by admin | feb 11, 2023 | Antipestteam
Op initiatief van BAPN (Belgisch Netwerk Armoedebestrijding [1]) ging federaal minister Karine Lalieux, bevoegd voor armoedebestrijding, op 31/1/2023 in gesprek met mensen met armoede-ervaring uit Brusselse, Vlaamse en Waalse verenigingen. Ze bespraken de implementatie van het federaal plan tegen armoede en ongelijkheid. Dit plan is essentieel voor de armoedestrijd in België, gezien het richting geeft en de maatregelen omvat voor het beleid op het federaal niveau.
De minister en de deelnemers wisselden intensief uit rond de nijpende problematiek van dak- en thuisloosheid, de moeilijke toegang tot gezondheidszorgen voor mensen met precaire verblijfsstatuten, drempels in de OCMW-hulpverlening, de digitale kloof, de dalende koopkracht en energie-armoede.
Fernando: “Ik wil en kan werken, maar heb geen referentieadres en geraak daarom niet uit de cyclus van dakloosheid. Ik ben nog nooit eerder dakloos geweest.”
Anne: “Ik ben een alleenstaande mama met 2 kinderen. Ik heb geen budgetmeter en ook geen middelen om die op te laden. De elektriciteit is afgesloten. Terwijl het sociaal onderzoek loopt, heb ik geen elektriciteit.”
Anahit: “Ik wil heel graag mijn kinderen inschrijven voor de speelpleinen, maar ik weet niet hoe dit moet op de computer. Ik maak een afspraak met mijn sociaal assistente, en samen doen we de inschrijving. Maar dan komen de bevestigingsmails, betalingsinstructies enz. ook bij haar op de computer toe, en moet ik telkens naar daar om alles op te halen.”
De armoedenetwerken toetsten beleidsaanbevelingen af met de minister, gebaseerd op de inbreng en de armoede-ervaringen van mensen in armoede. Zo formuleerde BAPN zes aanbevelingen voor de minister:
- een betere toegang tot het referentieadres voor dak- en thuislozen;
- de versterking van de digitale vaardigheden via een op-maat-aanpak voor kwetsbare mensen;
- betere toegang tot medische hulp voor mensen zonder papieren;
- een meer aanklampende hulpverlening vanwege de OCMW-sociale diensten;
- verankering van de uitbreiding van het sociaal energietarief voor mensen in armoede en een getrapte uitbreiding naar mensen uit de lagere middenklasse die niet meer kunnen rondkomen;
- een pact wonen-energie dat ten dienste staat van een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid.
Gezien het belang van de ervaringskennis van mensen in armoede om tot een effectieve implementatie van het federaal plan tegen armoede en ongelijkheid te komen, vroeg BAPN bovendien dat de participatie van mensen in armoede verankerd zou worden in de wet die de minister tot stand wil brengen zodat elke legislatuur de federale regering verplicht een federaal plan tegen armoede en ongelijkheid moet aannemen.
De minister stelde belang te hechten aan de rechtstreekse participatie van mensen in armoede aan het armoedebeleid en engageert zich om de dialoog verder te zetten. Minister Karine Lalieux: “Deze ontmoeting met ervaringsdeskundigen is voor mij heel belangrijk. Hun inbreng vormt steeds een inspiratiebron voor mijn beleid. Zij ervaren dagelijks hoe het is om met armoede geconfronteerd te worden. Als minister hou ik daar telkens rekening mee. We hebben het federaal plan tegen armoede en ongelijkheid dan ook samen met hen en mensen uit het middenveld opgesteld.”
De armoedenetwerken houden de vinger verder aan de pols bij de minister om samen de strijd tegen armoede aan te gaan.
Bron:DeWereldMorgen
by admin | feb 11, 2023 | Economie
In hun jaarlijkse jamboree in Davos had de kapitalistische elite het dit jaar onder andere over de ‘The Great Reset’, of de aanpassing van de samenleving aan het digitaal- elektronisch tijdperk. Deze strijd tegen ‘cash geld’ is verre van onschuldig.
Digitaal betalen met het kaartje is in. Je bent mee als je het gebruikt. In mijn krantenwinkeltje hangt aan de inkom ‘liefst elektronisch betalen’. De tijdwinst, als het meevalt, is misschien seconden. En dan? Hetzelfde bij de bakker, in het zwembad, in de brasserie, op de trein, tram en bus, bij de parkeerautomaat, in de bibliotheek.
Wie modern, jong, dynamisch en met ‘zijn tijd mee’ is moet alles digitaal betalen. Is cash geld dan vervloekt? Wat is er aan de hand?
Verdwijnen cash geld betalingen?…
… Zo’n vaart loopt het gelukkig (nog) niet. Door de campagnes en de druk van Big Tech en Big Money verminderen de cashbetalingen wel aanzienlijk. Maar een studie van de Nationale Bank van België (NBB) relativeert. In een persbericht verwijst de NBB naar de cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB).
In de eurozone blijven ondanks grote verschillen, vooral tussen de noordelijke-, Scandinavische- en zuidelijke staten, contante betalingen dominant. Voor ruim 73 procent van de betalingen van persoon tot persoon en aankoopbetalingen werd in de eurozone cash geld gebruikt in 2019.
In België was dat nog 58 procent en dit voor een waarde van 33 procent van alle transacties. Volgens de NBB daalt het gebruik van cash geld minder snel dan in Nederland, Oostenrijk, Finland of Frankrijk. Nederland is na Finland koploper voor digitaal betalen aan de toonbank.
In België is vanaf 1 juli 2022 een wet aangenomen die handelaren verplicht elektronisch betalen aan te bieden (de covid pandemie heeft een boost gebracht in het gebruik van digitale betalingen omwille van hygiënische redenen).
Een andere wet zegt echter, samen met de richtlijnen van de Nationale en Europese Centrale Bank, dat cash geld het enig wettig betaalmiddel is. En dat keuzevrijheid essentieel is.
De consumentenorganisatie Test Aankoop organiseerde een onderzoek bij 1.300 consumenten over hun houding tegenover betalen met geld of met het bankkaartje en smartphone. De vraag was “betaal je liever cash of met de bankkaart”? Sommige handelaren willen alleen nog werken met digitaal betalende consumenten, wat illegaal is.
Foto: Hloom Templates, Wikimedia Commons / CC BY 2.0
Uit het onderzoek van Test Aankoop blijkt dat 76 procent van de respondenten van mening is dat handelaren geen cash betalingen mogen weigeren. De redenen voor dit standpunt zijn uiteenlopend.
86 procent meent dat er altijd een keuzemogelijkheid moet zijn. 63 procent gelooft dat niet iedereen (altijd) toegang heeft tot elektronische betalingen en 50 procent denkt dat niet iedereen zich comfortabel voelt met het elektronisch betalen.
Sommige respondenten hechten ook belang aan hun privacy. Bijna 40 procent vindt dat de bank niet alles moet weten waar en wat we kopen. Tenslotte is 37 procent van mening dat dat omgaan met contant geld een opvoedende waarde heeft.
Test Aankoop stelt dat “de handelaars verplicht zijn cash te aanvaarden en dit als vanzelfsprekend te vinden. Cash geld is in België immers het enige wettig betaalmiddel, zoals ook de Europese Centrale Bank onlangs nog in herinnering bracht. Het kan niet dat een consument bij de aankoop van een product of dienstverlening op een weigering botst als hij die met contanten wil betalen. Overigens wijst de enquête uit dat meer dan de helft zei nog geregeld met cash te betalen.”
Dus, de euforische bulletins in de pers en media mogen ons niet doen vergeten dat cash betalen nog altijd voor miljoenen consumenten in België belangrijk blijft.
De oorlog tegen cash geld
Het zou een fout zijn achter deze campagnes voor een switch van contant naar elektronisch betalen niet het grotere plaatje te zien. We verwijzen in dit verband naar het boek van een gewezen beursmakelaar, schrijver en journalist, Brett Scott.
Hij schreef het boek ‘Cloud Money’ (2022). Zoals boven gezegd stelt hij dat er oorlog gevoerd wordt tegen cash geld door Big Finance en Big Tech bestaande uit een allegaartje van grootbanken, tech bedrijven, financiële instellingen en alles daar tussenin. Volgens hem is ‘cash’ de laatste horde die belet om het mondiale betalingssysteem te domineren.
Winnen zij de ‘war on cash’, schrijft B. Scott, dan is de machtsgreep van het ene (commerciële) geldstelsel op het andere geldstelsel onder controle van nationale staten een feit. Wanneer in Davos gesproken wordt over ‘The Great Reset’ dan is dat een codewoord voor die switch.
Grote en middelgrote landen zoeken tegen de grote druk van Big Tech en Big Money in, gedomineerd door Amerikaanse multinationale bedrijven, naar nieuwe samenwerkingsvormen met hun eigen staatsmunt als basis van transacties.
Rusland en China zijn nu de vijanden. Waarom? Omdat zij openlijk de mondiale macht van de digitalisering door de grote Amerikaanse en westerse Tech- en Big-money bedrijven afwijzen. Zij zijn begonnen handelstransacties en economische relaties in eigen munt te betalen, ook andere landen doen eraan mee. Ze organiseren eigen digitale betaalplatformen.
De privatisering van het geld
Scotts kernpunt is terecht: cash is niet hetzelfde als geld dat op je rekening staat bij een commerciële bank. Digitaal geld verschilt fundamenteel van cash geld. Contant geld wordt door de staat uitgegeven en is daarom publiek geld. Digitaal geld wordt uitgegeven door commerciële banken die met uw geld winst maken.
Als die bedrijven de oorlog tegen cash winnen gaat daarmee publiek geld verloren, en dus ook de nationale soevereiniteit. Zo domineren Amerikaanse private bedrijven het gehele monetaire stelsel en dus de economie. Het is de privatisering van het geld.
Er wordt gezegd: het digitaal bedrag op mijn rekening is toch simpelweg een modernere variant van cash geld? Tegelijk wordt gezegd dat het promoten van elektronisch betalen ook ingaat tegen de buikgevoelens van velen. Ze voelen aan dat er iets fundamenteel gebeurt als je niks meer met cash geld zou betalen en alles overlaat aan het bankkaartje en de eigenaars ervan: de private banken.
Gevangen in het casino
Brett Scott maakt een vergelijking met het casino. Hij werkt de casinometafoor uit. In het casino bestaan twee soorten geld: het contante geld en de casinofiches die je weer kunt inruilen voor cash, dus staatsgeld.
Wat op onze bankrekeningen staat zijn niet meer dan ‘digitale fiches’ die door banken worden uitgegeven. Ze zijn een schuldbekentenis: ze beloven dat je een bepaald bedrag aan cash, overheidsgeld kunt opnemen als je dat wilt. Scott zegt dat als je 100 euro in cash aan de bank overhandigt, wordt de bank daar feitelijk eigenaar van.
Dat betekent dat de bankvoorraad aan staatsgeld groeit. Vervolgens kent de bank ons 100 euro digitale fiches toe die op mijn rekening verschijnen: ‘100,00’. De bank heeft cash staatsgeld verworven, terwijl ik door de bank uitgegeven digitale fiches heb verworven. Als ik terug cash vraag geeft de bank mij staatsgeld en neemt haar fiches weer terug.
Wat nu gebeurt, schrijft B. Scott, is dat de banken het steeds lastiger maken om je eigen geld in cash op te vragen. Vele burgers ergeren er zich aan dat er serieuze beperkingen zijn ontstaan aan het opvragen van hun geld. Het strikt beperken van bankautomaten past binnen de oorlog tegen cash geld. Scott zegt: “het is steeds moeilijker het casino te verlaten”.
De totale (totalitaire) casino is een samenleving waarbij de burgers en ondernemingen geen enkele financiële transactie kunnen uitvoeren buiten de financiële sector van de banken: geen aankoop, geen gift, geen fooi. Dat levert de banken veel op. Want hoe meer bankrekeningen, bankkaarten en transacties hoe meer informatie zij vangt van de consumenten.
Hoe meer gedigitaliseerde betalingen, hoe meer data en macht. De banken zijn dan de toegangspoort die toestemming verleent aan alle betalingen. De privacy van de burger (en breder de democratie) staat op het spel met exclusief gedigitaliseerde betalingen. Terwijl contant geld een privacy vriendelijker en een democratisch instrument van personen en staten is.
Naar een digitale dictatuur?
Uiteindelijk gaat het ook en misschien vooral over afhankelijkheid van die gebundelde macht van Big Tech en Big Money. Is het overdreven te zeggen dat The Great Reset, waar de elite in Davos en op andere fora over dromen, ons leidt naar een digitale dictatuur van Big Tech en Big Money onder leiding van een paar Westerse multimiljardairs en hun politieke dienaars?
Die ondemocratische, autocratische macht begeleidt elke transactie maar is ook in principe in staat om ons toegang tot ons geld te ontzeggen. En dat is hoogst gevaarlijk. Vandaag gebeurt dit al met zogenaamde economische sancties en confiscaties en diefstal van kapitalen van mensen en landen die op een zwarte lijst staan van Big Tech, -Money en van hun globalistische bondgenoten in Washington, Brussel en London.
Brett Scott is een beursmakelaar geweest. Hij is geen nostalgicus. Waar het bij hem – terecht – om gaat is de machtsbalans tussen staatsgeld en bankgeld. Hij verzet zich tegen het idee dat digitalisering van alle geldtransacties automatisch vooruitgang betekent. Hij pleit voor het recht van de burgers om cash te gebruiken.
Cash geld in balans
Cash geld voorkomt dat we in een samenleving terecht komen waar Big Tech en Big Money, de rattenvangers van Hamelen zijn die het volk als ratten in de berg lokken: de totale digitalisering en onderwerping. Dat zou als gevolg hebben: weg met de privacy, digitale slavernij in plaats van democratie, een einde aan de soevereiniteit en inspraak van individuen en naties.
Gelukkig komt daartegen steeds meer verzet van de volkeren en landen. Zij willen de digitalisering onder gemeenschapscontrole houden. Ze nemen hun nationale munten en niet de dollar als basis van hun handelstransacties tussen personen en bedrijven. Dat wil niet zeggen dat alles cash moet betaald worden. Maar het mag niet zo zijn dat al het geld digitaal wordt of m.a.w. geprivatiseerd wordt voor de macht en winsten van Big Tech en Big Money.
Bron: DeWereldMorgen
by admin | feb 11, 2023 | Economie
Het overheidsbedrijf NMBS rechtvaardigt de prijsstijging vanaf 1 februari 2023 met de gestegen uitgaven voor energie en de gedaalde inkomsten na de pandemie. Federale politici geven de indruk dat ze hier niet bijster veel aan kunnen doen, de tering naar de nering zetten… Niets is minder waar, dit is een politieke keuze, géén financiële noodzaak.
Het is op deze nieuwssite al talloze malen eerder gezegd (zie ons lijvig dossier NMBS-De Lijn). Telkens weer geeft de federale regering, bevoegd voor het openbaar vervoer met de trein, de indruk dat de NMBS een autonoom bedrijf is dat zelf beslissingen neemt.
Zo kan je het meemaken dat federale parlementsleden van de meerderheid ‘kritische’ vragen stellen aan de bevoegde minister, ditmaal is dat minister van Mobiliteit en vice-eerste minister Georges Gilkinet (Ecolo). In het Vlaams Parlement doet zich overigens een zelfde schaduwspel voor over de vervoersmaatschappij De Lijn.
In hun antwoorden stellen de betrokken ministers het dan steeds weer voor alsof ze er ook niet kunnen aan doen dat de NMBS zelf naar inkomsten zoekt die de federale overheid hen niet kan (wil) geven en dat ze deze evolutie betreuren.
Tegelijkertijd benadrukken ze dan ook altijd dat er naast die prijsstijgingen ook ernstige inspanningen worden gedaan om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren.
Je kan het discours dat de komende dagen wordt afgestoken zo zelf schrijven (tegenwoordig hebben ze daar zelfs een app voor). Kopieer wat elke minister heeft geantwoord op deze vragen over de voorbije veertig jaar en je antwoord vandaag is klaar.
Je ticket dekt slechts een klein deel van de echte kostprijs
Laat ik daarom voor de zoveelste maal even de realiteit van deze beslissing weergeven. Prijsstijgingen worden ‘beslist’ door de Raad van Bestuur van de NMBS op basis van de afweging van de kostprijs voor de uitbating van de treinen. Klinkt allemaal heel ernstig.
Het exacte percentage is moeilijk te berekenen – er wordt ook nooit een inspanning gedaan om die berekening eens te maken – maar zelfs het duurste ticket voor één treinrit, zonder enige korting, dekt nauwelijks tussen 15 à 20 procent van de echte kostprijs van die rit.
De totale inkomst uit de verkoop van tickets zegt al evenmin iets over de werkelijke opbrengst. De hele keten van betalend reizen met de trein, van de kaartautomaten, de loketten, de tijd die de treinbegeleiders1 er aan moeten besteden, de controles, het onderhoud van de machines, de kostprijs van het drukwerk, de administratie voor de boetes, het moet immers allemaal van de inkomsten afgetrokken worden om echt te weten hoeveel je treinkaartje opbrengt.
Wanneer de NMBS dus de tickets doet stijgen (ergens tussen 9 en 28 procent, naargelang de aard van je aankoop) beslist zij in feite om de inkomsten die niet eens de kostprijs dekken te verhogen naar een peil waarbij ze nog steeds de kostprijs niet dekken.
Prijzen zijn het gevolg van politieke beslissingen
Een wat ingewikkelde zin om dit te zeggen: de prijs van uw ticket is het directe gevolg van politieke beslissingen. De regering kan evengoed beslissen om de verminderde inkomsten door de gestegen energieprijzen en door de pandemie te compenseren. Dat deed ze trouwens al voor de luchtvaartsector.
En op Vlaams regionaal niveau deden ze zelfs nog straffer. Daar werden miljoenen euros subsidies beslist voor een kleine luchthaven die nog nooit winst heeft gemaakt. Noteer daarbij dat luchtvervoer géén openbare dienst is maar een commerciële activiteit. Diezelfde Vlaamse regering ondermijnt voor het ogenblik via doelbewuste onderfinanciering van het vervoer met bus en tram van De Lijn.
Om het allemaal nog cynischer te maken, de kostprijs voor het afschaffen van betalend vervoer is slechts een kwart van het geld waarmee de federale regering elk jaar de bedrijfswagens subsidieert, een subsidie die grotendeels gaat naar werknemers die al hogere lonen verdienen, en die een prijsverhoging van enkele procenten niet eens aanvoelen.
En verder nog dit: de NMBS als een ‘kost’ voorstellen is een verdraaiing van de economische realiteit. Zelfs de werkgeversorganisaties bevestigen dat het bestaan van het openbaar vervoer goed is voor de economie: mensen kunnen naar hun werk, elke treinreiziger is een auto minder op de baan, reizigers bezoeken familie, gaan shoppen, gaan op uitstap met de kinderen, de kleinkinderen. De macro-economische opbrengst van het openbaar vervoer is groter dan zijn kostprijs. Ook die berekening wordt nooit gemaakt. Heel af en toe wordt er naar gehint bij een staking bijvoorbeeld (Zie NMBS brengt economie jaarlijks minstens 14,6 miljard op).
Politieke Raad van Bestuur
Over de zogenaamde autonomie van de NMBS kon verder nog dit worden gezegd. Alle leden van de Raad van Bestuur zijn politiek benoemd, hebben het etiket van een of andere politieke partij, die hun mensen aanduidt volgens het aantal waar ze proportioneel recht op hebben.
Competentie op vlak van openbaar vervoer is daarbij geen must. Het zijn echter helemaal geen stropoppen die hun bevelen rechtstreeks van hun minister krijgen (en hier bedoel ik niet persé de minister van Mobiliteit, maar de minister of ministers van hun partij in de regering).
Dat is ook niet nodig. Ze werden geselecteerd op hun ideologisch profiel. De partijen zoeken immers naar personen die het met hun visie op openbaar vervoer eens zijn. Die leden van de Raad van Bestuur van de NMBS hoeven niet overtuigd of bevolen te worden om te doen wat ze doen. Die weten perfect wat van hen wordt verwacht en staan daar ook achter – en worden er zeer gul voor betaald.
Wanneer pakweg Marc Descheemaecker verklaart dat niemand hem de les komt spellen en dat hij volledig autonoom zijn beslissingen neemt dan liegt hij niet. Hij is uit zichzelf reeds overtuigd dat het openbare dienstkarakter van de trein en de bus moet vernietigd worden, dat prijzen ‘marktconform’ moeten zijn ‘in een competitieve markt’. Dat diezelfde ‘markt’ hem daarbij zeer gul vergoedt, is dan mooi meegenomen.
De beul en de koning
Hoe bikkelhard deze man en al zijn kompanen in beheerraden alom hun neoliberaal gedachtengoed opleggen, niet zij zijn de echte verantwoordelijken, net zomin als de beul met de bijl de echte dader is van een executie, dat is de koning ver boven hem. Dat die beul terecht meent dat hij goed werk levert, verandert niets aan de realiteit dat hij slechts een fysieke tussenschakel is naar de echte beslissers.
Deze personen nemen tevens de onpopulaire taak op zich om hun ‘beslissingen’ voor de media te verdedigen. Dat houdt de echte beslissers uit de wind. Zelf hoeven ze toch niet verkozen te worden. Integendeel, zelfs als ze moeten vertrekken wegens wanbeleid (zoals Descheemaecker na 8 jaar – 2005 tot 2013 – desastreuze prestaties aan de top van de NMBS) krijgen ze een ruime ontslagpremie en gegarandeerd uitzicht op andere lucratieve postjes.
De echte verantwoordelijkheid voor deze prijsstijging ligt bij de voltallige federale regering van Groen-Ecolo, Open VLD-MR, Vooruit-PS en CD&V. Daar moeten dan ook de pijlen van kritiek op gericht worden, daar moet alle treinreiziger hun terechte boosheid op richten.
Hetzelfde geldt voor de lamentabele dienstverlening. Richt je woede op de echte verantwoordelijken, dat is niet het personeel. Dat is zelfs niet de Raad van Bestuur. De echte boosdoener is de federale regering en al haar ministers.
Note:
1 Wat de treinbegeleiders betreft, die worden niet werkloos zonder betalende tickets. De controle van tickets en abonnementen is niet eens hun eerste taak: veiligheid, stiptheid en informatie aan de reizigers gaat altijd voor op controle. Voor meer details zie dit relaas van drie treinbegeleiders Treinbegeleiders unaniem: gesplitste structuur werkt niet.
Bron: DeWereldMorgen
by admin | feb 11, 2023 | Sectoren
Meer dan 18.000 betogers uit zorg, welzijn en cultuur kwamen op 31 januari op straat. Deze massa die op de been kwam, staat in contrast met de media-aandacht die ze kreeg. Dit doet afbreuk aan zowel de grootte als de ernst van het probleem.
De verpletterende werkdruk, die hand in hand gaat met personeelstekorten, was hét thema van de betoging. Zorg- en hulpverleners kunnen niet meer. En daar zouden we allemaal heel erg bezorgd over moeten zijn.
Zorg is de kern van onze samenleving. Elke dag wordt er massaal gezorgd, en elke dag wordt zorgend werk ondergewaardeerd. Zorg maakt dat we fris gewassen op het werk en op school verschijnen, dat we ook op onze oude dag een helpende hand tegenkomen, dat baby’s hun middageten krijgen en jongeren een luisterend oor vinden. Kortom: het maakt dat onze samenleving draait. Zorg is ook iets dat we graag vergeten. Het is een beetje vies en komt soms met een geurtje.
Zorg is de kern van onze samenleving
Hoewel we allemaal een verzorgende en zorgzame omgeving nodig hebben in ons leven, behoren de mensen die zorgtaken uitvoeren tot de meest ondergewaardeerde, onzichtbare en verwaarloosde werknemers. Daarom kwam de kinderopvang, de bijzondere jeugdzorg, de ziekenhuizen, de psychiatrie, … op straat. Zij dragen de gevolgen van beleid dat hen onderwaardeert en marktdenken vooropstelt. Zij zien elke dag wat dit betekent in hun werk. Zij weten wie ze naar huis sturen als ze hun deuren moeten sluiten en hoe ze mensen in de steek laten als ze handen tekort hebben.
Zorg behoeven betekent dat we iemand anders nodig hebben. In het neoliberale discours is die afhankelijkheid om van te gruwen. Iedereen verantwoordelijk voor het eigen welzijn en de kosten van de nodige zorg. En graag wat winst voor de aandeelhouders van zorginstellingen. Dit neoliberale denken brengt de universele toegang tot gezondheidszorg in het gedrang. Het plaatst efficiëntie boven kwalitatieve en toegankelijke hulpverlening voor iedereen.
Efficiëntie, productiviteit en andere marktprincipes gaan niet goed samen met zorg
Efficiëntie, productiviteit en andere marktprincipes gaan niet goed samen met zorg, net omdat zorg altijd tijd vraagt. Deze principes invoeren in zorg en welzijn kunnen daarom niets anders betekenen dan slechtere arbeidsomstandigheden en slechtere hulpverlening. We moeten nadenken over hoe we kwalitatieve en universeel toegankelijke zorg kunnen aanbieden in het belang van de patiënt en cliënt, en niet vanuit een winst gedreven logica.
Beleid maken is keuzes maken. Wanneer de keuzes van onze regeringen niet stroken met een zorgzame maatschappij, moeten we van ons laten horen.
Op 8 maart – internationale strijddag voor vrouwenrechten – komen vrouwen*bewegingen, vakbonden en andere middenveldorganisaties wereldwijd op straat voor investeringen in onze openbare diensten en leefbare zorg voor patiënten en zorg/hulpverleners! Laten we opnieuw met duizenden zijn.
Fauve Peirelinck werkte 4,5 jaar als vroedvrouw in een ziekenhuis, en is momenteel projectmedewerker ‘personeelskrapte in de Brusselse welzijnssector’.
Bron: DeWereldMorgen
by admin | feb 11, 2023 | Economie
Als de btw op energie op 6 procent blijft, dan wil de federale regering accijnzen invoeren om uit de kosten te geraken. Terwijl energiebedrijven superwinsten blijven maken draait de gewone man of vrouw er weer voor op. Voor de regering is dat een gemakkelijkheidsoplossing, maar ze is zeer onrechtvaardig.
Waarom accijnzen?
Alhoewel er nog geen definitieve beslissing is gevallen om accijnzen te heffen op energie, zijn alle partijen van de Vivaldi-regering het over het principe eens: als de btw op energie definitief naar 6 procent gaat, worden hogere accijnzen geheven op stroom en gas.
De redenen? De operatie moet het verlies van de hogere btw-inkomsten compenseren. Via accijnzen zou het veel makkelijker zijn om in te spelen op prijsschommelingen en kan er een onderscheid gemaakt worden tussen soorten verbruik en energiebronnen.
Het moet de regering nu en in de toekomst ook meer mogelijkheden bieden om het energieverbruik en de energietransitie in ons land te sturen.
Laat ons beginnen met het voorstel van bevoegd minister Vincent Van Peteghem (CD&V). In het nieuwe systeem zal een onderscheid gemaakt worden tussen een basisverbruik en een meerverbruik. Wanneer de prijzen voor aardgas boven 100 euro per MWh en voor stroom boven 250 euro per MWh stijgen, zullen de accijnzen voor het basisvolume dalen.
Al het verbruik boven op het basisvolume wordt wél aan het volledige accijnstarief belast. Voor elektriciteit stelt de minister een basisvolume voor van 3.000 kWh (3 MWh), voor aardgas 12.000 kWh (12 MWh). Bovendien geldt voor aardgas ook een ondergrens. Als de prijs onder de 45 euro per MWH gaat, zullen de accijnzen op het meerverbruik toenemen.
Zijn uitleg? Dat is om te vermijden dat mensen méér gaan verbruiken wanneer de prijzen heel laag zijn. Op die manier wordt de energietransitie ondersteund.
Wat volgt zijn bedenkingen op de volgende vragen:
Zijn accijnzen rechtvaardig?
Accijnzen zijn net als btw indirecte belastingen. Het zijn belastingen op consumptie of verbruik. De btw is een percentage van de kostprijs, terwijl een accijns een vast bedrag is dat je moet betalen aan de overheid.
Stel bijvoorbeeld dat je maandelijkse energiefactuur 400 euro bedraagt. Bij 6 procent btw betaal je dan 24 euro extra. Als de tarief van de accijnzen op 20 euro ligt, dan betaalt elk gezin bovenop de btw dan nog eens 20 euro per maand.[1] Een accijns op energie kan je best vergelijken met de Turteltaks uit het verleden.
In het voorstel van Van Peteghem zal het tarief van de accijnzen afhangen van de hoogte van de energieprijzen en van het verbruik van het gezin. Hoe dan ook, indirecte belastingen zijn onrechtvaardig want iedereen, ongeacht het inkomen, betaalt hetzelfde tarief of hetzelfde bedrag.
De econoom Thomas Piketty schrijft: “Een belasting op de consumptie is een belasting uit de 19e eeuw, niet uit de 21e. Indirecte belastingen zoals de btw, wegen meer op de lage inkomens. Hoge inkomens consumeren immers niet alles wat ze verdienen.”
Houdt het voorstel van minister Van Peteghem voldoende rekening met het realistische verbruik?
Van Peteghem maakt een onderscheid tussen een basisverbruik en een meerverbruik. Wanneer de prijzen voor aardgas en voor stroom boven een bepaalde grens stijgen, zullen de accijnzen alleen voor het basisvolume dalen. Al het verbruik bovenop het basisvolume wordt wél aan het volledige accijnstarief belast.
Bij hoge prijzen zullen kleine verbruikers dus minder accijnzen betalen dan grote verbruikers. Voor de minister is een basisverbruik: 3.000 kWh (3 MWh) voor elektriciteit en 12.000 kWh (12 MWh) voor aardgas. Ter vergelijking: een gemiddeld gezin dat op aardgas verwarmt in België, verbruikt op jaarbasis 3.500 kWh stroom en 17.000 kWh aardgas.
Volgens berekeningen zal de energiefactuur voor een gemiddeld gezin vanaf 1 april zo’n 20 euro per maand duurder worden.
Dwingen accijnzen en btw op energie tot spaarzaamheid?
Btw en accijnzen op energie worden ook verdedigd om mensen aan te zetten duurzaam om te gaan met energie. Men gaat er vanuit dat burgers individueel hun gedrag gaan veranderen omwille van de dure prijs.
Dat is voor een deel juist voor mensen die de financiële middelen hebben om hun huis te isoleren, zonnepanelen te plaatsen en een warmtepomp te instaleren. Maar dat is lang niet voor het grootste deel van de bevolking.
De visie om via belastingen op energie de mensen aan te zetten tot spaarzaamheid, gaat volledig voorbij aan de politieke verantwoordelijkheid om de samenleving te organiseren op een rechtvaardige, duurzame en klimaatvriendelijke manier.
Wat ze in ons land niet doen, doen ze bijvoorbeeld wel in Berlijn, Hamburg en München. In deze drie grootste steden van Duitsland is er een gemeentelijk nutsbedrijf voor de productie en distributie van energie. Deze investeren in hernieuwbare energie, maar ook in collectieve verwarming.
Ze worden niet gedreven door onmiddellijke winstgevendheid. Daarom kunnen ze doeltreffender investeren in hernieuwbare energie. Het gemeentebedrijf van München streeft bijvoorbeeld naar 100 procent elektriciteitsproductie, waarmee in 2025 in het verbruik van de hele stad kan worden voorzien.
In Berlijn installeert het gemeentelijk bedrijf zonnepanelen en gemeenschappelijke verwarmingssystemen in gebouwen om de energiefactuur van de huurders te doen dalen. De publieke bedrijven kunnen de opgewekte energie ook goedkoper verkopen, aangezien ze niet afhankelijk zijn van de logica van de markt.
Ontspoort de begroting als de btw-verlaging op energie niet wordt gecompenseerd door accijnzen?
Zonder bijkomende accijnzen, en aan de huidige prijsniveaus, zal een definitieve verlaagde btw aan 6 procent dit jaar de begroting 1,3 miljard euro kosten. De oplossing die de regering voorstelt voor dit begrotingsverlies? Accijnzen invoeren die op termijn zorgen dat de gederfde inkomsten door de btw-verlaging worden gecompenseerd.
1,3 miljard is veel geld, maar de vraag is of het geld moet gezocht worden bij de burgers met een onrechtvaardige belasting. Neen, het kan anders. Te beginnen bij diegenen die vandaag door de crisis enorme winsten boeken.
De Europese Commissie stelde vorig jaar op 8 maart, “dat voor de financiering van de door de hoge energieprijzen te nemen noodmaatregelen, de lidstaten een tijdelijke belasting op overwinsten kunnen invoeren”. Volgens het Internationaal Energieagentschap zou door dergelijke fiscale maatregelen ten aanzien van hoge meeropbrengsten in 2022 tot 200 miljard euro beschikbaar kunnen komen om de hogere energierekeningen gedeeltelijk te compenseren.
Voor ons land berekende de studiedienst van de PVDA in september 2022 dat Engie-Electrabel in de periode 2021-2024 in totaal 9 miljard euro overwinst zal boeken met de Belgische kerncentrales. Dat is extra winst bovenop de winst die ze normaal boekt.
En wat doet onze regering hieraan? Van de 9 miljard euro overwinsten die Engie-Electrabel zal boeken, wordt slechts 2,2 miljard euro afgeroomd. Van de regering mag Engie-Electrabel zich dus nog altijd verrijken met 6,8 miljard euro op kap van de gezinnen, de kleine zelfstandigen en de KMO’s.
Een hogere overwinstbelasting had hier meer op zijn plaats geweest. Daarnaast moet er ook een prijsverlaging en een prijsblokkering komen. Engie produceert zijn elektriciteit in zijn kerncentrales tegen een kostprijs van 35 euro euro/MWh, maar verkoopt het aan een veelvoud ervan. In de voorbije maanden ging het soms om het tienvoudige van de productiekost. Dat zijn echte woekerprijzen.
Deze onrechtvaardigheid kan rechtgezet worden door de elektriciteitsprijs te berekenen op basis van de werkelijke productiekost, vermeerderd met een vaste marge.
De oplossing nu en daarna
Het is nu dat vele mensen met hoge energieprijzen worden geconfronteerd en het is nu dat de energiebedrijven profiteren van extreem hoge winsten. In eerste instantie moet hiervoor een rechtvaardige oplossing komen.
Het gat in de begroting vul je met eerlijke fiscaliteit, niet met een indirecte belasting op energie die het echte profitariaat ongemoeid laat. Want let op, het zijn niet alleen de energiesectoren die overwinsten boeken, het aantal bedrijven en sectoren dat profijt haalt uit deze situatie is groter.
Met overwinst bedoelen we de bijkomende winst in vergelijking met wat werd gerealiseerd eind 2019, dat voor de ondernemingen een zeer goed jaar kan genoemd worden. In de meeste sectoren van ons land zijn begin 2021 en medio 2022 in vergelijking met 2019 de winsten gestegen. In totaal bedraagt de overwinst in vergelijking met 2019, hou je vast: 25 miljard euro!
Waar komen die winsten vandaan? In de meeste sectoren is de winsttoename te wijten aan een verhoging van de verkoopprijzen. Toen de prijzen zowat overal de hoogte ingingen hebben veel ondernemingen dat aangegrepen om hun eigen prijzen aanzienlijk op te drijven, in veel grotere mate dan de toename van hun onkosten. Van de 25 miljard euro overwinst tussen begin 2021 en medio 2022 is 18 miljard euro het resultaat van prijsverhogingen.
Deze enorme winsten zorgden voor hoge dividenden. Dat is de winst die een vennootschap uitkeert aan haar aandeelhouders. Alleen al Belgische bedrijven lieten vorig jaar samen 10 miljard euro dividenden naar de aandeelhouders vloeien. Dat is 56 procent meer dan in 2021, toen de coronacrisis veel bedrijven deed knippen in de dividenden.
In tweede instantie moet er een einde worden gemaakt aan de liberalisering van de energiemarkt. Energie is te belangrijk om het over te laten aan de grillen van enkele CEO’s en de graaizucht van aandeelhouders.
Energie is een basisbehoefte. Licht, een fornuis, een chauffage of een warme douche zijn geen luxeproducten. Daarom moet het openbaar zijn, moet het in handen zijn van de gemeenschap en onder controle staan van diezelfde gemeenschap, van productie tot distributie en opslag, van lokaal tot internationaal.
De energiesector moet in publieke handen komen. Dat is een onmisbare oplossing als we twee essentiële doelen willen bereiken: goedkopere energie en groene energie.
Niet mogelijk? Denemarken is het land dat wereldwijd erkend wordt als leider op het gebied van hernieuwbare energie. De snelle groei van windenergie heeft de sluiting van de steenkoolcentrales en de ontwikkeling van een nieuwe industriële sector mogelijk gemaakt. De meeste gezinnen profiteren er nu van collectieve verwarmingssystemen die hun verbruik en hun rekeningen verlagen.
En weet je waar dat aan te danken is? De overheden gingen onder druk van de bevolking niet mee in het verhaaltje van de liberalisering en hebben de controle over de productie en distributie van energie behouden. Zo kunnen ze beslissen waar, wanneer en hoe ze investeren in de energie van de toekomst en ervoor zorgen dat de mensen daar de vruchten van plukken.
Note:
[1] De btw wordt berekend op het eindbedrag, dus met inbegrip van de accijnzen. Dus ook op de accijnzen betaal je nog eens btw, dat is dus een soort belasting in het kwadraat.
Bron: DeWereldMorgen