by admin | aug 2, 2024 | Varia
In de berichtgeving over de regeringsonderhandelingen lijken de vergrijzingskosten als een blok op de maag van de onderhandelaars te liggen. Ze zouden de pan uitrijzen, mede omdat er steeds meer ouderen bijkomen, zodat bijvoorbeeld de pensioenkosten stijgen.
Een last voor de samenleving?
Het gaat om een belangrijke uitdaging want die kosten zullen van de huidige 24,6 % van het BBP met 5,2 % stijgen tot 30,1 procent tegen 2050. De pensioenen kosten de samenleving momenteel 10,7 procent van het BBP en zullen in 2040 13 procent van het BBP opslokken. De stijgende kosten van de toenemende veroudering zullen bijgevolg jaarlijks steeds meer miljarden vereisen. Maar in die ontwikkeling verwacht men ook een daling van het armoedecijfer met zes procent. Overigens verwacht men dat het effect van de babyboomgeneratie, die momenteel de kern van het probleem vormt, vanaf 2050 fors zal dalen en zelfs verdwijnen.
De berichten over stijgende vergrijzingskosten belichten slechts één kant van de medaille en behoeven daarom nuancering en aanvulling.
Vooreerst de vergrijzingskosten. Die bevatten naast pensioen en gezondheidszorg, ook de kinderbijslag, de werkloosheidsuitkeringen en arbeidsongeschiktheid. Zonder deze nuancering lijkt het alsof alle stijgende kosten alleen maar te wijten zijn aan het toenemend aantal ouderen. Dat ontlokt sommigen de uitspraak dat omdat ouderen met te veel zijn, het allemaal niet meer betaalbaar zal zijn. Zo gesteld zijn ouderen een blok aan het been van de jongere generaties. Het kan nog erger: volgens sommigen zijn ouderen een soort van profiteurs waarvoor de rest van de samenleving moet opdraaien, want de volgende generaties zouden het minder goed hebben. Of minstens zijn ze een last voor de samenleving. Als vorm van schuldinductie kan dat tellen.
Eenzijdig is overigens is dat men alleen maar de kosten van de vergrijzing benadrukt, maar dat het doodstil blijft over de aanzienlijke bijdragen die ouderen leveren aan de samenleving. We hebben daarover helaas geen sluitend cijfermateriaal. In Engeland stelde onderzoek vast dat de bijdragen van ouderen aan de samenleving de kosten van de pensioenen en de gezondheid ver overtreffen. Laten we daarom kort inzoomen op wat ouderen beteken voor de samenleving.
Vrijwilligerswerk
Vooreerst is er de belasting op de pensioenen. Ouderen betalen zoals alle Belgen belastingen op hun inkomsten, zo ook op de pensioenen die ze ontvangen en dragen daardoor ook bij aan de inkomsten van de overheid.
Belangwekkend is vervolgens de bijdrage van de ouderen aan het vrijwilligerswerk, zowel aan het formele dat zich afspeelt in het kader van organisaties als aan het informele waar mensen buiten het kader van organisaties zelf initiatieven nemen. Het BPACT-onderzoek berekende dat de gehele investering in het vrijwilligerswerk jaarlijks goed is voor 290.000 voltijdse job. Bij die vrijwilligers is een op drie ouder dan zestig jaar. Volgens Statistiek Vlaanderen doet 43 procent van de 65-74-jarigen aan vrijwilligerswerk en nog eens 32 procent van de 75-plussers. De zestigplussers zouden gemiddeld 248 uur vrijwilligerswerk doen per jaar. Dat is meer dan de andere leeftijdsgroepen die er gemiddeld 161 uur per jaar aan spenderen. Bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis waren de ouderen massaal zeer actief in de vaccinatiecentra. Heel het middenveld is overigens in sterke mate afhankelijk van het engagement van ouder wordende mensen.
Naast het formele vrijwilligerswerk investeren ouderen veel in het informele vrijwilligerswerk. We denken daarbij aan de zorgtaken van grootouders voor de ondersteuning van hun kleinkinderen, aan de mantelzorg (in België zijn dat 860.000 mensen, goed voor 11,38 miljard euro per jaar indien men mantelzorgers zou moeten betalen). Daarin nemen zestigplussers een belangrijk aandeel op. In Nederland berekende men dat het laten vervangen van alle mantelzorg door publiek gefinancierde zorg circa 44 miljard euro zou kosten. De verwachting is evenwel dat het aantal mantelzorgers zal afnemen. Daarnaast is er het engagement in buurten, in woonzorgcentra, in het zo belangrijke kleine helpen.
Een derde terrein waarop ouderen veel bijdragen is de financiële ondersteuning van kinderen en kleinkinderen, bijvoorbeeld wanneer die bouwplannen hebben. Veel jongeren zouden momenteel zonder die hulp geen eigen woning meer kunnen kopen of bouwen. In die zin ondersteunen ze ook de economie. Overigens blijken ouderen de economie tot innovatie te stimuleren. De zogenaamde silvereconomie richt zich met nieuwe producten expliciet op de niche van de ouderen, met onder andere typische antiverouderingsproducten, reizen, hulpmiddelen voor de mobiliteit.
Mentor voor jongere generaties
Naast de inbreng die een financiële impact heeft op de samenleving, zijn er ook de immateriële bijdragen. Zo is er de rol van mentor voor jongere generaties. Mede door hun ervaring en competenties kunnen ouderen jongeren coachen in de ontwikkeling van hun talenten. In een tijd van krapte op de arbeidsmarkt zien we overigens dat veel gepensioneerden gevraagd worden om langer te blijven werken, bijvoorbeeld in het flexi job statuut, omdat er niet voldoende jongeren gevonden worden om hun plaats in te nemen. Daarnaast kunnen ouderen hun sociaal kapitaal, ondermeer hun relaties en netwerken, inzetten om de jongere generaties te ondersteunen.
Een andere sector die een boost zou kunnen krijgen omwille van het groeiend aantal ouderen die in goede gezondheid ouder willen worden, is de preventie in de gezondheidszorg. Dat gaat om veel meer dan geneeskunde. Het gaat onder meer over wonen, opleiding, ruimtelijke ordening, vrijwilligerswerk… Door meer in te zetten op de preventie krijgen andere sectoren nieuwe kansen en perspectieven. Tegelijk kunnen de kosten van de curatieve gezondheidzorg minstens in toom gehouden worden, zo niet dalen.
Alle generaties een gelijkwaardige plaats
De eenzijdige benadrukking van de kosten als gevolg van het toenemend aantal ouderen leidt ertoe dat vele ouderen zichzelf als een last gaan ervaren voor de jongere generaties en zich neerleggen bij de negatieve stereotyperingen die over hen hoogtij vieren. Daardoor helaas zien ze ouder worden niet als een kans om verder te ontwikkelen en een rol te spelen in de samenleving. Zonder de grote uitdaging van de kostenproblematiek te willen minimaliseren pleiten we voor een nieuwe perspectief op de plaats van ouder wordende mensen in de samenleving.
Daarbij moet de klemtoon ook liggen op de ontwikkeling van een zogenaamde levensduurzame samenleving waarin alle generaties een gelijkwaardige plaats krijgen en een waardevolle rol te spelen hebben. Om dat te realiseren is meer aandacht voor preventie noodzakelijk, moet veel meer ingezet worden op intergenerationele samenwerking en dialoog en moeten ingewortelde opvattingen over oud worden aangepakt worden. Het perspectief wordt dan inzetten op wat nodig is om in elke levensfase voorwaarden te creëren opdat mensen zichzelf ten volle kunnen blijven ontplooien en engageren in een langer durend leven.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 2, 2024 | Sectoren
De Vlaamse regeringsonderhandelaars stellen een versterkte activering van langdurig zieken en werklozen in het vooruitzicht. Een speerpunt is dat arbeidsbemiddelaar VDAB nog maar eens hervormd en afgeslankt moet worden. Vooral beroepsopleidingen en loopbaanbegeleiding zullen het ontgelden. Die moeten aan de privésector uitbesteed worden. Tijs Synaeve getuigt vanuit persoonlijke ervaring waarom dit een slecht idee is.
Ons land telt inmiddels een half miljoen uitkeringsgerechtigde langdurig zieken. Dat kost de sociale zekerheid 10 miljard euro per jaar. Vlaanderen is er, met 8,2 procent van de beroepsbevolking die langdurig ziek is, iets beter aan toe dan Wallonië (12,2 procent). België is hiermee de trieste koploper in Europa. Dat langdurig zieken een zware budgettaire last zijn, is evident. Maar de onderhandelaars stellen de verkeerde remedies voor.
Prestatiedruk is verpletterend
De prestatiedruk in onze samenleving is verpletterend. De maatstaf voor maatschappelijk succes is materiële welvaart. Iedereen moet meedraaien in het systeem. Hard werken om drie keer per jaar op vakantie te gaan. Investeren in jezelf is het motto. Zodat je je ‘bucketlist’ kan afwerken. ‘Live your life’, want je leeft maar één keer.
De ontmanteling van het openbaar vervoer dwingt ons om een (dure) elektrische wagen te kopen. Een huis moet helemaal gerenoveerd zijn. Met zonnepanelen, een warmtepomp en een grote veranda. Werken moet vooral een passie zijn. Je moet deel uitmaken van het ‘DNA’ van de organisatie waar je voor werkt. Optimaal je talenten ontwikkelen. Gebruik maken van alle kansen om hogerop te raken. Wie niet ambitieus is, wordt met de nek aangekeken. Gewoon werken voor de kost is passé. Iedereen moet excelleren in alles.
Langdurig ziek zijn is een verwarrende en soms vernederende periode in een leven. Volgens de statistieken ben je in die levensfase het meest beroepsactief. Maar noodgedwongen moet je even aan de kant.
Een jaar arbeidsongeschikt
Zelf was ik een jaar arbeidsongeschikt, na een lange afhankelijkheid van alcohol en benzodiazepines. Na tien weken opname had ik nog een klein jaar nodig om komaf te maken met de desastreuze fysieke en geestelijke gevolgen van de benzo’s. Het was veruit de zwaarste periode uit mijn leven. Maar ook de meest lonende. Tijdens de therapie in opname leerde ik de tools om mijn dag zinvol in te vullen en om om te gaan met mijn verslavingsgedrag. Dankzij mijn uitkering, die niet volstond maar toch ademruimte bood, kreeg ik ook tijd.
Ik stelde me vrijwilliger in de school van mijn toen twaalfjarige dochter. Op maandagochtend boterhammen smeren voor de leerlingen, zodat iedereen met een gevulde maag de week kon starten. Of meefietsen als begeleider voor een padden-zoektocht, of toezichter voor het fiets-examen. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me zinvol en begon ik weer aan de toekomst te denken.
Ik volgde ook een bemiddelingstraject bij de VDAB. Het Gespecialiseerd Team Bemiddeling (GTB) leidt mensen met een kwetsbaarheid of een langdurig gezondheidsprobleem naar de arbeidsmarkt. Mijn inschrijving was al een overwinning op zich. Binnenstappen in de onderbemande, duffe en verouderde lokalen vergt immers heel wat moed. Hoewel het VDAB gebouw in Brugge van vrij recent is, ademt het de sfeer van een zieltogend decor uit ‘De Collega’s’. Maar ik werd er wel geholpen.
Echt belangrijk in het leven
Tijdens de sessies kon ik voor het eerst en in alle rust (en zonder schaamte!) formuleren wat ik echt belangrijk vond in het leven. Mijn stad. Mijn gezin. Cultuur. Verbinding met anderen. Zo kon ik gericht op zoek gaan naar werk. Tijdens de GTB-begeleiding ontmoette ik ook mijn lotgenoten, en dat was minstens van even grote waarde. Mensen die langdurig ziek zijn, hebben zich vaak en langdurig geïsoleerd. Soms noodgedwongen, maar vaak uit een minderwaardigheidsgevoel of vanwege financiële krapte.
Iemand in mijn groep was in transitie (en hierdoor een tijd arbeidsongeschikt). Iemand anders had een autismespectrumstoornis en had een rigide structuur en een prikkelarme omgeving nodig om te kunnen werken. Nog iemand anders beschreef zichzelf als hypersensitief. Een jongeman moest ooit de unief doen van zijn ouders. Terwijl hij eigenlijk liever tuinman geworden was. De bevrijding die hij beleefde door dat gewoon te kunnen uitspreken, zal voor altijd in mijn geheugen gegrift blijven.
Maar ook bij GTB worden de cursisten klaargestoomd voor de prestatiemaatschappij: tijdens de sessies werden we steevast aangesproken als mensen met een ‘kwetsbaarheid’. Ook als we het over onszelf hadden, omschreven we ons zo. We kregen de beste trucs aangeleerd om die kwetsbaarheden zo goed mogelijk weg te moffelen. Niemand die opperde dat een kwetsbaarheid ook een kracht kan zijn. Dat is wollige praat voor de Warmste Week tijdens de kerst.
Job ‘van mijn leven’
Ik vond uiteindelijk die job van mijn leven en nam weer mijn plaats in als ‘werkende’. Ik vervul mijn plichten en betaal mijn belastingen. Dat doe ik met plezier, in de hoop dat ik er iemand mee help die ooit zo radeloos was als ik.
De psychiater in het ziekenhuis waar ik opgenomen was, schreef in mijn medisch dossier het volgend verdict: ‘Zal wellicht nooit meer kunnen meedraaien in het NEC.’ De afkorting staat voor Normaal Economisch Circuit. Als dat newspeak is voor een verstikkende, door efficiëntie geobsedeerde en louter op winstbejag gerichte arbeidsmarkt, dan klopt dat helemaal. Nooit wil ik nog een job uitoefenen waar ik mijn ziel aan dat systeem verkoop. Dat leerde ik bij de VDAB.
Net daarom moeten ze wellicht onschadelijk gemaakt worden. Stel je voor, nog meer mensen die gaan inzien hoe frenetiek ons economisch systeem is?
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 2, 2024 | Economie, Verkiezingen 2024
Door nieuwe Europese begrotingsregels dreigt België de komende 7 jaar 27 miljard euro te moeten besparen. Dat maakt dat de grootste vraag in de lopende regeringsonderhandelingen gaat over wie dat gaat betalen. Daarin zit de grote tegenspraak van het verkiezingssucces van rechts. Hebben de kiezers de plannen van De Wever dan niet gelezen? Als het van hem afhangt, gaat de middenklasse – de neringdoeners en de ambtenaren – de grootste bijdrage leveren. Politieke zelfkastijding kan je het noemen.
Het is de belangrijkste vraag die je in het politieke beleid kan stellen: hoe worden de kosten van de samenleving verdeeld? Gebeurt dat naar “Godsvrucht en vermogen”, naargelang wat je er kan aan verdienen? Of wordt het geld gehaald waar het gemakkelijk kan gevonden worden?
In het Belgisch compromis dat tot de welvaartsstaat leidde, werd door toepassing van het solidariteitsprincipe een evenwicht gevonden. De christendemocratie, die in zich alle standen vertegenwoordigde, was het bindmiddel tussen de afwisselende regeringen, enerzijds met liberalen dan weer met de socialisten. Ook in de Volksunie waren deze verschillende strekkingen aanwezig. De harde kern van nationalisten rond Geert Bourgeois maakte er evenwel komaf mee. Maar het lukte niet. Enkel Bourgeois werd verkozen.
Vlaams ondernemerschap
De Wever maakte er dan wat anders van. Het Vlaams nationalisme werd aangewend om het Vlaams ondernemerschap te promoten. Voor hem gaat het niet meer om de onafhankelijkheid van Vlaanderen maar om de soevereiniteit van de grote ondernemers, de bouwpromotoren, de havenbazen en de chemiereuzen. Om dezelfde reden wil hij ook een rustpauze in de klimaatmaatregelen.
Het is door zijn kunst als meester-communicator dat De Wever erin geslaagd is appelen voor peren te verkopen. Het gaat hem al lang niet meer om wat in de beginselverklaring van zijn partij staat, het zogezegd belang van het Vlaamse volk om onafhankelijk te zijn. Omdat Vlaanderen daarvoor te klein en Europa te groot is, maakte hij er het belang van Vlaanderens groot ondernemers van. Maar ook dat is een smoes.
De naar Updown House uitgeweken Fernand Huts is al lang geen Vlaams belastingbetaler meer. Hij belegt zijn geld liever op Guernsey, Uruguay of Moldavië en bouwt zijn nieuw Indaver in Duinkerke. Sir Ratcliffe, de eigenaar van de ethaan-kraker Ineos, is evenmin een Vlaamse ondernemer. En ook de tot stadionbaron geworden Vlaamse boerenzoon Paul Gheysens verdiende zijn geld in het buitenland en slaagt er blijkbaar niet in het hier te herhalen.
In het grootste Vlaams project, de Oosterweel-verbinding, zijn niet enkel Vlaamse ondernemers betrokken en zorgt Link4Projects voor “een aanzienlijke pool aan ervaren Europese onderaannemers”. Overigens komt het geld voor deze mega-onderneming voor de helft van Europa.
Voorrang voor privébelang
Het gehele, politieke verhaal van Bart De Wever steunt niet op zijn academische frustratie, de droom van een één gemaakt Dietsland, dewelke hij met Staf De Clerck, de voorman van het Vlaams Nationaal Verbond, deelde. Het is een copy paste van wat ene Verhofstadt eens aan Vlaanderen kon verkopen.
Met zijn smoes over de burgermanifesten deed Verhofstadt de kiezer geloven dat het belang van de gemeenschap beter kon gediend worden door dat van de privé. In zijn machtsgeile en uit het socialisme verloren gelopen Johan Vande Lanotte vond hij een dienstige kompaan. Met voldoende postjes kon hij ook de uit het Vlaams nationalisme weggelopen overlopers wegkopen. Zelfs in wat eens de christendemocratie was, verkreeg het privébelang de voorrang op het gemeenschappelijke. De zakenadvocaat Koen Geens, die intussen minister van Justitie was geworden, formaliseerde door zijn afkoopwet de nieuwe ongelijkheid.
In het politieke spel zijn er maar twee grote belangen: het algemene of dat van de privé. Om het één of het andere te kunnen dienen, worden evenwel heel wat verhalen bedacht om de kiezer om de tuin te kunnen leiden. Dat wordt dan als politieke handigheid of meesterlijke communicatie omschreven. In feite is het kiezersbedrog.
Aan politiek doen is ‘verkopen’
Om het te vermijden is er maar één middel. Met een duidelijk programma kunnen politieke partijen aangeven waar het hen om te doen is. Een dergelijk programma, als het er al is, is nu evenwel bijzaak geworden. Spindokters en marketeers bepalen nu niet meer wat er verkocht kan worden, maar hoe je het aan de kiezer kan slijten. Daarvoor wordt ook beroep gedaan op enkele “ego’s” die het handig en langs de nieuwe media aan de man en de vrouw kunnen brengen. Aan politiek doen is niets anders dan ‘verkopen’ geworden. In deze ‘commercie’ is ‘scoren’, ‘winst’ het dominante doel.
Wie er rijk van kan worden is intussen ook al uitgemaakt. Daar zorgt de financieringswet voor. Dat het ongestraft kan gebeuren, werd eveneens voorzien. Daar zorgt de afkoopwet voor. Om het ongenoegen van de kiezer binnen de perken te houden, worden festivals en spelen gehouden. Zolang er ook voldoende brood is, komen zij die aan beleid doen daar aardig mee weg. De zelfkastijding moet de kiezer erbij nemen, want dat is een christelijke deugd.