by admin | mei 5, 2021 | Onderwijs
De kosten voor ouders met kinderen in het secundair onderwijs lopen steeds verder op, blijkt uit nieuw onderzoek van het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO). Toch wil Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) geen maximumfactuur invoeren zoals in het lager onderwijs. Ook een meerderheid van de ondervraagde scholen ziet een maximumfactuur niet zitten. Het resultaat is dat het contrast tussen goedkope en dure scholen steeds scherper wordt.
Ouders wiens kinderen voor de eerste keer naar het secundair onderwijs gaan, komen vaak voor een onaangename verrassing te staan. Terwijl je in het lager onderwijs nog toekwam met een nieuwe map en, vooruit ook dit jaar maar weer een nieuwe pennenzak, moet je in het secundair onderwijs diep in de buidel tasten.
Na inschrijving krijg je een lange lijst met handboeken, verschillende soorten kaften, pennen, schriften, een rekenmachine, passer en nog tal van andere benodigdheden toegestuurd.
“Alleen al voor de handboeken – steeds vaker invulboeken die je niet kan huren of tweedehands aanschaffen – moeten ouders van het secundair onderwijs gemiddeld 300 euro per schooljaar betalen”, zegt Colette Victor van de vereniging Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen (STOS).
“Een groeiende groep ouders kan die bedragen niet zomaar ophoesten. Ik ken een middelbare school in Aalst waar in juni nog 40 leerlingen zonder boeken op school zaten.”
Verdoken kosten
Het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) deed onderzoek naar de studiekosten in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs in de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. Er werden 83 Vlaamse scholen en 794 ouders bevraagd. De resultaten werden vergeleken met een vorige kostenbevraging uit het schooljaar 2006-2007. Op het eerste zicht zijn er geen grote verschillen, blijkt uit het rapport van SONO.
Alle Vlaamse scholen hebben te maken met onbetaalde schoolfacturen. Volgens het STOS bedraagt het bedrag dat scholen niet of moeilijk geïnd krijgen gemiddeld tienduizend euro.
Na indexering zijn de gemiddelde kosten voor de tweede graad licht gedaald en voor de derde graad licht gestegen. Maar volgens SONO is dit niet het hele verhaal. Een diepgaandere analyse legt heel wat verdoken pijnpunten bloot, zeggen de onderzoekers.
Het resultaat is dat alle Vlaamse scholen te maken hebben met onbetaalde schoolfacturen. Volgens het STOS bedraagt het bedrag dat scholen niet of moeilijk geïnd krijgen gemiddeld tienduizend euro.
Waar zitten de verborgen kosten van het secundair onderwijs die elk jaar stijgen? In de eerste plaats gaat het om de vervoerskosten. Slechts drie op de tien leerlingen verplaatst zich te voet of met de fiets, wat relatief weinig kost. De meerderheid van de leerlingen wordt met de auto gebracht of maakt gebruik van het openbaar vervoer. Het jaarabonnement van De Lijn is de afgelopen tien jaar flink duurder geworden.
Onbetaalbare schoolreizen
Een ander aandachtspunt is het ICT-materiaal. Steeds vaker verwachten middelbare scholen dat leerlingen thuis over een pc, laptop of tablet met de juiste soft- en hardware beschikken. Ook de meerdaagse schoolreizen vormen een probleem. De kosten van die uitstappen zijn op papier gedaald, maar volgens SONO is dit omdat heel wat kinderen uit kansengroepen niet meer meegaan. Dat die trips tijdens de schooluren plaatsvinden, maakt het voor deze groep leerlingen des te pijnlijker.
Colette Victor (Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen): ‘Ik ken een middelbare school die een reis naar New York organiseert om ouders van bepaalde groepen af te schrikken.’
Colette Victor van STOS zet heel wat vraagtekens bij die meerdaagse schoolreizen. “Ik ken een middelbare school die een reis naar New York organiseert om ouders van bepaalde groepen af te schrikken. Kinderen uit gezinnen die het niet breed hebben, worden op die manier uitgesloten.”
Tot slot zijn er de eerder genoemde handboeken. In meer dan de helft van de scholen worden ouders verwacht nieuwe handboeken te kopen in een verplicht aankoopsysteem.
Minister wil geen maximumfactuur
Toch wil Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts N-VA) geen maximumfactuur invoeren zoals in het lager onderwijs. “Binnen het secundair onderwijs bestaan enorme verschillen tussen onderwijsvormen en opleidingen, die zich niet zomaar in één keurslijf laten dwingen. Als je een maximumfactuur instelt, dreig je de facto de TSO- en BSO-opleidingen, waar de kosten nu eenmaal hoger liggen, minder aantrekkelijk te maken. En dat is precies het omgekeerde van wat we willen”, aldus de minister.
Vlaams minister van Onderwijs Weyts (N-VA): ‘Als je een maximumfactuur instelt, dreig je de facto de TSO- en BSO-opleidingen, waar de kosten nu eenmaal hoger liggen, minder aantrekkelijk te maken’
Weyts wil vooral inzetten op kostenbeheersing. “Aan scholen wordt bij de start van het schooljaar gevraagd om een kostenraming met de ouders mee te geven en te voorzien in de mogelijkheid van gespreide betalingen. Ook motiveren we scholen om in dialoog te gaan met alle ouders die betalingsmoeilijkheden ondervinden.”
Weyts wijst ook op de schooltoeslagen die zijn verhoogd. Hij bestempelt die als een ‘zeer positieve evolutie’.
Het SONO ziet dat toch wat anders. Uit onderzoek blijkt dat de schooltoeslag in de derde graad van het secundair onderwijs slechts 74% van de studiekosten dekt.
Uit onderzoek van SONO blijkt dat de schooltoeslag in de derde graad van het secundair onderwijs slechts 74% van de studiekosten dekt
Het SONO raadt de minister aan om de schooltoeslag aan te passen aan de werkelijke studiekosten. Voor de tweede graad van het secundair onderwijs dekt de schooltoelage wel 98% van de kosten.
Minister Weyts benadrukt dat het budget van de schooltoelagen enorm is gestegen sinds die automatisch worden toegekend. In het secundair onderwijs gaat het om 65 miljoen euro extra, wat een verdubbeling van de uitgaven betekent.
“De stijging is veel groter dan de stijging van de kostenfactuur. Dat wil zeggen dat we er in het onderwijs op sociaal vlak op vooruitgegaan zijn, dat er meer solidariteit is, dat er meer steun is voor wie daar nood aan heeft en dat ook de groep van mensen die steun krijgt, veel groter is geworden”, aldus de minister.
Dure en goedkopere scholen zorgen voor tweedeling
De Gezinsbond heeft het SONO onderzoek ook bestudeerd en benadrukt dat er steeds grotere verschillen bestaan tussen scholen met gelijkaardige richtingen. “Sommige scholen vragen twee tot drie keer meer dan andere scholen voor eenzelfde richting, wat resulteert in een scherp contrast tussen goedkopere en duurdere scholen”, schrijft De Gezinsbond in een recent artikel in het ledenmagazine De Bond.
Gezinsbond: ‘Somige scholen vragen twee tot drie keer meer voor eenzelfde richting’
Colette Victor van STOS beaamt dat. “Ik ken een school in Schaarbeek die de maximumfactuur op 160 euro heeft vastgelegd. Voor diezelfde richting vraagt een andere school in de regio 1.600 euro per jaar. Dat is tien keer zoveel.”
De Gezinsbond pleit voor een dubbele maximumfactuur in het secundair onderwijs: een maximumfactuur voor lesmateriaal en een maximumfactuur voor uitstappen. Maar uit het SONO onderzoek blijkt dat de ondervraagde schooldirecties geen grote voorstander zijn: zo’n 60% ziet dat niet zitten.
Scholen ondersteunen in kostenbeheersend beleid
“Een maximumfactuur die door de overheid wordt opgelegd, leidt tot het onbedoelde effect dat scholen gaan snijden in het aanbod, zoals culturele activiteiten”, stelt Pieter-Jan Crombez, woordvoerder van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
“Kwetsbare groepen leerlingen hebben hier het meest onder te lijden en dat is precies wat we willen vermijden. Een betere strategie is om scholen te ondersteunen in het beheersbaar houden van de kosten. We stimuleren scholen om op transparante manier te communiceren met ouders over de kosten, een bewust kostenbeleid op poten te zetten en om gespreid betalen mogelijk te maken. Ook sluiten we raamcontracten af met leveranciers van ICT- of ander schoolmateriaal om zo de kosten te drukken.”
Pieter-Jan Crombez (Katholiek Onderwijs Vlaanderen): ‘Scholen ondersteunen in het beheersbaar houden van de kosten, is een betere strategie dan de maximumfactuur’
De maximumfactuur in het lager onderwijs heeft er volgens Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor gezorgd dat de scholen zelf opdraaien voor de hogere kosten. “Door niet-indexeringen zijn de compenserende middelen verdampt en krijgen scholen alsnog de rekening gepresenteerd”, zegt Crombez. “We zien wel steeds vaker scholen die zelf een maximumfactuur hanteren, ofwel voor een deelproject, ofwel een algemene maximumfactuur. Dat werkt volgens ons beter.”
Op de vraag of het Katholiek Onderwijs Vlaanderen een verschil in leerlingenpopulatie ziet bij scholen die een maximumfactuur handhaven en zij die dit niet doen, kan Crombez niet antwoorden, omdat die gegevens ontbreken.
Vrijwillig opgelegde maximumfactuur
Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) is wel een voorstander van die algemene maximumfactuur in het secundair onderwijs. GO! pleitte twee jaar geleden in een memorandum 2019-2024 al voor kosteloos onderwijs, gratis schoolmaaltijden en een maximumfactuur in het secundair onderwijs.
GO!-onderwijs is wel voorstander van een maximumfactuur. ‘Maar we kunnen scholen zo’n factuur niet opleggen. Ze mogen daar autonoom over beslissen’, zegt afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck
“Wij willen elk kind de beste onderwijskansen geven en trachten deze thema’s hoog op de agenda van de beleidsmakers te houden”, zegt afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck. “Maar we kunnen scholen zo’n factuur niet opleggen. Scholen mogen daar autonoom over beslissen. Wat we wel doen, is hen sensibiliseren rond armoedeproblematiek en hen ondersteunen om hier een beleid rond uit te werken.”
Verdyck benadrukt dat er binnen het GO! een aantal scholen zijn die zelf een maximumfactuur hanteren. “We hebben geen zicht op het totaal aantal scholen met een vrijwillige maximumfactuur. Maar het is een minderheid, moet ik toegeven.”
Maximumfactuur is wel gunstig
De Gezinsbond houdt vol dat een maximumfactuur wel degelijk gunstig is. Scholen die het heft in eigen handen nemen en zichzelf vrijwillig een maximumfactuur opleggen, zijn tevreden over de resultaten, aldus de Gezinsbond. “Er wordt veel dieper nagedacht over welke boeken echt noodzakelijk zijn, wat het lesmateriaal veel duurzamer maakt. Het resultaat is dat deze scholen een pak minder onbetaalde schoolfacturen hebben.”
Colette Victor van STOS is het daarmee eens. “De afgelopen vier jaar hebben we tweehonderd scholen begeleid bij een actieplan om kosten te drukken. Scholen hebben de neiging om de verantwoordelijkheid voor het aanschaffen van boeken door te schuiven naar de ouders. Als er betalingsproblemen zijn, moet de uitgever het maar zien op te lossen. Maar de school blijft de eindverantwoordelijke.”
“We zetten ook in op het sensibiliseren van leerkrachten rond armoede. De resultaten zijn hoopgevend. Belangrijk is om te bedenken dat 98% van de leerkrachten afkomstig is uit de blanke middenklasse. Die mensen zijn zich vaak niet bewust dat 15 euro aan leerlingen vragen om samen een pizza te gaan eten een probleem kan vormen. Er zijn gezinnen die daar twee maaltijden van koken.”
Meer weten over het SONO onderzoek naar de studiekosten in het secundair onderwijs? Lees hier verder. Verder lees je hier het dossier schoolkosten van de Gezinsbond met tips van ouders en scholen over hoe je school minder duur kan maken.
Lees meer: https://www.apache.be/2020/09/01/zonder-maximumfactuur-in-secundair-onderwijs-groeit-kloof-tussen-goedkope-en-dure-scholen/ © Apache
by admin | mei 5, 2021 | Antipestteam
BABO MAAKT GEWELD IN HET GEZIN BESPREEKBAAR MET JONGE KINDEREN
Hoe reik je de allerjongsten een taal aan over geweld? Onderzoekers van het expertisecentrum Resilient People van hogeschool UCLL ontwikkelden voor het eerst een aanpak in de preventie en interventie van intrafamiliaal geweld die zich specifiek op hen richt. Ze lanceren samen met uitgeverij Garant de Babo-box voor hulpverleners én leerkrachten, met een handpop en verschillende werkvormen op maat van kinderen. De aanpak werd getest op de scholen en binnen de hulpverlening. Het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling is erg hoopvol over de ontwikkelingen.
Eén op de vier Vlaamse kinderen geeft aan in aanraking te komen met één of meerdere vormen van geweld in het gezin door ruzies, (v)echtscheiding, partnergeweld, overmatig straffen, onmacht van de ouders… Dorien Wuyts, onderzoeker UCLL: “Dit laat voor elk kind sporen na, ook als ze ‘enkel’ getuige zijn. Geweld komt daarbij relatief meer voor bij gezinnen met jonge kinderen. Zij staan immers meer onder stress, een risicofactor als het gaat om het ontstaan van geweld.”
Toch bereikt de hulpverlening deze doelgroep net het minste. Voor kinderen tussen 3 en 8 jaar bestond er tot nu toe ook geen aangepaste methode. Anneleen Roelandts, onderzoeker UCLL: “We missen daar regelmatig de signalen van intrafamiliaal geweld. Vaak omdat we niet weten hoe we met hen over dit thema kunnen spreken en omdat jonge kinderen weinig taal hebben om te verwoorden wat er in hen omgaat.”
Het is dan ook niet evident om een ‘gesprek’ over het gezin en geweld in het gezin aan te gaan met jonge kinderen. Dorien Wuyts: “Zowel op scholen als binnen hulpverlening worden jonge kinderen vaak niet betrokken in de aanpak van intra-familiaal geweld.” Deze aanpak komt niet te vroeg, gezien de coronamaatregelen de stress in gezinnen opvoert; in de eerste maand van de lockdown kreeg de Vlaamse hulplijn 1712 maar liefst 70% meer meldingen.
Het Vlaams expertisecentrum kindermishandeling (VECK) juicht de ontwikkelingen met de Babo-box erg toe en kijkt uit naar de komende ervaringen binnen scholen en hulpverlening. “Kinderen en leerkrachten helpen om op een zorgzame manier woorden te geven aan wat soms minder goed gaat, is erg belangrijk. De ontwikkelingen die de onderzoekers van UCLL met Babo creëren, dragen zo bij aan het vroegtijdiger en beter helpen van kinderen en gezinnen,” duidt Tim Stroobants, directeur van het VECK. “Scholen zijn een tweede thuis voor kinderen. De ervaring leert ons dat leerkrachten ook heel vaak bezorgd zijn over wat ze zien en horen. Het is voor velen niet gemakkelijk om daar met de kinderen zelf over te praten. Babo speelt er op een kwaliteitsvolle manier op in.”
Lancering Babo-box | UCLL Research & Expertise
by admin | mei 5, 2021 | Sectoren
Als je je ontslag geeft of krijgt, heb je tijdens je opzegperiode recht op sollicitatieverlof. Hoeveel sollicitatieverlof mag je nemen? De regels in een notendop.
Een ontslag is vaak het startschot voor een zoektocht naar een andere job. Dat betekent: solliciteren! En dat kost tijd.
Gelukkig heb je tijdens je opzegperiode recht op sollicitatieverlof: dan mag je -met behoud van je loon- afwezig zijn op je werk om ander werk te zoeken. Ook als je zelf ontslag genomen hebt.
Hoeveel sollicitatieverlof je mag nemen tijdens je opzegtermijn, hangt af van het feit of je outplacementbegeleiding volgt.
Outplacementbegeleiding
Deze begeleiding wordt geregeld en betaald door je werkgever. Bedoeling: je helpen om zo snel mogelijk een nieuwe job te vinden.
Word je ontslagen? Dan heb je recht op outplacement als je aan deze voorwaarden voldoet:
- Je bent níet ontslagen omwille van een dringende reden.
- Je hebt een opzeggingstermijn van minstens 30 weken.
Heb je een opzeggingstermijn van minder dan 30 weken? Dan heb je enkel recht op outplacementbegeleiding als je aan deze vier voorwaarden beantwoordt:
- je werkte bij een werkgever uit de privésector,
- je was op de datum van je ontslag minstens 45 jaar,
- je werkte één jaar ononderbroken bij je werkgever, en
- je bent beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
Hoeveel sollicitatieverlof?
Nu je weet of je al dan niet recht hebt op outplacementbegeleiding, kan je nagaan hoeveel sollicitatieverlof je mag nemen tijdens je opzegtermijn.
Er zijn drie situaties waarin je terecht kan komen:
- Je volgt geen outplacementbegeleiding en hebt een opzegtermijn van 26 weken, of minder.
Dan krijg je één dag (of twee halve dagen) sollicitatieverlof per week, gedurende heel je opzegtermijn. - Je volgt geen outplacementbegeleiding en hebt een opzegtermijn van meer dan 26 weken.
Dan krijg je tijdens de eerste weken van je opzegtermijn een halve dag sollicitatieverlof per week. Vanaf de laatste 26 weken heb je recht op één dag (of twee halve dagen) per week. - Je volgt outplacementbegeleiding.
Dan mag je gedurende de volledige duur van je opzegtermijn één dag (of twee halve dagen) per week afwezig zijn. Opgelet: je moet de outplacementbegeleiding tijdens je sollicitatieverlof volgen. Ze komt er dus niet bovenop.
Werk je deeltijds? Dan heb je minder sollicitatieverlof. Het aantal dagen waar je recht op hebt, staat in verhouding met hoeveel je werkt.
Bron: VDAB