Aanvallen op werklozen en uitkeringen zullen werken niet meer lonend maken

In de aanloop naar de verkiezingen van 9 juni ging rechts in het offensief tegen sociale uitkeringen. Daarbij werd de zogenaamde werkloosheidsval onder vuur genomen, met de stelling dat werken meer moet lonen. De Wever had het over ‘hangmatten’ waarin werkzoekenden blijven omdat het financieel niet genoeg opbrengt om terug aan het werk te gaan. Het is typisch voor de logica van rechts: het slachtoffer van een situatie wordt er zelf verantwoordelijk voor gesteld. 

De leugens ontmaskerd

De MR en de N-VA hameren op het idee dat er een nettoverschil van minstens 500 euro moet zijn tussen ‘werk’ en ‘inactiviteit’. Wat is er hiervan aan?

Eerst en vooral is er de vaststelling dat dit vandaag al het geval is. Het ABVV heeft het uitgerekend: het verschil tussen een netto werkloosheidsuitkering en een netto minimumloon bedraagt vandaag 545 euro voor een alleenstaande (624 euro per maand als het vakantiegeld wordt meegerekend). 

Een tweede belangrijke opmerking is dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering, of het leefloon dat door het OCMW wordt betaald, vaak onder de armoedegrens ligt. De meest logische conclusie die we daaruit trekken, is dat de uitkeringen en de lage lonen dringend en drastisch omhoog moeten. Rechts wil daar niet van weten. Het kiest er zoals altijd voor om ons tegen elkaar op te zetten als onderdeel van een ‘race-to-the-bottom’.

Een derde bemerking is dat het eigenaardig is om de MR en de N-VA te horen zeggen dat werken meer moet lonen, terwijl ze de architecten zijn van de laatste indexsprong van 2%. Op een volledige loopbaan komt dat neer op het verlies van een volledig jaarloon.  

In de campagne werd ook nadruk gelegd op het ‘activeren’ van werklozen, in het bijzonder van wie langer dan twee jaar werkzoekend is. Christine Mahy (Réseau wallon de lutte contre la pauvreté) reageerde: “Aangezien 70% van de 66.000 langdurig werklozen werken, moeten niet zij maar de werkgevers geactiveerd worden zodat er degelijke arbeidsovereenkomsten zijn. Deze 70% werkt telkens met contracten van minder dan drie maanden, waardoor ze nog steeds geteld worden als werkzoekend.” Het echte probleem is onzekere werkgelegenheid. De precarisering van de ‘arbeidsmarkt’ is net een project van rechts, van de N-VA, de MR, les Engagés en anderen. 

De hoeksteen van de activeringspolitiek is het opleggen van verplichte gemeenschapsdienst na twee jaar werkloosheid. Marie-Hélène Ska (ACV) zei daarover: “De Internationale Arbeidsorganisatie is duidelijk: dwangarbeid staat niet op de agenda en mag daar ook niet op staan.” Bij verplichte gemeenschapsdienst wordt vaak gekeken naar werk dat nu door gemeentepersoneel wordt verricht. Als die hun werk door ‘werklozen’ wordt gedaan, waarom dan nog gemeentepersoneel aanwerven? De lokale besturen kunnen eigen personeel afdanken en nadien dezelfde mensen als langdurig werklozen hetzelfde werk laten verrichten, maar dan zonder een echt loon te betalen. 

Wie aan één van ons raakt, treft ons allemaal!

De arbeids- en loonvoorwaarden nog meer onzeker maken, is niet alleen onmenselijk voor de directe betrokkenen. Het zet een algemene neerwaartse druk op alle lonen en arbeidsvoorwaarden. Alle studies bevestigen dat het aanvallen van werkloosheidsuitkeringen mensen niet helpt om een job te vinden. Het duwt hen alleen maar dieper in de ellende. De rechtse retoriek is vooral bedoeld om sociale woede af te leiden naar mensen uit de werkende klasse die het moeilijker hebben, om zo de eigen vrienden in de villawijken te beschermen. 

Werkloosheid is goed voor amper 3% van de totale uitgaven van de federale overheid. Het is duidelijk dat dit niet de middelen zijn die naar belastingparadijzen doorgesluisd worden. Langs de andere kant wordt de fiscale fraude door de Federale Overheidsdienst Financiën op 30 miljard euro per jaar geschat. In 2020 stuurden 765 Belgische bedrijven samen 383 miljard euro naar een dertigtal belastingparadijzen. Dat gebeurde volkomen legaal, dankzij de vrijgevigheid van de opeenvolgende rechtse ministers op het departement Financiën.

Bron: Socialisme.be

Sociale strijd is cruciaal om rechtse aanvallen te stoppen

“Niet lachen, niet huilen, maar begrijpen,” zei Spinoza. Op maandag 10 juni heerste de sfeer van een zware kater. Het Vlaams Belang was niet de grootste partij in Vlaanderen, maar werd nipt tweede na de N-VA en bij de Europese verkiezingen was het wel de grootste. De doorbraak van rechts aan Franstalige kant was een onaangename verrassing. Om de komende klassenstrijd voor te bereiden, is het nodig om een bilan van de campagne en de verkiezingen op te maken.

Pauze in sociale strijd tijdens kiescampagne is een grote fout

Naar aanleiding van de verkiezingen sprak het ABVV-magazine Syndicats (tegenhanger van De Nieuwe Werker) met Jean Faniel. Die is doctor in de politieke wetenschappen en directeur van het CRISP (Centre de recherche et d’information socio-politiques). Naast heel wat pertinente opmerkingen benadrukt Faniel dat “werk en vooral de ‘waarde van werk’ gekaapt werden door de MR en Les Engagés. (…) Rechts viel de inactieven aan en dat wierp zijn vruchten af.” (1) Deze analyse brengt ons op een gevaarlijk hellend vlak. Ons aanpassen aan de rechtse retoriek in naam van een vermeende ‘verrechtsing’ van de bevolking zal de werkende klasse niet helpen. 

Het klopt dat de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd sterk aanwezig was in de campagne. Als de vakbonden geen actieve strijd voeren voor hogere lonen, is er meer ruimte om het argument dat werken meer moet lonen te misbruiken om uitkeringen aan te vallen. Als collectieve strijd geen uitweg of uitzicht op vooruitgang lijkt te bieden, dan ligt de doodlopende weg van het zoeken naar individuele oplossingen en het richten van woede op de zwaksten breed open. Dan wordt het ongenoegen en onbehagen niet gericht tegen de verantwoordelijken van de heersende klasse, maar wordt naar beneden geschopt. De weigering van de vakbondsleiders om in de verkiezingsperiode strijd te organiseren, zogezegd om de bevriende partijen te ontzien, maakte de ruimte voor rechts groter.

Strijd nu voorbereiden

ABVV-voorzitter Thierry Bodson zei dat “we niet gaan mobiliseren vanuit angst, we gaan nu niet mobiliseren omdat we het resultaat van de verkiezingen respecteren. We gaan mobiliseren wanneer de mensen zich bewust worden van wat er op de agenda staat, en als er belangrijke sociale achteruitgang is, dan zullen we mobiliseren.” (2) We weten nu al dat rechts sociale achteruitgang wil opleggen. De N-VA, MR en Les Engagés zijn voorstander van verplichte gemeenschapsdienst voor werklozen. Hun programma’s staan bol van asociale aanvallen, van een puntensysteem voor de pensioenen tot een aanval op syndicale vrijheden. Aan Franstalige kant organiseerden Bouchez en Prévot meteen een ontmoeting met vertegenwoordigers van de Vlaamse werkgeversfederaties Unizo en Voka. De Wever verklaarde in 2010 al dat Voka zijn baas was. Het geeft aan in welke richting het zal gaan. Ook zonder de Europese bevelen om te besparen zou het plaatje er somber hebben uitgezien.

We zijn het met Bodson eens dat een overhaaste mobilisatie niet de beste optie is, maar de voorbereiding van sociaal protest moet wel nu starten. Wachten tot de schok van de aanvallen het bewustzijn verandert, mag niet het vertrekpunt zijn. De grote algemene staking van de winter van 1960-61 werd voorafgegaan door een ‘operatie waarheid’: grote openbare bijeenkomsten en vakbondsvergaderingen waarop de leugens van rechts en de grote bazen werden weerlegd en waarmee de werkende klasse werd voorbereid op strijd. Een bokser wacht niet op de eerste uppercut om in beweging te komen, net zomin als hij de ring ingaat zonder zich eerst op te warmen. Het is in de klassenstrijd niet anders. 

Welke strijd is er nodig? Een grote betoging of nationale stakingsdag om ‘druk uit te oefenen’ zal niet volstaan. Theo Francken (N-VA) was duidelijk in een interview met Knack meteen na de verkiezingen: “Natuurlijk verwachten we dat het FGTB en de andere vakbonden nu al plannen aan het smeden zijn voor een reeks stakingen – waarom niet meteen een tiendaagse staking? Ze doen maar.” Er is nood aan een oplopend actieplan dat uitvoerig besproken wordt aan de basis, met actiedata die ruim op voorhand bekend zijn en waarbij elke mobilisatie (betogingen of stakingen per provincie, nationale betogingen …) de volgende al voorbereidt. 

“Don’t mourn, organise”

Die slogan komt van de Amerikaanse vakbondspionier Joe Hill. Een van de grote verschillen met 2014 en de rechtse besparingsregering van Charles Michel en Bart De Wever, die toen aan de macht kwam, is de positie van de PVDA. Dat is nu een partij met 25.000 leden, de vierde grootste op federaal vlak, met een opmerkelijke groei in Brussel, een mooie groei in Vlaanderen en lichte achteruitgang in Wallonië. We zijn uiteraard blij met deze resultaten, maar de achteruitgang in Wallonië nemen we best ernstig. 

De campagne van de PVDA was net als die van andere partijen sterk op de sociale netwerken gericht. Dit werd versterkt door het indrukwekkende aantal jongeren dat voor het eerst ging stemmen: 600.000 tot 800.000 jongeren tussen 16 en 23 jaar. Het grote nadeel van dit type campagne is dat het passiviteit in de hand werkt. Een belangrijke kracht van de sterkste campagnes van Bernie Sanders, Jeremy Corbyn en Mélenchon was de dynamiek van massabijeenkomsten die passieve steun omzetten in actieve betrokkenheid in de campagne. 

De PVDA scoorde het beste in de steden, waar veel werkenden wonen en waar sociale strijd een grotere rol speelt, ook tijdens de campagne. In Antwerpen, de historische bakermat van het Vlaams Belang, werd de PVDA de tweede partij met 22%. De partij van Van Grieken en Dewinter werd er verslagen. De dynamiek van het protest rond Gaza en de rol van de PVDA daarin is daar niet vreemd aan.  

Er is een debat nodig over de strategie tegen de komende rechtse regeringen. Dat is onderdeel van de strijd om de resultaten van de PVDA in oktober te maximaliseren en zo de positie van de werkende klasse te versterken. 

In de strijd tegen rechts staan we sterker met een programma om heel de samenleving te veranderen. Bodson heeft een punt als hij opmerkt: “Links had geen plan voor de samenleving, het had enkel een waslijst van maatregelen.” De PVDA legde in de campagne sterk nadruk op aanvaardbaarheid om mee te besturen. Hierdoor werd de PVDA soms gezien als een partij links van de PS en meer strijdbaar, maar niet fundamenteel anders dan de sociaaldemocratie. 

Het programma van de radicale linkerzijde moet gebaseerd zijn op sociale behoeften, niet op wat de instellingen van het kapitaal toestaan. We mogen geen concessies doen aan hun discours: alles wijst op de dringende noodzaak van een ander productiesysteem. Dat is de echte ‘breuk met het verleden’. De weg is lang, maar de beste manier om mensen te overtuigen dat we het menen is door meteen duidelijkheid te scheppen over ons alternatief van een democratische socialistische samenleving, waarin de sociale meerderheid van de producenten van rijkdom ook beslist over het gebruik ervan. De acties van de Brusselse campagne van activisten en vakbondsleden onder de noemer ‘Commune Colère’ (3) zijn een uitstekende bron van inspiratie als deze pleiten voor de “socialisatie van het gemeengoed” (zoals energie).  

De uitdagingen voor de lokale verkiezingen van oktober zijn duidelijk: rechts bestrijden met een ernstig actieplan, de ruimte voor extreemrechts beperken en de hoop die de PVDA biedt maximaliseren. In de ‘slag om Antwerpen’ en de strijd voor een front van rebelse gemeenten met een linkse meerderheid, zal LSP een actieve rol spelen. Dit is onderdeel van de opbouw van een krachtsverhouding tegen de besparingsregeringen op alle andere machtsniveaus.

Bron: socialisme.be

Rechtse aanvallen stoppen door strijd om het geld te halen waar het zit

Alle instanties ontkenden het, maar een studie van de UGent op basis van banktransacties van 900.000 gezinnen toont het aan: de koopkracht van de meeste mensen ging er de afgelopen jaren op achteruit. De 20% laagste inkomens leden het afgelopen jaar 6,8% koopkrachtverlies. Enkel een kleine toplaag heeft het nu beter dan vier jaar geleden. De pro-kapitalistische partijen, met rechts op kop, willen daarmee nog verder gaan. Het Planbureau berekende dat de rechtse partijprogramma’s achteruitgang betekenen voor de laagste inkomens, kortom dat het huidige beleid wordt voortgezet. 

4,5 miljard besparen op de zorg?

De N-VA trekt naar de verkiezingen met de belofte – dreigement is een correctere term – om hard te besparen op werklozen, de zorg, ambtenarenpensioenen en de sociale zekerheid. Waarom het geld zoeken bij het selecte clubje superrijken als je het ook kan zoeken bij iemand met een leefloon van 858,97 euro per maand als samenwonende? De 10% rijksten bezitten 55% van het Belgisch vermogen en gingen er de afgelopen jaren sterk op vooruit, de armste helft moet het doen met 8,4% van dat vermogen. Neen, het is geen toeval dat er in de tuinen van enkele grote kasten van villa’s verkiezingsborden voor de N-VA staan…

De asociale aanvallen van rechts zijn nochtans niet populair. De rechtse regering-Michel, nog steeds de droom van De Wever en Bouchez, werd in 2019 weggestemd. Er is nog steeds geen meerderheid voor die partijen. Toch zijn er nieuwe bondgenoten voor het rechtse beleid. De werklozen aanvallen, onder meer door een beperking van de uitkering in de tijd, geniet de steun van extreemrechts, rechts en zelfs Vooruit is nu voorstander van een snellere afname van de werkloosheidsuitkeringen.

Rechts staat klaar om de zwaksten aan te vallen. Ze willen de werkloosheidsuitkering in de tijd beperken, opeenvolgende indexsprongen voor het leefloon en een harde repressie tegen vluchtelingen. Ze doen dit vanuit een wereldvreemde positie. Zelf leven ze riant op kosten van de belastingbetalers en trekken ze zelfs naar de rechter om de wettelijke bovengrens van 7.813 euro bruto pensioen per maand te doorbreken. Na Siegfried Bracke doet ook voormalig liberaal en VB-medestander Hugo Coveliers dit. Tegelijk durven ze zonder ironie spreken over ‘hangmatten’ als ze het over werklozen hebben.

Leefloners, vluchtelingen en werklozen viseren, is onderdeel van een verdeel-en-heerspolitiek die niet in het belang is van de werkenden. De rechterzijde die nu spreekt over indexsprongen voor leeflonen heeft ervaring met die maatregel voor alle lonen. Daarnaast wordt er nu al openlijk gesproken over besparingen in vooral de sociale zekerheid. Zo wil de N-VA maar liefst 4,5 miljard op de gezondheidszorg besparen. De zorgsector kreunt onder de tekorten na een jarenlang gebrek aan middelen. De sector zit op zijn tandvlees, het personeel trekt het niet meer en de dienstverlening gaat daaronder gebukt. Schuiven met tekorten is geen oplossing, maar zal de problemen vergroten. Dat zien we ook in het onderwijs. Er is integendeel nood aan massale publieke investeringen. Daar wil rechts niet van weten, de N-VA wil besparen op de dotatie voor de NMBS, het VB is voor een volledige privatisering van Bpost.

Rechts rijdt voor de rijken

Waarom wil rechts zo hard besparen? De tekorten zijn voor ons, de winsten voor een kleine groep superrijken en grote aandeelhouders. Er waren de afgelopen jaren historisch hoge bedrijfswinsten, miljarden aan bedrijfssubsidies, ‘lastenverlagingen’ voor bedrijven … Wat uit de zakken van de werklozen, leefloners en werkenden gehaald wordt, verdwijnt meteen in die van de superrijken. Voor onze levensstandaard en diensten wordt er enkel over besparingen gesproken. Tegelijk zijn er steeds weer pleidooien voor nieuwe lastenverlagingen aan bedrijven en ook in defensie ‘moet’ geïnvesteerd worden. Zij vinden dat ‘evenwichtig’.

Rechts rijdt voor de rijken. Het doet dit met het argument dat de welvaart zou doorsijpelen of nog dat de superrijken er hard voor werken. Het Global Wealth Report van de Zwitserse bank UBS wees er vorig jaar op dat voor het eerst sinds 2015 een meerderheid van nieuwe miljardairs niet rijk werd met ondernemen, maar door erfenissen. Rijkdom wordt van generatie op generatie doorgegeven. Ondertussen gaat de werkende klasse, die aan de basis ligt van die rijkdom, erop achteruit. Dat is klassenstrijd.

Doe de rijken betalen!

In deze context groeit de publieke steun voor een rijkentaks. Dat is een belangrijke eis om de middelen te vinden voor de maatregelen die concreet en nodig zijn voor onze levensstandaard. Betaalbaar wonen, degelijke jobs, toegankelijke openbare diensten, massale investeringen in zorg en onderwijs … zijn enkel mogelijk indien er drastisch meer middelen voor uitgetrokken worden. Die middelen zitten niet bij vluchtelingen of leefloners, maar bij de superrijken. In de VS stelt Bernie Sanders voor om vermogens boven het miljard dollar aan 100% te belasten (dus te onteigenen). Een interessant idee, maar sowieso niet compatibel met de steun van Sanders aan Biden en het Democratische partijestablishment. De rijken doen betalen, vereist een krachtsverhouding van de werkende klasse die de superrijken doet vrezen dat ze meer zullen verliezen als niet bijdragen.

De klassenstrijd is concreet. Met sociaaldemocraten en groenen in de regering verloren we de afgelopen jaren aan koopkracht en werden recordwinsten geboekt. Hun sociale beloften zijn steeds minder geloofwaardig of worden achterwege gelaten in het geval van Vooruit. De beste optie bij de verkiezingen van 9 juni is een stem voor de PVDA, in het bijzonder voor activisten die zich bewezen hebben in strijd. Dat is een stem tegen een verderzetting van het huidige beleid en voor sociale verandering. Verkiezingen zullen op zich niets veranderen, maar zijn onderdeel van de opbouw van een krachtsverhouding. Syndicalisten, studenten die deelnamen aan bezettingen rond Gaza, werklozen, vluchtelingen, gebruikers en personeelsleden van het openbaar vervoer … kunnen zelfvertrouwen putten uit een versterkte PVDA-aanwezigheid in de parlementen. Dat is onderdeel van het perspectief om doorheen collectieve strijd sociale vooruitgang af te dwingen. Om die strijd te winnen, is er volgens LSP nood aan een revolutionaire breuk met het kapitalisme. Een socialistische samenleving is nodig om met een democratische planning de beschikbare middelen en rijkdom in te zetten in het belang van de werkende klasse en de toekomst van het menselijk leven op deze planeet.

Bron: Socialisme.be

Angeline Van Den Rijse (ABVV): “Als De Wever rol vakbonden afbreekt wordt België tweede Amerika”

Angeline is voorzitter van het ABVV in Oost-Vlaanderen. Zij strijdt voor vrouwenrechten, hogere minimumlonen en meer betaalde vrije tijd. Wij spraken haar op solidariteitsfestival ManiFiesta over de gevolgen van de besparingsplannen in de gelekte, zogenaamde, ‘supernota’ van de mogelijke nieuwe regering onder Bart De Wever. 

Als gevolg van de Europese begrotingsnormen moeten we 27 miljard euro besparen. Dit is ook duidelijk doorgevoerd met vele besparingsmaatregelen in Bart De Wevers supernota dat eind augustus naar buiten is gelekt. Waar moeten we volgens jou dat geld halen?

“Allereerst denk ik dat we er een ander woord op moeten plakken, want het is geen ‘supernota’. Bijna elk actiepunt in de nota dat De Wever wil uitvoeren, gaat gepaard met achteruitgang voor de werknemers. Ik spreek van een ‘klotenota’. De rijken zullen rijker worden, en de werkenden, die elke dag moeten gaan werken om hun facturen te kunnen betalen, zullen erop achteruit gaan.”

“Wat is dan het alternatief? Het is belangrijk om te weten dat er geld is in België. Dat klinkt als een slogan, maar het is de realiteit. De tien rijkste Belgen bezitten 500 miljard euro. En dan zoeken wij 30 miljard euro. Een heel groot probleem zou dat niet mogen zijn.”

Miljarden aan bedrijven zonder tegenprestatie

Volgens de supernota wil Bart De Wever door onder andere besparingen en verhoging van de btw maar liefst 16 miljard euro gaan halen bij de werkende klasse, worden de lonen geblokkeerd en omgekeerd krijgen bedrijven voor 5 miljard aan belastingcadeaus. Vind jij dat een goed idee?

“Nee, maar pas op, dit is niet de eerste keer dat de overheid miljarden geeft aan het bedrijfsleven, zonder daar iets voor in ruil te vragen. Dat er geld naar het bedrijfsleven gaat om de bedrijven te sturen, is op zich niet verkeerd. Dat betekent dat de overheid belastinggeld gebruikt om ervoor te zorgen dat de bedrijven doen wat ze moeten doen, zodat de maatschappij verbetert.”

“Maar wat hebben we bij de vorige regeringen gezien? En de N-VA en de rechtse partijen doen nu verder op dat elan. Miljarden euro’s gaan naar bedrijven, zonder dat er enig engagement van die bedrijven verwacht wordt. Je krijgt dan situaties waarbij dat geld misbruikt wordt om de werknemers nog productiever te maken, zodat er nog hogere winsten zijn. En die winsten worden uiteindelijk uitgekeerd aan de aandeelhouders. Niet alleen aandeelhouders in België, maar ook in China, Amerika, Duitsland. Belgisch belastinggeld vloeit dus naar het buitenland. Dat moet stoppen.”

“Zo beslist Audi van de ene op de andere dag om een paar duizend mensen op straat te zetten. Dat bedrijf heeft miljoenen euro’s aan belastingvermindering gekregen de afgelopen jaren. Toch kan het zomaar beslissen ermee te stoppen. Er moet een regeling komen rond die miljardensubsidies, zodat er een groter engagement komt van de bedrijven. Zodat we tenminste weten wat er gebeurt met ons belastinggeld.”

Het gaat niet goed met de industriesector in België. Denk inderdaad maar aan Audi, of bijvoorbeeld Van Hool. Wat moet er volgens jou gebeuren? 

“De automobiel-sector is zeer specifiek. De bedrijven hebben namelijk bepaalde verkeerde keuzes gemaakt en enorm geïnvesteerd in de elektrificatie van het wagenpark. Nu stelt men vast dat dat zeer dure wagens zijn. De mensen die een gemiddeld loon verdienen, kunnen zich zo’n wagen niet permitteren, waardoor die markt totaal in elkaar stuikt. Dat is niet alleen in België zo, maar in heel Europa.”

“Voor de aandeelhouders is het dan simpel. Zij stoppen dan gewoon de activiteiten, ze behouden de winsten uit het verleden en zij zijn binnen. Wie staan er op straat? Dat zijn de gewone werknemers.”

“De raden van bestuur van de verschillende bedrijven maken verkeerde keuzes, maar het zijn de werknemers die het gelag betalen en niet degenen die de beslissingen hebben genomen.”

Defensie-budget van vredesmateriaal naar oorlogsmateriaal

Bovenop die besparingen zouden we ook 1,5 miljard euro moeten uitgeven aan bewapening volgens de uitgelekte supernota. Meer geld voor tanks en minder voor pensioenen. Wat vind jij daarvan?

“Dat is natuurlijk niet oké. We moeten wel een budget hebben voor defensie. Het is naïef om in deze tijden te zeggen dat we daar geen budget voor moeten hebben. Maar het grote probleem is dat dit budget vandaag volledig wordt besteed aan oorlogsmateriaal. Terwijl we in het verleden als België gekend stonden om te investeren in materiaal gericht op vrede. We waren gespecialiseerd in machinerie om te ontmijnen. En ook in vredesonderhandelingen.”

“Nu stellen we vast dat de regering beslist om echt in materiaal te investeren om oorlog te voeren. Dat verschilt met de jaren 80, 90, 2000. Er mag geld naar defensie gaan, maar het moet gaan naar middelen die ervoor zorgen dat de oorlog stopt. En naar middelen die ervoor zorgen dat het land na de oorlog opnieuw recht raakt.”

“Vooral bijzonder is dat deze shift gemaakt is zonder parlementair debat. Een aantal mensen, zoals de top van het leger met een aantal regeringsleiders en de lobby van de oorlogsmachine natuurlijk, hebben bepaald dat vanaf nu België niet zal investeren in vredesmateriaal, maar in materiaal dat ervoor zorgt dat mensen doodgeschoten worden. Het gebrek aan democratie en aan debat in het parlement hierover, vind ik hallucinant.”

“Stemmen op N-VA leidt tot wegnemen van vakbonden”

“Dat gaat niet alleen over dat thema, maar over al onze thema’s. Over onze pensioenen, onze index, onze lonen, het gebeurt allemaal over de kap van de mensen. En dat betekent dat mensen zich niet meer betrokken voelen, zich niet meer erkend voelen, en ze dan extreemrechts stemmen. Want de politiek is allemaal hetzelfde, zeggen ze, die luisteren niet. Daar zitten we vandaag mee.”

“In Vlaanderen stemt meer dan de helft voor N-VA en Vlaams Belang. Dan krijg je die super-‘klote’-nota van Bart De Wever, die zich heel sterk voelt. Een nota die de mutualiteiten afschaft, de vakbonden afschaft, terwijl dat net de instellingen zijn die vandaag nog ervoor zorgen dat werknemers beschermd zijn. Dus ik maak me soms ook boos op werknemers die stemmen op rechtse partijen. Ik heb dat lang niet gedaan, maar begin dat nu wel te doen, omdat ik zie tot wat het leidt.”

“Als werknemers stemmen op N-VA en Vlaams Belang, dan leidt dat tot het wegnemen van de vakbonden en de mutualiteiten, terwijl dat werknemers net die vakbonden en mutualiteiten nodig hebben om erop vooruit te gaan. Schaf die morgen af en je komt in toestanden zoals in Amerika, waarbij werknemers drie of vier jobs moeten hebben en dan nog niet rondkomen.”

De afbraak van de sociale welvaartsstaat is een vruchtbare voedingsbodem voor extreemrechts. Wat moeten we volgens jou doen om de opmars van extreemrechts te stoppen? 

“We moeten stoppen met besparen en ervoor zorgen dat mensen weer inkomenszekerheid hebben, evenals de zekerheid van basisbehoeften. Dit omvat zaken zoals voldoende voedsel, wonen, de mogelijkheid om naar school te gaan, kinderopvang, en veilig met de fiets kunnen rijden. Het gaat soms om heel elementaire zaken.”

“Op veel van deze gebieden zijn er hallucinante problemen, en mensen voelen zich in de steek gelaten. We moeten opnieuw durven belastinggeld investeren in plaats van te besparen.”

“Het is ook belangrijk dat we terugkeren naar een nabijheid van diensten. Mensen kunnen nu nergens meer terecht, alles is digitaal geworden. Ze hebben geen plek meer om hun verhaal te doen. Je hoeft geen oplossing te hebben, maar simpelweg je verhaal kunnen delen helpt om frustratie en angst te verminderen. Hierdoor ben je minder geneigd om domme dingen te doen, zoals stemmen op extreemrechts.”

Tweede Amerika

Welke plannen hebben jullie vanuit de vakbond om deze besparingstrein tegen te houden?

“We zijn gelukkig nog steeds een massa-beweging, en we zullen die massa nodig hebben om de besparingen tegen te houden. Momenteel bevinden we ons in de fase waarin de nota bekend is.”

“Er wordt nu gesproken met andere vakbonden over hoe we onze werknemers het beste kunnen organiseren. In de eerste plaats moeten we ze informeren, want veel werknemers zijn niet op de hoogte van de inhoud van de nota. Ze volgen TikTok, Facebook en Instagram, maar daar komt deze informatie niet voorbij, tenzij je al geïnteresseerd bent. Als je nooit interesse hebt getoond, dan komt dit niet onder je aandacht.”

“Daarom moeten we in de bedrijven, maar ook op straat, mensen informeren en sensibiliseren. We moeten hen duidelijk maken dat het echt de verkeerde kant opgaat. We moeten ons verenigen en samen de straat opgaan om De Wever en company tegen te houden met hun plannen.”

“Als zij erin slagen de rol van de vakbonden en de mutualiteiten in de maatschappij af te breken, dan dreigt België een tweede Amerika of een tweede Groot-Brittannië te worden. Dat moeten we tegenhouden. Dat wil geen enkele werknemer, daar ben ik van overtuigd.”

Bron: DeWereldMorgen.be

Het slakkengangetje naar rechtvaardige mondiale belastingen

Het slakkengangetje naar rechtvaardige mondiale belastingen

Het heeft tientallen jaren van actie geduurd vooraleer er een inkomensbelasting kon ingevoerd worden in de meeste Europese landen. Met de internationale regulering van de belastingen zijn we goed op weg naar een vergelijkbaar proces.

De mogelijkheden om te ontsnappen aan de belastingen zijn legio, en de fraude al evenzeer. Er zijn de afgelopen jaren heel wat bewegingen ontstaan die proberen de geldstromen, de winsten, dividenden en de kapitaalvlucht in kaart te brengen. Ook institutioneel is er heel wat in beweging. Misschien dan toch wat hoop dat er ooit iets wat lijkt op fiscale rechtvaardigheid tot stand komt?

Er valt nog een lange weg te gaan. Enkele weken geleden publiceerde het ‘Tax Observatory’ zijn mondiale rapport voor 2024. Dit ‘Tax Observatory’ ontstond in 2021 in de context van de Ecole d’Economie de Paris waar Thomas Piketty werkt. Het zijn de mensen die jaren geleden al begonnen met het in kaart brengen van internationale vergelijkingen en studies van wat rijke mensen en ondernemingen betalen of niet.

Hun nieuwste rapport slaat en zalft, want ja, er is vooruitgang, maar de al dan niet legale fraude blijft enorm. De offshore belastingontwijking door superrijke mensen is de afgelopen tien jaar gedeeld door drie. Dat komt vooral door de akkoorden die er zijn over de uitwisseling van gegevens door banken. Anderzijds ging er in 2022 nog steeds duizend miljard US$ naar belastingparadijzen, dat is 35 % van de winsten van multinationale ondernemingen in andere landen dan hun thuishaven. En daarvan komt 40 % van ondernemingen uit de V.S. Toch wordt slechts 6,2 % van de winst daar ook gecreëerd. Het heet ‘profit shifting’ en heeft nagenoeg alles te maken met het dubieze systeem van de transfer prijzen. Goederen worden – fictief – tegen lagere of hogere prijzen gefactureerd in functie van de belastingen die ergens geheven worden.

De V.S. zijn echter geenszins de grootste schuldige. Frankrijk, Nederland en Ierland hebben specifieke regelingen waardoor ze erg interessant worden voor wie veel geld heeft. Dividenden blijven in de meeste gevallen onbelast.

Er zijn ook meer en meer vormen van belastingconcurrentie. De voordelen die onder het mom van milieubeleid aan ondernemingen worden gegeven, zijn tegelijk een rechtstreekse aanslag op elke poging tot fiscale rechtvaardigheid.

Voor particulieren loopt het bankgeheim stilaan op zijn eind, maar voor ondernemingen blijven er erg aantrekkelijke ontsnappingsroutes. Wat miljardairs wel volop aan het doen zijn, is hun vermogen omzetten in vastgoed. Neem Dubai, daar is naar schatting al voor zo’n 135 miljard US$ onder gebracht, en Dubai heeft geen centraal kadaster.

In totaal zou volgens de Tax Observatory zo’n 12.000 miljard US$ in belastingparadijzen zijn ondergebracht. Zwitserland neemt daarvan nog slechts 20 % voor zijn rekening, de Aziatische paradijzen, denk aan Hong Kong, Singapore, Macao, zijn sterk gegroeid.

Voorstellen en alternatieven

Het Tax Observatory doet ook enkel praktische voorstellen om de situatie te verbeteren en voldoende geld in het laatje te brengen voor klimaatbeleid.

Voor particulieren – miljardairs – wordt voorgesteld om hun vermogen met 2 % te belasten. Met drieduizend miljardairs in de wereld zou dit zo’n 250 miljard US$ kunnen opbrengen. Nu betalen deze mensen tussen 0 en 0,5 %.

Er kan ook een belasting geheven worden op al wie zijn rijkdom naar landen met lage belastingen overhevelt.

Verder moet dringend een mondiaal vermogenskadaster worden aangelegd.

Het akkoord dat door de G-20 en de OESO in 2021 werd afgesloten met 140 landen om multinationale bedrijven een minimumbelasting van 15 % op te leggen, wordt momenteel langs alle kanten uitgehold. Mocht de regeling in 2023 zijn toegepast, ze zou mondiaal 220 miljard US$ hebben opgebracht. Die gaten moeten worden gedicht, aldus het Taks Observatory dat ook voorstelt het percentage op te trekken tot 25 %.

Het South Centre heeft echter een simpeler alternatief: belast multinationals op basis van hun economische aanwezigheid en activiteit in de verschillende landen.

De landen van het Zuiden zijn over het algemeen ook niet zo te vinden voor de OESO-oplossing. Zij – en dan vooral de Afrikaanse landen – pleiten voor een VN Conventie. De besprekingen hierover zijn ver gevorderd en zullen aan bod komen op de komende Financing for Development Conferentie in 2025.

Of nog: ja, er worden stappen gezet, maar met een slakkengangetje.

In het voorwoord bij dit verslag onderstreept Joe Stiglitz nog eens dat rechtvaardige belastingen in een gemondialiseerde economie helemaal geen onoverkomelijke technische problemen stellen. Het is in eerste en laatste instantie een politieke keuze. Het is de keuze voor een beschaafde samenleving die zorg draagt voor mensen en de ongelijkheid binnen perken weet te houden. Zo simpel, maar toch zo moeilijk!

Bron: Uitpers.be