Economische prognoses 2021

De verschillende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dijken werpen hun vruchten af. Althans wat de volksgezondheid betreft. De economische impact is erg groot en zelfs groter dan verwacht. Hoe zal het herstel verlopen? En wat zijn de verwachtingen over de economie wereldwijd? U leest het in dit artikel. De gezondheidsmaatregelen werpen hun vruchten af, maar de impact van de covid-19 op de economie is erg groot. Enkele weken geleden dook het coronavirus nog hier en daar onvoorspelbaar op. De draconische lockdownmaatregelen, de discipline van de Belgische bevolking (en de rest van de wereld) en de immense inspanning van de gezondheidszorgwerkers, behoedden ons van een catastrofe. Vandaag noteren we een zeer sterke daling van het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en erg te betreuren overlijdens. De maatregelen werpen hun vruchten af. Althans wat de volksgezondheid betreft. Recente barslechte economische cijfers tonen echter aan dat de impact op de economie erg groot is en zelfs groter dan verwacht. Een geglobaliseerde economie zet je immers niet in stilstand, zonder consequenties zoals een sterke werkloosheid, faillissementen enzovoort. En algemeen wordt aangenomen dat de echte impact van Covid-19 op de economie zich nog moet doen voelen. De cijfers voor 2020 kunnen dus nog slechter. Echte groei wordt verwacht in 2021. In elk geval geen gebrek aan initiatieven om het snelle verval van de economie af te remmen. Nationale overheden, de Europese Commissie (met het herstelplan “Next Generation EU”), de centrale banken enzoverder lanceerden ettelijke diepgaande en nooit geziene steun- en herlanceringsmaatregelen. Een ware tsunami aan liquiditeiten overspoelt ons. Ondertussen worden na enkele maanden van totale economische en maatschappelijke bevriezing snelle stappen gezet om de samenleving en dus de economische bedrijvigheid opnieuw te openen. Mensen gaan terug aan de slag. De economische motor slaat aan, al is het wel wat sputterend in sommige sectoren. Er is een sterke hoop om snel aan te knopen met de economische bedrijvigheid van het pre-coronatijdperk. De hamvraag is nu: hoe vlot herstelt de economie zich? Een scherpe daling gevolgd door een scherp herstel noemt men een V–correctie. Wordt het dat? Of wordt het eerder een U–correctie? Dat is een scherpe daling gevolgd door een periode van makke groei, om pas jaren later opnieuw aan te knopen met een gezonde economische expansie. Een bijkomende vraag is: hoe zal die economie en samenleving er dan uitzien? Gaan mensen digitaler kopen? Gaan restaurants nog op volle toeren draaien? En wat met het toerisme? Ontstaan er nieuwe jobs? Gaan mensen nog op kantoor werken of wordt thuiswerk de norm? Het is te vroeg om daarover definitieve uitspraken te doen. En wat met een tweede besmettingsgolf? Dat die er komt wordt door virologen als waarschijnlijk geacht. We zijn wel beter voorbereid. Dat sterkt de hoop dat tweede golf in te dijken valt en dat de impact op de economie beperkt(er) zal zijn.   Er zijn dus nog veel vragen. Maar ook sterke hoop dat het herstel ingezet is. De Verenigde Staten van Amerika hebben de restricties relatief sneller dan andere landen gelost. Nu de economie terug opent, zal de economische activiteit opnieuw aantrekken. Er wordt door AXA Investment Managers een krimp van 3,8% in 2020 voorspeld. Verder kijkend naar 2021 voorziet men een groei van 5,3%. Uiteraard zijn deze prognoses onzeker, omdat de precieze impact van deze corona lockdown zich nog moet doen voelen. Economische indicatoren in de eurozone laten een kolossale impact van het Covid-19-virus zien, zij het met aanhoudende en sterke verschillen tussen landen als gevolg van verschillende economische structuren, de reikwijdte van de lockdownmaatregelen en de implementatie van exitstrategieën. De prognose voor 2020 wordt verlaagd naar -7%. Het Chinese herstel houdt aan dankzij een V-vormig herstel van de industriële productie. De houdbaarheid van het industriële herstel is echter twijfelachtig. Een krachtigere beleidsversoepeling is echter nodig. AXA IM handhaaft haar groeiprognose van 2,3% voor 2020, maar de neerwaartse risico’s zijn zeker aanwezig. In de opkomende landen (emerging markets) zal de economische activiteit klappen krijgen door de sterke daling van de industriële productie en detailhandelsverkopen in het 1ste kwartaal, terwijl in het 2de kwartaal nog forsere dalingen worden verwacht als gevolg van de strenge lockdownmaatregelen. De centrale banken hebben gereageerd met steunmaatregelen, maar die zijn niet voldoende om de krimp te compenseren. 
Bron: AXA
MR wil belasting werknemers laten zakken naar 33 procent

MR wil belasting werknemers laten zakken naar 33 procent

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez wil het debat openen voor een federale lastenverlaging, waarbij de belastingen zakken naar 33 procent. ‘Tegelijk willen we ook een plafond van 50 procent voor het totaal van de belastingen op inkomsten’, zei hij zaterdag.

“Werknemers zouden nooit meer dan een derde van hun loon aan belastingen mogen betalen”, aldus de MR-voorzitter in een interview met l’Echo en De Standaard. Hij ontkent dat het voorstel op maat van de grote inkomens gemaakt is. ‘Gemiddeld betalen werknemers rond de 35 à 36 procent belastingen. Als je dat terugbrengt naar 33 procent, gaat bijna iedereen er dus op vooruit. Onze focus ligt op de middenklasse en de gewone mensen. En de bedoeling is uiteraard dat dat geld terugvloeit naar de Belgische economie.’
Bouchez haalde verder aan dat 70 procent van de Belgen een eigen woning bezit. ‘Of misschien krijgen ze wel een erfenis van hun grootouders. Daarom werken we ook op die tweede as, het plafond van 50 procent.’
‘Ik besef dat er nog veel fiscale hypocrisie is. Grote vermogens ontlopen nog vaak de personenbelasting via vennootschappen, waarin ze bijvoorbeeld hun wagen en een deel van hun woning kunnen inbrengen. Het moet rechtvaardiger. En die weg loopt via deze lastenverlaging naar 33 procent’, meent de voorzitter van de Franstalige liberalen. Bron: Knack

Volgens Neutr-On is het voorstel van Bouchez ruim onvoldoende.
Neutr-On wil dat arbeid volledig onbelast wordt. Daarnaast moet het bezit van een woning aangemoedigd worden. Dan zou elk gezin een woning kunnen verwerven tegen de leeftijd van 65 jaar die deel kan uitmaken van de pensioenopbouw.
En Neutr-On blijft vasthouden aan een vermogensbelasting van 1% voor vermogens boven 1 miljoen euro.

500 miljoen extra Vlaams begrotingstekort

500 miljoen extra Vlaams begrotingstekort

Er is alweer 500 miljoen euro extra tekort in de Vlaamse begroting. Daardoor zal de Vlaamse begroting in 2021, door de coronafactuur, nog groter worden tot een tekort van 3,3 miljard.

In 2019 stegen de misgelopen inkomsten voor Vlaanderen tot 591 miljoen euro. De Vlaamse regering heeft de hefbomen om de put te dempen, maar maakte daar geen gebruik van. Dat schrijft De Tijd.

De taxshift van de regering-Michel beoogde een verschuiving van de belastingen op arbeid naar belastingen op kapitaal en consumptie. Een verhoging van de belastingvrije som en een aanpassing van de belastingtarieven en -schijven in de personenbelasting moesten werken lonender maken en de koopkracht van de Belg aanzwengelen.

Vlaanderen en de andere gewesten heffen echter opcentiemen op de federale personenbelasting. Doordat de taxshift een knip zette in die belasting vallen de inkomsten uit de opcentiemen lager uit. In 2016 bleven die minderinkomsten voor Vlaanderen beperkt tot 69 miljoen euro, maar in 2018 liepen ze op tot 388 miljoen. In 2019 volgde voor Vlaanderen de zwaarste dobber met bijna 600 miljoen aan misgelopen belastinginkomsten. ‘Die minderinkomsten zullen volgens ramingen van de FOD Financiën stijgen tot ruim 800 miljoen euro per jaar’, zegt coauteur Koen Algoed, secretaris-generaal bij het departement Financiën en Begroting.

Nu de Vlaamse begroting in 2021 door de coronafactuur afdaalt naar een tekort van 3,3 miljard was ruim een half miljard euro aan extra inkomsten welkom geweest. ‘Vlaanderen kan de taxshift ook terugdraaien door de opcentiemen te verhogen. Niemand verhindert dat’, zegt professor Publieke Financiën André Decoster (KU Leuven). ‘De autonomie betekent net dat je de mogelijkheid hebt om niet akkoord te gaan met wat federaal besloten is, maar Vlaanderen maakte vooralsnog geen gebruik van die bevoegdheid’, zegt Decoster tegen De Tijd, die een studie van het Vlaamse departement Financiën en Begroting die de dynamische budgettaire gevolgen van de zesde staatshervorming in kaart brengt kon inzien. De Leuvense onderzoeksgroep Vives publiceert de studie donderdag.

Dat dat de begroting bezwaart, is een prijs die de N-VA en de Vlaamse regering – ook de huidige – willen betalen. ‘Ons land kent een hoge belastingdruk. Die verhogen lijkt me onverstandig’, zegt Vlaams minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele (N-VA).

Bron: Trends

Loonoverleg zit strop

Loonoverleg zit strop

Het loonoverleg zit goed strop. De vakbonden hebben de aanval ingezet tegen de vorige afspraken in de regering Michel, maar de liberalen willen de strenge loonkostwet behouden?
De vakbonden gooien de knuppel in het hoenderhok van Vivaldi: die binnen deze federale coalitie vasthoudt aan de zogenaamde ‘wet van 1996’, die de loonkost regelt. De vorige centrumrechtse regering Michel scherpte die wet aan, waardoor vandaag de lonen maar collectief met 0,4 procent kunnen stijgen, bovenop de index. Maar dat is niet naar de zin van de vakbonden en socialistische en groene oppositiepartijen. Tijdens de regeringsonderhandelingen deden de liberalen er alles aan om die ‘erfenis van de regering Michel’ gaaf te houden. De druk van de vakbonden wordt eindelijk wat groter. Die stapten op uit het overleg van de Groep van Tien.

De vakbonden bliezen verzamelen op dinsdag 20 januari. Maar niet om opnieuw bijeen te komen met de werkgevers, zoals gepland. De vakbonden zitten immers heel deze week samen met alle sociale partners in de zogenaamde ‘Groep van Tien’ om daar de tweejaarlijks loononderhandelingen te doen.
Dat is een bijzonder belangrijk moment, waarop in overleg beslist wordt hoeveel de lonen kunnen stijgen, in een zogenaamd IPA, een interprofessioneel akkoord, dat sociale vrede afkoopt: een cruciaal element in het ‘Rijnlandmodel’, sociale vrede via systematisch overleg tussen vakbonden en werkgevers. Lukt dat IPA tussen de sociale partners niet, dan komt in tweede instantie de regering zelf op de proppen, om zo’n akkoord erdoor te duwen.
Maar alles lijkt erop dat het dossier nu wel héél snel op het bord van de regering komt. Want een tweede meeting tussen werknemers en werkgevers is al meteen afgeblazen: de vakbonden lieten weten na maandag en die eerste meeting vandaag gewoon niet meer te komen. Ze geven vandaag in de plaats een persconferentie.
Het overleg was begonnen met de conclusie van een loonrapport van de ‘Centrale Raad van het Bedrijfsleven’, dat meteen adviseert dat de marge om de lonen te laten stijgen dit jaar en volgend jaar0,4 procent bedraagt, bovenop de index.
Dat was voor de drie grote vakbonden niet aanvaardbaar. Nu meteen opstappen is dus een stevig signaal: ze laten weten dat ze op hun persconferentie hun protest tegen de zogenaamde wet van 1996 over loonmatiging nog eens flink in de verf gaan zetten.
Meteen noemde Pieter Timmermans, de baas van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), het ‘een slag in het gezicht van de ondernemers‘ en ‘onbegrijpelijk en onverantwoord in de grootste economische crisis ooit’.

Het steekspel tussen werkgevers en werknemers is deel van een traditionele choreografie die gepaard gaat met nationale loonsonderhandelingen: die moeten vroeg of laat wat ‘oververhit’ raken, voor ze kunnen landen.
Alleen is het opvallend dat de bom nu al meteen bij het begin barst: de vakbonden willen een fundamentelere boodschap geven dan zomaar gepingel over geld. Ze zijn het oneens met de spelregels waarbinnen ze moeten werken. En die zijn het gevolg van de zogenaamde ‘erfenis van Michel’, het werk van de vorige regering.
Tegen die centrumrechtse coalitie trokken de vakbonden ter land, ter zee en in de lucht ten strijde: het was de meest harde en rechtse regering ooit, als je de socialistische, maar evengoed christelijke vakbonden moest geloven. Bij de FGTB leefde zelfs het idee dat ze de regering ‘kapot’ zouden staken, wat jammerlijk mislukte.
Maar zeker aan Franstalige kant zat de frustratie zeer diep. De hervorming van de pensioenen, met het optrekken van de leeftijd naar 67 jaar, zette bijzonder veel kwaad bloed. Daarover verwacht men later dit jaar een offensief van minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS), die toch een en ander van de vorige regering zal ‘corrigeren’: met name de beloofde forse stijging van de pensioenen zelf.
Maar evengoed was er die fameuze ‘wet van 1996’ die ongelofelijke woede opriep bij de vakbonden. Want door die wet aan te scherpen, wilde de vorige regering de loonkosthandicap met de buurlanden onder controle houden: als de lonen in België te hoog liggen, ten opzichte van Frankrijk, Nederland en vooral Duitsland, komt de Belgische export in de problemen.
De ‘loonnorm’, het keurslijf waarin die tweejaarlijkse loononderhandelingen zitten, is dus door Michel aangesnoerd. Had die regering niets aangepast aan de wet van 1996, dan had men over maximaal 0,8 procent kunnen onderhandelen.
De vakbonden hebben die interventie van de regering Michel nooit echt kunnen aanvaarden, ze spreken systematisch over ‘sjoemelsoftware‘, en willen terug naar de ‘oude wet’. Voor het eerst wordt nu de federale regering misschien getest op sociale dossiers.

Voor de liberalen, de MR op kop, was het altijd cruciaal om die zogenaamde ‘erfenis van Michel’ te beschermen, terwijl de PS net altijd aan de achterban beloofde om een aantal ‘grove aberraties’ van die ‘N-VA-MR-regering’ te corrigeren.
Ook deze zomer, toen over Vivaldi onderhandeld werd, lag een mogelijke aanpassing van de fameuze wet van 1996 op tafel. Maar voor de liberalen was het helder: daaraan kon niet geraakt worden. Uiteindelijk raakte het ook zo in het regeerakkoord: van een wijziging is daarin geen sprake.
Dat herhaalde premier Alexander De Croo (Open Vld) dit weekend nog in De Tijd: ‘De wet van 1996 heeft ertoe geleid dat we onze loonhandicap konden verkleinen en onze competitiviteit op peil konden houden. Laten we dat zo houden’, stelde die.
Maar tegelijk ligt bij Vivaldi opnieuw de nadruk op ‘respect voor de sociale partners’, en wil men in de praktijk geen complete confrontatie met de vakbonden. Integendeel, met de hete adem van de PTB in de nek, en de cruciale post van de minister van Arbeid in hun hand, heeft de PS wel wat redenen om toch goed te luisteren naar wat de FGTB en het ACV te zeggen hebben.
Voorlopig houdt Pierre-Yves Dermagne (PS) de boot af: hij wil zich niet gaan mengen in dat overleg, zolang het niet nodig is. Het is dus afwachten hoe hard de vakbonden het spelen met hun aanval op die wet van 1996. Zetten zij hardnekkig door, dan komt het dossier toch op het bord van de regeringspartijen. En dan zullen PS, Vooruit, maar evengoed de groenen en zelfs CD&V kleur moeten bekennen: ‘hun’ vakbond volgen, of toch de vrede in de regering bewaren.

Bron: BusinessAM

Hard werken niet beloond

Hard werken niet beloond

In februari 2019 werd gestaakt tegen een voorstel van loonnorm van 0,8%. Vandaag zijn die kruimels nog eens gehalveerd…naar 0,4% opslag.
Na maanden waarin de werkenden duidelijk maakten wie alles doet draaien, worden ze beledigd wat hun loon betreft. Een marge van maximaal 0,4% is onaanvaardbaar.

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft advies inzake de marge voor de loononderhandelingen op nationaal niveau. Deze onderhandelingen kaderen in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) tussen vakbonden en bazen.
Het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven werd bijgesteld van 0,9% opslag tot maximaal 0,4%. De reden? De loonnormwet voorziet in een veiligheidsmarge van 0,5%. Voor alle duidelijkheid: de ‘veiligheid’ waarvoor marge wordt genomen, heeft geen betrekking op onze sociale veiligheid maar op de winsten van de bedrijven. Het toont aan hoe de bazen de wetgeving naar hun hand zetten. Dan doen ze ook door de berekening van de “loonkost” steeds abstracter te maken (onder meer door fiscale en andere cadeaus van de overheid niet in mindering te brengen). De bazen bepalen de regels, spelen samen met de overheid vals en vertellen achteraf dat dit nu eenmaal de regels zijn.

De diepe economische crisis, mee versneld en verdiept door de pandemie, maakte onder meer in Europa duidelijk dat een aantal van die ‘regels’ niet in steen gebeiteld zijn. Om het systeem overeind te houden, werden regels als de beperking van de staatsschuld en de vereiste van begrotingen in evenwicht zonder problemen overboord gegooid.

Voor de bazen is 0,4% nog te veel. Er is geen ruimte voor enige loonsverhoging, riepen ze de voorbije weken. VBO-topman Timmermans waarschuwde voor een “ontsporing” van de lonen en suggereerde dat zo’n ontsporing nadien moet ‘rechtgezet’ worden met maatregelen als een indexsprong. Kortom: we mogen al ‘blij’ zijn dat er niets afgenomen wordt. Aangezien 0,4% dicht genoeg bij nul ligt, hopen de werkgeversfederaties nu op “sereen overleg”.

Na jaren van ‘loonmatiging’, waarvoor de bazen bij alle traditionele partijen bereidwillige politici vonden, is het aandeel van onze lonen in de totaal geproduceerde waarde afgenomen. Onze levensstandaard heeft met andere woorden de vooruitgang niet gevolgd. De bazen willen dat het liefst zo houden en gebruiken opnieuw alle mogelijke argumenten.

Natuurlijk is er het argument dat ernstige loonopslag niet kan in een diepe crisis. Het is evenwel niet voor iedereen crisis en bovendien blijft de vraag wie zal opdraaien voor die crisis. De gewone werkenden of diegenen die de afgelopen jaren steeds rijker werden? De 2.153 miljardairs in deze wereld bezitten meer dan de 60% armsten. Bloomberg merkte op dat de 500 rijksten hun rijkdom in 2019 met maar liefst 25% zagen toenemen. In coronatijden ging Jeff Bezos van Amazon er met 67 miljard dollar op vooruit, dat is ruim 2000 dollar per seconde. Je zal maar in de zorg of de distributie werken en per maand nog niet verdienen wat Bezos per seconde binnenhaalt. Haal het geld bij de superrijken, niet in onze zakken! Voor alle duidelijkheid: als we het over ‘superrijken’ hebben, bedoelen we niet de werkenden die wat spaarcenten hebben. Er zijn in ons land 29 miljardairs. Of denk aan de CEO’s van beursgenoteerde bedrijven: zij waren in 2019 goed voor een gemiddeld jaarloon van 2,46 miljoen euro en gingen er op een jaar tijd met 30% op vooruit.

Breek de loonnorm, breek de loonwet
In het verleden was er een indicatieve loonnorm, waarbij op sector- en/of bedrijfsniveau kon beslist worden om meer opslag toe te kennen. Dit is gewijzigd in een dwingende loonnorm, met de mogelijkheid van sancties. In bedrijven waar het personeel sterker staat, wordt de loonnorm in de praktijk nog regelmatig overschreden. Dat gebeurt onder meer via extralegale voordelen. Het loonpakket wordt hierdoor steeds individueler ingevuld, wat de bazen meer ruimte biedt voor willekeur en verdeeldheid. Bovendien wordt op deze manier een stuk loon aan de sociale zekerheid onttrokken.

Twee jaar geleden werd de loonnorm van 0,8% opgetrokken tot 1,1% na een goed opgevolgde staking in februari 2019. Ook nu zal strijd nodig zijn om de loonnorm fors op te trekken. Bovendien moet deze strijd ook de loonwet op zich in het vizier nemen. Een terugkeer naar een indicatieve loonnorm zou het minimum moeten zijn. Het zou het mogelijk maken om bijvoorbeeld in de supermarktsector en het transport substantiële loonsverhogingen te realiseren. Of vinden de bazen en hun politici dat deze helden van de coronacrisis dat niet waard zijn? Daarnaast moet ook de eis van een hoger minimumloon, van minstens 14 euro per uur, in de strijd worden opgenomen.

Waarop wordt gewacht om een goed voorbereide campagne, met werkenden uit essentiële sectoren vooraan, op te zetten om de belangen van de werkende klasse te verdedigen? De vakbondsleiders klagen terecht aan dat 0,4% een belediging is. Wie beledigd wordt en daar niets tegen doet, wordt onder de voeten gelopen. Er is nood aan een offensieve strijd. De werkende klasse heeft potentieel een enorme kracht om te reageren, maar dat vereist organisatie en een strijdbaar programma.

Het is door strijd dat in 2019 de loonnorm van 0,8% naar 1,1% ging (zelfs indien er meer mogelijk was), het was eveneens door strijd dat het pensioen met punten is tegengehouden. De strijdbeweging waarmee we de bazen en de regering het meest in het defensief duwden was die van eind 2014, toen er een ernstig actieplan was met acties die telkens opbouwden naar een volgende stap. Corona mag geen excuus zijn om niet te reageren, de bazen en hun politici laten zich immers ook niet door Covid-19 hinderen om hun beleid op te leggen. Breek de loonnorm, breek de loonwet!

Bron: LSP