Vandaag komen sociale professionals massaal op straat. De betogers vragen actie tegen het personeelstekort en de hoge werkdruk. De werkgevers in de social profit kaarten op hun beurt de onhoudbare financiële situatie aan. SOM, de federatie van sociale ondernemingen voorspelt dat 80 procent van de organisaties financieel een zwaar jaar tegemoet gaan.
2023 kleurt rood
SOM, de federatie van sociale ondernemingen polste de afgelopen twee maanden bij haar 450 leden naar hun financiële prognose voor het werkingsjaar 2023. De leden van SOM zijn onder andere organisaties uit de kinderopvang, thuiszorg, jeugdhulp, zorg voor personen met een handicap en de Centra Algemeen Welzijnswerk.
‘Veel directies kunnen niet anders meer dan besparen op medewerkers.’
De prognose is dat acht op tien van de organisaties hun financiële situatie slechter zal zijn dan in 2022. Dat is bijzonder slecht nieuws want ook 2022 was omwille van de energiecrisis en inflatie financieel al een zwaar jaar. Slechts 5 procent van de organisaties verwacht dat 2023 wat ademruimte zal bieden. “Als het zo verder gaat, dan kunnen wij 2023 eindigen met een sluiting,” zo getuigt een directeur uit de kinderopvang.
In september en oktober van vorig jaar hebben zowel de federale als Vlaamse regering maatregelen getroffen om organisaties te ondersteunen met hun energiefactuur. Er kwam ook steun voor investeringen in duurzame energieoplossingen. Deze maatregelen waren echter onvoldoende om het tij te keren. Slechts de helft van de organisaties ervaart een positieve impact van de maatregelen. Een op vijf komt zelfs helemaal niet in aanmerking voor de steunmaatregelen.
Een op twee organisaties bespaart op personeel
Vorige zomer werd door zorg en welzijn alles op alles gezet om niet te moeten snijden in zorg- of begeleidend personeel. De werkdruk lag al hoog en op veel plaatsen was er al een personeelstekort. Maar nu kunnen veel directies niet anders meer dan besparen op verzorgende en begeleidende medewerkers.
Een stem uit de preventieve gezinsondersteuning: “We kunnen niet meer doen wat we vinden wat we moeten doen, maar enkel waar we geld voor hebben. Dit werkt voornamelijk vanuit een negatieve insteek en dat geeft geen energie aan het team dat sowieso al in heel moeilijke omstandigheden moet werken.”
Vanzelfsprekend heeft minder personeel ook gevolgen voor de dienstverlening. Zorg- en welzijnsorganisaties spreken zelf over het aanbieden van een minder gevarieerd aanbod, besparingen op activiteiten buitenshuis en minder contacttijd per cliënt.
Ook het doorrekenen van extra kosten naar gebruikers of cliënten is geen eerste keuze. Toch zal 45 procent van de organisaties naast een indexering ook een prijsstijging doorvoeren. Let wel, niet elke organisatie of sector kan zomaar prijsstijgingen doorvoeren om inkomsten te verhogen. De gesubsidieerde kinderopvang en jeugdhulp zijn hier gebonden aan strikte regelgeving.
Uitstel van noodzakelijke investeringen
In 2022 gaf al meer dan de helft van de organisaties aan dat ze belangrijke investeringen uitstelden. Dit jaar stijgt dit aantal tot meer dan 60 procent van de organisaties. Zij wachten met investeringen in digitalisering, zonnepanelen, warmtepompen, isolatie, vorming, training en opleiding van personeel en het herstellen of bouwen van nieuwe infrastructuur.
Drie op vier organisaties zegt dat ze hun financiële reserves moeten aanspreken om de werking draaiende te houden. Meer dan de helft van de organisaties zal dit ook effectief doen. Voor sommigen is het de eerste keer, maar voor velen wordt het een structurele maatregel. Financiële reserves dienen normaal voor investeringen in de toekomst of het realiseren van langetermijnplannen. Ze nu gebruiken, legt hierop een hypotheek.
10 procent van de organisaties geeft zelfs aan helemaal geen financiële reserves meer te hebben. Een directeur uit de zorg voor personen met een handicap: “We hebben in 2022 al onze financiële reserves opgebruikt.”
Indexering van werkingsmiddelen
De afgelopen jaren waren hels voor veel zorg- en welzijnsorganisaties. Zowel corona, de energiecrisis als de krapte op de arbeidsmarkt hakten er serieus in. 2023 brengt geen beterschap.
Als werkgeverskoepel kunnen we alleen maar de alarmbel luiden. De zorg zit op haar tandvlees en dreigt overkop te gaan. Er zijn opnieuw dringend structurele maatregelen nodig. Daarom vragen we om onmiddellijk de werkingsmiddelen van organisaties te indexeren. Niet vergeten dat deze indexering al meer dan 10 jaar niet gebeurd is. Met de gestegen inflatie, zijn deze middelen nu veel minder waard, waardoor organisaties geconfronteerd worden met kosten die ze niet meer kunnen dekken.”
Een directeur uit de jeugdhulp verwoordt het zo: “De gevolgen van de niet-indexering van de werkingsmiddelen zijn voelbaar en maken dat keuzes gemaakt moeten worden die de kwaliteit van de hulpverlening dreigen aan te tasten.” Is dat wat deze Vlaamse regering wil?
Bij Makro is het einde verhaal. 1400 jobs gaan hierdoor verloren. De Franse groep Intermarché nam ondertussen 80 winkels van Mestdagh (Carrefour) over in Wallonië, Brussel en één winkel in Vlaanderen. Na Albert Heijn betreedt ook het Nederlandse Jumbo de Belgische markt. Er beweegt dus veel in de distributiesector, een teken van een harde concurrentiestrijd.
De directies van alle ketens verwijzen naar de kleine winstmarges en het feit dat die onder druk staan van de inflatie. Nochtans blijkt uit onderzoek van Test-Aankoop dat de inflatie meer dan doorgerekend wordt in de prijzen aan de kassa. In december ging het om een prijsstijging met maar liefst 19,67% op jaarbasis, berekend aan de hand van 3000 producten in zeven supermarktketens. Eerder bleek dat de prijsstijgingen het hoogst zijn bij de discounters Aldi en Lidl, die desondanks marktaandeel wonnen omdat meer mensen de goedkoopste prijzen opzoeken.
Colruyt kondigde aan dat de nettowinst fors daalt omdat het de prijzen minder sterk optrekt. Het volume daalde tijdens de pandemie, toen kleinere buurtwinkels een opgang kenden. De afgelopen maanden werd dit verlies niet volledig goedgemaakt. Carrefour heeft het moeilijk door de terugval van de hypermarkten, een fenomeen dat ook bij Makro een rol speelde. Ahold Delhaize daarentegen zag de winst in het derde kwartaal van 2022 met 13% stijgen tot 600 miljoen euro, vooral omdat een groot deel van de omzet in de VS gerealiseerd wordt en de sterke dollar de cijfers in de hoogte stuwt. Het bedrijf waarschuwt dat er moet bespaard worden wegens slechte cijfers in Europa.
Naar aanleiding van het banenverlies bij Makro kondigden andere winkelketens aan dat ze grote interesse hebben in die 1400 personeelsleden. In de arbeids- en loonvoorwaarden hebben ze minder interesse. Er is een tendens naar meer filialen die zogezegd zelfstandig zijn, waarbij de positie van het personeel een pak slechter is. Dit is ook het geval bij de overname van de Carrefours van de Mestdagh-groep door Intermarché, zelfs indien er voor het bestaande personeel niets verandert. Samen met het gebrek aan voorbereiding op de tweetaligheid in Brussel leidde dit reeds tot stakingen in vijf Intermarché-winkels in Brussel. Bij ketens als Lidl zijn de arbeidsverhoudingen notoir slecht, dit leidde al meermaals tot langdurige stakingen.
Er is een hevige concurrentiestrijd tussen de supermarktketens. Daarbij worden goede arbeidsvoorwaarden en lonen door de directies gezien als een obstakel voor hun winsten. Het sociaal bloedbad bij Makro en de overname van de Mestdagh-winkels zijn daar een onderdeel van. We moeten echter vaststellen dat het argument van de lage winstmarges kunstmatig is. De eigenaars van Aldi en Lidl staan in de top tien van rijkste Europeanen. De familie-Colruyt staat op de 21ste plaats in de lijst van de rijkste Belgen. Zo snel zullen de eigenaars dus niet naar de voedselbank moeten trekken. Als we hen laten doen, wordt dat wel het lot van een steeds groter aantal personeelsleden. Hoog tijd voor gezamenlijke strijd van het personeel van alle supermarkten voor hogere lonen, toegang tot voltijdse contracten en betere arbeidsvoorwaarden!
Begin januari bereikten de federale regering en Engie een akkoord: de energiemultinational zal de kernreactoren in Doel 3 en Tihange 4 blijven uitbaten voor een periode van 10 jaar vanaf 2026. Deze overeenkomst komt er na meer dan zes maanden onderhandelingen. Achter het akkoord schuilt een capitulatie van de regering, die onder druk staat van de energiecrisis en compleet vastzit in de marktlogica.
door Clement C. (Luik)
Een stap vooruit, twee achteruit
Op 18 maart 2022 besliste de federale regering om de kernuitstap, die toen gepland was voor 2025, met 10 jaar uit te stellen. Achter dit besluit zat de angst voor energietekorten door de oorlog in Oekraïne en de verdediging van de ‘energiesoevereiniteit’ van het land. Engie uitte zeer snel haar twijfels over de haalbaarheid van deze verlenging, waarbij het wees op technische en logistieke moeilijkheden. Het bedrijf stelde dat het ontmantelingsproces al te ver gevorderd was, dat er meer tijd nodig was voor de bouw van de noodzakelijke infrastructuur bij een verlenging, dat er onvoldoende opgeleid personeel was en dat er bovendien vertraging was bij de levering van brandstof.
Er waren kortom wel wat argumenten om de druk op te voeren zodat het belangrijkste doel werd bereikt, met name het veiligstellen van de lucratieve winsten die het concern maakt en wil blijven maken met kernenergie. In juni was de CEO van Engie duidelijk wat dit betreft. Hij legde cynisch uit dat het rendement van de investering te onzeker was omdat de hoge energieprijzen kunnen dalen.
In tegenstelling tot de vele gezinnen die in de problemen komen door de hoge energierekeningen, hoeft Engie zich geen zorgen te maken over haar financiële gezondheid. In de eerste negen maanden van 2022 steeg de omzet van de groep met 85% (La Dernière Heure, 10 november 22). Volgens energiedeskundige Damien Ernst, die voorstander is van kernenergie, zou de exploitatie van een reactor 1 tot 1,5 miljard euro winst per jaar opleveren, afhankelijk van de prijzen.
De wens van de regering om de twee reactoren langer te laten draaien, is dus een gouden kans voor Engie-Electrabel. Bovendien biedt het de groep de gelegenheid om te eisen dat de overheid een deel van de investeringen financiert, maar ook en vooral om zich zoveel mogelijk te ontdoen van de verantwoordelijkheid voor de definitieve verwerking van kernafval.
Verliezen voor de gemeenschap, winsten voor de aandeelhouders
Op het moment van schrijven zijn alleen de hoofdlijnen van de overeenkomst bekend. De overheid zal 50% van de noodzakelijke investeringen voor de verlenging voor zijn rekening nemen en de reactoren mede beheren via een publiek-private structuur waarvan de financieringsvoorwaarden nog onbekend zijn. Dit plaatst het bedrijf ongetwijfeld in een sterke positie om belastingen op de winsten te vermijden of opnieuw te onderhandelen. Als kers op de taart kreeg Engie een plafond voor haar bijdrage aan de kosten van de verwerking van het afval dat na 40 jaar nucleaire exploitatie is geproduceerd.
Momenteel is het in België geproduceerde kernafval op een “tijdelijke maar veilige” manier opgeslagen. Er is nog geen definitieve opslagoplossing. De geraamde kosten van deze definitieve opslag, waarvan een aanzienlijk deel nu door de gemeenschap zal gedragen worden, stijgen jaar na jaar met enkele miljarden. Tot de actoren die verantwoordelijk zijn voor de berekening van de kosten voor de ontmanteling van de kerncentrales en het afvalbeheer behoort de Commissie voor nucleaire voorzieningen van de FOD Economie. Recent kreeg die commissie een nieuwe voorzitter: Kevin Welch. De man was eerder strategisch directeur bij Engie.
Het akkoord past dus in het al te bekende riedeltje van ‘de lusten voor de privé, de lasten voor de gemeenschap’.
Of het nu gaat om de bevoorrading of de prijs, energie is te essentieel om over te laten aan private bedrijven die enkel oog hebben voor de recorddividenden die ze aan hun aandeelhouders kunnen uitkeren. Elke maatregel om de energiecrisis aan te pakken vereist dat de hele sector in publieke handen komt onder democratische controle van de gemeenschap, zoniet dreigen deze de crisis enkel erger te maken. We zien het met dit akkoord, maar ook met de prijsplafonds zoals in Frankrijk, waar de gemeenschapsmiddelen worden gebruikt om het verschil aan de private bedrijven te betalen. Wat met de ene hand afgenomen wordt, keert met de andere hand meteen terug.
Door de energiesector en de andere sleutelsectoren van de economie te nationaliseren onder controle van de gemeenschap, zou het mogelijk zijn om massaal te investeren in de productie van hernieuwbare energie en tegelijkertijd het energieverbruik te rationaliseren. Dat kan met het systematisch plannen van de isolatie van woningen, de ontwikkeling van het openbaar vervoer, minder vervuilende en energieverslindende technologieën in de industrie … Een planmatige aanpak is nodig om te garanderen dat iedereen toegang tot energie heeft, met respect voor de veiligheid van de mens en de toekomst van het menselijk leven op de planeet.
Toen drie jaar geleden de pandemie toesloeg, werd elke avond geapplaudisseerd voor het personeel van de zorg en andere sectoren in de frontlijn. We herinneren ons allemaal de beelden van hulpverleners zonder beschermingsmateriaal, ziekenhuizen zonder beademingsapparatuur, zorg zonder personeel. We herinneren ons de vele beloften van politici om deze sectoren te steunen door er in te investeren.
door een vakbondsafgevaardigde in een Brussels ziekenhuis – artikel uit maandblad De Linkse Socialist
Vandaag kunnen we enkel vaststellen dat de realiteit op de werkvloer erger is dan voor en tijdens de pandemie. Het besparingsbeleid in de zorg wordt gewoon voortgezet. Dit gaat ten koste van het personeel en de patiënten. De verantwoordelijken die ons besturen, hebben niets geleerd van de pandemie. Ze duwen de zorg bewust in de richting van instorting. De onmenselijke behandeling van het zorgpersoneel is ons dagelijks en ondraaglijk lot.
We hebben meer personeel nodig!
Dit is geen nieuwe eis in de zorg. Het was al dringend vóór de pandemie en het is dat enkel nog meer geworden. Veel van onze collega’s zijn de afgelopen maanden door uitputting uitgevallen. Dit versterkt de dynamiek onder hulpverleners om de sector te verlaten. De werkomstandigheden zijn gewoon niet meer draaglijk. De personeelsnormen, het aantal verzorgenden per patiënt, zijn totaal verouderd. Verschillende studies toonden aan dat er meer sterfte is in ziekenhuizen waar er meer patiënten per verpleegkundige zijn. We moeten de strijd voor meer personeel met al onze krachten voeren! Met pleisters op de wonde komen we er niet. Er zijn drastisch meer collega’s nodig om goede zorg te verlenen!
We eisen meer loon!
De aankondiging van de regering in de zomer van 2020 heeft zijn effect gehad. Veel mensen denken dat het zorgpersoneel loonsverhoging kreeg. De werkelijkheid is veel genuanceerder. De regering voorkwam een explosie van woede in de sector door middelen uit te trekken voor loonsverhogingen in het kader van het IFIC, een stelsel van nieuwe loonschalen in de zorg. Sommige categorieën kregen effectief loonsverhogingen, maar veel collega’s kregen geen cent extra. Dat is vooral het geval voor de laagstbetaalden in de zorginstellingen. Terwijl de spanningen opliepen en er een offensieve benadering nodig was, blusten sommige vakbondsleiders liever het lont nog voor de strijd was begonnen. Het moet gedaan zijn met manoeuvres die verdeeldheid zaaien. We willen meer loon voor alle collega’s zonder onderscheid!
Menselijke zorg is nodig!
Niemand in de zorgsector zal me tegenspreken als ik zeg dat de overheid en haar managers in de zorginstellingen los staan van de werkelijkheid in de sector. De winstlogica bepaalt al hun voorstellen en beheersmaatregelen. Dit ondergraaft de menselijkheid van de sector.
Elke dag komen we collega’s tegen die zich vragen stellen over de zin van hun werk, die het gehad hebben met de doelen die hen opgelegd worden door Excel-tabellen, die hun tijd niet meer willen besteden aan het coderen waarbij de cijfers ten koste gaan van de zorg. Dit alles wordt gecombineerd met een beleid van toenemende autoritaire controle en stelselmatige ontkenning van de meest elementaire rechten. Elke collega wordt maximaal uitgeperst. Dit is onhoudbaar! We hebben genoeg van dit soort management. Het zorgpersoneel moet zeggenschap hebben over de beslissingen in hun zorginstellingen!
We hebben dus heel veel redenen om te protesteren op 31 januari. Dan is er een betoging van de zorg en de sociale sector. Dit mag geen eenmalige gebeurtenis zijn. De situatie is te ernstig om geen mobilisatie op gang te trekken die aangepast is aan de uitdagingen. We moeten onderling discussiëren, ons organiseren en ons voorbereiden op een strijd van zorgpersoneel, sociaal werkers en al wie gebruik maakt van deze diensten.
Meer publieke middelen voor de zorg!
Stop de tekorten en de commercialisering, meer middelen voor een publiek sociaal werk!
Haalbaar werk: 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen!
Betaalbaar leven: fundamentele loonsverhoging voor iedereen!
Voor een nationale gezondheidsdienst onder controle van het personeel en de gemeenschap!
In een interview met Humo zegt een Antwerpse spoedarts dat de druk op de spoeddiensten sinds corona met 20 procent is toegenomen. Dat klopt grofweg: in vergelijking met 2019 noteren de ziekenhuizen waarover wij cijfers hebben een stijging van het aantal spoedpatiënten die oploopt tot 23 procent.
Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op de datum van publicatie. Lees hier meer over hoe we werken.
Op 10 januari verschijnt inHumo een artikel (achter de betaalmuur) over de voorbije oudejaarsnacht op de spoedafdelingen van ziekenhuizen. In dat artikel zegt spoedarts bij ZNA Stuivenberg Kevin Vereecken het volgende: ‘In elk land is de druk op de spoeddiensten sinds corona met 20 procent toegenomen. In België komt dat extra hard aan omdat we al geen marge hadden.’
In deze factcheck onderzoeken we of dit cijfer klopt voor België. We bellen Vereecken op en vragen wat hij precies bedoelde met die 20 procent. ‘We zien een stijging van het aantal patiënten op spoed ten opzichte van de periode voor corona, 2019 dus’, legt hij uit. ‘Tijdens de coronacrisis zijn er periodes geweest waarin we net minder spoedpatiënten zagen. Ik vergelijk dus 2019 met vandaag. Misschien is 20 procent een veralgemening, maar wij zien op onze spoedafdeling zeker 13 procent meer patiënten dan in 2019.’
Hoe dat komt? ‘Er spelen meerdere factoren, maar de belangrijkste is het huisartsentekort’, zegt Vereecken. ‘Steeds meer mensen geraken niet aan een afspraak bij hun huisarts, of ze vinden zelfs geen huisdokter meer. En dan komen ze naar de spoed voor een ziektebriefje voor het werk, of omdat hun bloeddrukmedicatie op is. Wat ook meespeelt, is de toename van het risicogedrag na corona. Tenslotte zijn er ook mensen die liever naar de spoed komen omdat ze bij ons niet op het moment zelf moeten betalen, of omdat ze niet beseffen welke kosten dat meebrengt omdat het OCMW hun facturen betaalt. Door al die factoren samen staat het water de spoedafdelingen aan de lippen. Je mag niet vergeten dat er een grote uitstroom uit de zorgberoepen is geweest de voorbije tijd. We hebben dus meer patiënten voor minder capaciteit. Het systeem botst tegen zijn limieten aan.’
Zien de ziekenhuizen een stijging van het aantal patiënten op de spoedafdelingen?
We vroegen cijfers op bij de FOD Volksgezondheid, maar daar liet een woordvoerster weten dat zij niet beschikken over de bezettingscijfers van de spoeddiensten in ziekenhuizen.
We namen ook contact op met Zorgnet-Icuro, de koepelorganisatie van de Vlaamse algemene ziekenhuizen. Adviseur communicatie Lieve Dhaene bevestigt dat het aantal spoedpatiënten toeneemt. ‘Harde cijfers kunnen wij daarover niet geven, maar een stijging van 20 procent lijkt mij niet uit de lucht gegrepen, afgaand op wat ons ter ore komt. Het thema stond onlangs trouwens nog op de agenda van onze maandelijkse vergadering met de Vlaamse ziekenhuisdirecties.’
UZ Gent
Omdat er geen Vlaamse cijfers zijn, vragen we cijfers op bij een aantal individuele ziekenhuizen, zowel universitaire als regionale, verspreid over Vlaanderen.
UZ Gent zag het aantal patiënten op de spoed toenemen. Persverantwoordelijke Karlien Wouters stuurde ons onderstaande tabel.
‘Als je 2019 als referentiejaar neemt, dan zie je een beperkte daling van het aantal patiënten in ‘covidjaar’ 2020. 2021 was echter globaal genomen een zeer druk jaar, maar de toename in het aantal patiënten werd pas sterk duidelijk in de tweede jaarhelft, met een toename van 14,8 procent ten opzichte van 2019,’ laat Wouters via e-mail weten. ‘De stijgende trend uit de tweede helft van 2021 heeft zich massaal verdergezet in 2022. We komen uit op een gemiddelde van 120 patiënten per dag in 2022 tegenover 97 in 2019, goed voor een stijging van 23,3 procent in vergelijking met 2019.’
‘Het gaat hier enkel over patiënten die worden ingeschreven op spoed’, benadrukt Wouters nog. ‘Patiënten die door het spoedteam worden opgehaald en wel langs spoed passeren maar omwille van hoogdringendheid snel doorstromen naar Intensieve Zorgen of het operatiekwartier zitten niet in deze cijfers. Ook ‘passages’ via spoed, zoals bevallingen, zitten hier niet in.’
UZA
Ook het UZA tekende een stijging op. ‘Bij ons gaat het om een toename van 4 procent voor het hele jaar 2022, in vergelijking met 2019’, schrijft woordvoerster Evita Bonné in een e-mail. ‘Als we echter december 2022 met december 2019 vergelijken, dan zien we een toename van 10 procent. Volgens onze schattingen zal de activiteit van spoed in ons ziekenhuis elk jaar stijgen met 8 procent.’
Aan de telefoon maakt professor Koen Monsieurs, diensthoofd spoedgevallen aan UZA, een kanttekening bij de cijfers voor het UZA: ‘Wij zijn een universitair ziekenhuis, waardoor onze spoedgevallendienst een specifiek profiel heeft. Zo focussen wij minder op eerstelijns spoedeisende hulp, maar meer op complexe pathologie en acuut zieke kinderen. Het profiel van de spoed van UZA wijkt daarom misschien wat te sterk af om de stelling te checken. Tussen 2017 en 2022 is het aantal patiënten op onze spoeddienst met 25 procent toegenomen. Die stijging wordt vooral verklaard door een toename van patiënten die niet worden opgenomen. De maximale capaciteit van ziekenhuizen om patiënten op te nemen is immers bereikt. Dat de meeste spoeddiensten een patiëntentoename optekenen is wel zeker, en het is een understatement als ik zeg dat ik de bezorgdheid van dokter Vereecken deel over het feit dat die toename samenvalt met een grote uitstroom van zorgpersoneel.’
UZ Leuven
Op 20 januari verspreidde Belga een persbericht dat werd overgenomen door Het Nieuwsblad. Daarin stond dat de spoeddiensten van een aantal ziekenhuizen in Vlaams-Brabant de laatste jaren stelselmatig meer patiënten over de vloer krijgen. UZ Leuven registreerde 72.000 patiëntenbezoeken in 2022 op de spoeddienst, terwijl het in 2017 nog om ruim 60.000 bezoeken ging. Een stijging van 20 procent dus op vijf jaar tijd.
Opvallend daarbij was wel dat het aantal patiënten dat na een bezoek aan de spoed in het ziekenhuis opgenomen werd, daalde. In het persbericht werd hoofd van de spoeddienst van UZ Leuven Sandra Verelst geciteerd: ‘De laatste maanden zien we dat meer patiënten niet worden opgenomen. Dat heeft vermoedelijk verschillende oorzaken. Het kan er bijvoorbeeld op wijzen dat de huisartsen stevig onder druk staan,’ vertelde ze daar onder meer over.
Eerstelijn overbevraagd
In AZ Sint-Maria in Halle noteerde men, volgens hetzelfde Belga-bericht, een stijging van bijna 28 procent van het aantal bezoeken tijdens de laatste vijf jaar. Het gaat van net geen 28.000 in 2017 naar 35.700 in 2022. Het ziekenhuis wijst, volgens het Belga-bericht, twee oorzaken aan: er is enerzijds een grote instroom aan patiënten vanuit Wallonië, omdat de dienstverlening in het ziekenhuis van Tubeke is afgebouwd. ‘Maar ook de eerstelijnszorg is soms overbevraagd’, zegt het ziekenhuis. ‘Daardoor komen mensen sneller naar onze spoedgevallendienst.’
In AZ Diest zag men het aantal patiëntenbezoeken op de spoed stijgen van 18.000 in 2017 tot ruim 20.000 in 2022. Dat is een stijging van ongeveer 11 procent.
In augustus 2022 bracht VRT NWS, na een rondvraag bij 20 ziekenhuizen, een artikel met als titel ‘Ziekenhuizen zien op spoed méér patiënten dan voor de coronacrisis: “We kreunen onder de werklast”.’ VRT NWS vergeleek het aantal patiënten op de spoeddiensten in de eerste helft van 2022 met het aantal tijdens de eerste helft van 2019. De gecontacteerde ziekenhuizen waren gelijkmatig gespreid over de vijf Vlaamse provincies, en de selectie bestond uit zowel grotere als kleinere ziekenhuizen. In twee op de drie bevraagde ziekenhuizen waren de aanmeldingen op spoed met 10 procent of meer gestegen. De stijging liep voor sommige ziekenhuizen op tot meer dan 20 procent. Ook in dit artikel wordt het tekort aan huisartsen genoemd als een van de oorzaken voor de toename.
Conclusie
In een interview met Humo zegt een Antwerpse spoedarts dat de druk op de spoeddiensten sinds corona met 20 procent is toegenomen. Dat klopt grofweg: in vergelijking met 2019 noteren de spoedafdelingen van de ziekenhuizen waarover wij cijfers hebben een stijging van het aantal patiënten die oploopt tot 23 procent. Volledige cijfers ontbreken maar de koepelorganisatie van de ziekenhuizen bevestigt de fors stijgende tendens, net als eerdere artikels en persberichten. We beoordelen de claim daarom als eerder waar.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.