Migratie: hoe extreemrechtse dreiging neutraliseren?

Migratie: hoe extreemrechtse dreiging neutraliseren?

Migratie blijkt het belangrijkste politieke thema te zijn voor de Vlaming. Wat maakt dit thema zo giftig en explosief? Waarom is het de springplank voor extreemrechts en hoe kunnen we die dreiging tackelen?

Migratie en de sociaaleconomische situatie (koopkracht) zijn de belangrijkste politieke thema’s voor de Vlaming. Dat blijkt uit De Stemming, een peiling in opdracht van VRT NWS en De Standaard. Voor 22 procent van de ondervraagden is migratie het belangrijkste thema, nipt gevolgd door koopkracht met 20 procent.

Op de derde plaats komt politieke vertegenwoordiging met 14 procent. De rest ligt onder de 10 procent.

Migratie is bij uitstek het thema waar Vlaams Belang een unique selling point heeft. Op dat thema scoort het ‘beter’ dan gelijk welke andere partij. Daarom hoeft het niet te verwonderen dat de partij van Van Grieken voorop ligt in de peilingen.

Lastig dilemma

Migratie is een bijzonder gevoelige maar ook complexe en tegenstrijdige kwestie. Bij een deel van de bevolking veroorzaakt het onzekerheid en onrust als gevolg van de gewijzigde samenstelling van de bevolking.

De afgelopen halve eeuw is ons land geëvolueerd van een grotendeels mono-etnische samenleving naar een samenleving waarin 35 procent van de bevolking een buitenlandse achtergrond heeft of niet-Belg is. Zo’n evolutie brengt logischerwijze spanningen en uitdagingen met zich mee.

Tegelijk is migratie niet tegen te houden. Migratie is nuttig en zelfs nodig.

Als gevolg van oorlogen, grote armoede en klimaatopwarming trekken mensen uit het Zuiden naar het Noorden. Omwille van onze centrale ligging in de Schengenzone is het onmogelijk om migratie buiten onze grenzen te houden. We kunnen wel bepalen wie al dan niet een verblijfsvergunning krijgt en mensen sneller proberen uit te wijzen, maar het is een illusie om een volledige greep te willen krijgen op de instroom.

Zelfs het extreemrechts beleid van Italië kon niet verhinderen dat er vorig jaar de helft meer mensen ‘illegaal’ het land binnenkwamen in vergelijking met het jaar daarvoor.

Migratie is ook nuttig. “Economieën die veel migranten verwelkomen, profiteren daar op de lange termijn doorgaans van” schrijft The Economist, niet direct een links tijdschrift. Vandaag geraken heel wat knelpunt beroepen niet ingevuld en omwille van de vergrijzing is er hoe langer hoe meer nood aan arbeidsmigratie. Wie zal je verzorgen in het rusthuis? Hoe zullen we voldoende personeel vinden voor onze ziekenhuizen?

Duitsland bijvoorbeeld heeft jaarlijks 400.000 geschoolde immigranten nodig omdat de vergrijzende beroepsbevolking krimpt. In België is de situatie niet anders. Om het nijpend tekort aan geschoolde arbeidskrachten op te lossen heeft het Duitse parlement in januari een wet aangenomen die het voor buitenlanders gemakkelijker maakt om het staatsburgerschap te verwerven.

“Zonder de arbeidsmigranten komen we er niet”, zegt de werkgeversorganisatie VOKA. Daarom organiseert ze ‘talentenmissies’ in Mexico, India, Brazilië, de Filipijnen en Maleisië.

Ook rechtse regeringen, die een harde retoriek tegen migratie ontwikkelen, worden met de noden en uitdagingen van de huidige arbeidsmarkt geconfronteerd. Zo heeft de Griekse regering eind vorig jaar 300.000 migranten geregulariseerd om het hoofd te bieden aan de toenemende tekorten op de arbeidsmarkt.

Zelfs de extreemrechtse regering van Italië wil dit en volgend jaar 425.000 werkvergunningen afgeven aan niet-EU-onderdanen om gaten op de arbeidsmarkt op te vullen. En al even opvallend, in de congresteksten van het Vlaams Belang is van een expliciete migratiestop geen sprake.

Dit benadrukt het vervelend dilemma waarmee (extreem)rechtse regeringen of partijen worden geconfronteerd wanneer ze proberen de zogenaamde illegale aankomsten te beteugelen. Maar het bewijst ook dat ze dit thema desondanks electoraal weten uit te buiten.

Explosieve cocktail

Wat maakt het migratiethema nu zo giftig en explosief? In Canada is het percentage mensen met een buitenlandse origine een pak hoger dan bij ons maar toch hebben Canadezen daar veel minder problemen mee dan wij.

Het ligt dus niet zozeer aan de aantallen nieuwkomers of allochtonen. Ons land is echt niet vol en we stevenen heus niet af op een ‘omvolking’, maar, en het is een belangrijke maar, er zijn wel echte knelpunten op het gebied van huisvesting en sociale zekerheid. En daar moet de oorzaak gezocht worden van het zogenaamde ‘migratieprobleem’.

Veertig jaar neoliberaal beleid heeft schaarste veroorzaakt in sociale voorzieningen en middelen. Dat wakkert een perverse concurrentie aan tussen mensen die er op aangewezen zijn. Het lokt de foute maar begrijpelijke vraag uit wie er al dan niet recht op heeft. De ‘ander’ of de ‘buitenstander’ wordt dan al rap gezien als een bedreiging voor de eigen welvaart.

De afbraak van de welvaartsstaat leidt dus bijna vanzelf tot sociaal protectionisme en welvaartschauvinisme. Het zaait verdeeldheid en zet mensen tegen elkaar op. Het is de ideale voedingsbodem voor de slogan ‘eigen volk eerst’. Het combineren van besparingen en arbeidsmigratie is een perfect recept voor vreemdelingenhaat.

De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de traditionele partijen, maar het is wel extreemrechts die er de vruchten van plukt. Zolang er te weinig sociale woningen zijn en de sociale dienstverlening in gebreke blijft zal extreemrechts kunnen doorgaan met de publieke woede verkeerd te richten op de ‘buitenlander’ en hen tot zondebok te maken van alle miserie en achteruitstelling.

Nieuw sociaal contract

De traditionele partijen gooien nog eens olie op het vuur in plaats van de sociaaleconomische oorzaken aan te pakken en de toxische sfeer te counteren. In een poging om stemmen af te snoepen van extreemrechts nemen ze een deel van hun retoriek en voorstellen over.

Denk maar aan de uitspraken van Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert: “Vol is vol”, aan die van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau: “Als ik door Molenbeek rijd, voel ik me niet in België”, of aan de beslissing van Nicole De Moor om opvang aan alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk op te schorten.

Maar dat is een falende strategie, zoals elders in Europa al gebleken is. Op die manier normaliseren de traditionele partijen extreemrechts en maken ze het alleen maar sterker. De kiezer verkiest het origineel boven de kopie.

Op die manier zal extreemrechts zijn electoraat gestaag weten uit te breiden en zal Europa afstevenen op extreemrechtse regeringen, zoals we nu al kennen in Hongarije en Italië en wellicht binnenkort in Nederland en mogelijk ook in Frankrijk, Vlaanderen en andere landen of regio’s.

De verrotting ga je niet stoppen door asielzoekers harder aan te pakken of door toe te geven aan racisme of vreemdelingenhaat. Het eerste wat we moeten doen is het migratievraagstuk herleiden tot zijn juiste proporties. Het is heus niet de grootste uitdaging van de 21ste eeuw.

Daarnaast en nog veel belangrijker is het sluiten van een nieuw sociaal contract. Er zijn publieke investeringen nodig in huisvesting, onderwijs en sociale diensten. Dat zijn cruciale factoren voor het bevorderen van sociale integratie en het voorkomen van toenemende spanningen binnen de samenleving.

Door te investeren in deze sectoren kunnen we niet alleen de integratie van migranten bevorderen, maar ook de sociale cohesie versterken en de welvaart van ons land op lange termijn veiligstellen.

Dat veronderstelt dat we het neoliberale dogma van besparingen definitief achter ons laten. Maar dat is nu net het omgekeerde van wat op dit moment gebeurt.

Zopas heeft minister van Financiën Van Peteghem een akkoord onderhandeld over nieuwe Europese begrotingsregels die voor België zullen neerkomen op drastische besparingen. Dit akkoord legt een bom onder de volgende regeringsonderhandelingen en zal extreemrechts een nieuwe boost geven.

Zoals elders in Europa slaagt de politiek er niet in om het tij te doen keren en maken ze het alleen maar erger. Om tot een nieuw sociaal contract te komen zal er druk nodig zijn vanuit het middenveld met hierin een cruciale rol voor vakbonden. Er staat veel op het spel.

Bron: Dewereldmorgen.be

ABVV-voorzitter roept op tot links front van PS, Ecolo en PTB om samen te regeren na 9 juni

Toen hij nog Algemeen Secretaris van de Waalse interregionale van het ABVV was, pleitte Thierry Bodson voor de vorming van linkse coalities na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 en na de verkiezingen van 2019 voor het Waals Gewest. Sinds 2020 staat hij aan het hoofd van het federale ABVV. Nu pleit Bodson voor een ‘links front’ om te regeren op federaal niveau en in Wallonië. In een uitgebreid interview met Le Soir op 3 februari pleitte hij voor zo’n coalitie van PS, Ecolo en PTB. 

Op papier lijken de programma’s van deze partijen erg gelijkaardig, wat de illusie wekt dat het gemakkelijk moet zijn om een coalitie te vormen. Dit verklaart de wijdverspreide kritiek op de weigering van de PVDA om ‘verantwoordelijkheid te nemen’. Langs de andere kant heeft de PVDA geen vertrouwen in de PS en het klopt dat de PS vooral bekend staat om zijn gewoonte om een linkse campagne te voeren om vervolgens dit programma in de ijskast te zetten na de verkiezingen. 

Dit debat moet in het openbaar gevoerd worden door heel de linkerzijde. Er moet een einde komen aan de geheime onderhandelingen na de verkiezingen en er moet – vanaf nu – een breed publiek debat komen met linkse activisten en kiezers, vakbondsleden en delegees, feministen, klimaatactivisten, antiracisten, verenigingen die actief zijn op het terrein, enz. 

In een reactie op het nieuws stelde de journalist Bertrand Henne (RTBF) dat “Thierry Bodson zelf niet gelooft in zijn oproep”. Toen Le Soir hem vroeg welke reacties hij verwachtte op zijn oproep, stelde Bodson: “Ik zou echt willen dat de telefoontjes die ik krijg iets anders zijn dan de gebruikelijke antwoorden: Je weet dat ze nooit aan de macht zullen komen, of Je weet dat we geen beleid kunnen verwachten dat een breuk vormt.” Hoe komen we uit deze impasse? 

Het ABVV zou de oproep tot een ‘links front’ kunnen combineren met de organisatie van openbare bijeenkomsten waar vertegenwoordigers van de partijen en de basis van de sociale beweging aan het woord komen. Ze zouden van de gelegenheid gebruik kunnen maken om te verduidelijken wat er nodig is om een antwoord te bieden op het gebrek aan middelen en om een sociaal beleid te voeren dat die naam waardig is, d.w.z. een beleid dat niemand aan zijn lot overlaat. Deze grote programmatische discussiebijeenkomsten zouden voorafgegaan kunnen worden door lokale demonstraties die meteen de toon zetten: het aanmoedigen van strijd via de dynamiek van de verkiezingscampagne en deze niet op ‘pauze’ zetten. 

Op deze manier zouden we ook belangrijke stappen kunnen zetten om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de krachtsverhouding die na de onderhandelingen opgebouwd moet worden: om zich te verzetten tegen het gevoerde beleid in geval van onenigheid, en om een echt links regeringsbeleid te steunen tegenover het kapitalistische antwoord in het geval er wel een coalitie komt. Elk van deze opties betekent een titanenstrijd waaruit we alleen echt als overwinnaars tevoorschijn kunnen komen door het kapitalisme omver te werpen.

Nron: socialisme.be

Brief van LSP aan de PVDA: samen de uitdagingen van dit tijdperk van wanorde aangaan

De komende verkiezingen zijn in meerdere opzichten uniek. Ze vinden plaats midden in een diepe crisis van het kapitalistisch systeem, in een proces van toenemende radicalisering en polarisatie. Alle verkiezingen vinden op een paar maanden tijd plaats, ook de sociale verkiezingen. We zijn ervan overtuigd dat het verkiezingsresultaat van de PVDA/PTB een troef zal zijn voor de werkende klasse en willen daarom die campagnedynamiek ondersteunen.

door het Uitvoerend Bureau van LSP

Voor een echte politieke breuk 

De openbare diensten storten in, net als onze koopkracht. De werkdruk is onhoudbaar en leidt tot een ware epidemie van burn-outs. Overal zijn er eindeloze wachtlijsten. Het falen van het heersende beleid is duidelijk op alle gebieden, terwijl de klimaatcrisis verergert en het gevaar van militaire conflicten toeneemt. De omvang van het gebrek aan middelen geeft een idee van de omvang van de uitdagingen die we moeten aangaan als we een echte politieke breuk willen. Zonder deze breuk zullen de vele vormen van onderdrukking van dit ongelijke systeem verder versterkt worden, terwijl de bedreiging van onze democratische rechten verergert.

Zoals Gramsci zei: “De oude wereld sterft, de nieuwe wereld raakt maar niet geboren, en in die schemerzone rijzen monsters op.” Het wordt steeds duidelijker dat het kapitalisme zelf de meervoudige crises veroorzaakt en versterkt en dat het voor het oplossen ervan nodig is om dit systeem omver te werpen. Zolang er geen breed gedeeld begrip is over hoe dit te doen, naar welk alternatief we gaan en met welke sociale kracht, zal deze wirwar van crises een voedingsbodem zijn voor contrarevolutionaire wanhoop.

Het gevaar van extreemrechts

Het Vlaams Belang hoeft niet veel te doen om te scoren. De andere partijen geven het voortdurend nieuwe kansen en normaliseren zijn politiek. Racisme blijft belangrijk voor het VB, maar is niet het enige thema. Extreemrechts probeert in te spelen op alle vormen van onvrede en richt zich bijvoorbeeld specifiek op jongeren en de plattelandsbevolking. Het probeert zich te onderscheiden van de N-VA door de gevolgen van asociaal beleid te bekritiseren, ook al blijft het VB voor de rijken rijden. De Franstalige partij die ze controleert, Chez Nous, kan de eerste Franstalige extreemrechtse verkozenen in jaren binnenhalen. Dit gevaar bij de verkiezingen zal ook tot uiting komen in meer racistisch, seksistisch en queerfoob geweld op straat, mee gevoed door de resultaten van extreemrechts en populistisch rechts in andere landen.

Alles wijst erop dat de federale en regionale verkiezingen een historische nieuwe politieke crisis zullen veroorzaken, op een moment dat het IMF de Belgische overheid oproept om de komende zes jaar nog eens 30 miljard euro te besparen.

Linkse hoop

Tegen deze achtergrond zijn velen van ons in België opgelucht over de voorspelde resultaten van de PVDA/PTB in Wallonië, Brussel en Vlaanderen. We zijn ervan overtuigd dat de uitslag van de PVDA de positie van de arbeidersklasse in België positief zal versterken en we willen hieraan bijdragen en campagne voeren met onze leden en sympathisanten.

Het enthousiasme en inzet voor de campagne zouden versterkt worden door de aanwezigheid van kandidaten van onze partij op jullie lijsten. LSP/PSL heeft leden die respect hebben verdiend en een politieke invloed hebben op hun collega’s en daarbuiten. Elke dag tonen ze hun onwrikbare inzet voor de strijd voor de emancipatie van de arbeidersklasse, of het nu is door vakbondswerk of door hun betrokkenheid bij feministische en antiracistische strijd of in de strijd tegen queerfobie. Bij de Europese, federale, regionale en lokale verkiezingen kunnen we op alle niveaus bijdragen aan het strijdbare momentum dat nodig is om electorale kracht op te bouwen. We kunnen dit ook doen op onze werkplekken tijdens de sociale verkiezingen.

We hebben er alle begrip voor dat de belangrijkste zorg van de PVDA op dit moment is om bestuurservaring op lokaal niveau op te doen, vooraleer dit op een hoger niveau door te trekken. De sociale beweging in de breedste zin van het woord, van vakbonden tot verenigingen, heeft echter geen gebrek aan ervaring en talenten. De PVDA kan hen betrekken en de campagne richten op een regering die breekt met het huidige beleid, niet slechts een regering van ‘sociaal beheer’ van het status quo met de PS en Ecolo. Om dit te realiseren, is de kracht en de druk van de volledige arbeidersbeweging in al haar diversiteit nodig. De lijsten van de PVDA zouden nog positiever worden ontvangen door de arbeiders als ze openlijk de verscheidenheid aan meningen weerspiegelen van al diegenen die willen strijden voor een echte breuk met het gevoerde beleid.

Dynamiek van strijd

Heel wat vakbondsleiders doen er alles aan om de mobilisaties op een laag pitje te zetten tot de verkiezingen. Dat is een gevaarlijke berekening met als doel om de ‘bevriende partijen’ aan de macht te houden. De meest effectieve manier om onze bekommernissen en eisen centraal in het publieke debat te brengen, is nochtans door middel van mobilisatie, massabetogingen, stakingen en protestacties. De gevestigde partijen zouden gedwongen worden om zich rond onze noden uit te spreken, in plaats van mee te stappen in een opbod van racisme waarmee vooral het Vlaams Belang wint. Sociale strijd is ook de beste manier om te verhinderen dat extreemrechts de woede en frustraties afleidt.

Zo’n dynamiek van strijd is ook belangrijk om vertrouwen op te bouwen in collectieve actie en om ons voor te bereiden op de strijd die komt na de verkiezingen. Er hangen donkere wolken van besparingen boven alle bestuursniveaus, inclusief de gemeenten, waarvan er vele onder financieel toezicht staan van het Brussels Gewest of het Centre Régional d’Aide aux Communes, het ‘Waalse IMF’. Het zal een intense strijd vergen om het budgettaire keurslijf te doorbreken dat op alle overheidsniveaus bestaat, niet alleen op federaal en gewestelijk niveau.

Een fundamentele, revolutionaire verandering in de samenleving – een einde maken aan het privé-eigendom van de belangrijkste productiemiddelen – is een kwestie van absolute sociale, ecologische en economische urgentie. Dit vereist een gevoel van dringendheid en een duidelijke en openlijke strategie voor de socialistische transformatie van de samenleving. We willen samen met jullie deelnemen aan dit belangrijke debat en aan de discussie over hoe de verkiezingsperiode kan worden gebruikt om dit doel te bereiken, in het bijzonder rond een ambitieuze campagne voor de miljonairstaks.

We stellen daarom voor een bijeenkomst te organiseren om concreet te bespreken hoe we de verkiezingswinst van 9 juni en 13 oktober kunnen maximaliseren in het kader van een verkiezingscampagne die gekoppeld is aan initiatieven van strijd en die gericht is op het populariseren van klassenthema’s en de noodzaak van een socialistische transformatie van de samenleving.

Bron: socialisme.be

Verkiezingen 2024

De voorbije weken stonden  in het teken van stevige boerenprotesten. Wat begon in Duitsland, waaide al snel over naar Frankrijk, België, Spanje, Italië, Griekenland,  Nederland en België.

De acties missen hun doel niet: ministers uit verschillende landen hebben toezeggingen gedaan om boeren tegemoet te komen. Maar klaar zijn de protesterende boeren nog niet.

Een van de punten van zorg die in verschillende landen naar voren kwam, is de administratieve rompslomp voor boeren, de vele wet- en regelgeving waaraan zij moeten voldoen. Daar gaat de Europese Commissie wat aan doen, beloofde voorzitter Ursula von der Leyen donderdagavond na afloop van de speciale Europese top in Brussel.

400 miljoen euro

Ook elders in Europa is politieke beweging te zien als gevolg van de massale boerenprotesten. De Franse regering van premier Gabriel Attal kondigde een reeks maatregelen aan om de boeren in Frankrijk wat lucht te bieden. Zo komt er een tegemoetkoming voor gestegen lasten van 400 miljoen euro.

De meeste maatregelen waren eerder al voorgesteld door de twee voornaamste Franse boerenbonden FNSEA en JA (Jeunes Agriculteurs, de organisatie van jonge boeren). Deze hebben hun leden daarom gevraagd de blokkades af te bouwen na twee weken van protesten.

Het pakket omvat onder andere het handhaven van accijnsvermindering op landbouwdiesel, een fiscale tegemoetkoming van 150 miljoen euro voor veehouders die extra kosten hebben gemaakt in verband met veeziekten, extra controles bij supermarkten op correcte vermelding van de herkomst van voedselproducten en het voorlopig opschorten van een reductieprogramma op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Eerder werd al aangekondigd dat de verplichte braakregeling van 4 procent op het areaal niet doorgaat.

Oneerlijke concurrentie

Ook gaat de Franse regering importen verbieden van producten waarbij gebruik is gemaakt van hulpmiddelen die in Europa niet zijn toegestaan, zoals thiacloprid. Dit om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Verder wordt een onderhoudsplicht van grasland opgeschort en komt er een verhoging van de vrijstelling voor agrarische bedrijfsoverdracht. In samenhang daarmee kondigde de regering-Attal een fonds aan voor zachte leningen aan bedrijfsopvolgers met een totaalkapitaal van 2 miljard euro.

In Griekenland heeft premier Kyriakos Mitsotakis de boeren in zijn land verzekerd dat er toch nog een jaar compensatie wordt uitgekeerd voor hogere dieselprijzen. Het gaat om diesel voor vooral landbouwvoertuigen en machines die ook wel rode diesel wordt genoemd. Boeren in het Zuid-Europese land gingen net als in andere Europese landen de afgelopen dagen de straat op om te protesteren tegen hun dalende inkomsten in hun sector.

In Duitsland ging de Bondsdag  akkoord met de nieuwe begroting voor 2024, waarin wordt vastgehouden aan de afbouw van de gesubsidieerde of rode diesel voor onder meer landbouwvoertuigen. Er zijn massale protesten geweest van boeren, en ook van transportbedrijven, tegen het plan te stoppen met deze vorm van brandstofsubsidie. De regering heeft de boeren recent wel toegezegd dat ze de maatregel niet zoals gepland meteen uitvoert, maar dat het geleidelijk zal gaan.

Ook op ander vlak behaalden de Europese boeren een succesje. De Europese Commissie wil de import van Oekraïense landbouwproducten aan banden leggen. Vermeende oneerlijke concurrentie en milieueisen waren in meerdere landen achterliggende oorzaken van de protesten deze week. De instroom van goedkope Oekraïense waren en strenge klimaatregels zouden bepaalde boeren in EU-landen het boeren onmogelijk maken.  Oekraïne mag nog minstens een jaar langer zonder invoerheffingen naar de Europese Unie exporteren, als het aan de Europese Commissie ligt. Maar voor pluimvee, eieren en suiker moet zo’n heffing wel worden betaald als Oekraïne meer exporteert dan afgelopen jaren, stelt de Europese Commissie voor. Daarnaast zouden ‘snelle, corrigerende maatregelen’ kunnen worden genomen als een lidstaat door Oekraïense export in de problemen raakt. Nu is dat alleen aan de orde als de hele unie wordt getroffen.

De Franse president Emmanuel Macron en christendemocratische partijgenoten van commissievoorzitter Von der Leyen drongen deze week in het Europees Parlement aan op het inperken van de import uit Oekraïne. Macron en Europees centrumrechts zinnen op handreikingen aan de boeren, ook met het oog op de naderende Europese verkiezingen. Uiterst rechtse partijen dreigen op de golven van boerenprotesten nog meer te winnen dan al wordt voorspeld, waarschuwen ze.

De EU-landen en het Europees Parlement moeten zich nog wel over de voorstellen van de Europese Commissie buigen. Als zij instemmen, wordt het milde importregime voor Oekraïne met de aanpassingen verlengd tot begin juni volgend jaar.

Protest gaat door

Ondanks de toezeggingen die her en der worden gedaan, lijken de protestacties niet klaar. In Polen hebben boeren aangekondigd opnieuw de grensovergangen met Oekraïne te gaan blokkeren. De vakbond zegt tegen de nieuwszender RMF24 dat ze ontevreden zijn over de Europese regels voor de invoer van Oekraïense landbouwproducten en over de ‘passiviteit van de Pools regering’.

Vanaf volgende week vrijdag willen Poolse boeren alle grensovergangen naar Oekraïne bezetten. Het is nog niet bekend hoelang ze dat willen volhouden. Ook andere wegen zullen worden geblokkeerd.

Oneerlijke voordelen

De Poolse boeren blokkeerden eerder al wekenlang de grens met Oekraïne. Ze vinden dat de landbouwproducenten uit hun buurland oneerlijke voordelen krijgen op de Europese markt. Daardoor zou de Poolse landbouwsector in gevaar komen. Vorige maand bereikte de nieuwe regering van Donald Tusk een akkoord met de boeren om de blokkades stop te zetten, maar blijkbaar kon die overeenkomst niet lang standhouden.

In Frankrijk kondigde de grootste boerenvakbond donderdag aan te stoppen met het blokkeren van de wegen, omdat die organisatie wel vond dat de regering naar hun eisen had geluisterd. Maar niet op alle plekken vertrekken de boeren. Zo blijven ze op de A43 in de buurt van Lyon nog staan, sowieso tot maandag. Zij zijn bij een andere vakbond aangesloten en zeggen tegen BFMTV dat de gedane toezeggingen alleen gunstig zijn voor grote landbouwbedrijven, maar dat de kleine ondernemers in de sector er weinig aan hebben. Ook op andere snelwegen staan volgens Le Monde nog kleine groepjes boeren.

Nederland

In Nederland wordt dit weekend ook gedemonstreerd. De afgelopen dagen trokken trekkergroepen er al op uit om een manifest aan te bieden aan provinciale bestuurders. Zo stonden zij woensdagavond bij het provinciehuis in Zwolle, donderdag in Arnhem en vrijdagmiddag in Assen. I n Den Bosch boden ZLTO-leden een petitie aan landbouwgedeputeerde Marc Oudenhoven (BBB) aan.

Actiegroep Farmers Defence Force (FDF) zegt te hopen dat de actiebereidheid onder boeren de komende dagen groeit en meer collega’s zich aansluiten bij demonstraties in het land en op wegen. Een woordvoerder bevestigt een bericht van het Eindhovens Dagblad dat de groep de grenswegen het hele weekend wil blokkeren. Dit gebeurt al in het zuiden met de grens naar België. Mogelijk volgen ook acties in het noorden en oosten van Nederland.

Belangenorganisatie Agractie ziet ook dat ‘de spanning hoog is’ en ‘vooral de situatie in de mestmarkt door Europese afspraken prangend is’, zegt voorzitter Bart Kemp. Toch zegt de boerenbelangengroep nu niet betrokken te zijn bij acties, omdat wordt uitgekeken naar een ‘voorspoedig formatieproces’. Agractie zou volgens Kemp donderdag nog met verschillende politici rondom de regeringsformatie contact hebben gehad.

Van onze boeren wordt veel gevraagd op vlak van leefmilieu en klimaat. Die zorgen over impact op het klimaat, biodiversiteit en gezondheid zijn ook legitiem. Maar zij die dat op het terrein moeten realiseren worden schandalig weinig betaald. De frustraties die we zien in de hevige boerenprotesten zijn volkomen begrijpelijk. De boer zit tussen hamer en aambeeld: zelfzorg (ook financieel) en zorg voor zijn omgeving. Enkel een fundamentele koerswijziging in het landbouwbeleid kan die catch 22 keren.

Investeren in kwalitatiever boeren met meer kansen voor natuur en milieu blijft nodig. Daarbij is het belangrijk dat publiek geld gaat naar kleine familiale boerenbedrijven in plaats van naar de agro-industrie. Subsidies moeten worden geheroriënteerd. Maar alleen de scherpe kantjes van het systeem afvijlen is onvoldoende. Het pad moet worden geëffend naar een winstgevende sector. Die moet nu functioneren in een ‘vrije markt’. Maar daarin worden de economische omstandigheden de facto vastgelegd door een kleine groep spelers: de voedingsindustrie, grote landeigenaars en de supermarkten. Om dat te keren zal die ‘vrije markt’ moeten buigen voor sociale rechtvaardigheid en meer controle.

Zo moet de prijsopbouw van producten veranderen. Nu worden de prijzen bepaald door de vrije markt, de veilingen en de retailsector. De boer haalt zo bijzonder weinig inkomen uit zijn producten. De voedingsindustrie gebruikt allerhande trucjes om de prijszetting te beïnvloeden, en daarop is veel meer controle nodig. Tegelijkertijd moet voeding een minimumprijs krijgen en moeten extreme promoties worden verboden: melk is nu soms goedkoper dan water!

Door de marges van verwerkers, verdelers en supermarkten aan te pakken en door subsidies te heroriënteren, draait de consument hier niet voor op. In Frankrijk wordt de sector al verplicht tot langetermijncontracten die mee evolueren met de energie- en grondstofprijzen. Dat zorgt ervoor dat de boer niet kan gechanteerd worden door opkopers. Ook de korte keten – lokale fair trade, buiten de invloedssfeer van multinationals in de agro-industrie – verdient extra ondersteuning.

Een ander euvel zijn de grondprijzen. Een boer heeft grond nodig om te boeren. De prijzen daarvan zijn exuberant hoog en worden opgedreven door speculanten, claims vanuit de industrie en infrastructuurwerken. Om het werk van de boer economisch leefbaar te houden is een sterke pachtwet nodig die de boer zekerheid geeft. De huidige neoliberale pachtwet drijft boeren te makkelijk van hun grond. Bij natuurprojecten moet de overheid zoeken naar compensatiegronden (zoals in Duitsland), en nieuwe wegen of industrieterreinen mogen niet zomaar landbouwgrond innemen.

Een grondenbank zou kunnen vermijden dat openbare gronden (OCMW, kerkfabrieken, …) opgekocht worden door speculanten. Wij bepleiten om gronden ter beschikking te stellen aan landbouw waar duurzame teelten gewaarborgd worden door langdurige pachtovereenkomsten en een afzetgarantie: lokale besturen die breken met de grote aankoopcentrales en voedingsproducten eerst en vooral afnemen in eigen regio.

Het huidige industriële model in de groente- en veeteelt zorgt voor veel problemen: methaanuitstoot, biodiversiteitsverlies, erosie door monocultuur, enz. Dat kan anders: een beter evenwicht tussen groenten- en veeteelt in lokale systemen van voedselveiligheid. Dat kan met stimuli en markthervormingen die verder gaan dan enkel een krimp van de veestapel. Want als je de veestapel beperkt, moet alternatieven voorzien worden voor de inkomens van de mensen die daarvan leven. De landbouwer moet ondersteund worden bij de verandering naar dat  evenwichtig landbouwmodel. Al is het uitkopen van boeren zoveel mogelijk te vermijden, want tegen 2040 zijn er terug dubbel zoveel boeren nodig voor een lokale gezonde voedselproductie.

Iedereen moet toegang krijgen tot gezonde en duurzame voeding, ook als prijzen toch zouden stijgen om boeren deftig te betalen. In plaats van bv. de BTW af te schaffen, pleiten wij voor ondersteuning waarbij bestaande structuren gezonder gemaakt worden. Zoals een reorganisatie van de indexschaal, met meer aandacht voor de prijzen van bio- en kleinhandel. Nu worden die prijzen grotendeels bepaald door de klassieke warenhuisproducten. Op termijn kan ook worden nagedacht over een systeem van sociale voedselzekerheid, om de toegang tot gezond voedsel te democratiseren en steun te verlenen aan landbouwers met economisch, sociaal en ecologisch rechtvaardige productie.

In België heeft Tinne Hermans  de nieuwe politieke  partij   BBB, BoerBurgerBelangen,   gepresenteerd met de nadruk op het vertegenwoordigen van zowel landbouwers als burgers. Ze streven naar een verbeterd landbouwbeleid en willen invloed uitoefenen  om de belangen van beide groepen te behartigen. Het vertrouwen in de huidige partij CD&V lijkt volgens hen sterk verminderd te zijn. De BBB wil een stem geven aan hen die actief zijn in de landbouwsector en tegelijkertijd de bredere gemeenschap vertegenwoordigen.

Vivaldi houdt graaipolitiek in stand, beloofde hervorming partijfinanciering komt er niet

Na dagenlang getouwtrek en ondanks de mooie belofte in het regeerakkoord, komt er geen hervorming van de partijfinanciering onder deze Vivaldi-regering. Dat bleek vandaag kort voor de hoorzitting met het burgerpanel We Need To Talk.

“Vivaldi krijgt een nul voor politieke vernieuwing. Partijfinanciering, riante uittredingsvergoedingen, belastingvrije onkostenvergoeding… Er was beloofd om die zaken aan te pakken, maar er beweegt niets”, reageert onze voorzitter Raoul Hedebouw.

“Meer dan drie jaar hebben ze de tijd gehad, maar de meerderheidspartijen hebben zich vooral beziggehouden met voorstellen in te dienen waarmee ze de oppositie de mond wilden snoeren”, aldus Raoul.

“Concrete voorstellen om het met minder geld te doen heb ik van Vooruit, Open Vld, CD&V en Groen niet gezien. Integendeel, ze stemmen altijd tegen onze amendementen om te besparen op de partijfinanciering.”

Wij hebben alvast een voorstel ingediend om alle partijdotaties en -subsidies op alle politieke niveaus te halveren. Op de volgende commissiebijeenkomst zullen we dat voorstel opnieuw agenderen.

Bon: PVDA.be

Wat is uiterst rechts anno 2024?

Uiterst rechts is vandaag in toenemende mate globaal, heterogeen, gemainstreamd en genormaliseerd.

Als we het vandaag over uiterst rechts hebben, spreken we nog vaak over een beweging die eigenlijk niet meer bestaat. We hebben het dan vaak over partijen en posities uit de jaren 1990, toen uiterst rechts nog klein was en buiten het systeem fungeerde. En waarvan opportunistische politici en partijen dachten dat ze deze uiterst rechtse groupuscules nog in de marge van het politieke gebeuren konden houden.

Als er één les te leren valt uit de dramatisch verlopen Nederlandse verkiezingen is dat we dit punt fors voorbij zijn. Maar hoe ziet uiterst rechts er vandaag dan uit? Een dissectie.

UITERST RECHTS VANDAAG

Tot een paar jaar geleden zou ik gezegd hebben dat uiterst rechts voornamelijk op electoraal vlak goed scoorde, maar er is veel aan het verschuiven. Ik wil die verschuiving graag als volgt duiden. De vermaarde Duitse politicoloog, Klaus von Beyme, onderscheidde drie verschillende fasen in de radicaal-rechtse politiek in naoorlogs West-Europa.

De derde fase begon in de jaren 1980, met Vlaams Blok in Vlaanderen en Front National in Frankrijk, FPÖ in Oostenrijk en de Centrumpartij (CP) in Nederland. Dat was de eerste echte moderne naoorlogse uiterst rechtse golf. ‘Modern’ in de zin dat de mensen die er een voorname rol innamen niet langer hun wortels in het historisch fascisme hadden en thema’s naar voren begonnen te schuiven die het over ‘vandaag’ eerder dan ‘vroeger’ hadden. Denk aan Vlaams Blok van begin de jaren 1980. Die partij had het weliswaar ook nog over amnestie, maar zette voornamelijk in op het thema immigratie. In deze derde fase werd uiterst rechts nog beschouwd als een buitenstaander, als een uitdager van het systeem. Onder ‘het systeem’ begrijpen we ‘de liberale democratie’ – de christendemocraten, de sociaaldemocraten, liberalen en groenen. Daarbuiten stond uiterst rechts en die schopten tegen de deur. Naar mijn inschatting eindigt deze derde fase zo rond de eeuwwisseling.

Vanaf de eeuwwisseling start de vierde fase, waarin we nu leven, die zowel kwalitatief als kwantitatief radicaal anders is. In die fase is uiterst rechts in toenemende mate globaal, heterogeen, gemainstreamd en genormaliseerd. Dit heeft geleid tot verschuivingen en poreuze grenzen tussen mainstream en radicaal-rechts, maar ook in toenemende mate tussen radicaal-rechts en extreemrechts.

Globaal

Vroeger was uiterst rechts ook wel relevant in meerdere landen, maar het is vooral in de laatste twintig jaar dat uiterst rechts nu ook in beide delen van Amerika relevant is geworden, in zowel het Noorden als het Zuiden. We zien het ook in Azië en Israël. Dit is dus niet alleen een Europese of een ‘witte ziekte’. Modi en zijn BJP (Bharatiya Janata Party) in India is één van de meest extreme voorbeelden van een uiterst rechts regime.

Heterogeen

Uiterst rechts is heel heterogeen. Je hebt extreemrechtse partijen zoals Gouden Dageraad in Griekenland en radicaal-rechtse partijen zoals Vlaams Belang. In termen van organisatie heb je iemand zoals Bolsonaro die in Brazilië is verkozen op een lijst van een niet radicaal-rechtse partij. Dan heb je iemand als Geert Wilders die 37 zetels heeft gewonnen, terwijl er maar één iemand lid van de partij is (hijzelf). Maar dan heb je ook de BJP uit India die beweert de grootste partij in de wereld te zijn met meer dan honderd miljoen leden. Je hebt partijen die al 70 jaar of nog maar 5 jaar bestaan. Je hebt partijen die minder dan 1% halen en partijen die meer dan 50% scoren. Er zijn partijen die meeregeren en partijen die dat nog nooit hebben gedaan. Vanzelfsprekend gedragen die partijen zich niet op dezelfde manier.

We moeten niet doen alsof uiterst rechts één en hetzelfde is. De covidpandemie was een interessant moment om te ontdekken hoe uiterst rechts niet op één en dezelfde manier reageerde. De mensen werden boos door de opgelegde maatregelen. Een deel van uiterst rechts probeerde te profiteren van die boosheid, maar de uiterst rechtse partijen die mee in de regeringen zaten konden veel moeilijker profiteren van de boosheid.

Gemainstreamd

We moeten dus veel genuanceerder denken over uiterst rechts. Het belangrijkste dat we in de voorbije decennia zagen gebeuren, is het mainstreamen van uiterst rechts. Mainstreaming is het empirisch proces waarbij uiterst rechts steeds meer hetzelfde wordt als wat we voorheen de mainstream noemden: sociaaldemocratische, centrumlinkse en -rechtse partijen.

Mainstreaming kan op drie manieren gebeuren: uiterst rechts kan matigen en de bocht maken richting mainstreamrechts; mainstreamrechts kan radicaliseren en opschuiven in meer radicaal-rechtse richting; of beiden gebeuren tegelijkertijd.

Op het vlak van immigratie is er een duidelijke radicalisering van de mainstreampartijen. Denk aan hoe de Deense sociaaldemocraten vandaag het migratiebeleid aanhangen dat in de jaren 1990 door uiterst rechts werd gepropageerd. Het is niet identiek, maar volgt wel dezelfde frames en als gevolg daarvan vaak dezelfde posities. Je kan over immigratie op verschillende wijzen spreken. Je kan het economisch benaderen en dan hebben we het over ‘de gastarbeider’. Tegenwoordig gebruiken we dit frame nog nauwelijks. Het frame dat we gebruiken is er één van dreiging, van problemen, van falen. Het idee dat multiculturalisme heeft gefaald, is gemeengoed geworden. Cameron, Sarkozy en Merkel hebben dit uitgesproken. We spreken over immigratie in radicaal-rechtse frames. Als een bedreiging voor onze nationale identiteit en nationale veiligheid.

Als je over immigratie praat in radicaal-rechtse frames dan kom je uiteindelijk op dezelfde positie uit. De positie zijn niet 100% identiek, maar in de kern gaat het over hetzelfde. Als je het verschil tussen mainstreamrechts (UMP) en radicaal-rechts (FN) in Frankrijk van de jaren 1990 bekijkt, dan is er nog een heel duidelijk verschil in de frames die ze gebruikten. Als je vandaag Les Républicains vergelijkt met het Rassemblement National van Marine Le Pen dan zit daar bijna geen verschil meer tussen. Dat is maar één voorbeeld. Er zijn nog voorbeelden. Denk in Vlaanderen aan het verschil tussen N-VA en Vlaams Belang. Of in Nederland tussen VVD en PVV. De verschillen zijn aanzienlijk kleiner geworden; en niet omdat Vlaams Belang of PVV nu plots veel gematigder zijn geworden.

Wat je ook ziet, is dat er meer coalities worden gevormd met uiterst rechts. In de jaren 1990 was er maar één regering in West-Europa waar een radicaal-rechtse partij mee bestuurde: de regering-Berlusconi tussen 1994 en 1996 met Lega Nord, die op dat moment een boderlinecase was. Tegenwoordig heeft de meerderheid van de EU-lidstaten een (sub)nationale regering gehad met uiterst rechts. En het worden er alleen maar meer. Dat is ook logisch. Want met die verschuiving wordt uiterst rechts steeds meer een natuurlijke partner van mainstream rechtse partijen. Een ander gevolg is dat radicaal-rechts beleid niet langer iets exclusiefs is van radicaal-rechtse partijen. VVD in Nederland wil dat Europa niet langer vluchtelingen opvangt, maar dat deze allemaal in de regio’s buiten Europa worden opgevangen. In de jaren 1990 was er maar één partij die dit wou, de radicaal-rechtse Centrumdemocraten (CP).

Genormaliseerd

Waar mainstreamen een empirisch proces is, is normalisatie een normatief proces. Daarin wordt wat uiterst rechts wil (of wie het is) als normaal beschouwd, alsof het hegemonisch is. Dan worden de ideeën van uiterst rechts niet meer als dusdanig erkend.

Eén van de meest interessante voorbeelden is hoe ‘het volk’ wordt gebruikt in de media en de politiek. Als je in Nederland bestudeert hoe ‘de bezorgde burger’ – waar VVD erg van houdt – wordt gebruikt, dan is die bezorgde burger altijd bezorgd over immigratie of islam en gek genoeg nooit over huisvesting, ondanks dat we uit onderzoek leren dat burgers grotendeels daarover bezorgd zijn. Of over onderwijs of ongelijkheid. ‘Het volk’ wordt in toenemende mate beschreven als dat deel wat potentieel voor uiterst rechts stemt. Radicaal-rechtse posities worden beschreven als ‘common sense’. De uitspraak of stelling dat multiculturalisme heeft gefaald, wordt zomaar aanvaard. We voeren hier zelfs geen debat meer over, ondanks dat hier helemaal geen bewijs voor is. Als je kijkt naar de objectieve criteria van wat men met immigratie en integratie voor ogen had, dan is dit redelijk succesvol.

Eén van de grootste problemen van uiterst rechts in de jaren 1980 en 1990 was de moeilijkheid om getalenteerde mensen aan te trekken, mensen die iets te verliezen hadden. Dit kwam door het stigma dat hierop kleefde. Als je binnen Vlaams Blok actief werd, kostte dit jou wellicht je werk of een aantal vriendschappen. Vandaag is dit in heel wat landen niet meer zo. Je betaalt als aanhanger van uiterst rechts geen sociale of economische prijs meer. Als gevolg hiervan zie je steeds meer mensen uit het establishment opduiken die voor hen en met hen gaan spreken, inclusief in academische kringen.

Een gevolg van mainstreaming zijn de verschuivende grenzen. Het wordt moeilijker om te zien wie radicaal-rechts is en wie niet. In de jaren 1980 schreven we: ‘we weten wie ze zijn, maar niet wat ze zijn’. Een beetje een vreemde uitspraak, maar het punt was dat er in die jaren een grote overeenstemming was over wie er uiterst rechts was en wie niet. Probeer eens met de criteria die we vroeger gebruikten, vandaag een onderscheid te maken tussen Vlaams Belang en N-VA. Dan ga je niet meer praten over waar ze specifiek voor staan, maar wel over hoe ze zich positioneren en of wat ze zeggen wel of niet gemeend is, en dus ideologisch of uit opportunistische redenen wordt verkondigd.

Ook de financiële wereld normaliseert uiterst rechts. Geld gaat natuurlijk altijd naar wie geld maakt. De financiële markten waren dolblij met Trump; ze schoten door het dak. In Nederland reageert men nu iets afwachtender, omdat Wilders in de campagne wat linkse programmapunten verkondigde. De markt wil in de eerste plaats voorspelbaarheid. Als VVD mee in de regering zit, zullen zij niet panikeren. Grote bedrijven normaliseren dus mee uiterst rechts, maar ik volg niet de communistische theorie dat het fascisme de stormtroepen vormden voor het kapitaal, dat is onzin. Kapitaal neemt geen risico, het wacht af. Van zodra uiterst rechts genormaliseerd is, doet het kapitaal mee.

VERSCHUIVING BINNEN RADICAAL-RECHTS VANDAAG

Recent schreef de voorzitter van de Heritage Foundation, één van de grootste rechts-conservatieve denktanks in de VS, een ideologisch manifest over wat conservatisme is. Het is een radicaal-rechts manifest. Het gaat over de nationale identiteit beschermen, over ‘het volk’. Het ideologisch onderscheid tussen radicaal-rechts en conservatisme is nog heel moeilijk te vinden. Een politieke partij als Fidesz (Hongarije) was conservatief; vandaag zijn de meesten het er over eens dat dit een uiterst rechtse partij is geworden. Idem voor Likoed in Israël. N-VA zit op de grens. De Republikeinse Partij in de VS is uiterst rechts geworden. Waar situeren zich de Tories in het VK zich? De Tories verkondigen een eerder nativistische boodschap, een anti-immigrantenstandpunt. Meer dan welke partij ook, terwijl ze anderzijds de etnisch meest diverse partij in Europa is.

Er is ook een verschuiving merkbaar binnen radicaal-rechts, en dit is vrij nieuw. Ten eerste heb je politieke leiders als Trump en Bolsonaro. Beiden hebben direct of indirect opgeroepen tot een staatsgreep. Beiden hebben de uitslagen van democratische verkiezingen niet erkend. In India heb je het BJP dat onderdeel is van een veel grotere hindoe-nationalistische beweging waarin de centrale organisatie (de RSS) al drie keer in de geschiedenis verboden is vanwege terrorisme. In India is er al heel lang sprake van systematisch geweld tegen moslims. Allemaal onder het toeziende en goedkeurende oog van Modi en de nationale regering. Trump zegt niet dat hij tegen de democratie is. Nee, hij claimt dat hij de echte democraat is en dat hij zich verzet tegen verkiezingen die ondemocratisch zijn verlopen. Hierdoor krijgen we schimmengevechten die het erg moeilijk maken.

Toen ik uiterst rechts begon te bestuderen, werd uiterst rechts als een normale pathologie beschouwd. Men dacht dat de ideeën van uiterst rechts geen enkele connectie of relatie hadden met de ideeën van de democratische samenleving en mainstreampartijen. En dat hun ideeën door slechts zo’n 5 à 10% van de totale bevolking ondersteund werden. Men dacht toen dat het voornamelijk mensen waren die niet mee konden met de moderne samenleving. Ondertussen weten we dat het niet zo gemakkelijk is. Uiterst rechts omschrijf ik vandaag als de ‘pathologische normaliteit’. Dat houdt in dat de uiterst rechtse ideeën als geradicaliseerde mainstreamideeën kunnen worden beschouwd. Eén voorbeeld: nativisme is een xenofobe vorm van nationalisme. Het betekent dat je niet alleen een monoculturele staat wil, maar ook eigenlijk alles wat niet nationaal en niet ‘native’ is als een bedreiging beschouwt.

Het idee van de natiestaat, dat ieder volk zijn eigen staat verdient, is ingeschreven in artikel 1 van de VN. Dit idee leeft in heel wat landen al enkele eeuwen. Nederland is het land van Nederlanders, Frankrijk het land van Fransen. Het idee van nativisme is de radicalere versie van nationalisme. Binnen de ‘pathologische normaliteit’ is er steeds meer steun voor gematigde versies van radicaal-rechtse ideeën. Dat zie je voorbeeld in de vaststelling dat in steeds meer landen tot meer dan de helft van de bevolking vindt dat er te veel migranten zijn. Of een groeiend deel van de bevolking vindt dat de criminaliteit een te groot probleem is en de staat te soft reageert. Echter, extreemrechts is nog steeds een normale pathologie. Het grootste deel van de bevolking is niet tegen de democratie en openlijk racisme wordt ook maar door een minderheid van de bevolking ondersteund. Maar in landen als Hongarije en ook Nederland zien we een verschuiving van radicaal-rechts als een normale pathologie naar een ‘pathologische normaliteit’.

Ik wil uiterst rechtse kiezers niet wegzetten als irrationele mensen. Wel stel ik vast dat veel in een andere werkelijkheid leven. Ze denken dat er veel meer migranten en moslims zijn dan in werkelijkheid, dat alle huizen naar de migranten gaan. Als jij denkt dat er 25% en niet 6% moslims in jouw land leven, en dat deze grotendeels tijdens de voorbije vijfentwintig jaar zijn gekomen, dan zijn zulke meningen vrij rationeels. Let wel, samenzweringstheorieën zijn niet het alleenrecht van uiterst rechts. Ze komen overal voor, ook in linkse kringen. Denk aan het verhaal van de Roze Balletten in België.

Deze tekst is gebaseerd op de lezing van Cas Mudde op Het Festival van de Gelijkheid in Gent. Met dank aan Dominique Willaert voor de transcriptie.

Bron: Sampol.be