Gemeenteraadsverkiezingen 2024

Gemeenteraadsverkiezingen 2024

De lokale verkiezingen van 2024 worden de eerste verkiezingen in Vlaanderen zonder opkomstplicht.

Maar de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 brengen nog andere bijzonder- en nieuwigheden met zich mee. Politicoloog Herwig Reynaert blikt vooruit en licht de belangrijkste veranderingen toe.

Professor Herwig Reynaert is decaan van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UGent. Hij is ook voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek (CLP), dat onderzoek doet naar verschillende aspecten van lokale politiek.

1. De opkomstplicht verandert in stemrecht

Wat wil dat zeggen?

Tot nu toe was je verplicht om naar de stembus te gaan, met andere woorden: opkomstplicht. Maar je was niet verplicht om te stemmen, want je kon ook blanco stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 wordt dat het stemrecht: je bent nog steeds niet verplicht om te stemmen, maar je bent nu ook niet meer verplicht om effectief naar de stembus te gaan.

Is stemrecht een goed idee?

“Ons land is een van de enige landen waar nog een opkomstplicht gold. Ik ben op zich niet tégen het idee om opkomstplicht te veranderen in stemrecht, op voorwaarde dat een representatieve vertegenwoordiging van de bevolking wel gaat stemmen”, legt professor Reynaert uit. “Uit onderzoek blijkt dat bepaalde bevolkingsgroepen niet meer zullen stemmen. Denk aan laaggeschoolden of mensen uit minderheidsgroepen.”

Welke gevolgen heeft de verandering van opkomstplicht naar stemrecht?

“Politici zullen op een andere manier campagne moeten voeren. Nu moeten ze de kiezer twee keer overtuigen: een keer om naar de stembus te trekken en een keer om op hen te stemmen”, licht de professor toe. “Politici zullen dus overtuigender dan ooit moeten zijn. Vooral dat eerste, om mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.”

2. De populairste politicus krijgt initiatiefrecht

Wie wordt burgemeester?

Vanaf deze gemeenteraadsverkiezingen krijgt de politicus met de meeste stemmen van de grootste lijst het initiatiefrecht om een meerderheid te vormen. Die persoon heeft daar twee weken de tijd voor. Lukt het niet om een coalitie samen te stellen? Dan gaat het initiatiefrecht naar de stemmenkampioen van de tweede grootste lijst. “Die regel is in het leven geroepen om voorakkoorden tegen te gaan”, legt professor Reynaert uit.

Zijn voorakkoorden dan een probleem?

Professor Reynaert: “Ik vind van niet. Het is goed dat partijen met elkaar praten. Het zou pas erg zijn, mochten ze niét met elkaar praten. Bovendien is een voorakkoord enkel een afspraak die je maakt met een geprefereerde partner. In principe zouden politici dat zelfs mogen communiceren. Die transparantie hoeft geen probleem te zijn.”

Hoelang duurt het om een coalitie samen te stellen?

“Op lokaal niveau gaan de onderhandelingen over het algemeen wel snel, zeker als je dat vergelijkt met de hogere niveaus. Je merkt dat ideologie toch minder een rol speelt op het niveau van de gemeenteraad. Bovendien begint de legislatuur van het college van burgemeester en schepenen dit jaar al in december en niet meer in januari zoals voordien. Dat zal de onderhandelingen nog versnellen.”

Politici zullen overtuigender dan ooit moeten zijn. Mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.

3. Lokale politiek lijkt populairder dan ooit

Heel wat nationale kopstukken hebben al aangegeven voluit voor de gemeenteraadsverkiezingen te kiezen en dus niet meer op Vlaams of federaal niveau op te komen. Denk bijvoorbeeld aan Bart Somers (Open Vld) in Mechelen, Björn Rzoska (Groen) in Lokeren, Bart Tommelein (Open Vld) in Oostende. Daardoor lijkt de lokale politiek populairder dan ooit.

Is dat zo?

Professor Reynaert: “Lokale politiek is zeker populair voor politici, maar we moeten dat niet overdrijven. Het is van alle tijden dat politici in hun eigen stad of gemeente iets willen betekenen. Gewezen minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V), oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) en voormalig minister Louis Tobback (Vooruit) zijn ook burgemeester geworden in hun gemeente.”

Vanwaar komt die aantrekking?

“De aantrekkingskracht zit in het feit dat het lokale niveau dicht bij de burgers staat. Wat je als politicus realiseert in je gemeente, is heel concreet en zichtbaar. Op Vlaams of federaal niveau is dat vaak minder zichtbaar en duurt het langer. Je nakomer zal de lintjes mogen knippen. Maar er is vaak ook een strategische reden. Partijen willen lokaal verankerd zijn. Dan is het slim om je populairste politici en dus stemmenkanonnen ook lokaal in te zetten. Ook politici zelf denken na over hun positie. Scoort hun partij niet goed op Vlaams of federaal niveau? Dan is de kans misschien kleiner dat ze een zitje in een parlement bemachtigen en kunnen ze beter de lokale kaart trekken.”

4. Nieuwe herverdeling van lijststemmen

Wat verandert er?

“Je zal wel nog een lijststem kunnen uitbrengen, maar hoe die stemmen nadien verdeeld worden, verandert”, vertelt de professor. “Vroeger was het zo dat de lijststemmen werden verdeeld over de kandidaten die het hoogst op de lijst stonden tot de ‘pot’ van de lijststemmen op was.”

“Maar dat heeft gevolgen: stel dat iemand tweede op de lijst stond, maar het minste aantal voorkeursstemmen behaalde, dan maakte die persoon zo toch kans om verkozen te worden. Nu zal een lijststem een stem voor de partij zijn. Enkel voorkeursstemmen kunnen kandidaten een plek in de gemeenteraad bezorgen.”

Maakt de volgorde van de lijst dan niet meer uit?

“Jawel, de bovenste en onderste plek op een lijst zijn nog steeds de meest interessante plaatsen omdat het oog van de kiezer daar meteen op valt. Het is een illusie om te denken dat lijstvorming door het nieuwe systeem niet meer belangrijk zal zijn.”

5. Het cordon sanitaire kan sneuvelen

“Of het gebroken zal worden, valt nog af te wachten. Het cordon sanitaire is altijd al een punt van discussie geweest naar aanleiding van gemeenteraadsverkiezingen. Die lokale context is anders dan Vlaams of federaal. Lokale partijen en lijsten dragen vaak niet dezelfde naam als hun moederpartij of hebben zich er zelfs volledig van losgescheurd. Daar alleen al wankelt het cordon.”

“Los daarvan doet Vlaams Belang het natuurlijk goed in de peilingen. Het kan ook zijn dat Vlaams Belang in een gemeente een absolute meerderheid heeft. Dan doorbreekt de kiezer het cordon sanitaire en zullen ze besturen.”   Bron: UGent

Lokale verkiezingen 2024: wat is er nieuw? | Vlaanderen.be

Binnenkort zijn het opnieuw verkiezingen, maar wat kiezen we precies? | VRT NWS: nieuws

Ga stemmen en maak gebruik van je kiesrecht!

Bijna  gemeenteraadsverkiezingen

Bij de lokale en provinciale verkiezingen op zondag 13 oktober zijn er een aantal nieuwigheden tegenover de vorige verkiezingen. We zetten ze even op een rij:

  • De afschaffing van de opkomstplicht

Kiezers zijn niet meer verplicht om te gaan stemmen voor de lokale en provinciale verkiezingen van 13 oktober 2024. Iedere kiesgerechtigde krijgt een uitnodigingsbrief (in plaats van een oproepingsbrief) om hun stem al dan niet uit te brengen in het stemhokje.

De afschaffing van de invloed van de lijststem op het aanwijzen van verkozenen binnen een lijst. 

Kiezers kunnen stemmen op individuele kandidaten, maar kunnen ook hun stem aan een lijst geven. Dat laatste is de lijststem. De lijststem blijft bestaan, maar zal geen invloed meer hebben op de aanwijzing van verkozenen. Ze tellen dus niet meer mee bij de aanwijzing van de verkozenen. De kandidaten zullen verkozen worden in de volgorde van het aantal voorkeurstemmen dat ze hebben behaald.  

Vroeger werden lijststemmen overgedragen naar de kandidaten, in volgorde van hun rangorde op de kandidatenlijst. De kandidaten die bovenaan de lijst stonden, konden zo gebruik maken van de lijststemmen om verkozen te geraken. Die overdracht van lijststemmen wordt afgeschaft.

Meer over de aanwijzing van verkozenen

Kandidaat met meeste naamstemmen van de grootste fractie van de coalitie wordt benoemd als burgermeester

Deze regel is er gekomen om de betrokkenheid en stemgewicht van kiezer te vergroten en dus ook impact van kiezer op lokaal beleid. De verkozene met de meeste naamstemmen van de grootste coalitiefractie, wordt de burgemeester. Wil die persoon de ambt niet opnemen, dan gaat het naar degene met de tweede meeste naamstemmen van de grootste coalitiefractie.

Meer over de aanwijzing van de burgemeester

De invoering van een tijdelijk en exclusief initiatiefrecht om een meerderheidscoalitie te vormen  voor de stemmenkampioen van de grootste lijst  

Na de gemeenteraadsverkiezingen krijgen de verkozenen in afnemende volgorde van lijstgrootte een initiatiefrecht toegekend, waarmee ze een meerderheid kunnen vormen. Het initiatiefrecht komt eerst toe aan de verkozene met het meeste naamstemmen van de grootste lijst. Die verkozene krijgt 14 dagen de tijd om een meerderheid te vormen. Die termijn start de dag die volgt op de dagtekening van het proces-verbaal van de verkiezingen.

Meer over het initiatiefrecht

De bekendmaking van de fijnmazige stemresultaten

De resultaten van de verkiezingen zullen niet enkel op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn. Vanaf 2024 kennen we de specifieke resultaten op het niveau van bepaalde deelgebieden (zoals wijken, dorpen of deelgemeenten) binnen de gemeente. Zo zien we het stemgedrag binnen die deelgebieden. Deze resultaten publiceert het ABB enkele dagen na de verkiezingen.

Meer over de bekendmaking van fijnmazige stemresultaten Recht om vrijstelling aan te vragen om te zetelen als bijzitter

Als een kiezer twee keer heeft gezeteld als bijzitter in een stem- of telbureau, dan heeft die het recht om vrijstelling aan te vragen om nog eens te zetelen als bijzitter. Vanaf verkiezingen van 9 juni 2024 registreert het ABB wie in een stem- of telbureau als bijzitter heeft gezeteld. Vanaf 9 juni 2024 beginnen we dus met tellen en vrijstelling kan dus pas aangevraagd worden voor verkiezingen na oktober 2024 (eerste registratie op 9 juni 2024, tweede registratie kan dan op 13 oktober 2024: daarna kan dus iemand gebruik maken van recht op vrijstelling).  Vrijstelling is enkel om te zetelen als bijzitter, niet als voorzitter of secretaris.   Stemadvies Neutr-On:  stem NIET op corrupte partijen of gemeenteraadsleden.

Schaf de Senaat echt af  

Schaf de Senaat echt af  

De Senaat is officieel gestart met de eedaflegging van de senatoren. Hoewel verschillende partijen (al lang) pleiten om de kamer van het federale parlement af te schaffen, bestaan mogelijkheden om die opnieuw relevant te maken. Dat zegt Patricia Popelier, professor Grondwettelijk Recht aan de Universiteit Antwerpen.

Heeft de Senaat nog nut? Dat is de vraag die veel Belgische politici zich stellen. “De Senaat is altijd al controversieel geweest”, zegt Patricia Popelier in onze dagelijkse podcast Het Kwartier. De Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers vormen samen de twee kamers van het federaal parlement.

Na de onafhankelijkheid van België (1830) is een jaar later gekozen voor een tweekamerstelsel, met de Kamer en de Senaat. “Daar zijn veel discussies aan voorafgegaan.”

De geschiedenis van de Senaat

De Senaat werd in 1831 opgericht als brug tussen de Kamer en de koning. “De Kamer moest centraal staan, om de macht bij de koning weg te nemen. Om jonge progressieve mannen daar in toom te houden, hebben ze de Senaat opgericht. Daarin zaten dan vooral oudere, wijzere mannen, die wetsvoorstellen konden tegenhouden.”

Door de jaren heen evolueerde België tot een meer democratisch land, waarbij meer mensen stemrecht kregen. “Dat vormde een probleem voor de Senaat, want het zou wettelijk niet meer mogelijk zijn om wetten tegen te houden. Stelselmatig hebben ze dan de voorwaarden aangepast om senatoren te kiezen.”

Die voorwaarden werden zo vaak aangepast, dat na verloop van tijd de Kamer en de Senaat bijna dezelfde functies hadden. “Met tot gevolg dat de Senaat geen nuttige taken meer had en dat bepaalde beslissingen alleen maar werden opgehouden door dat orgaan.”

In 1994 volgde een oplossing die we vandaag nog kennen. “Ons land keek toen naar andere federale staten om te bekijken hoe zij het probleem rond de Senaat hadden opgelost. In die landen vertegenwoordigt de Senaat niet het hele volk, maar wel de verschillende deelstaten.”

Die structuur wou ook ons land hanteren. “Maar in het begin werd dat maar halfslachtig doorgevoerd. Het was zeer complex, waar niemand tevreden over was. Uiteindelijk hebben ze er in 2011 (na de zesde staatshervorming, red.) een echte deelstaten-Senaat van gemaakt, met alle gewesten en gemeenschappen. Maar het politieke orgaan kreeg nauwelijks bevoegdheden.”

Hoe ziet de Senaat er nu uit?

Sinds de verkiezingen van 2014, de eerste na de zesde staatshervorming, kiezen we niet meer rechtstreeks wie in de Senaat mag gaan zitten. Het zijn de parlementen van de deelstaten in ons land die 50 van hun leden afvaardigen naar de Senaat:

29 senatoren worden aangeduid door het Vlaams Parlement en de Nederlandse taalgroep van het Brussels Parlement

Er zijn ook 20 Franstalige senatoren: 10 aangeduid door het parlement van de Franse gemeenschap, 8 komen uit het parlement van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van het Brussels Parlement duidt nog eens 2 senatoren aan. Het Parlement van Duitstalige Gemeenschap vaardigt ten slotte 1 parlementslid af naar de Senaat.

Met andere woorden: de Senaat is een ontmoetingsplaats voor de verschillende deelstaten in ons land, via de 50 deelstaatsenatoren. Daar komen nog eens 10 gecoöpteerde senatoren bij die door hun partij worden aangeduid. Ze komen 10 keer per jaar samen.

Op dit moment is de Senaat alleen bevoegd voor grondwetsherzieningen en bijzondere wetten over de structuur van de federale staat. “Er zijn dus nog maar weinig nuttige functies voor de senatoren”, aldus Popelier. “Alleen als er echt zaken veranderen aan ons systeem, wordt de Senaat ingeschakeld.”

Dan rijst de vraag of de Senaat niet te veel kosten met zich meebrengt? “Dat gaat niet over bedragen waar ze de begroting mee kunnen redden. Maar er zijn uiteraard wel kosten, zoals dat van het gebouw en het personeel. Wat brengt dat nog op? Als het nog nauwelijks operationeel is, kan je het dan niet beter opdoeken?” Die vraag stellen ook veel politici. Bijna alle partijen zijn duidelijk voorstander om de Senaat af te schaffen. Toch zijn er nog wel alternatieven

De toekomst van de Senaat

De meest voor de hand liggende optie is om er een echte deelstatensenaat met bevoegdheden van te maken, zoals in andere federale staten. “Je kan dan als deelstaten samenwerken en collectief een standpunt innemen over bepaalde wetten.”

Zo’n Senaat zou efficiënter kunnen werken dan dat alle deelstaten apart hun mening uitspreken over een wetsvoorstel. “Kijk naar het handelsakkoord (CETA) tussen de EU en Canada. De Senaat mocht daar niet over stemmen en dus moesten de deelstaten zelf beslissen en gaf het Waalse Gewest eerst zijn veto.”

Ook bij de Natuurherstelwet stemde Vlaanderen tegen en moest ons land zich onthouden over het wetsvoorstel van de Europese Unie. “Een Senaat kan verschillende gebieden bij elkaar brengen en samen onderhandelen over een standpunt.”

Voor een andere mogelijkheid kijkt Populier naar collega David Van Reybrouck. “Je kan er ook een Senaat van maken met burgerparticipatie. Veel academici denken daarover na. Al ben ik niet volledig voorstander van dat idee.

De Senaat komt op het einde van een wetgevingsprocedure, terwijl een participatie vroeger in dat proces aan bod moet komen.” Het is nog maar de vraag of er de komende maanden echt een beslissing komt over het voortbestaan van de Senaat en of er nog wel een toekomst is voor het politieke orgaan. “Als je naar een confederaal systeem wil gaan zoals de N-VA wil doen, dan is een overlegorgaan zoals dat van de Senaat overbodig en moet je het afschaffen. Al zal elke deelstaat dan wel uit eigen belang een veto kunnen stellen.” 

Bron: VRT NWS

Regeringsvormingen verlopen stroef

Anderhalve maand na het begin van de Vlaamse regeringsonderhandelingen tussen de N-VA, Vooruit en de CD&V beginnen de relaties te verzuren. De partij van Sammy Mahdi (CD&V) voelt zich ideologisch zwaar bedreigd door ‘etatisten’ als Conner Rousseau (Vooruit). ‘Het gaat echt niet goed.’

‘Wij staan voor vertrouwen in plaats van voor een grote overheid die de burger wantrouwt.’ Zo legt een CD&V-onderhandelaar de vinger op de wonde bij de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Naarmate die vorderen, zijn er steeds duidelijker twee ideologische kampen te onderscheiden. In zekere zin speelt de links-rechtsas een rol, maar bovenal de visie op de rol van de overheid.

‘Ja, ik ben een etatist’, beaamde Vooruit-voorzitter Conner Rousseau begin juli in Knack. Hoewel de formatie toen al een tijdje bezig was, schuwde de socialist de confrontatie met de CD&V niet. ‘Het paternalistische idee van de CD&V is om over ieder kopje een beetje geld te strooien in de hoop dat alles opgelost raakt.’ Om te besluiten met: ‘Het CD&V-model faalt.’

Nu, weken later, lijken de relaties wat verzuurd. Verschillende indiscreties uit meerdere werkgroepen leggen een alliantie bloot tussen de N-VA, de partij van formateur Matthias Diependaele, en Vooruit.

Stilaan begint de vraag te rijzen: wat kan de CD&V uit de brand slepen in de nieuwe Vlaamse regering?

Op het vlak van onderwijs zien beide partijen kansen om maaltijden op school – hét breekpunt van Vooruit – in te voeren voor wie het nodig heeft. Daarbij wordt gedacht aan het inzetten van de schooltoeslag – en zelfs de sociale toeslag – van het Groeipakket, het vroegere kindergeld.

Ouders die geen interesse tonen om Nederlands te leren, zouden via die geldsommen ook gestraft kunnen worden. Scholen waarvan de leerlingen ondermaats presteren, zouden ‘onder curatele’ geplaatst kunnen worden. Zulke ingrepen van overheidswege ziet de CD&V niet graag gebeuren.

Los van de inhoud van de onderhandelingen kwam Conner Rousseau afgelopen week met een ezelsstamp op sociale media. In een vraag-en-antwoordsessie met zijn aanhang op Instagram vertrouwde de socialist hen toe dat hij niet gelooft in het vrije onderwijs. ‘Dat staat alles in de weg en kost onnodig veel geld. Zeer inefficiënt. Ik ben voor onderwijs door de overheid, niet door de kerk of de moskee.’

Een affront voor de CD&V, de partij die zeer dicht staat bij de belangrijkste speler in dat vrije onderwijs: het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Bovendien stelt Rousseau en passant artikel 24 van de Grondwet (‘Het onderwijs is vrij’), een mijlpaal in de Belgische geschiedenis, ter discussie – ook al beklemtoonde Rousseau het voorstel niet op tafel te zullen leggen.

Verplichte fusies

Bovendien is er ook onrust bij de ziekenfondsen en zorginstellingen, die van oudsher verbonden zijn met de CD&V. Een voorstel dat circuleert in de Vlaamse onderhandelingen: de overheid zou voortaan meer te zeggen krijgen over de uitbetaling van het kindergeld en de zorgbudgetten, vandaag een taak voor de ziekenfondsen. ‘Maar als we alles via de staat organiseren,’ zegt een CD&V’er, ‘dan wordt het onbetaalbaar. Bovendien zou het de kwaliteit niet ten goede komen.’

En dan hebben we het nog niet gehad over de afschaffing van de provincies, die gekoppeld wordt aan de gemeentefusies – twee zeer gevoelige punten voor de christendemocraten.

De CD&V zit in een lastige positie. De partij behaalde haar slechtste verkiezingsresultaat ooit, maar scoorde beter dan sommigen hadden verwacht. Op de avond van 9 juni wees voorzitter Mahdi vooral op die goede vibe, maar uiteindelijk tellen de zetels. En met samen 49 zetels overvleugelen de N-VA en Vooruit de 16 zetels van de CD&V. Rousseau en Bart De Wever (N-VA) willen Vlaanderen hertekenen en zien de CD&V als een obstakel dat het status quo garandeert. Anderzijds is de CD&V incontournable, men kan hen niet inruilen voor de Open VLD of Groen. Dat versterkt Mahdi’s positie.

‘Het gaat echt niet goed’, zegt een onderhandelaar.

Wordt de Vlaamse formatie dan alsnog moeilijker dan de federale? De drie existentiële beleidsdomeinen voor de CD&V bevinden zich nu eenmaal op het Vlaamse niveau. Onderwijs, Welzijn en Landbouw zitten in het DNA van de Vlaamse christendemocratie. De ministerportefeuille Landbouw zal ze mogen behouden, maar Vooruit (Caroline Gennez) en de N-VA (Zuhal Demir) dingen respectievelijk naar de posten Onderwijs en Welzijn.

Stilaan begint de vraag te rijzen: wat kan de CD&V uit de brand slepen in de nieuwe Vlaamse regering? Is ze er enkel bij om ‘erger te voorkomen’? Of kan ze met voldoende zelfvertrouwen haar schouders zetten onder een regering-Diependaele?

De andere partijen vinden dat ‘het gespin’ van de CD&V over hun etatisme moet ophouden. Ze vermoeden dat de CD&V haar bevriende middenveldorganisaties instrumentaliseert om in de onderhandelingen meer uit de brand te slepen. De CD&V ontkent dat en zegt ‘niet getrouwd te zijn’ met die organisaties.

Vakantie

Wat het budget betreft, is de Vlaamse formatie in ieder geval makkelijker dan de federale. Terwijl federaal formateur Bart De Wever de komende jaren 28 miljard euro moet zien te vinden, is de inspanning op het Vlaamse niveau draaglijker. De discussies gaan vooral over wannéér de begroting in evenwicht moet zijn. De N-VA mikt op 2027, de andere partijen stellen zich coulanter op. Bovendien zitten er federaal vijf partijen aan tafel, tegenover drie op het Vlaamse niveau. Vlaanderen heeft ook geen last van de communautaire dimensie.

Hoe dan ook, de Vlaamse en de federale formatiegesprekken staan niet volledig los van elkaar. Meerdere onderhandelaars, ook de sherpa’s, bestrijken beide niveaus. Het is niet ondenkbaar dat deals op het ene niveau gekoppeld worden aan akkoorden op het andere. Zulke formules kunnen stroeve onderhandelingen smeren. De harde noten volgen pas na het weekje vakantie dat alle onderhandelaars zichzelf hebben gegund. De belangrijkste knelpunten – en dat zijn er heel wat – zijn niet beslecht in werkgroepen, maar werden doorgeschoven naar de centrale onderhandelaars, de voorzitters dus.  Dat is dus voor na 11 augustus. Niet te vergeten: de politici hebben net een verkiezingscampagne achter de rug en gingen daarna – zeker op het federale niveau redelijk onverwacht – snel aan het onderhandelen. Bovendien zitten ze met hun hoofd stilaan bij de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober. Voor veel politici aan tafel staat een burgemeesterssjerp op het spel. Hoe dichter de gemeenteraadsverkiezingen komen, hoe verlammender die stembusgang zal werken op de Vlaamse (en federale) onderhandelaars.

Bron: Knack

De balans: een sneuvelnota zonder extra belastingen. Voorlopig.

Deze week lekte de sneuvelnota van formateur Bart De Wever (N-VA) uit, met als rode draad een hele reeks hervormingen, vooral op de arbeidsmarkt en in de pensioenen. Een opvallend verschil met de nota’s bij vorige formaties is de afwezigheid van een waslijst aan nieuwe belastingen. Al is de kans groot dat die na de zomerpauze toch opduiken in een volgend document.

De formatiegesprekken over de vorming van een Vlaamse en federale regering worden een goede week on hold gezet. Het is de bedoeling om na die vakantiepauze een versnelling hoger te schakelen. De formatiegesprekken verlopen trager dan verwacht. Waarbij het voor een keer geen spanningen tussen Vlaamse en Franstalige partijen zijn die tot vertraging leiden. Het gaat vooral om een wantrouwen tussen cd&v en Vooruit op Vlaams niveau en de ongemakkelijke positie van de Vlaamse socialisten in een federale regering die naar centrumrechts neigt.

De passages van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau op sociale media zijn niet bevorderlijk voor het onderhandelingsklimaat, om het zacht uit te drukken. “Ik zit met enorm veel twijfel”, aldus Rousseau op zijn Instagram-profiel. Een manier om anno 2024 druk te zetten op de andere coalitiepartners?

Wat de Vlaamse onderhandelingen betreft, hebben N-VA en Vooruit elkaar gevonden in hun kritiek op de machtige middenveldorganisaties, wat gevoelig ligt bij cd&v. Rousseau ging deze week zelfs zeer ver door in een vraag-en-antwoorddebat op Instagram te pleiten voor één onderwijskoepel die door de overheid wordt beheerd. Kortom, het einde van de vrijheid van onderwijs. Dat zal bij cd&v slecht gevallen zijn.

En ook al benadrukte Rousseau dat het hier gewoon om een partijstandpunt ging en niet om een thema dat op de regeringstafel lag, het doet vragen rijzen over de ernst waarmee de Vlaamse socialisten aan tafel zitten. Om een einde te maken aan de vrijheid van onderwijs is een tweederdemeerderheid en dus een grondwetsherziening nodig. Is er dan niemand op de Vooruit-studiedienst die dat weet?

Geen probleem met beperking werkloosheidsuitkeringen

Aan de federale onderhandelingstafel schuifelen de Vlaamse socialisten ook nog altijd ongemakkelijk op hun stoel. De sneuvelnota of ‘supernota’ van formateur Bart De Wever bevat een aantal hervormingen zoals een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd (maximaal twee jaar) en strengere regels om het legioen van de 500.000 langdurig zieken te doen krimpen. Ten slotte zette uittredend minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) een aantal stappen in die richting.

Maar wat met enkel een indexering van de nettolonen, wat tot minder sociale bijdragen zal leiden? Of een andere berekening van de index, zonder de volatiele aardgasprijzen, wat het automatische indexeringsmechanisme verder uitholt? Dat ligt gevoelig voor Vooruit. Net als strengere loopbaanvoorwaarden voor het pensioen. Om nog maar te zwijgen over het voorstel om de werkloosheidsuitkeringen niet langer door de vakbonden te laten uitbetalen en de invloed van de ziekenfondsen in te perken.

Nota De Wever hanteert een oude PS-truc

Eigenlijk is de nota een N-VA-document dat te veel naar rechts neigt, is de kritiek van Conner Rousseau. Ook cd&v vindt die te weinig evenwichtig, onder meer omdat er amper sprake is van nieuwe of hogere belastingen. De sanering van de begroting (een operatie van 28 miljard euro) moet volgens Bart De Wever voor de helft via besparingen en voor de helft via hervormingen gebeuren.

Wie echter beweert dat de nota van De Wever niet evenwichtig is, heeft een kort geheugen of mist historisch perspectief. In het verleden was het de gewoonte dat de partij die de leiding nam bij de formatie met een of meer sneuvelnota’s kwam die sterk geïnspireerd waren door het eigen programma. Daar werd dan een reeks moeilijke thema’s of hervormingen in geschrapt, om uiteindelijk tot een compromis te komen.

Het is een aanpak die voor de PS – de periode 2014-2019 uitgezonderd – zeer succesvol is gebleken. De Franstalige socialisten kwamen met een waslijst aan nieuwe belastingen. Daar werd een aantal van geschrapt, na fors onderhandelen. De Vlaamse liberalen van Open Vld stapten dan naar de achterban met de boodschap dat de fiscale druk wel zou stijgen, maar dat zij erger hadden voorkomen. Een aanpak die Open Vld electoraal weinig heeft opgeleverd. De PS kon dan weer uitpakken met een aantal fiscale trofeeën.

De Wever hanteert hier dus een oude PS-truc. De lat zeer hoog leggen, deze keer met een hele waslijst aan hervormingen. Als er daar een aantal van wegvallen tijdens de finale onderhandelingen, blijft er toch nog een relevant pakket over. Daar zet de formateur ook op in: een langer traject dan vier jaar om de begroting te saneren. Wat betekent zes à zeven jaar, maar gekoppeld aan verregaande hervormingen. Dat moet de Europese Commissie gunstig stemmen.

Fiscale hervorming blijft onvermijdelijk

Dat er, afgezien van wat verschuivingen in de btw-tarieven, in de sneuvelnota geen sprake is van een echte fiscale hervorming, laat staan van nieuwe of hogere belastingen om het begrotingstekort te doen dalen, is opvallend en weinig realistisch.

Wanneer het na 15 augustus letterlijk en figuurlijk money time wordt, zal er moeten worden gepraat over een hogere btw als compensatie voor lagere lasten op arbeid. Dat wordt een onderdeel van een onvermijdelijke fiscale hervorming.

En ook de vermogensfiscaliteit zal dan op tafel komen. Niet alleen een stroomlijning van de verschillende tarieven dient zich aan, net als een beperking van de uitzonderingsregimes.

Daarnaast lijkt een aantal hogere vermogenswinstbelastingen, zoals een aangepast tarief van de effectentaks, onvermijdelijk. Want alleen met besparingen en hervormingen is een budgettaire sanering van 28 miljard euro vrijwel onmogelijk.

Bron: Trends

De politieke zelfkastijding van de kiezer

Door nieuwe Europese begrotingsregels dreigt België de komende 7 jaar 27 miljard euro te moeten besparen. Dat maakt dat de grootste vraag in de lopende regeringsonderhandelingen gaat over wie dat gaat betalen. Daarin zit de grote tegenspraak van het verkiezingssucces van rechts. Hebben de kiezers de plannen van De Wever dan niet gelezen? Als het van hem afhangt, gaat de middenklasse – de neringdoeners en de ambtenaren – de grootste bijdrage leveren. Politieke zelfkastijding kan je het noemen.

Het is de belangrijkste vraag die je in het politieke beleid kan stellen: hoe worden de kosten van de samenleving verdeeld? Gebeurt dat naar “Godsvrucht en vermogen”, naargelang wat je er kan aan verdienen? Of wordt het geld gehaald waar het gemakkelijk kan gevonden worden?

In het Belgisch compromis dat tot de welvaartsstaat leidde, werd door toepassing van het solidariteitsprincipe een evenwicht gevonden. De christendemocratie, die in zich alle standen vertegenwoordigde, was het bindmiddel tussen de afwisselende regeringen, enerzijds met liberalen dan weer met de socialisten. Ook in de Volksunie waren deze verschillende strekkingen aanwezig. De harde kern van nationalisten rond Geert Bourgeois maakte er evenwel komaf mee. Maar het lukte niet. Enkel Bourgeois werd verkozen.

Vlaams ondernemerschap

De Wever maakte er dan wat anders van. Het Vlaams nationalisme werd aangewend om het Vlaams ondernemerschap te promoten. Voor hem gaat het niet meer om de onafhankelijkheid van Vlaanderen maar om de soevereiniteit van de grote ondernemers, de bouwpromotoren, de havenbazen en de chemiereuzen. Om dezelfde reden wil hij ook een rustpauze in de klimaatmaatregelen.

Het is door zijn kunst als meester-communicator dat De Wever erin geslaagd is appelen voor peren te verkopen. Het gaat hem al lang niet meer om wat in de beginselverklaring van zijn partij staat, het zogezegd belang van het Vlaamse volk om onafhankelijk te zijn. Omdat Vlaanderen daarvoor te klein en Europa te groot is, maakte hij er het belang van Vlaanderens groot ondernemers van. Maar ook dat is een smoes.

De naar Updown House uitgeweken Fernand Huts is al lang geen Vlaams belastingbetaler meer. Hij belegt zijn geld liever op Guernsey, Uruguay of Moldavië en bouwt zijn nieuw Indaver in Duinkerke. Sir Ratcliffe, de eigenaar van de ethaan-kraker Ineos, is evenmin een Vlaamse ondernemer. En ook de tot stadionbaron geworden Vlaamse boerenzoon Paul Gheysens verdiende zijn geld in het buitenland en slaagt er blijkbaar niet in het hier te herhalen.

In het grootste Vlaams project, de Oosterweel-verbinding, zijn niet enkel Vlaamse ondernemers betrokken en zorgt Link4Projects voor “een aanzienlijke pool aan ervaren Europese onderaannemers”. Overigens komt het geld voor deze mega-onderneming voor de helft van Europa.

Voorrang voor privébelang

Het gehele, politieke verhaal van Bart De Wever steunt niet op zijn academische frustratie, de droom van een één gemaakt Dietsland, dewelke hij met Staf De Clerck, de voorman van het Vlaams Nationaal Verbond, deelde. Het is een copy paste van wat ene Verhofstadt eens aan Vlaanderen kon verkopen.

Met zijn smoes over de burgermanifesten deed Verhofstadt de kiezer geloven dat het belang van de gemeenschap beter kon gediend worden door dat van de privé. In zijn machtsgeile en uit het socialisme verloren gelopen Johan Vande Lanotte vond hij een dienstige kompaan. Met voldoende postjes kon hij ook de uit het Vlaams nationalisme weggelopen overlopers wegkopen. Zelfs in wat eens de christendemocratie was, verkreeg het privébelang de voorrang op het gemeenschappelijke. De zakenadvocaat Koen Geens, die intussen minister van Justitie was geworden, formaliseerde door zijn afkoopwet de nieuwe ongelijkheid.

In het politieke spel zijn er maar twee grote belangen: het algemene of dat van de privé. Om het één of het andere te kunnen dienen, worden evenwel heel wat verhalen bedacht om de kiezer om de tuin te kunnen leiden. Dat wordt dan als politieke handigheid of meesterlijke communicatie omschreven. In feite is het kiezersbedrog.

Aan politiek doen is ‘verkopen’

Om het te vermijden is er maar één middel. Met een duidelijk programma kunnen politieke partijen aangeven waar het hen om te doen is. Een dergelijk programma, als het er al is, is nu evenwel bijzaak geworden. Spindokters en marketeers bepalen nu niet meer wat er verkocht kan worden, maar hoe je het aan de kiezer kan slijten. Daarvoor wordt ook beroep gedaan op enkele “ego’s” die het handig en langs de nieuwe media aan de man en de vrouw kunnen brengen. Aan politiek doen is niets anders dan ‘verkopen’ geworden. In deze ‘commercie’ is ‘scoren’, ‘winst’ het dominante doel.

Wie er rijk van kan worden is intussen ook al uitgemaakt. Daar zorgt de financieringswet voor. Dat het ongestraft kan gebeuren, werd eveneens voorzien. Daar zorgt de afkoopwet voor. Om het ongenoegen van de kiezer binnen de perken te houden, worden festivals en spelen gehouden. Zolang er ook voldoende brood is, komen zij die aan beleid doen daar aardig mee weg. De zelfkastijding moet de kiezer erbij nemen, want dat is een christelijke deugd.