In een poging om Bart De Wever opnieuw in het zadel te krijgen als formateur riep koninklijk bemiddelaar Maxime Prévot de vijf Arizona-partijen zondagavond opnieuw samen. Een nieuwe werkmethode, zonder supernota, moet een nieuw elan brengen. De supernota in deze vorm zal dus niet doorgaan. Maandag moest koninklijk bemiddelaar Maxime Prévot verslag uitbrengen bij de koning, dus riep hij de zogenoemde Arizona-coalitie (N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V) opnieuw samen in een poging om de neuzen weer in dezelfde richting te krijgen én om diezelfde De Wever weer in de formateursstoel te helpen. Eén element speelt daarbij een belangrijke rol: kan en wil de N-VA loskomen van de sociaal-economische supernota? Bij zijn afscheid als formateur benadrukte De Wever nog dat die nota de basis moest worden van “een echte herstel- en hervormingsregering”. Maar anderhalve week later lijkt iedereen even afstand te willen nemen van de nota. Er zal dus een betere nota uit de onderhandelingen moeten komen. Misschien wordt het een meganota, al is het maar om de megawinsten van de grote bedrijven hoger te belasten. Neutr-On blijft ijveren voor een vermogensbelasting voor de superrijken.
De supernota ontleed
De ‘supernota’ van Bart De Wever ontleed
DeWereldMorgen stelt de ‘supernota’ van Bart De Wever volledig ter beschikking van het publiek en geeft een analyse van wat ons de komende periode mogelijk te wachten staat.
Theatervoorstelling verlengd wegens geen succes. Zo kan je de federale regeringsonderhandelingen van de afgelopen weken misschien nog het beste samenvatten.
Met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen wil elke partij zich vooral profileren. Terwijl ze in campagnemodus zijn, is het voor hen niet het moment om met een compromis naar buiten te komen.
Waar het theater van de afgelopen weken over ging was daarom vooral de vraag: wie krijgt de schuld? De gevonden oplossing is geniaal in zijn eenvoud: in Vlaanderen steekt men de schuld op George-Louis Bouchez en de MR, in Wallonië op Vooruit of de N-VA.
Wie naar de politiek kijkt als een botsing tussen ego’s zou prima een soap kunnen puren uit de regeringsonderhandelingen. De opdracht van de journalistiek zou er echter niet uit mogen bestaan om wat meeslepend verteld kan worden belangrijk te maken, maar net om wat belangrijk is meeslepend te vertellen.
Dat er een stuk theater bij komt kijken en dat sommige media daar graag veel en lang op focussen, wil niet zeggen dat er geen serieuze onderhandelingen zijn geweest over belangrijke kwesties. Met de gelekte ‘supernota’ van De Wever krijgen we een inkijk in waar die onderhandelingen naar toe aan het gaan waren.
Bij DeWereldMorgen geloven we in het vermogen van onze lezers om zelf te oordelen. Daarom stellen we, in tegenstelling tot andere media, de gelekte nota volledig ter beschikking van het publiek in bijlage. We vinden het belangrijk, omdat wat daar in staat een beeld geeft van wat ons de komende beleidsperiode te wachten kan staan, en dat is niet min.
Dat werkgeversorganisaties enthousiast reageren en aanmanen om de onderhandelingen door te zetten, terwijl de vakbonden spreken van een asociale nota, mag niet verbazen. Terwijl men door onder andere besparingen en verhoging van de btw maar liefst 16 miljard euro wil gaan halen bij de werkende klasse, worden de lonen geblokkeerd en krijgen bedrijven voor vijf miljard aan belastingcadeaus.
Het is daarbij ook veelzeggend dat het repressie-apparaat de enige overheidsdienst is, waarin bijkomende investeringen mogelijk zijn.
33 miljard euro gezocht
Terwijl onze nationale politici bezig zijn zichzelf als held en hun tegenstanders als slechteriken voor te stellen, zijn de belangrijkste beslissingen al lang boven hun hoofd genomen. Als gevolg van de begrotingsnormen waarover de ministers van Financiën van de verschillende lidstaten het vorig jaar eens raakten, staat reeds vast dat ons land de komende regeerperiode maar liefst 27 miljard euro moet besparen.
Zonder dat daar veel maatschappelijk debat over is geweest, heeft men een heruitgave van het besparingsbeleid van na de bankencrisis van 2008 beslist. Opnieuw wil men de kosten die gemaakt zijn om – tijdens de coronacrisis – het bedrijfsleven te redden, afwentelen op de bevolking, door middel van besparingen op publieke diensten en sociale uitgaven.
Terwijl verschillende economen waarschuwen voor de desastreuze gevolgen van zo’n besparingsbeleid, wil men in de zogenaamde supernota van De Wever nóg verder gaan. Ook tegenover de drie miljard euro die men bijkomend wil investeren in het leger, de veiligheidsdiensten en het terugsturen van migranten staan besparingen.
Bovendien wil men een belastingverlaging doorvoeren van maar liefst negen miljard euro. Een slordige drie miljard daarvan zijn voordelen voor ondernemers en investeerders. Zes miljard zijn verlagingen van de belastingen op arbeid, waarvan een kleine twee miljard een verlaging van de patronale bijdragen is.
Daar tegenover staan zes miljard euro aan nieuwe belastinginkomsten. Zo’n anderhalf miljard zou inderdaad bij de vermogens gezocht worden. Daar zou George-Louis Bouchez van de MR zich tegen hebben verzet en dat is breed uitgesmeerd in de media.
Minder aan bod gekomen is dat er ook zo’n twee miljard verhoging van btw en accijnzen was voorzien. Zo zou onder andere de btw op boeken worden verhoogd. Een cynicus zou kunnen denken dat dit wordt beslist om te voorkomen dat mensen inzicht krijgen in de manier waarop ze bestolen worden.
Trekken we de zes miljard euro nieuwe belastinginkomsten af van de negen miljard aan belastingverlagingen, dan blijven we over met een gat van drie miljard euro. Samen met de 27 miljard euro door de Europese Unie opgelegde besparingen en de drie miljard euro bijkomende uitgaven voor leger, veiligheidsdiensten en het terugsturen van migranten, komen we aan een tekort van maar liefst 33 miljard.
Dat is gigantisch. Ter vergelijking: het jaarlijkse budget voor werkloosheidsuitkeringen bedraagt slechts zes miljard euro.
Europese begrotingsnormen: -27 miljard euro
Bijkomende uitgaven: – 3 miljard euro
Leger: 1,5 miljard euro
Veiligheidsdiensten: -0,5 miljard euro
Terugkeer migranten: -0,5 miljard euro
Andere: -0,5 miljard euro
Fiscale hervorming: -3 miljard euro
Belastingverlaging: -9 miljard euro
Verlaging belastingen op arbeid: -6 miljard euro
Ondernemen aanmoedigen: -2 miljard euro
Investeren aanmoedigen: -0,6 miljard euro
Andere: -0,4 miljard euro
Nieuwe belastingen: +6 miljard euro
Vermogen: +1,5 miljard euro
Consumptie: +2 miljard euro
Andere:+2,5 miljard euro
Totaal: -33 miljard euro
Om dat gat te dichten, wil de nieuwe regering maar liefst 14 miljard euro besparen in de sociale zekerheid.
Men denkt anderhalf miljard euro te kunnen halen door de bestrijding van fraude. Hoewel de kosten van de fiscale fraude vele malen groter zijn dan die van de zogenaamde sociale fraude, rekent men op 750 miljoen euro voor elk van beide. Uit het verleden weten we bovendien dat dit vaak miljarden zijn, waarvan in de praktijk niets in huis komt.
Zo wil men voor maar liefst twee miljard euro snoeien in de pensioenen. Een kleine drie miljard euro wil men gaan halen door het beperken van de werkloosheid in de tijd en het sanctioneren van langdurig zieken.
Twee miljard euro wordt gevonden door uitkeringen niet langer te laten stijgen met de toegenomen welvaart. Nog eens twee miljard euro wil men besparen door de werkloosheid te beperken in de tijd.
Opvallend is dat men vooral die groepen met het grootste armoederisico viseert
Door het recht op een leefloon voor erkende vluchtelingen af te nemen en het aantal opvangplaatsen te halveren dacht De Wever nog eens anderhalf miljard euro te vinden. Dat het afnemen van het leefloon voor erkende vluchtelingen een schending is van het non-discriminatiebeginsel, daar lijkt geen enkele onderhandelende partij over te zijn gevallen.
Een kleine twee miljard euro moet worden bespaard op de lonen en werkingsmiddelen voor ambtenaren. De gezondheidszorg komt weg met een besparing van zo’n 300 miljoen euro. Hetzelfde bedrag wil men besparen door het ‘activeren’ van langdurig zieken.
Zo’n 500 miljoen euro wil men weghalen bij de vakbonden en de ziekenfondsen. Publieke diensten zoals de NMBS en bpost worden verder afgebroken. De budgetten voor wetenschap en ontwikkelingssamenwerking worden gehalveerd, daar rekent men op de regionale regeringen om dat op te vangen.
Kortom: men zet de hakbijl in de sociale zekerheid en bouwt de publieke diensten verder af. Opvallend is dat men vooral die groepen met het grootste armoederisico viseert: de asielzoekers, de werklozen, de langdurig zieken.
De hele nota ademt een visie op de samenleving die mensen zelf verantwoordelijk houdt voor de situatie waarin ze zich bevinden, en meent hun lot te moeten verbeteren door hen daar ‘streng maar rechtvaardig’ voor te straffen.
Om dat alles verteerbaar te maken, komt er ook een symbolische besparing van zo’n 150 miljoen euro op het politieke bestel zelf.
Besparingen: 14 miljard euro
Pensioenen: 2 miljard euro
Verlaging uitkeringen: 2 miljard euro
Werkzoekenden: 2 miljard euro
Overheid (ambtenaren): 2 miljard euro
Migratie: 1,5 miljard euro
Fiscale fraude: 0,75 miljard euro
Sociale fraude: 0,75 miljard euro
Ontwikkelingssamenwerking: 0,6 miljard euro
Vakbonden en ziekenfondsen: 0;5 miljard euro
Publieke diensten (NMBS, Bpost, enz.): 0,5 miljard euro
Gezondheidszorg: 0,3 miljard euro
Wetenschap: 0,3 miljard euro
Wetenschapsbeleid: 0,2 miljard euro
Politiek zelf: 0,2 miljard euro
Overige: 0,5 miljard euro
Terugverdieneffecten: langer en harder werken voor minder geld
De goede lezer telt 14 miljard euro aan besparingen; zodat er nog steeds een gat van 19 miljard euro overblijft. Daarvoor rekent De Wever op zogenaamde ‘terugverdieneffecten’.
Om dat te realiseren wil De Wever niet enkel de werkzoekenden en langdurig zieken opjagen. Hij wil ook de mogelijkheden om vroeger op pensioen te gaan afbouwen, de lonen blokkeren, het systeem van flexijobs uitbreiden, loonpremies voor nachtarbeid pas laten gelden vanaf 24u (nu is dat vanaf 22 uur), en ga zo maar door.
De redenering gaat ongeveer als volgt: als de regering erin slaagt om ons allemaal langer, harder en flexibeler te doen werken voor minder loon, dan zullen niet enkel meer mensen bijdragen maar zal ook de economie groeien, waardoor de overheid vanzelf meer inkomsten genereert.
Dalende publieke investeringen in combinatie met een tanende koopkracht zou echter ook wel eens voor een negatieve economische spiraal kunnen zorgen. De kans dat de terugverdieneffecten een heel stuk minder gunstig zouden uitvallen dan verwacht, is met andere woorden zeer groot.
De afspraak die hierover gemaakt werd, was dat als een bepaalde hervorming of besparing niet het beoogde resultaat zou opbrengen, in dat bevoegdheidsdomein nieuwe maatregelen worden gezocht. Lees: nieuwe besparingen. Zo zit de spiraal van sociale afbraak als het ware ingebouwd in de nota.
Solidaire tegenstroom
Stel je even voor dat je mag onderhandelen over een regeerakkoord. Wellicht heb je wel een idee over wat je zou willen veranderen in onze samenleving.
Je zou een visie kunnen ontwikkelen over hoe we armoede bestrijden, hoe we ecologischer kunnen gaan leven, racisme en seksisme kunnen bestrijden, werken aan een weg naar vrede en/of ieders mentaal welzijn kunnen verbeteren. Natuurlijk heb je niet alle antwoorden, maar je zou kunnen nadenken over manieren om zo veel mogelijk mensen bij dat project te betrekken.
Wil de solidaire tegenstroom gehoord worden, dan moet ze mobiliseren
Van dat alles is echter nauwelijks sprake in de supernota van De Wever. Wat goed is voor bedrijven is goed voor ons allemaal, dat is het beperkende kader van waaruit die nota geschreven is. Als we zorgen dat zij zo veel mogelijk winst kunnen maken, dan worden we daar uiteindelijk allemaal beter van. En veel verder moet over maatschappelijke problemen niet worden nagedacht, dat doen de bedrijven wel voor ons.
Gelukkig zijn er ook organisaties die op een andere manier naar de samenleving kijken. Vakbonden, milieubewegingen, armoedeorganisaties, de vredesbeweging, feministische en anti-racistische bewegingen, organisaties die opkomen voor mensenrechten, en ga zo maar door. Ook daar heeft men niet noodzakelijk alle antwoorden, maar in die bewegingen zitten wel de kiemen voor een totaal ander project voor onze samenleving. Net daar wil De Wever van af. Met het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan de vakbonden en het weghalen van de werkloosheidsdiensten van de vakbonden naar de overheid, voorziet de supernota ook in methoden om een mogelijke tegenmacht te verzwakken.
De lokale verkiezingen van 2024 worden de eerste verkiezingen in Vlaanderen zonder opkomstplicht.
Maar de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 brengen nog andere bijzonder- en nieuwigheden met zich mee. Politicoloog Herwig Reynaert blikt vooruit en licht de belangrijkste veranderingen toe.
Professor Herwig Reynaert is decaan van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UGent. Hij is ook voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek (CLP), dat onderzoek doet naar verschillende aspecten van lokale politiek.
1. De opkomstplicht verandert in stemrecht
Wat wil dat zeggen?
Tot nu toe was je verplicht om naar de stembus te gaan, met andere woorden: opkomstplicht. Maar je was niet verplicht om te stemmen, want je kon ook blanco stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 wordt dat het stemrecht: je bent nog steeds niet verplicht om te stemmen, maar je bent nu ook niet meer verplicht om effectief naar de stembus te gaan.
Is stemrecht een goed idee?
“Ons land is een van de enige landen waar nog een opkomstplicht gold. Ik ben op zich niet tégen het idee om opkomstplicht te veranderen in stemrecht, op voorwaarde dat een representatieve vertegenwoordiging van de bevolking wel gaat stemmen”, legt professor Reynaert uit. “Uit onderzoek blijkt dat bepaalde bevolkingsgroepen niet meer zullen stemmen. Denk aan laaggeschoolden of mensen uit minderheidsgroepen.”
Welke gevolgen heeft de verandering van opkomstplicht naar stemrecht?
“Politici zullen op een andere manier campagne moeten voeren. Nu moeten ze de kiezer twee keer overtuigen: een keer om naar de stembus te trekken en een keer om op hen te stemmen”, licht de professor toe. “Politici zullen dus overtuigender dan ooit moeten zijn. Vooral dat eerste, om mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.”
2. De populairste politicus krijgt initiatiefrecht
Wie wordt burgemeester?
Vanaf deze gemeenteraadsverkiezingen krijgt de politicus met de meeste stemmen van de grootste lijst het initiatiefrecht om een meerderheid te vormen. Die persoon heeft daar twee weken de tijd voor. Lukt het niet om een coalitie samen te stellen? Dan gaat het initiatiefrecht naar de stemmenkampioen van de tweede grootste lijst. “Die regel is in het leven geroepen om voorakkoorden tegen te gaan”, legt professor Reynaert uit.
Zijn voorakkoorden dan een probleem?
Professor Reynaert: “Ik vind van niet. Het is goed dat partijen met elkaar praten. Het zou pas erg zijn, mochten ze niét met elkaar praten. Bovendien is een voorakkoord enkel een afspraak die je maakt met een geprefereerde partner. In principe zouden politici dat zelfs mogen communiceren. Die transparantie hoeft geen probleem te zijn.”
Hoelang duurt het om een coalitie samen te stellen?
“Op lokaal niveau gaan de onderhandelingen over het algemeen wel snel, zeker als je dat vergelijkt met de hogere niveaus. Je merkt dat ideologie toch minder een rol speelt op het niveau van de gemeenteraad. Bovendien begint de legislatuur van het college van burgemeester en schepenen dit jaar al in december en niet meer in januari zoals voordien. Dat zal de onderhandelingen nog versnellen.”
Politici zullen overtuigender dan ooit moeten zijn. Mensen te overtuigen naar de stembus te trekken, is nieuw voor hen. Ze hebben nog nooit zo rechtstreeks burgers daarvan moeten overtuigen.
3. Lokale politiek lijkt populairder dan ooit
Heel wat nationale kopstukken hebben al aangegeven voluit voor de gemeenteraadsverkiezingen te kiezen en dus niet meer op Vlaams of federaal niveau op te komen. Denk bijvoorbeeld aan Bart Somers (Open Vld) in Mechelen, Björn Rzoska (Groen) in Lokeren, Bart Tommelein (Open Vld) in Oostende. Daardoor lijkt de lokale politiek populairder dan ooit.
Is dat zo?
Professor Reynaert: “Lokale politiek is zeker populair voor politici, maar we moeten dat niet overdrijven. Het is van alle tijden dat politici in hun eigen stad of gemeente iets willen betekenen. Gewezen minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V), oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) en voormalig minister Louis Tobback (Vooruit) zijn ook burgemeester geworden in hun gemeente.”
Vanwaar komt die aantrekking?
“De aantrekkingskracht zit in het feit dat het lokale niveau dicht bij de burgers staat. Wat je als politicus realiseert in je gemeente, is heel concreet en zichtbaar. Op Vlaams of federaal niveau is dat vaak minder zichtbaar en duurt het langer. Je nakomer zal de lintjes mogen knippen. Maar er is vaak ook een strategische reden. Partijen willen lokaal verankerd zijn. Dan is het slim om je populairste politici en dus stemmenkanonnen ook lokaal in te zetten. Ook politici zelf denken na over hun positie. Scoort hun partij niet goed op Vlaams of federaal niveau? Dan is de kans misschien kleiner dat ze een zitje in een parlement bemachtigen en kunnen ze beter de lokale kaart trekken.”
4. Nieuwe herverdeling van lijststemmen
Wat verandert er?
“Je zal wel nog een lijststem kunnen uitbrengen, maar hoe die stemmen nadien verdeeld worden, verandert”, vertelt de professor. “Vroeger was het zo dat de lijststemmen werden verdeeld over de kandidaten die het hoogst op de lijst stonden tot de ‘pot’ van de lijststemmen op was.”
“Maar dat heeft gevolgen: stel dat iemand tweede op de lijst stond, maar het minste aantal voorkeursstemmen behaalde, dan maakte die persoon zo toch kans om verkozen te worden. Nu zal een lijststem een stem voor de partij zijn. Enkel voorkeursstemmen kunnen kandidaten een plek in de gemeenteraad bezorgen.”
Maakt de volgorde van de lijst dan niet meer uit?
“Jawel, de bovenste en onderste plek op een lijst zijn nog steeds de meest interessante plaatsen omdat het oog van de kiezer daar meteen op valt. Het is een illusie om te denken dat lijstvorming door het nieuwe systeem niet meer belangrijk zal zijn.”
5. Het cordon sanitaire kan sneuvelen
“Of het gebroken zal worden, valt nog af te wachten. Het cordon sanitaire is altijd al een punt van discussie geweest naar aanleiding van gemeenteraadsverkiezingen. Die lokale context is anders dan Vlaams of federaal. Lokale partijen en lijsten dragen vaak niet dezelfde naam als hun moederpartij of hebben zich er zelfs volledig van losgescheurd. Daar alleen al wankelt het cordon.”
“Los daarvan doet Vlaams Belang het natuurlijk goed in de peilingen. Het kan ook zijn dat Vlaams Belang in een gemeente een absolute meerderheid heeft. Dan doorbreekt de kiezer het cordon sanitaire en zullen ze besturen.” Bron: UGent
Bij de lokale en provinciale verkiezingen op zondag 13 oktober zijn er een aantal nieuwigheden tegenover de vorige verkiezingen. We zetten ze even op een rij:
De afschaffing van de opkomstplicht
Kiezers zijn niet meer verplicht om te gaan stemmen voor de lokale en provinciale verkiezingen van 13 oktober 2024. Iedere kiesgerechtigde krijgt een uitnodigingsbrief (in plaats van een oproepingsbrief) om hun stem al dan niet uit te brengen in het stemhokje.
De afschaffing van de invloed van de lijststem op het aanwijzen van verkozenen binnen een lijst.
Kiezers kunnen stemmen op individuele kandidaten, maar kunnen ook hun stem aan een lijst geven. Dat laatste is de lijststem. De lijststem blijft bestaan, maar zal geen invloed meer hebben op de aanwijzing van verkozenen. Ze tellen dus niet meer mee bij de aanwijzing van de verkozenen. De kandidaten zullen verkozen worden in de volgorde van het aantal voorkeurstemmen dat ze hebben behaald.
Vroeger werden lijststemmen overgedragen naar de kandidaten, in volgorde van hun rangorde op de kandidatenlijst. De kandidaten die bovenaan de lijst stonden, konden zo gebruik maken van de lijststemmen om verkozen te geraken. Die overdracht van lijststemmen wordt afgeschaft.
Kandidaat met meeste naamstemmen van de grootste fractie van de coalitie wordt benoemd als burgermeester
Deze regel is er gekomen om de betrokkenheid en stemgewicht van kiezer te vergroten en dus ook impact van kiezer op lokaal beleid. De verkozene met de meeste naamstemmen van de grootste coalitiefractie, wordt de burgemeester. Wil die persoon de ambt niet opnemen, dan gaat het naar degene met de tweede meeste naamstemmen van de grootste coalitiefractie.
De invoering van een tijdelijk en exclusief initiatiefrecht om een meerderheidscoalitie te vormen voor de stemmenkampioen van de grootste lijst
Na de gemeenteraadsverkiezingen krijgen de verkozenen in afnemende volgorde van lijstgrootte een initiatiefrecht toegekend, waarmee ze een meerderheid kunnen vormen. Het initiatiefrecht komt eerst toe aan de verkozene met het meeste naamstemmen van de grootste lijst. Die verkozene krijgt 14 dagen de tijd om een meerderheid te vormen. Die termijn start de dag die volgt op de dagtekening van het proces-verbaal van de verkiezingen.
De resultaten van de verkiezingen zullen niet enkel op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn. Vanaf 2024 kennen we de specifieke resultaten op het niveau van bepaalde deelgebieden (zoals wijken, dorpen of deelgemeenten) binnen de gemeente. Zo zien we het stemgedrag binnen die deelgebieden. Deze resultaten publiceert het ABB enkele dagen na de verkiezingen.
Als een kiezer twee keer heeft gezeteld als bijzitter in een stem- of telbureau, dan heeft die het recht om vrijstelling aan te vragen om nog eens te zetelen als bijzitter. Vanaf verkiezingen van 9 juni 2024 registreert het ABB wie in een stem- of telbureau als bijzitter heeft gezeteld. Vanaf 9 juni 2024 beginnen we dus met tellen en vrijstelling kan dus pas aangevraagd worden voor verkiezingen na oktober 2024 (eerste registratie op 9 juni 2024, tweede registratie kan dan op 13 oktober 2024: daarna kan dus iemand gebruik maken van recht op vrijstelling). Vrijstelling is enkel om te zetelen als bijzitter, niet als voorzitter of secretaris. Stemadvies Neutr-On: stem NIET op corrupte partijen of gemeenteraadsleden.
De Senaat is officieel gestart met de eedaflegging van de senatoren. Hoewel verschillende partijen (al lang) pleiten om de kamer van het federale parlement af te schaffen, bestaan mogelijkheden om die opnieuw relevant te maken. Dat zegt Patricia Popelier, professor Grondwettelijk Recht aan de Universiteit Antwerpen.
Heeft de Senaat nog nut? Dat is de vraag die veel Belgische politici zich stellen. “De Senaat is altijd al controversieel geweest”, zegt Patricia Popelier in onze dagelijkse podcast Het Kwartier. De Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers vormen samen de twee kamers van het federaal parlement.
Na de onafhankelijkheid van België (1830) is een jaar later gekozen voor een tweekamerstelsel, met de Kamer en de Senaat. “Daar zijn veel discussies aan voorafgegaan.”
De geschiedenis van de Senaat
De Senaat werd in 1831 opgericht als brug tussen de Kamer en de koning. “De Kamer moest centraal staan, om de macht bij de koning weg te nemen. Om jonge progressieve mannen daar in toom te houden, hebben ze de Senaat opgericht. Daarin zaten dan vooral oudere, wijzere mannen, die wetsvoorstellen konden tegenhouden.”
Door de jaren heen evolueerde België tot een meer democratisch land, waarbij meer mensen stemrecht kregen. “Dat vormde een probleem voor de Senaat, want het zou wettelijk niet meer mogelijk zijn om wetten tegen te houden. Stelselmatig hebben ze dan de voorwaarden aangepast om senatoren te kiezen.”
Die voorwaarden werden zo vaak aangepast, dat na verloop van tijd de Kamer en de Senaat bijna dezelfde functies hadden. “Met tot gevolg dat de Senaat geen nuttige taken meer had en dat bepaalde beslissingen alleen maar werden opgehouden door dat orgaan.”
In 1994 volgde een oplossing die we vandaag nog kennen. “Ons land keek toen naar andere federale staten om te bekijken hoe zij het probleem rond de Senaat hadden opgelost. In die landen vertegenwoordigt de Senaat niet het hele volk, maar wel de verschillende deelstaten.”
Die structuur wou ook ons land hanteren. “Maar in het begin werd dat maar halfslachtig doorgevoerd. Het was zeer complex, waar niemand tevreden over was. Uiteindelijk hebben ze er in 2011 (na de zesde staatshervorming, red.) een echte deelstaten-Senaat van gemaakt, met alle gewesten en gemeenschappen. Maar het politieke orgaan kreeg nauwelijks bevoegdheden.”
Hoe ziet de Senaat er nu uit?
Sinds de verkiezingen van 2014, de eerste na de zesde staatshervorming, kiezen we niet meer rechtstreeks wie in de Senaat mag gaan zitten. Het zijn de parlementen van de deelstaten in ons land die 50 van hun leden afvaardigen naar de Senaat:
29 senatoren worden aangeduid door het Vlaams Parlement en de Nederlandse taalgroep van het Brussels Parlement
Er zijn ook 20 Franstalige senatoren: 10 aangeduid door het parlement van de Franse gemeenschap, 8 komen uit het parlement van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van het Brussels Parlement duidt nog eens 2 senatoren aan. Het Parlement van Duitstalige Gemeenschap vaardigt ten slotte 1 parlementslid af naar de Senaat.
Met andere woorden: de Senaat is een ontmoetingsplaats voor de verschillende deelstaten in ons land, via de 50 deelstaatsenatoren. Daar komen nog eens 10 gecoöpteerde senatoren bij die door hun partij worden aangeduid. Ze komen 10 keer per jaar samen.
Op dit moment is de Senaat alleen bevoegd voor grondwetsherzieningen en bijzondere wetten over de structuur van de federale staat. “Er zijn dus nog maar weinig nuttige functies voor de senatoren”, aldus Popelier. “Alleen als er echt zaken veranderen aan ons systeem, wordt de Senaat ingeschakeld.”
Dan rijst de vraag of de Senaat niet te veel kosten met zich meebrengt? “Dat gaat niet over bedragen waar ze de begroting mee kunnen redden. Maar er zijn uiteraard wel kosten, zoals dat van het gebouw en het personeel. Wat brengt dat nog op? Als het nog nauwelijks operationeel is, kan je het dan niet beter opdoeken?” Die vraag stellen ook veel politici. Bijna alle partijen zijn duidelijk voorstander om de Senaat af te schaffen. Toch zijn er nog wel alternatieven
De toekomst van de Senaat
De meest voor de hand liggende optie is om er een echte deelstatensenaat met bevoegdheden van te maken, zoals in andere federale staten. “Je kan dan als deelstaten samenwerken en collectief een standpunt innemen over bepaalde wetten.”
Zo’n Senaat zou efficiënter kunnen werken dan dat alle deelstaten apart hun mening uitspreken over een wetsvoorstel. “Kijk naar het handelsakkoord (CETA) tussen de EU en Canada. De Senaat mocht daar niet over stemmen en dus moesten de deelstaten zelf beslissen en gaf het Waalse Gewest eerst zijn veto.”
Ook bij de Natuurherstelwet stemde Vlaanderen tegen en moest ons land zich onthouden over het wetsvoorstel van de Europese Unie. “Een Senaat kan verschillende gebieden bij elkaar brengen en samen onderhandelen over een standpunt.”
Voor een andere mogelijkheid kijkt Populier naar collega David Van Reybrouck. “Je kan er ook een Senaat van maken met burgerparticipatie. Veel academici denken daarover na. Al ben ik niet volledig voorstander van dat idee.
De Senaat komt op het einde van een wetgevingsprocedure, terwijl een participatie vroeger in dat proces aan bod moet komen.” Het is nog maar de vraag of er de komende maanden echt een beslissing komt over het voortbestaan van de Senaat en of er nog wel een toekomst is voor het politieke orgaan. “Als je naar een confederaal systeem wil gaan zoals de N-VA wil doen, dan is een overlegorgaan zoals dat van de Senaat overbodig en moet je het afschaffen. Al zal elke deelstaat dan wel uit eigen belang een veto kunnen stellen.”
Anderhalve maand na het begin van de Vlaamse regeringsonderhandelingen tussen de N-VA, Vooruit en de CD&V beginnen de relaties te verzuren. De partij van Sammy Mahdi (CD&V) voelt zich ideologisch zwaar bedreigd door ‘etatisten’ als Conner Rousseau (Vooruit). ‘Het gaat echt niet goed.’
‘Wij staan voor vertrouwen in plaats van voor een grote overheid die de burger wantrouwt.’ Zo legt een CD&V-onderhandelaar de vinger op de wonde bij de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Naarmate die vorderen, zijn er steeds duidelijker twee ideologische kampen te onderscheiden. In zekere zin speelt de links-rechtsas een rol, maar bovenal de visie op de rol van de overheid.
‘Ja, ik ben een etatist’, beaamde Vooruit-voorzitter Conner Rousseau begin juli in Knack. Hoewel de formatie toen al een tijdje bezig was, schuwde de socialist de confrontatie met de CD&V niet. ‘Het paternalistische idee van de CD&V is om over ieder kopje een beetje geld te strooien in de hoop dat alles opgelost raakt.’ Om te besluiten met: ‘Het CD&V-model faalt.’
Nu, weken later, lijken de relaties wat verzuurd. Verschillende indiscreties uit meerdere werkgroepen leggen een alliantie bloot tussen de N-VA, de partij van formateur Matthias Diependaele, en Vooruit.
Stilaan begint de vraag te rijzen: wat kan de CD&V uit de brand slepen in de nieuwe Vlaamse regering?
Op het vlak van onderwijs zien beide partijen kansen om maaltijden op school – hét breekpunt van Vooruit – in te voeren voor wie het nodig heeft. Daarbij wordt gedacht aan het inzetten van de schooltoeslag – en zelfs de sociale toeslag – van het Groeipakket, het vroegere kindergeld.
Ouders die geen interesse tonen om Nederlands te leren, zouden via die geldsommen ook gestraft kunnen worden. Scholen waarvan de leerlingen ondermaats presteren, zouden ‘onder curatele’ geplaatst kunnen worden. Zulke ingrepen van overheidswege ziet de CD&V niet graag gebeuren.
Los van de inhoud van de onderhandelingen kwam Conner Rousseau afgelopen week met een ezelsstamp op sociale media. In een vraag-en-antwoordsessie met zijn aanhang op Instagram vertrouwde de socialist hen toe dat hij niet gelooft in het vrije onderwijs. ‘Dat staat alles in de weg en kost onnodig veel geld. Zeer inefficiënt. Ik ben voor onderwijs door de overheid, niet door de kerk of de moskee.’
Een affront voor de CD&V, de partij die zeer dicht staat bij de belangrijkste speler in dat vrije onderwijs: het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Bovendien stelt Rousseau en passant artikel 24 van de Grondwet (‘Het onderwijs is vrij’), een mijlpaal in de Belgische geschiedenis, ter discussie – ook al beklemtoonde Rousseau het voorstel niet op tafel te zullen leggen.
Verplichte fusies
Bovendien is er ook onrust bij de ziekenfondsen en zorginstellingen, die van oudsher verbonden zijn met de CD&V. Een voorstel dat circuleert in de Vlaamse onderhandelingen: de overheid zou voortaan meer te zeggen krijgen over de uitbetaling van het kindergeld en de zorgbudgetten, vandaag een taak voor de ziekenfondsen. ‘Maar als we alles via de staat organiseren,’ zegt een CD&V’er, ‘dan wordt het onbetaalbaar. Bovendien zou het de kwaliteit niet ten goede komen.’
En dan hebben we het nog niet gehad over de afschaffing van de provincies, die gekoppeld wordt aan de gemeentefusies – twee zeer gevoelige punten voor de christendemocraten.
De CD&V zit in een lastige positie. De partij behaalde haar slechtste verkiezingsresultaat ooit, maar scoorde beter dan sommigen hadden verwacht. Op de avond van 9 juni wees voorzitter Mahdi vooral op die goede vibe, maar uiteindelijk tellen de zetels. En met samen 49 zetels overvleugelen de N-VA en Vooruit de 16 zetels van de CD&V. Rousseau en Bart De Wever (N-VA) willen Vlaanderen hertekenen en zien de CD&V als een obstakel dat het status quo garandeert. Anderzijds is de CD&V incontournable, men kan hen niet inruilen voor de Open VLD of Groen. Dat versterkt Mahdi’s positie.
‘Het gaat echt niet goed’, zegt een onderhandelaar.
Wordt de Vlaamse formatie dan alsnog moeilijker dan de federale? De drie existentiële beleidsdomeinen voor de CD&V bevinden zich nu eenmaal op het Vlaamse niveau. Onderwijs, Welzijn en Landbouw zitten in het DNA van de Vlaamse christendemocratie. De ministerportefeuille Landbouw zal ze mogen behouden, maar Vooruit (Caroline Gennez) en de N-VA (Zuhal Demir) dingen respectievelijk naar de posten Onderwijs en Welzijn.
Stilaan begint de vraag te rijzen: wat kan de CD&V uit de brand slepen in de nieuwe Vlaamse regering? Is ze er enkel bij om ‘erger te voorkomen’? Of kan ze met voldoende zelfvertrouwen haar schouders zetten onder een regering-Diependaele?
De andere partijen vinden dat ‘het gespin’ van de CD&V over hun etatisme moet ophouden. Ze vermoeden dat de CD&V haar bevriende middenveldorganisaties instrumentaliseert om in de onderhandelingen meer uit de brand te slepen. De CD&V ontkent dat en zegt ‘niet getrouwd te zijn’ met die organisaties.
Vakantie
Wat het budget betreft, is de Vlaamse formatie in ieder geval makkelijker dan de federale. Terwijl federaal formateur Bart De Wever de komende jaren 28 miljard euro moet zien te vinden, is de inspanning op het Vlaamse niveau draaglijker. De discussies gaan vooral over wannéér de begroting in evenwicht moet zijn. De N-VA mikt op 2027, de andere partijen stellen zich coulanter op. Bovendien zitten er federaal vijf partijen aan tafel, tegenover drie op het Vlaamse niveau. Vlaanderen heeft ook geen last van de communautaire dimensie.
Hoe dan ook, de Vlaamse en de federale formatiegesprekken staan niet volledig los van elkaar. Meerdere onderhandelaars, ook de sherpa’s, bestrijken beide niveaus. Het is niet ondenkbaar dat deals op het ene niveau gekoppeld worden aan akkoorden op het andere. Zulke formules kunnen stroeve onderhandelingen smeren. De harde noten volgen pas na het weekje vakantie dat alle onderhandelaars zichzelf hebben gegund. De belangrijkste knelpunten – en dat zijn er heel wat – zijn niet beslecht in werkgroepen, maar werden doorgeschoven naar de centrale onderhandelaars, de voorzitters dus. Dat is dus voor na 11 augustus. Niet te vergeten: de politici hebben net een verkiezingscampagne achter de rug en gingen daarna – zeker op het federale niveau redelijk onverwacht – snel aan het onderhandelen. Bovendien zitten ze met hun hoofd stilaan bij de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober. Voor veel politici aan tafel staat een burgemeesterssjerp op het spel. Hoe dichter de gemeenteraadsverkiezingen komen, hoe verlammender die stembusgang zal werken op de Vlaamse (en federale) onderhandelaars.
Deze week lekte de sneuvelnota van formateur Bart De Wever (N-VA) uit, met als rode draad een hele reeks hervormingen, vooral op de arbeidsmarkt en in de pensioenen. Een opvallend verschil met de nota’s bij vorige formaties is de afwezigheid van een waslijst aan nieuwe belastingen. Al is de kans groot dat die na de zomerpauze toch opduiken in een volgend document.
De formatiegesprekken over de vorming van een Vlaamse en federale regering worden een goede week on hold gezet. Het is de bedoeling om na die vakantiepauze een versnelling hoger te schakelen. De formatiegesprekken verlopen trager dan verwacht. Waarbij het voor een keer geen spanningen tussen Vlaamse en Franstalige partijen zijn die tot vertraging leiden. Het gaat vooral om een wantrouwen tussen cd&v en Vooruit op Vlaams niveau en de ongemakkelijke positie van de Vlaamse socialisten in een federale regering die naar centrumrechts neigt.
De passages van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau op sociale media zijn niet bevorderlijk voor het onderhandelingsklimaat, om het zacht uit te drukken. “Ik zit met enorm veel twijfel”, aldus Rousseau op zijn Instagram-profiel. Een manier om anno 2024 druk te zetten op de andere coalitiepartners?
Wat de Vlaamse onderhandelingen betreft, hebben N-VA en Vooruit elkaar gevonden in hun kritiek op de machtige middenveldorganisaties, wat gevoelig ligt bij cd&v. Rousseau ging deze week zelfs zeer ver door in een vraag-en-antwoorddebat op Instagram te pleiten voor één onderwijskoepel die door de overheid wordt beheerd. Kortom, het einde van de vrijheid van onderwijs. Dat zal bij cd&v slecht gevallen zijn.
En ook al benadrukte Rousseau dat het hier gewoon om een partijstandpunt ging en niet om een thema dat op de regeringstafel lag, het doet vragen rijzen over de ernst waarmee de Vlaamse socialisten aan tafel zitten. Om een einde te maken aan de vrijheid van onderwijs is een tweederdemeerderheid en dus een grondwetsherziening nodig. Is er dan niemand op de Vooruit-studiedienst die dat weet?
Geen probleem met beperking werkloosheidsuitkeringen
Aan de federale onderhandelingstafel schuifelen de Vlaamse socialisten ook nog altijd ongemakkelijk op hun stoel. De sneuvelnota of ‘supernota’ van formateur Bart De Wever bevat een aantal hervormingen zoals een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd (maximaal twee jaar) en strengere regels om het legioen van de 500.000 langdurig zieken te doen krimpen. Ten slotte zette uittredend minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) een aantal stappen in die richting.
Maar wat met enkel een indexering van de nettolonen, wat tot minder sociale bijdragen zal leiden? Of een andere berekening van de index, zonder de volatiele aardgasprijzen, wat het automatische indexeringsmechanisme verder uitholt? Dat ligt gevoelig voor Vooruit. Net als strengere loopbaanvoorwaarden voor het pensioen. Om nog maar te zwijgen over het voorstel om de werkloosheidsuitkeringen niet langer door de vakbonden te laten uitbetalen en de invloed van de ziekenfondsen in te perken.
Nota De Wever hanteert een oude PS-truc
Eigenlijk is de nota een N-VA-document dat te veel naar rechts neigt, is de kritiek van Conner Rousseau. Ook cd&v vindt die te weinig evenwichtig, onder meer omdat er amper sprake is van nieuwe of hogere belastingen. De sanering van de begroting (een operatie van 28 miljard euro) moet volgens Bart De Wever voor de helft via besparingen en voor de helft via hervormingen gebeuren.
Wie echter beweert dat de nota van De Wever niet evenwichtig is, heeft een kort geheugen of mist historisch perspectief. In het verleden was het de gewoonte dat de partij die de leiding nam bij de formatie met een of meer sneuvelnota’s kwam die sterk geïnspireerd waren door het eigen programma. Daar werd dan een reeks moeilijke thema’s of hervormingen in geschrapt, om uiteindelijk tot een compromis te komen.
Het is een aanpak die voor de PS – de periode 2014-2019 uitgezonderd – zeer succesvol is gebleken. De Franstalige socialisten kwamen met een waslijst aan nieuwe belastingen. Daar werd een aantal van geschrapt, na fors onderhandelen. De Vlaamse liberalen van Open Vld stapten dan naar de achterban met de boodschap dat de fiscale druk wel zou stijgen, maar dat zij erger hadden voorkomen. Een aanpak die Open Vld electoraal weinig heeft opgeleverd. De PS kon dan weer uitpakken met een aantal fiscale trofeeën.
De Wever hanteert hier dus een oude PS-truc. De lat zeer hoog leggen, deze keer met een hele waslijst aan hervormingen. Als er daar een aantal van wegvallen tijdens de finale onderhandelingen, blijft er toch nog een relevant pakket over. Daar zet de formateur ook op in: een langer traject dan vier jaar om de begroting te saneren. Wat betekent zes à zeven jaar, maar gekoppeld aan verregaande hervormingen. Dat moet de Europese Commissie gunstig stemmen.
Fiscale hervorming blijft onvermijdelijk
Dat er, afgezien van wat verschuivingen in de btw-tarieven, in de sneuvelnota geen sprake is van een echte fiscale hervorming, laat staan van nieuwe of hogere belastingen om het begrotingstekort te doen dalen, is opvallend en weinig realistisch.
Wanneer het na 15 augustus letterlijk en figuurlijk money time wordt, zal er moeten worden gepraat over een hogere btw als compensatie voor lagere lasten op arbeid. Dat wordt een onderdeel van een onvermijdelijke fiscale hervorming.
En ook de vermogensfiscaliteit zal dan op tafel komen. Niet alleen een stroomlijning van de verschillende tarieven dient zich aan, net als een beperking van de uitzonderingsregimes.
Daarnaast lijkt een aantal hogere vermogenswinstbelastingen, zoals een aangepast tarief van de effectentaks, onvermijdelijk. Want alleen met besparingen en hervormingen is een budgettaire sanering van 28 miljard euro vrijwel onmogelijk.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.