van die heisa trok Groen zich toen terug uit het kartel. Links was verdeeld en Bart De Wever was de lachende derde. Achteraf is Meeuws volledig vrijgesproken van die aantijgingen, maar het kwaad was geschied.

Volgens hem zat De Wever toen achter die onthullingen. Van een van zijn nauwe medewerkers had hij enkele jaren tevoren te horen gekregen dat hij best terug zou keren naar West-Vlaanderen, want anders zou hij eraan gaan.

De Wever zal er alles aan doen om een links front, waar dan ook, maar zeker in Antwerpen, te voorkomen en te dwarsbomen. Het is uitkijken of Groen of Vooruit zullen meestappen in deze verdeel-en-heersstrategie. In deze tijden van verrechtsing zou dat onverstandig en onverantwoord zijn.

Note:

[1] Voor de verkiezingen van 2003 vormde de PVDA een kartel samen met de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Dyab Abou Jahjah onder de naam Resist.

Bron: DeWereldMorgen

Wij passen voor een regering-Jambon 2.0

Op Welzijn, Kinderopvang, Onderwijs, Openbaar Vervoer en Wonen is een koerswijziging nodig.

De verkiezingsuitslag van 9 juni 2024 ligt er. Vooruit hoort bij de winnaars van deze verkiezingen. En er moeten twee regeringen gevormd worden. Dat zet journalisten aan tot gretig schrijven. Tal van analyses volgen, zowel gebaseerd op cijfers als op het buikgevoel van veel commentatoren. Maar één ding staat vast: de partijen die de huidige Vlaamse regering vormen, gaan er allemaal op achteruit. Zij werden genadeloos afgestraft door de kiezer. En dat kan ook niet anders als je het beleidsresultaat van 10 jaar rechts in Vlaanderen bekijkt: achteruitgang.

De centrumrechtse coalities onder Bourgeois en Jambon wonnen geen enkele zetel bij in tien jaar tijd. Sterker, ze verloren in twee stappen de helft van hun zetels. Van de 89 zetels in 2014 blijven er nu nog 56 over. 43 zetels verlies, goed voor 48%.

Er is maar één conclusie mogelijk: de Vlaamse kiezer is deze ploeg én hun beleid moe. Dit is zelfs geen zesjescultuur meer, het is een zware buis en niets minder.

Op één debat tijdens deze campagne vroeg ik de kopman van N-VA voor het Vlaams Parlement een simpele vraag: ‘Vertel me eens wat je nu Vlaams beter doet?’. Ook al zou je verwachten dat een overtuigd Vlaams-nationalist met een hele reeks voorbeelden zou proberen het publiek te overtuigen, verraste het antwoord me. “Het Vlaams onderwijs, kijk maar naar Brussel.”

En ook al heeft het Nederlandstalige onderwijs in Brussel veel aantrek, wisten de West-Vlaamse kiezers in de zaal wel beter. Kwam N-VA, na een legislatuur vol van lerarentekorten, dalende onderwijskwaliteit en capaciteitstekort onder minister Weyts, nu werkelijk af met dat voorbeeld? Is that the best you got? Is dat uw kracht van verandering? Een minister zonder visie, zonder plan, zonder broek.

Een decennium rechts bestuur in Vlaanderen leverde een triest resultaat op. Wie een slimme Vlaamse overheid wenst die mensen die keihard hun best doen vooruit stuwt, komt bedrogen uit en moet vooral … wachten. Bestaande wachtlijsten (personen met een handicap, jeugdzorg, sociale huisvesting) liepen op, en er kwamen er ook nieuwe bij. Deze regering slaagde erin om bijna 2.000 plaatsen in de kinderopvang te doen verdwijnen en 3.400 bushaltes te schrappen.

En dat is waar gewone mensen van wakker liggen. In West-Vlaanderen legden we meer dan 600 km huisbezoeken af. Aan bijna elke deur ging het over afgeschafte bushaltes, langere wachtlijsten en besparingen op het kindergeld. Die vragen, die eisen blijven overeind. Het feit dat het te weinig over het Vlaamse beleid ging tijdens de campagne, stelden N-VA en CD&V in staat om te doen alsof ze daar niet hebben meebestuurd. Maar de kiezer beseft heel goed wie een miljard euro bespaard heeft op onze kinderen, de lobby beloonde en de rekeningen voor gewone dingen enkel maar duurder maakte.

Ondertussen loopt de verkenningsronde voor een nieuwe Vlaamse regering. Wie een koerswijziging wil in het Vlaams beleid, kan op Vooruit rekenen. Vooruit voerde een campagne voor meer koopkracht, betere en betaalbare zorg en investeringen en hervormingen in kinderopvang en onderwijs, met liefst van al een minister van het Kind. Die strijd voor meer gezondheid en koopkracht werd beloond in het stemhokje.

Vooruit wil haar verantwoordelijkheid nemen. Maar enkel met een ander, socialer en warmer beleid in Vlaanderen. Wij passen voor een regering-Jambon 2.0. Op Welzijn, Kinderopvang, Onderwijs, Openbaar Vervoer en Wonen is een koerswijziging nodig. Een extreemrechtse regering in Vlaanderen is dankzij de winst van Vooruit onmogelijk. Vermijden dat er een rechts beleid gevoerd wordt, zal aan onderhandelingstafel moeten gebeuren. Op Vooruit kan je rekenen.

Bron: SAMPOL

Verkiezingen 2024

Verkiezingen 2024

Knack-enquête: 1 miljoen Vlamingen zijn tegen de politiek, justitie én de media

Hoe kijken Belgen naar de democratie? Het ongenoegen is erg groot, blijkt uit een exclusieve Knack-enquête. 1 miljoen Vlamingen zijn anti-systeem.

Op verzoek van Knack en Le Vif hield onderzoeksbureau Kantar een online enquête bij 1012 Belgen van 18 jaar of ouder. De resultaten zijn bij momenten alarmerend.

Laten we maar met de deur in huis vallen: bijna één derde van de Belgen vindt dat we niet in een democratie leven. Bij Franstaligen leeft dat gevoel iets sterker dan bij Nederlandstaligen, maar het valt vooral op dat dit sterker leeft bij jongeren: 37% van de 18- tot 35-jarigen vindt België geen democratie, tegenover 24% van de 65-plussers.

Het kan nog erger: bijna 40% van de ondervraagden oordeelt dat de Europese Unie geen democratie is. Maar opvallend, de jongeren zijn hierover positiever gestemd dan de ouderen: 36% van de jongeren zegt dat de EU geen democratie is, tegen 43% van de ouderen. De Belgische democratie heeft het dus vooral verkorven bij jongeren, de EU-democratie eerder bij ouderen.

Zo’n 38% van de Belgen vindt dat een coalitie van verschillende partijen de beste manier is om een land te besturen, 16% opteert een regering met één partij. Als we dieper in de cijfers duiken, merken we dat ouderen duidelijk enthousiaster zijn over coalitieregeringen dan jongeren. Nog opmerkelijk: in Vlaanderen is 43% ervan overtuigd dat coalitieregeringen het beste zijn, in Wallonië slechts 28%.

Een regering gevormd door experts of een burgerpanel, een kleine vaste groep inwoners die geregeld wordt bevraagd over bepaalde onderwerpen, wordt telkens door 14% genoemd als de efficiëntste manier om het land te besturen.

Maar hier zien we toch grote verschillen. Terwijl in het zuiden van het land 23% gelooft dat een burgerpanel de beste bestuursvorm is, vindt dat maar bij 8% van de mensen in het noorden weerklank. Ook het houden van referenda scoort onder de taalgrens met 22% beter dan de 14% boven de taalgrens. Maar in Vlaanderen meent dan weer 18% dat een regering met experts de beste bestuursvorm is, tegenover 9% in Wallonië. Vlaanderen neigt meer naar deskundigen, Wallonië meer naar de mening van de bevolking als het gaat over efficiënt besturen.

Het idee dat verkozenen door lottrekking moeten worden aangeduid, zoals bijvoorbeeld auteur David Van Reybrouck bepleit om alvast de Senaat te bevolken, wordt door een ruime meerderheid afgewezen: 65% van de Nederlandstaligen ziet dat niet zitten, tegenover 58% van de Franstaligen.

Bijna de helft van de Belgen, 46%, vindt dat de regering samen met het parlement de meeste macht heeft in ons land. Zo’n 35% oordeelt dat de politieke partijen hier de macht uitoefenen, op de voet gevolgd door de rijkste mensen, financiële markten en banken. Voor 15% van de landgenoten zit de meeste macht in ons land in handen van de vakbonden.

Volgens 56% van de ondervraagden is onze democratie in gevaar. In Wallonië en bij jongeren leeft dat oordeel sterker, rond de 65%. Degenen die vinden dat onze democratie bedreigd wordt, wijzen vooral migratie, desinformatie en extreemrechts als de grootste gevaren aan. Ook hier zijn er enkele regionale verschillen: 45% van de Nederlandstaligen noemt migratie een bedreiging, tegen 33% van de Franstaligen. En omgekeerd ziet 45% van de Franstaligen extreemrechts als bedreiging, tegen 31% van de Nederlandstaligen. Maar ze vinden elkaar als het gaat over extreemlinks: telkens 30% bestempelt dat als een bedreiging voor onze democratie.

Iets meer dan een kwart van de Belgen beschouwt religie als een bedreiging voor onze democratie. Doorgevraagd over welke religies het dan gaat, duidt 82% de islam aan. In Vlaanderen (89%) ligt dat duidelijk hoger dan in Wallonië (75%), bij ouderen (89%) ligt het hoger dan bij jongeren (79%). De andere religies scoren heel wat lager: 22% noemt het christendom een gevaar, 15% het jodendom, 11% het boeddhisme en 7% het hindoeïsme.

Zowat de helft van de Belgen vindt dat zijn of haar stem niet telt. Dat gevoel geldt in gelijke mate voor mannen en vrouwen, Nederlands- en Franstaligen, jong en oud, en ook hoe lang men heeft gestudeerd maakt geen verschil: welke bevolkingsgroep je ook bekijkt, de helft vindt dat hij/zij niet meetelt.

De enquête peilde ook naar wie of wat een essentiële tegenmacht moet vormen om de democratie te waarborgen. De politieke oppositie komt dan met 39% het vaakst uit de bus, gevolgd door de burgerbeweging (33%), vakbonden (28%), burgerpanels (27%), de media (25%) en sociale media (16%). Ook hier schatten de Franstaligen de burgerbeweging en -panels hoger in, samen met de vakbonden. De Nederlandstaligen hechten wat meer waarde aan de media en sociale media.

Op de vraag wat nuttig is om je stem te laten horen en de democratie te bevorderen, antwoordt 64% ‘gaan stemmen’. Verder noemt men een petitie ondertekenen (35%) en vreedzaam manifesteren (29%) ook nuttig. Voor zo’n 10% mag dat zelfs niet-vreedzaam manifesteren zijn of burgerlijke ongehoorzaamheid. Als vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid vindt 25% dat het geoorloofd is om bedrijven te boycotten en 23% om openbare ruimte te bezetten. Opvallend is dat slechts 6% het toegelaten vindt om zich vast te kleven of te ketenen, een actievorm die de laatste tijd in trek is.

Er zijn regionaal wel grote verschillen als het gaat over de tolerantie voor burgerlijke ongehoorzaamheid: 59% van de Nederlandstaligen zegt dat geen enkele vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid toegelaten is, tegen 27% van de Franstaligen. Ook hier is er een groot verschil tussen jongeren en ouderen: van de 18- tot 35-jarigen verwerpt 25% burgerlijke ongehoorzaamheid, bij de 65-plussers is dat 63%.

Slechts 3% van de Nederlandstaligen vindt dat een burgerbeweging de wet mag overtreden, tegenover 8% van de Franstaligen. Zo’n 10% van de jongeren vindt dat men zich niet aan de wet hoeft te houden, bij de ouderen is dat minder dan 1%. Nederlandstaligen en ouderen willen duidelijk minder weten van burgerlijke ongehoorzaamheid dan Franstaligen en jongeren.

Meer dan de helft van de Belgen, zo’n 56%, voelt zich niet vertegenwoordigd door de federale staat. Regionaal zit er een licht verschil op: 58% van de Nederlandstaligen vindt zich niet gerepresenteerd door de Belgische overheid, tegen 54% van de Franstaligen. En bij ouderen ligt het cijfer ook hoger dan bij jongeren (60 tegen 53%). Meer mensen die alleen een diploma lager secundair hebben, voelen zich in vergelijking met de landgenoten met een diploma hoger (universitair) onderwijs minder vertegenwoordigd (62 tegen 52%).

Evenveel burgers, 55%, voelen zich niet vertegenwoordigd door het Vlaams, Brussels of Waals Gewest. We zien hier dezelfde kleine verschillen als bij de vraag over de federale overheid: 56% van de ondervraagden uit het Vlaams Gewest voelt zich niet vertegenwoordigd door het Vlaams Gewest, dat geldt voor evenveel Brusselaars ten opzichte van het Brussels Gewest en voor 51% van de inwoners van Wallonië voor het Waals Gewest. Ouderen en mensen met een lager diploma voelen zich niet alleen minder gerepresenteerd door de federale overheid, maar ook door hun regionale overheid.

Bijzonder interessant wordt het als de uitkomsten op beide vragen aan elkaar worden gekoppeld. Dan blijkt dat het grotendeels dezelfde mensen zijn die zich niet vertegenwoordigd voelen door de nationale regering én de regionale regering. Zo’n 45% van de Belgen voelt zich noch door de federale overheid, noch door de regionale overheid vertegenwoordigd. En 70% van de mensen die vinden dat hun stem niet meetelt, voelt zich door niets vertegenwoordigd.

Liefst 70% van de ondervraagden zegt dat de politici in België hun eigen belangen boven die van het volk stellen. Die overtuiging wordt breed gedragen door alle bevolkingsgroepen, al zien we het iets meer bij Nederlandstaligen en ouderen, maar ook bij de anderen gaat het steeds om zo’n 65%.

Drie op de vier Belgen zijn er voorstander van om de inkomsten van politici te plafonneren op het gemiddelde loon. Dat idee wordt opnieuw door velen gedeeld, welke positie ze ook bekleden in de samenleving. Zo’n 70% vindt dat het cumuleren van openbare ambten onder alle omstandigheden moet worden verboden. Vooral Franstaligen, ouderen en hoger opgeleiden zijn die mening toegedaan.

Iets meer dan de helft van de ondervraagden, 54%, vindt dat de meeste Belgische politici incompetent zijn. Zowat de helft van de Belgen vindt zelfs dat de meeste politici corrupt zijn. Terwijl de uitspraak dat politici ‘incompetent’ zijn door zowat alle lagen van de bevolking evenveel wordt uitgesproken, ligt dat voor ‘corrupt’ lichtjes anders: bij Franstaligen, jongeren en mensen met een lager diploma ligt dat aandeel iets hoger.

Van de Belgen die vinden dat de meeste politici corrupt zijn, verwerpt de helft een coalitieregering als de efficiëntste manier van besturen. De grootste voorkeur van die groep mensen gaat uit naar een regering met één partij (69%) of naar het organiseren van referenda (66%). Een regering van experts (55%) of een burgerpanel (51%) vinden wat minder instemming. Een op de drie onder hen zegt dat een dictatuur het beste zou zijn.

Van de mensen die vinden dat hun stem niet meetelt, oordeelt 72% dat de meeste politici in België corrupt zijn.

Twee op de drie Belgen vindt een democratie het meest efficiënte politieke systeem. Opnieuw is dat een overtuiging waarin veel Nederlandstaligen en Franstaligen, mannen en vrouwen, jong en oud, kort en lang opgeleid zich kunnen vinden. Het grootste deel van die mensen, 75%, is ervan overtuigd dat een coalitieregering de beste bestuursvorm is, en veel beter dan bijvoorbeeld een regering gevormd door één partij of door experts.

Maar een derde van onze landgenoten vindt dat de macht moet worden uitgeoefend door een sterke leider, zonder invloed van het parlement. Die overtuiging is iets groter bij de Franstaligen (36%) dan bij de Nederlandstaligen (30%), wat misschien verwondering kan opwekken omdat in het noorden van het land een partij als het Vlaams Belang hoog scoort. Opmerkelijk is ook dat heel wat jongeren (43%) voor zo’n sterke leider zijn in tegenstelling tot de 65-plussers (25%). Een vergelijkbare breuk zien we bij lager opgeleiden (46%) en mensen met een hogere studie (24%).

Van de Belgen die voor een sterke leider zijn zonder inspraak van het parlement denkt 52% dat een dictatuur de efficiëntste bestuursvorm is voor ons land, voor 50% mag het ook een burgerpanel zijn en voor zowat evenveel landgenoten een regering gevormd door één partij. Voor bijna 40% kan ook een regering gevormd door experts zorgen voor doortastend beleid.

In België geldt de stemplicht voor iedereen van 18 jaar of ouder, maar voor de lokale verkiezingen in oktober 2024 is de opkomstplicht afgeschaft. Benieuwd hoeveel mensen dan zullen opdagen aan het stembureau. In elk geval wil zo’n 43% van de Belgen dat de stemplicht helemaal wordt afgeschaft en 32% zou niet gaan stemmen als het niet verplicht was. Vooral bij de jongeren leeft dat sterk: 45% van hen zou dan niet meer opdagen. Dat hoge cijfer is opmerkelijk omdat jongeren van 16 tot 18 jaar volgend jaar voor het eerst mogen stemmen (niet verplicht) voor het Europees Parlement.

Ook interessant: de helft van de ondervraagden vindt dat een blanco stem moet worden weerspiegeld in lege zetels in het parlement. En een op de drie zegt dat migranten dezelfde rechten moeten hebben als autochtonen, inclusief stemrecht. Zo’n 54% is daartegen, en daarbij zien we geen verschil tussen Nederlandstaligen als Franstaligen: in beide groepen is iets meer dan de helft tegen gelijke rechten inclusief het stemrecht voor migranten. Dat druist in tegen de vaak gehoorde overtuiging dat Vlamingen het minder begrepen zouden hebben op migranten en ‘racistischer’ zouden zijn dan Franstaligen.

Er is dus niet zoveel animo voor een opkomstplicht, wél voor referenda: 70% van de Belgen wil dat zeker over de belangrijke vraagstukken in onze samenleving telkens een volksraadpleging wordt gehouden. Ouderen (78%) zijn meer te vinden voor referenda dan jongeren (57%). Zo’n 17% van de landgenoten vindt referenda de efficiëntste manier om een land te besturen. In Wallonië staat men daar met 22% iets positiever tegenover dan in de rest van België.

Pakweg 38% van de Belgen vindt een cordon sanitaire, waarbij geen politieke akkoorden of afspraken gemaakt zouden worden met een extremistische partij zoals het Vlaams Belang, essentieel voor onze democratie. Hier zien we een groot verschil onder de bevolking: 22% van de Nederlandstaligen staat achter een cordon sanitaire, tegenover 57% van de Franstaligen. Omgekeerd vindt 57% van de Vlamingen een cordon sanitaire niet essentieel voor de democratie, tegen 18% van de Franstaligen. Ouderen en lager opgeleiden tonen zich grotere tegenstanders van het cordon.

Een derde van de Belgen vindt dat het cordon sanitaire het best wordt uitgebreid naar extreemlinkse partijen. Ook hier zijn Franstaligen (42%) grotere voorstanders dan Nederlandstaligen (25%). Ook jongeren en hoger opgeleiden zijn het idee iets meer genegen. Samenvattend zijn vooral Franstaligen, jongeren en hoger opgeleiden gewonnen voor een cordon sanitaire, zowel tegen extreemlinks als extreemrechts.

Zo’n 54% vindt dat de media extremistische partijen aan het woord moeten laten. In Franstalig België bestaat een cordon médiatique tegen het Vlaams Belang, maar 49% van de Franstaligen is het daar niet mee eens, 35% is voorstander van zo’n cordon médiatique en de rest heeft er geen mening over. Onder Nederlandstaligen vindt 57% dat de media ook extreme partijen aan bod moeten laten komen, 29% vindt van niet en de rest heeft geen mening.

Iets meer dan 40% van de Belgen zegt dat onze rechtbanken niet onafhankelijk zijn. Iets meer dan de helft vindt dat onze rechters geen voeling hebben met de realiteit. Vooral ouderen (58%) en lager opgeleiden (54%) delen die mening, Nederlandstaligen en Franstaligen verschillen daarover nauwelijks van overtuiging. Wat duidelijk blijkt: het gaat vooral op voor mensen die vinden dat hun stem niet meetelt. 70% van hen vindt rechters wereldvreemd.

Velen vinden ook de media niet onafhankelijk. Iets meer dan de helft van de Belgen oordeelt dat de media en de politiek elkaar indekken. Die conclusie wordt door zowat alle bevolkingsgroepen in onze samenleving evenveel gedragen, maar toch vooral opnieuw bij mensen die vinden dat hun stem niet meetelt: 68% van hen vindt dat de media en de politiek onder één hoedje spelen.

Conclusie

De conclusie na dit onderzoek is ontluisterend. Een wel érg grote groep mensen lijkt alle geloof in de samenleving kwijt te zijn. Een vijfde van de Belgen (19% Nederlandstaligen, 21% Franstaligen met een betrouwbaarheidsmarge voor deze combinatievraag van 2,5%) is ervan overtuigd dat zijn stem niet meetelt, dat hij niet vertegenwoordigd wordt, dat de meeste politici corrupt zijn, dat rechters wereldvreemd zijn, en dat de media en de politiek elkaar indekken. Dat betekent dat zo’n 1,8 miljoen Belgen, onder wie 1 miljoen Vlamingen, zich niet alleen afkeert van de politiek maar ook de juridische wereld en de traditionele media. Kortom: van het hele systeem. 

Bron: Knack

Verkiezingen 2024

Neen, met deze N-VA valt niet te besturen

Het N-VA-programma leest als sociale horror. Het is een regelrechte aanval op de federale welvaartsstaat.

Als laatste in het rijtje maakte N-VA onlangs haar verkiezingsprogramma bekend. Bij het lezen van dat programma valt maar één conclusie te trekken: het is een regelrechte aanval op de federale welvaartsstaat. We zijn ondertussen al wat gewend nu er een duidelijke polarisering merkbaar is tussen de extremen en tussen de progressieve en conservatieve partijen. Maar wat N-VA vandaag presenteert is niet gewoon, maar wel extreem. Ze pleit in niet mis te verstane woorden voor een drooglegging van onze Sociale Zekerheid, voor een afbouw van onze arbeidsbescherming en het uithollen van het collectief sociaal overleg.

HET N-VA-PROGRAMMA: SOCIALE HORROR

Daags na 1 mei kondigde de partij haar besparingsplan aan onder het motto ”Na het feest van de loze beloftes op 1 mei is het tijd voor realisme”, met besparingen ter hoogte van 21 miljard euro waarvan de helft in de Sociale Zekerheid. Wat de vakbonden en middenveldorganisaties hebben voorspeld toen de nieuwe Europese begrotingsregels voor de lidstaten werden gestemd, komt uit. De conservatieve krachten in ons land zullen dit begrotingskader aangrijpen om drastisch te besparen in sociale bescherming en op de overheid. Met dit plan komt dit akelig dichterbij.

Eén van de speerpunten in het N-VA-plan is het afstoppen van de groeidynamiek in de gezondheidszorg met welgeteld 4,5 miljard euro. Geen redelijk mens zal betwisten dat er ruimte is om bepaalde handelingen efficiënter aan te pakken of om de farma-industrie minder marges te bieden, maar een draconische besparing van dergelijke omvang – die gelijkstaat met maar liefst 10% van het totale budget gezondheidszorgen van 43 miljard – kan niet zonder te raken aan de patiënt die nu al een vijfde van de medische kosten zelf moet dragen.

N-VA stampt graag naar beneden. Dat is ondertussen bekend. Zo voert ze een kruistocht tegen mensen met een uitkering of leefloon. De vermeende afstand tussen niet-werken en werken moet, volgens de partij, groter. N-VA sluit zich aan bij de liberale oproep van een verschil van minstens 500 euro per maand. Klinkt aannemelijk, ware het niet dat die afstand in de meeste gevallen al ruimschoots boven die mythische 500 euro uitkomt. Berekeningen wijzen uit dat het verschil tussen een minimumuitkering in de werkloosheid en het nettominimumloon al snel 500 euro bedraagt en voor samenwonenden zelfs gemakkelijk oploopt tot het dubbele.

Hiermee luidt N-VA het einde in van niet alleen de welvaartsaanpassingen van de sociale uitkeringen, de aanpassing aan de voorbije loonstijgingen via onderhandelingen tussen de sociale partners die om de twee jaar plaatsvinden, maar ook van de indexering van de uitkeringen en dus de aanpassingen aan de stijgende levensduurte. In haar programma staat letterlijk dat ze die uitkeringen 10 jaar wil bevriezen en vervolgens wil onderwerpen aan een uitgavennorm zodat ze net als de laagste lonen ‘bevroren’ worden.

Zie ook de recente berekeningen en doorlichting van de verkiezingsprogramma’s van het federaal Planbureau. De laagste inkomens moeten bij N-VA fors inleveren. Mensen die zich in de laagste twee decielen bevinden, gaan er dus per maand tientallen euro’s op achteruit. En dat op al een klein inkomen. Il faut le faire.

De roep om een groter verschil tussen werken en niet-werken suggereert bovendien een comfortabel leven op de minima van de werkloosheid. Niets is minder waar. De meeste van die minima liggen nog altijd fors onder de Europese armoedenorm, een alleenstaande komt maandelijks ongeveer 100 euro tekort, een alleenstaande ouder met twee kinderen bijna 200 euro. Uiteraard pleit de partij ook opnieuw voor het beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen na twee jaar. Dat is een symbolische maatregel. Onderzoek toont aan dat degressieve uitkeringen of beperken van de uitkeringsduur geen effectieve maatregel zijn om mensen weer aan het werk te helpen.

TOURNÉE GÉNÉRALE VOOR WERKGEVERS

Tegelijk, hou u vast, kondigt N-VA nieuwe ‘lastenverlagingen’ aan voor de werkgevers, na de vorige “taxshift” van de regering-Michel die de overheid nog altijd ruim 4 miljard euro per jaar kost.

Maar niet alleen de patiënten en werklozen zijn de schietschijf van N-VA, ook de modale werknemer wordt in zijn of haar bestaanszekerheid midscheeps getroffen. De loonblokkering via de loonnormwet blijft onaangeroerd. Bedrijven krijgen voortaan de mogelijkheid om loonakkoorden naast zich neer te leggen, opt-out in het jargon. Ook de indexering van lonen moet het ontgelden, want niet langer gegarandeerd bij hoog oplopende inflatie.

Haar sociaaleconomische programma leest als een ultraliberaal pleidooi voor ongeremde individualisering en flexibilisering van de arbeidsrelaties. Het zuur voor de werknemers en de werklozen, het zoet voor de werkgevers en vermogenden. Blauwer dan blauw dus.

Een korte bloemlezing kan dit illustreren.

Ten eerste, kiest N-VA voor een doorgedreven flexibilisering. Flexi-jobs veralgemenen over alle sectoren en de omkadering die net door de Vivaldi-regering werd beslist – zoals garantie op sectorlonen, begrenzen van aantal uren, enzovoort – ongedaan maken. Beperkingen op nacht- en weekendwerk afschaffen. Alle werknemers de mogelijkheid bieden om 360 netto-overuren te presteren. Langere werktijd en langere loopbanen, want ook de resterende eindeloopbaanmaatregelen – SWT én landingsbanen – moeten op de schop.

Ten tweede, ontmantelt N-VA het collectief. Maatregelen die stuk voor stuk neerkomen op het uitkleden van collectief gemaakte afspraken waardoor de werknemer weer moederziel alleen komt te staan tegenover zijn werkgever om arbeidsafspraken te maken, en die gepaard gaan met minder sociale bijdragen aan de sociale zekerheid: bruto wordt meer en meer netto. Met als kers op de taart: beperken van het stakingsrecht door het recht op arbeid te beklemtonen (het voorwendsel om stakerspiketten aan banden te leggen), door interimarbeid toe te laten tijdens stakingen (stakers dus vervangen door uitzendkrachten) en door blokkades hard aan te pakken (benieuwd of dat ook op het boerenprotest slaat).

Ten derde, ondanks de historisch hoge winsten de afgelopen jaren (cijfers NBB), belooft N-VA bijkomende RSZ verminderingen en belastingverminderingen door meer bedrijven toegang te geven tot het verlaagde tarief van 20% winstbelasting en door een rist belastingaftrekken: verhoogde investeringsaftrek, invoeren van een ondernemersaftrek, verlagen accijnstarief op elektriciteit, versterken van de energienorm (een race to the bottom met de buurlanden op vlak van gesubsidieerde energieprijzen voor de grootindustrie).

Ook de belasting op inkomens zou worden verlaagd. Maar je hoeft geen fiscalist te zijn om in te zien dat vooral de beter gegoede burger de meeste vruchten zal plukken, door het optrekken van de belastingvrije som (voor iedereen) en tegelijk het verlagen van de belastingtarieven tot onder de 50%, en het afschaffen (sic) van de erfbelasting. Op de hoogste niveaus wordt momenteel nagedacht over een belasting op vermogens, 7 op de 10 Vlamingen is volgens een recente Roularta-enquête hier sterk voor te vinden en toch: geen woord hierover in het N-VA-programma. Integendeel, afschaffen van de belasting op vermogensoverdracht, terwijl erfenissen net goed zijn voor 70% van de omvang van de grootste vermogens.

SOCIALE ACHTERUITGANG

Als dit programma omgezet zou worden in beleid, dan is er regelrecht sprake van sociale achteruitgang en van een aantasting van de pijlers van onze sociale welvaartsstaat. N-VA: de kracht van collectieve verarming. De grote Restauratie blijft overigens niet beperkt tot het sociale. In lijn met de politiek van de huidige Vlaamse N-VA- regering wordt op de rem gestaan als het op klimaatbeleid aankomt.

Met de Europese Green Deal is ‘de slinger te ver doorgeslagen’ en ‘we gaan niet sneller dan Europese afspraken’, lezen we. Zo verspillen we niet alleen tijd in de dringende strijd tegen de klimaatontwrichting, maar dreigen we ook met een achterhaalde economische structuur achter te blijven die de boot gemist heeft op vlak van duurzame industrie en landbouw. En op vlak van asiel en migratie wordt – niet verrassend – de rode kaart getrokken, met een asielstop de komende tien jaar, focus op gesloten centra, beperken van volgmigratie en economische migratie … behalve voor ‘topprofielen die we kost wat kost willen aantrekken in the war for talent, via een fast track-procedure’.

Het lijkt alsof N-VA met dit programma haar confederale wensdroom in de koelkast zet. Het wordt enkel vermeld als een preambule, die herinnert aan haar congresresoluties van 2014. Schijn bedriegt evenwel. Dit radicaal-liberaal programma is enkel uitvoerbaar met een rechts-conservatieve meerderheid op federaal niveau of – als dat niet lukt – via een radicale staatshervorming waarbij sociale zekerheid en arbeidsrecht gesplitst worden.

In de eerste hypothese, komen we bij een heruitgave van de regering-Michel, dus zonder socialisten (en ecologisten). Niet voor niets leest dit N-VA-verkiezingsprogramma als een openlijk anti-PS pamflet. Niet voor niets houdt Bart De Wever de dreiging van een Vlaamse regering met Vlaams Belang als joker achter de hand om een Vivaldi-bis af te blokken. De tweede hypothese vloeit dan misschien voort uit de eerste: die rechtse regering bereidt dan een staatshervorming voor, als ze daar tenminste een 2/3de meerderheid voor vindt.

OPROEP VOOR LINKS

We wachten natuurlijk de verkiezingen best af, maar gezien deze bedreiging voor ons welvaartsmodel – die dus niet alleen van extreemrechts komt – bereiden we ons best hierop voor.

Eerste oproep: alle progressieve partijen moeten snel duidelijk maken dat er met dit N-VA geen land te bestieren valt. Ze hoeven daarvoor niet te wachten tot na de verkiezingen. Ze kunnen bijvoorbeeld al beginnen met duidelijk te maken dat Vooruit een regering met de groenen verkiest boven een regering met N-VA. De unisono afwijzende reacties van de progressieve en centrumpartijen op het schrappen van de komende vijf indexeringen van de sociale uitkeringen, stemt alvast hoopvol. Maar er is nood aan frontvorming rond de sociale, ecologische en democratische basisprincipes waaraan elk toekomstig regeerakkoord moet beantwoorden.

Tweede oproep: werkgeversorganisaties moeten kleur bekennen: willen ze op haar 80ste verjaardag het Sociaal Pact ten grave dragen of niet? Kiezen ze voor de VOKA-lijn of niet? Ik kan me moeilijk indenken dat de andere koepels en sectorfederaties de weg op willen van sociale afbraak en de sociale vrede op de helling zetten. Zeker nu hun bestaansrecht – zoals het afsluiten van centrale akkoorden – in vraag wordt gesteld.

Derde oproep: het sociale middenveld moet meer dan ooit aan één zeel trekken. We zijn er niet in geslaagd om samen massaal te mobiliseren tegen de nieuwe Europese begrotingsregels die nu door rechts als alibi wordt gebruikt om draconische sociale besparingen aan te kondigen. Het is nog niet te laat om onze memoranda aan de volgende regeringen samen te leggen. Laat ons samen een dam vormen tegen de verrechtsing, tegen sociale afbraak en voluit gaan voor progressieve maatregelen waar werknemers, gezinnen en onze samenleving op vooruit gaat.

Bron: SAMPOL

Verkiezingen 2024

Verkiezingscheck: nieuwkomers welkom?

In deze reeks vergelijken we de partijprogramma’s van verschillende politieke partijen met de standpunten van sociale bewegingen. Van armoedebestrijding tot klimaatactie, ontdek hoe partijprogramma’s zich verhouden tot de eisen van vakbonden, de vredesbewegingen en het brede middenveld.

Verkiezingen moeten gaan over de inhoud, maar laten we eerlijk zijn: wie heeft er tijd om de vele honderden bladzijden aan partijprogramma’s volledig door te nemen en te vergelijken? Met deze reeks willen wij je op weg helpen. We loodsen je doorheen de verschillende programma’s van de progressieve partijen wat betreft: koopkracht, klimaat en milieu, zorg, belastingen, vrede, onderwijs en pensioenen.

In deze verkiezingscheck richten we ons op migratie. Kan een vluchteling nog op respect voor zijn of haar mensenrechten rekenen? Hoe lossen de Vlaamse partijen de opvangcrisis op? En wat hebben ze ervoor over om nieuwkomers een succesvolle start te laten maken. Wij keken naar de programma’s van partijen van links tot het centrum.

Aan de grens van Europa

Het hoog aantal vluchtelingen merk je op piekmomenten in het straatbeeld van Brussel, maar nog veel meer aan de buitengrenzen van Europa. In de Middellandse Zee dringt het Europees Agentschap Frontex vluchtelingen die Europa in willen met geweld terug. Zulke zogenaamde pushbacks zijn illegaal volgens het internationaal recht. 11.11.11 rapporteert dat er in 2023 minstens 346.004 pushbacks plaatsvonden. Dat komt neer op 947 pushbacks per dag. Daarbij vallen jaarlijks honderden doden.

De linkse politieke partijen in Vlaanderen willen allemaal een einde aan de pushbacks. Zo zegt Vooruit dat het respecteren van mensenrechten, inclusief het recht om asiel aan te vragen, van het grootste belang is. De partij wil respect voor de VN-vluchtelingenverdragen en de mensenrechtenverdragen in Europa.

De PVDA wil ook een einde aan de pushbacks, en stelt dat de Europese verdragen die de pushbacks in de hand werken, moeten heronderhandeld worden. CD&V is ook tegen pushbacks, evenals Groen die vindt dat de organisatie die ze uitvoert, Frontex, hervormd moet worden.

Het Vlaams Belang wil “fysieke bescherming van de Europese grenzen”. Dat komt neer op pushbacks zoals we die vandaag kennen.

Spreidingsplannen

De partijen zijn het eens over de nood aan een betere spreiding van vluchtelingen over de landen van Europa. De verschillen lijken te liggen in de visie op terugkeer van afgewezen asielzoekers naar hun land van herkomst.

Vooruit en Groen willen een Europees spreidingsplan. Vooruit wil daarbij ook terugkeerakkoorden op Europees niveau. Bij Groen is er eveneens sprake van terugkeerakkoorden, maar die zijn dan gekoppeld aan afspraken over studentenvisa en arbeidsmigratie. De groenen stellen daarbij expliciet dat er geen ontwikkelingssamenwerking mag stopgezet worden om terugkeerakkoorden af te dwingen.

De CD&V wil ook een spreidingsplan, en ziet een betere Europese samenwerking op het vlak van terugkeer als deel van dat plan.

De PVDA stelt dat ze een solidaire verdeling van de vluchtelingen wil, en wil daarbij dat het recente Europese Migratiepact vervangen wordt door een werkbaar kader dat het internationaal recht respecteert.

Ter vergelijking: het Vlaams Belang lijkt niet in een Europese aanpak of spreidingsplannen te geloven. Die partij wil dat iedere Europese lidstaat autonoom beslist over het migratiebeleid. N-VA gelooft wel in een Europese aanpak, maar wenst de Europese vluchtelingenconventie te “moderniseren”.

Opvang in België

UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, noemde de vluchtelingencrisis in België van de afgelopen jaren zorgwekkend. Een veroordeling door de organisatie die heel de wereld vluchtelingen in de meest erbarmelijke omstandigheden helpt, is geen kleinigheid.

Duizenden asielzoekers worden gedwongen op straat te slapen, zonder toegang tot sanitaire voorzieningen, medische screening, vaccins en informatie. Bovendien, benadrukt de organisatie, blijven asielzoekers wiens aanvraag is goedgekeurd vaak noodgedwongen in de opvangcentra omdat ze geen woning vinden door het tekort aan sociale huisvesting.

In oktober 2023 maakte staatssecretaris van Asiel en Migratie Nicole De Moor (CD&V) bekend dat voortaan geen opvang meer verleend wordt aan alleenstaande mannelijke asielzoekers. Die beslissing wordt betreurd door de UNHCR, die benadrukt dat België wel snel en kwalitatief 70.000 Oekraïense vluchtelingen wist op te vangen.

Opvangen of opsporen?

De Vlaamse partijen zien de oplossing voor het opvangprobleem in de eerste plaats in de versnelling van de asielaanvraagprocedure. Vooruit kiest daarbij voor een aanpak die collectief aanvoelt. De partij wil een snelle afhandeling, dat wil zeggen terugkeer, voor kandidaat-vluchtelingen die uit een land komen dat als veilig wordt beschouwd. Vooruit wil woonstbetredingen (huiszoekingen) en detentie (gevangenzetting) als hefbomen voor gedwongen terugkeer van wie illegaal in ons land verblijft.

De PVDA daarentegen stelt dat elke asielzoeker recht heeft op een ernstig onderzoek van zijn aanvraag, met respect voor de Conventies van Genève. De PVDA wil ook dat het aantal reserve-opvangplaatsen verhoogd wordt, zodat bij een piek in de instroom geen vluchtelingen op straat hoeven te slapen. De partij wil ook dat gezinnen het recht hebben om elkaar terug te vinden.

CD&V wil ook een snellere doorstroom, en stelt meermaals dat het terugkeerbeleid het sluitstuk van het asielbeleid moet zijn. De partij wil een wettelijk kader voor woonstbetredingen om mensen zonder papieren op te sporen. CD&V wil daarbij dat België meer gebruik maakt van de Dublinconventie, die stelt dat vluchtelingen over het algemeen enkel asiel kunnen aanvragen in het land in de Schengenzone waar ze als eerste aankomen. CD&V wil dat iedereen kan samenleven met zijn kerngezin, maar dat er wel strenger moet toegezien worden op de voorwaarden voor gezinshereniging.

Groen wil snelle en transparante asielprocedures, en zegt dat terugkeer zo veel mogelijk vrijwillig moet gebeuren. De partij wil een hervorming van de Dublinconventie. Groen wil ook voldoende noodopvang om vluchtelingen tijdens piekmomenten te kunnen blijven opvangen.

Geen snellere doorstroom bij Vlaams Belang. Extreemrechts wil de maximumtermijn afschaffen waarin asielzoekers vastgehouden worden.

Perspectief voor nieuwkomers

CD&V zet in op een snelle en goede verwerving van het Nederlands door wie in België komt wonen. Nieuwkomers moeten de Nederlandse taal voortaan op niveau B1 leren spreken, gevorderde kennis is dat. Vandaag is enkel een beginniveau vereist.

Ook Vooruit wil het niveau van het Nederlands bij nieuwkomers opkrikken naar niveau B1. Daartoe voorziet de partij gratis lessen Nederlands. Vooruit wil dat nieuwkomers voortaan in de eerste drie jaar na aankomst geen leefloon meer krijgen, maar zogenaamde integratiesteun.

Het zou om een voorwaardelijke steun gaan, wie geen integratietraject zou het leefloon kunnen verliezen. Dat Vooruit erkende vluchtelingen aan aparte maatregelen onderwerpt, is tot nader gewoon onwettig en een schending van de Conventie van Genève”, aldus Pascal Debruyne, onderzoeker aan Odisee Hogeschool en voorzitter van Uit De Marge VZW en Samenlevingopbouw Gent.

De PVDA wil ook een gratis integratietraject voor vluchtelingen, met taallessen, maar de PVDA stelt geen verhoging van het minimumniveau van het Nederlands voorop.

Asielzoekers in afwachting van erkenning als vluchteling moeten vier maanden wachten voor ze in België mogen werken. Daarvoor bestaat een uitzondering voor vluchtelingen uit Oekraïne. PVDA wil dat al de vier maanden wachttijd voor elke vluchteling worden afgeschaft. De partij koppelt daar maatregelen tegen sociale dumping aan. Bedrijven die vluchtelingen illegaal tewerkstellen mogen op een sanctie rekenen.

Groen wil ook een gratis integratietraject met taallessen. De partij stelt daarbij geen minimum voorop. Ook Groen wil maatregelen om sociale dumping tegen te gaan.

Het Vlaams Belang wil dan weer een verplichte gemeenschapsdienst invoeren voor asielzoekers. De partij wil dat asielzoekers “maximaal bijdragen in de kost voor hun opvang”, en wil de kosteloze rechtsbijstand voor asielzoekers inperken. Vlaams Belang wil de toegang tot onze sociale zekerheid, of tot sociale woningen, beperken tot wie Nederlands spreekt, maar biedt in haar programma geen gratis taallessen aan nieuwkomers aan.

N-VA wil dat iedere nieuwkomer een bindende verklaring tekent om de “westerse normen en waarden te respecteren”. Wie dat niet doet, krijgt geen toegang tot ons land. De partij wil de kennis van het Nederlands verbeteren, naar niveau B2 zelfs, maar lijkt geen gratis taallessen aan te bieden. Wel wordt er ingezet op taalverwerving op de werkvloer.

Bron: DeWereldMorgen.be

Verkiezingen 2024

Hier gaat het écht over op 9 juni: wie gaat de 27 miljard die de EU ons oplegt betalen?

Volgens Walter De Smedt gaan de verkiezingen van 9 juni maar over één vraag: “Wie gaat de 27 miljard euro die Europa ons oplegt betalen?” “Misschien zijn wij nu uiteindelijk verlost van het hernieuwd incivisme, waarvoor er geen grondwettelijke oplossing is, die de EU toch niet zal toelaten en waarvoor er evenmin centen zijn.”

Vergeet het separatisme, het confederalisme, het egoïsme, het incivisme, en de particratie. De verkiezingen van 9 juni gaan maar over één vraag: “Wie gaat de 27 miljard euro die Europa ons oplegt betalen?”

Wordt dit een herhaling van de besparingen onder de regeringen Martens-Dehaene (CD&V, 1979-1999), indexsprongen, een loonnorm, een loonstop, een solidariteitspremie, aftopping van de pensioenen, inkrimping van de uitgaven in de sociale zekerheid, crisisbelasting?

Dat er betaald moet worden is volgens de EU onbetwistbaar. Dat maakt dat het Belgische beleid beperkt is tot de vraag wie moet betalen en op welke post dat moet gebeuren. De gemakkelijkste oefeningen zijn afhoudingen aan de bron, aan het loon en aan het pensioen, crisisbelasting.

Heel wat moeilijker is de andere verworvenheid van de welvaartsstaat, de gezondheidszorg. Wat zijn daarover de voorstellen? Er zijn er die op de gezondheidszorg niet willen besparen: Groen, Vooruit, CD&V, en PVDA. Groen en PVDA stellen een miljonairstaks voor, CD&V, Vooruit en PVDA willen de zorg verbeteren.

NV-A wil tegen 2025, 675 miljoen besparen wat tegen 2029 moet oplopen tot 4,537 miljard. Open VLD wil verlaging compenseren door beperking van de werkloosheid in de tijd. Vlaams Belang wil een aparte sociale zekerheid voor migranten.

Wie beweert dat er geen verschil meer is tussen links, rechts en het midden heeft dus ongelijk. Groen, Vooruit en PVDA zijn links, NV-A en Open VLD rechts. CD&V wil het alweer niet “specifiek” aangegeven, Vlaams Belang wél: op de migranten. Daarmee heeft de kiezer, wat de gezondheidszorg betreft, toch een criterium om zijn stem te bepalen.

Voorgaande vergelijking geeft ook aan waarover het debat over het beleid in feite en echt gaat. Dat gaat niet meer over wat ons jarenlang heeft beziggehouden, niet meer over splitsen of niet.

Dat zelfs De Wever nu premier wil worden zonder staatshervorming bevestigt de onzin waardoor wij veel tijd hebben verloren om het echte probleem te kunnen ontzien.

Het toont ook wat de werkelijke betekenis is wat De Wever bedoelt met het behoud van de Vlaamse welvaartsstaat: tegen 2029 4,537 miljard besparingen op de sociale zekerheid!

Daarmee zitten wij in de meest klassieke en universele vraag over wat een politiek beleid kan zijn, wat de werkelijke inhoud is van wat wij de welvaartsstaat noemen. Daarin neemt de verzorgingsstaat een voorname plaats in.

Ondanks wij er een kwarteeuw aan verloren hebben, gaat het opnieuw over wat de welvaartsstaat voorheen was, een aanvaardbare verdeling van de winsten en de lasten en de toepassing van het solidariteitsprincipe.

Maar ook daarover beslissen niet onze 795 vertegenwoordigers. Zoals het schouwspel tijdens de pandemie aantoonde zitten de gewestelijke ministers er als toeschouwers bij en moeten de federale ministers enkel zorgen voor de verdeling van wat in Europa werd toegekend.

Federaal premier De Croo heeft dus geen ongelijk wanneer hij over de landsgrens kijkt om te zien wat daar te versieren valt. Dat het verhaal over het soevereine Vlaanderen nu als opgeklopt deeg in elkaar zakt en aangebakken uit de oven dreigt te komen, heeft toch een positief neveneffect.

Misschien zijn wij uiteindelijk verlost van wat ons al die tijd heeft beziggehouden, het separatisme waarvoor geen grondwettelijke oplossing is, dat Europa niet zal toelaten, en waarvoor er evenmin centen zijn.

Zo kunnen we nu aandacht hebben voor wat er echt toe doet: het behoud van de welvaartsstaat waarvoor onze ouders en grootouders hebben gezorgd. Dat is niet de ‘Canon van Vlaanderen’ maar de ‘Canon van België’.

Bron: DeWereldMorgen.be