by admin | mrt 5, 2022 | Antipestteam
Pesten laat diepe wonden na. Dat ervaarden ook Nicy, Elina en Niels. Zij werden uitgesloten op basis van hun huidskleur, voorkomen, seksualiteit of fysieke beperking. Aspecten die een belangrijk deel vormen van hun identiteit. Pestexpert Gie Deboutte reflecteert over de rol van hun scholen en leraren.
Nicy, 9 jaar: “Gelukkig komen er alleen nog roetpieten naar school met Sinterklaas. Vroeger waren er alleen zwarte pieten. Toen werd ik ook vaak ‘zwarte piet’ genoemd. Maar ik ben daar heel bang van: hij maakt zich belachelijk en stopt stoute kinderen in een zak. Ik lijk daar helemaal niet op. ‘Bah, daar is Nicy. Kom, we lopen weg!’ Dat hoor ik nu gelukkig minder vaak.”
“Ik zou willen dat elke school ook bruine poppen heeft. Of boeken waarin zwarte meisjes prinsessen en heldinnen zijn. En dat er ook meer over de geschiedenis van zwarte mensen wordt verteld. Dan zou ik misschien minder gepest worden door mijn huidskleur. In het eerste leerjaar zeiden sommige kinderen dat ik chocolade-ijs was. Waarom? Ik zou nooit vanille-ijs terugzeggen.Of die jongen uit mijn klas die vond dat ik een dikke kop had en mijn neus op een toeter leek. Hij kneep erin en maakte geluiden. Dat maakt mij heel verdrietig. Maar ik wil niet dat anderen dat weten, dus hou ik mijn tranen in.”
“Sinds we op school een ‘pestbus’ hebben, zijn de problemen sneller opgelost. Wanneer je niet durft te vertellen dat iemand je pest, kan je dat gewoon op een briefje schrijven en het in de bus stoppen. Onlangs schreef ik over een jongen die mij een ‘dikke oen’ noemde en zei dat ik moest zwijgen tijdens groepswerken. De praatjuf leest de pestbriefjes iedere week. Zij begrijpt heel goed dat pesten niet leuk is: zelf werd ze vroeger ‘hondenhoofd’ genoemd. Eerst kwam ze met mij praten, daarna met de pester. Dat heeft gewerkt: hij is veel liever voor mij en helpt me soms zelfs met opdrachten.”
Ik wil niet dat anderen zien dat het mij raakt, dus ik hou mijn tranen in
Nicy
9 jaar
“Ik schaam me steeds minder voor hoe ik eruit zie. Vroeger kreeg ik soms de vraag waarom mijn haar ‘altijd zo vettig was’. Dan droomde ik van steil haar, zoals mijn klasgenootjes. Want in kroeshaar zitten veel knoopjes en met die crème kan je het makkelijker kammen. Maar dit jaar vertelde een meisje dat ze mijn haar net leuker vindt: als ik vlechten maak, blijven die veel beter zitten. En dat is eigenlijk wel waar.”
“Volgens de juf moet ik meer voor mezelf opkomen. Ze zegt dat ik pesters zelf mag aanspreken. Ik heb dat al geprobeerd, maar dat werkte niet. Het gaat meestal beter als vrienden het voor mij opnemen. 2 klasgenootjes maakten onlangs een speciale affiche. Met mijn naam en veel goede eigenschappen. Dat ik lief ben, bijvoorbeeld. En dat ik mooi kan dansen. Dat vond ik heel speciaal. Als ik verdrietig ben, dan kijk ik in mijn kamer nog eens naar die affiche. Zo weet ik weer wat ik echt waard ben.”
Wat kan de school leren?
Gie Deboutte, pestexpert: “Als 9-jarig meisje verwoordt Nicy erg sterk hoe de negatieve opmerkingen over haar ‘zwart zijn’ wegen. Ze zoekt naar erkenning van haar identiteit, bijvoorbeeld via poppen en belangrijke zwarte figuren in de klas. Scholen hebben impact op hoe kinderen omgaan met diversiteit. Leraren mogen de verschillen niet onder de mat vegen, maar kunnen ze benoemen én benutten. Gesprekken over wat de leerlingen onderscheidt en verbindt, helpen.”
“De zorgjuf van Nicy ontdekte de pesterijen via de pestbus. Gelukkig maar, het is belangrijk dat kinderen hun zorg-ei kwijt kunnen. Scholen kunnen het concept van die bus ook verbreden met een ‘Idee-, Oké- en O Wee-bus’. Daarin droppen kinderen niet alleen problemen, maar ook ideetjes of complimenten. Zo verklein je de drempel om dingen aan te kaarten.”
“Zet als leraar in op de kracht van de omstaanders”
Gie Deboutte
pestexpert
“Bij Nicy zien we dat de juf het pesten heeft aangepakt. Maar je kan ook de kracht van de omstaanders gebruiken. Leer kinderen hoe ze pestgedrag openlijk kunnen afkeuren. Vaak stoppen pestkoppen wanneer de groep zich tegen hen keert. Voelen de omstaanders zich zelf niet sterk genoeg om tegen de pesters in te gaan? Dan kunnen ze het slachtoffer op zijn minst vertellen dat ze de pesterijen niet oké vinden. En dat de gepeste leerling bij hen wél welkom is. Soms herstelt de groep zichzelf. Blijf als leraar ook zeker herhalen: ‘Pesten stoppen doen we samen, want samen lukt het!’
Elina, 18 jaar: “Nog steeds vraag ik me af waarom ik eigenlijk precies gepest werd. Het was het totaalplaatje, denk ik. Ik heb autisme en ADHD waardoor ik soms wat klungelig bewoog. Ik hield van fel gekleurde kledij, was wat voller en werd verliefd op meisjes. Kortom: ik was anders dan de meeste leerlingen. In het secundair kwamen er snel opmerkingen. ‘Kijk daar, de dikke autist’ of ‘het skelet met vet’. Ik probeerde zo hard om ‘normaal’ te zijn, maar dat lukte niet. Ik werd uitgesloten, kreeg soms een subtiele stoot in de gang. Of er verdwenen plots dingen uit mijn schooltas, hoewel ik zeker wist dat ik ze erin gestoken had. Dat waren weken waarin ik elke dag jankend in de klas zat.”
“Ik heb lang gedacht dat ik zelf het probleem was. Sommige leraren versterkten dat gevoel. ‘Ze is ook wel erg flamboyant’, hoorde mijn moeder bijvoorbeeld op een oudercontact. Andere leraren minimaliseerden de problemen: ‘Misschien heb je dat fout begrepen.’ Ik herinner mij klasgesprekken over mij zonder dat ik er zelf bij was. Mijn klasgenoten kregen dan uitleg over mijn autisme. Mijn gedrag was het agendapunt en mijn ‘handleiding’ de mogelijke oplossing. Ik had het nochtans logischer gevonden dat de pesters hun eigen gedrag eens onder de loep namen.”
“De eerste jaren van het middelbaar was ik niet doorgekomen zonder Jill, mijn leraar aardrijkskunde. Zij was ook zorgleraar. Als ik het moeilijk had, las ze dat meteen in mijn ogen. Er waren weken dat ik elke dag aan haar bureau stond. Voor een moeilijk gesprek, maar evengoed om eens te kunnen lachen en zeveren ondanks de miserie. Toen er uiteindelijk beslist werd dat ik beter in opname zou gaan, bleek de wachttijd erg lang. Jill moedigde me maanden aan om vol te houden. Na mijn opname ben ik van school veranderd. Maar met Jill hield ik contact. Nu nog steeds.”
Zonder mijn leraar aardrijkskunde was ik het middelbaar niet doorgekomen
Elina
18 jaar
“Na 2 moeilijke schoolervaringen, is alles voor mij beginnen te veranderen toen ik in het vijfde middelbaar overstapte naar de kunstschool in de grote stad. De onzekere Elina die nog nooit de bus of de trein genomen had, maakte plaats voor een nieuwe, meer zelfstandige versie. Ik besefte er dat ik niet gemaakt ben om achter een bank te blijven zitten: ik moet mijn emoties eruit kunnen laten door te zingen, te acteren, muziek te maken. Deze school was ook heel open: ik zag er jongens met rokken en meisjes met netkousen. Ik had niet langer het gevoel dat ik heel de tijd ‘normaal’ moest doen. Ik kon mezelf zijn en iedereen vond dat oké.”
“Er zijn nog steeds momenten waarop ik denk dat ik niets kan. Momenten waarop ik niet geloof dat mensen mij op een podium willen zien staan. Maar hoe ouder ik word, hoe beter ik mezelf leer kennen en accepteren. Het inzicht dat ik door mijn autisme of door mijn ADHD aan bepaalde eigenschappen ook niet veel kan veranderen, brengt ook rust. En af en toe overvalt het me plots een gevoel van overwinning. Als ik na de lessen door Brussel loop, bijvoorbeeld. Dan blik ik terug op vanwaar ik kom. ‘Waw, dit had ik vroeger niet durven dromen’. ”
Wat kan de school leren?
Gie Deboutte, pestexpert: “De getuigenis van Elina bevestigt: jongeren die bijzonder zijn en van wie de uniciteit in het oog springt, lopen een groter risico op pesten. Het beeld dat leraren zich over bepaalde leerlingen vormen, heeft ook invloed op hun kwetsbaarheid. Zelfverzekerde jongeren worden bevestigd en versterkt door hun leraren. Kwetsbare leerlingen die zich fragiel, verdrietig of boos presenteren, worden vaak negatiever bekeken. Leraren zijn dan minder bereid om zich op hen af te stemmen. Dat creëerde bij Elina het gevoel dat zij het probleem was. Wat eerst door haar omgeving ervaren werd als ‘problematisch’, kon zich pas in een andere school op een positieve manier presenteren.”
“Eén leraar kan nooit alleen een veilige schoolomgeving creëren”
Gie Deboutte
pestexpert
“Juf Jill was voor Elina degene die het verschil maakte. Je kan als individuele leraar inderdaad een zeer belangrijke schakel zijn in het leven van een leerling. Maar ieder jaar komen er nieuwe leraren met wie die persoonlijke band misschien minder aanwezig is. Daarom kan een individu nooit alleen een veilige schoolomgeving creëren. Er moet een visie zijn die het hele team uitdraagt. ‘Wie zijn we? Waar staan we voor? Welke waarden willen we samen uitdragen?’ Die zaken moeten in het DNA van de school zitten. Een gedeelde kijk kan leraren ook zuurstof geven: het sterkt hen in hun handelen en zo zullen ze sneller het juiste doen.”
Niels, 24 jaar: “Mijn allerlaatste dag op de lagere school zal ik nooit vergeten. De jongens die mij al 6 jaar lang onophoudelijk hadden gepest, maakten ook bij het afstuderen geen uitzondering. Het groepje kwam op mij af en dreef me met mijn rolstoel in een hoek. Zelfs op deze laatste dag moest ik nog eens horen hoe ‘dom’ en ‘gehandicapt’ ik was. Ik ben toen in tranen uitgebarsten. Mijn rapport heb ik die dag zelfs niet bekeken. Er was op dat moment precies geen enkele reden om trots te zijn.”
“‘Niels stinkt!’ of ‘Niels is een baby: hij heeft een pamper nodig’. Dat waren de opmerkingen toen ik in het vijfde leerjaar in mijn broek plaste. Een volle blaas ophouden lukt soms niet. Door een zuurstoftekort bij mijn geboorte heb ik weinig controle over mijn benen. Lopen of mijn evenwicht bewaren zijn moeilijk. Mijn klas was heel sportief en lachte vaak met mijn rolstoel of looprekje. Ik was een outsider. Bij voetbalmatchen kon ik alleen maar toekijken. Tijdens de lessen lichamelijke opvoeding werd ik nooit gekozen, want ‘met Niels erbij is onze groep sowieso verloren’.”
“De school heeft wel geprobeerd om mij beter te integreren. Zo was er eens een sportdag waarop heel mijn klas leerde rolstoelsporten. Op die manier konden zij ervaren hoe het was om op wielen te basketballen, en kon ik zelf ook meedoen. Op zich een heel mooi initiatief. Maar toen ze hoorden dat de rest van de school die dag ging kajakken, keerden ze zich tegen mij. ‘Dat was veel leuker geweest’, en ook ‘zo stom dat we dat missen door slome Niels’. Tijdens de skiklassen net hetzelfde: er werd een zitski voor me geregeld waardoor ik mee kon. Maar ’s middags aan tafel werd er al snel gelachen met hoe dwaas dat er allemaal uitzag. Ik voelde me ook vaak een blok aan hun been: ik heb me zo vaak geëxcuseerd wanneer ze mijn gerief moesten helpen dragen.”
Pesten stopt niet bij de schoolpoort: je draagt het nog jaren met je mee
Niels
24 jaar
“In het secundair hoopte ik dat mensen mij zagen zonder die rolstoel of beperking. In die periode ontdekte ik het internet. Via games leerde ik mensen over de hele wereld kennen. Mensen die mij niet meteen in een hokje plaatsten. Mensen die af en toe eens vroegen hoe het met me ging. De vriendschappen die ik toen virtueel sloot, waren echter en hechter dan wat ik daarbuiten kende. Het heeft me wel een gameverslaving opgeleverd. En ook online wisten de pesters me uiteindelijk te vinden. Op mijn YouTube-kanaal reageerden ze dan met uitspraken als ‘jij leeft niet in de realiteit’ of ‘Niels heeft helemaal geen echte vrienden, die bestaan niet’.”
“Dankzij professionele psychologische hulp ben ik er uiteindelijk in geslaagd om de stenen uit de rugzak van mijn verleden te halen. Pesten stopt dus niet bij de schoolpoort: je draagt het nog jaren met je mee. Het tast je zelfvertrouwen aan en zorgt ervoor dat je andere mensen moeilijker vertrouwt. Maar nu leef ik weer in plaats van te overleven. Als de pijn tegenwoordig nog eens knaagt, dan schrijf ik die gevoelens van mij af. Vaak helpt dat enorm.”
Wat kan de school leren?
Gie Deboutte, pestexpert: “Het verhaal van Niels illustreert hoe gebrekkig toegankelijk een school kan zijn voor een kind met een fysieke beperking. De goedbedoelde schoolinitiatieven droegen helaas niet bij tot meer veiligheid, meer vertrouwen en een betere band met de klas. Die verbondenheid en openheid kan je in je klas mee proberen te bewaren. Door bijvoorbeeld regelmatig kringgesprekken of ‘proactieve cirkels’ in te lassen. Wie daar geregeld tijd voor maakt, kan voorkomen dat conflicten te groot worden. Er zijn ook andere manieren om het klasklimaat op te meten. In sommige kleuter- en lagere scholen hangen leerlingen bijvoorbeeld elke dag een gevoelsmannetje aan de muur dat hun gemoed weerspiegelt.”
“Kinderen en pubers hebben nood aan pedagogische vuurtorens”
Gie Deboutte
pestexpert
“Kinderen en pubers hebben ‘pedagogische vuurtorens’ nodig: leraren die vanop een afstand alles overschouwen, er stevig staan en krachtige signalen uitzenden op het moment dat de groep in spanning komt. Je rol als opvoeder neemt het op zulke momenten over van je functie als vakexpert. Maak duidelijk dat iedereen meetelt. Gezien en gehoord worden: dat zijn behoeften waar elke jongere naar op zoek is. Logisch dat Niels daardoor in de online-omgeving bleef plakken. Helaas zette het treiteren zich na een tijd ook verder op het internet. Daarom moet een school ook aandacht hebben voor cyberpesten. Het stopt niet na de schooluren.”
Bron: Klasse
by admin | mrt 5, 2022 | Onderwijs
Als jongeren op het matje verschijnen bij het gerecht, mag dat voor procureur des Konings Ine Van Wymersch nooit een eindpunt zijn. Wel een kans. “Scholen en rechters hebben een andere taak, maar kijken door dezelfde bril: jongeren zijn jong en maken fouten, maar we geven ze nooit op.”
Zelf kreeg Ine Van Wymersch tijdens haar schoolloopbaan zelden straf. Ruim 2 jaar geleden werd ze procureur des Konings bij het parket Halle-Vilvoorde. Sindsdien vraagt ze in de rechtbank voor de beschuldigde een straf in naam van de maatschappij.
Als je als procureur met jongeren in contact komt, is het dus al ergens goed misgelopen?
Ine Van Wymersch: “Klopt, maar dat de rechtbank enkel straffen uitdeelt, is een fout beeld. Niet elke jongere die iets mispeutert, komt voor de jeugdrechter of krijgt een straf. Door het jeugddelinquentiedecreet is er heel wat mogelijk tussen de aanklacht seponeren en de jeugdrechter vorderen. We leggen voorwaarden op die we controleren, bieden herstelbemiddeling aan of kiezen voor een positief project zoals staptochten. Zo geven we trapsgewijs kansen. Als de politie vaststelt dat kinderen in erbarmelijke omstandigheden leven, stelt ze een proces-verbaal op en schakelt ze het parket in. Dat beslist welke hulp verplicht is voor het gezin.”
“Aan elk feit dat een jongere pleegt, geven we wel gevolg. Wie in de Hema een lippenstift steelt zonder dat daar een reactie op komt, steelt er de volgende keer nog een paar oorbellen bij. Jongeren mogen niet het gevoel hebben dat dat straffeloos kan. Maar we schieten daar niet in door. We sturen die jongeren en hun ouders een brief: ‘We zijn op de hoogte van de diefstal, maar beslissen je niet te vervolgen. Dit is een kans die je krijgt.’ Uiteraard houden we het dossier bij voor als de dader hervalt. Maar we sturen niet iedereen naar een gesloten instelling.”
“We kijken bovendien altijd naar de context. Als een jongere steelt omdat er thuis geen geld is voor eten, is straffen niet de oplossing. We pakken de opvoedingssituatie aan en gidsen het gezin naar de juiste hulp. Uiteraard geven we ook het signaal dat diefstal niet oké is. Door die jongere gemeenschapsdienst aan te bieden, zodat hij zijn misstap kan goedmaken. Jongeren grijpen echt wel kansen als die aansluiten bij hun dagelijkse realiteit. Aan een gezin in financiële moeilijkheden een geldboete geven, is wereldvreemd. Zo geef je ook geen strafstudie aan een leerling die zijn huiswerk niet gemaakt heeft omdat zijn moeder opgenomen werd in het ziekenhuis.”
Wil dat zeggen dat het gerecht soms de redding van jongeren is?
Ine Van Wymersch: “Hopelijk de redding, maar minstens een nieuwe kans. Een jongere biechtte me op: ‘Ik ben blij dat jullie me gestopt hebben. Ik zat in een spiraal van geweld, het lukte thuis en op school niet meer en ik raakte er zelf niet meer uit’. Ze staan niet in de rij om dat te komen zeggen, maar in de dossiers zien we vaak een keerpunt.”
“Er zijn natuurlijk ook jongeren die we niet op het rechte pad krijgen. Maar elke jongere is het waard om ons hele arsenaal aan middelen op los te laten. Het gerecht is geen ‘einde verhaal’, het is een traject. Elk dossier van de jeugdrechtbank komt jaarlijks opnieuw ‘op zitting’ en we volgen het permanent op. Een dossier afsluiten doen we pas als we echt denken dat alles in orde komt.”
Wie investeert in onderwijs en welzijn, bespaart automatisch op het gerecht
Ine Van Wymersch
Procureur des Konings
“We kiezen voor een individuele aanpak. We onderzoeken hoe die jongere omringd wordt en welke hulp hij krijgt. Wat weten we over de ouders? Zijn ze oké, beleefd en correct bij de politie, dan leggen we een contactverbod met foute vrienden op zodat de ouders hun opvoeding kunnen verderzetten. Maar als ouders hun taak niet aankunnen, is een tijdelijke opname in een instelling misschien zinvoller. We werken altijd samen met verschillende hulpverleningsdiensten, met de school ook. We zijn de stok achter de deur, maar er moet wel een deur zijn.”
“We handelen zoals in een school. Je voert als klasleraar een algemeen beleid, maar er zijn altijd enkele leerlingen die je speciaal opvolgt. Als je een groepje jongeren met wiet betrapt op een festival is dat iets anders dan jongeren die voor de zoveelste keer in een station drugs verkopen en zelf verslaafd zijn. We kijken bij jongeren naar de feiten, maar ook naar hun persoonlijkheid en netwerk. Die 3 puzzelstukken bepalen onze aanpak.”
Je luidde de alarmbel over het welzijn van jongeren tijdens de coronaperiode. Ziet het gerecht daar de uitwassen van?
Ine Van Wymersch: “Er werd minder gestolen, want iedereen bleef thuis. En de politie pikte drugskoeriers sneller van de straat. Ik gaf tijdens die periode meermaals het signaal – ook aan de pers – dat het tijdens de wachtdiensten van de politie allemaal rond familiaal geweld of psychische problemen draaide. Elke keer volgde hetzelfde antwoord: ‘We hebben geen cijfers’. Dus is er officieel geen toename.”
“Maar als intrafamiliaal geweld toeneemt, zie je dat niet noodzakelijk in cijfers. Wanneer valt het op? Als je op school komt met een blauw oog of op het werk niet opdaagt. Als scholen sluiten en iedereen thuiswerkt, zet je daders en slachtoffers samen. Dan is er geen aangifte. Ook het aantal jongeren met psychische problemen steeg. We verloren onderweg heel wat jongeren. Kijk maar naar het toegenomen aantal tieners dat een eetstoornis ontwikkelde of wegliep van huis.”
“Soms komen jongeren pas bij het gerecht terecht na een zelfdodingspoging. Maar tussen niet goed in je vel zitten en zelfdoding proberen te plegen, zit een hele spreidstand aan problemen die onze collectieve aandacht verdienen. We moeten samen ingrijpen om te vermijden dat het zover komt.”
Welke rol speelde de sluiting van de scholen?
Ine Van Wymersch: “Leraren deden heel veel moeite om contact te houden met hun leerlingen. Maar als ik naar mijn eigen gezin kijk – een middenklassegezin zonder issues – met 4 kinderen die tegelijk digitaal onderwijs krijgen, weet ik het wel. Wij hebben daar de infrastructuur niet voor. Hoe gaat dat in een gezin met weinig middelen en zonder sociaal netwerk? Als je in een kansarm gezin opgroeit, ben je nu nog kansarmer. Niet alleen financieel, maar ook qua toekomst. Ik maak me veel zorgen over die groep.”
“Als je scholen sluit, knip je de eerste noodlijn van jongeren door. Doordat ze die ‘eerste hulp’ missen, escaleert het gedrag van jongeren sneller, waardoor politie en justitie moeten ingrijpen. Wat helemaal niet de wenselijke weg is. Tussenkomst van politie is ingrijpend, jongeren gedwongen laten opnemen niet de ideale weg. Dat we zo vaak moesten tussenkomen, toont de omvang van de ijsberg. Wij zien enkel het topje.”
“Ik was vanuit justitie altijd vragende partij om de scholen – die grote reddingsboeien zijn voor kinderen – open te houden. Ik krijg weleens de vraag of ik bij justitie genoeg financiële middelen heb. Als ik morgen een zak geld krijg, geef ik die met veel plezier aan scholen en de welzijnssector. Als zij voldoende mensen hebben, heb ik genoeg middelen om in te grijpen waar het echt fout loopt.”
“Ook voor justitie moeten de wachtlijsten in de gezondheidszorg en hulpverlening weggewerkt worden. Veel jongeren belanden bij het gerecht omdat ze op lange wachtlijsten botsen. Of hun ouders. Ik gebruik een cliché: de depressie van moeder of het overmatige alcoholgebruik van vader wordt niet aangepakt. Als dat aansleept, dan dragen de kinderen daar de gevolgen van.”
Hoe kunnen scholen het gerecht helpen?
Ine Van Wymersch: “Door transparant te zijn over hun beleid. Als de school een ‘aanklampende opvolging’ opstart voor bijvoorbeeld drugs, blijven we een beetje op de achtergrond. We weten: als de directeur ons belt, dan is er echt een probleem. Scholen zijn als een gezin: als ze de boel onder controle hebben, zijn wij overbodig. Hoe ze dat doen? Door niet alleen te aaien en zalven, maar ook af en toe een streng signaal te sturen.”
“Helaas geven steeds meer ouders hun kinderen op. Ze denken dat de school en de politie het wel oplossen. We proberen de ouders te responsabiliseren. Als het hen niet lukt om hun kinderen na de avondklok binnen te houden, moeten ze begeleiding krijgen. Nu, en niet binnen 6 maanden omdat er een wachtlijst is. En liefst voordat die jongeren feiten plegen. Vaak vorderen we de jeugdrechter voor delinquent gedrag én voor een problematische opvoedingssituatie. Het een komt zelden zonder het ander. Geen enkele 14-jarige staat ’s ochtends op en zoekt wat vrienden om een apotheek te overvallen. Daar gaat een lange weg van gemiste kansen aan vooraf.”
“Tijdens een verhoor vertellen jongeren hun hele verhaal. ‘Ik zit al in mijn zesde school, ik voel me daar niet thuis, een diploma halen, lukt me nooit. Ik heb het opgegeven.’ Jongeren hebben heel veel aan die ene leraar die wél in hen gelooft of die ene CLB-medewerker die hen níet loslaat. Want hoe stoer ze ook zijn, ze verlangen naar een cocon of nest. Ook de stoerste krijg je mee als hij voelt dat hij een echte kans krijgt. Want hoe vaak horen ze niet ‘Jij weer?!’”
Hoe belangrijk is het nest waarin je geboren wordt?
Ine Van Wymersch: “Het nest waaruit je komt, bepaalt veel. Maar niet alles. De rechter zegt dat vaak tegen een jongere: ‘Je ouders hebben er niets van gebakken. Maar dat mag je niet als excuus blijven gebruiken. We bieden je nu een aantal kansen. Grijp ze!’ Maar dikwijls durven of kunnen ze dat niet zien. Laad je maar voor de zesentwintigste keer op als er eindelijk een begeleider is. Ze zijn al zo vaak terug naar start gevlogen.”
“We vragen veel van jongeren. Mensen die werk zoeken en na 3 negatieve sollicitaties de moed verliezen, krijgen begrip. Maar jongeren die telkens weggestuurd worden en in een nieuwe school moeten starten, vinden we lastposten. Ik begrijp hun wanhoop, onmacht of gebrek aan goesting. We moeten ook de vraag durven stellen hoeveel kansen echte kansen zijn. ‘Herpak je’ mag geen hol begrip zijn. We moeten hen zo omkaderen dat dat ook echt mogelijk is en uitleggen hoe ze dat kunnen doen.”
Wat denk je als het over je eigen kinderen gaat? ‘Met een goede basis komt het wel in orde’ of ‘Het kan snel misgaan’?
Ine Van Wymersch: “Wat je als ouders in je kind investeert, kan je niet onderschatten. Tegelijkertijd is de grens tussen wanneer het goed of fout loopt flinterdun. Ik zal nooit een ouder met de vinger wijzen, want zoveel andere factoren spelen een rol. Zoals je vriendenkring. Ik probeer aan mijn kinderen mee te geven dat het belangrijk is je buikgevoel te volgen over wat een goede en een slechte situatie is. Jongeren weten zelf wel dat die vriend of vriendin niet oké is. Maar hoe stap je weg als je voelt dat iets niet deugt, zonder gezichtsverlies te lijden en zonder daarna gepest te worden?”
“Toch kan elke jongere op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Dan is het zaak om hen niet te lossen. Ik vraag aan de politie om de eerste reactie van de ouders te noteren als ze voor hun kind naar het commissariaat moeten komen. Leraren herkennen dat wel. Na de eerste godverdomme – mensen zijn ook maar mensen – voel je heel snel of ze hun kind zullen aanmoedigen om zich te herpakken of het loslaten. En als je dat laatste voelt of je vraagt je af hoe de ouders waarden of normen kunnen doorgeven aan hun kinderen, zal je vroeg of laat met een alternatief moeten komen.”
Je mag het vak ‘Mens en Samenleving’ geven in het secundair. Wat vertel je?
Ine Van Wymersch: “Dat ze actief moeten investeren in mensen rondom hen die het goed menen. Meer dan ooit. Want met het vingertje zeggen ‘dat mag niet’, werkt niet. Fouten maken ze allemaal. Dan bepaalt hun vangnet of ze verder geraken of niet.”
“En ik zou uitleggen hoe belangrijk je excuseren is, herstellen wat fout ging. Maak je brokken, neem dan je verantwoordelijkheid. Én vervolgens preciseren hoe je dat doet. Als je uit frustratie een kras hebt gemaakt op de auto van de buurman en je ouders hebben daardoor miserie, ga dan werken in het weekend om de kosten te betalen. Dan maak je een nieuwe start.”
“Minderjarigen hebben meer in de hand dan ze denken. Zoals excuses aanbieden. Mensen zeggen ‘wat is dat waard?’ maar in een zitting zien we dat dat enorm veel betekent voor slachtoffers. Als je gemeende excuses aanbiedt, kan je met een schone lei beginnen. Soms moeten de mensen rondom de jongeren een duwtje geven. Ze niet alles alleen laten oplossen.”
Bron: Klasse
by admin | mrt 5, 2022 | Sectoren
Furia kijkt met verbijstering naar hoe dienstenchequebedrijven doof blijven voor de roep naar een sectoraal akkoord over de lonen en arbeidsvoorwaarden voor de huishoudhulpen. Deze onmenselijke omstandigheden treffen overwegend werkneemsters – 98 procent is vrouw in die sector.
Stel: voor 9 euro (na fiscale aftrek 7,2 euro) krijg je één uur huishoudelijke hulp. De overheid legt daar elk uur een slordige 14,5 euro bovenop. Je huishoudhulp zelf krijgt zo’n 12 euro per prestatie. Bruto welteverstaan, want er gaan nog sociale bijdragen af. Gemiddeld verdienen huishoudhulpen in Vlaanderen 13.368 euro bruto per jaar.
De vakbonden voeren daarom al maanden actie voor betere arbeidsvoorwaarden in de sector. Wanneer het leven duurder wordt – denk: energie- en consumptieprijzen – hoest de overheid de indexaanpassing op. Toch sinds dit jaar.
Sommige van de huishoudens hebben kinderen met een belastingvrij studentenbaantje dat meer opbrengt per uur dan de huishoudhulp verdient.
Voordien kwamen de ondernemingen deels tussen, maar de meerkost wordt niet doorgerekend aan de eindbestemmelingen van het geleverde werk. Voor gezinnen is de bruto aankoopprijs al acht jaar onveranderd. Sommige van de huishoudens – velen daarbinnen zijn veertigers en vijftigers – hebben kinderen met een (belastingvrij) studentenbaantje dat meer opbrengt per uur dan de huishoudhulp verdient.
De grote overheidssubsidie oefent een grote aantrekkingskracht uit op commerciële bedrijven. Socialprofitorganisaties maken slechts voor een vijfde de dienst uit. Schijnbaar tevreden observeert de Vlaamse overheid dat “de dienstenchequemarkt zich aan het consolideren is en niet-winstgevende, niet-efficiënte spelers uit de markt worden verdreven”.
Zolang dienstenchequebedrijven aan het overheidsinfuus liggen, zijn ze zeker van winst.
Ze voegt toe: “De spelers die dus in de markt blijven, groeien wel en hun positie wordt sterker”. Dat klopt alvast. Een grote commerciële speler boekte bijvoorbeeld gespreid over de afgelopen vijf jaar een winst tot boven de 29 miljoen euro waarvan miljoenen werden uitgekeerd aan dividenden.
Zolang dienstenchequebedrijven aan het overheidsinfuus liggen, zijn ze zeker van winst. Het is onzinnig dit financieringsmodel met hoge winsten, lagen lonen en een sterke overheidssubsidie aan de gebruikers te verwijten, maar het is bijzonder problematisch dat de overheid er kritiekloos in blijft meestappen.
Home delivery!
Niet alleen ligt het loon laag voor werknemers in het dienstenchequesysteem, de huishoudhulp – die diensten levert aan huis – krijgt meestal de verplaatsingstijd tussen klanten niet als arbeidstijd betaald en moet zelf parkeerkosten betalen. Inbegrepen in het werk zijn bovendien hardnekkige stereotypering, discriminatie en racisme, zo blijkt uit rapporten.
De dienstenchequesector werd in het leven geroepen om werkende gezinnen te ontlasten. Daar ligt – voor de betere verdieners – onmiskenbaar de troef. Ook knap is hoe het systeem oudere groepen welkome ondersteuning biedt.
Die volwaardige jobs aan redelijke condities blijven een verre droom, die verder en verder af ligt.
Maar het doel was ook “de creatie van volwaardige jobs, waarbij in het bijzonder kwetsbare en laaggeschoolde werkzoekenden of inactieve personen activiteiten, die vroeger werden uitgevoerd in het grijze of zwarte circuit, kunnen uitvoeren in een werknemersstatuut met behoorlijke loon- en arbeidsvoorwaarden verbonden met een arbeidsovereenkomst bij een erkende onderneming”.
Die volwaardige jobs aan redelijke condities blijven een verre droom, die verder en verder af ligt. Bedrijven kunnen zelfs, door een uitzonderingsregel, contracten bieden van minder dan 33 procent tewerkstelling.
Het is een onverkwikkelijk schouwspel hoe de werkgevers het been stijf houden en weigeren een loonsverhoging toe te kennen aan de ongeveer 120.000 dienstencheque-medewerkers in het Vlaams gewest die driekwart miljoen mensen te hulp schieten in het huishouden.
Minister Crevits beloofde in 2021 bijkomende investeringen bij een sectoraal akkoord. Furia vraagt de Vlaamse Regering met klem om deze investering te koppelen aan betere arbeidsvoorwaarden voor de poetshulpen.
Huishoudhulpen vormen, op basis van hun inkomen en sociale achtergrond, een kwetsbare groep. Als de overheid de intentie uitspreekt om hen via dienstencheques naar goede banen te leiden, moet ze dat ook waarmaken. Momenteel voeren huishoudhulpen fysiek zwaar en maatschappelijk erg belangrijk werk uit – vaak veel meer dan pure huishoudhulp -, moeten ze zich alsmaar meer flexibel opstellen, maar is er geen sociale lift te bekennen.
Stel: Driekwart miljoen Vlaamse dienstenchequegebruikers en 1.216 ondernemingen kunnen 3 maanden niet meer rekenen op het werk dat deze 120.000 vrouwen leveren. Zou hun aandeel in het ondersteunen van de samenleving dan hoger blijken dan een waardering van een luttele 12 euro (bruto!) per uur?
Op 16 februari 1966, meer dan een halve eeuw geleden, legden de vrouwen in wapenfabriek FN Herstal het werk neer voor beter loon. Deze historische staking, die op heel wat solidariteit van binnen én buiten het bedrijf mocht rekenen, zou twaalf weken duren.
Stel: driekwart miljoen (743.286) Vlaamse dienstenchequegebruikers en 1.216 ondernemingen blijven 3 maanden verstoken van het werk dat deze 120.000 vrouwen leveren. Zou hun aandeel in het ondersteunen van de samenleving dan hoger blijken dan een waardering van een luttele 12 euro per uur?
Els Flour is bestuurslid bij Furia.
Bron : Dewereldmorgen.be
by admin | mrt 5, 2022 | Boeken
Hoe zit de wereld in elkaar? Wel, zo zit de wereld in elkaar. We willen dat allemaal wel graag weten. En liefst vanuit een betrouwbare bron. Vaclav Smil biedt alvast een broodnodige ‘reality check’: want vooraleer problemen aan te pakken heb je eerst een grondige feitenkennis nodig. Zijn nieuwste boek ‘Zo zit de wereld in elkaar is zo’n check-up.
Door het voortdurend dreigen met angstaanjagende gevolgen van een klimaatverandering, lijken haastige veranderingen in onze manier van leven en in productiemethoden noodzakelijk. Maar hoe realistisch is dat? Zijn die aanpassingen haalbaar?
De Canadese wetenschapper Smil voedt op 310 bladzijden het gezond verstand en kleeft daar 90 bladzijden bronnen en verwijzingen tegen aan. Zo zit de wereld in elkaar bekampt het doemdenken en het catastrofisme van het Belgische en internationale persvolk en hun groene souffleurs, schrijft onze medewerker Frans Crols in zijn recensie elders op Doorbraak. Het is oud zeer.
‘Te veel journalisten doen vandaag universitaire pretstudies en weinigen wroeten zich nadien in een niche voor wetenschappelijke kennis. Gevolg: perslui zijn de speelbal van kwesties die zij dwepend verwoorden maar waarover zij onkundig zijn.’
Alleen al daarom is dit boek een ‘moet lees’- boek.
Alleen al daarom is dit boek een ‘moet lees’- boek.
Eye opener
De Canadese emeritus publiceerde ruim veertig boeken over milieu, energie, technische innovatie en openbaar bestuur. “Zo zit de wereld in elkaar” ontleedt dé ideologie – wij zijn onherroepelijk verdoemd – van de groenen en hun media-papegaaien.
Balancerend op de grens tussen wetenschappelijk objectiviteit en politiek engagement, verdiept Vaclav Smil zich in zeven fundamentele onderwerpen die ons voortbestaan en onze welvaart bepalen. Op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten beantwoordt Smil de meest cruciale vraag van onze tijd: zijn we onherroepelijk gedoemd of ligt er een mooiere toekomst in het verschiet?
Wie door Smils kwantitatieve lens naar de wereld kijkt, komt tot nieuwe inzichten waardoor de blik op ons verleden, heden en onze toekomst blijvend verandert.
by admin | mrt 5, 2022 | Boeken
Het moderne politieke denken zou zijn oorsprong vinden in de Franse Revolutie. Die had als leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. De politieke tegenstellingen vanaf de negentiende eeuw waren die tussen degenen die vrijheid het belangrijkst vonden en zij die de nadruk op gelijkheid legden. Liberalen zouden vrijheid claimen, socialisten gelijkheid. Blijft voor christendemocraten broederschap over.
Het misverstand ‘vrijheid of gelijkheid’
De TeldersStichting, het wetenschappelijke bureau (denktank) van de rechts-liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), bracht een studie uit naar het begrip ‘gelijkheid’. Volgens deze bundel bestaan daarover de nodige misverstanden. Zo gaat de liberale voorkeur voor vrijheid samen met een voorkeur voor de rechtsstaat. Eerste vereiste: gelijkheid voor de wet.
Omgekeerd pleiten voorstanders van gelijkheid in de regel niet voor een samenleving waarin iedereen, precies dezelfde kleding draagt, dezelfde tv-programma’s kijkt, precies dezelfde vrijetijdsbestedingen heeft enzovoort. Hierbij behouden individuen keuzevrijheid heeft. De tegenstelling ‘vrijheid versus gelijkheid’ bestaat eerder in opiniestukken en politieke debatten dan in de praktijk.
Gelijkheid van kansen
Wie pleit voor inkomensgelijkheid, is er nog niet. De een geeft meer uit dan binnenkomt, de ander minder. Omwille van gelijkheid kunnen spaartegoeden afgeroomd worden. Maar wie spaart voor een duurdere aankoop, of om bij tegenvallers een buffer te hebben, wordt dan ook benadeeld.
Gaat het om gelijkheid van kansen, of van uitkomst? Het laatste brengt als probleem mee: wie bepaalt welke uitkomst voor iedereen het beste is?
Wat wordt bedoeld?
De kern van de inleiding: ‘gelijkheid’ belangrijk vinden zegt niks, zolang niet duidelijk omschreven wordt wat met die term wordt bedoeld. Welke verschillen tussen mensen worden onwenselijk gevonden? Wat zijn de vooronderstellingen? Is verschil in inkomen ook een probleem als het laagste inkomen voldoende is om van te leven, of moeten inkomensverschillen verkleind worden? Staat het extra inkomen van de een gelijk aan minder inkomen van de ander?
Respect voor diversiteit wordt soms uitgelegd als identiteitspolitiek. Kun je individuen opsluiten binnen groepen? Wat met individuele verschillen binnen groepen?
De inleiding noemt tien vuistregels. Die komen neer op de gedachte dat gelijkheid altijd in verhouding staat tot andere waarden. Het is onhaalbaar om alle mensen in elk opzicht precies hetzelfde te krijgen. Dus moet duidelijk worden gemaakt waarin mensen gelijk moeten zijn. Liberalen horen dan consequent te kiezen voor gelijkwaardigheid, oftewel gelijkheid voor de wet en gelijkheid van kansen. Voor het overige kan gelijkheid zelden afgedwongen zonder dwang en zonder dat de een voor de ander bepaalt wat goed is.
Na de inleiding volgen tien hoofdstukken, waarbij verschillende auteurs ingaan op thema’s als inkomen of gezondheid, maar ook op gelijkwaardigheid tussen geslachten of generaties. Drie worden hier uitgelicht.
Onderwijs
Twee hoofdstukken gaan over onderwijs, een in het algemeen en een over regionale verschillen. Het eerste is geschreven door Maartje Schulz, politicoloog en wetenschappelijk medewerker bij de stichting (Elsevier-redacteur geweest). Op de eerste pagina wordt gesteld dat onderwijs noodzakelijk is om als volwassene in vrijheid en verantwoordelijkheid het eigen leven te kunnen vormgeven. Wat mij betreft pijnlijk voor de VVD. Onder partijleider Hans Wiegel (1971-1982) werd verplichte middenschool voor alle leerlingen van 12-15 jaar geblokkeerd. Daarna negeerde de partij het onderwijs. Ideeën komen al veertig jaar van de sociaaldemocratische PvdA of het links-liberale D66.
De voetnoten zijn leerzaam. Voorstellen om in het middelbaar onderwijs indeling in schooltypen zo lang mogelijk uit te stellen komen consequent van dezelfde instantie, de Onderwijsraad. Volgens een andere noot concludeerde het Centraal Planbureau daarentegen dat leerlingen beter presteren in klassen met kinderen op hetzelfde niveau. In een rapport staat ook dat vroege selectie en aan alle leerlingen hoge eisen stellen de leerprestaties verhoogt.
Het artikel gaat over Nederland. Eén beleidsaanbeveling leent zich voor het Vlaamse onderwijsdebat. In plaats van brede meerjarige brugklassen (brede eerste graad) kan beter ingezet worden op mogelijkheden om tussentijds van schooltype te veranderen. Kunnen laatbloeiers overstappen van Beroepssecundair onderwijs (BSO) of Technisch secundair onderwijs (TSO) naar Algemeen secundair onderwijs (ASO)?
Toegang tot politiek
De bijdrage van dr. Patrick van Schie, historicus en directeur van de stichting, gaat over de vraag of kiezers in gelijke mate vertegenwoordigd worden door verkozenen. Recente pogingen om burgers meer bij het besluitvormingsproces te betrekken, bijvoorbeeld door participatiedemocratie, verkleinen de kloof tussen burger en mandataris niet. Hoger opgeleiden en activisten nemen daar namelijk vaker deel aan.
Enkelvoudig stemrecht voor alle burgers vanaf een bepaalde leeftijd garandeert niet dat alle politieke overtuigingen evenredig worden vertegenwoordigd
Enkelvoudig stemrecht voor alle burgers vanaf een bepaalde leeftijd garandeert niet dat alle politieke overtuigingen evenredig worden vertegenwoordigd. Volgens kiezersonderzoek is er vraag naar een economisch linkse en cultureel rechtse partij. Zo’n ‘links-nationalistische’ partij bevindt zich niet in de Tweede Kamer, als er partijen bestaan die zo’n combinatie consequent uitdragen.
Klopt het dat in België maatregelen worden genomen om meer gewicht toe te kennen aan de lijststem? Van Schie stelt als correctie juist voor meer gewicht toe te kennen aan persoonlijke voorkeurstemmen. Onlangs noemde hij een kiesdrempel van vijf procent overigens ‘politiek protectionisme’.
Boudewijn Bouckaert over identiteit
De bundel bevat Vlaamse inbreng: professor Boudewijn Bouckaert omschrijft de liberale visie op ‘identiteit’. Liberalen benadrukken twee kenmerken van de mens. Elk mens kan redeneren en communiceren (rationaliteit) en elk mens is uniek (uniciteit).
Wat niet wegneemt dat individuen ook deel uitmaken van groepen. Gezin, vriendengroep, collega’s, eventueel lidmaatschap van vereniging of partij. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Groepen bestaan uit individuen, individuen maken deel uit van (verschillende) groepen.
Om te garanderen dat iedereen bijdraagt aan het gemeenschappelijke belang, telt iedere samenleving een lichte vorm van dwang. Hoe meer individuen zich verbonden voelen met het geheel, hoe minder dwang nodig. Historische organisatievormen als stammen en godsdiensten hebben grote interne solidariteit, maar riskeren weinig verbondenheid met of zelfs vijandigheid tegen buitenstaanders. Een kosmopolitische wereldgemeenschap overkomt dat en is verenigbaar met liberale principes, maar vooralsnog lastig te organiseren en voor veel mensen te abstract. Blijft over de natiestaat, waarin alle burgers gelijke rechten hebben, waar andere burgers niks aan afdoen.
Aan identiteitsdenken kleven echter dezelfde nadelen als bij stammen en religies: de groep boven alles, ook het individu
Hoe moet die natiestaat, en hoe moeten liberalen, zich verhouden tot ‘identiteitspolitiek’? Een samenleving hoort rekening te houden met minderheden. Aan identiteitsdenken kleven echter dezelfde nadelen als bij stammen en religies: de groep boven alles, ook het individu. Burgerschap veronderstelt onvervreemdbare gelijke rechten voor iedere burger. Indien onrecht gecompenseerd moet worden, dan aan individuen met aantoonbare schade, niet aan een gehele bevolkingsgroep.
Corona
‘Het liberale huis heeft vele kamers’. Bouckaert bepleit de natiestaat, een andere auteur, professor Sebastiano Bavetta, is juist enthousiast over verdere sociaaleconomische integratie van Europa (mits gebaseerd op consensus en van onderop). ‘Gelijkwaardigheid in plaats van gelijkheid’ betreft ook voor meningen.
Uitgaven van wetenschappelijke bureaus bevinden zich ergens tussen academische publicaties en opiniestukken. Het laatste brengt verwijzingen naar de actualiteit mee. De inleiding en sommige artikelen verwijzen naar corona. Deels begrijpelijk, want volgens sommigen vergrootte de pandemie bestaande ongelijkheden. Deze passages kunnen alleen achterhaald lijken zodra de Covidcrisis voorbij is.
Hoe denkt u over politici en opiniemakers die zeggen dat ergens meer geld naartoe moet, zonder financiële onderbouwing? Na dit boek gelezen te hebben, denkt u bij horen van ‘gelijkheid’ automatisch ‘in welk opzicht?’
Titel
Verschil moet er zijn
Subtitel
Liberale perspectieven op ongelijkheid
Auteur
Fleur de Beaufort, Patrick van Schie, Marcel Wissenburg (red.)
Uitgever
Gompel & Svacina
ISBN
9789463713450
Onze beoordeling
Aantal bladzijden
250
Prijs
€ 35.40