Stakingswaarschuwingen

Stakingswaarschuwingen

De socialistische vakbond ABVV organiseerde op 1 december werkonderbrekingen in bedrijven,  over heel het land,  om het stakingsrecht te verdedigen. Op 10 december volgen nog eens symbolische acties.   De acties komen er na de veroordeling van zeventien ABVV-vakbondsleden  voor de rechtbank in Luik, voor kwaadwillige belemmering van het verkeer bij een staking. De vakbondsafgevaardigden blokkeerden de snelweg E40 in het Luikse Cheratte tijdens een staking op 19 oktober 2015. ‘Deze beslissing is een zeer zware aantasting van het stakingsrecht en bedreigt alle sociale bewegingen en elke persoon die deelneemt aan een protestactie in de openbare ruimte’, zo staat op de website van de Algemene Centrale van het ABVV. ‘Staken is een recht. Als justitie ons verhindert om dit recht uit te oefenen, doodt ze het stakingsrecht.’   De socialistische vakbond herhaalde  nogmaals  dat hij in beroep zal gaan tegen het vonnis.   Met de actie van 1 december verdedigt de socialistische vakbond eigenlijk een misdrijf,  zeggen de bedrijfsleiders Het ABVV ziet dat anders. Het beschouwt een wegblokkade als een essentieel onderdeel van het stakingsrecht. Dat klopt natuurlijk niet. In het verleden hebben bedrijven met succes gerechtelijke stappen ondernomen, toen hele bedrijventerreinen werden afgesloten wegens een sociaal conflict in één onderneming.   Volgens Alain Mouton, redacteur bij Trends, verdedigt het ABVV daarmee een misdrijf. Het is trouwens maar de vraag of deze actie de gepaste reactie is op een vonnis. Kunnen de werkgevers het ABVV nog als een normale sociale partner beschouwen? De recente looneisen van socialistische vakbonden, op een moment dat veel bedrijven vechten om te overleven, konden nog beschouwd worden als een deel van de campagne voor de sociale verkiezingen. Dit is van een andere orde.   Daar komt nog bij dat het ABVV de steun kreeg van een aantal PS-kopstukken, zoals van Kamer-fractievoorzitter Ahmed Laaouej. Dat belooft voor de regering De Croo. De Franstalige socialisten kijken bij het fietsen nog altijd achterom naar de socialistische vakbond. Wat als ze de druk op de federale regering blijven opvoeren? De actie van 1 december is immers geen eenmalig feit. Op 10 december volgt een nieuwe actiedag.   Waarom deze acties? Wat besliste de rechter? Een gevangenisstraf met uitstel voor 17 vakbondsleden van het ABVV omdat ze tijdens een nationale stakingsdag aansloten bij een wegversperring. Een vonnis dat alle sociale bewegingen bedreigt en elke persoon die deelneemt aan een protestactie in de openbare ruimte.    Al 5 jaar worden het ABVV, zijn militanten en zijn actiemiddelen met verbetenheid achternagezeten door het gerecht. Het vonnis van 23 november 2020 door de correctionele rechtbank van Luik is een politiek vonnis.   Er is eerder al geprobeerd om hen verantwoordelijk te stellen voor een overlijden in een ziekenhuis in de regio van Luik onder het voorwendsel dat een ziekenwagen door de stakingsactie zou zijn opgehouden. De raadkamer sprak een buitenvervolgingstelling uit.   Uiteindelijk was het enkel hun aanwezigheid ter plaatse – lang na het begin van het versperren van de weg – waarvoor ze zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van 15 dagen tot een maand met uitstel. Daartoe heeft het gerecht de notie ‘kwaadwillige belemmering van het verkeer’ specifiek aangepast.   Volgens ABVV is deze beslissing is een zeer zware aantasting van het stakingsrecht en bedreigt alle sociale bewegingen en elke persoon die deelneemt aan een protestactie in de openbare ruimte.   10 december: op de Internationale Dag van de Mensenrechten tekent het ABVV tegen de beslissing beroep aan en organiseert overal in het land symbolische acties om het stakingsrecht te verdedigen.   Wat is het standpunt van Neutr-On?   Neutr-On is TEGEN deze vorm van agressie,  de stakers hadden de dokter door moeten laten, maar
wat gaat de rechter doen?

Volgens de rechtspraak moet er een causaal verband zijn tussen een fout en de gevolgen ervan, de schade, en dat zal hier moeilijk aan te tonen zijn:

Er moet een causaal of oorzakelijk verband bestaan tussen de fout en de schade. M.a.w.: zonder de fout zou de schade niet veroorzaakt zijn. Om dit criterium na te gaan, denkt men de foutieve gedraging weg. Zou de schade, in dezelfde denkbeeldige situatie zonder de fout, nog steeds veroorzaakt zijn, dan bestaat er tussen de fout en de schade géén causaal verband. Zou in diezelfde denkbeeldige situatie waarbij men de fout wegdenkt, de schade niét meer veroorzaakt zijn, dan is er wel degelijk een causaal of oorzakelijk verband tussen de fout en de schade.

Volgens Neutr-On is er geen bewijs dat de patiënt in leven had gebleven als de dokter op tijd was gekomen.  Zoals je weet is er ook volgend gezegde: operatie geslaagd, patiënt overleden.   Lees hier een standpunt van Valerie Van Peel
Reaffectaties en falend beleid

Reaffectaties en falend beleid

Het Vlaams Onderwijs duwt jonge leerkrachten naar de uitgang. Honderden leerkrachten kregen dit schooljaar al te horen dat ze hun job verliezen omdat ze plaats moeten maken voor een vastbenoemde collega uit een andere school. Directeurs luiden de alarmbel. ‘Dit is falend onderwijsbeleid.’   Een leerkracht die 32 jaar het vak bouw gaf, moet plots met drones vliegen in de eerste graad STEM. Een beheerder van een internaat wordt gedwongen om na 30 jaar opnieuw kleuteronderwijzer te worden. Een leerkracht LO uit het aso komt plots voor jongeren met een hechtingsproblematiek in het buitengewoon onderwijs te staan. Een seksuologe moet ineens het vak medische pedicure geven. Meer dan honderd directeurs trekken in een open brief aan de alarmbel. De maat is vol, vinden ze. Er zijn te veel zulke hallucinante verhalen in het onderwijs.   Wat loopt er precies mis? Vast­benoemde leerkrachten die bij de start van het schooljaar niet (volledig) in de personeelspuzzel passen, krijgen sinds jaar en dag een andere opdracht toegewezen. In eerste instantie gebeurt dat door hun scholengemeenschap. Lukte dat niet, dan mocht de school de voorbije jaren de extra uren van die leerkracht vrij besteden. Sinds 1 september is dat niet meer zo. Een Vlaamse reaffectatiecommisie kan sindsdien opdrachten toewijzen. Tot 60 kilometer van de school en niet noodzakelijk met dezelfde inhoud.   ‘Dit is een kwestie van goed huisvaderschap’, oordeelt minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). ‘Personeelsleden die voltijds betaald worden, worden ook voltijds aan het werk gezet.’ Hoe eenvoudig dat principe ook klinkt, de uitwerking laat te wensen over. ‘Zowel voor het personeelslid, de school, kinderen, ouders en directeur is dit vaak een drama’, zegt Peter Pollefoort, directeur van het IMB in Brugge. Vorige week kreeg hij een aangetekende brief. Hij zou een praktijkleerkracht krijgen om het theoretische pakket in de opleiding verzorging te geven. ‘We moeten daardoor een jonge master ­psychologie wegduwen.’   De situatie wekt veel ergernis op. ‘Hoe moeten wij jonge mensen motiveren voor het onderwijs? Wat zijn onze inspanningen voor starters waard, als op 5 december, na 13 weken in het schooljaar, een personeelslid haar opdracht kan verliezen en als een schaakpion verschoven wordt?’ Ook voor de gereaffecteerde leerkracht is het vaak geen pretje. ‘Sommigen moeten plots op drie scholen gaan lesgeven, versnipperd en telkens op 40 kilometer van elkaar’, zegt Pollefoort.   ‘Het is een slag in ons gezicht’, zegt Arnold Callay, directeur van het PTS in Boom. Eind oktober kreeg hij een brief: hij kreeg een gereaffecteerde leerkracht in dienst. ‘Dan moet je aan een jonge, creatieve 23-jarige leerkracht zeggen dat hij niet langer welkom is.’ Kafkaiaanse toestanden, noemt de directeur het. ‘Ik heb een halfjaar gezocht naar dit profiel. Je probeert als school een moderne, nieuwe STEM-richting op te zetten. En dan krijg je iemand geboren in 1961 met 30 jaar ervaring in de bouwrichting. Ondanks alle goede wil van die persoon, is dat de meest slechte match. Dat is een domper.’   De minister liet eerder weten dat de heropening van de Vlaamse ­reaffectatiecommissie (ze is niet nieuw) het lerarentekort moet helpen aan te pakken, ‘door zo veel mogelijk leraren voor de klas te krijgen’. Het moet een win-win worden, want de minister wil zo ook 12 miljoen euro besparen, blijkt uit de meerjarenraming.   De honderd directeurs zijn allesbehalve overtuigd. ‘Dit is nefast voor onze werking’, zegt Annelore Delbecque van de Brugse school Element. Ze kreeg de voorbije maand twee gereaffecteerde leerkrachten op de school. ‘Er is zelfs geen sollicitatiegesprek. We moeten gewoon plaats maken.’ Het personeelsverloop is een ramp voor haar leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Pollefoort is nog scherper. ‘Dit is falend onderwijsbeleid.’ Vooral jonge – en vaak technische – profielen worden zo uit het onderwijs geduwd. Want wie er een vastbenoemde leerkracht bij krijgt, moet anderen laten gaan. Door het systeem van de vaste benoeming worden de nieuwste – en vaak jongste – leerkrachten het eerst gewipt. Het gaat vooral om leraren met minder dan twee jaar anciënniteit. In 2018 kregen er zo’n kleine 400 leerkrachten een reaffectatie. Volgens inschattingen van de directies is dat sindsdien alleen maar toegenomen.   ‘Het is hoog tijd dat deze beerput opengetrokken wordt’, zegt directeur Hans Martens van de Academie in Mechelen. Hij moet dit schooljaar vier jonge, gedreven leerkrachten aan de deur zetten. Ook een van de overgeplaatste vastbenoemde leerkrachten schrok zich een ongeluk: na jarenlang docent goudsmid in het volwassenonderwijs geweest te zijn, moet ze plots beeldende kunst aan kinderen geven. Op zaterdag- en zondagvoormiddag.    ‘Wat een onzin is het om in deze fase van het schooljaar met mensen en scholen te gaan leuren. Leerkrachten zijn geen nummers’, zegt Pollefoort. Volgens de directeurs moet de Vlaamse reaffectatiecommissie tijdelijk opgeschort worden.   Katholiek Onderwijs Vlaanderen, de grootste onderwijskoepel, deelt hun bezorgdheden. ‘We hadden er op voorhand op gewezen dat dit kon gebeuren’, zegt woordvoerder Pieter-Jan Crombez. ‘We hopen dat de minister hier gehoor aan geeft.’ Ook het GO! betreurt de neveneffecten van de regeling.   Dat het onderwijs nu openlijk worstelt met vaste benoemingen, is ironisch. Weyts zal vanaf juli 2021 leerkrachten sneller benoemen. ‘Het is waar dat leerkrachten zonder vaste benoeming soms de dupe zijn van een reaffectatie’, reageert hij. ‘Ook daarom maak ik werk van sneller uitzicht op een vaste benoeming, zodat we jonge leerkrachten sneller aan ons onderwijs binden.’ Het valt te vrezen dat dat het probleem met de reaffectaties alleen maar groter zal ­maken.
Eindtermen onder druk

Eindtermen onder druk

De Vlaamse sociale partners dringen bij de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement aan om snel knopen door te hakken over de eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs. Het is vijf over twaalf, zegt de SERV , ‘elke vertraging dreigt de modernisering van het secundair onderwijs in het gedrang te brengen’.   Vorige week raakte bekend dat de Raad van State ‘ernstige bedenkingen’ heeft over de eindtermen voor de tweede en derde graad. In zijn advies zegt de Raad dat ‘er ernstige twijfels rijzen of de omvang en de gedetailleerdheid van de (…) eindtermen en onderwijsdoelen voor de onderwijsverstrekkers voldoende ruimte laten om de doelstellingen van het eigen pedagogische project te verwezenlijken’. Eerder hadden al het katholiek onderwijs en de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) laten weten dat ze twijfels hebben bij de haalbaarheid van de eindtermen. De eindtermen moeten starten op 1 september 2021 en voor die tijd moeten nog leerplannen goedgekeurd en handboeken ontwikkeld worden.   De Vlaamse sociale partners vragen aan de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement om snel te beslissen en te behouden wat werd beslist. ‘De eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs die nu voorliggen, hebben een lange bergrit achter de rug. Willen we de eindmeet van 1 september 2021 halen dan mag het tempo niet zakken. De modernisering van het secundair onderwijs en de brede en toekomstgerichte vorming van onze jongeren dreigen anders als verliezers aan te komen’, zegt Danny Van Assche, voorzitter van de SERV. De SERV vraagt om te behouden wat werd beslist. ‘De nieuwe eindtermen die nu op tafel liggen, zijn er gekomen na lang overleg met de onderwijspartners en rekening houdend met de adviezen van SERV en Vlor.’
50% leerlingen heeft achterstand

50% leerlingen heeft achterstand

Ongeveer de helft van de leerlingen in het Gemeenschapsonderwijs is dit schooljaar met een zekere mate van leerachterstand begonnen. Ongeveer de helft van de leerlingen kampt met leerachterstand. Dat blijkt uit een interne bevraging van het GO! die De Morgen kon inkijken. Leerkrachten vrezen dat ze het lesprogramma dit schooljaar niet meer rondkrijgen.   Hoeveel achterstand liepen leerlingen op door corona? Het is moeilijk in cijfers uit te drukken. Om toch enigszins een beeld te krijgen, bevroeg het Gemeenschapsonderwijs (GO!) bijna 350 scholen. Het gaat dus om een zelfrapportage van de school-teams, die dagelijks met de kinderen werken.   Zo blijkt dat ongeveer de helft van de leerlingen dit schooljaar begon met een zekere mate van leerachterstand. In het gewoon basisonderwijs schatten leerkrachten die achterstand bij bijna een op de vier van de leerlingen groot tot zeer groot in. In het gewoon secundair is dat bij een op de vijf leerlingen het geval. De situatie is nog ernstiger in het buitengewoon onderwijs: in het basisonderwijs gaat het om een grote tot zeer grote achterstand bij liefst twee op de drie leerlingen; in het secundair om een op de vier.   Het GO! ziet ook de onderwijskloof tussen sociaal sterkere en sociaal zwakkere kinderen vergroten. Maar de resultaten tonen aan dat het probleem nog dieper zit. “Ook kinderen die thuis alle mogelijkheden en ondersteuning krijgen, hadden het soms moeilijk”, zegt afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck. “Niet elk kind is zelfredzaam genoeg om op afstand kennis te verwerven. En het is niet omdat je de leerlingen al bereikt dat ze ook geleerd en kennis verworven hebben.”   Het GO! peilde ook naar het welbevinden bij leerlingen. Daaruit blijkt dat vooral hun zelfvertrouwen in het eigen leerproces een knauw kreeg. “De faalangst is toegenomen”, stelt Verdyck. “Ze voelen zich minder zeker over het verdere traject dat hen te wachten staat.”   Niet alleen het GO! geeft aan dat er sprake is van leerachterstand. Dat doen ook de leerkrachten die de Teacher Tapp van de Arteveldehogeschool gebruiken. In die gratis app beantwoorden tussen de 1.700 en 2.000 leerkrachten elke dag vragen.   ‘Merk je een impact van corona op de schoolprestaties van uw leerlingen?’ is er daar een van. “Begin oktober antwoordde 62 procent daar ‘ja’ op”, stelt Pedro De Bruyckere, pedagoog aan de Artveldehogeschool. “Van die 62 procent vreesde 28 procent toen ook dat het lastig zou worden om die achterstand weg te werken. Afgelopen vrijdag werd die vraag nog eens gesteld. Opnieuw antwoordde 62 procent ‘ja’, maar de groep die vreest dat het moeilijk wordt blijkt nu groter, namelijk 34 procent. Vooral respondenten uit het secundair onderwijs maken zich gemiddeld meer zorgen over het wegwerken van de achterstand.” Het wegwerken van achterstand dreigt ook voor nieuwe achterstand te zorgen. “Ongeveer 60 procent van de leerkrachten vreest in meer of mindere mate niet rond te zullen geraken met de leerstof dit schooljaar”, zegt De Bruyckere. “Een op de tien maakt zich echt grote zorgen. En opvallend: nog eens 16 procent zegt zeker te weten dat het niet zal lukken, maar daarin wel te berusten.”   “Je sluit de scholen niet ongestraft”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) in een reactie. “De lange opschorting van het contactonderwijs vorig schooljaar heeft álle jongeren getroffen – de meest kwetsbare kinderen nog het hardst. Net daarom is het belangrijk dat de scholen dit schooljaar zoveel mogelijk open blijven.”
Bron: De Morgen
Oplossing lerarentekort?

Oplossing lerarentekort?

Jonge leerkrachten moeten vaak jarenlang met tijdelijke contracten werken voor ze vast worden benoemd. ‘Niet alleen houden sommigen het daardoor al snel weer voor bekeken, het is ook in strijd met de Europese regelgeving’, zegt onderwijsjuriste Evelien Timbermont.

‘Als we willen verhinderen dat het lerarentekort blijft oplopen, dan moeten we jonge leerkrachten meer werkzekerheid geven’, zegt onderwijsjuriste Evelien Timbermont (VUB), die eerder dit jaar haar doctoraat over de rechtspositie van het Vlaamse onderwijspersoneel verdedigde. ‘Vandaag kunnen ze onbeperkt met opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden ingeschakeld. Dat geldt zowel voor leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs als voor sommige groepen in het hoger onderwijs. Dat is niet alleen demotiverend voor de betrokkenen, het gaat ook tegen de Europese regelgeving in.’

Wat schrijft Europa dan voor?

Evelien Timbermont: Er bestaat een Europese richtlijn die de lidstaten oplegt om opeenvolgende tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever aan banden te leggen. Daarvoor mogen ze verschillende methodes gebruiken. Zo kan een lidstaat ervoor kiezen om de totale duur van de opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten te beperken. Dan legt ze bijvoorbeeld vast dat een werkgever iemand hoogstens twee jaar met zulke contracten mag laten werken. Een tweede mogelijkheid is dat het maximaal aantal tijdelijke contracten wordt beperkt. Doet een lidstaat geen van beide, zoals in Vlaanderen het geval is, dan kan ze ook nog objectieve redenen aandragen om het gebruik van die contracten te rechtvaardigen. Dat is wat Italië heeft gedaan. Zonder succes: het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft het land uiteindelijk veroordeeld.

Waarom?

Timbermont: Omdat Italië die opeenvolgende tijdelijke contracten in het onderwijs gebruikt om een structureel lerarentekort het hoofd te bieden. Het hof heeft er begrip voor dat de onderwijssector flexibiliteit nodig heeft. Omdat het aantal leerlingen in een school of studierichting soms moeilijk te voorspellen valt, kan men niet altijd inschatten hoeveel leerkrachten er nodig zullen zijn. In zo’n geval kunnen arbeidscontracten van bepaalde duur soelaas bieden, maar ze mogen niet worden ingezet om aan een permanente behoefte te voldoen. Die redenering geldt voor een groot stuk ook voor het Vlaamse onderwijs, want ook bij ons is er een structureel lerarentekort.

Het is dus een kwestie van tijd voor ook Vlaanderen door het Europees Hof van Justitie wordt veroordeeld?

Timbermont: Dat kan. Op dit moment buigt het Hof zich al over een vraag in verband met het Vlaamse hoger onderwijs. Het gaat om een zaak tegen de Universiteit Antwerpen, waarin een docent claimt dat de Europese richtlijn met voeten wordt getreden. Waarschijnlijk valt de uitspraak volgend jaar. Ik sluit niet uit dat er nog claims in verband met het lager of secundair onderwijs zullen volgen.

Hoe komt het eigenlijk dat jonge leerkrachten zo lang met tijdelijke contracten moeten werken?

Timbermont: Zo zit het systeem in elkaar. In het basis- en secundair onderwijs begint iedereen met een tijdelijke aanstelling voor bepaalde duur (TABD), die uit allemaal korte contracten bestaat. Daarna stap je over naar het tweede niveau: de tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur (TADD), maar in wezen zijn dat nog altijd tijdelijke contracten. Pas na minstens twee jaar kun je vast worden benoemd. Maar dat is geen afdwingbaar recht. Het kan dus heel goed zijn dat je nog jaren langer op een vaste benoeming moet wachten. Ondertussen moet je je keer op keer met een nieuwe leerlingenpopulatie vertrouwd maken en nieuwe leerstof voorbereiden. Bovendien is de grote werkonzekerheid echt een probleem voor jonge mensen die een leven willen opbouwen. Werk je met tijdelijke contracten, dan is het bijvoorbeeld heel moeilijk om een lening te krijgen als je een huis wilt kopen. Geen wonder dat sommigen het geluk op den duur elders gaan zoeken. 20 tot 50 procent van de beginnende leerkrachten stopt binnen de vijf jaar alweer.

Jonge leerkrachten haken af omdat ze geen werkzekerheid hebben?

Timbermont: Precies. Daarom begrijp ik echt niet dat het systeem in stand wordt gehouden. Zeker omdat uit onderzoek blijkt dat er vanaf 2028 jaarlijks 5000 tot 7000 nieuwe leerkrachten zullen moeten bijkomen. Als we willen vermijden dat het tekort blijft toenemen, zullen we echt iets moeten veranderen.

Leraren jarenlang tijdelijke contracten geven is tegen de Europese regels.
Waarom geven scholen hun leerkrachten dan niet sneller een vaste benoeming?

Timbermont: Om te beginnen kan een school pas een nieuwe leerkracht aanwerven als er een vaste benoeming vrijkomt doordat er bijvoorbeeld iemand met pensioen gaat. Wat ook niet helpt, is dat de financiering van het onderwijs jaren achteroploopt. Als de klassen vandaag overvol zitten, dan duurt het nog een paar jaar voor die school extra middelen krijgt voor meer klassen en leerkrachten. Daarnaast zijn schooldirecties vaak heel terughoudend om iemand aan te werven omdat ze denken dat ze nooit meer van hem af kunnen komen zodra hij vastbenoemd is. Ook niet als hij zijn werk slecht blijkt te doen.

Moeten de vaste benoemingen dan op de schop?

Timbermont: Door alleen maar het systeem van vaste benoemingen te herzien, is het probleem niet opgelost. De huidige regelgeving dateert van het begin van de jaren 1990, kort nadat de gemeenschappen bevoegd waren geworden voor het onderwijs. In de loop der jaren werd er geregeld een artikel toegevoegd of aangepast. Vaak gebeurde dat in een poging om het een of andere brandje te blussen. Gevolg: vandaag is de regelgeving een draak, niemand raakt er nog wijs uit. Zo is het totaal onlogisch dat elke nieuwe leerkracht eerst met tijdelijke aanstellingen van bepaalde duur en vervolgens met tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur moet werken voor hij of zij vastbenoemd kan worden. Die regels werden bijna dertig jaar geleden uitgewerkt omdat er een overschot aan leerkrachten was. Het slaat nergens op dat ze nog altijd gelden in een tijd dat er een lerarentekort is.

Pleit u dan voor een volledig nieuw systeem?

Timbermont: Inderdaad. Dat is natuurlijk een revolutionair idee, maar het is de enige mogelijkheid om het probleem écht aan te pakken. En dat is nodig, want een tekort aan leraren heeft onvermijdelijk impact op de kwaliteit van het onderwijs.

De onderwijskoepels, de vakbonden en de leerkrachten zullen dat niet graag horen.

Timbermont: Gemakkelijk wordt het inderdaad niet. Maar wat gebeurt er vandaag? Men doet er alles aan om tot compromissen te komen en uiteindelijk komt er een oplossing uit de bus waar niemand beter van wordt. Het levert niets op om ter plaatse te blijven trappelen en telkens weer brandjes te blussen, zoals elke minister van Onderwijs van de voorbije twintig jaar heeft gedaan. Het wordt tijd dat er grondig wordt nagedacht over een andere structuur. Essentieel is dat er in die nieuwe regelgeving genoeg aandacht wordt besteed aan de eigenheden van elk onderwijsnet en bijgevolg ook aan de verschillende manieren waarop ze hun personeel werk geven. En verder moet de regelgever zeker terugtreden, zodat de scholen meer vrijheid krijgen. Het omgekeerde van wat er vandaag gebeurt.

Bron: Knack