Globale taks voor multinationals

Een taks die alle grote multinationals wereldwijd aanpakt. België kan 8,2 miljard euro opstrijken met globale taks voor multinationals.

Joe Biden, de Amerikaanse president, is er op het niveau van de OESO al langer mee bezig.

Zijn voorstel om naar een globale taks van 21 procent te gaan, zou wel eens bijzonder verstrekkende financiële gevolgen kunnen hebben voor de overheidsfinanciën wereldwijd.

Want de ngo Tax Justice Network, die wereldwijd voor meer ‘faire’ belastingen ijvert, rekende uit wat dit voor elk land aan opbrengsten zou kunnen opleveren. En daarbij vallen toch spectaculaire bedragen uit de kast. Want zo zou dit land maar liefst 8,2 miljard euro extra kunnen ophalen, als de taks er komt.

Dat zou meteen een enorme slok op de borrel schelen voor de overheidsfinanciën, die in deze pandemie overal ter wereld met enorme tekorten kampen.

Binnen de federale regering worstelt men met de ambitie om een grote fiscale hervorming door te voeren. Daar rekent men in stilte wel op een ‘globaal’ initiatief om een digitale taks erdoor te krijgen die grote spelers in Silicon Valley zou belasten.

Maar wat Biden voorstelt gaat veel verder. Dan zouden alle multinationals niet langer kunnen ontsnappen. Zo is in België AB Inbev gevestigd, maar de bierreus betaalt hier nauwelijks taksen. Als dat percentage plots naar 21 procent gaat, stromen de miljoenen euro’s binnen.

De vraag is hoe realistisch het voorstel is: het vergt een overeenstemming van zowat alle serieuze economische landen in de wereld. De VS zelf zouden wel 165 miljard dollar per jaar extra in kas krijgen door de maatregel. Daarnaast zouden vooral China, maar ook Japan, Duitsland en Frankrijk profiteren. 

Bron: BAM

De onderwijsvernieuwing

Ben jij een onderwijsvernieuwer? Heb jij een concreet idee?

Er beweegt heel wat in het onderwijslandschap. Overal in Vlaanderen zijn er enthousiaste pioniers die innovatieve antwoorden in het onderwijs ontwikkelen, uitvoeren of ondersteunen. Op veranderwijs.nu willen wij al deze pioniers samenbrengen en inspireren.
Op die manier willen we vernieuwingen in het onderwijs versnellen en zo onze kinderen en jongeren beter voorbereiden op de uitdagingen van morgen.

Kriebelt het bij jou ook om te vernieuwen? Experimenteerde je al met vernieuwende ideeën? Heb je een concreet idee dat je zou willen uitvoeren? Of wil je een aanpak uit het buitenland vertalen naar Vlaanderen? Op veranderwijs.nu kan je je ideeën uitwisselen.

Wie zijn wij?

Veranderwijs.nu wordt ontwikkeld door de Koning Boudewijnstichting, samen met een stuurgroep met expertise in onderwijs en innovatie: Ashoka – – STEM-platform – Edunext – Klasse – Mysterie van Onderwijs – Teach for Belgium – ToekomstATELIERdelAvenir (TADA) – Vlaamse Scholierenkoepel – Vlajo.

Meer informatie? Wij staan je graag te woord via baelden.d@kbs-frb.be.

Over ons | Over KBS | Veranderwijs.nu

De schuldenindustrie

De schuldenindustrie

De schuldenindustrie: ‘Je moet mensen met schulden niet straffen, je moet hen hélpen’

Mensen die hun facturen niet meer kunnen betalen, belanden algauw in een negatieve schuldenspiraal: incassokantoren, gerechtsdeurwaarders en advocaten laten een schuld van 100 euro in geen tijd oplopen tot 1000 euro en meer. Gerechtsdeurwaarder Patrick Van Buggenhout laat zien hoe het anders kan.

‘Een schuld van 44 euro die anderhalf jaar later is aangegroeid tot 3300 euro: dat is toch niet ethisch?’ © James Albon

In 2015 besliste de Antwerpse gerechtsdeurwaarder Patrick Van Buggenhout om een nieuw kantoor op te richten, MyTrustO. ‘Ik kon de gangbare praktijk bij mijn collega’s niet langer aanzien’, zegt hij. ‘Ze is niet verzoenbaar met mijn geweten.’

Wat is de gangbare praktijk bij gerechtsdeurwaarders dan? Neem bijvoorbeeld een schuldenaar die financieel in zwaar weer terechtkomt. Hij heeft tien schuldeisers, en dus worden tien gerechtsdeurwaarders op hem afgestuurd om schulden in te vorderen. De eerste zal vragen: ‘Hoeveel kunt u afbetalen? 300 euro per maand? Nee, dat is niet genoeg. We maken er 400 euro van.’ De volgende dagen komen zijn collega’s op bezoek, en zij vragen allemaal hetzelfde. Het gevolg: de schuldenaar moet tien keer 400 euro per maand afbetalen, terwijl hij misschien maar 1800 euro per maand verdient. Als je niet kunt betalen, wordt een rechtszaak tegen je aangespannen, komt er een vonnis en lopen de kosten verder op. ‘Dat is een vicieuze cirkel waar je haast onmogelijk weer uit raakt’, zegt Van Buggenhout.

Ons voorstel zal leiden tot een omzetverlies van 50 tot 60 procent bij de gerechtsdeurwaarders en incassokantoren.

Patrick Van Buggenhout, gerechtsdeurwaarder

Ook bij Beweging.net, het voormalige ACW, zeggen ze al lang dat de schuldenindustrie de armoede net erger maakt. Toen Van Buggenhout contact opnam met het netwerk van sociale organisaties, vond hij meteen gehoor. Sandra Rosvelds, directeur Onderzoek en Ontwikkeling bij Beweging.net, herinnert zich een concreet voorbeeld waarbij de rechtbank werd ingeschakeld in een zaak over een man die zijn schuld niet kon afbetalen. ‘Het ging om een schuld van 44 euro, maar met de dagvaardingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, rolrechten en kosten voor aanplakking erbij was dat bedrag in anderhalf jaar tijd aangegroeid tot 3300 euro. Dat is toch niet meer ethisch?’

Rosvelds noemt het systeem ‘pervers’. ‘Sommige gerechtsdeurwaarders maken megawinsten op de kap van mensen met schulden. Hulp zoeken bij het OCMW en in het systeem van collectieve schuldenregeling stappen: alleen die uitweg rest vaak.’ Maar dan is het meestal te laat, zegt Van Buggenhout. ‘Mensen met schulden wachten gemiddeld vijf jaar om hulp te zoeken. Ze schamen zich en denken dat het wel zal beteren. Niet dus.’

Financiële gevangenis

Van Buggenhout was betrokken bij de start van de collectieve schuldbemiddeling. ‘Ik heb daar nu spijt van. De uitgangspunten waren goed, maar de praktijk is vaak desastreus.’ Het komt erop neer dat een schuldbemiddelaar wordt aangesteld, dat is meestal een advocaat of OCMW. De bemiddelaar neemt gedurende zeven jaar ‘de boekhouding van het gezin’ volledig over. Het loon, het kindergeld, eventuele uitkeringen worden op een derdenrekening gestort. Hij betaalt de huur of afbetaling en berekent een leefgeld voor het betrokken gezin.

Van Buggenhout noemt dat een ‘financiële gevangenis’. ‘In de meeste gevallen krijgt een gezin 100 euro per week om te overleven, eventueel aangevuld met enkele tientallen euro’s als er kinderen zijn. Ik kan me voorstellen dat iedereen wel eens een week of twee kan overleven van enkele tientallen euro’s, maar zeven jaar lang? Nee, dat is onmenselijk.’

Op het einde van die periode wordt het deel van de schuld kwijtgescholden dat nog niet is afbetaald. ‘Je zou denken dat je dan vrijkomt uit die financiële gevangenis, maar dat is niet zo. Je kredietwaardigheid ben je kwijt. Bij een kwijtschelding moeten bovendien eerst je auto en je woning worden verkocht.

‘Ondertussen hebben je kinderen jarenlang geen hobby’s of sport kunnen uitoefenen. Zelfs om een kapotte jeans te vervangen door een nieuwe moet je toestemming vragen aan de bemiddelaar. Het systeem is van begin tot eind funest omdat het je zelfredzaamheid en je zelfrespect afpakt. Zeven jaar lang beheert een buitenstaander jouw financiën. Daarna sta je er opnieuw alleen voor. Maar hoe kun je iemand een maaltijd laten koken als je hem zeven jaar niet in de keuken hebt binnengelaten?’

Volgens Rosvelds moeten tussen de 80.000 en 90.000 gezinnen al een beroep doen op een collectieve schuldenregeling. Ze vreest dat er in de toekomst nog meer mensen in financiële problemen zullen komen. Ze wijst op het groeiende aandeel van eenouder- en eeninkomensgezinnen: in Vlaanderen loopt dat op tot 35 procent, in de grote steden is het 45 procent en in Brussel zelfs 48 procent. Uit cijfers van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België blijkt dat er in ons land meer dan 370.000 burgers zijn met achterstallige kredieten. Volgens Patrick Van Buggenhout hebben ongeveer 1,8 miljoen Belgen moeite om hun facturen te betalen. Alles samen gaat het om miljarden euro’s aan schulden.

Financiële foto

Toen hij zes jaar geleden MyTrustO oprichtte, pakte Patrick Van Buggenhout het samen met twee collega’s anders aan. ‘Wij willen op een ethisch verantwoorde manier schulden innen. We vertrekken vanuit waarden zoals vertrouwen, transparantie, betrokkenheid en respect.’

De huidige wetgeving laat die mogelijkheid open via de zogenoemde minnelijke schuldvordering en schuldcentralisatie. ‘Op die manier kunnen we sneller ingrijpen en de schuldenspiraal stoppen. We doen dat door alle schulden en schuldeisers op een lijst te zetten. Dat levert een “financiële foto” van de schuldenaar op. Op basis daarvan stellen we een afbetalingsplan voor dat rekening houdt met de werkelijke afbetalingscapaciteit van de schuldenaar en de rechten van de schuldeiser. De terugbetaling gebeurt pondspondsgewijs, volgens het aandeel van de eisers in de schulden. Op die manier zijn ook zij tevreden, want ze krijgen elke maand een deel terugbetaald. Bij de klassieke invorderaar is het nog altijd: de schuldeiser die het eerst komt, maalt het eerst. Tegen de tijd dat de andere schuldeisers opdagen, is het geld van de schuldenaar meestal op.’ MyTrustO kon niet meteen op grote bijval rekenen bij zijn collega-gerechtsdeurwaarders, zegt Van Buggenhout. ‘Ze beschouwen ons als stielbedervers of nestbevuilers, omdat wij hun winstmodel aanvallen. Ik schat dat ons voorstel zal leiden tot een omzetverlies van 50 tot 60 procent bij de gerechtsdeurwaarders en incassokantoren. Dat is dus een bom die daar ontploft. Ze doen er alles aan om MyTrustO in diskrediet te brengen. Onze nieuwe aanpak heeft al tot twintig tuchtklachten geleid van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.’

Sinds het begin van de crisis heeft schuldvorderaar MyTrustO er heel wat bekende Vlamingen als klant bij gekregen.

Patrick Van Buggenhout, gerechtsdeurwaarder

Beweging.net en het Koninklijk Verbond van de Vrede- en Politierechters ondersteunen de centraliserende schuldbemiddeling. ‘Zij vormen een soort beschermingscordon om het systeem van ethisch invorderen te laten slagen’, zegt Van Buggenhout. ‘Dit is een echte paradigmashift.’

Ondertussen is de minnelijke schuldinvordering verder gefinetuned. Vroeger lag het initiatief bijna altijd bij de schuldeiser. Hij kon naar een vrederechter stappen omdat een klant zijn factuur niet betaalde. De schuldenaar werd in zulke gevallen niet gedagvaard maar uitgenodigd om uitleg te komen geven. Maar gemiddeld gaan amper drie van de honderd opgeroepen schuldenaars op die uitnodiging in. ‘Daarom hebben wij het omgekeerd: het is de schuldenaar die naar óns komt met zijn probleem. Dan maken wij opnieuw die financiële foto en nodigen we alle schuldeisers uit. We leggen alles vast, inclusief afbetalingsplan, in een officieel document ondertekend door de gerechtsdeurwaarder, een beëdigd ambtenaar.’

Het afbetalingsplan wordt voorgelegd aan de vrederechter in de woonplaats van de schuldenaar. Hij kan het bekrachtigen in een proces-verbaal van minnelijke schikking. Hij kan het ook weigeren, bijvoorbeeld als hij vaststelt dat de vordering van de schuldeiser strijdig is met de openbare orde. Dat is het geval als de schuldeiser/gerechtsdeurwaarder woekerintresten vordert. De procedure voor de vrederechter zelf is gratis.

Werkverlichting

Dirk De Groote, vrederechter in Oudenaarde en woordvoerder van het Koninklijk Verbond van de Vrede- en Politierechters, is blij met het pilootproject. ‘In 2019 hebben wij al het parlement geadviseerd om mensen met tijdelijke afbetalingsproblemen op een betere manier te helpen dan hen te dagvaarden. Vrederechters worden dagelijks geconfronteerd met sukkelaars die hun factuur van Telenet of Engie niet meer kunnen betalen. Ik herinner me een zaak over een schuld van net geen 50 euro die was aangegroeid tot bijna 3000 euro. De deurwaarder was er dertien keer gepasseerd met de dreiging de – waardeloze – inboedel openbaar te laten verkopen.’

‘Jaarlijks zijn er een half miljoen van zulke dagvaardingen’, zegt Van Buggenhout. Het nieuwe voorstel betekent dus ook een grote werkverlichting voor de vrederechters.

Van Buggenhout ondervindt dat het systeem goed werkt en zonder bijkomende kosten. ‘Steeds meer schuldenaren komen naar ons vanwege onze aanpak. Ze betalen geen veelvoud meer van hun oorspronkelijke schuld, maar een vast startbedrag van 150 euro. Voor de uitvoering van het plan betalen ze afhankelijk van hun mogelijkheden tussen de 0 en 50 euro per maand aan de centraliserende gerechtsdeurwaarder, tot de schuld helemaal is afbetaald.’

‘De werkwijze van MyTrustO past perfect in de visie van Beweging.net,’ zegt Sandra Rosvelds, ‘omdat ze een rechtvaardige oplossing biedt voor een maatschappelijk probleem.’

Rosvelds en Van Buggenhout vrezen dat de coronacrisis de toestand nog heeft verslechterd. ‘Bij het begin van de crisis heeft de overheid beslist om de schuldenvorderingen on hold te zetten’, zegt Rosvelds. ‘Cijfers over de financiële impact op de gezinnen en hun schulden zijn er dus nog niet, maar iedereen in de sector verwacht het ergste.’

‘De stad Rotterdam heeft zopas een studie vrijgegeven’, stipt Van Buggenhout aan, ‘waaruit blijkt dat 68.000 gezinnen in financiële problemen zijn gekomen door covid-19. Dat kan ook niet anders, als je weet dat bijvoorbeeld het horecapersoneel voor een deel van fooien leeft. Die inkomsten zijn volledig weggevallen. Ook in de podiumkunsten en de evenementensector zijn er schrijnende toestanden. Sinds het begin van de crisis heeft MyTrustO er heel wat bekende Vlamingen als klant bij gekregen – sommigen waren bijna zonder inkomen gevallen. De komende maanden verwacht ik een tsunami van schulden.’

Wat staat de politiek te doen? ‘Een parlement kan niet jaren blijven zeggen dat er een probleem is zonder er iets aan te doen’, vindt Rosvelds. ‘Bovendien staat in het regeerakkoord letterlijk dat de regering-De Croo “in de strijd tegen overmatige schuldenlast maatregelen zal nemen om de kosten verbonden aan gerechtelijke en minnelijke schuldinvordering te reduceren”. Ze streeft naar een gecentraliseerde en ethische vordering van schulden aan de federale overheid. Ze wil dat de collectieve schuldenregeling wordt bijgestuurd en dat voor de eerste herinnering bij een onbetaalde factuur geen kosten worden aangerekend.’

‘Een andere manier om schuld in te vorderen,’ zegt Rosvelds, ‘mag niet afhangen van de goodwill van een aantal deurwaarders en vrederechters. Het hele systeem moet anders. Dat kan alleen door de wet op de schuldinvordering eindelijk te wijzigen. Beweging.net stelt voor om in het gerechtelijk wetboek een hoofdstuk in te voegen over minnelijke schuldenvordering. Die aanpassing zou de centraliserende schuldbemiddelaar verplichten om te starten met een minnelijke schuldvordering zodra iemand problemen heeft om zijn schulden terug te betalen.’

‘Wij hebben al contact gehad met de kabinetten van alle betrokken ministers: minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD), minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V), minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS), minister van Ambtenarenzaken Petra De Sutter (Groen) en minister van Armoedebestrijding Karine Lalieux (PS). De eerste reacties zijn zeer bemoedigend.’

Bij de vrederechters is het enthousiasme groot, onderstreept Dirk De Groote. ‘Ik heb nog geen enkele collega horen zeggen dat hij zal weigeren om aan dit nieuwe initiatief mee te werken.’

Connaisseurs

Ondanks zijn gebrouilleerde relatie met de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders vindt Patrick Van Buggenhout dat gerechtsdeurwaarders een belangrijke dienstbare rol kunnen spelen in onze samenleving. ‘Facturen moeten worden betaald. Mensen die dat niet doen, moet je aanpakken. Niet door hen te straffen, wel door met hen te praten en hen te helpen. Gerechtsdeurwaarders zijn de connaisseurs van schulden. We weten wat de problemen zijn, en we kunnen ons verplaatsen in het hoofd van de schuldeiser en de schuldenaar.

‘Ik word een beetje moe van al die rapporten over armoede en de vele voorstellen van partijen om kwetsbare mensen te helpen’, zegt Van Buggenhout tot slot. ‘Het blijven doekjes voor het bloeden, omdat sterke lobbygroepen hun eigen beroepsgroep beschermen en radicale veranderingen tegenhouden. Op het terrein verandert er daardoor niets. Laten we hopen dat het dit keer wél lukt.’  Bron: Knack

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders reageert: ‘Voer een plafond in voor inningskosten’

‘Wij zijn voorstander van een betere bescherming van de consument, en dus ook van de toekomstige wetswijziging over de minnelijke invordering’, reageert de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. ‘De huidige wetgeving is ontoereikend. Ze laat ruimte om kosten aan te rekenen via de algemene voorwaarden – de “kleine lettertjes” – die de consument meestal niet leest, maar die onaangename gevolgen kunnen hebben. Wij steunen een wettelijk plafond van contractuele kosten voor inning, strafbedingen en interesten.’

De Nationale Kamer heeft een extern consultancybedrijf de gemiddelde kostprijs laten berekenen van een tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder. ‘Op basis daarvan werken we nu een voorstel uit om het wettelijk geregeld tarief, dat dateert van 1976, te moderniseren en transparanter te maken. Dat voorstel zullen we bezorgen aan de minister van Justitie. Tegelijk pleiten we ervoor om de fiscale druk, toch de grootste kostenpost van onze exploten, te herzien. Het gaat dan om registratierechten en de btw-verplichting.’

‘De Nationale Kamer ondersteunt’, zegt ze ten slotte, ‘het streven naar een gecentraliseerde en humane invordering van schulden verschuldigd aan de federale overheid. We willen vermijden dat schulden betalen nieuwe schulden kan uitlokken.’

Corona en de crisis in het onderwijs

Coronacrisis heeft stevig op het onderwijs ingehakt: veel leerkrachten voelen zich in de steek gelaten.

Een dag nadat bekend raakte dat corona opmerkelijk veel voorkomt bij leerkrachten, kwam Ben Weyts trots vertellen dat scholen terug volledig open mogen vanaf 10 mei. Hier en daar wordt hij geroemd om zijn koppigheid in dezen. Maar heeft hij er ook alles aan gedaan om de volledige heropening binnen veilige omstandigheden te laten gebeuren?

Sinds de scholen in september open gingen, voelen nogal wat onderwijsmensen zich in de steek gelaten door de minister. Ja, wij zouden ook graag de scholen voltijds open zien voor iedereen. Te midden van een pandemie moet de bevoegde minister wel zorgen dat dit in alle veiligheid kan. Vanaf het begin had hij echter vooral de mond vol van het openhouden van de scholen, maar over de omstandigheden waarbinnen dit kan, hoorden we hem te weinig. Door die fixatie op open scholen, creëerde hij veel chaos. Het was telkens op het laatste moment dat hij onder druk van anderen duidelijk tegen zijn zin zwichtte en toch een langere pauze inlaste rond de vakanties.

De week voor de paasvakantie was daarin het voorlopige orgelpunt. Blind voor alle signalen dat afkoeling virologisch noodzakelijk was, bleef Weyts koppig vasthouden aan open scholen. Daardoor kwam op het laatste moment heel wat last op de schouders van werkende ouders. Zij mochten op twee dagen tijd een oplossing voor hun kinderen uit de hoed toveren. Dat leidde tot wrevel tussen ouders en leerkrachten, wat geen mooie verdienste is als minister van onderwijs.

Geen planmatige aanpak

Het zou allemaal niet zo gelopen zijn indien het kabinet Weyts meer rekening zou houden met de feiten die vanuit ‘het veld’ worden aangereikt. Sinds de krokusvakantie gaven de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) aan dat het de slechte kant uitging in het onderwijs. Volgens medisch directeur Guy Hans van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) kwamen de eerste tekenen zelfs al eind 2020. Dat wist hij dankzij zijn werk met de testbus, die onverwacht veel oproepen kreeg van basisscholen. Ondanks de versterkte maatregelen bleef het virus rondgaan in de scholen. Het advies van professor Hans was duidelijk: “We hadden de curve kunnen doorbreken door na vijf weken contactonderwijs telkens twee weken afkoelingsweken met afstandsonderwijs in te bouwen. Het had ons veel problemen kunnen besparen.” Gevraagd naar de reactie van de overheden op zijn voorstel, legt hij de vinger op de wonde: “Men zegt dat men het ontvangen heeft, maar een echte respons kwam er niet. Er lag een plan, maar men verwachtte bijna dat de pandemie zich daaraan ging aanpassen. Terwijl je het plan moet aanpassen aan de pandemie. We vervroegen nu weliswaar de paasvakantie, maar we hadden dat evengoed al in januari kunnen beslissen. (…) De samenwerking tussen scholen, CLB’s, burgemeesters en eerstelijnszones hadden we een jaar geleden nooit kunnen voorspellen. Maar het wordt belemmerd door wat erboven gebeurt. Als we vanuit de overheid duidelijke richtlijnen zouden krijgen, dan zou dat ons werk vergemakkelijken.”

Dat er weinig respons komt vanuit het bevoegde ministerie, is niet verwonderlijk aangezien Hans’ advies botst met de mantra van Weyts: ‘de scholen moeten open blijven’. Dat is de pedagogische pendant van onder alle omstandigheden de bedrijven te laten draaien. Thuisblijvende kinderen zijn immers een hindernis wanneer ouders moeten (tele)werken. Dat Weyts zich hult in nobele argumenten over kwetsbare kinderen die nog meer achterop raken door afstandsonderwijs, kan niet verhullen dat het de N-VA au fond gaat over de werkende ouders. Waarom anders klopte minister-president Jambon zich in het Vlaams parlement op de borst dat hij de kleuterscholen had opengehouden? Voor de N-VA zijn kleuterscholen blijkbaar op de eerste plaats opvangplaatsen. Om de circulatie van het virus tegen te gaan, was er geen zinnig argument om net deze scholen open te houden. Kleuteronderwijzers hebben elke dag een klas vol knuffelcontacten, kinderen met snotneuzen, die te jong zijn om zich aan allerhande maatregelen te houden en het virus dus ook meenemen van en naar huis.

Ter plaatse trappelen

Bij leerkrachten in het leerplichtonderwijs was de incidentie (aantal gevallen per 100.000) in maart volgens een recente studie veel hoger dan in om het even welke andere sector. “Maar dankzij de verlengde paasvakantie is de incidentie intussen gedaald tot op het niveau van de algemene bevolking”, zegt professor Lode Godderis. Cijfers van de CLB’s tonen dat het aantal besmettingen gedaald is van 4.614 bij leerlingen en 478 bij leerkrachten de week voor de paasvakantie naar 3.476 en 337 de week erna. Toch blijft dit tamelijk hoog en een nieuwe opwaartse trend is makkelijk ingezet.

Wanneer de scholen dan toch weer open gaan, zou je verwachten dat er een doordachte aanpak is. Begin december deed leraar Vincent Van Roy samen met 12 andere personeelsafgevaardigden een oproep om scholen meer coronaproof te maken dankzij doortastende maatregelen op het vlak van ventilatie, testing en tracing. Wat is er sindsdien bereikt? Eigenlijk is de situatie nog steeds dezelfde als toen. Enkel op het vlak van testing lijkt er eindelijk iets in het verschiet te liggen. Terwijl in Engeland al sinds begin maart massaal wordt getest in het onderwijs, moeten wij hopen op ‘ergens half mei’, wanneer het schooljaar bijna voorbij is. Sommige scholen namen daarom maar het heft in eigen handen met sneltesten voor het personeel.

Ook op het vlak van de tracing blijft alles bij het oude: de CLB’s mogen het rooien, bovenop hun andere taken, maar krijgen daarvoor te weinig extra middelen. “Zo geeft 91% van de CLB’s aan dat de contactopsporing de uitvoering van andere taken in belangrijke of hoge mate onder druk zet”, stelt het rapport van de SERV over de coronacrisis. Concreet betekent dit dat CLB-medewerkers regelmatig vele overuren kloppen ’s avonds en in het weekend. Het perfide neveneffect van die overuren voor de tracing is dat ze er niet altijd toe komen om alle gevallen ook nog eens in de gepaste systemen (LARS) te rapporteren. Daardoor heeft de overheid misschien de indruk dat het allemaal nog wel meevalt. En vervolgens kan minister Weyts weer verkondigen dat scholen niet ‘de motor van de pandemie’ zijn, alsof een pandemie werkt via centrale aandrijving…

Op vlak van ventilatie is de inertie zonder meer het grootst. Hoewel experts al langer aangeven dat ventilatie cruciaal is, gebeurde er eigenlijk niets. Een vernietigend artikel van Het Laatste Nieuws beschreef hoe het kabinet van Weyts in deze kwestie vooral achterover leunde en alles liet begaan. “De Vlaamse aanpak blijkt een fiasco. Er was geen ambitie, geen controle en geen geld. Het belang van ventilatie werd zelfs bewust geminimaliseerd. (…) Nochtans blijkt uit onderzoek dat het verversen en filteren van de lucht in een kamer één van de krachtigste maatregelen tegen corona kan zijn. Het risico op besmetting kan daardoor tot 70% dalen. (…) Na drie meetings van de werkgroep komt het finale advies voor de scholen zowat hierop neer: zet voldoende ramen open. Opvallend is dat het kabinet-Weyts zich in de werkgroep afzijdig houdt.”

De Schoolgebouwenmonitor, een vijfjaarlijks onderzoek naar de toestand van de schoolgebouwen, stipte eind november aan dat slechts een op de zeven scholen verse lucht aanzuigt of vuile lucht afvoert via buizen. Uit onderzoek blijkt al langer dat ventilatie een invloed heeft op leerprestaties en de overdracht van infectieziekten. Verschillende studies spreken over een significante verbetering van de leerprestaties. Ook op ecologisch vlak valt hier veel vooruitgang te boeken. Maar het advies van het ministerie komt al een jaar neer op verluchten door de ramen open te zetten. Koen Daniëls, de onderwijsexpert van de N-VA, hield daar in het Vlaams parlement zelfs een lang pleidooi voor. Nochtans is verluchten iets anders dan ventileren. Zoals veel leerkrachten en leerlingen hebben ondervonden, betekende verluchting in de praktijk koude klassen in de winter en wegvliegende pagina’s door de tocht. De verwarmingskosten zijn navenant, zowel financieel als ecologisch. In de steden speelt bovendien het probleem van fijnstof dat de klaslucht extra komt vervuilen.

Blijkbaar begreep de Nederlandse regering sneller de urgentie van dit probleem. Op 1 oktober kondigde zij aan dat ze 360 miljoen euro veil heeft voor een controle van alle ventilatiesystemen in scholen en om maatregelen te nemen waar dat nodig is. Doordat de Vlaamse regering opvallend stil bleef over deze kwestie, kwamen twee ingenieurs in november zelf met een ambitieus plan om alle 54.000 Vlaamse klassen tegen mei te voorzien van luchtfilters en ventilatietoestellen. Dat had 250 miljoen euro gekost. Het plan stierf echter een stille dood. Ben Weyts verschuilt zich daarbij graag achter het afwijzende standpunt van Agoria, de federatie van de technologiesector. Maar kwam er dan een alternatief? Integendeel. Een spoedresolutie van Groen in het Vlaams parlement om (zoals in Nederland) de ventilatie in de scholen te monitoren en te verbeteren, werd zelfs weggestemd door de Vlaamse meerderheid en Vlaams Belang. Dus blijven we afhankelijk van de individuele verantwoordelijkheid van leraren en leerlingen om dan maar het raam open te zetten. Dat wordt al eens vergeten bij het haastig stormen van de ene klasbubbel naar de andere om daar in te loggen op de pc, je lesmateriaal klaar te nemen en alle andere taken die horen bij de lesaanvang. Menselijk toch?

Wanneer minister Weyts in het parlement of in de media wordt aangesproken op zijn passieve houding inzake ventilatie dan reageert hij doorgaans fel. “Ik heb alle vertrouwen in onze scholen. Ze hebben al bewezen dat ze veilig onderwijs kunnen organiseren. Maar als u het beter weet dan de experten, à la bonheur”, foeterde hij in De Zondag. Het is een typische tactiek. Je verpakt iets als ‘vertrouwen’ maar verschuift zo de verantwoordelijkheid naar de directies en het onderwijspersoneel. Dat deed hij ook bijvoorbeeld bij het al dan niet sluiten van de scholen bij stijgende coronabesmettingen. Dat zouden directeurs wel kunnen inschatten. Die staan echter onder druk van ouders die moeten werken. Was het verantwoord om bij toenemende druk op de ziekenhuizen de verantwoordelijkheid bij individuele directeurs te leggen? Tot op vandaag vindt de minister van wel. Dezelfde tactiek past hij toe bij CO2-meters. Die zouden volgens hem gekocht kunnen worden met de beschikbare coronagelden en het is de verantwoordelijkheid van de directeurs om dat te doen. Maar dat coronabudget is met alle bijkomende vereisten minder groot dan het lijkt wanneer je het verdeelt over alle scholen. Directeurs moeten keuzes maken. Dat noopte ACOD Onderwijs tot het beschikbaar stellen van CO2-meters. In Het Nieuwsblad oordeelde Peter Mijlemans: “Het is pijnlijk dat een vakbond dat initiatief moet nemen. De minister had er allang zelf voor moeten zorgen dat ze er verplicht kwamen. De vrije keuze van scholen over hun budget klinkt in een pandemie echt als een slap excuus.”

Massieve financiële injectie

De coronacrisis heeft stevig op het onderwijs ingehakt. Ook volgend schooljaar zal corona nog niet weg zijn uit de scholen, jongeren zijn tegen dan nog niet gevaccineerd. Het is dus van groot belang dat er zo snel mogelijk ingezet wordt op een beleid dat de nodige veiligheidsmaatregelen treft, dat inspeelt op de vragen en voorstellen die uit het onderwijsveld zelf komen. Kleinere klassen zouden de verspreiding van het virus beperken en tracing vergemakkelijken. In beperkte groep is het bovendien makkelijker om leerachterstanden weg te werken en om sociaal-emotionele behoeften beter aan bod te laten komen. Als leerkrachten en leerlingen iets positief onthouden van de periode na de eerste lockdown dan is het wel de persoonlijkere aanpak in kleinere klassen. Het is ook een oude vraag van het onderwijspersoneel en hun vakbonden. De oproep tot kleinere klassen wordt nu zelfs ondersteund door OESO-onderwijskundige Dirk Van Damme, die vroeger pleitte voor grotere klassen. Tijdens een hoorzitting in de parlementaire commissie onderwijs sprak hij zich uit voor een “massieve financiële injectie” in onderwijs en splitsing van de klassen door extra handen in de klas. Ook Stefan Grielens, algemeen directeur van het Vrij CLB Netwerk, pleit (in navolging van de VS) voor “een soort New Deal voor het onderwijs, die ervoor zorgt dat we zo weinig mogelijk gevolgen van de crisis blijven meedragen.”

De minister maakt graag grote sier met 70 miljoen extra voor hygiëne- en veiligheidsmaatregelen, 30 miljoen voor leerachterstand of 35 miljoen voor snelle infrastructuurwerken. Als we dit afmeten aan de totale Vlaamse onderwijsuitgaven voor 2020, namelijk 14,86 miljard, dan blijkt de relativiteit van zulke sommen. Dit is niet de noodzakelijke massieve financiële injectie… In Nederland reserveerde de regering 8,5 miljard euro alleen al om de leerachterstand weg te werken! Ja, Nederland telt drie keer meer inwoners en heeft een ander financieringssysteem. Maar het verschil in budgetten blijft ook met inachtneming van deze factoren stuitend. Waar blijft dus de geroemde koppigheid van minister Weyts als het gaat over een New Deal voor het onderwijs?

Bron: Wim Benda, leraar Humane Wetenschappen, in Knack

Een tijdelijk contract is minder betaald

Wie een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur heeft, heeft doorgaans een hoger loon, blijkt uit een studie van de Nationale Bank. De grotere ervaring van werknemers met een vast contract speelt daarbij een rol. Het verschil kan ook wijzen op een opsplitsing van de arbeidsmarkt, met beter bezoldigde en beschermde insiders en minder goed betaalde outsiders.

In België is 90 procent van de arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur, maar het aandeel van de tijdelijke contracten ging de afgelopen jaren licht vooruit. Uit een onderzoek van de Nationale Bank naar de oorzaken van loonverschillen blijkt dat werknemers met een tijdelijk contract 15 procent minder krijgen betaald als collega’s in dezelfde functie met een vast contract. Voor mannen bedraagt die kloof 14 procent, voor vrouwen zelfs 18 procent. Ook in het buitenland worden vaste contracten beter bezoldigd en zijn zulke werknemers beter beschermd.

Dat verschil in verloning heeft meerdere oorzaken. Tijdelijke contracten worden vaak gebruikt voor proefperiodes. Vaak gaat het om jonge loontrekkenden die weinig of geen anciënniteit van een vorige werkgever meebrengen. Dat drukt hun loon. Het verschil van 15 procent tussen beide overeenkomsten kan ook wijzen op een segmentatie van de arbeidsmarkt, met insiders die zowel beter beschermd als beter bezoldigd zijn, tegenover loontrekkenden die vaak genoegen moeten nemen met tijdelijke contracten.

Ervaring en kwalificaties

Uit het onderzoek van de Nationale Bank blijkt dat ervaring en anciënniteit belangrijke determinanten van de loonverschillen zijn. De lonen zouden per jaar ervaring met zowat 2,5 procent stijgen, tot een bepaald maximum. Maar ook het scholingsniveau, de kwalificatie van het beroep en de sector spelen een rol.

Wie zijn secundaire studie heeft afgemaakt, krijgt een loon dat gemiddeld 9 procent hoger is dan dat van laaggeschoolde mannen en 6 procent meer dan laaggeschoolde vrouwen. Het rendement van hogere studies bedraagt gemiddeld 28 procent voor mannen en 27 procent voor vrouwen.

Een man die een beroep uitoefent dat bepaalde kwalificaties vergt, verdient gemiddeld 5 procent meer dan iemand in een basisberoep. Bij vrouwen is dat 19 procent. Voor hooggekwalificeerde functies is dat 26 en 34 procent. Bij laaggeschoolden is de loonspreiding beperkt. Het uurloon schommelt tussen 10 en 40 euro per uur. Bij hooggeschoolden is dat tussen 20 en 80 euro per uur.

Sector en nationaliteit

De Nationale Bank zette de lonen in de industrie af tegenover die in de dienstensector en bij de overheid. Zo blijken de bezoldigingen enkel hoger te liggen in de financiële sector (+8%). In de horeca ¬ met de laagste uurlonen ¬ liggen de uurlonen 20 procent lager dan in de industriebedrijven. In de bouw is dat 16 procent.

Het brutoloon van niet-Europeanen ligt in België lager. Voor mannen van buiten de Europese Unie is dat ongeveer 17 procent, voor vrouwen 10 procent. Toch vindt die groep nog altijd moeilijk werk in ons land: in 2019 bedroeg het verschil in werkgelegenheidsgraad 28 punten bij de 20- tot 64-jarigen, het hoogste cijfer in de Europese Unie.

Grote en kleine bedrijven

De stelling dat grote bedrijven meer betalen klopt, leert de studie. Een bedrijf tot 20 werknemers betaalt 6 procent minder dan een onderneming met tot 50 werknemers. Een bedrijf met meer dan 50 werknemers betaalt zelfs 15 procent meer. “Dat is vergelijkbaar met de buurlanden, met een meer uitgesproken differentiatie in Duitsland”, meldt de studie. “Die vaststellingen zouden verenigbaar kunnen zijn met de theorieën van het efficiëntiesalaris, maar ook omdat de grootste ondernemingen een ruimere reeks functies en dus meer progressiemogelijkheden bieden.”

In België worden het loonvormingsproces en de sociale zekerheid federaal geregeld. De verschillen tussen de lonen in de gewesten zijn dus beperkt, met een iets lager gemiddeld loon in Wallonië dan in Vlaanderen en Brussel.

Minimumloon

De studie besteedt ten slotte ook aandacht aan het wettelijke minimumloon in ons land. Dat bedraagt 1593,81 euro bruto per maand. De vakbonden pleiten al een tijd voor een verhoging. Alleen geeft dat wettelijke bedrag een vertekend beeld: “De minimumlonen die in de paritaire comités worden vastgesteld, zijn in België relevanter dan het door de Nationale Arbeidsraad vastgestelde wettelijke minimumloon”, stelt de Nationale Bank. Maar weinig loontrekkenden krijgen het wettelijke minimumloon, want op bijna alle loontrekkenden in de private sector zijn sectorale loonakkoorden van toepassing. Door de band genomen liggen de laagste lonen er 30 procent hoger dan het wettelijk minimum.

De berekeningen van de Nationale Bank vertrekken van het wettelijke minimumuurloon van 2018, dat op rond 10 euro wordt geraamd, met slechts enkele procenten van de werknemers die tegen dat loon werken. Dat bevestigen vroegere berekeningen van de socialistische vakbond ABVV. Die kwam tot de conclusie dat 2 tot 3 procent van de werknemers tegen het minimumloon werkt. Dat zijn ongeveer 68.000 werknemers, vooral in de uitzendarbeid en de zelfstandige kleinhandel.

Bron: Trends