Na Van Hool nu Audi. Er ons niet bij neerleggen, strijd aangaan!

De directie haalde alle mogelijke manoeuvres en provocaties boven. Er was zelfs een personeelsvergadering die niet in de fabriek maar in Vorst Nationaal werd belegd, waarbij de politie de werkenden als criminelen behandelde en het personeel van de onderaannemers niet toeliet. Waarom dit alles? Uit angst voor verzet. De directie kent de strijdbaarheid van de Belgische arbeiders, de massamobilisaties en zelfs de bedrijfsbezettingen. Die actiemiddelen kunnen de reeds aanwezige brede steun onder de bevolking versterken om de sociale afbraak in al zijn vormen van tafel te vegen, zowel bij Audi als elders.

Audi nationaliseren: de enige manier om jobs en de toekomst van de regio te redden

Om het bedrijf in Vorst draaiende te houden, was er geen gebrek aan belastingvoordelen en staatssteun: 157,7 miljoen euro alleen al in de afgelopen zes jaar, aldus het ABVV. Voor de 3.000 werkenden op de site is dat meer dan 52.000 euro per persoon!

Audi in de watten leggen heeft duidelijk geen zin. Maar de partijen in het parlement hebben absoluut niets anders voor te stellen, met de opmerkelijke uitzondering van de PVDA. Die roept op tot een Europees moratorium op de sluiting van autofabrieken. Dat is een positieve stap. Maar met de huidige samenstelling van het Europees Parlement, of zelfs die van de Kamer, zal het een zeer lange strijd worden. Hoe zit het met de nabije toekomst? Om te breken met het fatalisme moeten we een echte krachtsverhouding opbouwen.

De betoging op 16 september kan het begin zijn van een strijd voor het behoud van de productiemiddelen, de jobs en de know-how van het bedrijf. We kunnen werkenden van Audi uitnodigen op vakbondsvergaderingen en op personeelsvergaderingen in heel het land. Zo kunnen we deze strijd, die ons allemaal aanbelangt, verbreden. Het protest van de social profit (7 november), de woede bij het Franstalig onderwijs, stakingen zoals die op de luchthaven van Charleroi of bij Ontex in Eeklo en de horrorcatalogus van Arizona die in voorbereiding is, tonen zowel de noodzaak als het potentieel van een eengemaakte strijdbeweging met een opbouwend actieplan zoals in 2014.

Welke eis rond Audi verdedigen? ACOD-LRB Brussel stelde in een solidariteitsmotie vast dat “onze regering in 2008 in staat was de banken te nationaliseren om het financiële systeem en de rijksten te redden. Vandaag moeten we vechten om Audi te nationaliseren, wat de enige manier is om jobs en de toekomst van de regio te redden”. Maar in tegenstelling tot de banken, niet op een tijdelijke manier om winsten te redden, maar om jobs te redden, onder de controle en door de actie van de werkenden.

De noden van iedereen centraal stellen, niet de hebzucht van de aandeelhouders, door controle van de werkenden en de gemeenschap

De regelmatige overproductiecrises in de auto-industrie illustreren de chaos van de productie als die bepaald wordt door de hebzucht van de aandeelhouders. De autosector is al langer in transitie door de milieucrisis. De bazen van de sector blijven hardnekkig een doodlopende weg ingaan. Ze gingen zelfs zo ver om sjoemelsoftware in auto’s te installeren, zoals Volkswagen deed in meer dan 11 miljoen dieselwagens in de zogenaamde Dieselgate.

In een fabriek als die in Vorst kan alles geproduceerd worden. Er is geen gebrek aan behoeften waarin moet worden voorzien in deze maatschappij die langs alle kanten kraakt. Het eerste waaraan we denken zijn bussen, zeker sinds de sluiting van Van Hool is er een tekort aan wisselstukken, en aan al wat nodig is om de mobiliteitscrisis op te lossen. We kunnen echter verder gaan. Het nieuw verkozen PVDA-Kamerlid Robin Tonniau, die 11 jaar in de autosector werkte, merkte terecht op: “Dit is een hypermoderne fabriek waar alles geproduceerd kan worden. Ik heb er gewerkt, dus ik weet waar ik het over heb.”

Er zijn ook recentere ervaringen, zelfs indien op beperkte schaal, met de reconversie van een activiteiten in een aantal bedrijven tijdens de Covid-crisis. Safran Aeroboosters (ex-Techspace aéro), Sonaca en FN Herstal produceerden toen ademhalingstoestellen en reserveonderdelen. Elders werd hydro-alcoholische gel geproduceerd. Als de privésector niet in staat is om te zien hoe de immense technologische capaciteiten en knowhow van zo’n fabriek gebruikt moeten worden, dan weet de gemeenschap er wel raad mee!

In Italië stuurde de multinational GKN in 2021 een e-mail naar de 400 werkenden van de fabriek Campi Bisenzio in Firenze om hen af te danken. Een algemene vergadering besloot om de fabriek te bezetten. Die bezetting is nog steeds bezig en de staalarbeiders zijn overgegaan tot de productie van elektrische batterijen en zonnepanelen. Waarom nodigen we de vakbondsleden van GKN niet uit in België? Ongetwijfeld zullen ze daarop ingaan. Ze staan bekend wegens hun actieve solidariteit en bovendien zou een uitbreiding van dergelijk initiatief hun eigen strijd versterken.

De werkenden van GKN zijn bewust bezig met het opbouwen van actieve solidariteit buiten de fabriek. Er zijn regelmatig arbeiders aanwezig bij andere strijdbewegingen (stakingen, klimaatacties, feministisch en LGBTQIA+ protest …). Ze brengen telkens hun bekende spandoek mee: Insorgiamo (‘We staan op’). Eenheid in de strijd is de beste manier om de racistische, islamofobe, seksistische en andere vooroordelen terug te dringen die rechts en extreemrechts bewust proberen te versterken in de samenleving.

Gisteren Van Hool, vandaag Audi, en morgen?

In de eerste 35 weken van 2024 (tot 1 september) waren er 6.971 faillissementen in België, 8,6% meer dan in 2023 en 19,3% meer dan in 2022. Dit vertegenwoordigt 21.391 verloren jobs, 16,1% meer dan in 2023 en 55,3% meer dan in 2022. Dit is met name te wijten aan het einde van de overheidssteun voor bedrijven in verband met de Covid-19-crisis (in het bijzonder de bevriezing van faillissementsprocedures) en de energiecrisis. De dreiging van een “sociale tsunami” is niet tijdelijk.

Het is de manier waarop de maatschappij als geheel functioneert die een probleem vormt. Om dit aan te pakken hebben we een strijdbaar syndicalisme nodig, gebaseerd op democratische algemene vergaderingen en de betrokkenheid van iedereen in de strijd en in de beslissingen die genomen worden. Een strijdbaar syndicalisme dat onze onmiddellijke belangen verdedigt, maar ook een maatschappijvisie waarin we niet bij de eerste de beste gelegenheid als Kleenex worden weggegooid. Een strijdbaar syndicalisme dat dringend een breed front ontwikkelt om te strijden voor een industrieel beleid dat de mensen en het milieu dient. Strijdbare syndicalisten en de politieke linkerzijde hebben hierin een cruciale rol te spelen, in al hun diversiteit. Wij zijn vastbesloten om hieraan bij te dragen.

Onteigen de site op basis van strijd en geef het in handen van de werkenden om jobs, knowhow en productiecapaciteit te redden. De productie kan geheroriënteerd worden in het kader van een investeringsplan voor mobiliteit en openbaar vervoer in het bijzonder. Het personeel van Audi en zijn toeleveranciers kan het voortouw nemen in een klassenstrijd tegen het verlies van jobs en sociale afbraak.

Het kapitalisme is een ziek systeem en we hebben een ander soort maatschappij nodig. Om democratische controle en beheer van productie en distributie mogelijk te maken, moeten we ervoor zorgen dat de economische hefbomen, de sleutelsectoren van de economie, publiek eigendom worden, onder controle en beheer van de werkenden en de gemeenschap. De werkenden die de rijkdom produceren kunnen dan democratisch beslissen hoe hun kennis gebruikt wordt.

Dit zou een rationele planning van de economie mogelijk maken, gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek van de beschikbare middelen en alle huidige technische mogelijkheden, om de economie aan te passen aan de behoeften en eisen van de bevolking met respect voor de planeet. Een dergelijke benadering zou het mogelijk maken om verspilling, onnodige productie en geprogrammeerde veroudering te voorkomen en tegelijkertijd een harmonieuze groene transitie mogelijk te maken. Het zou de basis leggen voor een ander soort samenleving, een democratische socialistische samenleving.

Bron: Socialisme.be

Het einde van de smartphones, invulboeken, pedagogische studiedagen en vlakke loopbaan: wat gaat er de komende vijf jaar in het onderwijs veranderen? 

Het einde van de smartphones, invulboeken, pedagogische studiedagen en vlakke loopbaan: wat gaat er de komende vijf jaar in het onderwijs veranderen? 

Ben je leerling, ouder, leerkracht of directeur? Dan gaat er de komende jaren heel wat veranderen. We lijsten voor je op wat de plannen zijn van de nieuwe Vlaamse regering voor het onderwijs.

Extra aandacht voor het Nederlands

In de 18 bladzijden over onderwijs komt het woord ‘Nederlands’ dubbel zo vaak in de teksten terug. Zo komen er voor het eerst in het kleuteronderwijs minimumdoelen voor Nederlands. In het basisonderwijs moet minstens de helft van de lestijd naar Nederlands en wiskunde gaan.

Anderstalige leerlingen die in de lagere school binnenkomen, moeten eerst een taaltest afleggen en dan zal de optie bestaan dat ze eerst les volgen in een aparte taalbadklas. Leerlingen die aan het einde van het basisonderwijs de minimumdoelen Nederlands niet behalen, mogen wel overgaan naar het secundair onderwijs. Maar daar kunnen ze verplicht worden om 3 lesuren Nederlands bij te volgen, bovenop hun gewone lessen.

Het regeerakkoord bevestigt ook nog eens expliciet dat elke leerkracht punten mag aftrekken voor taalfouten bij elke taak of toets. En als je punten invoert, verkiest deze regering klassieke punten en klasgemiddeldes boven “smileys, duimpjes en ellenlange teksten”. Elke leerkracht moet in het 1e jaar van de lerarenopleiding ook een extra opleidingsonderdeel ‘Nederlands’ volgen.

Ouders die geen Nederlands kunnen spreken en geen cursus Nederlands willen volgen, kunnen de schoolbonus verliezen. Koen Pelleriaux, topman van het gemeenschapsonderwijs, reageerde al dat het om een symbolisch belangrijk maatregel gaat. Het gaat om een bedrag tussen 22 en 40 euro voor kinderen in het basisonderwijs.

Daarnaast verhoogt de nieuwe regering de verwachtingen voor nieuwkomers die een cursus Nederlands volgen: mondeling zullen ze een hoger niveau (B1) moeten behalen.

In het hoger onderwijs moeten dan weer alle anderstalige opleidingen een Nederlandstalige variant hebben. Daar kon tot nu toe een uitzondering op worden aangevraagd, maar die mogelijkheid valt weg.

Minder dure schoolfacturen, beperkte gratis maaltijden en ouderlijke verantwoordelijkheid

Een breekpunt van Vooruit tijdens de campagne waren gezonde, gratis maaltijden voor alle kinderen in het basisonderwijs. Die komen er niet. Wel kunnen scholen geld krijgen van Vlaanderen voor die maaltijden als ook het lokale beleid de maaltijden financieel mee ondersteunt.

Ook een maximumfactuur in het secundair onderwijs komt er niet. Wel gaat er extra geld naar het beroeps-, technisch en kunstonderwijs om de schoolkosten van die vaak dure studierichtingen onder controle te houden. 

Een stokpaardje van de N-VA is dan weer om te wijzen op de ouderlijke verantwoordelijkheid. Als het ouders niet lukt om bijvoorbeeld schoolboeken te kopen of een gevulde brooddoos mee te geven, dan kunnen scholen via het CLB dat discreet melden aan het lokaal sociaal beleid om hen te ondersteunen. Als ouders hun verantwoordelijkheid niet willen opnemen, kan de schoolbonus en schooltoeslag rechtstreeks naar de school in plaats van de ouders gaan. De schooltoeslag zal ook sneller worden afgenomen wanneer leerlingen te vaak onwettig afwezig zijn.

Dat ligt erg gevoelig. Het Stedelijk en Gemeentelijk Onderwijs (OVSG) vreest dat CLB’s zowel rechter als partij gaan worden. Stefan Grielens, directeur van het Vrij CLB Netwerk reageert dan weer op X dat deze maatregelen hem hoofdpijn bezorgen.

Verdwijnen uit de klas: invulboeken, smartphones en aparte godsdienstlessen in het officieel onderwijs

In het stedelijk, gemeentelijk, provinciaal en gemeenschapsonderwijs zal je niet langer kunnen kiezen voor lessen in een levensbeschouwing naar keuze. In de plaats komen er twee uren interlevensbeschouwelijke dialoog. Dat was een voorstel van Vooruit.

Smartphones zullen niet meer welkom zijn op de basisschool, voor het secundair onderwijs komt er eerst een onderzoek. Al krijgen ze daar wel het advies om er een strikt beleid over te voeren. 

Ook invulboeken zien de politici liever verdwijnen: “Als dat niet kan door een overeenkomst tussen alle betrokken partijen, nemen we dat op in de regelgeving.” Voor andere leermiddelen komt er dan weer een onafhankelijk keurmerk. De Vlaamse educatieve uitgevers (GEWU) reageren verbaasd en vragen eerst een gedegen wetenschappelijk onderzoek voordat invulboeken worden afgeschaft.

Nieuwe laptops komen er dan weer wel: er was al 100 miljoen opzijgezet, daar komt nog een bedrag van 400 miljoen euro bij voor een tweede digisprong.

In het basisonderwijs wordt er al ruime tijd onderhandeld over nieuwe minimumdoelen. Wiskunde en Nederlands staan daarbij voorop, maar er komt ook aandacht voor STEM (wetenschap en techniek) en de aanbevelingen uit de parlementaire commissie over grensoverschrijdend gedrag.

In het secundair onderwijs zal elke school dan weer vrijer kunnen invullen hoe breed ze hun eerste graad maken. Zo kunnen ze de uren die nu voorzien zijn voor differentiatie invullen met praktijk- en technische vakken om al vanaf het eerste middelbaar in te spelen op leerlingen met die interesses.

Buitengewoon onderwijs: inclusieve pioniersscholen en minder lang op de bus

De 3 partijen vroegen in hun verkiezingsprogramma om leerlingen van het buitengewoon onderwijs minder lang op de bus te laten zitten. Als oplossing gaan ze het absolute ‘recht op leerlingenvervoer’ hervormen en vertrekken van wat de mogelijkheden zijn voor leerlingen en hun ouders. Zo wordt er ook gekeken naar voor- en naschoolse kinderopvang in het buitengewoon onderwijs om het voor ouders haalbaarder te maken om hun kind zelf te vervoeren.

De nieuwe regering wil ook meer samenwerking zien tussen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs: scholen die één inclusieve school willen zijn, krijgen de rol van pioniersschool. Dat was voor zowel CD&V als Vooruit belangrijk.

De regering wil voor nieuwe infrastructuur extra inzetten op scholen die hun aanbod buitengewoon onderwijs versterken, en op scholen die de B-stroom inrichten. Leerlingen staan voor die richtingen nu vaak op een wachtlijst. Wie netoverschrijdend samenwerkt, krijgt extra capaciteitsmiddelen.

Flexibelere loopbaan voor leerkrachten en minder lestijd voor starters

Meerdere Vlaamse ministers van Onderwijs beten zich al stuk op de ambitie om een lerarenloopbaanpact uit te werken. Dat woord is dan ook afwezig in het nieuwe regeerakkoord. Wel staan er enkele maatregelen in om het lerarentekort aan te pakken en het beroep aantrekkelijker te maken.

Zo wil de nieuwe regering na sociaal overleg “de vaste benoeming verfijnen om maximaal beginnende leraren in het onderwijs te houden”. Startende leerkrachten zullen het eerste jaar ook maar 80 procent van hun opdracht moeten lesgeven voor een voltijds loon, 20 procent gaat naar aanvangsbegeleiding.

Ervaren leerkrachten moeten dan weer een flexibelere loopbaan krijgen. Vastbenoemde leerkrachten zullen hun benoeming en dienstanciënniteit makkelijker kunnen meenemen naar een school van een ander net.

Een gevoelige maatregel is de intentie om te snoeien in het aantal verlofstelsels en detacheringen te reduceren: na een detachering van 5 jaar moet je kiezen of je al dan niet in het onderwijs wil blijven.

Leerkrachten moeten zich blijven bijscholen, maar dat zal niet meer gebeuren op de klassieke pedagogische studiedag: die wordt afgeschaft in het secundair onderwijs en in het basisonderwijs beperkt tot 3 halve dagen, met daarbij dan een pedagogisch alternatief voor de leerlingen.

Een idee dat nog onderzocht wordt, is om de professionalisering van leerkrachten te koppelen aan de toekenning van anciënniteit. Je loon stijgt dan pas als je voldoende blijft bijleren.

Ook voor directeurs verandert er wat: in een groot directieteam hoeft niet elke directeur een pedagogisch diploma te hebben. En belangrijk: de directeurs krijgen meer vrijheid in hoe ze hun middelen willen besteden. Er komt ook een Vlaanderenbrede basisopleiding voor directeurs. Op dit moment staan de koepels zelf in voor de opleiding van hun directie.

De strijd om de vrijheid van onderwijs

Voor CD&V blijft de vrijheid van onderwijs heilig, terwijl N-VA en Vooruit daar verregaande veranderingen in wilden doorvoeren. Die zijn er niet gekomen. Wel komen er extra capaciteitsmiddelen voor scholen die netoverschrijdend samenwerken.

En er is de ambitie om CLB’s van de verschillende koepels meer te laten samenwerken “met als finaal doel te komen tot een overkoepelende territoriaal gebonden werking”. Koen Pelleriaux van het GO! vindt dat geen goed idee, volgens hem is dat in strijd met de grondwet.

Eén oudervereniging per koepel zal wel verdwijnen: er komt slechts één gefinancierd aanspreekpunt voor de Vlaamse overheid.

Hoger onderwijs: een starttoets voor elke bacheloropleiding

Studenten die een bacheloropleiding willen beginnen, zullen op termijn voor elke opleiding  een starttoets moeten afleggen. Al je niet slaagt, moet je verplicht een traject volgen om je bij te spijkeren als je de richting toch wil volgen.

Zo’n starttoets bestaat al voor de lerarenopleiding. Nieuw is dat deze studenten binnen het jaar zullen moeten slagen voor de volledige starttoets. Er zal ook meer kwaliteitscontrole komen op de lerarenopleiding.

Voor heel het hoger onderwijs wordt het financieringsmodel hervormd. Zo wordt er ook meer rekening gehouden met de graduaatsopleidingen, nu is het financieel erg moeilijk voor hogescholen om die te organiseren. Er komen ook extra middelen om de gebouwen technologisch en duurzaam te maken.

Bron: VRT.nws

Betoging “Audi is van ons”: startschot van broodnodig sociaal verzet

Op maandag 16 september waren er duizenden betogers in Brussel op de betoging ‘Audi is van ons’. We waren met veel meer dan verwacht: meer dan 10.000!

De woede kwam op straat in Brussel, gevoed door de duizenden jobs die bedreigd zijn, in het bijzonder in de industrie. De woede wordt ook gevoed door de aangekondigde sociale afbraak op alle beleidsniveaus. Het was niet verrassend dat bijvoorbeeld het Franstalig onderwijspersoneel met een eigen kleine delegatie aanwezig was. Het asociale offensief dat voorbereid wordt door de Arizona-onderhandelaars was een veelbesproken onderwerp onder de betogers.

Het succes van de betoging is het startschot van het sociaal verzet. Er volgt nog een betoging van de sociale sector op 7 november, er is ongenoegen in het Franstalig onderwijs, er zijn stakingen zoals op de luchthaven van Charleroi of bij Ontex in Eeklo. En dan is er nog de horrorcatalogus die door de Arizona-partijen wordt bekokstoofd. Dit alles toont de noodzaak en het potentieel van eenheid in de strijd, zeker indien er een actieplan zoals in 2014 komt. Dit beleid kunnen we niet aanvaarden, strijd is nodig!

Bron: Socialisme.be

Waarom kinderen zelf teamgenoten laten kiezen tijdens turnles een slecht idee is

Kinderen kunnen de effecten van hun keuzes niet inschatten wanneer ze zelf hun teamgenoten moeten kiezen tijdens de turnles. Dat kaart onderwijsexpert Pedro De Bruyckere aan in ‘De wereld van Sofie’ op Radio 1. Het systeem wordt dan ook afgeraden in de lerarenopleiding. Toch blijkt uit de reacties van de luisteraars dat het nog regelmatig gebeurt. Ook in de jeugdbeweging en in de sportclub.

Twee kinderen die om de beurt mogen kiezen welke klasgenoot in hun sportteam mag zitten: het is een gewoonte die pedagoog en onderzoeker De Bruyckere zelf herkent. “Ik heb het zelf ook meegemaakt als kind, en het was allesbehalve leuk. Voor alle duidelijkheid: het wordt nu ten stelligste afgeraden in de lerarenopleiding.”

“Ik kan niet verzekeren dat het niet meer gebeurt, al zal het dan eerder de uitzondering zijn dan de regel. Feit is wel dat oude gewoontes niet snel weggaan uit de samenleving. Wat je zelf het meeste gezien hebt, blijft ook vaak hangen.”

Luisteraars reageren: “Mijn dochter ziet hiervan af”

Dat het systeem vandaag toch nog altijd bestaat, blijkt uit heel wat reacties van luisteraars van ‘De wereld van Sofie’. Het Radio 1- programma had het deze week 2 uur lang over ‘tweede keuze zijn’. 

“Mijn dochter ziet hier van af en heeft dit in de leerlingenraad zelf al meermaals aangekaart”, laat luisteraar Marieke bijvoorbeeld weten.

“In de klas van mijn dochter mogen ze nog altijd kiezen met wie ze willen werken, dus niet enkel in de turnles”, kaart Claudia dan weer aan. “Mijn dochter werd altijd als laatste gekozen.”

“Op de voetbaltraining en in de Chiro van mijn kinderen gebeurt dit nog altijd”, zegt Hilde. 

“De leerlingen vragen het zelf”, zegt Lode, die leraar lichamelijke opvoeding is.  

Onderwijsexpert: “Kinderen kunnen het effect niet inschatten”

Dit systeem werkt alleszins stigmatiserend en confronterend, vindt De Bruyckere. “Je vraagt namelijk aan kinderen om moeilijke keuzes te maken. Terwijl ze het effect hiervan niet kunnen inschatten.”

“Dit kan heel ontwrichtend zijn. Een kind dat al links gelaten wordt, voelt zich daar dan nog eens opnieuw in bevestigd. Ook vriendjespolitiek speelt mee. Bovendien laat je het inschatten niet aan de leerkracht over, maar aan een medeleerling die er weinig van afweet.” 

En wat met groepswerkjes?

Moeten ook groepswerken in de klas dan maar op de schop? Want ook daar kiezen kinderen wel eens met wie ze samenwerken.

“Groepswerk is heel belangrijk”, reageert De Bruyckere meteen. “Het onderwijs heeft niet alleen als taak om kinderen een vak te leren, of te leren lezen en schrijven. Kinderen moeten er ook de beste versie van zichzelf worden en zich persoonlijk ontwikkelen. Maar ook heel belangrijk is leren samenleven. Samenwerken in groep is daarvoor cruciaal.”

“Neem het van mij aan, want ik kom op genoeg scholen in Vlaanderen: de aandacht voor het welbevinden van onze jongeren is groot”, zegt De Bruyckere. “Heel vaak gaan leerkrachten die keuze van de groepjes dus zelf in handen nemen. Het is dan vooral belangrijk dat er vaak verschillende groepjes gevormd worden.” 

“Zo kan je de ene keer niveaugroepen maken, waarbij je sterkere leerlingen samenvoegt, en de anderen wat bijwerkt. Maar je kan ook gemengde groepen maken, zodat de leerlingen van elkaar kunnen leren. Nog een andere keer kan je kinderen samenzetten met gelijkaardige interesses, enzovoort. Het is vooral belangrijk dat kinderen eens met iedereen leren samenwerken.”

Bron: vrt.nws

Kúnnen we het lerarentekort nog oplossen?

Klasse fileert het probleem van het lerarentekort met enkele experten. “Kúnnen we het nog oplossen of moeten we ons onderwijs anders organiseren?” Hapklare oplossingen zijn er niet.

“Een verpleger voor de kleuterklas, een sinoloog voor de kangoeroeklas en enkele ouders die de overstap naar de klas en lerarenopleiding maken. We moeten wel creatief zijn, want onze school is voortdurend op zoek naar leraren.” Jan Leenaerts, directeur organisatie en coördinatie van de basisschool Sancta Maria Leuven, ontwikkelde door de jaren extra antennes om leraren in spe te selecteren. “Ik voel met wie het gaat lukken. Maar echt kieskeurig kan ik niet zijn, ik probeer met iedereen die op een vacature reageert.”

“Starters zonder lerarendiploma brengen een frisse blik op onderwijs binnen, maar ze zijn natuurlijk nog geen leraren. Daarom geef ik ze in het begin een aangepast takenpakket, absoluut nog niet wat ik van een gekwalificeerde leraar verwacht. Ze krijgen veel coaching en starten met co-teaching om de basis van klasmanagement te leren. Dat vraagt veel van mijn team en weegt op onze school. Maar alles beter dan niemand voor de klas, toch?”

Hoe groot is het lerarentekort?

Sancta Maria Leuven is maar 1 van de vele scholen die kampen met een tekort aan leraren. Hoe groot is het probleem eigenlijk? Een duik in de cijfers. Tot voor kort hadden we jaarlijks gemiddeld 6000 nieuwkomers nodig om het stijgende aantal leerlingen en de uitstroom van leraren op te vangen.

In 2022-2023 nam dat aantal al toe tot bijna 7400 voltijdse leraren. Tegen 2027-28 daalt deze nood waarschijnlijk weer tot 6000. De afgelopen jaren vielen al grote gaten: vooral scholen in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen krijgen hun team moeilijk compleet of vinden nauwelijks vervangers, zeker in de grootsteden. Goed nieuws voor alle sollicitanten? Zo simpel ligt het niet. Regio’s, onderwijsvormen en vakken kijken niet allemaal tegen hetzelfde tekort aan. Ondanks de grote vraag naar leraren vind je soms moeilijk een job.

Bijkomende complexiteit: niet alleen het onderwijs zoekt koortsachtig naar mensen. Door de algemene krapte op de arbeidsmarkt proberen veel sectoren – onder andere de zorg en horeca – hun jobs op te waarderen. In die war for talent gaat het hard. Er waren in 2016 nog 10 kandidaten voor een vacature in het basisonderwijs. In 2021 waren dat er nog maar 1,5. Het meest recente cijfer is 0,74. Dat betekent dat er minder dan 1 kandidaat is om een vacature in te vullen. In het secundair ging die daling zelfs nog iets sneller. En de vraag naar leraren in het basisonderwijs loopt terug door dalende geboortecijfers.

Waarom nu een lerarentekort?

Hilde Lesage van het Departement Onderwijs en Vorming ontwaart in de cijferberg 2 soorten lerarentekorten: vervangingstekort en structureel lerarentekort. “Afgelopen jaren was er vooral een vervangingstekort. In september merkten scholen traditioneel dat er minder werkzoekende leraren zijn, maar lukte het tot een paar jaar geleden meestal nog wel om de plekjes te vullen. Dan vallen in de loop van het schooljaar leraren uit en werd het steeds lastiger om vervangers te vinden. Het structurele lerarentekort overheerst duidelijk in het schooljaar 2024-2025. We moeten op zoek naar meer leraren, maar tegelijk inzetten op maatregelen om een job in het onderwijs aantrekkelijker te maken en anders te organiseren.” 

Professor Geert Kelchtermans, hoofd van het Centrum voor Onderwijsvernieuwing en de Ontwikkeling van Leraar en School (KU Leuven), windt zich op over dat structurele lerarentekort. “Het is een probleem dat er niet zou mogen zijn. De afgelopen 30 jaar schreeuwt iedereen om de zoveel tijd moord en brand over het lerarentekort. Maar als je het geboortecijfer goed monitort, kan je voorspellen of en wanneer we meer leraren nodig hebben. En als alle gediplomeerde leraren ook werken als leraar, is er niet zo’n groot probleem. Leraar zijn is een complexe en veelzijdige job met een grote verantwoordelijkheid. Ze verdienen erkenning voor hun vakmanschap, maar moeten vandaag te vaak negatieve beeldvorming trotseren.”

Hilde Lesage: “Toch tonen werkzoekenden duidelijk interesse voor onderwijs, in tegenstelling tot sommige andere sectoren. Dat bewijzen de cijfers. De voorbije jaren kwamen er heel wat leraren bij: 14%. Extra mensen blijven nodig, want de samenleving verandert, de noden en omkadering bij leerlingen stijgen.” 

Te weinig instroom, te veel uitstroom

Een van de redenen waarom er te weinig leraren zijn, is dat er te weinig 18-jarigen kiezen voor de lerarenopleiding. De jarenlange daling in de lerarenopleidingen lijkt gestopt, maar we zijn er nog niet. Gert Naessens, directeur van de lerarenopleiding aan Odisee, vindt bevestiging in de cijfers: “Sinds 2010 gingen we van 23.000 studenten in de lerarenopleidingen aan de Vlaamse hogescholen naar 19.700. Maar zelfs al was het aantal studenten stabiel gebleven, zouden we nog een lerarentekort hebben.”

Opmerkelijk: de zorgopleidingen trokken na de eerste corona-golven extra studenten, maar de lerarenopleiding moest het in 2021 met 5,5% minder generatiestudenten doen dan in 2020. Positief nieuws: het aantal mannelijke studenten zakt niet en het aantal zij-instromers dat via VDAB een lerarenopleiding volgt, steeg van 863 naar 1489.

Kan er nog een cijfer bij? Ongeveer 1 op de 4 afgestudeerden aan een lerarenopleiding die in het onderwijs begint, verdwijnt uit de sector binnen een periode van 5 jaar. Geert Kelchtermans: “Maar in plaats van ons blind te staren op cijfers, moeten we beter begrijpen waarom iemand uit het onderwijs stapt of tijdens de lerarenopleiding stopt, waarom iemand leraar wil worden, waarom een ‘tweedekeuzer’ het heilige vuur vindt. Dat zal ons meer helpen dan cijfers.”

Imago van het lerarenberoep

Dus: te weinig mensen willen leraar worden én te veel stoppen ermee. Hoewel leraar hoog scoort in het lijstje van beroepen waarin we vertrouwen hebben, schort er iets aan het imago en de aantrekkelijkheid. Onderwijs zou een starre sector met veel burn-outs en weinig flexibiliteit zijn, denken mensen buiten het onderwijs.

Onderwijs scoort helaas slecht op hoge en stijgende werkdruk in vergelijking met andere sectoren. Onderwijsprofessionals ervaren meer stressklachten en problemen met werk-privébalans. Nochtans staat 90% van de Vlaamse leraren gemotiveerd in de klas omdat ze het een boeiende en intrinsiek motiverende job vinden. 

Geert Kelchtermans: “Er wordt te veel verwacht van de leraar. De bovengrens is bereikt. En de werkonzekerheid voor startende leraren is desastreus. Stresserende elementen zoals een moeilijke relatie met ouders kunnen een grote invloed hebben op het welbevinden van een – zelfs ervaren – leraar. Als die op zulke moeilijke momenten denkt dat hij zijn job kan kwijtraken, wordt het lerarentekort alleen maar groter. Daarom ben ik een groot verdediger van de vaste benoeming. Die afschaffen staat gelijk aan een georganiseerd lerarentekort.”

Geen simpele oplossingen

Hilde Lesage zet op een rijtje welke maatregelen al genomen zijn om het lerarentekort aan te pakken: “Het lerarenplatform is in het basisonderwijs is structureel ingevoerd, loonsverhoging, internetvergoeding, aanvangsbegeleiding, leraren die sneller een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) krijgen en dus ook vastbenoemd kunnen worden, de campagne ‘Lesgeven is alles geven’ – langetermijnacties die mensen wil aantrekken en de job wil opwaarderen –, cao’s om de onderwijskwaliteit te versterken, zij-instromers krijgen tot 15 jaar anciënniteit bij een toenemend aantal knelpuntvakken.” 

“Maar helaas zijn er geen snelle oplossingen. Samen met de uitdaging om de onderwijskwaliteit te versterken vraagt het lerarentekort om fundamentele oplossingen op lange termijn. Die moeten we in overleg met alle onderwijsactoren – scholen, lerarenopleidingen, vakbonden, onderwijsverstrekkers, leraren, nascholers – samen realiseren. Het rapport van de ‘Commissie van Wijzen’ bevat heel wat aanbevelingen. In het regeerakkoord van de Vlaamse regering lezen we ook plannen om het lerarentekort aan te pakken.”

Nieuwe leraren rekruteren?

1. Meer zij-instromers

Te weinig 18-jarigen kiezen voor de lerarenopleiding, maar maakt het stijgend aantal zij-instromers niets goed? In 2021-2022  kregen we er 4279 zij-instromers bij, in het basisonderwijs een stijging van 118% en in het secundair onderwijs 85% tegenover het jaar ervoor. Helaas verliet 28% van de zij-instromers die tussen 2019 en 2021 startten een jaar later het onderwijs.

Gert Naessens, directeur lerarenopleiding: “Bij Odisee is al 1 op de 5 à 6 studenten in de lerarenopleiding een zij-instromer of niet-generatiestudent. Daar rekenen we ook de studenten bij die eerst een andere studie probeerden. Maar een tweede keuze vind ik ook een keuze en meestal zelfs een heel bewuste keuze voor het lerarenberoep.” 

“De groep van zij-instromers biedt veel potentieel. Daarom investeren alle lerarenopleidingen in flexibele trajecten zoals afstandsleren of werkplektrajecten waarbij studenten werk, gezin en opleiding kunnen combineren.” In de toekomst wil Odisee graag een opleiding met betaalde stage én jobgarantie in ieders regio aanbieden. En Howest en Vives ontwikkelden met VDAB een digitaal ondersteuningsaanbod ‘Startklaar’ waar zij-instomers en herintreders hun pedagogische en didactische skills aanscherpen met opdrachten, coaching en ondersteuning op de werkvloer. Bij Thomas More kan je een extra vakbekwaamheid halen in een flexibel traject. 

2. Meer diversiteit in de lerarenkamer

In de Vlaamse lerarenkamers en op de schoolbanken van de lerarenopleidingen valt weinig diversiteit te bespeuren. Tussen 2013 en 2019 zien we een stijging van 4,9 naar 6,4% van leraren met een buitenlandse herkomst. Hoe kunnen we meer studenten met migratieachtergrond aantrekken?

Gert Naessens: “We verliezen te veel studenten tijdens de opleiding. Dat zijn vaak studenten met een migratie- of armoede-achtergrond, dyslexie of bijvoorbeeld een gezichts- of gehoorbeperking. Als we meer leraren én meer diversiteit in de lerarenkamer willen, moeten we ons extra inspannen voor deze risicostudenten. We geven ze meer coaching. Zo hebben we voor bso-studenten die kleuterleraar willen worden een 4-jarig traject met meer taal- en studieondersteuning, meer werkervaring en minder studiepunten. De slaagkansen stijgen gigantisch, maar het vraagt veel van de lerarenopleiders. En ook hun draagkracht kent grenzen.”

In grootsteden lopen initiatieven als Teach for Belgium, De Baobab (Brussel) en De diverse lerarenkamer (Antwerpen). Ze willen de diversiteit in schoolteams vergroten. Teach for Belgium slaagt er al enkele jaren in om leraren in spe met migratieachtergrond aan te trekken voor knelpuntvakken. De Baobab begeleidt in Brussel anderstalige zij-instromers via een 4-jarige betaalde combi van werkplekleren en studeren naar een job in de kleuterklas. Het project De diverse lerarenkamer ondersteunt leraren en studenten met een migratieachtergrond in de lerarenopleiding of op hun school, maar mikt ook op jongeren die nog in het secundair zitten.  

3. De stille reserve aanspreken

Nog zo’n nieuwe term: ‘de stille reserve’, voor mensen met een pedagogisch diploma die niet voor de klas staan tot leraren die deeltijds werken. Willen ze terug naar de job? Kunnen meer leraren fulltime werken? Of is deeltijds werken een copingstrategie om het in onderwijs vol te houden? Bovendien neemt ook in andere sectoren deeltijds werk toe.

De stille reserve aanboren kan misschien bij jonge leraren die niet voltijds werken. Ze werken bijvoorbeeld 4/5 omdat de collega die ze vervangen dat deed. In het basisonderwijs werken leraren jonger dan 30 jaar gemiddeld 74%. In een theoretische oefening waarbij ze allemaal fulltime aan de slag gaan, heb je dan 2285 leraren extra in basisonderwijs. Maar niemand weet hoeveel van die leraren voltijds kunnen of willen werken.

De zoektocht naar een school gebeurt gericht: kwijnde de kandidaat ooit weg omdat lesgeven een eenzame job is, dan zoekt de scholengroep een school die inzet op co-teaching of teamgevoel. Stappen die leraren later over naar een andere scholengroep of ander net, dan is dat ook oké. Het motto is: elke leraar die opnieuw voor onderwijs kiest, betaalt zich in honderdvoud terug aan leerwinst bij leerlingen.

4. Meer gastleraren

Scholen kunnen bij een lerarentekort een beroep doen op gastleraren. Dat zijn professionals die naast hun job ook leraar willen zijn. Een school kan met een bedrijf of organisatie een overeenkomst afsluiten waarbij de gastleraar daar werknemer blijft en zijn loon en alle voordelen behoudt. De school vergoedt dan enkel de lesopdracht. En ja, een gastleraar moet een pedagogisch bekwaamheidsbewijs hebben voor het onderwijsniveau waar die lesgeeft. Dat moet niet als een school een gastleraar aantrekt buiten een bedrijf of organisatie om. 

Het project ‘Onderwijsbrug’ matcht zelfs actief onderwijsvacatures met bedrijven, werknemers, zelfstandigen. De gastleraren worden stap voor stap begeleid in samenwerking met enkele hogescholen.

Het lerarentekort mag er niet voor zorgen dat de kwaliteit van onze leraren omlaag gaatGert Naessens
directeur van de lerarenopleiding aan Odisee

Zijn die ‘slashies’ een snelle oplossing om wat lege plekjes op school in te vullen?

Hilde Lesage: “We moeten durven nadenken hoe we een andere lerarenloopbaan kunnen creëren. Niet alle leraren moeten per se op hun 18 jaar starten met de lerarenopleiding, hun hele leven in dezelfde school lesgeven en daarna met pensioen gaan. Met zo’n loopbaan is niks mis, maar het hoeft niet de enige soort leraar zijn.” 

“Zeker in praktijkvakken worden leraren die nog met een voet in het bedrijfsleven staan erg gewaardeerd. Of duale leraren mee het tekort zullen vullen? Eigenlijk wil het concept ‘duale leraar’ vooral de samenwerking tussen scholen en bedrijven tijdelijk sterker maken. Maar wie proeft van lesgeven, blijft misschien in onderwijs hangen.”

5. Kwaliteit behouden

De stoel voor de klas is dan wel even ingevuld, maar heeft zo iemand genoeg pedagogische onderbouw voor de finesses van het lerarenberoep? Gert Naessens is duidelijk over het belang van een volwaardige lerarenopleiding: “De lat blijft voor iedereen dezelfde, ook voor duale leraren. Het lerarentekort mag er niet voor zorgen dat de kwaliteit van onze leraren omlaag gaat.”

Geert Kelchtermans: “Als ik door het lerarentekort moet kiezen tussen kwantiteit of kwaliteit – tussen snel snel meer leraren of op langere termijn meer en goede leraren – kies ik resoluut voor het laatste.”

En als we die nieuwe leraren niet vinden?

Alle bovenstaande wervingsingrepen verleggen voorlopig kleine steentjes. Maar nieuwe leraren rekruteren volstaat niet om het lerarentekort te op te lossen. Welke andere oplossingen kunnen helpen? En maken die op lange termijn écht het verschil?

1. De job van leraar anders verkopen

Een leraar staat al lang niet meer enkel voor de klas. Maar dat is wel het beeld dat potentiële studenten en ouders in gedachten hebben. Moeten we de job van leraar vandaag niet anders verkopen en invullen dan vroeger?

Gert Naessens: “Dat doen we zeker. Op onze website lees je dat een leraar een spilfiguur is die kan netwerken, iemand die een leven lang leert, veerkrachtig en flexibel is met aandacht voor de relatie met leerlingen. En natuurlijk zetten we in onze lerarenopleiding ook in op die aspecten. Studenten werken samen in een leergroep, in co-teaching of vakoverschrijdend lesgeven. Ze leren conflicten oplossen en creatief omgaan met onverwachte dingen.”

Geert Kelchtermans vindt dat we daarom dringend ons taalgebruik moeten aanpassen. “Zeg niet ‘lesgeven’, maar ‘leraar zijn’. Het idee dat een leraar eeuwig lesgeeft en nooit promotie maakt, klopt niet. Een leraar heeft geen vlakke, maar een flexibele loopbaan met heel wat mogelijkheden voor horizontale promotie. Zo kan je van leerjaar veranderen of je specialiseren in bijvoorbeeld moedertaal of onderpresteren. Je kan in een team ook verschillende rollen of taken opnemen zoals mentor, coördinator, specialist, beleidsondersteuner.” 

“Daarnaast kunnen we leraar-leiders inschakelen. Die krijgen deeltijds en tijdelijk een opdracht die de klas overstijgt, bijvoorbeeld om collega’s te ondersteunen tijdens een vernieuwing. Ze blijven collega’s, maar krijgen en plus een duidelijk mandaat gebaseerd op hun interesse of opgebouwde expertise. En tot slot kan je variëren in de taakverdeling binnen een team: de collega met kleine kinderen en verbouwingen kan wat minder werken, terwijl een iets oudere leraar zin heeft in een extra uitdaging.”

Door de schaarste op de arbeidsmarkt moeten we scholen anders organiserenHilde Lesage
Departement Onderwijs en Vorming

2. Onderwijs anders organiseren

Hilde Lesage: “Door de globale schaarste op de arbeidsmarkt zullen we stilaan moeten leven met niet-ingevulde vacatures. Dus moeten we scholen anders organiseren. 1 leraar voor 1 klas is misschien hoe langer hoe minder de oplossing. Ik denk aan allerlei vormen van co- en teamteaching, maar ook aan zelfsturend leren, ondersteunende technologie of hybride lesgeven: met digitale instructiefilmpjes en terugkoppeling in de klas. Nu wordt een schoolopdracht in lesuren gedefinieerd, maar we kunnen via jobcrafting evolueren naar een team waar bijvoorbeeld niet iedereen op elk moment evenveel lesuren opneemt.”

Geert Kelchtermans: “Het hr-beleid van een school is ook cruciaal. Hoe kunnen we de leraren en zij-instromers die we hebben gelukkig houden? Wat is het geheim van een goed team? Daar hebben we nog te weinig zicht op. Van aanvangsbegeleiding voor starters en zij-instromers tot ervaren leraren gemotiveerd houden, de directeur speelt daar een belangrijke rol in. Hoe maak je een team sterker en laat je hen expertise delen? De interne organisatie van een school is cruciaal om leraren niet te laten opbranden.”

Hilde Lesage: “Met welke out of the box oplossingen, zoals oud-leerlingen contacteren die een andere job uitoefenen en ze gericht begeleiden, kan je het vervangingsprobleem voor volgend schooljaar vermijden? Hoe kan je een aantrekkelijk team zijn waar startende leraren graag komen én blijven werken? Hoe ver kan je differentiëren in functie en loopbaan? Hoe kan je een aantrekkelijk takenpakket en geen versnipperde ‘brokkeljobs’ aanbieden?” Onderzoek toont dat de opdracht die starters krijgen heel bepalend is voor hun blijf-kansen. Maak de lesopdracht niet te zwaar, wel motiverend en op maat. Niet de restjes, niet te eentonig, wel stabiel.”

“Als leraren en directies daarop antwoorden vinden, dringen ze het tekort in hun school terug. Daarnaast kunnen ze de ambassadeursrol opnemen. In de voetbalkantine of op familiefeesten positief over hun job vertellen. En in de klas dié leerlingen spotten die een een toekomst als leraar hebben. En hen bevestigen: ‘Jij hebt het in je. Gewoon doen!’”

Bron: Klasse.be