1 september, begin van het nieuwe schooljaar

De vakantie is voorbij en de schooldeuren gaan weer open, voor leerlingen én leerkrachten. Een nieuw schooljaar vol nieuwe kansen, mooie momenten en bijzondere ontmoetingen. We kijken ernaar uit om bekende gezichten terug te zien en nieuwe vrienden te maken. Misschien brengt de eerste schooldag wat spanning met zich mee, maar vooral ook veel enthousiasme. Samen maken we er opnieuw een warm, fijn en gezellig schooljaar van.
Een jaar waarin we samen leren, groeien, elkaar helpen en vooral veel mooie momenten willen beleven. Er zullen dagen zijn waarop alles vanzelf lijkt te gaan, maar ook momenten waarop het wat moeilijker is. Blijf in jezelf geloven, wees lief voor elkaar en weet dat je er nooit alleen voor staat. Op naar een prachtig schooljaar vol warmte, vriendschap, groei en mooie ervaringen! Wij wensen alle leerlingen en leerkrachten een heel fijne start en vooral een fantastisch schooljaar toe!

Waar ging ons wiskundewonder naartoe? PISA legt dramatische uitholling in ons onderwijs bloot

Waar ging ons wiskundewonder naartoe? PISA legt dramatische uitholling in ons onderwijs bloot

Waar Vlaanderen zich twintig jaar geleden op de borst kon kloppen als internationale wiskundetopper, is onze voorsprong nu helemaal verdampt. Voor wiskunde én taal zet de vrije val zich door, zelfs bij de meest kansrijke 15-jarigen. In het BSO kan driekwart van de leerlingen zelfs geen folder lezen en begrijpen. Dat blijkt uit de nieuwe PISA-resultaten. “De cijfers zijn niet goed, we gaan ze niet mooier maken”, aldus onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA). Toch bevatte dit nieuwe PISA-onderzoek een opsteker die een enorm potentieel verraadt.

Het nieuwe internationale PISA-onderzoek van de organisatie van rijke landen OESO, dat om de drie jaar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen meet en internationaal vergelijkt, brengt een zoveelste slecht rapport voor ons onderwijs. “Ook voor volgende PISA-metingen moeten we geen mirakels verwachten”, kondigde onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) alvast aan.

De onderzoekers schetsen een ontluisterend beeld van wat onze scholieren opsteken op de schoolbanken. De scores voor wiskunde zijn ronduit in vrije val. Waar in 2003 nog ruim een derde van de Vlaamse jongeren (34,3%) tot de absolute uitblinkers behoorde, is dat nu nog amper één op de negen (11,8%). Tegelijkertijd steeg het aandeel leerlingen dat de absolute basisgrens voor wiskunde niet haalt – en dus moeite heeft met eenvoudige berekeningen of het omzetten van eenheden – van 11% naar meer dan 27%.

Ook voor Nederlands is de verhouding tussen de top en de bodem op twintig jaar tijd compleet gekanteld. Vandaag mist bijna 30% van alle 15-jarigen het basisniveau voor lezen. In het BSO gaat het zelfs om drie op de vier leerlingen die het niveau niet halen om een eenvoudige folder te begrijpen. Ook bij kinderen met een andere thuistaal, een migratieachtergrond of een kansarme thuis haalt de helft die basis niet.

Onderwijsminister Demir slaat de ogen neer bij deze resultaten: “Ik ben beschaamd dat ik dit moet presenteren. De ongelijkheid is bijzonder groot. Dit kunnen we niet aanvaarden in deze complexe wereld. Kinderen missen cognitieve vaardigheden die essentieel zijn om later een job uit te oefenen. Dat is niet alleen economisch belangrijk, maar heeft ook een directe impact op hun persoonlijk geluk en gezondheid. We verliezen onze top en laten steeds meer jongeren achter.”

Ook kansrijke top brokkelt af

De daling blijkt bovendien niet enkel toe te schrijven aan een gewijzigde leerlingenpopulatie. Zelfs onder 15-jarigen van wie de wieg stond bij hoogopgeleide, goedverdienende ouders die thuis Nederlands spreken, zakte het aandeel wiskundetoppers spectaculair van 72% naar 42%. Voor taal halveerde dat cijfer van 42% naar 23%.

Voor wetenschappen dalen de Vlaamse scores minder sterk en blijven ze stabiel ten opzichte van 2022. Maar er is meer: voor één specifieke discipline haalt Vlaanderen op Estland na de beste score van heel Europa. Het gaat om ‘computationeel probleemoplossen’, oftewel het oplossen van complexe digitale problemen. “Dat relativeert de slechte cijfers voor lezen en wiskunde niet, maar het toont wel hoeveel potentieel er in onze jongeren zit”, aldus Demir.

Weg naar verbetering

In geen enkel EU-land stegen de gemiddelde scores voor lezen of wiskunde in de afgelopen tien jaar. “Maar er zijn landen die wél standhouden, zoals Engeland, Estland en Ierland”, zegt Demir. “De weg naar verbetering is er. Het Engelse onderwijs koos tien jaar geleden nadrukkelijk voor meer kennis. Vanaf dit schooljaar zetten wij in het basisonderwijs opnieuw sterk in op Nederlands, kennisrijke minimumdoelen en hoge verwachtingen voor ieder kind.”

Die hervormingen mogen volgens de minister niet stoppen aan het einde van het lager onderwijs. “De minimumdoelen van de eerste graad secundair moeten beter aansluiten bij die van het basisonderwijs. Er is bijzondere aandacht nodig voor de B-stroom, waar nu soms kinderen terechtkomen die amper het niveau van het vierde leerjaar halen.”

Bron: HLN.be

Guy Verhofstadt over het succes van het populisme: “De liberale democratie is een mislukt experiment”

“Verkiezingen gaan niet langer over de richting die een land moet uitgaan, maar over de vraag of de democratie overleeft.” Waar komt dat populistische succes vandaan? Voormalig premier Guy Verhofstadt maakte een gedurfde analyse en lanceert een rist oplossingen.

Eind maart 2023 was Guy Verhofstadt (Anders) voor een gastcollege aan de Harvard-universiteit. In zijn vrije tijd kuierde hij langs de vele boekhandels in Boston. De voormalige Belgische premier stond versteld van het aantal politieke boeken. Talloze politicologen hielden de crisis van de Amerikaanse democratie tegen het licht. “Denken over politiek beleeft er een enorme hausse, alleen helaas niet bij de politici zelf”, zegt hij grinnikend. Wat hij in Boston aanschafte, vormde de basis voor zijn boek De burger in opstand, dat dinsdag verschijnt bij De Arbeiderspers.

Verhofstadt heeft altijd veel geschreven. Zijn legendarische Burgermanifesten schudde begin jaren 90 de politieke verhoudingen op. Maar met De burger in opstand, waarin hij op zoek gaat naar de wortels van het populisme, heeft hij zijn magnum opus beet. Zijn analyse is grondig, veelzijdig, intelligent en gedurfd. Ook reikt hij bevlogen remedies aan, typisch voor een politicus die zichzelf, ook op zijn 72ste nog, als een hemelbestormer ziet.

Nochtans verliet Verhofstadt twee jaar geleden het Europees Parlement en daarmee de politiek. Hij was ontgoocheld. “Niemand durft daar een vuist te maken. Ik vond het nuttiger om een boek te schrijven dan om daar te blijven zitten.”

Uw boek opent met: “De tijd zal uitmaken of de aanstelling van Donald Trump even rampzalige gevolgen heeft als de aanstelling van Adolf Hitler.” Dat is een straffe binnenkomer.

(lacht) “Na die inleidende paragraaf haakte mijn literaire agent in de VS meteen af. De zelfcensuur daar is een beangstigende evolutie, een duidelijk teken van de crisis van de liberale democratie. De jaren 30 echoën.”

“Veel politicologen dachten dat de democratie in de VS zich na de eerste ambtstermijn van Trump zou reinigen van dat extreemrechtse gedoe. Het omgekeerde gebeurde, juist omdat Trump op 6 januari 2021 opriep tot een staatsgreep. Die datum wordt nu door de populisten verheerlijkt, de oproerkraaiers worden gerehabiliteerd … (grijnst) De vergelijking met de Bierkellerputsch van Hitler in 1923 heb ik geschrapt.”

Ook straf: de liberale democratie beschouwt u als een mislukt experiment. Voor een liberaal is dat vloeken in de kerk.

“Vloeken? Dat is gewoon een vaststelling. In 1989 schreef Francis Fukuyama dat de onweerstaanbare combinatie van liberale democratie en vrije markt het einde van de geschiedenis zou inluiden. Dat viel dik tegen. Landen als Rusland en China zijn autocratieën gebleven. Bovendien mislukten alle nieuwe democratische bewegingen: de Arabische Lente, Iran, Hongkong, Wit-Rusland, Georgië …”

“Ook hieven we de ideologische tegenstellingen op. Socialist, liberaal, christendemocraat: plots was het allemaal hetzelfde. Politiek ging niet meer over visie, maar over pragmatiek. Ik vond het indertijd geweldig dat de socialisten vielen voor deregulering, de totale implosie van de ideologie zag ik echter niet aankomen. Doordat de socialisten halve liberalen werden, verloor de middenklasse haar klassieke beschermheren.”

“Het politieke centrum degradeerde tot een leegte zonder zuurstof, de middenklasse verzeilde in het kamp van de rechts-populisten. Die hebben slechts een minuut nodig om uit te leggen wat er volgens hen gebeurt: de Chinezen duwen u uit uw job, de migranten duwen u uit uw land en uw cultuur. Verkiezingen gaan niet langer over de richting die een land moet uitgaan, maar over de vraag of de liberale democratie overleeft. Nederland is eraan ontsnapt. Maar wat zal er in Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk gebeuren?”

Niet alleen de ideologie is zoek volgens u, u speurt tevergeefs naar politiek talent.

“Een politiek mandaat spreekt niet meer tot de verbeelding. Zelf kan ik het niet meer doen, maar ik hunker naar een jongeling uit binnen- of buitenland die met een radicaal boek of manifest alles onderuithaalt. Maar er zijn geen manifesten meer. Zo verdampt elke ideologie.”

“Ideologie geeft richting aan de publieke opinie, ze omschrijft hoe de samenleving in elkaar zit en wat er moet gebeuren om ze beter te maken. En welke richting geven de populisten? De achteruitgang zal morgen groter zijn dan vandaag, de ondergang wenkt. Tegenover de these van het populisme moet een antithese worden neergezet. Iets wat het gesleutel aan het belastingssysteem of de sociale zekerheid overstijgt.”

Populisten hebben hun succes deels te danken aan hun framing van het migratieprobleem. Valt daar iets tegenover te zetten?

“Het antimigratiegevoel is niet toegenomen, zij die tegen migratie zijn, klinken alleen luider. En politici zwengelen de angst aan. Toen de extreemrechtse Noor Anders Breivik vijftien jaar geleden tientallen mensen doodschoot, vond bijna iedereen zijn manifest, dat over omvolking ging, van de pot gerukt. Tegenwoordig neemt elke mainstream rechtse politicus dat woord in de mond.”

“Migratie is een realiteit, en mensen zijn bang. Maar meer dan taal of ras ligt religieuze fragmentatie daaraan ten grondslag. (klopt op tafel) Daarom mogen we niet toegeven als het gaat over gebruiken die vloeken met onze liberale waarden. Verenigingen of scholen moeten bijvoorbeeld het recht hebben om het dragen van de hoofddoek te verbieden.”

Ook het kapitalisme is verantwoordelijk voor de malaise, schrijft u.

“De ongelijkheid is uitgerekt, het digitale tijdperk gaat gepaard met buitensporige monopoliewinsten. Mensen starten niet met gelijke kansen, voor loontrekkers is het onmogelijk om rijk te worden. Kapitaal floreert meer dan arbeid. En met een overheidsbeslag van meer dan 50 procent zijn de grenzen van de herverdeling bereikt. Daarom moeten we het bezit van kapitaal democratiseren. Van elke arbeider moeten we een kapitalist maken, met een stuk van zijn bedrijf in zijn bezit.”

De kerngedachte van uw boek is take back control. De burger moet terug het gevoel het gevoel krijgen dat hij ertoe doet.

“Ik houd niet van het woord gevoel, mensen moeten effectief greep krijgen. Greep krijgen op de politiek en de economie, dat was de motor achter de Franse en de Amerikaanse revolutie. Tweehonderd jaar later stellen we vast dat het loze beloften waren. De middenklasse dreigt te verdwijnen: ze krijgt steeds minder van de economische taart en ze doet er politiek niet meer toe.”

Een deel van de oplossing is volgens u meer inspraak voor de burger.

“Voor mij blijft het een grote werf voor de toekomst. Ons representatief systeem voldoet niet, maar ik geloof evenmin in de gelote democratie die David Van Reybrouck voorstelt. Dat is een gokspel zonder legitimiteit. Zwitserland heeft met zijn geïnstitutionaliseerde referendum een tweede pijler. Ik verwerp occasionele referenda, zoals het Brexit-referendum, die splijten de samenleving. Ik wil verder gaan: ik stel voor dat elke burger ervoor kan kiezen om zelf aan het politieke spel deel te nemen, in plaats van zich te laten vertegenwoordigen. Digitaal moet dat kunnen. Die burgers kunnen uitgroeien tot een echte machtsfactor.”

Enkele van uw remedies zijn erg hoog gegrepen: het opsplitsen van techgiganten, democratische allianties op wereldvlak …

“Oh, maar het opknippen van de techgiganten is in Europa heel makkelijk. Wat hebben de Amerikanen met Tiktok gedaan? Ze hebben moederbedrijf Bytedance verplicht om het te verkopen. Op basis van de concurrentieregels kan de EU perfect hetzelfde doen. Maar ze doet net het omgekeerde.”

“Natuurlijk zijn sommige ideeën niet voor morgen. Maar ik mag toch het einddoel schetsen? Ik geef een voorbeeld: het ETS-systeem van de EU (dat de handel in uitstootrechten regelt, red.) zou zich beter uitspreiden over de hele wereld. Nu loopt de EU tegen haar grenzen aan.”

Het eerste hoofdstuk leest als beknopte memoires.

“Ik zie toch een lijn in mijn denken. (lachje) Eens begrotingsminister, altijd begrotingsminister, dat Baby Thatcher-achtige kantje ben ik nooit kwijtgeraakt. De Rwanda-tragedie (Verhofstadt bood in 2000 zijn excuses aan in Kigali namens de Belgische regering, omdat België zijn blauwhelmen uit Rwanda weghaalde terwijl de genocide volop aan de gang was, red.) leerde me evenwel dat het materiële niet allesbepalend kan zijn. Het goede gebeurt niet spontaan, dat moet worden afgedwongen. Wanneer je alles op zijn beloop laat, ontstaat er geen ideale samenleving.”

“Als ik terugkijk op die Burgermanifesten: veel daarvan hebben we niet gerealiseerd. Ik stak te veel energie in de vraag of er stemrecht dan wel stemplicht moest zijn. De echte uitdaging is natuurlijk om burgers echt te laten deelnemen aan het democratische proces. Dat luik heb ik onvoldoende uitgewerkt.”

U vertelde in uw eerste interview als premier dat het succes van uw regering mocht worden afgewogen tegen de neergang van Vlaams Belang.

“Dit boek gaat over de doorbraak van het populisme, ik kan dus moeilijk zeggen dat ik geslaagd ben. Maar ten tijde van de Burgermanifesten scoorde Vlaams Belang minder goed, want er was een alternatief. Dat is ook mijn punt: we moeten terug naar de visionaire politiek, ook al klinkt die dromerig en utopistisch. Het populisme is gebaseerd op wraak, op afkeer, op afgunst. Mensen hebben geen hoop voor de toekomst, dus vallen ze terug op rancune.”

Dit moeten opwindende tijden voor u zijn. Dankzij de gebiedshonger van Trump naar Groenland groeit er een sense of urgency in Europa.

(haalt de schouders op) “En dan? Verandert er iets? Friedrich Merz, Emmanuel Macron en zelfs Bart De Wever zaten de afgelopen week alweer bijeen om het probleem van de competitiviteit op te lossen. Maar een echte eengemaakte markt, een Europese defensiegemeenschap incluis, blijft voorlopig uit. Alleen voormalig voorzitter van de Europese Centrale Bank Mario Draghi pleit daar nog voor. Hij is een redelijke mens, geen fanatiekeling zoals ik. Ik was natuurlijk zo onnozel om als premier al in 2005 de eengemaakte markt te promoten met mijn boekje De Verenigde Staten van Europa.

“We moeten naar die defensiegemeenschap. Met het optrekken van het budget naar 2 procent van het bbp lossen we onze defensieproblemen niet op. Nee, we verkwanselen nog wat meer geld. We geven nu al veel meer uit dan de Russen en staan toch zwakker. En dan zegt mijn goede vriend Mark Rutte, secretaris-generaal van de Navo, dat die Europese defensiepijler er niet komt. Welke landen gaan er troepen sturen als Rusland Estland binnenvalt? Polen misschien. En Litouwen. Van de Amerikanen zijn we niet zeker.”

Misschien zoekt de Europeaan geborgenheid in de natiestaat?

“De publieke opinie is sinds de inval in Oekraïne gekanteld, 80 procent van de Europeanen wil meer Europa. Toch durven de politici niet door te pakken, omdat ze zwaarder tillen aan hun nationale leiderschap. Ze willen geen macht afstaan. En daar gaat de politiek natuurlijk over: macht. Maar met dat Europese project verdwijnen de natiestaten niet. Geen enkel land noch cultuur zou verdwijnen.”

Heeft het liberalisme in België nog een toekomst?

“Zeker, maar het gevoerde beleid kunnen we moeilijk liberaal noemen. Een liberale kijk, op het scherp van de snee zoals ik het in mijn boek beschrijf, kan een enorme voedingsbodem zijn. Als ze dat capteren als een ander kapitalisme, een andere democratie en een andere wereldorde, dan kan ik daar best mee leven. “

“In 2003 haalden we 26 procent bij de verkiezingen, nu nog 8. We waren lang te zeker van onszelf. We dachten dat het liberalisme had gewonnen. Niks ging ons tegenhouden. Wij liberalen zijn allemaal te gemakzuchtig geworden.”

Bron: De Standaard

Zuhal Demir zet het onderwijs naar haar hand: “De voorbije 20 jaar zijn de verkeerde keuzes gemaakt”

Zuhal Demir zet het onderwijs naar haar hand: “De voorbije 20 jaar zijn de verkeerde keuzes gemaakt”

Het protest in het onderwijsveld tegen de strakke hand van minister Zuhal Demir (N-VA) zwelt aan. Maar zelf omarmt ze het imago van ‘micromanager’ volledig. Ze opent zelfs een discussie die zo oud is als België. “Er mag een debat komen over de grondwettelijke vrijheid van onderwijs.”

Niemand in de Vlaamse regering heeft zulke zware bevoegdheden als Zuhal Demir (N-VA). Vorige week werd ze nog als onderwijsminister aangevallen door Vooruit en CD&V vanwege een omstreden subsidie. Deze week stonden de spotlights plots op Werk, één van haar andere beleidsdomeinen. Als bevoegd minister bekrachtigde ze het ontslag van Wim Adriaens, de topman van de VDAB. “Dit is een slecht moment voor zo’n ontslag”, zegt Demir. “Door de beperking van de werkloosheid in de tijd heeft de VDAB heel wat extra werk en de dienst staat voor een grote hervorming.”

Aan de basis van het ontslag ligt de aanwerving van een Taiwanese vrouw. Waarom heeft de VDAB-topman haar eigenlijk aangeworven?

“Het gaat vooral over de manier waarop ze is aangeworven. Meer wil ik daar ook niet over zeggen. Het is een personeelsdossier. Wel zeker is dat er een deontologische fout is gebeurd. Twee maanden geleden heb ik de audit daarover gekregen. Daarna ben ik in gesprek gegaan met verschillende mensen. Ik heb ook onmiddellijk opdracht gegeven om de aanwervingsprocedures aan te passen en te verstrengen. Finaal heeft de gedelegeerd bestuurder zijn mandaat neergelegd.“

Er is veel politieke kritiek op de VDAB. Heeft het ontslag ook daarmee te maken?

“Als bevoegd minister zal ik de mensen bij de VDAB altijd verdedigen. In Vlaanderen hebben we een werkzaamheidsgraad van bijna 80 procent, mede dankzij hun werk. De kritiek is soms wat vrijblijvend. Maar ik vind wel dat de organisatie een metamorfose moet ondergaan. Dit ontslag is niet fijn. Maar we gaan snel op zoek naar vervanging. Eerst zal ik iemand tijdelijk aanduiden, wellicht van binnen de organisatie. Daarna zal ik iemand benoemen die mee de VDAB wil hervormen. Dichter bij de lokale besturen, aanklampender voor wie allang zonder werk zit, en warmer voor langdurig zieken en leefloners.“

Vorige week kwam u zelf ook onder vuur, van de eigen coalitiepartners dan nog. Kan u Vooruit-parlementslid Hannelore Goeman echt nooit meer vergeven?

“Het was een persoonlijke aanval van iemand die een karaktermoord wilde plegen op basis van leugenachtige informatie in een Tiktok-filmpje. Binnen Vooruit heb ik wel niemand gehoord die haar bijtrad, en ze heeft het filmpje ook verwijderd. Maar het incident blijft gebeiteld in mijn hoofd en hart. Ze verweet me elitescholen te organiseren voor de happy few. Wie mij kent weet dat dat bullshit is. Ik wil net dat kinderen via sterk onderwijs kunnen worden wat ze willen worden. Opwaartse mobiliteit. Ik ben daar zelf ook het product van.”

Ziet u dan geen enkel probleem in de subsidie van 8,2 miljoen aan het Thomas More centrum van Tim Surma?

“Nee. We willen opnieuw inzetten op kennis in het onderwijs en hebben daar minimumdoelen rond gemaakt. Thomas More is één van de instellingen die scholen zal begeleiden bij het invoeren van dat kennisrijk curriculum. Ik heb hun centrum gekozen omdat het een excellente partner is, die erkenning krijgt in binnen- en buitenland.“

Maar de openbare aanbesteding is stopgezet om het geld te geven aan uw favoriet. Dat is toch tijdens het spel de regels veranderen?

“Ik heb het roer omgegooid. Als dé specialist niet meedoet, dan is er misschien iets mis met de aanbesteding zelf? Het centrum van Tim Surma is al sinds 2016 gespecialiseerd in het kennisrijk curriculum. Wat moest ik doen? De aanbesteding laten lopen, wetende dat het resultaat meer van het oude ging zijn? Ik kan mij voorstellen dat sommige instellingen eens gevloekt hebben. Zij hebben de afgelopen 20 jaar ingezet op ervaringsgericht onderwijs. Ik wilde een partner die mijn beleid ondersteunt. En het is ook volgens de regels. Een minister kan een aanbesteding intrekken. Maar het is geen mooi parcours geweest, dat geef ik toe. Ik had gewoon die aanbesteding niet moeten uitschrijven, ook al is mij dat op een bepaald moment geadviseerd.”

Uw reactie op uw coalitiepartners was heel fors. Was dat geen afleidingsmanoeuvre?

“Nee. Er is vanuit de meerderheid gelekt aan de pers. Een advies van de inspectie financiën, de niet-finale versie dan nog. Dat was not done. En op de dag van de commissie stonden al die parlementsleden te drummen voor de media om een quote te geven. Als je beslissingen neemt in een meerderheid, dan moet je die ook verdedigen. En als je ze niet kan verdedigen, zwijg dan. Je kan wel kritische vragen stellen, ook als lid van de meerderheid. Maar stukken lekken en mij dan verwijten onderwijs voor de happy few te organiseren. Dat is beneden alle peil.”

U ging wel zelf mee in dat spel. “Als ik dat doe, mag je me laten opnemen. Als er plaats is in de gezondheidszorg tenminste.” Pijnlijk voor de minister van Welzijn en Vooruit.

“Caroline Gennez zit nog maar 500 dagen op Welzijn en de uitdagingen zijn daar heel groot. Er zijn veel wachtlijsten, een erfenis van de voorbije twintig jaar.”

Het is de schuld van CD&V?

“Nee, dat heb ik niet gezegd. Maar er zijn nu eenmaal veel uitdagingen op Welzijn, ook al trekt en sleurt Caroline.”

Op LinkedIn duwde u het mes nog dieper. U schreef dat Vooruit met een imagoprobleem zit en daarom conflicten uitlokt.

“Klopt, al moet ik zeggen dat de ministers wel hun werk doen. Maar je hebt parlementsleden die zich een imago willen aanmeten: Zuhal is voor de happy few, wij voor de arbeiderskindjes. Ik kan tegen heel veel. Maar als het echt zo persoonlijk wordt, dan dien ik hen inderdaad van antwoord.”

‘Toevallig’ kaartte uw ex-kabinetschef Andy Pieters een gelijkaardige subsidie aan de Boerenbond van landbouwminister Jo Brouns aan. Oog om oog, tand om tand?

“Dat is nu eenmaal politiek. Als het ene parlementslid een minister aanvalt, dan doet een ander dat ook. De bal begint dan te rollen, ook al is het helemaal niet nodig om met modder te gooien. Niemand in de samenleving zit op dat schouwspel te wachten. Iedereen mag kritisch zijn, maar verdachtmakingen van vriendjespolitiek en corruptie pik ik niet. Laat mij gewoon werken.“

Is het in deze Vlaamse regering moeilijker werken dan in de vorige?

“Nee, ik vind deze fijner. Dat heeft ook met mijn bevoegdheden te maken denk ik. Ik doe dit veel liever dan mijn vorige bevoegdheid (Omgeving, red.). Maar ik opereer wel moeilijk in een politiek systeem waar alles vastgebeiteld is en alles strak in protocollen en regels is gegoten. Alles gaat zo ontzettend traag. Toen ik net minister was, kwamen de TIMSS-resultaten binnen (internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingprestaties, red.). Voor wiskunde en wetenschappen waren we enorm naar beneden getuimeld op alle ranglijsten. Ik wou meteen nieuwe doelen maken. Wat moeten kinderen kennen en kunnen? Dan komt hier iemand op mijn kabinet zeggen wie ik allemaal moet raadplegen en betrekken. Strak geregeld in een decreet. Ik zei: sorry, ik doe dat niet. Aan dat tempo zijn er binnen vier jaar nog geen doelen. Dan moeten we dat decreet maar veranderen.”

Die minimumdoelen zijn heel ingrijpend. Is het niet logisch om daar met iedereen in het veld over te praten?

“Nee, echt niet. Echt niet. De minimumdoelen zijn de grootste verandering voor het basisonderwijs van de afgelopen 20 jaar. Maar de urgentie is te groot om te lanterfanten. Dat vind ik zo frustrerend aan politiek. Je moet Jan en alleman adviezen vragen. Sommige zijn essentieel, zoals die van de sociale partners, de Raad van State of de inspectie financiën. Maar je kan niet aan iedereen zijn of haar mening vragen, want dan geraak je echt niet vooruit.”

Dreigt u niet in een tunnelvisie terecht te komen door altijd dezelfde experten te kiezen?

“Doelbewust kies ik die. Zij die afgelopen 20 jaar ons onderwijsbeleid hebben vormgegeven, mogen nu even aan de kant gaan. Zij hebben de kans gehad, met heel veel opdrachten en heel veel centen. Als je kiest voor kennis zoals ik, kom je terecht bij de experten die daar wetenschappelijk onderzoek naar hebben gedaan. Vergelijk het met de coronacrisis. Frank Vandenbroucke koos ook voor Erika Vlieghe en Marc Van Ranst met een reden. Je kiest als minister de experten die je beleid willen ondersteunen.”

Dan wil u het onderwijs toch wel heel hard naar uw hand zetten?

“De voorbije 20 jaar zijn de verkeerde keuzes gemaakt. We hadden het sterkste onderwijs van de hele wereld. Iedereen keek naar Vlaanderen. Maar dan is het achteruitgegaan. Met experten die zeiden: ‘Ocharme, die kinderen moeten maaltafels leren. Ik wil dat terugdraaien.’ Ik ga het warm water niet uitvinden hé. We gaan terug naar het onderwijs van voor die periode. Met een focus op kennis, effectieve didactiek en routines. Met meer structuur, meer discipline en respect voor de leerkracht, die de baas moet zijn in de klas. Onze samenleving is veranderd. Niet iedereen leert tellen of schrijven thuis. We kunnen van de scholen gelijkekansenmachines maken. Maar dan moet je kinderen wel kennis bijbrengen.”

U krijgt wel steeds meer het verwijt een micromanager te zijn.

“Ja, dat is ook waar, ik ben een micromanager. Ik wil niet gewoon wetten maken en dan wel zien. Ik wil op het terrein zijn en daar vaststellen wat werkt en niet. Nu goed, een aantal zaken, zoals ons actieplan voor routines, kunnen we niet opleggen. Er is vrijheid van onderwijs. Maar het is wel een warme aanbeveling aan scholen. Ik zie bijvoorbeeld dat veel leerlingen maar 38 minuten les krijgen in plaats van 50. Dan staat in mijn actieplan: begin onmiddellijk aan de les. Maar hoe scholen dat implementeren, moeten ze zelf beslissen.”

Vindt u dat de overheid nog meer te zeggen moet hebben in scholen?

“Wij betalen 19 miljard euro hé. Een enorme som gemeenschapsgeld. Des te belangrijker dat we de juiste methodes gebruiken om het sterkst mogelijke onderwijs te krijgen. In het belang van kinderen, om hen de juiste rugzak te geven. Dit gaat ook over de toekomst van Vlaanderen.”

Dan zegt u eigenlijk dat de vrijheid van onderwijs niet te ver mag gaan?

“Artikel 24 van de grondwet is niet open verklaard. Maar er mag wel een debat over komen. Mocht ons onderwijs wereldtop zijn, dan zou ik gewoon achterover leunen. Maar de huidige situatie is frustrerend voor iedereen. Leerkrachten werken zich te pletter, alle samenlevingsproblemen komen op hun kap terecht. Ondanks dat vele werk blijven we naar beneden tuimelen. Dan moet ik wel de grenzen van de onderwijsvrijheid opzoeken. Ik doe dat niet alleen, maar in samenspraak met het veld. Ik overleg voortdurend met de koepels en de vakbonden. Want ik kan veel toeteren en zeggen, maar zelf niet alles tot in de details alleen bepalen.”

Bij het Katholiek Onderwijs noemen ze u de ‘directeur der directeurs’.

“Een mooi compliment, toch?”

Het is wellicht niet zo bedoeld.

“Kan zijn, maar ik praat ook veel met leerkrachten die me steunen. Soms krijg ik ook kritiek. Maar ik zit hier niet om complimenten te krijgen. Als men na 10 jaar zegt: ’Het was een strenge madame, maar ons onderwijs zit terug in de lift’, dan heb ik mijn taak volbracht. Dat mag je verwachten, niet dat ik lintjes ga knippen en iedereen probeer te pleasen.“

Vooral bij de leerlingen heeft u het verkorven. Zij gaan zelfs staken. Merkt u ook dat uw populariteit daalt?

“Mijn populariteit bij leerlingen is niet goed, dat klopt. Vorige week was ik nog op een school waar een leerling mij vroeg: ‘Wanneer ga je eens iets beslissen wat mij blij maakt?’ Ik zei: ‘Oei, eigenlijk niet.’ Ik snap dat ze het beleid niet altijd leuk vinden. Ze zullen 2 of 3 dagen meer naar school moeten door het schrappen van de pedagogische studiedagen en het inkorten van de evaluatieperiode. Wat verwachten ze anders van mij? Iedereen 5 dagen extra vakantie, geen huiswerk meer? Ik zou enorm populair zijn dan. Maar ten koste van de onderwijskwaliteit.“

Is het niet goed dat ze kritisch zijn?

“Zeker en vast. Maar dan wel écht kritisch. Online zag ik dat sommigen denken dat we Latijn ook in Vlaanderen verplichten. Niet dus. Sommigen beweren zelfs dat ik de toiletpauzes wil afschaffen. We moeten onze kinderen en scholieren opvoeden tot kritische geesten, die verder kunnen denken dan de Tiktokfilmpjes van de PVDA. Dan mogen ze gerust ook kritisch zijn tegenover mij. Maar staken op een schooldag kan niet. Dan zijn ze onwettig afwezig.“

Persoonlijk oogt u heel gelukkig. Op de N-VA-nieuwjaarsreceptie bent u gespot met een partner aan uw zijde?

“Inderdaad, mijn vriend was voor het eerst mee. Hij is arts, een heel ander métier. Hij stuurt soms: ‘Wat ben je aan het doen?’ Ik zeg: ‘Vragen beantwoorden over Thomas More in het parlement.’ ‘Alweer?’, antwoordt hij dan. ‘Dat is toch al de vijfde keer dat je dat hebt uitgelegd?’ Wel verfrissend dat hij met een andere bril naar politiek en discussies kijkt. Maar los daarvan is het heel fijn om thuis te komen, wat te ventileren en in het weekend leuke activiteiten te doen samen. Het was een puzzelstukje in mijn leven dat ontbrak.”

Bron: GVA.be

‘Eén op de drie mensen heeft een jeugdtrauma. En dat heeft grote gevolgen’

Veerle Segers en Eva Kestens maakten een podcast over jeugdtrauma’s, een thema waar veel te weinig over gepraat wordt. ‘Jeugdtrauma’s kunnen ook voor fysieke klachten zorgen.’

Een bijzondere podcast beluisterd op Spotify: Zie mij heet die. In acht episodes praat Veerle Segers met mensen die vertellen hoe een jeugdtrauma een leven lang kan blijven doorwerken. Kinderpsychiater Eva Kestens en andere specialisten geven uitleg bij de verhalen.

‘Het was absoluut nodig dat we deze podcast maakten’, vertelt Kestens. ‘Er bestaat namelijk nog veel onwetendheid over het onderwerp. De impact van een jeugdtrauma is niet alleen groot voor het verdere leven van de kinderen zelf, maar er zijn ook de kosten voor de maatschappij. Hoe sneller trauma’s herkend kunnen worden, hoe meer ermee kan gedaan worden. Als we willen dat er iets verandert, moeten we beginnen met mensen te informeren. Daarom hebben we deze podcast gemaakt.’

In de podcast zegt u dat in elke klas drie kinderen zitten met een jeugdtrauma. Dat is wel heel veel.

Eva Kestens: En dat is wellicht nog een onderschatting. Want we hebben niet zo’n goede cijfers in België, zoals zo vaak. In Nederland hebben ze daar wel veel onderzoek over gedaan. Daar vroegen ze aan volwassenen wat ze in hun jeugd hebben meegemaakt en of ze daar nog last van hebben. Dat kan het verlies van een ouder zijn, maar ook een echtscheiding, mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik… Eén op de drie mensen heeft een van die gebeurtenissen meegemaakt. Tien procent heeft er zelfs drie of vier meegemaakt. Het gaat dus over heel veel mensen.

Hoe komt het dat een jeugdtrauma de rest van je leven kan blijven doorwerken?

Kestens: Vergelijk het kinderbrein met een spons. Kinderen pikken heel snel iets op. Het is bijna ongelofelijk wat je allemaal leert van je geboorte tot je derde: van helemaal niets tot leren praten, lopen en naar school gaan… Later in je leven leer je nooit meer zo veel verschillende dingen in zo’n snel tempo. Een kinderbrein is ontwikkeld om elke prikkel binnen te nemen: positieve prikkels, maar ook negatieve. Die vormen mee het brein.

Het is dus logisch dat het brein van een kind dat opgroeit in een harmonieus gezin er anders zal uitzien dan dat van een kind uit een conflictueus gezin. Hun stresssysteem is gevoeliger en zal sneller reageren op kleine prikkels. Ze zijn altijd op hun qui-vive. Zelfs als de leerkracht in de klas toevallig zijn stem verheft, zullen ze fel reageren: ofwel ontploffen ze, ofwel bevriezen ze, omdat ze terugdenken aan de grote ruzies die ze thuis meegemaakt hebben.

Vergelijk het met iemand die een terreuraanslag overleeft: die zal later ook opschrikken bij eender welke knal. Al is helemaal conflictvrij opgroeien ook weer niet goed. Je moet ontdekken dat er conflicten zijn en dat die opgelost kunnen worden. En dat ze niet het einde van een relatie hoeven te betekenen. Dat zijn belangrijke dingen om te leren.

Ik wist niet dat trauma’s ook voor fysieke klachten kunnen zorgen.

Kestens: Het stresssysteem van iemand die in een gewelddadig gezin opgroeit is chronisch actief. Chronische stress zorgt voor uitputting en maakt je gevoeliger en minder immuun voor allerlei infecties. Je lichaam kan ook minder hard vechten tegen kankercellen. Daarnaast heb je ook meer kans op een hoge bloeddruk en hart- en vaatziektes. Maar het is zeker niet zo dat mensen met een jeugdtrauma later gegarandeerd gezondheidsproblemen zullen krijgen.

Vergelijk het met longkanker: als je je hele leven gerookt hebt, stijgt je risico op longkanker. Maar dat wil nog niets zeggen. Er zijn ook mensen die heel hun leven roken en nooit longkanker krijgen. En mensen die nooit gerookt hebben die longkanker krijgen. Uiteraard zijn de gevolgen vooral psychisch. Een van de getuigen in onze podcast zegt: ‘Ik wil meedoen aan de maatschappij, maar ik weet niet of ik voor een baas zal kunnen werken. Als je tegen mij roept, raak ik helemaal in paniek. Dat gaan ze niet appreciëren op de werkvloer’.

Wat kunnen wij doen voor mensen die een trauma hebben?

Kestens: De boodschap van onze podcast is: die kinderen zijn overlevers. Als je ziet dat ze een probleem hebben, erken dat dan en probeer er voor hen te zijn. Dat is al veel. Je moet het niet allemaal willen oplossen, maar durf hen wel aan te spreken als je je zorgen maakt. Als een kind moeilijk begrijpelijk gedrag vertoont, maak daar dan niet meteen een ‘stout’ kind van. Misschien wijst het op iets anders.

Bron: Knack.be