by admin | jan 5, 2026 | Varia
Hoewel het cadeau vroeger symbool stond voor de band van gever en ontvanger, is die betekenis in het kapitalisme verschoven. Het is een dwingende sociale norm geworden: een kant-en-klaar, onpersoonlijk cadeau dat je koopt omdat het hoort.
Het is 24 december en ik loop door de schemerende winkelstraten van Brussel. Samen met massa’s andere mensen zijn we op zoek naar cadeaus: ‘nog iets voor je schoonmoeder’, ‘iets voor je tante’, en ‘nog iets voor je broertje’.
De kerstversiering leidt ons door de straten heen: bungelende kitsch kerstballen, rode cadeautjes met een strik. Uithangborden en posters schreeuwen om aandacht en proberen ons naar binnen te lokken. Hier kerstkorting, daar winterkorting!
Bij een zeepboetiek blijf ik staan. Misschien kan ik hier wel iets voor iedereen vinden, denk ik, en ik zucht. Ik kom net van werk, ik heb hoofdpijn, ik ben moe. Ik heb helemaal geen zin om geld en energie uit te geven aan een cadeau dat voor niemand iets speciaals betekent. Toch loop ik naar binnen.
Hebben hebben hebben
Ja, ik moet toegeven: toen ik jarig was als kind waren cadeaus hetgene waar ik het meest naar uitkeek. Wat ging je van je ouders krijgen? Wat van je vriendjes en vriendinnetjes? Wat van je opa en oma? De kleurige verpakkingen, het uitstallen, het tintelende gevoel in je borst van ‘hebben hebben hebben’.
En dan word je ouder, en krijg je elk jaar dezelfde vraag: laat je nog even weten wat je wil hebben voor je verjaardag? Je moet er steeds langer over nadenken.
En je moet het ook steeds vaker bedenken voor anderen. Voor al die vrienden die elk jaar weer jarig zijn, voor je moeder, je nichtje, voor het Sinterklaasfeest, voor Kerst. ‘Wat zou diegene willen hebben’, denk je steeds, als je voor de zoveelste keer door die drukke winkelstraat loopt – met precies dezelfde winkels, met precies dezelfde stuntacties – ‘wat zou diegene willen hebben?’
Ik vraag me af waarom we telkens maar nog meer willen hebben. Hebben we dan niet al genoeg?
Ja, we hebben al heel lang genoeg
Het antwoord is ja. We hebben genoeg, we hebben al heel lang genoeg. Onderzoek laat zien dat we haast omkomen in spullen. Zo bezitten Belgische huishoudens gemiddeld 106 elektronische toestellen, waarvan we er heel veel niet meer gebruiken: ongeveer 55 miljoen toestellen liggen in totaal ongebruikt bij ons thuis.
Ook onze kledingkasten zitten vol: de Vlaming bezit gemiddeld zo’n 200 kledingstukken, en ongeveer een vierde daarvan wordt niet gedragen, blijkt uit onderzoek van KU Leuven.
Onderzoek van Oxfam in Groot-Brittannië gaat zelfs specifiek over kerstcadeaus. 40 procent krijgt met kerst tussen 1 en 5 cadeaus die ze eigenlijk liever niet hadden. 31 procent zegt die cadeaus uit het zicht op te bergen, en 14 procent haalt ze alleen tevoorschijn als de gever langskomt. Tien procent van de mensen gooit ongewenste cadeaus weg.
Hup, zo belandt nog een item op de afvalberg die steeds groter wordt: in 2023 produceerde een Belgische inwoner gemiddeld 700 kilo gemeentelijk afval.
In een wereld waar we zoveel hebben dat we niet meer weten wat we ermee moeten, waar spullen verdwijnen in kasten, lades en uiteindelijk op de afvalhoop. Waarom moeten we elkaar in godsnaam nog extra spullen geven?
De geschiedenis van het cadeau
De geschiedenis van cadeaus is mooier dan dat, schrijft Emy Demkes in De Correspondent. Als we terugkijken in de tijd zien we dat geschenken vroeger bijna altijd een diepere betekenis droegen. Ze noemt een voorbeeld uit de Bijbel: Jakob schenkt zijn broer Esau een groot aantal dieren om vergiffenis te vragen en hun verstoorde relatie te herstellen.
Die diepere betekenis kon van alles zijn: vriendschap, diplomatie, symboliek, verzoening, emotie.
Demkes haalt ook de Franse socioloog, antropoloog en etnoloog Marcel Mauss aan, die stelde dat geschenken een manier zijn om sociale banden te onderhouden, en daarmee fundamenteel zijn voor het menselijk samenleven.
Tja, als je het zo zegt klinkt het hartstikke mooi, dat geschenk. Alleen: zo bescheiden is het geven van cadeaus allang niet meer. Het heeft een massaal, bijna verplicht karakter gekregen dezer dagen.
Hoe kapitalisme het cadeau veranderde
Het was pas in de negentiende en twintigste eeuw dat verjaardagscadeaus in West-Europa en Noord-Amerika steeds meer een sociale norm werden. Dat had alles te maken met massaproductie, stijgende inkomens, en de opkomst van warenhuizen en reclames die verjaardagen (en cadeaus) actief gingen promoten, schrijft Demkes.
Waar Kerstmis als religieuze feestdag lang draaide om spirituele reflectie, kerkdiensten en samenzijn, verschoof het zwaartepunt in de negentiende eeuw. Kerst werd steeds meer een huiselijk familiefeest, en in prenten en commerciële illustraties verscheen de Kerstman steeds prominenter.
En zo werd ook Kerstmis vanaf de twintigste eeuw steeds commerciëler, beschrijft Demkes: winkeliers speelden daar gretig op in door speelgoed, kleding en andere consumptiegoederen aan te prijzen.
Het cadeau heeft niks meer te maken met gever en ontvanger
Het geschenk symboliseerde in traditionele samenlevingen de relaties tussen mensen: het bracht persoonlijke, sociale én materiële waarden samen, schrijft de sociaal-antropoloog James G. Carrier in Gifts and Commodities. Maar in de kapitalistische samenleving is die betekenis verschoven.
Waar mensen hun geschenk vroeger vaker zelf maakten, koop je het vandaag kant-en-klaar in de winkel, schrijft Demkes. Iemand een cadeau geven betekende ooit dat je je op een persoonlijke en langdurige manier met diegene verbond. Hier, nu, in het kapitalisme zien we het cadeau juist vaak als een “op zichzelf staand object”, schrijft Demkes: iets dat loskomt van de relatie tussen gever en ontvanger.
Zoals die lekkere zeepjes die ik voor al mijn familieleden wilde kopen: handig, veilig, voor iedereen wel oké – maar het cadeau heeft eigenlijk niets te maken met de persoon die het ontvangt, of met de relatie die ik met hen heb. En dan kunnen we dat wel verpakken in mooi papier, en het zo wat specialer maken. Het laat zien hoe erg we proberen te verbergen wat het object eigenlijk is: een massaobject die overal en altijd voor iedereen te koop is.
Het ergste cadeau
Ach, het zeepjescadeau: een klassiek ‘ik kan niet met lege handen aankomen’-cadeau. Het zijn spullen waarvan je alles behalve de persoonlijke band voelt, integendeel. Je voelt de haast waarmee het gekocht is, de luiheid waarmee het bedacht is. Je ziet de schuldige lach van degene die het je overhandigt die verraadt: ja, ik kwam net van werk en had haast. Ja, ik was moe en ik had hoofdpijn. Ja, ik ben in de stuntdeal getrapt.
Al dit zag ik voor me toen ik de zeepwinkel binnenliep, toen de geuren van slechte cadeaus mijn neus binnendrongen. Ik hield een roosgeurige variant in mijn handen en dacht: ik maak of koop volgend jaar wel iets persoonlijks – en nu even helemaal niks.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
De Vlaamse regering besliste in november om de subsidies stop te zetten voor twee sociaal-culturele volwassenenwerkingen, tegen een positieve beoordeling in, en dat vier organisaties niet meer krijgen dan het wettelijk minimumbedrag. De zes vzw’s verenigen zich nu in een nieuw platform: Tegenmacht.
Iedereen moet besparen, behalve de industrie. Dat zei Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) niet met zo veel woorden in zijn eerste septemberverklaring, maar het komt er wel op neer. Zowel het Fonds Pascal Decroos als MO* magazine werden toen al getroffen, omdat de Vlaamse regering – dixit Diependaele – “de subsidies schrapt waarvan de meerwaarde voor de Vlamingen niet opweegt tegen de nieuwe noden die de kop opsteken”.
In november was dan het middenveld aan de beurt via het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Daar moest uit een pot van 80 miljoen euro 3,5 miljoen bespaard worden.
Subsidieaanvragen worden beoordeeld door een commissie op basis van criteria die zijn vastgelegd door de vorige Vlaamse regering, onder leiding van Jan Jambon (N-VA). Toen bleek dat vooral organisaties uit Vlaams-nationalistische hoek, zoals de Vlaamse Volksbeweging en Cultuurlab Vlaanderen, niet voldeden aan die subsidiecriteria, zorgde dat voor een impasse in de Vlaamse regering. Waardoor geen enkele organisatie nog wist of, en zo ja hoeveel, subsidies ze zouden ontvangen vanaf 1 januari 2026.
Wat toen volgde, lijkt op een koehandel. Na een vergadering van de minister-president, de vicepremiers en minister van Cultuur Caroline Gennez (Vooruit) werd beslist om de subsidies te schrappen van 12 organisaties met een negatief advies, maar ook die van 2 organisaties met een positief advies. Dat zijn LABO vzw en Headquarters of The Movement (HOTM). LABO zou steun verlenen aan de klimaatbeweging Code Rood, die als gewelddadig wordt bestempeld, en HOTM had pro-Palestijns protest georganiseerd en heeft de slogan ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ op zijn website staan.
Daarnaast krijgen 4 organisaties niet meer dan het minimumbedrag van 150.000 euro, wars van het positieve oordeel van de bevoegde commissie – waarbij in sommige gevallen zelfs werd aanbevolen om het aangevraagde bedrag net te verhogen. Het gaat om Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en GetBasic, de vzw achter de nieuwssite DeWereldMorgen.
Als verklaring om de adviezen van de commissie niet te volgen, zegt minister-president Diependaele dat “er onverklaarbare zaken in die adviezen staan. Dat toont aan dat er mensen zaten in die commissies die met een eigen ideologische agenda werkten. Dus hebben we bijgestuurd op politiek niveau.”
Volgens Diependaele gaat het om organisaties die “in het verleden meededen met organisaties die geweld en vernielingen propageren”. Zij krijgen nu een “tweede kans”. Wat als een dreigement ten opzichte van deze organisaties gezien kan worden. Als zij niet in de ideologische pas van deze regering lopen, zal dat financiële gevolgen hebben. En dat is dan weer een aanfluiting van het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, dat de vrijheid van meningsuiting, diversiteit van overtuigingen en de ruimte voor verzet moet beschermen.
“Onze vleugels worden geknipt”
De concrete gevolgen van deze beslissing zijn voor de betrokken organisaties niet min.
GetBasic vzw valt terug op het minimumbedrag van 150.000 euro, terwijl het 255.000 euro had gevraagd, wat werd goedgekeurd door de commissie.
“Het grootste deel van dat geld gaat naar loonkosten”, vertelt Helenka Spanjer, journaliste bij DeWereldMorgen. “We hadden net een halftijdse eindredacteur aangenomen, maar die hebben we dus moeten laten gaan. Maar ook het huren van twee extra kantoorruimtes voor onze vele vrijwilligers en een groot videoproject hebben we moeten annuleren.”
De beweging voor kritisch burgerschap LABO (wat staat voor: leren – ageren – bewegen – organiseren) verliest haar subsidies volledig. “Wij hebben momenteel een relatief kleine subsidie binnen het decreet. Geïndexeerd werken wij met 220.000 euro”, zegt Jens Van Lathem van LABO. “De adviescommissie gaf ons een positieve evaluatie en adviseerde zelfs een bedrag van 320.000 euro.” In de plaats daarvan krijgt LABO nul euro.
Dat belemmert de sociaal-culturele werking van de vzw aanzienlijk. “Er werken zes mensen deeltijds. Daarvan zullen er vijf moeten vertrekken”, verduidelijkt Van Lathem.
Vredesactie werkt momenteel met een budget van 350.000 euro en had 437.000 euro aangevraagd. De organisatie kreeg een positieve beoordeling zonder aanbeveling, vertelt Lichen Ullmann van Vredesactie. “Het terugvallen op 150.000 euro is onwettelijk,” zegt die, “want het decreet zegt dat een organisatie met twee positieve beoordelingen niet meer dan 25 procent van het budget kan verliezen.”
Bovendien heeft de besparing ook daar invloed op de werking zelf. “Wij moeten nu waarschijnlijk meer dan de helft van onze mensen ontslaan. Natuurlijk kan je dan niet meer hetzelfde werk doen”, zegt Ullmann. “Vredesactie heeft expertise op het vlak van mobiliseren en onderzoek, op juridisch vlak, op campagne- en communicatieniveau, het heeft expertise over de wapenhandel en in rechtszaken. Dat dreigt nu allemaal verloren te gaan.”
Voor Climaxi liggen de kaarten iets anders. De sociale klimaatbeweging krijgt het wettelijk bepaalde basisbedrag van 150.000 euro, maar in tegenstelling tot de andere organisaties kreeg het, net zoals in de vorige subsidieronde, geen ondubbelzinnig positief advies. Al had de commissie wel voorgesteld om het bedrag op te trekken naar 160.000 euro.
“Dat komt door onze andere manier van werken”, vertelt Filip De Bodt. “Wij organiseren geen grote campagnes of nationale evenementen, maar gaan ter plaatse leden of aanverwante groepen ondersteunen rond bijvoorbeeld vervuiling of PFAS. Wij helpen mensen met juridisch werk en onderzoeken wat kan en wat niet kan in milieukwesties.” Dat is heel arbeidsintensief, waardoor de organisatie nu al verzuipt in het werk. Toch moet Climaxi nu een tijdelijke werknemer laten gaan.
“Je kan daar misschien een ander idee over hebben,” zegt De Bodt, “maar onze werking is redelijk succesvol. Als we mensen helpen bij het protesteren tegen nieuwe autowegen, vervuilende industrieën of stortplaatsen, maken we voor de rechtbank regelmatig kans om te winnen. Dat zorgt ervoor dat meer en meer mensen de weg naar Climaxi vinden. Tegen een aantal van die mensen moeten we nu zeggen dat we niet meer kunnen helpen.”
“Tot nu toe kregen wij 290.000 euro”, zegt Ludo De Brabander, woordvoerder van Vrede vzw. “Ons nieuwe beleidsplan kreeg een positieve beoordeling zonder aanbeveling. Bovendien adviseerde de commissie een stijging van het budget naar 391.000 euro.” In plaats daarvan krijgt Vrede vzw dus het minimum.
De Brabander zelf kreeg zijn ontslag en zit momenteel in opzegtermijn. “Als er geen verandering in de situatie komt, zullen we in september of oktober nog meer mensen moeten ontslaan”, zegt hij. “En dat is zuur, want het werkvolume is er. De thema’s waar wij rond werken, worden met de dag urgenter. Kijk naar de stijgende militaire uitgaven. We hebben ook heel erg geïnvesteerd in het Midden-Oosten, de Palestijnse kwestie en de genocide. Dat gaan we misschien allemaal niet meer zo goed kunnen opvolgen.”
“Deze beslissing heeft uiteraard impact”, zucht De Brabander. “Onze vleugels worden geknipt. En volgens mij is dat politiek ook de bedoeling.”
Kritische stemmen monddood maken
Headquarters of The Movement (HOTM), de beweging die ontstond uit cultuurhuis Le Space in Brussel, gedragen door modeontwerpster, schrijfster en activiste Rachida Aziz, krijgt geen cent meer. “Wij hebben meer dan een jaar aan een heel gedetailleerd beleidsplan gewerkt”, legt Aziz uit. “Je moet dat dan omzetten in een realistische vijfjarenbegroting. Dat is geen bedrag dat je zomaar eventjes uit je duim zuigt. Om onze doelstellingen te realiseren, kwamen we uit op een bedrag van 350.000 euro.”
De conclusie van de commissie was positief zonder aanbevelingen, de hoogst mogelijke quotering, met de vermelding dat “structurele ondersteuning noodzakelijk is om te evolueren naar een professionele organisatie met plaats voor continuïteit.”
De Vlaamse regering volgde die conclusie, maar besliste “om op voorstel van de minister bevoegd voor Cultuur (Caroline Gennez, red.) geen subsidiebedrag toe te kennen omwille van geen ondubbelzinnige afstandname van gewelddadige acties.”
“Dat wil zeggen,” verduidelijkt Aziz, “dat de Vlaamse regering niet alleen de eindconclusie, maar ook de volledige motivering met alle lovende woorden over onze werking van de beoordelingscommissie overneemt als haar eigen beslissing, maar er dan toch aan toevoegt dat we geen subsidie krijgen.”
De Vlaamse regering toont zich hier op zijn minst onbetrouwbaar, vindt Helenka Spanjer. “Je steekt er heel veel werk in om te voldoen aan alle criteria die het al erg ingewikkeld maken. En dan wordt die verantwoording met een klein, niet onderbouwd argument, zonder enig bewijs, van tafel geveegd.” En ook Spanjer voelt een politieke motivatie. “Alsof we te kritisch zijn. Nochtans volgen wij alle regeltjes.”
Zowel GetBasic vzw als Vrede vzw werden door de vorige minister van Cultuur, Jan Jambon (N-VA), gescreend op inbreuken op het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, dat bepaalt dat gesubsidieerde organisaties het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de regels van de democratie moeten respecteren.
Die screening kwam er na aantijgingen dat beide organisaties de Palestijnse beweging Hamas zouden verheerlijken. Het verslag van deze inspectie pleitte beide organisaties over de hele lijn vrij.
“Maar het lijkt wel alsof we toen op een lijst zijn gezet en ze ons nu komen pakken”, zegt Spanjer. “De overheid volgt haar eigen regels niet”, vult Lichen Ullmann aan. “Ze omzeilt ze meer en meer om kritische stemmen monddood te maken. Dat zijn maatregelen die door autoritaire regimes genomen worden.”
“Het is zeker zo dat in elke evolutie naar een meer autoritair systeem het kritische middenveld altijd een van de eerste doelwitten is dat wordt lamgelegd”, beaamt Jens Van Lathem van LABO. “Wij hebben nu eenmaal als taak om de luis in de pels te zijn. Maar ook om mensen bewust te maken en te verenigen rond kritische thema’s. Dat wordt nu onderuitgehaald.”
Volgens Van Lathem moeten we ons dan ook afvragen wat voor middenveld we nog willen in Vlaanderen. “De commissies zijn volgens het decreet waarborgen voor een onafhankelijk, autonoom middenveld, in die mate dat je niet elke keer als de macht wisselt een totaal ander verwachtingspatroon van dat middenveld krijgt en het zich op een krampachtige of angstvallige manier moet verhouden ten opzichte van die wissel.”
“Het alternatief voor dit systeem is de regering die de duim omhoog of omlaag houdt op basis van een buikgevoel en politieke voorkeuren”, zucht Rachida Aziz. “Wat nu dus eigenlijk gebeurt.”
De wet is overtreden
De 6 betrokken organisaties leggen zich niet neer bij de beslissing van de Vlaamse regering en hebben een klacht neergelegd bij de Raad van State. Elke vzw doet dat individueel, maar wel met eenzelfde advocaat en met dezelfde argumentatie.
“We hebben onszelf de kanaries in de koolmijn genoemd”, zegt Rachida Aziz. ‘We zitten in hetzelfde schuitje en voeren dezelfde strijd, die het hele middenveld en de hele cultuursector aanbelangt.”
“De wet is letterlijk overtreden”, zegt Jens Van Lathem. “We gaan er dan ook van uit dat de Raad van State de beslissing zal vernietigen.” Maar wat er dan zal gebeuren, blijft een open vraag.
Volgens Van Lathem zal de discussie opnieuw op de regeringstafel komen. “En dan moeten we uitkijken of er partijen zijn die misschien toch twee keer hebben nagedacht over de waarde van een onafhankelijk middenveld, én over de waarde van het volgen van de eigen regels van het decreet.”
Ludo De Brabander van Vrede vzw is stellig: “Ik ben heel boos en verontwaardigd omdat dit een politiek-ideologisch gemotiveerde beslissing is. Bovendien is ze gewoon onrechtvaardig. En ik ben vooral boos op het kabinet-Gennez. Ik gruwel van dit soort beleid, waarbij een partij binnen de regering op de knieën gaat voor een andere partij, in dit geval de N-VA, die al veel langer ons vel wilt.”
Hoewel ze gelooft in het oordeel van de Raad van State ziet Youna Mulock Houwer van GetBasic vzw de toekomst somber in. “De geruchten doen de ronde dat Vooruit de beslissing van de Vlaamse regering gesteund heeft, ervan uitgaande dat de Raad van State ze wel zou terugschroeven. Maar wat dan? Tegen de tijd dat de Raad een beslissing heeft genomen, is het decreet waarschijnlijk aangepast of vernieuwd.”
Daarvoor heeft de N-VA al een conceptnota ingediend eind november.
Lichen Ullmann van Vredesactie vraagt zich af of het nieuwe decreet, dat is voorzien voor 2027, zal passen binnen de lange Vlaamse geschiedenis die het middenveld beschermt, of dat de regering voor vriendjespolitiek gaat. “Maar ik hoop alvast dat de Raad van State de overheid ertoe brengt om de gevraagde subsidies alsnog aan de organisaties te geven.”
Volgens Filip De Bodt van Climaxi moet de sector in aanloop naar dat nieuwe decreet een visie ontwikkelen over zichzelf waarbij ze stelling moet innemen. “Er is veel solidariteit en er groeit een blok, maar we moeten samen een punt maken. We mogen daar strategisch gezien niet mee wachten tot het nieuwe decreet er is. We moeten zelf voorstellen doen, en die moeten niet alleen te maken hebben met het garanderen van de democratische ruimte maar ook met heel de bureaucratische poespas die komt kijken bij het opmaken van subsidiedossiers.”
De Bodt pleit voor een vereenvoudiging van de beleidsplannen. “Als organisatie moet je een conformerende managementvisie voorleggen, tientallen bladzijden schrijven in een taal die niet de jouwe is. En nu zijn we al maanden bezig met zelfverdediging in plaats van met plaatselijke dossiers. We zitten opnieuw aan ons bureau in plaats van tussen de mensen.”
Tegenmacht
Intussen hebben de 6 vzw’s het initiatief genomen om een platform op te richten: Tegenmacht.
“We willen daarmee een beweging van onderuit organiseren”, zegt Helenka Spanjer van GetBasic vzw. “We gaan verschillende acties op poten zetten en proberen zo groot mogelijk te worden en zo veel mogelijk steun te krijgen, zodat de regering ziet wat er echt leeft bij de mensen.”
“Het beknibbelen op subsidies via besparingsrondes geldt voor heel de sector”, vult Ludo De Brabander aan. “Maar die bekommernissen worden ook gedeeld door de vakbonden en 11.11.11, maar ook door de kunstensector. We praten als Tegenmacht ook met hen.”
Het middenveld speelt volgens De Brabander een essentiële rol in de democratie. “Als je de democratie wil beschermen, moet je ook het middenveld beschermen.”
“Een Palestijnse jongeman die maandenlang elke dag de acties aan de Beurs leidde, werd brutaal opgepakt en in een gesloten centrum opgesloten waar hij in duistere omstandigheden overleed”, zegt Rachida Aziz. “MR-voorzitter George-Louis Bouchez tweet dat linkse activisten moeten worden uitgeroeid als ratten en bedreigt journalisten met fysiek geweld. De Arizonaregering wil een wet die het mogelijk maakt dat de politie kan binnenvallen in ruimtes waar mensen zonder papieren verblijven.”
“Vanuit de regering zijn er constante aanvallen op vakbonden en mutualiteiten, en vooral op de rol die ze mogen en kunnen spelen. Het is een totale aanval op de democratische ruimte. Wij moeten die met zijn allen verdedigen, want anders wordt die ruimte zo klein dat velen geen adem meer zullen hebben”, besluit Aziz.
Dit artikel verscheen eerder op MO*.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
De Vlaamse regering maait het middenveld niet alleen kort – ze hakt er doelbewust de koppen af. Wat blijft er dan nog over van de democratie en de Vlaamse identiteit?
Begin november besloot de Vlaamse regering de subsidies volledig stop te zetten voor LABO vzw en HOTM. De steun aan Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen wordt herleid tot een symbolisch minimum. Dit alles gebeurde tegen het advies in van de beoordelingscommissie van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, die hun dossiers net wél positief evalueerde voor de beleidsperiode 2026–2030.
Onder de naam Tegenmacht stappen deze organisaties nu naar de Raad van State, omdat deze beslissing het subsidiedecreet, het Cultuurpact, het rechtszekerheidsbeginsel én het zorgvuldigheidsbeginsel schendt.
De maatregel is geen inhoudelijke keuze, het is pure politieke ruilhandel. De Vlaamse regering voert een soort wafelijzerpolitiek binnen haar eigen grenzen: zoals in de jaren zeventig elke investering in Vlaanderen gecompenseerd moest worden door een even grote in Wallonië, zo moet vandaag elke ‘rechtse’ organisatie die sneuvelt gecompenseerd worden door een ‘linkse’ kop op het hakblok. Zo wordt het “evenwicht” dan zogezegd bewaard.
De officiële motivering van de regering luidt, echter, dat de getroffen organisaties steun verlenen aan acties van Code Rood of “niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadige acties”. Terwijl geen van de organisaties betrokken was bij gewelddadige feiten. Sterker nog, bij het verslag van Labo vzw was het enige minpuntje “dat hun werking zich voorlopig nog te weinig buiten Gent afspeelt”. Over Code Rood dus geen woord.
Dit toont aan dat de Vlaamse regering een politiek-ideologische agenda uitvoert waarin kritische stemmen niet worden getolereerd. En dat brengt ons bij een fundamentele vraag: Als het kritisch middenveldwerk niet langer waardig wordt geacht om ondersteund te worden en dus niet meer past binnen het beeld van de Vlaamse identiteit, wat blijft er dan over van ‘Vlaming zijn’?
De Vlaamse identiteit
De beslissing om kritische stemmen financieel te muilkorven zegt uiteindelijk minder over de geviseerde organisaties dan over het Vlaanderen dat de regering zichzelf voorhoudt. Het is het beeld van een regio die liever een braaf, eenduidig verhaal bewaakt dan ruimte laat voor frictie, debat en tegenspraak. Daarom is deze subsidiebeslissing geen neutrale beleidskeuze, maar een identitaire daad: een poging om af te bakenen wie nog als “Vlaming” mag gelden en wie door kritische analyse buiten de gemeenschap wordt geplaatst.
Die poging botst nochtans met een fundamenteel gegeven: er bestaat geen eenduidige, vastomlijnde definitie van “de Vlaming”. Vlaanderen is historisch geen homogeen project geweest, maar een politieke en culturele ruimte die voortdurend is gevormd door conflict, emancipatie en verzet. Precies daarom is het kritische middenveld geen randverschijnsel, maar een drijvende kracht binnen die geschiedenis. Sociale bewegingen, vakbonden, vredesorganisaties, feministische en ecologische collectieven hebben meegestreden voor sociale rechten, democratische inspraak, culturele ontvoogding en internationale solidariteit. Wat vandaag als “te kritisch” wordt weggezet, fungeerde gisteren vaak als hefboom voor maatschappelijke vooruitgang.
Die historische rol van kritiek en organisatie staat bovendien niet los van het Vlaams-nationalisme zelf. Dat nationalisme is nauw verweven met de Vlaamse Beweging, die ontstond uit de strijd tegen taalkundige en sociale ongelijkheid. Zoals verschillende sociologische en historische studies aantonen, viel de mobilisatie van “het eigen volk” samen met het inzetten van taal als instrument van emancipatie. Het volk was daarbij geen vaststaand gegeven, maar werd politiek gevormd door organisatie, bewustwording, kritiek en collectieve actie.
In dat licht is het belangrijk om te begrijpen hoe identiteit binnen het Vlaams-nationalisme wordt geconstrueerd. Zoals Gina Heyrman stelt in Populisme, de logica van het nationalisme, verbindt het Vlaams-nationalisme ‘taal’, ‘cultuur’ en ‘volk’ tot een politiek discours met een dubbel karakter. Die verbinding kan emancipatorisch werken en leiden tot bewustzijn en mondigheid, maar kan evengoed omslaan in een conservatief ideaal van een zogenaamd “authentieke” gemeenschap: homogeen, afgebakend en beschermd tegen vermeende volksvijandige invloeden. In dat laatste geval wordt identiteit niet iets wat groeit door debat en verschil, maar iets wat bewaakt moet worden via uitsluiting.
Wanneer een regering vandaag het kritische middenveld viseert, keert ze die geschiedenis om. Ze herleidt Vlaamse identiteit tot gehoorzaamheid en verwart loyaliteit met stilte. “Vlaming zijn” wordt zo geen open en pluralistisch proces meer, maar een norm waaraan men zich moet onderwerpen. Wie vragen stelt, wordt verdacht. Wie analyseert, wordt gesanctioneerd.
De echte vraag is dus niet of deze organisaties te ver gaan, maar welk Vlaanderen hier wordt afgebakend: een Vlaanderen dat kritiek verdraagt en zichzelf durft bevragen, of een Vlaanderen dat zijn eigen democratische wortels verloochent.
‘Geld-flamingantisme’
Deze subsidiesaga staat niet op zichzelf, maar past in een bredere reeks maatregelen waarmee zowel de Vlaamse als de federale regering het middenveld systematisch uitholt. In oktober verbood de Vlaamse regering, onder impuls van minister van Financiën Ben Weyts (N-VA), het gebruik van subsidies voor administratieve en juridische procedures tegen de overheid. Ofwel: kritische organisaties mogen nog bestaan, zolang ze zwijgen. Wie zich juridisch of inhoudelijk verzet, wordt financieel drooggelegd.
Kritische organisaties worden niet gecorrigeerd vanwege inhoud, impact of kwaliteit, maar omdat ze hun rol opnemen als tegenmacht. En tegenmacht brengt geen onmiddellijk economisch rendement op. In een beleid dat maatschappelijke waarde steeds vaker herleidt tot meetbare winst, worden kritische reflectie, cultuur en collectief denken weggezet als ballast.
Die logica sijpelt ook door in andere maatschappelijke structuren, zoals het onderwijs- en cultuurbeleid. Kunst, sociaal werk en burgerschapsvorming moeten zich voortdurend verantwoorden in termen van “return on investment”, terwijl hun maatschappelijke functie net ligt in het bevragen van dat kader. Soft skills, kritische vorming en cultuur worden zo langzaam uitgehold, niet omdat ze overbodig zijn, maar omdat ze niet renderen binnen een strikt economisch bestel.
Zo verschuift de Vlaamse identiteit meer en meer naar een soort van ‘geld-flamingantisme’: een Vlaamse identiteit die niet gebouwd wordt op gedeelde waarden, historische reflectie of pluralisme, maar op economische bruikbaarheid en politieke gehoorzaamheid. Kritiek wordt geen teken van betrokken burgerschap meer, maar een kostenpost die geëlimineerd moet worden. Dit is gevaarlijk voor onze democratie, want een gemeenschap die haar kritische stemmen elimineert, verliest niet haar tegenstanders, maar haar vermogen tot zelfreflectie.
Onze toekomst
Ironisch genoeg staat dit beleid haaks op de identiteit die Vlaams-nationalistische partijen zelf naar voren schuiven. Volgens een analyse van TopAtelier uit 2025 verwijst de centrale figuur van het Vlaams-nationalisme – Bart De Wever – naar taal, cultuur en gedeelde waarden uit de Verlichting als fundamenten van de Vlaamse identiteit. De Verlichting wordt daarbij niet voorgesteld als een breuk met het verleden, maar als een kritisch denkkader dat waarschuwt tegen een blind universalisme en doorgedreven individualisering. Integendeel, zo stelt de analyse, De Wever pleit expliciet voor een herwaardering van gemeenschap, kritisch denken en rationaliteit.
Die waarden zijn historisch gezien allesbehalve vreemd. De Vlaamse ontvoogding is immers gegroeid uit kritiek, verzet en collectieve organisatie: tegen Franstalige dominantie, tegen sociale ongelijkheid, en vóór politieke en culturele zelfbeschikking. De Vlaamse identiteit werd niet opgebouwd door gehoorzaamheid, maar door contestatie. Het is dan ook opmerkelijk en paradoxaal dat dezelfde regering vandaag net die kritische gemeenschap niet langer waardig acht om in te investeren.
De Verlichting wordt vaak opgevoerd als fundament van de democratie, maar in de huidige beleidskeuzes lijkt de Vlaamse regering dat democratische spoor zelf te verlaten. Mijn begrip van Vlaamse identiteit sluit eerder aan bij het denken van politicologe Chantal Mouffe, die pleit voor een ‘agonistische’ democratie: een politiek model waarin tegenstellingen niet worden uitgewist, maar erkend en uitgevochten binnen gedeelde democratische spelregels. Conflict, passie en tegenspraak zijn daarin geen bedreigingen, maar noodzakelijke voorwaarden voor een levendige democratie en een betekenisvolle vrije meningsuiting.
Een politiek die geen kritische tegenmacht verdraagt, effent niet het pad naar stabiliteit, maar naar radicalisering. En net dat staat haaks op wat Vlaanderen historisch is geweest: geen monolithisch blok, maar een veelstemmige gemeenschap van uiteenlopende geschiedenissen en narratieven met – niet onbelangrijk – een hardnekkige voorliefde voor het opentrekken van een grote mond.
Daarom is de inzet van de juridische strijd van Tegenmacht groter dan het lot van enkele organisaties. Het gaat om de vraag of kritiek opnieuw erkend mag worden als een wezenlijk onderdeel van het Vlaamse democratische weefsel. Als Tegenmacht deze strijd wint en de subsidies worden hersteld, is dat meer dan een administratieve correctie: het is een signaal dat tegenstemmen niet hoeven te verdwijnen om te mogen bestaan.
Misschien ligt daarin de hoop: dat Vlaanderen zich herinnert dat haar kracht nooit lag in stilte of volgzaamheid, maar in het recht – en de moed – om te blijven denken en vooral hun mond open te trekken.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
We bevinden ons in een moment van diepgaande crisis voor zowel het liberalisme als het kapitalisme. Toenemende ongelijkheid, stagnerende productiviteit en klimaatafbraak – om er maar een paar te noemen – ondermijnen ons sociale systeem. In 2026 zullen deze crises, volgens econoom Grace Blakeley, alleen maar moeilijker te negeren worden.
Het hoofdverhaal zal waarschijnlijk niet één enkele schok zijn. In plaats daarvan zullen we het voortdurende uiteenvallen zien van een sociaal systeem dat bijeen wordt gehouden door schuld, ontkenning en, steeds vaker, brute kracht. De vraag voor 2026 is niet óf er iets zal breken, maar wát er zal breken – en wie gedwongen zal worden te betalen wanneer dat gebeurt.
De grenzen van hoge rentetarieven
Centrale banken zullen blijven volhouden dat hun werk bijna klaar is. Ze zullen ons vertellen dat de inflatie onder controle is, terwijl ze de rente hoger houden dan iemand in de jaren 2010 had verwacht. Maar in 2026 zal de schade die het gevolg is van aanhoudend krap monetair beleid onmogelijk te negeren zijn. Buiten sectoren die worden gedragen door de AI-bubbel zal de bedrijfsinvestering waarschijnlijk zwak blijven, zal de productiviteit blijven stagneren en zullen de balansen van huishoudens steeds kwetsbaarder worden.
Centrale bankiers zullen balanceren op een koord tussen het hoog genoeg houden van de rente om inflatie te temperen, en het laag genoeg houden ervan om een recessie te vermijden. Maar dit evenwicht wordt veel moeilijker naarmate de AI-bubbel verder opblaast. Lage leenkosten zullen de grote spelers aanmoedigen om meer te lenen voor de bouw van datacenters – en hoe meer schuld zich tijdens de opwaartse fase van deze bubbel opstapelt, hoe meer pijn er zal worden gevoeld wanneer ze barst.
Ondertussen verdwijnen de onderliggende oorzaken van inflatie – de klimaatcrisis, monopolistische marktmacht en handelsoorlogen – niet. Klimaatontwrichting blijft voedselproductie riskanter en duurder maken, wat leidt tot hogere prijzen voor consumenten. Grote bedrijven zullen hun marktmacht blijven gebruiken om consumenten uit te knijpen. En de grote strijd tussen de VS en China zal wrijvingen in de wereldhandel blijven veroorzaken. Geen van deze problemen kan worden opgelost met hogere rentetarieven – maar dat betekent niet dat centrale bankiers niet zullen blijven proberen, waarbij ze de pijn in het proces bij werkende mensen neerleggen.
Bezuinigingen 2.0
Nu de verkiezingen in verschillende grote economieën achter de rug zijn, de rente relatief hoog is en de groei zwak blijft, zullen we waarschijnlijk een terugkeer zien van de politiek van bezuinigingen. Politici zullen ons vertellen dat er geen geld meer is en dat ze de overheidsuitgaven moeten inperken in naam van stabiliteit en discipline.
Natuurlijk hebben bezuinigingen niets te maken met het terugdringen van overheidstekorten. Vraag het maar aan Trump: zijn “Department of Government Efficiency” slaagde er vooral in om de krantenkoppen te halen, terwijl de overheidsuitgaven gewoon bleven stijgen. Zoals we na de financiële crisis zagen, betekenen bezuinigingen dat er wordt gesneden in die onderdelen van de staatsuitgaven die werknemers ten goede komen, terwijl er tegelijk meer cadeautjes gaan naar de rijken en machtigen. Met andere woorden: het is opnieuw een wapen in de klassenstrijd die door de top wordt gevoerd.
Reken op verdere uitholling van publieke diensten, bezuinigingen op sociale zekerheid en het gestage verval van publieke infrastructuur – naast steunmaatregelen voor wapenproducenten en fossielebrandstofbedrijven, belastingverlagingen voor de rijken en subsidies voor machtige monopolies. Oproepen tot vermogensbelastingen zullen genegeerd blijven, zelfs terwijl werkende mensen gedwongen worden een groter deel van de belastinglast te dragen. De combinatie van hogere belastingen en lagere overheidsuitgaven zal veel huishoudens over de rand duwen.
Afleidingen door de cultuurstrijd
Terwijl de levensstandaard stagneert en de publieke voorzieningen achteruitgaan, zullen politici die in de zak zitten van gevestigde belangen blijven zoeken naar manieren om de schuld af te schuiven. Zoals ik eerder in mijn column schreef: zolang rechts mensen gefocust kan houden op thema’s uit de cultuurstrijd in plaats van op de kosten-van-levensonderhoudcrisis, zullen ze verkiezingen blijven winnen. Verwacht meer schermutselingen in de cultuurstrijd, meer zondebokdenken richting migranten, en meer moraliseren over individueel gedrag.
De giftige combinatie van individualistische politiek en economische stagnatie zorgt ervoor dat cultuurstrijdpolitiek aantrekkelijk blijft. Het idee is om mensen elkaar – en zichzelf – de schuld te laten geven van de mislukkingen van een economisch systeem dat is ontworpen om de rijken te bevoordelen.
Scheuren in het arbeidsakkoord
Een van de belangrijkste – en minst besproken – ontwikkelingen van de afgelopen jaren is de herpolitisering van werk. Tijdens de pandemie en de kosten-van-levensonderhoudcrisis herwonnen werknemers in veel sectoren enige onderhandelingsmacht, doordat de arbeidsmarkten krapper werden en loonconflicten oplaaiden. Maar de afgelopen jaren hebben we een scherpe terugkeer gezien naar het tegenovergestelde. Hoge rentes, gecombineerd met de impact van AI, hebben de positie van arbeid ten opzichte van kapitaal verzwakt. En beleidsmakers die bezorgd zijn over AI-gedreven werkloosheid hebben geprobeerd de rechten van werknemers verder af te bouwen om “flexibiliteit” op de arbeidsmarkt te bevorderen. In 2026 zullen de grenzen van deze strategie duidelijk worden.
De reële lonen liggen in veel landen nog steeds onder hun piekniveau van vóór de inflatieschok. Werk is steeds onzekerder geworden, én intensiever en strenger gemonitord. Werkgevers investeren zwaar, niet alleen in AI, maar ook in surveillancetechnologieën die bedoeld zijn om met minder werknemers meer arbeid uit te persen. Ze beloven daardoor productiviteitsstijgingen, maar de productiviteit blijft stagneren. In plaats daarvan leiden deze veranderingen tot burn-out en precariteit voor werknemers, terwijl ze het conflict tussen werknemers en bazen zichtbaarder maken.
We zien het resultaat nu al: een openlijk confronterende arbeids-politiek. Stakingen zijn teruggekeerd in sectoren die ooit als immuun werden beschouwd – van logistiek tot horeca en zorg – terwijl het vakbondslidmaatschap is gestegen onder jonge, kwetsbare werknemers in moeilijk te organiseren sectoren. Naarmate we 2026 ingaan, blijft de groei zwak en zullen werkgevers harder duwen om hun marges te beschermen, waardoor deze conflicten zullen verhevigen.
Versterking van verzet
Als je al deze trends bij elkaar optelt, dan kijken we aan tegen een jaar van verscherpt klassenconflict. Maar dat betekent ook dat de rest van ons nieuwe manieren zal moeten vinden om terug te vechten. Naarmate het moeilijker wordt om het hoofd boven water te houden in een economisch systeem dat wordt gekenmerkt door dalende inkomens, onzeker werk en oplopende schulden, zullen mensen worden aangemoedigd om zichzelf de schuld te geven van de dalende levensstandaard. Maar zelfs in sterk individualistische samenlevingen gaat die strategie maar tot op zekere hoogte op.
Als je ziet dat iedereen op je werk, in je familie en in je gemeenschap moeite heeft om rond te komen, dan besef je op een gegeven moment dat het systeem kapot is – niet jij. In die context zullen we mensen zien samenkomen om collectieve oplossingen te ontwikkelen voor gedeelde uitdagingen. We zullen een heropleving zien van netwerken voor wederzijdse hulp, organisatie onder huurders en buurtcampagnes – evenals de verdere versterking van de arbeidersbeweging en linkse politieke bewegingen die de geconcentreerde rijkdom en macht aan de top uitdagen.
Deze bewegingen en campagnes zullen kwetsbaar en ongelijkmatig blijven – en ze zullen allemaal te maken krijgen met felle tegenstand van het sterker wordende extreemrechts, dat wordt gesteund door machtige gevestigde belangen. Maar naarmate ze groeien, zullen meer mensen het hyper-individualistische economische model dat ons zo lang met elkaar heeft laten concurreren in twijfel trekken – en in plaats daarvan nieuwe manieren vinden om samen te werken.
Dit artikel verscheen eerder in het Engels op de Substack van Grace Blakeley.
Bron: dewereldmorgen.be