by admin | aug 2, 2024 | Verkiezingen 2024
Deze week lekte de sneuvelnota van formateur Bart De Wever (N-VA) uit, met als rode draad een hele reeks hervormingen, vooral op de arbeidsmarkt en in de pensioenen. Een opvallend verschil met de nota’s bij vorige formaties is de afwezigheid van een waslijst aan nieuwe belastingen. Al is de kans groot dat die na de zomerpauze toch opduiken in een volgend document.
De formatiegesprekken over de vorming van een Vlaamse en federale regering worden een goede week on hold gezet. Het is de bedoeling om na die vakantiepauze een versnelling hoger te schakelen. De formatiegesprekken verlopen trager dan verwacht. Waarbij het voor een keer geen spanningen tussen Vlaamse en Franstalige partijen zijn die tot vertraging leiden. Het gaat vooral om een wantrouwen tussen cd&v en Vooruit op Vlaams niveau en de ongemakkelijke positie van de Vlaamse socialisten in een federale regering die naar centrumrechts neigt.
De passages van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau op sociale media zijn niet bevorderlijk voor het onderhandelingsklimaat, om het zacht uit te drukken. “Ik zit met enorm veel twijfel”, aldus Rousseau op zijn Instagram-profiel. Een manier om anno 2024 druk te zetten op de andere coalitiepartners?
Wat de Vlaamse onderhandelingen betreft, hebben N-VA en Vooruit elkaar gevonden in hun kritiek op de machtige middenveldorganisaties, wat gevoelig ligt bij cd&v. Rousseau ging deze week zelfs zeer ver door in een vraag-en-antwoorddebat op Instagram te pleiten voor één onderwijskoepel die door de overheid wordt beheerd. Kortom, het einde van de vrijheid van onderwijs. Dat zal bij cd&v slecht gevallen zijn.
En ook al benadrukte Rousseau dat het hier gewoon om een partijstandpunt ging en niet om een thema dat op de regeringstafel lag, het doet vragen rijzen over de ernst waarmee de Vlaamse socialisten aan tafel zitten. Om een einde te maken aan de vrijheid van onderwijs is een tweederdemeerderheid en dus een grondwetsherziening nodig. Is er dan niemand op de Vooruit-studiedienst die dat weet?
Geen probleem met beperking werkloosheidsuitkeringen
Aan de federale onderhandelingstafel schuifelen de Vlaamse socialisten ook nog altijd ongemakkelijk op hun stoel. De sneuvelnota of ‘supernota’ van formateur Bart De Wever bevat een aantal hervormingen zoals een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd (maximaal twee jaar) en strengere regels om het legioen van de 500.000 langdurig zieken te doen krimpen. Ten slotte zette uittredend minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) een aantal stappen in die richting.
Maar wat met enkel een indexering van de nettolonen, wat tot minder sociale bijdragen zal leiden? Of een andere berekening van de index, zonder de volatiele aardgasprijzen, wat het automatische indexeringsmechanisme verder uitholt? Dat ligt gevoelig voor Vooruit. Net als strengere loopbaanvoorwaarden voor het pensioen. Om nog maar te zwijgen over het voorstel om de werkloosheidsuitkeringen niet langer door de vakbonden te laten uitbetalen en de invloed van de ziekenfondsen in te perken.
Nota De Wever hanteert een oude PS-truc
Eigenlijk is de nota een N-VA-document dat te veel naar rechts neigt, is de kritiek van Conner Rousseau. Ook cd&v vindt die te weinig evenwichtig, onder meer omdat er amper sprake is van nieuwe of hogere belastingen. De sanering van de begroting (een operatie van 28 miljard euro) moet volgens Bart De Wever voor de helft via besparingen en voor de helft via hervormingen gebeuren.
Wie echter beweert dat de nota van De Wever niet evenwichtig is, heeft een kort geheugen of mist historisch perspectief. In het verleden was het de gewoonte dat de partij die de leiding nam bij de formatie met een of meer sneuvelnota’s kwam die sterk geïnspireerd waren door het eigen programma. Daar werd dan een reeks moeilijke thema’s of hervormingen in geschrapt, om uiteindelijk tot een compromis te komen.
Het is een aanpak die voor de PS – de periode 2014-2019 uitgezonderd – zeer succesvol is gebleken. De Franstalige socialisten kwamen met een waslijst aan nieuwe belastingen. Daar werd een aantal van geschrapt, na fors onderhandelen. De Vlaamse liberalen van Open Vld stapten dan naar de achterban met de boodschap dat de fiscale druk wel zou stijgen, maar dat zij erger hadden voorkomen. Een aanpak die Open Vld electoraal weinig heeft opgeleverd. De PS kon dan weer uitpakken met een aantal fiscale trofeeën.
De Wever hanteert hier dus een oude PS-truc. De lat zeer hoog leggen, deze keer met een hele waslijst aan hervormingen. Als er daar een aantal van wegvallen tijdens de finale onderhandelingen, blijft er toch nog een relevant pakket over. Daar zet de formateur ook op in: een langer traject dan vier jaar om de begroting te saneren. Wat betekent zes à zeven jaar, maar gekoppeld aan verregaande hervormingen. Dat moet de Europese Commissie gunstig stemmen.
Fiscale hervorming blijft onvermijdelijk
Dat er, afgezien van wat verschuivingen in de btw-tarieven, in de sneuvelnota geen sprake is van een echte fiscale hervorming, laat staan van nieuwe of hogere belastingen om het begrotingstekort te doen dalen, is opvallend en weinig realistisch.
Wanneer het na 15 augustus letterlijk en figuurlijk money time wordt, zal er moeten worden gepraat over een hogere btw als compensatie voor lagere lasten op arbeid. Dat wordt een onderdeel van een onvermijdelijke fiscale hervorming.
En ook de vermogensfiscaliteit zal dan op tafel komen. Niet alleen een stroomlijning van de verschillende tarieven dient zich aan, net als een beperking van de uitzonderingsregimes.
Daarnaast lijkt een aantal hogere vermogenswinstbelastingen, zoals een aangepast tarief van de effectentaks, onvermijdelijk. Want alleen met besparingen en hervormingen is een budgettaire sanering van 28 miljard euro vrijwel onmogelijk.
Bron: Trends
by admin | aug 2, 2024 | Sectoren
Er zijn in ons land 26 regels waarop werknemers zich kunnen beroepen tegen ontslag. Wat zijn die regels en hoe worden ze onderbouwd? We legden een aantal stellingen over ontslagbescherming voor aan professor Alexander De Becker (UGent), Unizo-topman Danny Van Assche en Filip Tilleman, een advocaat die gespecialiseerd is in arbeidsrecht.
Unizo wil het eenvoudiger maken om werknemers te ontslaan. De werkgeversorganisatie ontwaart een regelgevend kluwen: te veel regels, en te gecompliceerd. In een persbericht pleit de organisatie voor een “cumulverbod” op ontslagregels en meer individuele beoordelingen door de arbeidsrechter. Heeft Unizo een punt en is er sprake van regulitis? Drie stellingen borduren op deze vraagstelling voort.
1/ “Het is voor werkgevers te ingewikkeld en te duur om werknemers te ontslaan die niet goed functioneren, wat kan leiden tot een lagere productiviteit en een negatieve werkcultuur”
DANNY VAN ASSCHE. “Zeker in het huidige klimaat, met een krappe arbeidsmarkt, is het belangrijk te benadrukken dat werkgevers, en zeker kmo’s, geen mensen ontslaan voor hun plezier. Dat is nooit de reden. Ontslag is altijd een moeilijke en persoonlijke beslissing met gegronde redenen zoals disfunctioneren, tegenwerking, slechte groepsdynamiek of economische noodzaak. De afgelopen jaren zijn de regels rond ontslag echter strenger en complexer geworden, terwijl de kosten hoog blijven, wat kmo’s zwaar belast.
“België behoort tot de duurste en meest gereguleerde landen inzake ontslagkosten en opzeggingstermijnen, wat leidt tot situaties waarin bedrijven werknemers niet kunnen ontslaan zonder financiële problemen te riskeren. Als je ziet dat mensen die best wat anciënniteit hebben opzeggingstermijnen krijgen die 17 tot 22 maanden duren, dan is het eigenlijk onmogelijk – zeker voor een kmo-werkgever – om daaraan tegemoet te komen. Unizo stelt daarom voor een maximale opzeggingstermijn van 52 weken in te voeren om het systeem eenvoudiger en haalbaarder te maken.”
ALEXANDER DE BECKER. “Hoewel ontslag duur kan zijn, afhankelijk van de ontslagbescherming, is het proces zelf niet ingewikkeld. Als ik zeg dat je ontslagen bent, dan ben je ontslagen. De moeilijkheid ligt in het vermijden van hoge kosten door de juiste procedures te volgen en verantwoording af te leggen. Het probleem ontstaat voornamelijk als werkgevers die regels negeren, wat leidt tot hogere kosten.”
FILIP TILLEMAN. “Er heerst een misvatting dat werkgevers graag ontslaan. Voor hen is ontslag eveneens stressvol en een mislukking. Los van het emotionele aspect is het proces van ontslag duur en administratief belastend voor werkgevers. De wet bepaalt de duur van de opzeggingstermijn of de verbrekingsvergoeding, waarbij de werkgever kan kiezen tussen een onmiddellijke beëindiging met een vergoeding of een opzeggingstermijn. De hoogte van de verbrekingsvergoeding is wettelijk vastgelegd op basis van de anciënniteit van de werknemer, wat zorgt voor minder discussie, maar niet voor minder kosten. Cao 109 speelt hierbij een cruciale rol: die stelt dat een ex-werknemer een gedetailleerde en gemotiveerde reden voor het ontslag kan eisen. Als de redenen niet overtuigend zijn, kan de arbeidsrechtbank de werkgever veroordelen tot een extra vergoeding van 3 tot 17 weken loon. Dat dwingt werkgevers om alles nauwgezet te documenteren, wat de werkvloer kan verzuren en de productiviteit negatief kan beïnvloeden.”
Laurens Bouckaert
gisteren om 06:59
Er zijn in ons land 26 regels waarop werknemers zich kunnen beroepen tegen ontslag. Wat zijn die regels en hoe worden ze onderbouwd? We legden een aantal stellingen over ontslagbescherming voor aan professor Alexander De Becker (UGent), Unizo-topman Danny Van Assche en Filip Tilleman, een advocaat die gespecialiseerd is in arbeidsrecht.
Unizo wil het eenvoudiger maken om werknemers te ontslaan. De werkgeversorganisatie ontwaart een regelgevend kluwen: te veel regels, en te gecompliceerd. In een persbericht pleit de organisatie voor een “cumulverbod” op ontslagregels en meer individuele beoordelingen door de arbeidsrechter. Heeft Unizo een punt en is er sprake van regulitis? Drie stellingen borduren op deze vraagstelling voort.
1/ “Het is voor werkgevers te ingewikkeld en te duur om werknemers te ontslaan die niet goed functioneren, wat kan leiden tot een lagere productiviteit en een negatieve werkcultuur”
DANNY VAN ASSCHE. “Zeker in het huidige klimaat, met een krappe arbeidsmarkt, is het belangrijk te benadrukken dat werkgevers, en zeker kmo’s, geen mensen ontslaan voor hun plezier. Dat is nooit de reden. Ontslag is altijd een moeilijke en persoonlijke beslissing met gegronde redenen zoals disfunctioneren, tegenwerking, slechte groepsdynamiek of economische noodzaak. De afgelopen jaren zijn de regels rond ontslag echter strenger en complexer geworden, terwijl de kosten hoog blijven, wat kmo’s zwaar belast.
“België behoort tot de duurste en meest gereguleerde landen inzake ontslagkosten en opzeggingstermijnen, wat leidt tot situaties waarin bedrijven werknemers niet kunnen ontslaan zonder financiële problemen te riskeren. Als je ziet dat mensen die best wat anciënniteit hebben opzeggingstermijnen krijgen die 17 tot 22 maanden duren, dan is het eigenlijk onmogelijk – zeker voor een kmo-werkgever – om daaraan tegemoet te komen. Unizo stelt daarom voor een maximale opzeggingstermijn van 52 weken in te voeren om het systeem eenvoudiger en haalbaarder te maken.”
ALEXANDER DE BECKER. “Hoewel ontslag duur kan zijn, afhankelijk van de ontslagbescherming, is het proces zelf niet ingewikkeld. Als ik zeg dat je ontslagen bent, dan ben je ontslagen. De moeilijkheid ligt in het vermijden van hoge kosten door de juiste procedures te volgen en verantwoording af te leggen. Het probleem ontstaat voornamelijk als werkgevers die regels negeren, wat leidt tot hogere kosten.”
FILIP TILLEMAN. “Er heerst een misvatting dat werkgevers graag ontslaan. Voor hen is ontslag eveneens stressvol en een mislukking. Los van het emotionele aspect is het proces van ontslag duur en administratief belastend voor werkgevers. De wet bepaalt de duur van de opzeggingstermijn of de verbrekingsvergoeding, waarbij de werkgever kan kiezen tussen een onmiddellijke beëindiging met een vergoeding of een opzeggingstermijn. De hoogte van de verbrekingsvergoeding is wettelijk vastgelegd op basis van de anciënniteit van de werknemer, wat zorgt voor minder discussie, maar niet voor minder kosten. Cao 109 speelt hierbij een cruciale rol: die stelt dat een ex-werknemer een gedetailleerde en gemotiveerde reden voor het ontslag kan eisen. Als de redenen niet overtuigend zijn, kan de arbeidsrechtbank de werkgever veroordelen tot een extra vergoeding van 3 tot 17 weken loon. Dat dwingt werkgevers om alles nauwgezet te documenteren, wat de werkvloer kan verzuren en de productiviteit negatief kan beïnvloeden.”
‘Bescherming voor zwangere werkneemsters is onbetwistbaar, maar de uitbreiding naar werknemers die vruchtbaarheidsbehandelingen volgen, roept vragen op over de grenzen van zulke beschermingen’Filip Tilleman (Tilleman Van Hoogenbempt)
“Cao 109 biedt bescherming tegen kennelijk onredelijk ontslag, terwijl sociale verkiezingen zorgen voor strenge beschermingen voor syndicaal actieve werknemers. Ontslag van een verkozene kan leiden tot 6 tot 8 jaar loonkosten, tenzij een dringende reden wordt erkend door de arbeidsrechtbank. Dat systeem is nodig om syndicale activiteiten te waarborgen, hoewel excessen, zoals bescherming van niet-verkozen kandidaten, overdreven kunnen zijn.”
DE BECKER. “Personeelsafgevaardigden vormen een specifieke categorie met een zeer uitgebreide ontslagbescherming. Voor ontslag is vooraf toestemming van de rechtbank nodig, zowel bij dringende als economische of technische redenen. Als een ontslag doorgaat, kan dat resulteren in aanzienlijke schadevergoedingen van twee tot vier jaar loon. Dat maakt hun ontslagbescherming bijzonder sterk.”
Welke nieuwe beschermingen zijn er de voorbije legislatuur bij gekomen?
TILLEMAN. “Cao 161 breidt de bescherming uit naar werknemers met tijdelijke contracten die een vast contract vragen, wat als verregaand wordt beschouwd. Bescherming voor zwangere werkneemsters is onbetwistbaar, maar de uitbreiding naar werknemers die vruchtbaarheidsbehandelingen volgen, roept vragen op over de grenzen van zulke beschermingen.
“Discriminatie bij ontslag wordt streng gecontroleerd. Directe discriminatie leidt tot extra kosten en negatieve publiciteit. Indirecte discriminatie, waarbij onbedoelde gevolgen leiden tot discriminatie, vormt een complex probleem, zoals blijkt uit voorbeelden uit de Angelsaksische wereld, waar technische vacatures onbedoeld epilepsiepatiënten uitsloten, wat leidt tot juridische en ethische dilemma’s.
“Het constante risico van ontslagclaims dwingt werkgevers alles nauwgezet te documenteren, wat de werkvloer kan verzuren. Nieuwe beschermingen moeten een balans vinden tussen realisme en misbruik voorkomen. Te strenge regels kunnen leiden tot een cultuur van wantrouwen en disciplinaire maatregelen. De arbeidsrechtbank speelt een cruciale rol in het corrigeren van excessen en zorgt voor een snelle, eerlijke beoordeling. De uitdagingen rondom ziekte, burn-outs en depressies vereisen realisme en verantwoordelijkheid van zowel artsen als werknemers, om de werkvloer eerlijk en functioneel te houden.”
Begin dit jaar moest een werkgever drie beschermingsvergoedingen van elk zes maanden brutoloon betalen, naast de opzeggingsvergoeding. De zwangere werkneemster stelde terecht dat ze was ontslagen vanwege haar zwangerschap, geslacht en gezondheidstoestand als zwangere vrouw. Ziet u iets in een cumulverbod?
DE BECKER. “Ontslagen werknemers kunnen doorgaans niet zonder beperking verschillende ontslagvergoedingen cumuleren. Bijvoorbeeld, een kennelijk onredelijk ontslag kan niet gecombineerd worden met een ontslagbescherming wegens ziekte. Van de meer dan 25 ontslagbeschermingen zijn er veel die expliciet niet te cumuleren zijn. In sommige gevallen kan het door de mazen van het net glippen, maar meestal is cumulatie niet toegestaan.”
2/ “Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) worden onevenredig zwaar getroffen door de strikte ontslagregels, wat hun overlevingskansen vermindert en hun groei belemmert”
VAN ASSCHE. “Kmo’s worden zwaar getroffen door de ontslagregels, niet omdat die strenger zijn voor hen dan voor andere bedrijven, maar omdat ze minder goed uitgerust zijn om hiermee om te gaan. Een kmo-ondernemer vervult vaak meerdere rollen in het bedrijf en kan niet altijd direct een beroep doen op interne gespecialiseerde diensten. Hierdoor is de kans op fouten groter, wat in het huidige systeem ongenadig wordt afgestraft.
“Een kmo-werkgever moet bij ontslag een dossier opbouwen en kunnen aantonen dat er een proces is doorlopen met de werknemer. Dat gebeurt vaak informeel in kleine bedrijven, wat kan leiden tot extra ontslagvergoedingen als het niet goed is gedaan. Daarnaast zijn er 26 verschillende redenen waarom een werknemer beschermd kan zijn. Als een werkgever daar geen rekening mee houdt en niet voldoende kan aantonen dat het ontslag om een andere reden is gegeven, kan dat resulteren in zes maanden boete.”
DE BECKER. “Hoewel de druk op kmo’s wat is afgenomen door de verkorting van opzeggingstermijnen en de verlaging van de verbrekingsvergoedingen, blijft de uitdaging bestaan om op de hoogte te blijven van de vele ontslagbeschermingen. Die complexiteit maakt het voor kmo’s moeilijk om alle bestaande ontslagregels te kennen en correct toe te passen zonder professionele juridische begeleiding.”
3/ “Internationale investeerders worden afgeschrikt door de complexe ontslagregels in België, wat de economische groei en de creatie van nieuwe banen belemmert”
VAN ASSCHE. “We werken met internationale bedrijven en horen vaak van Nederlandse investeerders over de enorme regeldruk in België. Dat betreft niet alleen complexe ontslagregels, maar de regeldruk in het algemeen. Vooral kmo’s ervaren hierdoor rechtsonzekerheid, omdat er altijd wel een regel is waar ze niet volledig aan voldoen.
“Bedrijven overwegen daarom vaker om met uitzendmedewerkers of freelancers te werken om deze regels te omzeilen, ondanks dat dit duurder is dan vaste werknemers. Het vermindert echter het risico op problemen bij ontslag. Ons standpunt is dat freelancers en uitzendkrachten gebruikt moeten worden waar nodig, maar dat vaste werknemers ook een haalbare optie moeten zijn. Dit vereist een vermindering van de regeldruk en een hervorming van de ontslagregels.”
DE BECKER. “De ontslagregels in België zijn niet complexer dan in veel andere landen en zijn soms zelfs eenvoudiger, zoals blijkt uit de vergelijking met Nederland, waar voorafgaande toestemming van de rechter vereist is om tot ontslag over te gaan. Veel van de ontslagregels in België zijn gebaseerd op Europese regelgeving en zijn niet significant strenger of ingewikkelder dan elders in Europa. Het idee dat internationale investeerders worden afgeschrikt door de Belgische regels, is dus misleidend, aangezien die regels vergelijkbaar zijn met die in andere Europese landen en niet de belangrijkste belemmering vormen voor investeringen en economische groei.”
De 26 beschermingen tegen ontslag
- Lid ondernemingsraad/CPBW: Effectieve of plaatsvervangende leden.
- Kandidaat sociale verkiezingen: Bescherming voor kandidaten.
- Vakbondsafgevaardigde: Bescherming voor vakbondsafgevaardigden.
- Flexibele werkregeling: Aanvraag voor flexibele werkuren.
- Meer voorspelbare arbeidsvoorwaarden: Verzoeken zoals voltijds contract of vast rooster.
- Loopbaanonderbreking: Volledig of gedeeltelijk.
- Tijdskrediet: Opname van tijdskrediet.
- Thematische verloven: Ouderschapsverlof, palliatief verlof, mantelzorgverlof.
- Zwangerschap en borstvoeding: Bescherming tijdens zwangerschap en borstvoedingspauzes.
- Geboorteverlof: Voorheen vaderschapsverlof.
- Geboorteverlof bij overlijden/hospitalisatie moeder: Extra bescherming.
- Adoptieverlof: Verlof bij adoptie.
- Zorgverlof: Verlof om voor een ernstig ziek familielid te zorgen.
- Educatief verlof: Betaald educatief verlof en Vlaams opleidingsverlof.
- Vierdaagse werkweek: Voltijdse vierdaagse werkweek en wisselend weekregime.
- Klokkenluider: Bescherming voor klokkenluiders.
- Militaire verplichtingen: Verplichtingen bij militaire dienst.
- Stabiliteitsclausule: Tijdelijke afspraak om niet tot ontslag over te gaan.
- Politiek mandaat: Kandidaat of uitvoering van een politiek mandaat.
- Onderzoek geweld en pesterijen: Verzoeken zonder discriminatie, ook voor getuigen.
- Preventieadviseur: Bescherming voor preventieadviseurs.
- Klacht over discriminatie/seksueel gedrag: Bescherming voor klagers en getuigen.
- Wijziging werkrooster: Aanpassing van nachtdienst naar dagdienst.
- Opmerkingen arbeidsreglement: Formulering van opmerkingen bij wijzigingen.
- Giftig afval: Verantwoordelijkheid voor giftig afval.
- Milieucoördinator: Coördinator die milieu-effectenrapport opstelt.
Bron: Trends
by admin | aug 2, 2024 | Economie
Door James McCabe (Socialist Party, onze zusterorganisatie in Ierland)
Het kapitalisme bombardeert ons voortdurend met zijn ideologie om zichzelf te dienen, inclusief het idee dat het systeem steunt op en aanzet tot innovatie, zoals het uitvinden van nieuwe producten die ons leven verbeteren. Er wordt ons verteld dat de slopende arbeid die we als werkenden verrichten wordt gecompenseerd door de toegang tot technologieën die onze verre voorouders zich niet konden voorstellen, of het nu wasmachines of smartphones zijn.
Hoewel het onbetwistbaar is dat het kapitalistisch systeem het technologische niveau van de mensheid heeft verhoogd in vergelijking met de feodale of jager-verzamelaar samenlevingen die daarvoor bestonden, is het een feit dat het kapitalisme nu fundamenteel het creatieve potentieel van de mensheid tegenhoudt.
Tegenwoordig wordt er veel gepraat over automatisering en AI-technologieën en men maakt zich daar niet weinig zorgen over. Deze zorgen zijn niet ongegrond, want hoewel deze technologieën ongetwijfeld een enorm potentieel hebben, weet iedereen dat dergelijke innovaties op de werkplek onder het kapitalisme niet leiden tot minder zwaar werk of meer vrije tijd voor werkenden, maar tot het schrappen van jobs en slechtere lonen en arbeidsomstandigheden.
Innovaties onder het kapitalisme worden gebruikt om meer winst te maken – door de uitbuiting van werkenden te intensiveren – niet om het leven van mensen beter te maken, zowel als werkenden of als consumenten. Het is zelfs zo dat veel innovatie onder het kapitalisme, zoals reclame, alleen maar gaat over het vinden van nieuwe manieren om mensen dingen te laten kopen die ze niet nodig hebben of niet willen.
Investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) voor dingen die niet onmiddellijk enorme winsten opleveren, komen zelden van privébedrijven, d.w.z. van stoutmoedige ‘risico’s nemende’ ondernemers; ze komen voornamelijk van de overheid of staatsinstellingen. Boegbeelden uit het bedrijfsleven zoals Elon Musk, Steve Jobs of Jeff Bezos hebben allemaal enorm geprofiteerd van onderzoek dat werd uitgevoerd en doorbraken die voornamelijk werden gerealiseerd door werkenden uit de publieke sector, door de staat gefinancierde universiteiten of het leger. De belangrijkste onderdelen van smartphones, zoals microprocessors, geheugenchips, batterijen, aanraakschermen en het internet werden ontwikkeld door de inspanningen van een publiek onderzoeksapparaat, niet door een handjevol egoïstische profiteurs.
Maar zelfs waar dergelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling plaatsvinden, gebeurt dit chaotisch en inefficiënt, waarbij elk bedrijf, elke universiteit of elke regering informatie bijhoudt – met patenten en intellectuele eigendomsrechten – in plaats van al het onderzoek te bundelen in een collectieve database voor het algemeen belang.
Een ander smartphone-onderdeel, het Global Positioning System (GPS), werd ontwikkeld op basis van onderzoek van Gladys West, een Afro-Amerikaanse wiskundige die de exacte vorm van de aarde berekende toen ze in de jaren 1960 voor het Amerikaanse leger werkte. Het is zeker een aanklacht tegen de kapitalistische samenleving dat zoveel van haar recente innovaties afkomstig zijn uit het leger of de wapenindustrie; instellingen die uiteindelijk gericht zijn op het vinden van manieren om efficiënter mensenlevens voortijdig te beëindigen.
In 2023 bedroegen de totale wereldwijde militaire uitgaven 2.443 miljard dollar – een grimmig voorbeeld van de staat van onze wereld. Stel je voor dat deze bedragen zouden worden geïnvesteerd in de basisbehoeften van mensen aan voedsel, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs, of in de dringende noodzaak om over te stappen op een koolstofvrije economie.
Onder het kapitalisme wordt iemand die niet beschikt over een van deze basisbehoeften gedwongen om het grootste deel van zijn tijd te werken, meestal op een manier die weinig te maken heeft met zijn capaciteiten, alleen maar om te overleven. Op die manier gaat een enorme hoeveelheid innovatief vermogen volledig verloren. Hoeveel mensen zijn er vandaag die hetzelfde potentieel hebben om te innoveren als Gladys West, Marie Curie of Albert Einstein, maar die zwoegen als kantoorbedienden, kindsoldaten of die schroot verzamelen op stortplaatsen?
Socialistische verandering zou betekenen dat privé-eigendom van de sleutelsectoren van de economie vervangen wordt door democratisch publiek eigendom en dat de chaos van de markt vervangen wordt door rationele planning. Het zou betekenen dat iedereen de huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs krijgt die ze nodig hebben als basisrecht, evenals jobs met een degelijk loon, voordelen en zekerheid. Daarom zouden mensen een carrière kunnen nastreven die ze leuk vinden in plaats van een job waarmee ze in het beste geval kunnen rondkomen, waardoor mensen veel productiever zouden worden.
Als werkenden collectief eigenaar zouden zijn van hun werkplek en deze zouden beheren in plaats van orders aan te nemen van een baas, zouden ze veel gemotiveerder zijn. Elke nieuwe innovatie zou henzelf en hun collega’s direct ten goede komen. Door het werk te verdelen en de nieuwste arbeidsbesparende technologie te gebruiken voor het welzijn van iedereen en niet voor de winst van enkelen, zou ieders vrije tijd bovendien drastisch worden uitgebreid. Dit is tijd die mensen kunnen gebruiken om hun talenten en vaardigheden te ontwikkelen, of ze nu artistiek, industrieel, wetenschappelijk of sociaal zijn.
Delen:
Bron: Socialisme.be
by admin | aug 2, 2024 | Sectoren
In de aanloop naar de verkiezingen van 9 juni ging rechts in het offensief tegen sociale uitkeringen. Daarbij werd de zogenaamde werkloosheidsval onder vuur genomen, met de stelling dat werken meer moet lonen. De Wever had het over ‘hangmatten’ waarin werkzoekenden blijven omdat het financieel niet genoeg opbrengt om terug aan het werk te gaan. Het is typisch voor de logica van rechts: het slachtoffer van een situatie wordt er zelf verantwoordelijk voor gesteld.
De leugens ontmaskerd
De MR en de N-VA hameren op het idee dat er een nettoverschil van minstens 500 euro moet zijn tussen ‘werk’ en ‘inactiviteit’. Wat is er hiervan aan?
Eerst en vooral is er de vaststelling dat dit vandaag al het geval is. Het ABVV heeft het uitgerekend: het verschil tussen een netto werkloosheidsuitkering en een netto minimumloon bedraagt vandaag 545 euro voor een alleenstaande (624 euro per maand als het vakantiegeld wordt meegerekend).
Een tweede belangrijke opmerking is dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering, of het leefloon dat door het OCMW wordt betaald, vaak onder de armoedegrens ligt. De meest logische conclusie die we daaruit trekken, is dat de uitkeringen en de lage lonen dringend en drastisch omhoog moeten. Rechts wil daar niet van weten. Het kiest er zoals altijd voor om ons tegen elkaar op te zetten als onderdeel van een ‘race-to-the-bottom’.
Een derde bemerking is dat het eigenaardig is om de MR en de N-VA te horen zeggen dat werken meer moet lonen, terwijl ze de architecten zijn van de laatste indexsprong van 2%. Op een volledige loopbaan komt dat neer op het verlies van een volledig jaarloon.
In de campagne werd ook nadruk gelegd op het ‘activeren’ van werklozen, in het bijzonder van wie langer dan twee jaar werkzoekend is. Christine Mahy (Réseau wallon de lutte contre la pauvreté) reageerde: “Aangezien 70% van de 66.000 langdurig werklozen werken, moeten niet zij maar de werkgevers geactiveerd worden zodat er degelijke arbeidsovereenkomsten zijn. Deze 70% werkt telkens met contracten van minder dan drie maanden, waardoor ze nog steeds geteld worden als werkzoekend.” Het echte probleem is onzekere werkgelegenheid. De precarisering van de ‘arbeidsmarkt’ is net een project van rechts, van de N-VA, de MR, les Engagés en anderen.
De hoeksteen van de activeringspolitiek is het opleggen van verplichte gemeenschapsdienst na twee jaar werkloosheid. Marie-Hélène Ska (ACV) zei daarover: “De Internationale Arbeidsorganisatie is duidelijk: dwangarbeid staat niet op de agenda en mag daar ook niet op staan.” Bij verplichte gemeenschapsdienst wordt vaak gekeken naar werk dat nu door gemeentepersoneel wordt verricht. Als die hun werk door ‘werklozen’ wordt gedaan, waarom dan nog gemeentepersoneel aanwerven? De lokale besturen kunnen eigen personeel afdanken en nadien dezelfde mensen als langdurig werklozen hetzelfde werk laten verrichten, maar dan zonder een echt loon te betalen.
Wie aan één van ons raakt, treft ons allemaal!
De arbeids- en loonvoorwaarden nog meer onzeker maken, is niet alleen onmenselijk voor de directe betrokkenen. Het zet een algemene neerwaartse druk op alle lonen en arbeidsvoorwaarden. Alle studies bevestigen dat het aanvallen van werkloosheidsuitkeringen mensen niet helpt om een job te vinden. Het duwt hen alleen maar dieper in de ellende. De rechtse retoriek is vooral bedoeld om sociale woede af te leiden naar mensen uit de werkende klasse die het moeilijker hebben, om zo de eigen vrienden in de villawijken te beschermen.
Werkloosheid is goed voor amper 3% van de totale uitgaven van de federale overheid. Het is duidelijk dat dit niet de middelen zijn die naar belastingparadijzen doorgesluisd worden. Langs de andere kant wordt de fiscale fraude door de Federale Overheidsdienst Financiën op 30 miljard euro per jaar geschat. In 2020 stuurden 765 Belgische bedrijven samen 383 miljard euro naar een dertigtal belastingparadijzen. Dat gebeurde volkomen legaal, dankzij de vrijgevigheid van de opeenvolgende rechtse ministers op het departement Financiën.
Bron: socialisme.be
by admin | aug 2, 2024 | Sectoren
Door Alex (Brussel)
Op 9 juli werd tijdens een bijzondere ondernemingsraad door de directie van Audi Brussels haar intentie tot herstructurering kenbaar gemaakt. Oorzaak is de overproductie van elektrische wagens en het eenzijdig inzetten van de directie op een duur model van een luxe elektrische wagen, de Audi Q8 e-tron.
De directie zegt dat het de productie van dat model wil delokaliseren naar Mexico. De timing werd doelbewust gekozen in de zomer om weerstand te vermijden. Bovendien werden de wagens van de site gehaald zodat er tijdens onderhandelingen minder druk kan uitgeoefend worden door het personeel.
We drukken onze solidariteit uit met alle mogelijk getroffen werknemers, bij Audi en bij onderaannemers.
Dit zou een zoveelste klap kunnen zijn waarbij kwalitatieve goedbetaalde jobs zouden verdwijnen. Dit jaar zouden het er 1400 zijn bij Audi zelf, maar zonder perspectief gaat dit naar een sluiting waarbij alle 3000 jobs bedreigd zijn. Daarenboven zijn er nog een hele reeks onderaannemers en ook indirecte jobs die zwaar getroffen zullen worden.
In 2023 bedroeg de winst van Audi (wereldwijd) nog 6,3 miljard euro (de winst na belastingen verschilt maar 20 miljoen…).
Daarenboven werd Audi ook in België rijkelijk bediend met subsidies. Het ABVV becijfert dit op 157,7 miljoen euro. Wat houdt de regering tegen om een fabriek, waarvoor betaald is met belastinggeld, open te houden om jobs te redden? Als Audi en de VW-groep geen toekomst zien voor deze vestiging, kunnen we hen beter aan de deur zetten. Een nationalisatie zou niet alleen jobs redden, maar ook de aanwezige kennis en productiecapaciteit. Met de aanwezige knowhow kan het personeel in samenwerking met vertegenwoordigers van de vakbonden en de gemeenschap in het algemeen een plan opstellen voor investeringen in groene mobiliteit en om het aanbod aan openbaar vervoer uit te breiden.
De recente ervaring met Van Hool leert ons dat een taskforce van de regering(en) strikt binnen een vast kader blijft: strooien met subsidies (die uiteindelijk de winst van aandeelhouders aanspekken), zoeken naar een overnemer (door opnieuw te wijzen op subsidies en belastingvoordelen waar een toekomstige overnemer van zal profiteren). Kortom beloven dat we allen zullen opdraaien voor hun toekomstige winsten. Vergelijkbare praktijken gebeuren ook in de buurlanden, vaak zelfs met meer middelen.
Het auto-onderdelen bedrijf GKN in Firenze toonde aan dat het ook anders kan. De arbeiders werden in 2021 op de hoogte gebracht werden dat ze allen ontslagen werden. Ook hier werden de publieke middelen royaal ingezet om de directie ervan te overtuigen om de vestiging te behouden. Het bedrijf had eerder 3 miljoen euro overheidssteun gekregen. De woede was groot. Na een algemene vergadering ging het personeel over tot een fabrieksbezetting. Die bezetting loopt tot vandaag verder. Er was een reconversie van de productie naar zonnepanelen en elektrische batterijen. Vanuit de fabriek, die onder controle van het personeel staat, onderhoudt een fabriekscomité een voortdurend contact met andere sociale bewegingen (klimaatactivisten, feministen, queers …).
Op de regering moeten we niet rekenen. Op de goede wil van de directie evenmin. Om te vermijden dat Audi Brussels eindigt als een sociaal drama, kan de strijd best van onderuit worden georganiseerd aangevuld met een brede solidariteitscampagne.
Zoals ACOD LRB Brussel in een uitstekende solidariteitsmotie schrijft: “Laten we niet vergeten dat onze regering in 2008 in staat was om de banken te nationaliseren om het financiële systeem en de rijkste mensen te redden. Vandaag moeten we vechten om Audi te nationaliseren, wat de enige manier is om jobs en de toekomst van de regio te redden.”
Er zijn enorm veel mobiliteitsnoden vandaag. Er zijn werkenden met een ervaring en productiecapaciteit in een fabriek die gemakkelijk kan omgevormd worden tot productie gericht op de noden van de bevolking.
Daarvoor moeten we echter buiten de logica van onderhandelen over vertrekpremies en sociale afbraak treden, wat kan door de strijd te organiseren en een krachtsverhouding op te bouwen. Zoals ACOD LRB in een solidariteitsmotie stelt: “Onze arbeids- en loonvoorwaarden gaan er voortdurend op achteruit. Als de directie van Audi erin slaagt om dit plan door te drukken, zullen andere bedrijven en sectoren het slachtoffer worden van de eindeloze hebzucht van de grote aandeelhouders.”
Bron: Socialisme.be