Vlaams minister voor Financiën Matthias Diependaele (N-VA) zal de formatie leiden voor een Vlaamse regering. Dat heeft zijn partij woensdag bekendgemaakt. Op federaal niveau zal uittredend minister-president Jan Jambon samen met Bart De Wever de onderhandelingen leiden.
Op regionaal niveau is het minister van Begroting en Financiën Matthias Diependaele die van zijn partij het mandaat krijgt om een nieuwe Vlaamse regering te vormen. De Oost-Vlaming wordt daarbij bijgestaan worden door ministers Zuhal Demir en Ben Weyts en Antwerps havenschepen Annick De Ridder, die tevens in het Vlaams Parlement zetelt. De partij liet al verstaan dat wie onderhandelt niet per se aanspraak maakt op een ministerpost.
Vlaamse startnota
Ondertussen gaven Vooruit en CD&V hun fiat voor de startnota die N-VA-voorzitter Bart De Wever had gepresenteerd aan de beide partijen. De Wever voerde afzonderlijk gesprekken met de twee partijvoorzitters om te zien of er een opening was om de Vlaamse onderhandelingen op te starten. Na afloop van dat gesprek zei CD&V-voorzitter Sammy Mahdi dat “een aantal correcties” voor zijn partij “noodzakelijk” waren. Bij N-VA en Vooruit hield men de lippen enigszins stijf op elkaar.
“De kiezer heeft volgens Vooruit op 9 juni gestemd voor een warmer en socialer beleid in Vlaanderen. Wij hebben de informateur gevraagd om een duidelijk signaal te geven dat de huidige Vlaamse regeringspartijen bereid zijn hun beleid fundamenteel bij te sturen”, zei Melissa Depraetere. “Ik heb in de gesprekken met Bart De Wever het vertrouwen gekregen dat die bereidheid er is.”
Samen met federaal minister Caroline Gennez brachten ze naar buiten dat ze “klaar zijn om aan tafel te gaan”. “De komende maanden gaan we keihard strijden voor een warmer en socialer Vlaanderen. Voor meer investeringen in onze jongeren, in ons welzijn, in ons onderwijs. Op ons kan je rekenen.”
Ook CD&V zag de startnota als een opening voor onderhandelingen. “Het is een uitnodiging om aan tafel te gaan, geen bindend document”, zei voorzitter Sammy Mahdi dinsdag. “Er ontbreken voor ons een aantal fundamentele zaken en er zijn een paar elementen waar wij fundamenteel anders naar kijken. De komende weken zal dat tijdens de onderhandelingen verder uitgeklaard moeten worden”.
Niet veel later dan Vooruit gaven ook de christendemocraten aan dat ze groen licht geven om de onderhandelingen op Vlaams niveau te starten met N-VA en Vooruit. Vlaams viceminister-president Hilde Crevits, die al sinds 2007 onafgebroken minister is in de Vlaamse regering, en minister Jo Brouns leiden de onderhandelingen voor CD&V.Op federaal niveau is het Jan Jambon die samen met zijn partijvoorzitter Bart De Wever de onderhandelingen zal leiden. “Het Dagelijks Bestuur van de N-VA heeft minister-president Jan Jambon gevraagd om samen met partijvoorzitter Bart De Wever de leiding te nemen over de toekomstige federale onderhandelingen. Jan Jambon heeft deze opdracht aanvaard”, luidt het woensdagmiddag in een persbericht van de partij. N-VA wijst daarbij op de ervaring van Jambon als federaal vicepremier in de regering-Michel
De nieuwe regering staat voor een besparingsoperatie van 25 miljard euro. Bij de federale overheid is er weinig ruimte over, tenzij we snoeien in de welvaartsstaat of de belastingen verhogen, zegt de Gentse economieprofessor Gert Peersman in Trends Talk dit weekend. Volgens Peersman blijft er nog één oplossing over: “De regio’s moeten mee in het besparingsbad.”
De beste manier om onze overheidsfinanciën te saneren, is meer economische groei. Dat levert automatisch een verhoging van de belastingontvangsten en een daling van de schuldgraad op. Maar groei komt niet op bestelling, aldus de Gentse econoom Gert Peersman in Trends Talk. Er moeten meer mensen aan het werk, en vooral de productiviteit moet omhoog, onder meer door investeringen in onderwijs, infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling, en door de inschakeling van artificiële intelligentie in de economie. Dat alles vergt tijd, terwijl de begroting vandaag zwaar in het rood zit en de Europese Commissie ons op het strafbankje heeft gezet.
De nieuwe regering zal 25 miljard euro moeten besparen. “Dat is ongeveer 5.000 euro per gezin per jaar”, zegt Peersman. “De federale regering heeft maar twee mogelijkheden: belastingen verhogen – en daar zitten we niet op te wachten – of snoeien in onze welvaartsstaat. Want naast een belastingverhoging heb je eigenlijk alleen nog maar de sociale uitgaven: de gezondheidszorg zit daar, onze pensioenen zitten daar. Voor de rest zijn er niet veel federale uitgaven waarop je kunt besparen om dat op te vangen. Dat gaat over militaire uitgaven, over justitie: de zaken die eerder meer dan minder budget nodig hebben.”
Ambtenaren en subsidies
Waar valt dan wèl nog geld te rapen? Bij de regio’s, aldus Peersman. Zij hebben een groot ambtenarenapparaat en zijn rijk genoeg om subsidies uit te delen. Maar ze hebben geen prikkels om te besparen. “We moeten nadenken over een staatshervorming waarbij de financieringswet wordt herzien. De regio’s moeten mee in het bad getrokken worden. Dan zal de pijn voor de gemiddelde Belg, de gemiddelde Vlaming ook, lager zijn. Door minder geld door te geven aan de regio’s, zodanig dat het begrotingstekort federaal gemakkelijker weggewerkt kan worden zonder de belastingen te verhogen of naar de sociale zekerheid te kijken.”
Een alternatief is om federale bevoegdheden door te schuiven naar de regio’s, zonder het nodige budget mee over te hevelen. Zo zou je een dure bevoegdheid als gezondheidszorg helemaal kunnen regionaliseren, maar de regio’s verplichten de factuur te betalen. Dat zou de regio’s dwingen te snoeien in hun ambtenarenapparaat en de subsidies.
Wallonië en Brussel
De besparingsoperatie zou dus kunnen uitdraaien op een strijd tussen het federale niveau en de regio’s. Maar voor de gewone Belg maakt dat geen verschil, aldus Peersman. “Uiteindelijk gaat het over u en ik – de gemiddelde Vlaming, de gemiddelde Belg – die de factuur moeten betalen. Dan kun je als regionale regering moeilijk zeggen: ‘Wij doen niks.’ Daardoor zal diezelfde Vlaming federaal meer belastingen moeten betalen.” Maar zullen de regio’s de begrotingsfactuur zomaar slikken? De Vlaamse begroting ziet er redelijk gezond uit, maar de Waalse en de Brusselse overheidsfinanciën zitten in slechte papieren. Volgens Peersman wordt de ernst van de Waalse en de Brusselse begrotingsproblemen overdreven. Op korte termijn zullen Wallonië en Brussel elk een stuk van de besparing moeten dragen, waardoor hun begroting niet naar een overschot zal kunnen gaan. “Maar op lange termijn zouden ook die begrotingen gezond moeten kunnen worden. Waarom? Omdat de economische groei altijd voor meer inkomsten zal zorgen op die niveaus, terwijl de extra uitgaven voor vergrijzing, defensie enzovoort niet op die niveaus zitten. Die zitten federaal.”
Alle instanties ontkenden het, maar een studie van de UGent op basis van banktransacties van 900.000 gezinnen toont het aan: de koopkracht van de meeste mensen ging er de afgelopen jaren op achteruit. De 20% laagste inkomens leden het afgelopen jaar 6,8% koopkrachtverlies. Enkel een kleine toplaag heeft het nu beter dan vier jaar geleden. De pro-kapitalistische partijen, met rechts op kop, willen daarmee nog verder gaan. Het Planbureau berekende dat de rechtse partijprogramma’s achteruitgang betekenen voor de laagste inkomens, kortom dat het huidige beleid wordt voortgezet.
4,5 miljard besparen op de zorg?
De N-VA trekt naar de verkiezingen met de belofte – dreigement is een correctere term – om hard te besparen op werklozen, de zorg, ambtenarenpensioenen en de sociale zekerheid. Waarom het geld zoeken bij het selecte clubje superrijken als je het ook kan zoeken bij iemand met een leefloon van 858,97 euro per maand als samenwonende? De 10% rijksten bezitten 55% van het Belgisch vermogen en gingen er de afgelopen jaren sterk op vooruit, de armste helft moet het doen met 8,4% van dat vermogen. Neen, het is geen toeval dat er in de tuinen van enkele grote kasten van villa’s verkiezingsborden voor de N-VA staan…
De asociale aanvallen van rechts zijn nochtans niet populair. De rechtse regering-Michel, nog steeds de droom van De Wever en Bouchez, werd in 2019 weggestemd. Er is nog steeds geen meerderheid voor die partijen. Toch zijn er nieuwe bondgenoten voor het rechtse beleid. De werklozen aanvallen, onder meer door een beperking van de uitkering in de tijd, geniet de steun van extreemrechts, rechts en zelfs Vooruit is nu voorstander van een snellere afname van de werkloosheidsuitkeringen.
Rechts staat klaar om de zwaksten aan te vallen. Ze willen de werkloosheidsuitkering in de tijd beperken, opeenvolgende indexsprongen voor het leefloon en een harde repressie tegen vluchtelingen. Ze doen dit vanuit een wereldvreemde positie. Zelf leven ze riant op kosten van de belastingbetalers en trekken ze zelfs naar de rechter om de wettelijke bovengrens van 7.813 euro bruto pensioen per maand te doorbreken. Na Siegfried Bracke doet ook voormalig liberaal en VB-medestander Hugo Coveliers dit. Tegelijk durven ze zonder ironie spreken over ‘hangmatten’ als ze het over werklozen hebben.
Leefloners, vluchtelingen en werklozen viseren, is onderdeel van een verdeel-en-heerspolitiek die niet in het belang is van de werkenden. De rechterzijde die nu spreekt over indexsprongen voor leeflonen heeft ervaring met die maatregel voor alle lonen. Daarnaast wordt er nu al openlijk gesproken over besparingen in vooral de sociale zekerheid. Zo wil de N-VA maar liefst 4,5 miljard op de gezondheidszorg besparen. De zorgsector kreunt onder de tekorten na een jarenlang gebrek aan middelen. De sector zit op zijn tandvlees, het personeel trekt het niet meer en de dienstverlening gaat daaronder gebukt. Schuiven met tekorten is geen oplossing, maar zal de problemen vergroten. Dat zien we ook in het onderwijs. Er is integendeel nood aan massale publieke investeringen. Daar wil rechts niet van weten, de N-VA wil besparen op de dotatie voor de NMBS, het VB is voor een volledige privatisering van Bpost.
Rechts rijdt voor de rijken
Waarom wil rechts zo hard besparen? De tekorten zijn voor ons, de winsten voor een kleine groep superrijken en grote aandeelhouders. Er waren de afgelopen jaren historisch hoge bedrijfswinsten, miljarden aan bedrijfssubsidies, ‘lastenverlagingen’ voor bedrijven … Wat uit de zakken van de werklozen, leefloners en werkenden gehaald wordt, verdwijnt meteen in die van de superrijken. Voor onze levensstandaard en diensten wordt er enkel over besparingen gesproken. Tegelijk zijn er steeds weer pleidooien voor nieuwe lastenverlagingen aan bedrijven en ook in defensie ‘moet’ geïnvesteerd worden. Zij vinden dat ‘evenwichtig’.
Rechts rijdt voor de rijken. Het doet dit met het argument dat de welvaart zou doorsijpelen of nog dat de superrijken er hard voor werken. Het Global Wealth Report van de Zwitserse bank UBS wees er vorig jaar op dat voor het eerst sinds 2015 een meerderheid van nieuwe miljardairs niet rijk werd met ondernemen, maar door erfenissen. Rijkdom wordt van generatie op generatie doorgegeven. Ondertussen gaat de werkende klasse, die aan de basis ligt van die rijkdom, erop achteruit. Dat is klassenstrijd.
Doe de rijken betalen!
In deze context groeit de publieke steun voor een rijkentaks. Dat is een belangrijke eis om de middelen te vinden voor de maatregelen die concreet en nodig zijn voor onze levensstandaard. Betaalbaar wonen, degelijke jobs, toegankelijke openbare diensten, massale investeringen in zorg en onderwijs … zijn enkel mogelijk indien er drastisch meer middelen voor uitgetrokken worden. Die middelen zitten niet bij vluchtelingen of leefloners, maar bij de superrijken. In de VS stelt Bernie Sanders voor om vermogens boven het miljard dollar aan 100% te belasten (dus te onteigenen). Een interessant idee, maar sowieso niet compatibel met de steun van Sanders aan Biden en het Democratische partijestablishment. De rijken doen betalen, vereist een krachtsverhouding van de werkende klasse die de superrijken doet vrezen dat ze meer zullen verliezen als niet bijdragen.
De klassenstrijd is concreet. Met sociaaldemocraten en groenen in de regering verloren we de afgelopen jaren aan koopkracht en werden recordwinsten geboekt. Hun sociale beloften zijn steeds minder geloofwaardig of worden achterwege gelaten in het geval van Vooruit. De beste optie bij de verkiezingen van 9 juni is een stem voor de PVDA, in het bijzonder voor activisten die zich bewezen hebben in strijd. Dat is een stem tegen een verderzetting van het huidige beleid en voor sociale verandering. Verkiezingen zullen op zich niets veranderen, maar zijn onderdeel van de opbouw van een krachtsverhouding. Syndicalisten, studenten die deelnamen aan bezettingen rond Gaza, werklozen, vluchtelingen, gebruikers en personeelsleden van het openbaar vervoer … kunnen zelfvertrouwen putten uit een versterkte PVDA-aanwezigheid in de parlementen. Dat is onderdeel van het perspectief om doorheen collectieve strijd sociale vooruitgang af te dwingen. Om die strijd te winnen, is er volgens LSP nood aan een revolutionaire breuk met het kapitalisme. Een socialistische samenleving is nodig om met een democratische planning de beschikbare middelen en rijkdom in te zetten in het belang van de werkende klasse en de toekomst van het menselijk leven op deze planeet.
Toen in 2001 de SP haar naam veranderde naar SP.A, was dat een bevestiging van een evolutie die al langer aan de gang was: het was geen Socialistische Partij meer, maar iets Anders. Kopstukken als Patrick Janssens, Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Frank Vandenbroucke lieten zich inspireren door figuren als Tony Blair en Gerhard Schröder, en richtten de partij economisch naar rechts.
door Jon (Brussel)
Hun “Derde Weg” was een kruising van sociaaldemocratie en neoliberalisme, die er voornamelijk op neerkwam dat een neoliberaal beleid werd gevoerd, geserveerd met een sausje van sociaal klinkende, maar vooral holle woorden. Marktmechanismen moesten worden ingevoerd in alle publieke diensten, denk maar aan de outputfinanciering in het hoger onderwijs, de privatiseringen van het openbaar vervoer, de vermarkting van de gezondheidszorg, en de “publiek-private samenwerking” in de sociale huisvesting. Kortom: op economisch vlak was er van socialisme enkel nog sprake in woorden, niet in daden.
Sinds Conner Rousseau en de naamsverandering naar Vooruit, is zelfs die lippendienst aan het socialisme verdwenen. De partij neemt nu openlijk economisch rechtse standpunten in. Ze zijn nu voor een verplichte gemeenschapsdienst voor leefloners, en tegen het terugbrengen van de pensioenleeftijd van 67 naar 65 jaar.
Maar vooral op sociaal-cultureel vlak valt op dat Vooruit steeds meer N-VA en VB achternaholt. Rond thema’s als migratie of criminaliteit nemen ze ronduit rechtse standpunten in. Ze hopen wellicht om op die manier stemmen af te snoepen van de rechtse partijen — een strategie die nog nooit gewerkt heeft, want mensen stemmen liever op “het origineel” dan op de napraters. Het is vooral een strategie die ertoe leidt dat het programma van het VB wordt doorgevoerd, cordon sanitaire of niet, als de andere partijen geen ander antwoord bieden dan het overnemen van de standpunten van het VB.
In die zin moeten de racistische en seksistische uitspraken van de ex-voorzitter (en ex-directeur communicatie) Conner Rousseau niet worden gezien als een eenmalige uitschuiver, maar eerder als een symptoom van een ideologische verschuiving in de partij. Die verschuiving is al decennialang bezig, maar lijkt nu in een stroomversnelling te zijn gekomen. Vooruit gaat nu voluit de concurrentie aan met CD&V, N-VA en VB, en op sociaal-cultureel vlak steekt ze nu zelfs de Open VLD rechts voorbij.
In plaats van steeds verder naar rechts op te schuiven, zou Vooruit beter naar links kijken, waar ze een gat laten vallen voor de PVDA. Vooruit gaan is allemaal goed en wel, maar voor je het gaspedaal indrukt kan je best eerst controleren in welke richting je aan het gaan bent.
De 15 mandatarissen van de PVDA die het parlement verlaten, weigeren elke vertrekpremie en besparen de gemeenschap bijna 2 miljoen euro: “Wij voegen de daad bij het woord.”
“Wij klagen al jaren aan dat het systeem van privileges voor parlementsleden onaanvaardbaar is”, zegt onze voorzitter Raoul Hedebouw. “Daarom hebben we ook al meerdere keren voorgesteld om het af te schaffen, maar geen enkele andere partij steunde ons daarin. Van de groenen en het Vlaams Belang tot socialisten, christendemocraten, liberalen en N-VA’ers, ze stemden allemaal voor het behoud van deze regeling.”
Op de eerstvolgende zitting van het parlement gaan we vragen om die regeling af te schaffen. In afwachting voegen we zelf de daad bij het woord en weigeren onze volksvertegenwoordigers om hun vertrekpremie op te nemen.
Parlementsleden hebben vandaag recht op uittredingsvergoedingen van 100.000, 200.000 of soms zelfs 500.000 euro.
“Daar kunnen we het niet mee eens zijn”, zegt Raoul. “Op de eerstvolgende zitting van het parlement zullen we vragen om dat af te schaffen. In afwachting voegen we zelf al de daad bij het woord en weigeren onze volksvertegenwoordigers om hun vertrekpremie op te nemen.”
Concreet gaat het om 15 mandatarissen in de verschillende parlementen. Ze hebben elk recht op een bedrag tussen de 45.000 en 210.000 euro, maar gaan dat dus niet opnemen.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.