Wat verandert er in april 2023?

Wat verandert er in april 2023?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
• Aanpassing kilometervergoeding vanaf 1 april 2023
Werknemers die beroepsverplaatsingen maken met hun eigen wagen kunnen van hun werkgever een terugbetaling krijgen van de gemaakte kosten.
Het is niet nodig om het juiste bedrag van deze kosten te bewijzen, aangezien de overheid een maximum forfaitair bedrag per kilometer heeft vastgelegd dat aanvaard wordt als kost eigen aan de werkgever (“kilometervergoeding”). Deze kilometervergoeding is vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen indien het maximumbedrag per kilometer niet wordt overschreden.

De kilometervergoeding wordt niet langer per jaar geïndexeerd, maar per kwartaal. Het nieuwe bedrag dat van toepassing is vanaf 1 april 2023 tot en met 30 juni 2023 bedraagt € 0,4246 per kilometer.
Ter herinnering: het bedrag dat van toepassing was van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bedroeg € 0,4259 per kilometer. Er is dus sprake van een daling tegenover het vorige bedrag.
Een bijkomende voorwaarde is dat het aantal afgelegde kilometers per jaar niet abnormaal hoog mag zijn (maximum 24.000 km per jaar). Als het aantal kilometers hoger ligt, moet hiervan bewijs geleverd worden.
Dit bedrag is een maximumbedrag. Werkgevers kunnen zonder problemen een lagere vergoeding per kilometer toepassen. Een hogere vergoeding per kilometer is ook mogelijk, maar dan ligt de bewijslast bij de werkgever en de werknemer. Zij moeten bewijzen dat de betaalde vergoeding overeenkomt met de reële kostprijs.

  • Btw op gas en elektriciteit definitief op 6 procent

De btw op gas en elektriciteit is al zowat een jaar verlaagd naar 6 procent, maar dat was een “tijdelijke” maatregel om de energiefactuur te drukken in de context van torenhoge energieprijzen. Vanaf vandaag 1 april wordt dat tarief dus permanent. Tegelijkertijd wordt een accijnshervorming van kracht.

  • Kamer keurt btw-verlaging energie met accijnshervorming goed

De minderinkomsten voor de overheid van de btw-verlaging worden deels gecompenseerd door de accijnshervorming. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) zei eerder dat tot eind dit jaar de lagere btw een minderinkomst van 892,95 miljoen euro betekent, terwijl de accijnzen 543,91 miljoen euro in het laatje zullen brengen.

Volgens consumentenorganisatie Testaankoop zal een gemiddeld gezin elke maand 16,5 euro minder betalen dan vroeger, toen de btw nog 21 procent bedroeg (38,5 euro minder dankzij de btw-verlaging en 22 euro meer door de accijnzen). “En die besparing zal nog groter worden als de energieprijzen stijgen, en de accijns verlaagt”, aldus Testaankoop. In de accijnshervorming is immers een mechanisme opgenomen waarbij de accijnzen op een deel van het verbruik (het zogenoemde basisverbruik) dalen wanneer de energieprijzen bepaalde plafonds overschrijden.

Bij aardgas kunnen de accijnzen (op het zogenoemde meerverbruik) stijgen wanneer de prijs fors daalt. Voor contracten met sociaal tarief zal de accijnshervorming pas ingaan op 1 juli.

  • Sociale tarieven voor stroom en aardgas opnieuw omhoog

De sociale tarieven voor elektriciteit en aardgas stijgen op 1 april overigens opnieuw, met 7,7 procent voor elektriciteit en met 9,5 procent voor aardgas. Het is de vierde prijsstijging op rij voor de sociale tarieven, die om de drie maanden worden vastgelegd door de federale regulator CREG.

Het enkelvoudig tarief voor elektriciteit bedraagt vanaf april 30,782 cent per kilowattuur, inclusief btw. Het sociaal tarief voor aardgas gaat naar 4,084 cent per kilowattuur, inclusief btw.

Het sociaal tarief is een verminderd tarief voor bepaalde categorieën personen of huishoudens, bijvoorbeeld mensen die recht hebben op een leefloon, bewoners van een sociale woning of ouderen met inkomensgarantie. Naar schatting 2 miljoen Belgen hebben er recht op. Het tarief is bij alle energieleveranciers hetzelfde.

  • Premie voor thuisbatterij wordt geschrapt

Wie een thuisbatterij met een AREI-keuringsattest plaatst, krijgt daar vanaf  1 april niet langer een premie voor. De Vlaamse regering besliste om die premie versneld af te bouwen.

Door het verdwijnen van de terugdraaiende teller en de stijgende energieprijzen zat de verkoop van thuisbatterijen in de lift. Met zo’n thuisbatterij kunnen gezinnen met zonnepanelen de zelf opgewekte stroom die ze niet meteen verbruiken, opslaan om die later te gebruiken.

Vlaanderen voorzag ook premies voor thuisbatterijen. Die premie bedroeg maximaal 40 procent van de totale investeringskost, met een plafond van 1.725 euro. Vorig jaar werd echter beslist om de premie sneller af te bouwen dan eerder aangekondigd. Volgens Vlaams minister van Energie Zuhal Demir bleek uit een evaluatie dat de subsidie “niet echt nodig is om burgers aan te zetten om in een thuisbatterij te investeren”.

De regering wil de vrijgekomen middelen inzetten voor het ondersteunen van de investering in een warmtepompboiler voor het opwekken van sanitair warm water, een ‘thermische’ batterij.

  • Huis kopen in Brussel wordt fiscaal voordeliger

Vanaf vandaag 1 april wordt het fiscaal aantrekkelijker om een huis te kopen in Brussel. Het Brusselse ‘abattement’ wordt dan verhoogd van 175.000 naar 200.000 euro. Daardoor kunnen kopers 25.000 euro besparen op de eerste schrijf van 200.000 euro.

Het abattement is een vermindering van registratierechten bij de aankoop van een eerste woning of bouwgrond. Tot 1 april bedroeg het abattement nog 175.000 euro voor de aankoop van de gezinswoning. Om meer Brusselse gezinnen toegang te geven tot een woning, wordt dit abattement opgetrokken naar 200.000 euro. In de plaats van een korting van 21.875 euro, genieten gezinnen vanaf 1 april van een korting van 25.000 euro.

Verder wordt het huidige plafond van 500.000 euro verhoogd naar 600.000 euro. Ook wie een woning van 600.000 euro koopt, heeft dus nog recht op het fiscale voordeel. Voor bouwgronden geldt dan weer een abattement van 87.500 euro, dat op 1 april opgetrokken wordt naar 100.000 euro. Daarnaast komt er een extra vergoeding voor grote energierenovaties. Het gaat om 25.000 euro voor elke gerealiseerde verbetering van energieklasse. Het aantal energieklassen waartoe de partijen zich verbinden, moet ten minste twee bedragen.

Ook de voorwaarden om recht te hebben op het abattement worden versoepeld. Wie in aanmerking wil komen voor een toeslag, zal de woning binnen drie jaar moeten betrekken (in plaats van twee jaar). Voor kopers die een aanvullende energie-efficiëntietoeslag aanvragen, wordt de termijn voor ingebruikname verlengd tot vijf jaar. Ten slotte zullen de kopers die niet vijf jaar in hun woning blijven wonen, niet langer de volledige premie moeten terugbetalen, maar een bedrag dat is aangepast aan het aantal jaren dat ze in hun woning hebben gewoond.

  • Oude en luide vliegtuigen betalen meer op Brussels Airport

Op 1 april worden op Brussels Airport nieuwe tarieven van kracht. Luchtvaartmaatschappijen die met luide, vervuilende vliegtuigen naar de luchthaven komen, zullen meer moeten betalen dan als ze moderne toestellen inzetten.

Brussels Airport stelt luchthaventarieven op voor telkens vijf jaar. Dat zijn vergoedingen die de luchtvaartmaatschappijen moeten betalen om van de diensten van de luchthavenuitbater gebruik te maken, zoals voor het landen en opstijgen, het parkeren en de bagageafhandeling. Die tarieven worden geïndexeerd met gemiddeld 11 procent. Er wordt ook meer dan vroeger rekening gehouden met het lawaai dat een vliegtuig maakt. “Daardoor betalen de meest luide, vervuilende toestellen tot twintig keer meer dan de meest stille, meest moderne toestellen”, aldus de luchthaven. En voor het eerst wordt er ook rekening gehouden met de uitstoot van stikstofoxiden.

Voor de oudste, meest vervuilen­de en luide vliegtui­gen, verdubbelt de heffing afhanke­lijk van het moment

Ook de zogenoemde terminalheffing, een door de overheid opgelegde vergoeding die luchtvaartmaatschappijen betalen voor de dienstverlening van de luchtverkeersleiders van skeyes, verandert vandaag. Die heffing zal voortaan afhangen van het geluid van de vliegtuigen, hun uitstoot, de afgelegde afstand (om korteafstandsvluchten te ontmoedigen) en het tijdstip van de vlucht.

“Gemiddeld wordt van de heffing 25 procent goedkoper tot 40 procent duurder, afhankelijk van de performantie en het moment van de dag”, aldus minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo). “Voor de oudste, meest vervuilende en luide vliegtuigen, verdubbelt de heffing afhankelijk van het moment.”

Tegen de aan skeyes verschuldigde heffing werd beroep aangetekend door onder meer Brussels Airlines, maar dat beroep werkt niet opschortend, bevestigt het kabinet-Gilkinet.

  • Deconnectie

Vanaf 1 april moeten ondernemingen met minstens twintig werknemers afspraken hebben gemaakt over het recht op deconnectie van de medewerkers. De afspraken moeten worden vastgelegd in een ondernemings-cao of in het arbeidsreglement.

Het recht op deconnectie is het recht om offline of onbereikbaar te zijn buiten de werkuren. “Je ontkoppelt letterlijk van je job en/of werkgever”, legt hr-dienstverlener Liantis op zijn website uit. “Je werkgever mag je dan ook niet meer contacteren tenzij er onvoorziene of specifieke omstandigheden zijn die niet kunnen wachten. Die omstandigheden en praktische voorwaarden moet de werkgever vastleggen in een cao of in het huidige arbeidsreglement laten vastleggen. De richtlijnen moeten op een objectieve manier stellen wanneer de werkgever wel of niet het recht heeft om een medewerker na de werkuren nog te storen.” Het recht op deconnectie is een onderdeel van de arbeidsdeal die de federale regering vorig jaar bereikte. Die bevat een rist maatregelen die ervoor moeten zorgen dat werk en privéleven beter op mekaar afgestemd raken, zoals de vierdaagse werkweek, extra opleidingen voor werknemers, een betere bescherming voor platformwerkers en flexibeler avondwerk voor de e-commerce.

Vlaams minister van Onderwijs Weyts: “Als ik carte blanche kreeg, zou ik bij alle richtingen in hoger onderwijs startproeven invoeren”

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) vindt dat verschillende studenten niet op hun plek zitten in het hoger onderwijs.  Hij stelt voor om bij alle richtingen startproeven in te voeren zodat studenten zich beter kunnen voorbereiden op de studie. “Niet om hen te koeioneren, wel om hen te helpen oriënteren”, zo zegt hij in #BelRiadh.

In het tweewekelijkse online-praatprogramma #BelRiadh gaat VRT-journalist Riadh Bahri in gesprek met jongeren over de maatschappelijke thema’s die hen bezighouden. In het nieuw seizoen streamt Bahri het programma vanuit zijn eigen living, met een gast aan zijn zijde. In deze aflevering discussiëren jongeren met Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) over de kostprijs van studeren in het hoger onderwijs en de toegang tot dat onderwijs. 

“Door de open toegang van ons hoger onderwijs in Vlaanderen kunnen studenten starten met bijna eender welke opleiding, maar 25 procent daarvan eindigt wel nog steeds zonder diploma”, zo zegt Ben Weyts. Volgens hem zitten veel studenten niet op hun plek in het hoger onderwijs omdat ze niet genoeg begeleiding hebben gekregen bij hun keuze. 

Die begeleiding op het einde van het secundair onderwijs kan een pak beter volgens de minister. “Klassenraden helpen daarbij, maar ook de oriëntatietest “Columbus” moet studenten in het middelbaar doen inzien waar hun talenten liggen.” 

Startproeven

Als hij de touwtjes helemaal in handen zou hebben, zou Weyts aan elke opleiding in het hoger onderwijs een startproef koppelen. “Dan heb ik het niet over een ingangsexamen zoals bij geneeskunde, maar eerder een soort oriënteringsproef. Zo krijgen studenten een zicht op de inhoud en het niveau van de opleiding en kunnen ze bijschaven waar nodig.” Bij een lerarenopleiding bestaat zo’n startproef al en daar krijgen studenten nadien ondersteuning bij de onderdelen waar ze moeite mee hebben. “Zo hebben ze kans op remediëring of kunnen ze op tijd beslissen dat de opleiding niks voor hen is.” 

“Op die manier vermijden we ook een verspilling van geld, kwaliteit en energie. Studenten die niet in het hoger onderwijs thuishoren, zouden zo sneller een wake-upcall krijgen.” De minister hoopt dat zo minder studenten zullen uitstromen zonder een diploma.  

Studeren steeds duurder

Startproeven kunnen er misschien voor zorgen dat minder studenten hun traject vroegtijdig beëindigen, maar voor veel studenten wordt het almaar minder evident om te starten met een opleiding. De oorzaak daar ligt vooral bij het prijskaartje. “Het klopt dat het inschrijvingsgeld met 11 procent stijgt, maar dat ligt in lijn met de indexering die mensen ook op hun loon of uitkering krijgen”, duidt Weyts. “Studeren wordt dus niet duurder, maar het leven daarrond is wel duurder geworden.” 

Isaura, die inbelt vanuit Finland, vraagt zich af of we niks kunnen leren van het Finse studiemodel. “Hier is studeren gratis en krijg je er zelfs nog extra studietoelages als je op kot gaat bijvoorbeeld. Ook wordt het leven goedkoper gemaakt voor studenten door koten aan te bieden voor minder dan 300 euro. Ook restaurants en sportvoorzieningen geven ons heel wat kortingen.” Weyts erkent dat het leven als student goedkoper kan zijn in Finland, en nodigt Isaura dan ook uit met hem te praten over de mogelijkheden hier in Vlaanderen. 

Bron: VRT nws

Nieuwe tool om prestaties scholen te vergelijken lokt gemengde reacties uit

“Transparantie is goed, maar cijfers zeggen niet alles”
De krant Het Nieuwsblad heeft een nieuwe tool gelanceerd waarmee ouders de prestaties van scholen kunnen vergelijken en dat is een primeur. De onderwijskoepels zijn tevreden met de transparantie, maar experts waarschuwen er wel voor dat ouders niet alleen op de tool mogen afgaan om hun keuze te maken.

Het aantal A, B en C-attesten, hoeveel kinderen doorstromen naar hoger onderwijs en hoe ze daar presteren, het is allemaal te vinden in een nieuwe tool op de site van Het Nieuwsblad. De krant maakte gebruik van de openbaarheid van bestuur om de bergen aan informatie van de onderwijsadministratie in handen te krijgen. 

Het is de eerste keer dat de gedetailleerde informatie over alle middelbare scholen in Vlaanderen en Brussel naar buiten komt. Ouders kunnen simpelweg de naam van een school ingeven en krijgen dan een uitgebreid rapport over hoe de leerlingen van die school presteren en ook wat de sociale achtergrond is van de kinderen.

Onderwijskoepels zijn positief

Handig, zou je zeggen, maar niet iedereen is onverdeeld gelukkig met de tool. De onderwijskoepels zijn wel degelijk enthousiast, maar Lieven Boeve van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen wijst erop dat cijfers niet alles zeggen: “Cijfers zijn een goeie aanleiding voor ouders om in gesprek te gaan met de directie van een school, want cijfers zeggen niet alles, ze hebben context nodig.” 

Ook de directeur van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs is blij met de transparantie, maar nuanceert: “Een school is meer dan het aantal A, B of C-attesten”, zegt Walentina Cools. “Hoe gaat de school om met leerlingen? Ook de schoolcultuur kan bepalend zijn.” 

Cools hekelt ook de verregaande focus op de doorstroming naar hoger onderwijs. “Het is jammer dat de tool vooral hierop gericht is. Er zijn veel scholen die arbeidsmarktgerichte opleidingen aanbieden en die komen niet aan bod. De doorstroming naar het hoger onderwijs is niet de enige graadmeter voor “een goeie school”. Een goeie school kan ook zorgen voor goeie technici en vakmensen.”

Volgens minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) hebben ouders recht op die informatie rond scholen. “Wij hebben niks te verbergen. De informatie is beschikbaar, maar was versnipperd. Het is goed dat nu alles is samengebracht, maar ouders mogen hun keuze niet alleen op basis van cijfers maken. Maak kennis met de school en kijk hoe ze geworteld ligt in de lokale gemeenschap.”

Ook Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent en de Universiteit van Leiden, juicht de transparantie toe, maar ook hij waarschuwt om niet alleen op de tool af te gaan bij het maken van een keuze.

“Praat met de directie, bezoek de school. Hoe aangenaam is het daar? Hoe streng zijn de leerkrachten? Dat zijn zaken die je niet uit die tool kunt halen, maar waar veel ouders wel een groot belang aan hechten.”

Bron: VRT nws

Leerlingen uit beroepssecundair onderwijs moeten vaker hun jaar overdoen

“Watervalsysteem nog altijd heel sterk”
Een op de tien leerlingen uit het secundair beroepsonderwijs (bso) kreeg vorig jaar een C-attest, wat betekent dat hij zijn jaar moest overdoen. Dat zijn er drie keer meer dan in het algemeen secundair onderwijs (aso). Dat blijkt uit cijfers die de krant Het Nieuwsblad verzamelde. Volgens onderwijseconoom Kristof De Witte toont dit hoe sterk het watervalsysteem in het onderwijs nog altijd is.

Vorig schooljaar zaten volgens Het Nieuwsblad 164.155 leerlingen in de tweede of derde graad van het technisch (tso) of beroepssecundair (bso) onderwijs. Dat is ruim 55 procent van alle leerlingen in het secundair onderwijs. Van alle leerlingen in het bso kreeg 10,2 procent vorig jaar een C-attest, in het tso was dat 6,5 procent, in het aso was dat 3,3 procent. Een groot verschil dus.

Het aantal C-attesten in het beroepsonderwijs lag altijd al hoger. Met die cijfers van vorig jaar zitten we volgens de krant weer op het niveau van voor corona. Voor een verklaring wordt vooral gekeken naar het zogenoemde watervalsysteem: “zo hoog mogelijk” beginnen (aso), en als het daar niet lukt, kan je “nog altijd afzakken” naar tso of naar bso.   

Negatieve keuze

“Leerlingen worden steeds maar naar andere onderwijsvormen geleid”, zegt onderwijseconoom Kristof De Witte aan VRT NWS. “Op het einde van de rit kan je dan geen B-attest meer geven (overgaan naar het volgende jaar, met uitzondering van bepaalde studierichtingen, red). Dan wordt er dus een C-attest gegeven, zittenblijven. Om die leerlingen toch nog de kennis en vaardigheden te laten opdoen die ze nodig hebben aan het diploma te geraken.”

Volgens experts wordt een keuze voor tso of bso nog altijd als een negatieve keuze bekeken. Het “afzakken” kan leiden tot demotivatie, leerlingen die geen zin meer hebben in school of zich er minder voor gaan inzetten, met alle gevolgen vandien.

“Dit is echt wel een teken dat het watervalsysteem heel sterk ingebakken zit in ons onderwijs”, zegt De Witte. Enkele jaren geleden werd gestart met de modernisering van het secundair onderwijs. Dat moest iets doen aan het watervalsysteem, maar volgens sommigen verandert de modernisering daar maar weinig aan.

Bron: VRT nws

Big Brother op school

Leerkrachten kunnen volgen wat leerlingen op hun computer doen, mag dat zomaar?

De Vlaamse Scholierenkoepel vraagt dat leerkrachten en scholen veel duidelijker zijn over het gebruik van monitoringsoftware. Die duikt meer en meer op in scholen en laat leerkrachten op hun eigen computerscherm zien wat er op het scherm van de leerlingen gebeurt. “Het is de digitale variant van achteraan in de klas te staan, maar uiteraard willen we niet naar een permanente cultuur van controle”, zegt Katholiek Onderwijs Vlaanderen. 

Het was even schrikken voor Diana* tijdens het studie-uurtje van een zieke leerkracht op school. Diana en andere klasgenootjes kregen een taak die ze mochten maken op hun computer. Na het indienen van de taak, surfte Diana naar wat muziekvideo’s. Plots verscheen op haar scherm een bericht van de leerkracht die thuis zat met de vraag ‘of ze niets beters te doen had’.

Diana schrok en stuurde een berichtje, ook via haar computer, naar een vriendinnetje met de vraag hoe dit kon. Niet Diana’s klasgenootje, maar de leerkracht thuis antwoordde dat ze mee op de schermen kon kijken. Dus kon ze ook nog eens het privé-berichtje dat Diana stuurde, lezen.

De mama van Diana, die ons het verhaal vertelt, zegt dat niemand op de hoogte was van het ‘meelezen’ en dat zoiets best wel schrikken was. Indringend zelfs. Ook al begrijpen ze dat leerkrachten de schermen van kinderen monitoren, ouders hebben graag de garantie dat iemand met minder goede bedoelingen niet zomaar de privéberichten van een tiener kan meelezen. En die garantie is er naar het gevoel van Diana’s mama niet.

De school bleek te experimenteren met software die leerkrachten de schermen van leerlingen laat zien. Er kwamen wel meer vragen van leerlingen en ouders en de school communiceerde er uiteindelijk over.

“Leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn”

In meer en meer scholen is de laptop niet meer weg te denken uit de klas en dat zorgt naast veel mogelijkheden best ook wel voor wat uitdagingen: lessen die plots minder efficiënt verlopen, leerlingen die chatten onderling en dus hun aandacht niet bij de les houden…

Daarom bestaat er software waardoor de leerkracht vooraan in de klas op een computer ziet wat er op de schermen van de leerlingen gebeurt en kan ingrijpen als het nodig is.  Meer en meer scholen lijken die software te gebruiken of het op zijn minst al eens uit te testen. Handig in de klas. Maar wat als die software ook van thuis uit werkt en misschien ook na de schooluren, misschien zelfs één op één met een leerling thuis?

Mauro Michielsen, voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel, dat is de spreekbuis voor leerlingen, is alvast duidelijk. “Wij horen meer en meer verhalen over leerkrachten die kunnen meekijken op het scherm van leerlingen en de bezorgdheid daarrond groeit”, zegt hij, “want leerlingen zoeken op hun schoollaptop of -tablet ook wel eens gevoelige onderwerpen op. Dan wil je niet altijd dat de leerkracht dat kan zien.”

“Leerkrachten zeggen wel eens lachend dat het kan, maar als leerling weet je niet altijd wat ze zien en wat er technisch mogelijk is. Leerkrachten moeten beseffen dat dit een inbreuk is op de privacy van leerlingen”, gaat hij voort.

“Volgens de privacywetten mogen leerkrachten in principe niet meekijken op de schermen van de leerlingen, tenzij ze de uitdrukkelijke toestemming krijgen van de leerlingen. Dat wordt ook zo gecommuniceerd door het Kenniscentrum Digisprong, maar die toestemming wordt ons momenteel nergens gevraagd. Wij vragen daarom een helder beleid rond monitoringssoftware en meer transparantie. Leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn.”

Zowel bij het Gemeenschapsonderwijs als het Katholiek Onderwijs Vlaanderen horen we dat er geen cijfers zijn over het aantal scholen dat de software gebruikt. “Uit de vragen naar ondersteuning kunnen we wel afleiden dat het er meer en meer zijn”, zegt woordvoerder Pieter-Jan Crombez van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. “Scholen en leerkrachten stellen vragen over de software zelf, maar ook over privacy in het algemeen: over hoe ze moeten omgaan met gegevens die ze verzamelen van leerlingen en cyberveiligheid in het algemeen.”

De monitoringssoftware mag voor de katholieke onderwijskoepel zeker gebruikt worden. “Maar dat het kan, moet duidelijk in het schoolreglement staan. Leerlingen moet weten dat hun surfgedrag gecontroleerd kan worden, in real time of achteraf.”

Ook voordelen, bij toetsen bijvoorbeeld

De school van Diana experimenteerde met Senso.cloud, dat is Amerikaanse software. “Ze zijn niet erg transparant over hun werking”, zegt advocate Magali Feys, gespecialiseerd in gegevensbescherming. “Europese ontwikkelaars gaan bovendien door de strenge Europese privacyregels ook sneller privacybezorgdheden mee opnemen in de ontwikkeling van software.”

Dichter bij huis is het bedrijf Cloudwise bezig met zulke software, dat de vragen én de bezorgdheden voelt toenemen, bij leerkrachten én ouders. “Wij schenken hier bijzonder veel aandacht aan”, zegt Philip Vermeylen van Cloudwise. “Ook internationaal werken veel scholen met onze software, en dat is vaak door onze privacy- en veiligheidsaanpak. Ook in Vlaanderen is er bij meer en meer scholen interesse en dat komt uiteraard door de Digisprong, waarbij elk kind op school een laptop zou moeten hebben.”

“De monitoringssoftware heeft inderdaad ook voordelen”, vertelt de directeur van een school uit Vlaams-Brabant die binnenkort de software test. “Bij toetsen bijvoorbeeld kan de leerkracht toegang geven tot bepaalde websites die leerlingen voor een opdracht mogen raadplegen. Daarnaast is het voor leerlingen met dyslexie soms ook eenvoudiger om taken digitaal te maken en ook daar spelen bepaalde toepassingen van de software een rol.”

“Uiteraard stijgt dan ook de vraag bij leerkrachten hoe ze hiermee om moeten: hoe verzekeren ze zich dat leerlingen tijdens de les met de juiste opdracht bezig zijn? Hoe kan men voorkomen dat (jonge) leerlingen tijd verliezen bij het inloggen of bij het openen van de juiste websites? Hoe kan men de laptops of chromebooks veilig inzetten voor een toets of examen? Daarom geven we veel infosessies over de toepassingen. Wij noemen de optie om mee te kijken op het scherm ook geen monitoring, maar ‘focus’ en het maakt deel uit van een groter pakket.”

Digitale leerkracht

Het kenniscentrum Digisprong laat weten dat de Vlaamse Overheid scholen niet vraagt om ergens te melden of te registreren met welke software ze werken: “Het is uiteraard de eigen verantwoordelijkheid van scholen dat ze de wetgeving rond bijvoorbeeld privacy opvolgen en dus zelf de controle in de hand nemen”, klinkt het. “We vragen scholen niet om alles te registreren of aan te melden, maar we houden onder meer via ons eigen netwerk wel een vinger aan de pols.”

“Door gesprekken met enkele scholen merkte het Kenniscentrum Digisprong op dat scholen op zoek waren naar meer informatie over de uitrol van monitoringssoftware. Daarom schreef het Kenniscentrum een artikel met bijhorend stappenplan. In het stappenplan onderstrepen we o.a. de risico’s en het belang van de communicatie naar ouders en leerlingen. Wij hebben een adviserende rol. Scholen bepalen zelf hoe ze dit organiseren.”

“We raden scholen aan om de monitoring niet standaard te doen, enkel wanneer er een vermoeden van misbruik is, zoals als er dingen worden gedaan die niets met de les te maken hebben, of in specifieke situaties zoals bij toetsen”, zegt Pieter-Jan Crombez van Katholiek Onderwijs Vlaanderen nog. “Het is de digitale variant van de leraar die achteraan in de klas gaat staan. Sowieso hechten we veel belang aan verantwoordelijkheid en vertrouwen, en willen we dus geen permanente cultuur van controle installeren.”

*Diana is een pseudoniem omdat het meisje en haar ouders anoniem willen blijven.

Tips: Philip Vermeylen van Cloudwise en advocate Magali Feys, gespecialiseerd in gegevensbescherming hebben nog enkele concrete tips voor leerkrachten en scholen:

  • Maak niet nodeloos gebruik van monitoringssoftware, maak steeds een goede afweging wanneer het echt nodig is.
  • Laat de software alleen ‘werken’ wanneer leerkracht en leerling met hun computer op het vaste internetadres van de school zitten. Dat is technisch mogelijk.
  • Gebruik de software enkel tijdens de schooluren.
  • Stel gedragsregels voor leerkrachten op.  Niettegenstaande de technische mogelijkheden die dergelijke software mogelijk biedt aan gebruikers is het aangewezen om duidelijk aan te geven op welke manier deze concreet mag gebruikt worden.
  • Maak gebruik van de meest privacy-vriendelijke configuratie van de software. Zorg er bijvoorbeeld voor dat enkel de persoonsgegevens worden verzameld die absoluut noodzakelijk zijn.
  • Breng het kind op de hoogte wanneer een leerkracht meekijkt. Dat moet. 
  • En de leerling moet ook toestemming geven als de leerkracht het volledige scherm live wil kunnen volgen. 

Bron: VRT nws